Ontwerpbegroting 2026.pdf
Tekst van het document
Dit omvangrijke programma bestond uit zes pijlers, waarbij in pijler 1 de financieringssystematiek van omgevingsdiensten één van de onderdelen was. Er ligt een notitie met handreikingen voor de financiering van omgevingsdiensten. Last but not least: de Omgevingswet is na een lange voorbereidingsperiode per 1 januari 2024 realiteit. Eén belangrijk onderdeel van deze nieuwe realiteit voor de financiering vormt de wijziging van inrichting naar Milieu Belastende Activiteit (MBA). Voor een deel van de MWB-norm baseren we ons op inrichtingen. Een begrip dat voor een groot deel van de bedrijven vervalt. In 2025 willen we met deelnemers in gesprek voor een hernieuwde financieringssystematiek, waarbij we bovenstaande elementen meenemen. Of dit al impact heeft op de begroting 2026 valt nog te bezien. Maar we streven ernaar om in 2025 tot een (wellicht) hernieuwde opzet van de financieringssystematiek te komen, waarbij we uitgaan van de goede basis (MWB-norm) die er ligt.
26
Paragrafen Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat we in de begroting en jaarrekening paragrafen opnemen met vastgestelde beleidslijnen voor een aantal beheersmatige aspecten van de organisatie. De voor de OMWB van toepassing zijnde paragrafen zijn hierna opgenomen: 1. 2. 3. 4.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Financiering Bedrijfsvoering Wet open overheid (Woo)
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risicobeheersing Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en Gemeenten (BBV) stelt het verplicht om op basis van risico-inschatting een kwalificatie te geven van de omvang van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de risico’s waarvoor we geen specifieke maatregelen troffen, en middelen en mogelijkheden die de OMWB heeft om niet-begrote kosten op te vangen (BBV artikel 11). Om te voorkomen dat bij niet-afgedekte risico’s ingrijpende (organisatie)wijzigingen noodzakelijk zijn, wensen we een afdoende weerstandsvermogen voor de organisatie. De grootte van de weerstandscapaciteit is afhankelijk van de risico-inschatting, en de bereidheid van het bestuur om deze risico’s al dan niet te lopen. De OMWB streeft naar minimaal een voldoende weerstandscapaciteit en gaat daarbij uit van een weerstandsratio van minimaal 1,0. Normering weerstandsvermogen Het Algemeen Bestuur stelde een model vast voor de normering van het weerstandsvermogen in relatie tot de deelnemers, waarbij we maximaal 8% van het (begrotings-/ jaarrekening-)totaal van de exploitatierekening aanhouden als weerstandsvermogen. Dit is conform de Financiële Verordening van de OMWB.
Risicobeheersing Risicobeheersing of risicomanagement is het effectief omgaan met kansen en bedreigingen, die de realisatie van de organisatiedoelstellingen kunnen beïnvloeden. Hiervoor moeten we een continu proces inrichten van identificeren, prioriteren en beheersen van risico’s. De OMWB streeft ernaar om risico’s zoveel mogelijk te vermijden, hiervoor verzekeringen af te sluiten, of deze te ondervangen door beheersmaatregelen. Voor die maatregelen stelt de OMWB een Intern Controleplan op, waaraan we in het begrotingsjaar uitvoering geven. Geïdentificeerde risico’s In de 2e Bestuursrapportage 2024 identificeerden we de volgende risico’s:
27
Maximaal bedrag schade
Kans op optreden risico
Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel
380.000
50%
190.000
5. Transitie mens en systeem
600.000
50%
300.000
6. Problematiek arbeidsmarkt
700.000
60%
420.000
9. Bovenmatig verzuim
315.000
80%
252.000
11. Invoering Omgevingswet
1.000.000
60%
600.000
12. Cybercriminaliteit
1.100.000
50%
550.000
Totaal
4.095.000
Risico's
2.312.000
Toelichting op de risico’s: 4. Inhuur versus vast personeel In de begroting van de OMWB geldt als uitgangspunt dat de taken in beginsel worden verricht door het eigen personeel. Gezien de krapte op de arbeidsmarkt lukt het niet altijd om (tijdig) vacatures in te vullen. In sommige gevallen kiest de organisatie ervoor specialistische kennis in te huren vanuit de meerwaarde die dit biedt. Deze externe inzet is duurder dan de uitvoering met eigen personeel, vandaar dat we dit opnemen in de risicotabel. Maatregelen: passende sturing op inzet van personeel. 5. Transitie mens en systeem De eisen die gesteld worden aan onze organisatie en medewerkers blijven snel veranderen. Enerzijds de inhoud van het werk, anderzijds worden ook andere (digitale) vaardigheden gevraagd. In de opleidingen wordt hier volop aandacht aan besteed zodat werknemers hun rol binnen de organisatie optimaal kunnen vervullen. De verwachting is dat dit niet in alle individuele gevallen gaat lukken. Het totale risico dat hiermee samenhangt, wordt ingeschat op € 600.000 met een kans van maximaal 50%. Maatregelen: Het uitvoeren van een correct en zorgvuldig personeelsbeleid, waaronder een adequaat opleidingsprogramma. Daarnaast steeds verdere doorontwikkeling van de organisatie en onderliggende systemen, ondersteund door trainingen gericht op digitale vaardigheden en het programma datagedreven werken. 6.
Problematiek arbeidsmarkt In aanvulling op punt 4 wordt het volgende opgemerkt: Omdat de vaste formatie nog niet op het juiste peil is in relatie tot de toenemende werkprogramma's, werkt de OMWB naast inhuur ook met trainees en net-afgestudeerden. De OMWB leidt de jonge, nieuwe collega’s ‘on the job’ op, in een periode van ongeveer twee jaar. In de eerste twee jaar zijn deze collega’s nog niet volledig declarabel. De begeleiding verloopt via directe
28
collega's van de dienst. In verband met deze noodzakelijke aanpak heeft de OMWB een tijdelijk productietekort in termen van declarabiliteit. Maatregelen: De afgelopen periode is gewerkt aan een inwerkprogramma. Het programma heeft dusdanig effect gehad dat de trainees eerder en meer declarabel zijn dan aanvankelijk ingeschat. Daarmee is de kans van optreden verder beperkt. Het maximale schadebedrag is bijgesteld naar € 600.000 met een kans van optreden van 50%. 9. Bovenmatig verzuim In de begroting 2024 wordt gerekend met een verzuimpercentage van 5,5%. Het verzuim over 2024 bedraagt daarentegen 6,22% (2023: 5,5%). Het blijft lastig te bepalen hoe het verzuimpercentage zich de komende periode ontwikkelt. Het verschil tussen het rekenpercentage en het verwachte percentage wordt aangemerkt als risico en bedraagt afgerond € 350.000. Bij een kans van 80% betekent dit een gewogen risico van € 280.000 11. Invoering Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht. De invoering van de wet betekent een ingrijpende verandering voor de taakuitvoering. Ondanks gedegen voorbereidingen is de exacte impact van de invoering, ook financieel, nog onvoldoende duidelijk. Een deel van deze kosten zal voor rekening van de OMWB komen. Hoe hoog deze kosten zullen zijn, is op dit moment nog lastig in te schatten.
De eerste ervaringen tonen aan dat er een negatief effect is op de kengetallen (waaronder doorlooptijden). Tegelijkertijd is het aantal aanvragen wat is ingediend onder de Omgevingswet beperkt. Gezien de onduidelijkheden die er op dit moment nog heerst, wordt de risico-inschatting gehandhaafd, met een bijgestelde inschatting van de kans van optreden; van 60% volgens de 2e Bestuursrapportage 2024 naar 40%. 13. Cybercriminaliteit Ondanks vele investeren rondom informatiebeveiliging, afspraken met ICT-leveranciers en bewustwordingscampagnes onder medewerkers, blijft het risico reëel dat vreemden inbreken op systemen gebruikt door de OMWB, met alle gevolgen van dien. De maximaal ingeschatte schade bedraagt € 1.000.000 aan omzetderving met een kans van optreden van 60%. 14. Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie (DBA)/ Verduidelijking Beoordeling Arbeidsrelaties en Rechtsvermoeden (VBAR) De wet DBA is in 2016 in werking gesteld. Per 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium van de Belastingdienst vervallen waardoor controle op schijnzelfstandigheid plaats gaat vinden. De OMWB heeft een risico-inventarisatie uitgevoerd bij de aanwezige ZZP’ers en het mogelijke financiële risico in kaart gebracht (circa € 1.100.000). Dit risico omvat slechts het fiscale aspect.
Aanvullend kunnen ZZP’ers aanspraak maken op een dienstbetrekking met alle rechten, zoals die voor eigen medewerkers gelden. Zeker bij langjarige samenwerking kan dit een kostbare aangelegenheid worden. Een tweede voorbehoud op het (fiscale) risico betreft het niet volledig kunnen uitvoeren van het werkprogramma als gevolg van onderbezetting of door het ontbreken van specialistische kennis bij beëindiging van betreffende inhuurconstructies. Maatregelen: in 2025 zal actief gewerkt worden aan het beëindigen van alle ZZP constructies en waar mogelijk omzetting naar een dienstbetrekking danwel spoedige werving van vervangend, eigen personeel.
29
Op basis van het voorgaande en een actuele inschatting van de huidige risico’s, is het eindbeeld voor de Begroting 2026 als volgt: Maximaal bedrag schade
Kans op optreden risico
Gewogen risico
4. Inhuur versus vast personeel
380.000
50%
190.000
5. Transitie mens en systeem
600.000
50%
300.000
6. Problematiek arbeidsmarkt
600.000
50%
300.000
9. Bovenmatig verzuim
350.000
80%
280.000
11. Invoering Omgevingswet
1.000.000
40%
400.000
13. Cybercriminaliteit
1.000.000
60%
600.000
14. Wet DBA / VBAR
1.100.000
40%
440.000
Totaal
5.030.000
Risico's
2.510.000
Beschikbaar weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit de algemene reserve. De algemene reserve bedraagt eind 2024 € 2.492.000. Uitgaande van het actuele risicoprofiel van € 2.510.000 is de weerstandsratio 0,99. Dit wordt volgens de waarderingstabel van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR) gekwalificeerd als ‘matig’. In de jaarrekening 2023 bedroeg de weerstandsratio 0,95 (‘matig’). Indien de algemene reserve conform de Financiële Verordening (maximaal 8%) wordt aangepast, bedraagt de weerstandsratio 1,32 ('voldoende'). Met de resultaatbestemming 2023 heeft het Algemeen Bestuur besloten om in 3 jaar (2023 tot en met 2025) toe te groei naar de norm van maximaal 8% volgens de Financiële verordening. Over 2023 is € 400.000 aan de Algemene reserve toegevoegd. Met de resultaatbestemming 2024 stellen we voor € 600.000 aan de Algemene reserve toe te voegen.
Financiële kengetallen Het BBV schrijft een aantal verplichte financiële kengetallen voor. Deze geven inzicht in de financiële positie van de organisatie. De trend van de voor de OMWB relevante kengetallen staan in onderstaande tabel.
30
Financiële kengetallen
Jaarrekening 2024
Begroting 2025*
Begroting 2026
Netto schuldquote
-11,4%
-3,0%
-3,7%
Solvabiliteitsratio
44,3%
20,2%
20,1%
Structurele exploitatieruimte
7,5%
0,2%
0,0%
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025 Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe verder deze ratio onder de 1,0 ligt, hoe beter het is. Solvabiliteit Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de OMWB in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio geeft het aandeel van het eigen vermogen in het balanstotaal weer. Hoe hoger deze ratio, hoe groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte Door het zuiveren van de incidentele lasten, baten en mutaties in reserves, ontstaat er een beeld van de mate waarin sprake is van een structureel sluitende begroting. De structurele lasten en baten worden in dit kengetal uitgedrukt als een percentage van de totale baten (voor mutaties reserves) van het betreffende jaar. Een positief percentage is wenselijk, aangezien dit betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Onderlinge verhouding kengetallen Ten opzichte van de jaarrekening 2024 vertonen de ratio’s een wisselend beeld; de overall conclusie is echter dat de balanspositie van de OMWB solide is.
Financiering In aansluiting op de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido), is in het Besluit Begroting en Verantwoording neergelegd dat de financieringsparagraaf de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille uiteenzet. De grondslag voor de aan de portefeuille verbonden Treasury-functie ligt vast in het Treasurystatuut. Het beheer van de OMWB is risicomijdend en mede gericht op het voldoen aan de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Treasurybeleid De doelstellingen van het treasurybeleid van de OMWB zijn: 1. Verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. 2. Beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s. 31
3. Minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. 4. Optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido, respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut. Onder risico’s verstaan we zowel renterisico’s (vaste schuld en vlottende schuld), kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s als valutarisico’s. Met betrekking tot risicobeheer geldt het volgende algemene uitgangspunt: “Bij het uitzetten of aantrekken van middelen nemen we de bepalingen in acht, zoals neergelegd in de Wet fido en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo). Renterisicobeheer 1. Geen overschrijding kasgeldlimiet conform de Wet fido. 2. Geen overschrijding renterisiconorm conform de Wet fido. 3. Afstemmen van nieuwe leningen/uitzettingen op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning. 4. Zo veel mogelijk afstemmen van rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting op de actuele rentestand en de rentevisie. 5. Streven naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4. Met de inwerkingtreding van de Wet fido is de term ‘Renterisiconorm’ geïntroduceerd.
De norm schrijft voor dat in enig jaar de aflossing van een langlopende schuld niet meer mag bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De OMWB kent momenteel geen langlopende leningen en voldoet daarmee automatisch aan de norm. De huidige financieringspositie en dito -behoeften vanuit de investeringsbegroting geven geen verdere aanleiding tot aanwending van een dergelijke lening. Kredietrisicobeheer Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het uitgangspunt dat overtollige middelen op voorhand worden aangehouden in de schatkist. Intern liquiditeitsbeheer De OMWB beperkt zijn interne liquiditeitsrisico’s door treasury-activiteiten te baseren op een adequate liquiditeitsplanning. Valutarisicobeheer De OMWB ontsluit valutarisico’s. Leningen worden uitsluitend aangegaan of gegarandeerd in de Europese geldeenheid (de euro). Kasgeldlimiet Met de kasgeldlimiet stelt de Wet fido een norm voor het maximumbedrag voor de financiering van de bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar). De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen betreft 8,2% van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet bedraagt € 4.060.000 voor de OMWB op basis van de Begroting 2026. Aangezien het gemiddelde netto vlottende overschot aan financieringsmiddelen op € 10,0 miljoen wordt geschat, is de ruimte onder de kasgeldlimiet gelijk aan de kasgeldlimiet.
32
Wet open overheid (Woo) Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) ging in op 1 mei 2022 en legt aan bestuursorganen een aantal verplichtingen op. Eén van deze verplichtingen is het geven van een impuls aan openbaarheid. De wet vereist dat we in de begroting en jaarrekening aangeven hoe we rekening houden met de bepalingen uit de Woo. De Wet Open Overheid kent een viertal belangrijke aspecten: 1. De verplichting voor ieder bestuursorgaan om een Woo contactfunctionaris aan te wijzen. 2. Verplichtingen gericht op passieve openbaarmaking. 3. Verplichtingen gericht op actieve openbaarmaking. 4. Het op orde brengen van de (digitale) informatiehuishouding. Woo contactfunctionaris De OMWB stelde een contactpersoon aan. Op deze wijze voldoen we aan de wettelijke verplichting. Passieve openbaarmaking De Wet Open Overheid is de opvolger van de Wet Openbaarheid van Bestuur (Wob). De Woo kent op dit gebied de nodige veranderingen ten opzichte van de Wob, onder meer in aanpassing van de toegestane doorlooptijd voor het beantwoorden van Woo-verzoeken. Deze aanpassingen voerden we in 2023 door in onze processen. Actieve openbaarmaking De Woo stelt de verplichting om elf benoemde informatiecategorieën actief te publiceren. Informatiehuishouding op orde De Woo verplicht dat overheidsorganisaties hun digitale informatiehuishouding binnen acht jaar (vanaf 1 mei 2022) op orde brengen.
33
Financiële begroting Inleiding De exploitatiebegroting bevat de verwachte baten en lasten voor het boekjaar 2026, inclusief meerjarenraming 2027-2029. Daarbij hanteerden we de Kaderbrief 2026 als uitgangspunt. Aangezien de Begroting 2026 in dezelfde periode is opgesteld als de Jaarrekening 2024, houden we zoveel als mogelijk rekening met deze actuele kennis.
Financiële uitgangspunten Het Dagelijks bestuur stelde de uitgangspunten voor de Begroting 2026 vast d.d. 22 januari jl. en deelde ze met de deelnemers in de Kaderbrief 2026.
Algemene uitgangspunten De OMWB hanteert de volgende algemene financiële uitgangspunten: 1. de Begroting 2026 gaat uit van het bestaande beleid, rekening houdend met de financiële effecten van de genoemde beleidsontwikkelingen in hoofdstuk Beleidsbegroting; 2. de Begroting 2026, inclusief de meerjarenraming 2027-2029, is sluitend; 3. de Begroting 2026 wordt opgesteld met inachtneming van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
Financieel technische uitgangspunten De volgende financieel-technische uitgangspunten hanteren we in de begroting, inclusief meerjarenraming: Baten
Voor 2026 verwachten we een werkaanbod van ca. 389.000 declarabele uren, vanuit de extrapolatie van de werkprogramma’s 2025, de Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten en een inschatting van de baten in Programmadeel 4: Buiten werkprogramma. Er geldt een kostendekkend, gemiddeld tarief, dat gelijk is voor deelnemers en niet-deelnemers. De MWB-norm vormt de basis voor het financieringsmodel voor de deelnemende gemeenten. In 2025 willen we met deelnemers in gesprek voor een hernieuwde financierings-systematiek. Bij de opvolging van de huidige MWB-norm nemen we de gevolgen van de omzetting naar MBA's, het GUK en de aanbevelingen betreffende de financieringsmethodiek uit het rapport van commissie Van Aartsen mee. Vooralsnog blijft de huidige MWB-norm gelden. 34
Lasten
Conform de september-circulaire 2024 d.d. 17 september 2024 houden we rekening met een gemiddelde loonkostenstijging van 3,8% ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025. Conform de september-circulaire 2024 d.d. 17 september 2024 houden we rekening met een gemiddelde prijsstijging van 2,2% ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025. Het hiervoor onder 'Baten', beschreven werkaanbod vraagt benodigde personele capaciteit voor het primaire proces van circa 302 fte. De personele capaciteit voor het primaire proces bedraagt 292 fte. De ‘overbrugging’ naar 302 fte gebeurt met inhuur van derden. We houden rekening met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte. Het BBV schrijft voor dat we kosten van bedrijfsvoering (in BBV-termen ‘Overhead’) afzonderlijk begroten en verantwoorden. Volgens de definitie van het BBV worden tot de bedrijfsvoering gerekend “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”; De personele capaciteit van bedrijfsvoering bedraagt 70 fte eigen medewerkers en 1 fte inhuur. Om mogelijke tegenvallers adequaat te kunnen opvangen, houden we rekening met een post onvoorzien van € 150.000. Deze post staat ter beschikking van het Dagelijks Bestuur.
Begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 Het overzicht van baten is als volgt: Baten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming Realisati e 2024
Begrotin g 2025*
Begrotin g 2026
2027
2028
2029
Programmadeel 1: Vergunningverlening , Toezicht en Handhaving
24.883
27.367
27.808
28.998
30.054
31.148
Programmadeel 2: Advies en Projecten
11.486
13.720
13.941
14.538
15.067
15.615
Programmadeel 3: Collectieve taken
1.834
1.986
2.018
2.104
2.180
2.260
Programmadeel 4: Buiten werkprogramma
3.426
3.026
3.155
3.148
3.235
3.326
Programmadeel 4: Overige exploitatiebaten
515
610
610
610
610
610
35
Baten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming Realisati e 2024
Begrotin g 2025*
Begrotin g 2026
2027
2028
2029
1.147
1.578
1.578
-
-
-
43.291
48.287
49.109
49.39 7
51.14 6
52.95 8
Diverse baten
71
-
-
-
-
-
Rentebaten
590
450
450
450
450
450
Detacheringsinkomst en
42
14
-
-
-
-
703
464
450
450
450
450
43.995
48.751
49.559
49.84 7
51.59 6
53.40 8
-111
-
-
-
-
-
-
297
80
32
30
17
Totaal reserves
-111
297
80
32
30
17
Totaal lasten
41.423
49.048
49.639
49.87 9
51.62 5
53.42 6
Gerealiseerd resultaat
2.461
-
-
-
-
-
Specifieke uitkeringen Omgevingsdiensten Subtotaal
Overige baten
Subtotaal
Totaal baten
Stortingen reserves Onttrekkingen reserves
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Het overzicht van de lasten Primair proces is als volgt:
36
Lasten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming Realisati e 2024
Begrotin g 2025*
Begrotin g 2026
2027
2028
2029
23.010
27.674
30.219
30.877
32.124
33.539
Reiskosten
370
380
388
397
405
414
Opleidingskosten
346
248
253
259
265
270
Overige personeelskosten
309
119
114
117
120
122
Personeel niet in loondienst
3.621
3.216
1.063
106
115
125
Totaal personele kosten
27.656
31.636
32.037
31.75 6
33.02 9
34.47 2
Afschrijvingen
96
405
194
159
122
83
Totaal afschrijvingen
96
405
194
159
122
83
Primair Proces Personele kosten Lonen & salarissen
Afschrijvingen
Huisvesting en organisatiekosten Huisvesting en facilitaire kosten
85
88
90
92
94
97
Automatisering
21
21
21
21
22
22
Tractie
28
52
53
54
56
57
Algemeen beheer
42
198
197
201
206
210
Totaal Huisvestiging en organisatiekoste n
176
359
362
369
378
386
Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden Laboratoriumkoste n Milieumetingen
1.577
1.784
1.823
1.863
1.904
1.946
455
610
610
610
610
610 37
Lasten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming Realisati e 2024
Begrotin g 2025*
Begrotin g 2026
2027
2028
2029
Totaal Kosten primaire werkzaamheden verricht door derden
2.032
2.394
2.433
2.473
2.514
2.556
Totaal lasten Primair proces
29.960
34.794
35.026
34.75 7
36.04 3
37.49 6
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Het overzicht van de laten Bedrijfsvoering is als volgt: Lasten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming Realisati e 2024
Begrotin g 2025*
Begrotin g 2026
2027
2028
2029
5.637
7.385
7.932
8.313
8.646
8.992
Reiskosten
172
177
181
185
189
193
Opleidingskosten
133
461
518
529
541
553
Overige personeelskosten
572
804
856
875
894
914
Personeel niet in loondienst
760
434
125
131
136
142
Totaal personele kosten
7.274
9.261
9.612
10.03 3
10.40 6
10.79 3
Afschrijvingen
88
93
519
511
501
362
Totaal Afschrijvingen
88
93
519
511
501
362
Bedrijfsvoering Personele kosten Lonen & salarissen
Afschrijvingen
Huisvesting en organisatiekosten 38
Lasten Bedragen x € 1.000
Meerjarenraming Realisati e 2024
Begrotin g 2025*
Begrotin g 2026
2027
2028
2029
Huisvesting en facilitaire kosten
1.1.68
1.348
1.369
1.399
1.430
1.462
Automatisering
2.255
2.475
2.304
2.354
2.406
2.459
Tractie
49
41
41
42
43
44
Algemeen beheer
606
882
613
627
641
655
4.078
4.745
4.328
4.423
4.520
4.620
11.441
14.099
14.459
14.96 7
15.42 7
15.77 5
20
-
-
-
-
-
Onvoorzien
-
150
150
150
150
150
Vennootschapsbelasti ng
2
5
5
5
5
5
Subtotaal
22
155
155
155
155
155
Totaal lasten overig
22
155
155
155
155
155
41.423
49.048
49.639
49.87 9
51.62 5
53.42 6
Totaal Huisvesting en organisatiekosten
Totaal lasten Bedrijfsvoering
Overig Diverse lasten
Totaal lasten
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Op grond van het BBV wordt inzicht verschaft in de structurele en incidentele baten en lasten voor de OMWB. In het volgende overzicht wordt dit weergegeven (bedragen x € 1.000):
2026 Baten
Laste n
2027 Baten
Laste n
2028 Baten
Laste n
2029 Baten
Laste n
39
Structuree l
49.55 9
49.639
49.84 7
49.879
51.59 6
51.625
53.40 8
53.426
Incidentee l
-
-
-
-
-
-
-
-
40
Toelichting op de begroting In dit onderdeel geven we een toelichting op de belangrijkste verschillen tussen de 1e begrotingswijziging 2025 en de Begroting 2026, inzicht in de beschikbare declarabiliteit en de te hanteren functionele tarieven voor het begrotingsjaar 2026.
Toelichting op de baten De baten van de OMWB bestaan voor het voornaamste deel uit bijdragen van onze deelnemers voor diensten en producten die zij afnemen. De baten baseren we in beginsel op de omvang van de vastgestelde werkprogramma’s 2025. In de baten houden we ook rekening met de Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht. Tenslotte is een inschatting gemaakt van de baten in Programmadeel 4: Buiten werkprogramma. In bijlage 1 staan de bijdragen voor 2026 en verder per deelnemer gespecificeerd. De MWB-norm vormt de basis voor het financieringsmodel voor de deelnemende gemeenten. In 2025 willen we met deelnemers in gesprek voor een hernieuwde financierings-systematiek. Bij de opvolging van de huidige MWB-norm nemen we de gevolgen van de omzetting naar MBA's, het GUK en de aanbevelingen betreffende de financieringsmethodiek uit het rapport van commissie Van Aartsen mee. Vooralsnog blijft de huidige MWB-norm gelden. Rentebaten De rentebaten staan in de begroting omdat we verwachten dat de baten, gedurende de planperiode, een structureel karakter krijgen.
Toelichting op de lasten Voor de Begroting 2026 vergelijken we de ramingen van de kosten met die van de 1e begrotingswijziging 2025. Waar nodig lichten we de verschillen nader toe. Hierna gaan we allereerst in op de lasten voor het primair proces, daarna volgen de lasten bedrijfsvoering en de overige lasten.
Primair proces
41
Personele lasten Personele lasten Bedragen x € 1.000
Begroting 2025*
Begroting 2026
Lonen & salarissen
27.674
30.219
Reiskosten
380
388
Opleidingskosten
248
253
Overige personeelskosten
119
114
Personeel niet in loondienst
3.216
1.063
31.636
32.037
Primair proces Personele lasten
Totaal Personele lasten * dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025.
Lonen & salarissen: De mutatie in het budget voor lonen & salarissen wordt als volgt gespecificeerd:
De benodigde personele capaciteit vanuit de baten 2026, de bezetting begin 2025 en de daarmee verwachte salariskosten voor 2025 vormen de basis voor deze post; Voor de indexering houden we rekening met een toename van 3,8% ten opzichte van de begrote kosten voor lonen & salarissen in de 1e begrotingswijziging 2025; Als gevolg van de Wet DBA/ VBAR wordt in 2025 afscheid genomen van zzp'ers. Hierdoor vindt een verschuiving plaats van de post personeel niet in loondienst naar lonen & salarissen.
Reiskosten:
Indexering: 2,2%.
Opleidingskosten:
In beginsel bedraagt het budget voor opleidingskosten voor het Primair proces en Bedrijfsvoering gezamenlijk 2% van de kosten lonen & salarissen (€ 763.000). Het totale opleidingsbudget bedraagt € 771.000. Het verschil van € 8.000 betreft de bijdrage voor het gezamelijke opleidingsprogramma vanuit Omgevingsdienst Nederland en is opgenomen bij Bedrijfsvoering. Het decentrale opleidingsbudget van de teams van het Primaire proces bedraagt € 253.000.
42
Overige personeelskosten:
Budgetten onder deze noemer betreffen onder andere budgetten voor arbo, werving & selectie, personeelsvereniging, vergader- en verblijfkosten en werkkleding; Het budget voor vergaderkosten is verplaatst naar Bedrijfsvoering; Indexering: 2,2%.
Personeel niet in loondienst:
Zoals vermeld bij lonen & salarissen wordt als gevolg van de Wet DBA/ VBAR in 2025 afscheid genomen van zzp'ers. In plaats van inhuur van zzp'ers worden eigen medewerkers geworven. Hierdoor vindt een verschuiving plaats van het budget voor personeel niet in loondienst naar het budget voor lonen & salarissen; Het werkaanbod is hoger dan het aantal uur dat met eigen medewerkers kan worden gerealiseerd. Voor het verschil is budget voor inhuur van externen opgenomen. Het gaat om circa 10 fte; Voor de indexering is rekening gehouden met een toename van het uurtarief van externen van 3,8%.
Afschrijvingen Afschrijvingen Begroting 2025*
Begroting 2026
Afschrijvingen
405
194
Totaal afschrijvingen
405
194
Bedragen x € 1.000 Primair proces
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Afschrijvingen:
Meerjarig brengen we de afschrijvingen in beeld bij het meerjareninvesteringsprogramma; Door een herziening van de afschrijvingstermijn voor technische apparatuur heeft in 2025 een inhaalafschrijving plaatsgevonden, en waren de afschrijvingen hoger.
43
Huisvesting en organisatie Huisvestiging en organisatie Bedragen x € 1.000
Begroting 2025*
Begroting 2026
Huisvesting en facilitaire kosten
88
90
Automatisering
21
21
Tractie
52
53
Algemeen beheer
198
197
Totaal Huisvesting en organisatie
359
362
Primair proces
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Huisvesting en organisatie:
Indexering van 2,2%.
Overige kosten Overige kosten Bedragen x € 1.000
Begroting 2025*
Begroting 2026
1.784
1.823
Milieumetingen
610
610
Totaal Overige kosten
2.394
2.433
Primair proces Laboratoriumkosten
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Specificatie Overige kosten:
De budgetten voor luchtkwaliteitsmetingen/e-Noses vallen onder deze post;
44
De laboratoriumkosten worden doorbelast aan de deelnemers en niet-deelnemers. Deze kosten hebben derhalve een resultaatneutraal effect; Voor milieumetingen worden kosten in rekening gebracht aan de deelnemers en niet-deelnemers. Ook deze kosten hebben derhalve een resultaatneutraal effect.
Bedrijfsvoering De kosten van bedrijfsvoering verantwoorden we afzonderlijk conform het BBV. Hierna volgt een toelichting op de kosten van bedrijfsvoering. Lasten Bedragen x € 1.000
Begroting 2025*
Begroting 2026
7.385
7.932
Reiskosten
177
181
Opleidingskosten
461
518
Overige personeelskosten
804
856
Personeel niet in loondienst
434
125
Totaal personele lasten
9.261
9.612
Afschrijvingen
93
519
Totaal Afschrijvingen
93
519
Huisvesting en facilitaire kosten
1.348
1.369
Automatisering
2.475
2.304
Tractie
41
41
Algemeen beheer
882
613
Bedrijfsvoering Personele lasten Lonen & salarissen
Afschrijvingen
Huisvesting en organisatie
45
Lasten Bedragen x € 1.000
Begroting 2025*
Begroting 2026
4.745
4.328
14.099
14.459
Totaal Huisvesting en organisatiekosten
Totaal lasten Bedrijfsvoering * dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Lonen & salarissen:
Voor de indexering houden we rekening met een toename van 3,8% ten opzichte van de begrote kosten voor lonen & salarissen in de 1e begrotingswijziging 2025; Als gevolg van de Wet DBA/ VBAR wordt in 2025 afscheid genomen van zzp'ers. Hierdoor vindt een verschuiving plaats van de post personeel niet in loondienst naar lonen & salarissen.
Opleidingskosten:
In beginsel bedraagt het budget voor opleidingskosten voor het Primair proces en Bedrijfsvoering gezamenlijk 2% van de kosten lonen & salarissen (€ 763.000). Het totale opleidingsbudget bedraagt € 771.000. Het opleidingsbudget voor Bedrijfsvoering bedraagt in totaal € 518.000, bestaande uit € 419.000 voor het centrale opleidingsbudget, € 91.000 voor de decentrale opleidingsbudgetten van de clusters van Bedrijfsvoering en een bijdrage van € 8.000 voor het gezamelijke opleidingsprogramma vanuit Omgevingsdienst Nederland.
Overige personeelskosten:
Budgetten onder deze noemer betreffen onder andere budgetten voor arbo, werving & selectie, personeelsvereniging, vergader- en verblijfkosten en werkkleding; Indexering van 2,2%; In 2025 vind een eenmalige investering plaats in werkkleding. Vanaf 2026 is een budget opgenomen voor vervanging en extra aanschaf voor nieuwe medewerkers; Om tot een realistische begroting te komen voeren we op het budget van overige personele kosten een budgetreductie door.
Personeel niet in loondienst: Zoals vermeld bij lonen & salarissen wordt als gevolg van de Wet DBA/ VBAR in 2025 afscheid genomen van zzp'ers. In plaats van inhuur van zzp'ers worden eigen medewerkers geworven. Hierdoor vindt een verschuiving plaats van het budget voor personeel niet in loondienst naar het budget voor lonen & salarissen. Afschrijvingen: In 2025 wordt geïnvesteerd in huisvesting, werkkleding en in de aanschaf van hardware (in plaats van (duurdere) lease). Hierdoor nemen de jaarlijkse afschrijvingen toe. 46
Huisvesting en facilitaire kosten:
Indexering van 2,2%.
Automatisering:
De daling van het budget voor automatisering ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025 is het gevolg van investeringen in hardware. Hiertegenover staat een stijging van de afschrijvingslast; Op het budget voor licenties pasten we een indexering van 5% toe.
Algemeen beheer:
Er heeft ten opzichte van 1e begrotingswijziging 2025 een budgetreductie van € 276.000 op advieskosten plaatsgevonden. In 2025 worden er incidenteel extra advieskosten verwacht voor de begeleiding van de organisatie in de omzetting naar Microsoft 365 en de advisering rondom de inrichting van Rx. Mission. Daarnaast worden in 2025 extra advieskosten verwacht voor installatietechnisch onderzoek en contractonderhandelingen voor de investering in huisvesting. Tenslotte is in 2025 een budget voor advies in het kader van functieonderhoud opgenomen.
De overige kosten van bedrijfsvoering zijn geïndexeerd met 2,2% (reiskosten en tractie).
Overige lasten Hierna volgt een toelichting op de overige lasten. Overige lasten Bedragen x € 1.000
Begroting 2025*
Begroting 2026
-
-
150
150
Vennootschapsbelasting
5
5
Totaal Overige lasten
155
155
Overige lasten Diverse lasten Onvoorzien
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Onvoorzien Voor de verplichte post ‘Onvoorzien’ is vanuit het Dagelijks Bestuur in de begroting een bedrag opgenomen van € 150.000. Dit bedrag is ongewijzigd ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025 en wordt toereikend geacht.
47
Declarabiliteit De basis voor het werkaanbod 2026 wordt gevormd door:
de met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2025; de MWB-norm 2026; de Specifieke uitkering extra ondersteuning toezicht en handhaving energiebesparingsplicht; een inschatting van de baten in Programmadeel 4: Buiten werkprogramma.
In totaliteit bedraagt het werkaanbod maximaal 389.000 declarabele uren. In de begroting houden we rekening met een formatie van 362 fte eigen medewerkers, waarvan 292 fte in het primaire proces. Rekening houdend met een declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte, is ca. 378.000 uur beschikbaar aan declarabele uren. De declarabiliteitsnorm van 1.295 uur per fte kent de volgende opzet: Bruto-netto-berekening Beschikbare uren
Totaal uren 1.879
Verlof en feestdagen
288
Verzuim
113
Niet-declarabele uren (o.a. overleg, opleiding, kwaliteitsmanagement, uren key users, OR/BHV)
183
Totaal declarabele uren
1.295
Het verschil tussen zowel werk- als additioneel aanbod en beschikbare urencapaciteit realiseren we met inzet van externe inhuur.
Tarief ontwikkeling De OMWB hanteert in de begroting een gemiddeld, voorcalculatorisch uurtarief voor de geraamde bijdragen van deelnemers. De facturatie (afrekening ten opzichte van de bevoorschotting) vindt plaats tegen de gedifferentieerde nacalculatorische tarieven, gebaseerd op de functionele inschaling van de uitgevoerde werkzaamheden. Het voorcalculatorische gemiddelde tarief voor 2026 stijgt met 2,61% ten opzichte van het tarief voor 2025. Uitgangspunt voor de tariefbepaling 2026 is het tarief van € 116,75, zoals vastgesteld in de 1e begrotingswijziging 2025. We pasten het tarief aan met de indexaties voor 2026, volgens de septembercirculaire 2024 d.d. 17 september 2024 (loon- en prijspeil). Daarnaast kan door verjonging van de organisatie en de aanschaf van ICT apparatuur (in plaats van lease) het tarief naar beneden bijgesteld worden met € 48
1,00. Deze vermindering komt bovenop de daling van het tarief van € 1,15 in 2025. Het gemiddelde, voorcalculatorische, tarief voor 2026 bedraagt afgerond € 119,80 (gemiddeld tarief van de 1e begrotingswijziging 2025 bedraagt € 116,75). Omschrijving
Effect op het tarief
Tarief 2025
Bedrag per uur € 116,75
Indexatie 2026
3,48%
€ 4,06
Kostencorrectie
- € 1,00
- € 1,00
Tarief 2026
2,61%
€ 119,80
In onderstaande tabel staan de functionele, voorcalculatorische tarieven voor het begrotingsjaar 2026, in vergelijking met de 1e begrotingswijziging 2025. Aanpassing van de tarieven heeft plaatsgevonden aan de hand van de tariefwijzigingen uit bovenstaande tabel. Functioneel voorcalculatorische uurtarieven
Begroting 2026 uurtarief
Begroting 2025* uurtarief
MBO
€ 95,30
€ 93,05
HBO
€ 116,20
€ 113,25
Specialisten
€ 137,05
€ 133,40
Milieu
* dit betreft de 1e begrotingswijziging 2025. Tarieven buiten kantoortijd: Als kantoortijden hanteren we de maandagen tot en met de vrijdagen, van 7.00 tot 22.00 uur. Alle overige tijdstippen zijn buiten kantoortijd. We hanteren een opslagpercentage van 30% op de tarieven voor werkzaamheden buiten kantoortijd.
49
Uiteenzetting financiële positie Op grond van het BBV dient een uiteenzetting van de financiële positie van de dienst in de begroting en jaarrekening te staan. Hierna presenteren we zowel de geprognosticeerde balans, als inzicht in verwachte investeringen en gehanteerde afschrijvingstermijnen. Ook geven we het verloop van de reserves weer. Het overzicht per taakveld staat in bijlage 2.
Geprognosticeerde balans In onderstaand overzicht staat de geprognosticeerde begin- en eindbalans, voor zowel het begrotingsjaar als de meerjarenraming. In deze meerjarige geprognosticeerde balans gaan we primair uit van bestaand beleid, aangevuld met verwachte (vervangings)investeringen. Activa Bedragen x € 1.000
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Materiële vaste activa
3.302
2.633
2.009
1.565
Totaal vaste activa
3.302
2.633
2.009
1.565
Vorderingen op openbare lichamen
290
290
290
290
Uitzettingen rijksschatkist
7.655
7.655
7.655
7.655
Uitzettingen met looptijd < 1 jaar
7.945
7.945
7.945
7.945
Liquide middelen (banksaldi)
985
985
985
985
50
Activa Bedragen x € 1.000 Overige en overlopende vlottende activa
TOTAAL ACTIVA
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
3.889
3.974
4.062
4.151
16.121
15.537
15.001
14.646
Passiva Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
2.492
2.492
2.492
2.492
755
723
693
676
Resultaat boekjaar vóór bestemming
-
-
-
-
Eigen vermogen
3.247
3.215
3.185
3.168
Voorzieningen
1.873
1.873
1.873
1.873
Vaste schulden
-
-
-
-
620
620
620
620
Overlopende passiva
10.381
9.829
9.323
8.985
TOTAAL PASSIVA
16.121
15.537
15.001
14.646
Bedragen x € 1.000 Algemene reserve Bestemmingsreserve meetstations
Vlottende schulden < 1 jaar
51
(Vervangings-)investeringen 2026 In 2026 vindt er een investering plaats in hardware van € 189.000. Daarnaast vinden er vervangingsinvesteringen plaats in technische apparatuur. Het uitgangspunt is dat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de Begroting 2026 goedkeuring verleent aan het onderstaande overzicht van (vervangings-)investeringen. Het resterende investeringskrediet van 2024 (in totaal € 671.000) is toegevoegd aan de voorgenomen investeringen in 2025. In de Begroting 2025 was reeds € 2.000.000 opgenomen bij ‘Huisvesting'. In de 1e begrotingswijziging 2025 is extra investeringskrediet aangevraagd voor investeringen in 'Vervanging wagenpark", 'Communicatiemiddelen', 'Automatisering' en 'Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen'. Bij het vaststellen van de begroting 2025 en 1e begrotingswijziging 2025 is toestemming verleend voor deze voorgenomen investeringen. Investeringen Bedragen x € 1.000
2025
2026
2027
2028
2029
Huisvesting
2.135
-
-
-
-
Automatisering
506
189
-
-
-
Communicatiemiddelen
300
-
-
-
-
Wagenpark
270
-
-
-
-
Technische apparatuur
266
75
-
-
-
Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen
80
-
-
-
-
3.558
264
-
-
-
Totaal
Bij vervanging van activa wegen we nut en noodzaak af. Niet altijd kan vervanging plaatsvinden tegen de geraamde aanschafwaarden, wat betekent dat de werkelijke lasten kunnen afwijken van de in de tabel opgenomen bedragen. Substantiële afwijkingen melden we bij de bestuursrapportages. Voor activering van investeringen hanteren we vanaf 2022 een ondergrens van € 1.000 (voorheen € 10.000). Vervangingen of aanschaffingen onder deze grens verantwoorden we in de exploitatie. Met het vaststellen van de begroting stellen we ook de vermelde afschrijvingstermijnen voor investeringen vast. De afschrijvingen vinden - eveneens vanaf 2022 - plaats bij ingebruikname van het actief (was het jaar volgend op activering). Het financiële beleid is overeenkomstig aangepast.
Afschrijvingstermijnen
52
Bij investeringen hanteren we de volgende afschrijvingstermijnen: Tabel met de gehanteerde afschrijvingstermijnen
Jaren
Huisvesting
10
Automatisering
5
Communicatiemiddelen
3
Wagenpark
7
Technische apparatuur
5
Werkkleding en persoonlijke beschermingsmiddelen
3
Staat van reserves Het verwachte verloop van de reserves is als volgt: Staat van reserves 2026 2029 Bedragen x€ 1.000
Algemene Reserve
Reserve Meetstations
Stand per 1-1-2026
2.492
835
-
-80
2.492
755
-
-32
2.492
723
-
-30
2.492
693
Mutatie 2026 Stand per 1-1-2027 Mutatie 2027 Stand per 1-1-2028 Mutatie 2028 Stand per 1-1-2029
53
Staat van reserves 2026 2029 Bedragen x€ 1.000 Mutatie 2029 Stand per 1-1-2030
Algemene Reserve
Reserve Meetstations
-
-17
2.492
676
Algemene reserve De stand van de Algemene Reserve bedraagt per 1-1-2026 € 2.492.000 (voor resultaatbestemming 2024). Reserve Meetstations De stand van de reserve meetstations bedraagt naar verwachting per 1-1-2026 € 835.000. Het saldo van opbrengsten en kosten van de meetstations wordt per jaareinde toegevoegd (bij een positief saldo) of onttrokken (bij een negatief saldo) aan de reserve. Vanaf 2026 neemt het saldo af door de gestegen afschrijvingslast, door de herziene afschrijvingstermijn van technische apparatuur.
54
Bijlagen Bijlage 1. Specificatie bijdrage per deelnemer
Specificatie bijdrage 2026 Gemeente
P1
P2
P3
Totaal
382.850
131.196
49.056
563.102
1.010.632
253.761
88.752
1.353.145
Baarle-Nassau
423.484
114.352
43.175
581.010
Bergen op Zoom
975.951
827.982
64.334
1.868.266
Breda
1.788.545
875.897
150.915
2.815.357
Dongen
426.864
141.297
39.883
608.045
Drimmelen
458.417
298.367
69.814
826.598
Etten-Leur
535.814
113.252
57.700
706.765
Geertruidenberg
411.666
221.406
41.468
674.539
Gilze en Rijen
420.030
162.796
55.898
638.724
Goirle
257.065
92.699
29.314
379.078
Halderberge
563.616
273.978
64.770
902.364
Heusden
528.373
297.915
48.727
875.014
Hilvarenbeek
523.838
213.760
53.647
791.245
Loon op Zand
342.905
195.673
49.854
588.432
Moerdijk
1.420.283
806.367
87.064
2.313.714
Oisterwijk
629.158
352.895
62.981
1.045.035
Oosterhout
910.611
369.432
91.543
1.371.586
Roosendaal
936.195
556.542
101.208
1.593.945
Rucphen
346.086
151.875
43.345
541.306
Steenbergen
505.951
203.738
59.199
768.887
Alphen-Chaam Altena
55
Specificatie bijdrage 2026 Gemeente
P1
P2
P3
Totaal
Tilburg
2.181.693
1.292.836
164.562
3.639.092
Waalwijk
767.555
305.098
65.289
1.137.942
Woensdrecht
328.276
159.312
35.810
523.398
Zundert
639.223
278.297
78.484
996.004
Totaal gemeenten
17.715.080
8.690.722
1.696.791
28.102.593
Provincie
10.092.925
5.250.469
735.670
16.079.064
Totaal bijdrage 2026
27.808.005
13.941.191
2.432.461
44.181.657
Algemene toelichtingen bijlage 1:
De bedragen zijn in beginsel gebaseerd op de bestuurlijk vastgestelde werkprogramma's voor 2025. Deze werkplannen zijn geïndexeerd op basis van het gemiddelde uurtarief 2026; De bedragen voor programma 3 betreffen de bijdragen van de deelnemers inclusief SSIB (in totaliteit € 414.925). De uitvoering van SSIB vindt plaats door de ODBN. De OMWB draagt derhalve deze vaste bijdrage af aan de collegaomgevingsdienst; De definitieve invulling van deze bijdragen per deelnemer vindt plaats aan de hand van de bestuurlijk vast te stellen werkprogramma’s. Bij de 1e begrotingswijziging 2026 wordt dit financieel vertaald.
De bijdrage per deelnemer ziet er meerjarig als volgt uit:
56
Meerjarige bijdrage deelnemers Gemeente
2026
2027
2028
2029
563.102
587.202
608.577
630.729
1.353.145
1.411.060
1.462.422
1.515.655
Baarle-Nassau
581.010
605.878
627.932
650.788
Bergen op Zoom
1.868.266
1.948.228
2.019.143
2.092.640
Breda
2.815.357
2.935.855
3.042.720
3.153.475
Dongen
608.045
634.069
657.149
681.070
Drimmelen
826.598
861.977
893.353
925.871
Etten-Leur
706.765
737.015
763.842
791.646
Geertruidenberg
674.539
703.409
729.013
755.549
Gilze en Rijen
638.724
666.061
690.306
715.433
Goirle
379.078
395.302
409.691
424.604
Halderberge
902.364
940.985
975.237
1.010.736
Heusden
875.014
912.465
945.679
980.102
Hilvarenbeek
791.245
825.110
855.144
886.272
Loon op Zand
588.432
613.617
635.953
659.101
Moerdijk
2.313.714
2.412.741
2.500.565
2.591.585
Oisterwijk
1.045.035
1.089.762
1.129.430
1.170.541
Oosterhout
1.371.586
1.430.290
1.482.353
1.536.311
Roosendaal
1.593.945
1.662.166
1.722.669
1.785.374
Rucphen
541.306
564.474
585.021
606.316
Steenbergen
768.887
801.795
830.980
861.228
Tilburg
3.639.092
3.794.845
3.932.977
4.076.138
Waalwijk
1.137.942
1.186.646
1.229.840
1.274.606
Woensdrecht
523.398
545.799
565.666
586.256
Zundert
996.004
1.038.633
1.076.439
1.115.621
Alphen-Chaam Altena
57
Meerjarige bijdrage deelnemers Gemeente
2026
2027
2028
2029
Totaal gemeenten
28.102.593
29.305.384
30.372.100
31.477.645
Provincie
16.079.064
16.767.248
17.377.575
18.010.119
Totaal bijdrage
44.181.657
46.072.632
47.749.676
49.487.764
Bijlage 2. Overzicht van geraamde baten en lasten per taakveld
Baten en lasten per taakveld (Alle bedragen x € 1000)
Taakvelden
0.
Baten
Lasten
Bestuur en ondersteuning
-
-
0.4
Bedrijfsvoering
-
14.459
0.5
Treasury
450
-
0.8
Overige baten en lasten
-
150
0.9
Vennootschapsbelasting
-
5
0.10
Mutaties reserves
80
-
0.11
Resultaat van de rekening van baten en lasten
-
-
7.
Volksgezondheid en milieu
-
-
7.4
Milieubeheer
46.482
33.103
58
Baten en lasten per taakveld (Alle bedragen x € 1000)
Taakvelden
8.0
Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing
8.3
Wonen en bouwen
Saldo van baten en lasten op taakvelden
Baten
Lasten
-
-
2.628
1.922
49.640
49.640
Bijlage 3. Lijst van veel gebruikte afkortingen en termen binnen de OMWB Lijst van veel gebruikte afkortingen
59
AB =
Algemeen Bestuur
DB =
Dagelijks Bestuur
AO =
Ambtelijk Overleg
MT =
Management Team
ATO =
Afdelingsteam Overleg
MD =
Management Development
SSiB =
Samen Sterk in Brabant
BRZO =
Bedrijf Risico Zware Ongevallen
GR =
Gemeenschappelijke Regeling
Burap =
Bestuursrapportage
Marap =
Maandrapportage
T1 (ect.) =
Termijnrapportages
OD =
Omgevingsdienst
RUD =
Regionale Uitvoeringsdienst
WP =
Werkprogramma
CT =
Collectieve Taken
VTH =
Vergunningverlening Toezicht & Handhaving
VV =
Vergunningverlening
T&H =
Toezicht & Handhaving
P1 =
Wettelijke basistaken
P2 =
Verzoektaken
P3 =
Collectieve Taken
P4 =
Buiten Werkprogramma
BOR =
Besluit Omgevingsrecht
GUK =
Gemeenschappelijk Uitvoeringskader
FAG =
Financiële Adviesgroep
ROK =
Regionaal Operationeelkader
RUN =
Regionaal Uitvoeringsniveau
IOV =
Impuls Omgevingsveiligheid
OW =
Omgevingswet
IPO =
Interprovinciaal provinciaal overleg
BPO =
Brabants Programma Omgevingsveiligheid
3D =
3-Directeuren Overleg
OR =
Ondernemingsraad
GO =
Georganiseerd Overleg
PNB =
Provincie Noord-Brabant
AM =
Accountmanagement
TM =
Teammanagers
TB =
Technisch Beraad
HoO =
Huis op Orde
P&C =
Planning & Control
NIG =
Niet-inrichtinggebonden taken
MWB-norm =
Midden- en West-Brabant Norm
SBK =
Sociaal Beleidskader
VVGB =
Verklaring van geen Bedenkingen
LPF =
Level Playing Field
VTHKA =
Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving, Klachten, Advies
IB =
Inrichtingenbestand
WNT =
Wet Normering Topinkomens
BBV =
Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten
BV =
Bedrijfsvoering
Wgr =
Wet Gemeenschappelijk Regeling
DVO =
Dienstverleningsovereenkomst
ODBN =
Omgevingsdienst Brabant Noord
ODZOB =
Omgevingsdienst Zuid-Oost Brabant
ITV =
Intensieve Veehouderij
60
61
62