CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp-bestemmingsplan Leijoever.pdf

Oordeelsvormend 12 januari 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 3.: Raadsvoorstel Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan Leijoever (Riel)28.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

12

bestemmingsplan "Leijoever" (ontwerp)

bestemmingsplan “Leijoever”

Artikel 5 5.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: c. wegen, straten, pleinen en paden met hoofdzakelijk een verblijfsfunctie; d. speel-, groen- en nutsvoorzieningen; e. evenementen; f. parkeervoorzieningen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer; g. in-, uitritten, voet- en rijwielpaden; h. bermen en bermsloten; i. voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals wadi's en dergelijke), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen. k. straatmeubilair. 5.2 Bouwregels 5.2.1

Algemeen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 5.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van gebouwen en/of bouwwerken ten behoeve van de opslag en/of inrichting van verkoop- of tappunten voor motorbrandstoffen, daaronder begrepen LPG, is niet toegestaan b. ondergronds bouwen is slechts toegestaan onder bebouwd oppervlak tot een verticale diepte van maximaal 5 meter, met uitzondering van ondergrondse voorzieningen voor het inzamelen van afval; c. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; d. de oppervlakte aan nutsvoorzieningen mag niet meer dan 20 m² bedragen. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 5.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen; b. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen; c. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 meter bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen. 5.3 Nadere eisen a.

Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

bestemmingsplan "Leijoever" (ontwerp)

13

bestemmingsplan “Leijoever” 5.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden voor de inrichting van opslag- , tap- of verkooppunten voor motorbrandstoffen of LPG.

14

bestemmingsplan "Leijoever" (ontwerp)

bestemmingsplan “Leijoever”

Artikel 6 6.1

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. tuinen, erven en verhardingen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals bijvoorbeeld wadi's), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. met dien verstande dat: f. de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen mogen tevens worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning en/of bijgebouwen tot een oppervlakte van maximaal 60 m², mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; g. de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen mogen tevens worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning en/of de bijgebouwen, tot een oppervlakte van maximaal 60 m², mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; h. aangebouwde bijgebouwen mogen worden gebruikt voor wonen. 6.2 Bouwregels 6.2.1

Algemeen

Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 6.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. woningen; 2. daarbij behorende bijgebouwen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. buiten het bouwvlak en buiten het gebied ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen geen gebouwen worden gebouwd; c. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, tot een verticale diepte van maximaal 5 meter; d. een bouwperceel mag: 1. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' voor niet meer dan 40% worden bebouwd; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning' voor niet meer dan 80% worden bebouwd. 6.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van het hoofdgebouw, zijnde de woning, gelden naast het bepaalde in lid 6.2.1 de volgende regels: a. als hoofdgebouw zijn uitsluitend toegestaan twee-aaneengebouwde woningen en patiowoningen: 1. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen': twee-aaneengebouwde woningen; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - patiowoning' patiowoningen; b. woningen zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak; c. binnen een bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan zoals ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' staat aangegeven; d. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; e.

ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' mag de goothoogte van woningen niet meer bedragen dan in het bouwvlak is aangegeven; f. ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte van woningen niet meer bedragen dan in het bouwvlak is aangegeven; g. de woning dient met de voorgevel in of op een afstand van niet meer dan 2 meter uit het naar de weg gekeerde deel van de begrenzing van het bouwvlak te worden gebouwd.

bestemmingsplan "Leijoever" (ontwerp)

15

bestemmingsplan “Leijoever” 6.2.3

Bijgebouwen

Voor het bouwen van bijgebouwen gelden naast het bepaalde in lid 6.2.1 de volgende regels: a. bijgebouwen mogen worden gebouwd binnen het bouwvlak en op het gebied ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag bij een bouwperceel kleiner dan 150 m² niet meer bedragen dan 50 m²; c. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag bij een bouwperceel van 150 m² tot 200 m² niet meer bedragen dan 60 m²; d. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag bij een bouwperceel van 200 m² tot 250 m² niet meer bedragen dan 68 m²; e. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mag bij een bouwperceel van 250 m² tot 500 m² niet meer bedragen dan 75 m²; f. de goothoogte van bijgebouwen mag maximaal 3,65 meter bedragen; g. de bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5 meter bedragen dan wel, indien de bouwhoogte van het hoofdgebouw lager is dan 5 meter, maximaal de bouwhoogte van het hoofdgebouw. 6.2.4 Carports Voor het bouwen van een carport gelden naast het bepaalde in lid 6.2.1 de volgende regels: a. de oppervlakte van een carport mag niet meer dan 30 m² bedragen; b.

de carport dient minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning te worden gebouwd; c. carports moeten grotendeels worden opgericht naast de zijgevel van de woning; d. op een bouwperceel mag maximaal één carport worden opgericht; e. de bouwhoogte van een carport mag niet meer dan 3,25 meter bedragen. 6.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 6.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van antenne- en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen. 6.2.6 Voorwaardelijke verplichting ecologische verbindingszone Binnen 2 jaar na het tijdstip van het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het bouwen dienen de gronden met de bestemming 'Natuur' te zijn ingericht als ecologische verbindingszone, in overeenstemming met het landschappelijk inrichtingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2 bij deze regels, en in stand te worden gehouden. 6.2.7

Voorwaardelijke verplichting sanering

De omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen binnen de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - sanering vereist' wordt niet eerder verleend dan nadat de gronden zijn gesaneerd. 6.3

Nadere eisen

Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van; 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.

16

bestemmingsplan "Leijoever" (ontwerp)

bestemmingsplan “Leijoever” 6.4

Afwijken van de bouwregels

6.4.1

Erf- en terreinafscheidingen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.5, onder a, voor het toestaan van erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 meter vóór de naar de weg gekeerde gevel, mits: a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is uit het oogpunt van een veilige verkeerssituatie. 6.4.2 Bijgebouwen voor de voorgevel Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.3, onder a, voor het toestaan van bijgebouwen voor de voorgevel, mits: a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is vanuit het oogpunt van een verkeersveilige situatie. 6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van vrijstaande en aangebouwde bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte.

bestemmingsplan "Leijoever" (ontwerp)

17

bestemmingsplan “Leijoever”

Artikel 7 7.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 7.2

Bouwregels

a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport van een archeologisch onderzoek over te leggen, waaruit moet blijken dat de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld; b. Het overleggen van het rapport van een archeologisch onderzoek als bedoeld in lid 7.2, onder a, is niet vereist als de archeologische waarde van de betreffende gronden reeds bekend is; c. Indien uit het in lid 7.2, onder a genoemde rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische waarden van de gronden, door het verlenen van de omgevingsvergunning, zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen; 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. d.

Het bepaalde in dit lid is niet van toepassing, indien de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogte 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1

Verbod

Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 7.1 bedoelde gronden het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, over een groter oppervlak dan 100 m², en voor zover sprake is van grondwerkzaamheden, met een diepte groter dan 40 centimeter, uit te voeren; a. het ophogen van de bodem met meer dan 50 centimeter; b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakte-verhardingen; c. het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies; f. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, egaliseren en ontginnen.

18

bestemmingsplan "Leijoever" (ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1153/documents/19017