CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen ontwerp-bestemmingsplan CPO Riel.pdf

Raadsvergadering 24 juni 2025, gemeente GoirleBij agendapunt: 7: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan CPO Riel AANGENOMEN12.027 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In tegenstelling tot de voorgaande genoemde rekenresultaten is hier geen aftrek van artikel 110g Wet geluidhinder toegepast. De gecumuleerde geluidbelasting binnen het plangebied varieert van 40 tot 53 dB op basis van de rekenresultaten. Op basis van de methode Miedema kunnen het woon- en leefklimaat worden geclassificeerd als goed tot redelijk. De minimale geluidgevelwerking bedraagt 20dB. Hierdoor is er sprake van een goed woon- en leefklimaat bij de beoogde woningen. Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan. 26

f.

Samenvatting zienswijze, onderdeel parkeeroverlast. Er is op de locatie al onvoldoende parkeerruimte; Met de komst van de woningen wordt deze overlast nog groter. Een onderzoek naar de parkeerbehoefte is nodig. Dat is niet gebeurd. Verzocht is om een voorwaardelijke verplichting in de planregels vast te leggen dat er voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein komen. Artikel 7.3 van de planregels biedt onvoldoende handvatten om daarin te voorzien. Bovendien ontkracht artikel 7.3.3 van de planregels de garantie om aan voldoende parkeerplaatsen te voorzien. Zeker op het perceel waar aaneengesloten wooneenheden zijn ingetekend, is niet zeker of daar voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Indiener verzoekt de planregels daarop aan te passen. Beoordeling. Voor de beoordeling van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beoordeling van de zienswijze onder nummer 2.1, onder f, van deze nota. Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan.

g. Samenvatting zienswijze, onderdeel bouwaanduiding “bijgebouwen”. Achter indieners perceel hebben de gronden de bouwaanduiding “bijgebouwen”. Voor indiener heeft dit grote gevolgen. Dit betekent dat hij tegen een 5 meter hoge muur aankijk, terwijl hij nu uitzicht over een grasveld heeft. Indiener verzoekt om dit aan te passen en vraagt om een goot- en nokhoogte van 2,65 meter. Beoordeling. Voor de beoordeling van dit onderdeel van de zienswijze wordt verwezen naar de beoordeling van de zienswijze onder nummer 1.4 (Algemeen), van deze nota. Verder wijzen wij er op dat ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan het bouwvlak achter het perceel Maasland 6 aanzienlijk is verkleind en op een verdere afstand van indieners perceel/woning is gelegd en ook is de toegestane maximum goot- en bouwhoogte van 4,5 meter en 9 meter (in het voorontwerp) verlaagd naar 3,5 meter en 8 meter (in het ontwerp).

Afbeelding: links, fragment van verbeelding voorontwerpbestemmingsplan en rechts van het ontwerp.

Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan. 27

h. Samenvatting zienswijze, onderdeel verkeersdruk. Het plan zorgt voor meer verkeersbewegingen. Het bestemmingsplan voorziet onvoldoende in mogelijkheden voor een goede ontsluiting. Het verkeersonderzoek is in zijn geheel niet uitgevoerd. Nu beoogd wordt om de woningen aan het noordelijke deel van het plangebied te ontsluiten aan de Maasland, dient de verkeersstroom goed te worden gereguleerd. Door de huidige breedte van de weg, is het volgens indiener niet mogelijk dat twee auto’s elkaar passeren zonder dat er een gevaarlijke verkeerssituatie ontstaat. De weg is te smal. Indiener verzocht om een onderzoek naar de verkeerssituatie te doen. Dat is niet gebeurd. Beoordeling. Voor een beoordeling van dit deel van de zienswijze wordt verwezen naar hetgeen hierover is gesteld onder 2.1, onder f en g van deze nota. Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan.

i.

Samenvatting zienswijze, onderdeel planschade en alternatieve locaties. Een goede ruimtelijke ordening vraagt of u het nadeel voor omwonenden zo klein mogelijk houdt. Ook daarom vraagt indiener om andere locaties te zoeken waar geen of minder planschade is. Beoordeling. Voor een beoordeling van dit deel van de zienswijze, voor zover betrekking hebbend op planschade, wordt verwezen naar hetgeen hierover is gesteld onder 2.1, onder i, van deze nota. Indiener vraagt om andere locaties te zoeken waar geen of minder planschade is zonder zelf concrete locaties aan te geven. Wij overwegen hierover dat uiteindelijk de raad het bestemmingsplan vaststelt. De raad heeft daarbij beoordelingsvrijheid. Het plangebied, gelegen in de kern Riel, is bij uitstek geschikt voor woningbouw. De raad dient te beslissen omtrent het nu voorliggende ontwerp-bestemmingsplan, zoals daarvoor medewerking is aangevraagd. Indien een plan op zichzelf aanvaardbaar is, kan het bestaan van alternatieven slechts dan tot het onthouden van medewerking leiden, indien op voorhand duidelijk is dat door verwezenlijking van de alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren. Indiener heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat alternatieven bestaan waarmee een dergelijk resultaat kan worden bereikt. Conclusie.

Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan.

28

2.4.

Particulier (nummer 4).

a. Samenvatting zienswijze, onderdeel aantasting dorpskarakter en leefbaarheid komt onder druk te staan. Door realisering van het ontwerp-bestemmingsplan verdwijnt het open en groene karakter en komt er stedelijke bebouwing. Door de voorgenomen grootschalige ontwikkeling moet belangrijk groen wijken en daarmee verdwijnt ook het karakteristieke dorpsbeeld. Hiervoor in de plaats komt een koude en kille stedelijke bebouwing. In de woonvisie van de gemeente wordt de ambitie uitgesproken voor een groene prettige woonomgeving. Als de beoogde bouwactiviteiten plaatsvinden zal deze ambitie niet waargemaakt kunnen worden. Beoordeling. Voor een beoordeling van dit deel van de zienswijze wordt verwezen naar hetgeen hierover is gesteld in paragraaf 1.4 (Algemeen). Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan. b. Samenvatting zienswijze, onderdeel verkeershinder/verkeersveiligheid. Door toename van het aantal bewoners in de wijk zal de verkeersintensiteit toenemen. De wegbreedte van de straten Meijerij en Maasland is zo smal dat auto’s van de rijweg moeten om te passeren. Het parkeren geeft nu al regelmatig problemen en zal hierdoor verslechteren. De bestaande infrastructuur is hierop niet ingericht. Onderzoek naar de verkeerssituatie ontbreekt. Beoordeling.

Voor een beoordeling van dit deel van de zienswijze wordt verwezen naar hetgeen hierover is gesteld onder 2.1, onder f en g, van deze nota. Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan. c. Samenvatting zienswijze, onderdeel aantasting privacy. Realisering van het plan zal leiden tot inkijk, dit is een enorme inbreuk op de privacy. Ter bescherming van de privacy is aanpassing van het plan nodig. Dit kan door de goot- en nokhoogte te verlagen naar 3 meter. Dan is inkijk op het perceel veel minder. Om de overige inkijk te voorkomen is een afschermende groenzone van voldoende hoogte nodig. Indiener vraagt om deze verplichting in de planregels vast te leggen. Beoordeling. Voor een beoordeling van dit deel van de zienswijze wordt verwezen naar hetgeen hierover is gesteld in paragraaf 1.4 (Algemeen). Verder wijzen wij er op dat indiener met projectontwikkelaar overeenstemming heeft bereikt over het plaatsen van een erfafscheiding. Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan.

29

d. Samenvatting zienswijze, onderdeel schaduwhinder. De toegestane 9 meter hoge bouwhoogte dicht op indieners perceel zal leiden tot schaduwhinder. Dit tast het woongenot aan en veroorzaakt schaduw aan indieners tuin. Er dient alsnog een onderzoek naar schaduwhinder worden uitgevoerd. Beoordeling. Voor een beoordeling van dit deel van de zienswijze wordt verwezen naar hetgeen hierover is gesteld onder 2.1, onder c, van deze nota. Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan.

30

2.5.

Adviesbureau, namens particulier (nummer 5). Indiener heeft namens een particulier bij brief van 30 (ontvangen 31) januari 2024 een pro forma zienswijze ingediend. Een pro forma zienswijze is een zienswijze die nog niet is gemotiveerd. Vervolgens is indiener tweemaal ( bij e-mail van 1 april 2025 en 7 mei 2025) in de gelegenheid gesteld om de zienswijze nader te motiveren. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Gelet hierop kan de zienswijze niet worden beoordeeld en wordt deze buiten beschouwing gelaten.

31

2.6.

Stichting (nummer 6)

a. Samenvatting zienswijze, onderdeel beschermde soorten. In paragraaf 5.8. van de plantoelichting en in de bij de plantoelichting behorende bijlagen 4 en 5 wordt vermeld dat het plangebied geschikt is als leefgebied van wettelijk beschermde soorten, met name vleermuizen en marterachtigen. Voor aantasting van leefgebied van dergelijke soorten is een ontheffing vanuit de Wet natuurbescherming (vanaf januari onderdeel van de Omgevingswet) nodig. Aanwezigheid van deze soorten kan van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan, en kan voorwaarden stellen aan de inrichting van het plangebied. Het is dan ook voorbarig om het bestemmingsplan al vast te stellen voordat er nader onderzoek naar deze soorten is uitgevoerd. Indiener verzoekt daarom om te wachten met vaststelling totdat dit onderzoek is uitgevoerd en er duidelijkheid is over ruimtelijke randvoorwaarden vanuit bescherming van deze soorten Beoordeling. Voor een beoordeling van dit deel van de zienswijze wordt verwezen naar hetgeen hierover is gesteld in 2.2, onder e, van deze nota. Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt niet gedeeld en geeft geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerp-bestemmingsplan. b. Samenvatting zienswijze, onderdeel natuurinclusief bouwen. Verzocht wordt om in het bestemmingsplan invulling te geven aan het aspect natuurinclusief bouwen. Beoordeling.

Naar aanleiding van de naar voren gebrachte zienswijze heeft met indiener een gesprek plaatsgevonden. Naar aanleiding van dit gesprek heeft indiener een voorstel gedaan met betrekking tot natuurinclusief bouwen en de inrichting van het groen. De projectontwikkelaar heeft aangegeven de volgende door indiener voorgestelde maatregelen toe te passen in het bestemmingsplan: inbouwkasten voor vleermuizen, inbouwkasten voor vogels, zoveel mogelijk bestaande bomen in de openbare ruimte, oorspronkelijke bodemstructuur zoveel als mogelijk behouden, wadi’s inzaaien met inheemse kruidenmengsels, toepassen autochtoon inheems plantgoed, in het nog op te stellen groenplan zal worden bekeken waar nog meer winst voor biodiversiteit te halen is in de openbare ruimte. Hiermee wordt invulling gegeven aan de door indiener naar voren gebrachte wens tot natuurinclusief bouwen. Conclusie. Dit onderdeel van de zienswijze wordt gedeeld. Aan de wens tot natuurinclusief bouwen wordt invulling gegeven.

32

3.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Ambtshalve wijzigingen hebben voornamelijk tot doel onvolkomenheden te corrigeren. In de kleur groen zijn de wijzigingen ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan weergegeven. 3.1.

Aanpassen begrip “1.14 bestaande situatie (bebouwing en gebruik)”. In artikel 1.14 (bestaande situatie (bebouwing en gebruik), onder b, van de planregels is abusievelijk het woord “legale” niet opgenomen. Dit zal alsnog worden opgenomen. Tekst artikel 1.14, onder b, van de planregels in het ontwerpbestemmingsplan het gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

3.2.

Tekst artikel 1.14, onder b, van de planregels in het vast te stellen bestemmingsplan het legale gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Toevoegen begrip “straatmeubilair” in artikel 1 (Begrippen) van de planregels. In artikel 1 (Begrippen) van de planregels dient het begrip “straatmeubilair” opgenomen te worden omdat dit begrip in de planregels voorkomt. Tekst artikel 1.48 straatmeubilair in het vast te stellen bestemmingsplan 1.48 straatmeubilair: de op of bij een weg behorende bouwwerken zoals, verkeerstekens, wegafbakeningen, bewegwijzeringen verlichting, halteaanduidingen, parkeerregulerende constructies, (ondergrondse) afvalcontainers, brandkranen, informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaarden, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's, staketsel, verzamelplekken afval, en andere hiermee gelijk te stellen bouwwerken. De na het begrip “1.48 straatmeubilair” opgenomen begrippen worden vernummerd

3.3.

Toevoegen aanhef in bestemmingsomschrijving van artikel 5 (Wonen) van de planregels. In artikel 5.1 (Bestemmingsomschrijving van de bestemming Wonen) is abusievelijk de aanhef niet opgenomen. Dit zal alsnog worden opgenomen. Tekst artikel 5.1, aanhef, van de planregels in het ontwerpbestemmingsplan 5.1. Bestemmingsomschrijving a. woningen enz

33

Tekst artikel 5.1, aanhef, van de planregels in het vast te stellen bestemmingsplan 5.1. Bestemmingsomschrijving De voor “Wonen” aangewezen gronden zijn bestemd voor: b. woningen c. enz

3.4.

Aanpassen artikel 5.1, onder c, van de planregels. In artikel 5.1, onder c, van de planregels is aangegeven wat onder waterhuishoudkundige voorzieningen dient te worden verstaan. Dat is niet nodig omdat dit al staat in het begrip “water en waterhuishoudkundige voorzieningen”(opgenomen in artikel 1.54 van de planregels). Tekst artikel 5.1. onder c, van de planregels in het ontwerpbestemmingsplan water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals bijvoorbeeld wadi's), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen;

3.5.

Tekst artikel 5.2.1, onder b, van de planregels in het vast te stellen bestemmingsplan buiten het bouwvlak en buiten het gebied ter plaatse van de aanduiding “bijgebouwen” mogen geen gebouwen worden gebouwd;

Aanpassen artikel 5.2.2, onder a, van de planregels. Dit artikel diende nog ingevuld te worden in verband met bescherming van archeologische waarden. Tekst artikel 5.2.2, onder a, van de planregels in het ontwerpbestemmingsplan Een omgevingsvergunning voor het oprichten van gebouwen conform het bepaalde in 5.1 is uitsluitend toegestaan indien ter plaatse een proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform de vereisten zoals gesteld in het Programma van Eisen, zoals opgenomen in PM bij deze regels.

34

water en waterhuishoudkundige voorzieningen;

Aanpassen artikel 5.2.1, onder b, van de planregels. In artikel 5.2.1, onder b, staat dat gebouwen niet buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd. Dit is niet juist omdat bijgebouwen wel buiten het bouwvlak mogen worden gerealiseerd. Tekst artikel 5.2.1, onder b, van de planregels in het ontwerpbestemmingsplan buiten het bouwvlak mogen geen gebouwen worden gebouwd;

3.6.

Tekst artikel 5.1. onder c, van de planregels in het vast te stellen bestemmingsplan

Tekst artikel 5.2.2, onder a, van de planregels in het vast te stellen bestemmingsplan Een omgevingsvergunning voor het oprichten van gebouwen conform het bepaalde in 5.1 is uitsluitend toegestaan indien ter plaatse een proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform de vereisten zoals gesteld in het rapport “Archeologisch proefsleuvenonderzoek in plangebied CPO Kerkstraat, gemeente Goirle”, van Archol, nummer 864, zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regels.

3.7.

Aanpassen artikel 5.2.4. van de planregels, toegestane hoogte bijgebouwen. Na de inspraakprocedure is onderzocht of kan worden volstaan met een lagere bouwhoogte voor de bijgebouwen. Dit blijkt het geval te zijn waardoor de bouwhoogte voor bijgebouwen is verlaagd. In het ontwerp-bestemmingsplan was in artikel 5.2.4 (Bijgebouwen) onder j en k, van de planregels bepaald dat de goot- respectievelijk bouwhoogte van bijgebouwen maximaal 3.65 meter respectievelijk 5 meter mocht bedragen. Dit zal worden aangepast. In het vast te stellen bestemmingsplan wordt in artikel 5.2.4 (Bijgebouwen) onder j, van de planregels opgenomen dat de bouwhoogte van bijgebouwen maximaal 3.25 meter mag bedragen, behoudens ter plaatse van de aanduiding “bouwhoogte” waar een maximale goothoogte geldt van 3.65 meter en een maximale bouwhoogte van 5 meter. Artikel 5.2.4 (Bijgebouwen) onder k, van de planregels vervalt. Tekst artikel 5.2.4, onder j en k, van de Tekst artikel 5.2.4, onder j, van de planregels planregels in het ontwerpin het vast te stellen bestemmingsplan bestemmingsplan j. de goothoogte van bijgebouwen j. de bouwhoogte van bijgebouwen mag mag maximaal 3,65 meter maximaal 3,25 meter bedragen, bedragen; behoudens ter plaatse van de k. de bouwhoogte van bijgebouwen aanduiding “bouwhoogte” waar een mag maximaal 5 meter bedragen.

maximale goothoogte geldt van 3.65 meter en een maximale bouwhoogte van 5 meter bedragen. k. vervalt Deze aanpassing heeft ook gevolgen voor de verbeelding. Op grond van het vorenstaande is binnen het hieronder gearceerd weergegeven gebied voor bijgebouwen een bouwhoogte van maximaal 3.25 meter toegestaan.

35

3.8.

Toevoegen regel over realiseren parkeerplaatsen in openbaar gebied in artikel 7 van de planregels. Om de realisering van parkeerplaatsen te garanderen wordt hierover een planregel opgenomen. Tekst in het ontwerp-bestemmingsplan Niets opgenomen

3.9.

Toevoegen regel ter bescherming van de bodemgesteldheid in artikel 8 van de planregels. De bodemkwaliteit van het plangebied vormt geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling en nieuwbouw van woningen. Op de locatie Kerkstraat 26a staat echter nog bebouwing. Nadat de oude bebouwing is gesloopt moet aangetoond worden dat geen vermenging van sloopmateriaal heeft plaatsgevonden met de ondergrond. Daarom wordt in de planregels een regel opgenomen die verplicht tot nader bodemonderzoek. De betreffende locatie wordt op de verbeelding van het vast te stellen bestemmingsplan weergegeven met de aanduiding “overige zone-bodemonderzoek”. Tekst in het ontwerp-bestemmingsplan Niets opgenomen

36

Tekst artikel 7.3.4 van de planregels in het vast te stellen bestemmingsplan Algemene parkeerplaatsen In aanvulling op het bepaalde in lid 7.3.1 moeten in het openbaar gebied minimaal 54 (bezoekers) parkeerplaatsen voor algemeen gebruik gerealiseerd en duurzaam in stand gehouden worden.

Tekst artikel 8.2 van de planregels in het vast te stellen bestemmingsplan Voorwaardelijke verplichting a. het gebruik van de gronden voor Groen, VerkeerVerblijfsgebied dan wel Wonen, het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden op deze gronden, alsmede het gebruik van deze gronden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zonebodemonderzoek’ is niet eerder toegestaan dan nadat gebleken is dat de grond geschikt is voor de functie Groen, VerkeerVerblijfsgebied dan wel Wonen. b. Dat kan worden aangetoond middels het uitvoeren van bodemonderzoek conform NEN 5740 / NEN 5707 naar de bovengrond (tot 1,0 m-mv) of door het aantonen dat de sloop plaatsvindt door een gecertificeerd bedrijf en het nemen van foto’s van het maaiveldtijdens en na de sloop. c. Deze aanvullende gegevens moeten ter goedkeuring voorgelegd worden aan het bevoegd gezag.

Deze aanpassing heeft ook gevolgen voor de verbeelding. Op de verbeelding van het vast te stellen bestemmingsplan zal ter plaatse van Kerkstraat 26a de aanduiding “overige zone-bodemonderzoek” worden weergegeven, zoals op onderstaande afbeelding is weergegeven.

Afbeelding: op de verbeelding op te nemen aanduiding “overige zone-bodemonderzoek”

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1842/documents/29717