CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Notitie Evaluatie Omgevingsvisie Goirle 2021.pdf

Commissie Fysiek 26 augustus 2025, gemeente GoirleBij agendapunt: 5: Raadsvoorstel Evaluatie Omgevingsvisie6.990 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Omgevingsvisie Goirle 2021

KUIPERCOMPAGNONS

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................................... 1 1. Inleiding: aanleiding evaluatie ........................................................................................................................ 2 Leeswijzer ....................................................................................................................................................... 2 2. Opbouw en structuur van de omgevingsvisie................................................................................................. 4 Opbouw huidige omgevingsvisie .................................................................................................................... 4 Bruikbaarheid ................................................................................................................................................. 5 3. Noodzakelijke instrumentele wijzigingen ....................................................................................................... 6 Bestaand gemeentelijk beleid ........................................................................................................................

6 Verplichte omgevingsprogramma’s ................................................................................................................ 6 PlanMER.......................................................................................................................................................... 7 Grondbeleid en kostenverhaal ....................................................................................................................... 8 Digitale toegankelijkheid ................................................................................................................................ 8 Evaluatie en actualisatie ................................................................................................................................. 9 4. Versterken beleidscyclus: evaluatie met gebruikers .................................................................................... 10 Omgevingsprogramma’s en de beleidscyclus ............................................................................................... 10 Toetsing van initiatieven............................................................................................................................... 11 Gebiedsindeling ............................................................................................................................................

12 Geo-informatie ............................................................................................................................................. 14 Participatie .................................................................................................................................................... 14 5. Beleidsontwikkelingen .................................................................................................................................. 16 Globale ontwikkelingen sinds 2021 .............................................................................................................. 16 Beleidsinventarisatie .................................................................................................................................... 18 Beleid in ontwikkeling ................................................................................................................................... 21 Bijlage I: Overzicht beleidsstukken ....................................................................................................................... 24

1. Inleiding: aanleiding evaluatie De huidige omgevingsvisie Goirle is vastgesteld in 2021, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In deze ‘1.0-versie’ van de omgevingsvisie is bepaald dat voor de visie een actualiseringscyclus van twee jaar geldt. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is een nieuw stelsel van regels en instrumenten voor de fysieke leefomgeving van kracht geworden. Dit houdt onder andere in dat gemeenten per 1 januari 2027 moeten beschikken over een omgevingsvisie die voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Daarnaast zijn er landelijke trends, zoals de energietransitie en de stikstofproblematiek. Ook hebben in de gemeente nieuwe gebieds- en beleidsontwikkelingen plaatsgevonden. Bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw, energie en mobiliteit. Deze vragen om een herijking van bestaande ambities of een nadere uitwerking op strategisch niveau. In deze notitie worden de uitgangspunten en aandachtspunten voor een eventuele actualisatie benoemd. De evaluatie richt zich op de inhoud en werking van de bestaande omgevingsvisie in het licht van de eisen en mogelijkheden van de Omgevingswet. Met de komst van de Omgevingswet hebben gemeenten geheel nieuwe planologische instrumenten tot hun beschikking. Het is een zeer ingrijpende stelstelverandering.

De invoering van de Omgevingswet betekent voor veel gemeenten een fundamentele heroriëntatie op de beleidscyclus; de manier waarop zij beleid maken, uitvoeren en evalueren. De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 betekent niet dat de intentie van de wet al volledig gerealiseerd is: dit is een iteratief proces dat zich de komende jaren stukje bij beetje zal voltrekken. De aanstaande actualisatie van de visie biedt de kans om als onderdeel van dit proces de 1.0 -versie verder te ontwikkelen naar een nog beter passend sturingsinstrument. De actualisatie draagt bij aan een de implementatie van de Omgevingswet in Goirle. Evaluatie van de huidige visie biedt de ruimte om die actualisatie zorgvuldig en transparant voor te bereiden. Leeswijzer De opbouw van deze notitie is als volgt. Eerst zetten we de opbouw van de bestaande omgevingsvisie uiteen. In de paragrafen daarna komen achtereenvolgens de noodzakelijke instrumentele wijzigingen, de beleidscyclus en de actuele beleidsontwikkelingen aan b od. Per onderdeel beoordelen we daarbij op welke manier we de noodzakelijke aspecten een vervolg geven in de actualisatiefase. • •

Paragraaf 2 beschrijft de algemene opbouw van de omgevingsvisie. In paragraaf 3 zijn de noodzakelijke instrumentele wijzigingen onder de Omgevingswet geanalyseerd. Dit zijn zaken die sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 wettelijk verplicht zijn, maar waar de 1.0-visie uit 2021 nog niet aan voldoet. Daarbij komt allereerst de omgang met sectoraal beleid aan bod: de borging van verplichte beleidsthema’s zoals milieu, verkeer en natuur, en de inzet en positionering van omgevingsprogramma’s. Vervolgens bespreken we de beoordeling van milieueffecten in een

• •

mogelijk planMER en de borging van grondbeleid dat aanvullende mogelijkheden biedt voor kostenverhaal en het borgen van eventuele voorkeursrechten. Ten slotte evalueren we de digitale structuur van de visie, en de opzet van monitoring en evaluatie. In paragraaf 4 is beschreven hoe de visie gebruikt is bij de toetsing van initiatieven, de relatie met omgevingsprogramma’s en de ontsluiting op het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Ten slotte wordt in paragraaf 5 ingegaan op de beleidsmatige veranderingen en ontwikkelingen die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving van Goirle.

2. Opbouw en structuur van de omgevingsvisie Opbouw huidige omgevingsvisie De huidige omgevingsvisie is ingedeeld in negen deelgebieden, en kent daarbinnen een opbouw via lagen die de afweging tussen ontwikkelingsruimte en te beschermen kwaliteiten inzichtelijk maken. In de kwaliteitslaag worden per gebied eerst de te beschermen cultuurhistorische en ecologische elementen inzichtelijk gemaakt. De netwerklaag voegt daar infrastructurele verbindingen aan toe, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit en energie. In de gebruikslaag wordt vervolgens beschreven aan welke ruimtelijke ontwikkelingen en activiteiten , ruimte geboden wordt in een deelgebied. Tot slot beschrijft de milieulaag de kaders voor de milieukwaliteiten van de leefomgeving. Deze vier lagen gezamenlijk bouwen per deelgebied een veelzijdig beeld op van de kaders en mogelijkheden bij ruimtelijke ontwikkelingen. In de praktijk blijkt deze structuur herkenbaar en werkbaar.

Figuur 1: De vier lagen uit de omgevingsvisie 2021.

In de omgevingsvisie wordt de identiteit van Goirle gekenmerkt door de kernwaarden ‘doenerig dorp’, ‘prachtlandschap van de toekomst’ en ‘goed toeven’. Deze waarden zijn niet gewijzigd. Er is dan ook geen noodzaak tot een integrale herziening van deze structuur. Hoewel de opbouw in basis ongewijzigd kan blijven, zijn wijzigingen op inhoud wel nodig.

Bruikbaarheid De omgevingsvisie is bedoeld als sturingsinstrument. De ervaring tot dusver is, dat gestelde kaders in de huidige omgevingsvisie voldoende houvast bieden voor het maken van beargumenteerde keuzes bij ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn sinds de inwerkingtr eding slechts drie ervaringen waarbij extra richting van de raad nodig was. Dit betrof woningbouw in het buitengebied 1, het verlenen van tijdelijke voorzieningen 2 en evenementenvergunningen 3. De lage frequentie hiervan geeft aan dat deze eerste versie van de visie in zijn opbouw een goed werkbaar kader biedt voor aanvullende beleidsontwikkeling en vergunningverlening in de fysieke leefomgeving. Bij de actualisatie wordt voor de drie genoemde situaties een passende oplossing gevonden. Voor bijvoorbeeld vergunningen bij evenementen kan een kleine aanpassing in de tekst over het evenementenbeleid het vergunningentraject efficiënter maken.

1 Raadsvoorstel Nieuwbouw ruimte-voor-ruimtewoning hoek Koestraat-Looienhoek Riel, juli 2022

2 Raadsvoorstel Poppelseweg 1, mei 2025

3 Raadsvoorstel Bindend adviesrecht evenementen in 2025, mei 2025

3. Noodzakelijke instrumentele wijzigingen Vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 hebben we in Goirle een omgevingsvisie vastgesteld. Sinds de vaststelling van de 1.0 -versie zijn er echter aanvullingen vereist aan de uitwerking van omgevingsvisies. De Omgevingswet vereist dat gemeenten per 1 januari 2027 een omgevingsvisie hebben die voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Dat betekent dat er een aantal aspecten in de huidige visie is die voor deze datum geactualiseerd moet worden. Dit zullen we in deze paragraaf een voor een behandelen. Bestaand gemeentelijk beleid De Omgevingswet vereist ten eerste dat gemeenten in hun omgevingsvisie strategisch integraal beleid opnemen voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat volgens de Omgevingswet in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur en erfgoed4. Strategisch beleid met een wettelijke grondslag in het oude omgevingsrecht moet daarbij in ieder geval een plek krijgen in de omgevingsvisie. Het gaat hierbij concreet om het oude milieubeleidsplan, het gemeentelijk verkeers - en vervoersplan (GVVP), het gemeentelijk rioleringsplan (GRP), natuurbeleid en de gebiedsdekkende structuurvisie 5.

In de huidige visie zijn deze sectorale thema’s inhoudelijk herkenbaar via de milieulaag, netwerklaag en de gebruikslaag in de gebiedsuitwerkingen. De omgevingsvisie als geheel doet dienst als vervanger van de structuurvisie. Aan de verplichte integratie van beleidsthema’s onder de Omgevingswet is daarmee al voldaan. Verplichte omgevingsprogramma’s De Omgevingswet verplicht gemeenten daarnaast om bij bepaalde beleidsopgaven omgevingsprogramma’s op te stellen 6. In de basis is een programma een verzameling van tijdelijke inspanningen (projecten, routines en improvisaties) om meerdere, unieke doelen te bereiken die zonder deze coördinatie niet gerealiseerd kunnen worden. P rogramma’s werken daarmee de strategische ambities uit de omgevingsvisie uit in concrete uitvoeringsmaatregelen . De Omgevingswet kent geen voor alle gemeenten verplichte programma’s. Wel zijn gemeenten per 1 januari 2026 onder de onder de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) verplicht tot het opstellen van een volkshuisvestingsprogramma, en onder de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) tot het opstellen van een Warmteprogramma. Daarnaast

4 Omgevingswet, Artikel 1.2 (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037885/2024-01-01)

5 Bestaand gemeentelijk beleid onder de Omgevingswet, Informatiepunt Leefomgeving

(https://iplo.nl/regelgeving/instrumenten/omgevingsvisie/bestaand-gemeentelijk-beleid/) 6 Artikel 3.5 van de Omgevingswet: Een programma bevat, mede voor de uitoefening van de taken en bevoegdheden, bedoeld in artikel 2.1,

eerste lid, voor een of meer onderdelen van de fysieke leefomgeving: a. een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan; b. maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.

benoemt de Omgevingswet een aantal onverplichte programma’s, waaronder een rioleringsprogramma. Ook een programma als opvolger van het voormalige gemeentelijk verkeers- en vervoersplan (GVVP) ligt voor de hand. In de omgevingsvisie 1.0 zijn vier vrijwillige programma’s benoemd: het Programma Water en Riolering, het Programma Groen, het Programma Mobiliteit en het Woningbouwprogramma . Deze zijn alle vier uitgewerkt en vastgesteld door de raad. Daarmee wordt aan de verplichting tot het opstellen van een volkshuisvestingsprogramma voldaan. Een warmteprogramma is momenteel in ontwikkeling. Daarnaast is de gemeente verplicht om een programma in te stellen bij een dreigende overschrijding van een omgevingswaarde. Omgevingswaarden zijn normen voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving op het gebied van bijvoorbeeld luchtkwaliteit, geluid of waterveiligheid die gemeenten kunnen vaststellen op grond van de Omgevingswet. In de huidige omgevingsvisie zijn geen omgevingswaarden gesteld. Er zijn daarmee geen verdere verplichte programma’s die uitgewerkt dienen te worden. Het in de omgevingsvisie genoemde Programma Duurzaamheid is niet uitgewerkt. Daarnaast wordt geconstateer d dat de programma’s die zijn gemaakt momenteel nog een substantieel aantal visievormende elementen bevatten. Daarmee voldoen ze nog niet helemaal aan de bedoelingen van de Omgevingswet.

In de actualisatie zullen we een voorzet doen voor een ontwikkelslag aan dit aspect. Ook zullen we bekijken of er behoefte is aan nieuwe beleids- of gebiedsprogramma’s. In paragraaf 3 gaan we hier verder op in. PlanMER Met het planMER worden de milieugevolgen van de omgevingsvisie systematisch in beeld gebracht. Er wordt aandacht besteed aan de gevolgen, mogelijke alternatieven en mogelijke maatregelen om negatieve effecten te voorkomen of te verzachten. Als nabij een Na tura2000 gebied kaders voor significante ontwikkelingen worden gesteld in een visie, is ook een zogenaamde Passend Beoordeling verplicht. In de Passend Beoordeling wordt onderzocht wat het effect is van de voorgenomen ontwikkeling is op de natuur. Een beoo rdeling van de milieueffecten (planMER) voor de omgevingsvisie is verplicht. In de omgevingsvisie 1.0 is gekozen om deze beoordeling uit te stellen naar de eerste actualisatie. Een planMER is kostbaar in tijd en geld. Daarbovenop komt dat een planMER enkel een onderzoek is naar het milieueffect; het lost geen problemen op. Zolang er op nationaal en provinciaalniveau niveau nog geen werkbare stikstofstrategie is, zal een planMER e en zeer voorspelbare uitkomst geven: dat de stikstofdepositie in de gemeente te hoog is om ruimte te bieden aan significante ontwikkelingen. Dit is een bekend gegeven. Er is geen planMER nodig om dit vast te stellen.

Tenslotte wordt momenteel hard gewerkt aan diverse trajecten, zoals een gebiedsvisie voor Riel, Energiehub de Baars en herijking van de REKS. De wijzigingen die die plannen met zich meebrengen zijn significant en zullen vragen om een planMER -traject. In de

context van deze omstandigheden, is het realiseren van een separate planMER voor de te actualiseren omgevingsvisie, op dit moment, van beperkte aanvullende waarde. In de omgevingsvisie 1.0 is gesteld dat we bij de eerstvolgende actualisatie een planMER zouden opstellen. Met het huidige inzicht, is het de vraag, of dit kostbare traject op dit moment handig en zinnig is. Bij de actualisatie van de visie zal die afweging gemaakt moeten worden. Grondbeleid en kostenverhaal Bij het realiseren van maatschappelijke opgaven zullen gemeenten investeringen doen waar ook private partijen van profiteren. Onder de voormalige Wet ruimtelijke ordening (Wro) waren gemeenten verplicht om de kosten van publieke voorzieningen te verhalen op initiatiefnemers. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Aanvullingswet grondeigendom blijft die verplichting bestaan, maar wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening houden met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is. Het instrumentarium bestaat uit twee elementen: kostenverhaal en financiële bijdragen. Voor de beide hoofdgroepen geldt dat het zowel privaat - als publiekrechtelijk toegepast kan worden. Het publiekrechtelijk verhalen van afdwingbare financiële bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen is nieuw onder de Omgevingswet.

Het gemeentelijk grondbeleid is vastgelegd in de Nota Grondbeleid (2021). Deze nota beschrijft onder meer het handelen van de gemeente als grondeigenaar, de keuze voor een met name faciliterend grondbeleid en de toepassing van kostenverhaal. In de Nota grondbeleid laat de gemeente wel de optie open per ontwikkeling of opgave te kiezen of zij faciliterend of actief optreedt. Hiermee blijft zij flexibel in haar rol en inzet van instrumenten. De Nota Grondbeleid wordt momenteel geactualiseerd. De Omgevingswet stelt geen nieuwe inhoudelijke eisen aan het gemeentelijk grondbeleid, maar vraagt wel om een goede afstemming tussen de omgevingsvisie en de inzet van bijbehorende instrumenten, zoals kostenverhaal, gronduitgifte en het gemeentelijk voorkeursrecht (Wvg). In de huidige Omgevingsvisie is in hoofdstuk 5 een paragraaf gewijd aan het grondbeleid en kostenverhaal. In de actualisatie van de omgevingsvisie wordt de relatie met het grondbeleid waar nodig aangescherpt, en onderzoeken we in hoeverre deze integratie aangepast moet worden aan de geactualiseerde Nota Grondbeleid. Digitale toegankelijkheid De Omgevingswet gaat uit van een digitale en toegankelijke benadering van het omgevingsbeleid. Dit betekent dat de omgevingsvisie digitaal ontsloten moet zijn in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Enkel een pdf-bestand of een webviewer volstaat niet.

De huidige omgevingsvisie is voornamelijk gepubliceerd als statisch pdf-document op de gemeentelijke website. Hier is destijds bewust voor gekozen, omdat de huidige DSO-standaarden in 2021 nog niet beschikbaar waren. Het DSO gaat echter uit van een omgevingsvisie als juridisch geldig

document, met een heel eigen opbouw en bepaalde standaarden aan tekstuele uitwerkingen en illustraties. In de actualisatie van de omgevingsvisie besteden we aandacht aan een op het DSO afgestemde opbouw van het document. Daarnaast werken we aan een meer gebruiksvriendelijke digitale presentatie, waarbij de visie aanvullend aan de wettelijke publicatie in het DSO ook toegankelijk wordt gemaakt via een webomgeving of viewer. Deze wordt afgestemd op de eisen van de Wet digitale toegankelijkheid (WCAG) en de werkwijze van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Evaluatie en actualisatie De omgevingsvisie is een levend document. In de wereld en de gemeente doen zich continu nieuwe ontwikkelingen, opgaven en ambities voor, en dit betekent dat we de omgevingsvisie regelmatig zullen moeten herijken. In de versie 1.0 hebben we vastgelegd de om gevingsvisie iedere twee jaar te actualiseren. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belang van structurele monitoring en actualisatie van de omgevingsvisie toegenomen. De Omgevingswet schrijft monitoring en evaluatie voor als vast onderdeel van de beleidscyclus. De wet schrijft geen specifieke vorm van monitoring voor, maar benadrukt wel het structurele karakter hiervan. Ook benadrukt de Omgevingswet het belang van gemeentelijk inzicht in de werking van het gevoerde beleid voor de fysieke leefomgeving.

De huidige omgevingsvisie gaat uit van de Global Development Goals, en koppelt hieraan als monitoringsinstrument een aantal indicatoren. De visie koppelt deze indicatoren echter niet expliciet aan de eigen ambities. Ook stelt de visie bij deze indicatoren geen omgevingswaarden in zoals bevoegd onder de Omgevingswet. Het uitwerken van dit monitoringssysteem, zoals gesteld in de visie 1.0, is echter niet gebeurd. Lastig daarbij is bovendien dat het niet zonder meer duidelijk zal zijn of gemeten effecten een gevolg zijn van de omgevingsvisie, of van eerder ingezet of extern gevoerd beleid. In de actualisatie zal onderzocht worden hoe een structurele monitoringsstructuur ingebouwd kan worden in de omgevingsvisie. Daarbij zijn verschillende opties mogelijk, zoals het monitoren via de beleidscyclus, via de effectiviteit van de omgevingsprogramma’s, via de gemeentelijke P&Ccyclus of via een combinatie daarvan. We brengen deze opties in beeld en werken een effectieve structuur uit om de monitoring te verankeren in de omgevingsvisie.

4. Versterken beleidscyclus: evaluatie met gebruikers De beleidscyclus en kerninstrumenten van de Omgevingswet bieden de gemeente handvatten om sturing te geven aan zaken die de gemeente in de fysieke leefomgeving wil regelen. Het doel van het versterken van de beleidscyclus is een meer integrale benadering van het beleid in de fysieke leefomgeving te bewerkstelligen. De cyclus bestaat uit vier fasen: beleidsontwikkeling, -doorwerking, -uitvoering en terugkoppeling. Het doorlopen van de fasen van de beleidscyclus biedt overheden de sturingsinstrumenten voor een adaptieve en integrale aanpak van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie bevindt zich in de fase van de beleidsontwikkeling. Verdere uitwerking van de omgevingsvisie gebeurt in omgevingsprogramma’s en/of een omgevingsplan. Vervolgens bieden de resultaten uit de terugkoppeling opnieuw input voor het aanscherpen van de visie. Via de beleidscyclus kan indirect ook invloed uitgeoefend worden op de verschillende instrumenten onder de Omgevingswet. Een goede werking van de cyclus is essentieel voor het tijdig en gericht bijsturen bij opgaven en ambities. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het belang van een samenhangende inzet van de drie kerninstrumenten omgevingsvisie, omgevingsprogramma en omgevingsplan toegenomen.

De omgevingsvisie geeft de strategische koers en ambities aan voor de fysieke leefomgeving, waar omgevingsprogramma’s deze koers en ambities vertalen naar concrete doelen en uitvoeringsafspraken. Het omgevingsplan bevat de juridische regels die nodig zijn om die doelen te realiseren. In de evaluatiegesprekken komt naar voren dat er in de dagelijkse praktijk behoefte bestaat aan een duidelijkere structuur waarin deze instrumenten elkaar versterken. Doordat deze ontbreekt, bestaat momenteel nog het risico op sectorale beleidsnota’s, waarbij de integraliteit achterwege blijft. Dit belet een integrale beleidsontwikkeling in de geest van de Omgevingswet. Gevolg kan zijn dat er op een later moment alsnog overeenstemming gezocht moet worden tussen uiteenlopende sectorale beleidsvisies. In de actualisatie van de omgevingsvisie zorgen we daarom voor een sterkere verankering van de beleidscyclus. De omgevingsvisie is de verplichte basis voor al het op te stellen ruimtelijke beleid. Dit betekent dat het opstellen van louter sectoraal beleid niet langer gewenst is. Sectoraal beleid brengt het risico met zich mee, dat er gemakkelijker tegenstrijdigheden tussen beleidsnota’s kunnen ontstaan. De hoofdlijnen hiervan zullen integraal gewogen worden in de omgevingsvisie, zodat beleid samenhangend opgesteld wordt.

De evaluatie- en actualisatiemomenten in de beleidscyclus onder de omgevingswet vormen daarbij het natuurlijke moment om gewenste beleidsmatige wijzigingen te verankeren. Omgevingsprogramma’s en de beleidscyclus Een sterkere verankering van de beleidscyclus betekent ook een grotere rol voor omgevingsprogramma’s bij het opstellen van beleid, uitvoeringsagenda’s en regels voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsprogramma is het instrument binnen de beleidscyclus

waarmee de strategische koers en ambities uit de omgevingsvisie vertaald worden in concrete maatregelen en projecten. Omgevingsprogramma’s zijn vormvrij en kunnen thematisch, gebiedsgericht of opgavegericht opgesteld worden. De bevoegdheid tot het vaststellen van programma’s ligt bij het college, aangezien er in omgevingsprogramma’s enkel sprake is van het vertalen van de in de omgevingsvisie vastgestelde beleidslijnen. In programma’s wordt geen nieuw kaderstellend beleid voorgesteld. De raad kan derhalve v ia de strategische kaders in de omgevingsvisie en de juridische regels in het omgevingsplan richting geven aan de inhoud en prioritering van omgevingsprogramma’s. Om de werkbaarheid van de beleidscyclus te versterken, willen we de omgang met programma’s sterker borgen bij de actualisatie van de omgevingsvisie. Gebaseerd op de strategische beleidsprioriteiten in de omgevingsvisie doen we daarbij een voorzet voor het aantal en de reikwijdte van op te stellen omgevingsprogramma’s. Daarnaast definiëren we de gewenste structuur, het detailniveau, de monitoringsstructuur en de onderlinge samenhang van de programma’s in de geactualiseerde omgevingsvisie.

We kiezen er in ieder geval voor om de bestaande programma’s (Programma Water, het Programma Groen, het Programma Mobiliteit en het Woningbouwprogramma) voort te zetten, en aan te vullen met ten minste het Programma Warmte dat momenteel in ontwikkeling is. Deze voorzet zullen we verder uitwerken en in de actualisatiefase voorleggen aan de gemeenteraad. Toetsing van initiatieven Naast het uitzetten van de strategische hoofdlijnen van beleid in de fysieke leefomgeving, dient de omgevingsvisie ook als toetsingskader voor ruimtelijke initiatieven die niet passen binnen het bestaande omgevingsplan. Hiertoe is in de gebiedsgerichte uitwerking van de visie een afwegingskader voor beoogde ontwikkelingen en milieukwaliteiten opgenomen. De gebiedsgerichte en thematische uitwerking van de omgevingsvisie bood overwegend voldoende houvast om tot passende afwegingen te komen. In de evaluatiegesprekken bleek dat er in deze uitwerking behoefte is aan wat meer houvast bij de beoordeling van initiatieven. Het gaat dan met name over begrippen waarvan verschillende functionarissen hebben aangeven dat een duidelijkere definitie of afbakening gewenst is. Daardoor komt het incidenteel voor dat zich een initiatief voordoet waarbij in de bestaande visie te weinig randvoorwaarden zijn gesteld voor een gedegen (juridische) toetsing.

Gedurende de actualisatie zullen we met hen verkennen waar een scherpere definitie of afbakening wenselijk is, bijvoorbeeld door het opnemen van scherpere randvoorwaarden of definities betreffende toegestane functies. Daarnaast leeft de wens om na te gaan hoe gemeentelijke keuzes zich verhouden tot nieuwe beleidskaders en verordeningen van andere overheden, zoals provincie, waterschap of rijk. Overheden zullen bij het opstellen van omgevingsvisies, omgevingsplannen en omgevingsprogramma’s in het kader van de uitvoerbaarheid immers rekening moeten houden met beleid van andere bestuurslagen. In het kader van de actualisatie wordt daarom nagegaan of, waar en hoe de omgevingsvisie moet worden aangepast om in lijn te zijn met bindend beleid van andere overheden.

De visuele ondersteuning bij de afwegingskaders wordt wisselend gewaardeerd. De prioritering van beleidsthema’s per deelgebied wordt geïllustreerd met behulp van het ‘spinnenweb’, waarin de verschillende thema’s in hiërarchische ringen van binnen naar buiten worden geordend. Deze prioritering wordt echter als te abstract ervaren, en het blijkt in het gebruik van de visie verwarrend of de binnenste of buitenste ringen de hoogste prioriteit aangeven. Hierdoor worden de spinnenwebben in de praktijk nauwelijks gebruikt. De ambitiebepaling betreffende de milieukwaliteiten per deelgebied wordt geïllustreerd aan de hand van de ‘schuifjes’. Hoe hoger een schuifje, hoe hoger de gemeentelijke ambitie op de betreffende milieukwaliteit. In de praktijk werken de schuifjes echter verwarrend omdat ze de verwachting wekken dat er een streefnorm is gedefinieerd. Dit is niet zo. Hierdoor worden de schuifjes in de praktijk binnen de beoordelingssystemathiek niet gebruikt.

Figuur 2: Het spinnenweb en de schuifjes bij het deelgebied ‘Bedrijventerrein Tijvoort’.

Zowel het spinnenweb als de schuifjes hebben in het ontwikkelproces van de visie een belangrijke rol gespeeld als middel om keuzes te verkennen en gesprekken te voeren. In de praktijk blijken ze echter niet altijd geschikt als toetsings- of beoordelingscriterium. De betekenis is niet eenduidig en het onderscheid tussen ambities en normen is onvoldoende zichtbaar. De teksten in de visie worden vaker geraadpleegd en blijken beter bruikbaar in de praktijk. Tijdens het actualisatieproces zullen we de toegevoegde waarde van deze figuren nader onderzoeken. Gebiedsindeling De gemeente is in de huidige omgevingsvisie onderverdeeld in negen deelgebieden: drie voor het buitengebied (Oost, Midden, West), drie voor bebouwd gebied (Dorpskern Riel, Centrum Goirle, Woonwijken Goirle), twee bedrijventerreinen (Veertels, Tijvoort) en één ontwikkelingsgebied (de A58-zone). Deze gebiedsindeling kan vereenvoudigd worden. Het versimpelen van de gebiedsindeling betekent dat er minder afzonderlijke beleidslijnen in de visie worden beschreven, wat de doorontwikkeling en uitvoering, in het bij zonder richting omgevingsplan, vereenvoudigt. Daarbij worden de volgende samenvoegingen van deelgebieden voorgesteld.

Figuur 3: De verschillende elementen van de gemeente op kaart in de ‘kwaliteitslaag’.

Een separate A58-zone is niet meer actueel. Veel van de ontwikkelingen die dit gebied kenmerkten zijn inmiddels in gang gezet. Onderzocht kan worden of de gebieden in deze zone deels een plek kunnen krijgen bij het bebouwde gebied, bijvoorbeeld als onderdeel van de Woonwijken. Een deel van het gebied kan geïntegreerd worden in het Buitengebied. Voorgesteld wordt om de huidige driedeling van het buitengebied (Oost, Midden, West) in de actualisatie terug te brengen tot twee gebieden. Door de versteviging van de landbouwtransitie in reactie op de voortschrijdende stikstofproblematiek is het onderscheid in agrarisch gebruik tussen Buitengebied West en Oost niet langer relevant. In de nieuwe gebiedsindeling wordt daarom gewerkt met een primair agrarisch buitengebied en een primair natuurlijk buitengebied in en rondom het Natura 2000 gebied Riels Laag/Regte Heide. Hiermee wordt beter aangesloten op de toekomstige inrichting van het omgevingsplan. Om deze reden wordt ook wordt voorgesteld om de bedrijventerreinen Tijvoort en Veertels samen te voegen tot één deelgebied: ‘Bedrijventerreinen’. Voor alle deelgebieden geldt dat, mocht bij de actualisatie blijken dat dit aan de orde is, verschillen tussen deelgebieden binnen de gebiedscategorieën nader in teksten beschreven kunnen worden.

Geo-informatie Tot slot is gekeken naar het gebruik van geo-informatie en de aansluiting op de digitale standaarden van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Deze standaarden borgen de digitale toegankelijkheid van de omgevingsvisie en zorgen voor een uniforme digitale benadering van de verschillende integrale aspecten van de fysieke leefomgeving tussen de verschillende omgevingsinstrumenten. Omgevingsvisies moeten worden gepubliceerd via de Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen (LVBB). Na publicatie zijn de documenten zichtbaar in het Omgevingsloket van het DSO, onder andere in het onderdeel 'Regels op de kaart'. Omgevingsvisies moeten daarvoor worden opgesteld en gepubliceerd volgens de Standaard Officiële Publicaties (STOP) en het bijbehorende Toepassingsprofiel Omgevingsdocumenten (TPOD). Deze standaarden zorgen voor een uniforme digitale publicatie en uitwisseling van ruimtelijke plannen. Dit omvat onder andere het annoteren van omgevingsdocumenten: het toevoegen van eigenschappen, in dit geval gebiedsafbakeningen, aan juridische regels in omgevingsdocumenten. Dit maakt het mogelijk om de strategische koers uit de omgevingsvisie aan een locatie toe te kennen. De omgevingsvisie 1.0 is recent in beheer genomen in het DSO, en de informatiestandaarden STOP/TOPD worden daarbij steeds beter toegepast.

In de actualisatie ontwikkelen we deze standaarden door. Bovendien zetten we meer in op het gebruik van objectgerichte geodata. De Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) wordt hierbij als leidende bron gehanteerd. Participatie De Omgevingswet stelt dat overheden bij het vaststellen van een omgevingsvisie moeten aangeven of en hoe participatie heeft plaatsgevonden. Het is aan het bestuursorgaan zelf om te bepalen op welke manier zij de participatie vormgeeft. Bij het opstellen van de 1.0-versie van de omgevingsvisie is er tweemaal een ‘Week van de Omgevingsvisie’ georganiseerd. In 2020 zijn er als onderdeel van de eerste week participatiesessies geweest met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ketenpartners en de jeugdraad. Gedurende de herijking van de visie worden de identiteit en kernkwaliteiten van Goirle niet gewijzigd, en ook de structuur blijft overeind. De beleidsontwikkelingen die nieuw geïntegreerd worden, hebben hun eigen participatietrajecten gekend met inwoners. Derhalve ligt het voor de hand om in de actualisatiefase voor inwoners een toetsende participatie in te richten. Ketenpartners en andere overheden zullen een consulterende rol in de herijking krijgen. We willen reeds vroeg in het proces zeker stellen dat de herijkte ambities voldoende in lijn zijn met de beleidsontwikkelingen en beleidswijzigingen van deze partners.

Dat doen we door middel van een werkbijeenkomst en een reviewronde. Voor inwoners en voor ketenpartners organiseren we verder de verplichte terinzagelegging van de ontwerpvisie. We overwegen om gedurende deze periode voor inwoners een aanvullende inloopbijeenkomst te organiseren voor vragen en toelichting.

5. Beleidsontwikkelingen In de periode na vaststelling van de Omgevingsvisie in 2021 hebben zich op verschillende gebieden beleidsmatige veranderingen en ontwikkelingen voorgedaan die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving van Goirle. Ook is in de afgelopen periode beleid vastgesteld of in ontwikkeling genomen, dat van invloed is op de actualisatie van de Omgevingsvisie. Globale ontwikkelingen sinds 2021 Stikstofproblematiek De natuur in het Natura2000-gebied Regte Heide/Riels Laag leidt onder een te hoge stikstofdepositie, waardoor natuurherstel achterblijft. Daardoor zijn de opgaven sinds 2021 rondom stikstof in Goirle en de regio aanzienlijk toegenomen en staan ruimtelijke ontwikkelingen onder druk. Een veelgebruikte methode om stikstofruimte binnen projecten te beheren is intern salderen. Dit houdt in dat een initiatiefnemer de stikstofuitstoot van een nieuwe activiteit compenseert door binnen hetzelfde project of op dezelf de locatie bestaande stikstofemissies te verminderen, zodat de totale depositie op Natura 2000 -gebieden niet toeneemt. Een voorbeeld is het uitkopen van een vervuilend bedrijf. Tot voor kort konden projecten die intern saldeerden zonder extra vergunning doorgaan, zolang de stikstofuitstoot gelijk bleef of daalde.

In december 2024 bepaalde de Raad van State echter dat stikstofruimte die vrijkomt door intern salderen in eerste instantie moet worden ingezet voor natuurherstel. Pas als duidelijk is dat de natuurdoelen daarmee kunnen worden gehaald, kan die ruimte eventueel gebruikt worden voor nieuwe projecten. Dit maakt de vergunningverlening strenger en kan in Goirle leiden tot vertragingen voor plannen in de buurt van natuurgebieden . Woningopgave De woningopgave in Nederland heeft zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een structureel probleem, mede als gevolg van bevolkingsgroei, vergrijzing, veranderende huishoudenssamenstelling en stagnerende nieuwbouw. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot een groeiende vraag naar diverse woningtypen, waaronder betaalbare woningen voor starters en levensloopbestendige woningen voor ouderen. Landelijke beleidsinitiatieven, zoals de Nationale Woonagenda en de Regionale Woondeals, richten zich op het versnellen van woningbouw en het bevorderen van betaalbare huisvesting. Tegelijkertijd wordt er ingezet op binnenstedelijke verdichting om open ruimte te behouden en duurzaam ruimtegebruik te bevorderen. Voor Goirle betekent dit dat de gemeente geconfronteerd wordt met een groeiende vraag naar betaalbare woningen voor diverse doelgroepen, waaronder starters, ouderen en middeninkomens.

De gemeente bevindt zich in de invloedssfeer van de stedelijke regio Tilburg en Breda, (SRBT), waar de vraag naar betaalbare woningen groot is. Ook de noodzaak voor de opvang van asielzoekers en statushouders brengt een ruimtevraag met zich mee. Naast de opgave te voorzien in fysieke woningen, is wonen het eerste onderwerp waar de

verbinding tussen sociaal en fysiek beleid meer integraal wordt uitgediept met woonzorgvisies en de later verplichte volkshuisvestingsprogramma’s. Klimaattransitie In november 2022 is vanuit het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de Kamerbrief Water en Bodem Sturend gepubliceerd. Om de leefomgeving zo goed mogelijk aan te passen aan het veranderende klimaat, zou het water- en bodemsysteem een sturende rol moeten krijgen bij de ruimtelijke ordening. In plaats van de leefomgeving en het water aan te passen aan ons en onze wensen, is het nodig dat we ons ruimtegebruik aanpassen aan de grenzen van bodem en water. Dat houdt onder andere in dat we meer rekening gaan houden met extreem weer en we niet langer bouwen in gebieden die kwetsbaar zijn voor overstroming. Andersom zijn gebieden waar het water- en bodemsysteem als basis wordt genomen, makkelijker klimaatbestendig te maken. In Goirle betekent dit bijvoorbeeld dat er in meer aandacht moet zijn voor zowel de inrichting van het buitengebied, zoals bijvoorbeeld de beekdalen, als de klimaatadaptieve en klimaatrobuuste inrichting van de openbare ruimte binnen het stedelijk gebied, waarin hittestress ook een plaats vindt. Naast de Kamerbrief Water en Bodemsturend is ook de Europese Natuurherstelwet een relevante ontwikkeling voor de omgevingsvisie.

De Europese Natuurherstelwet vereist dat gemeenten actief bijdragen aan het behoud en de uitbreiding van stedelijk groen. Gemeenten dienen hun beleid en plannen hierop aan te passen om te voldoen aan de Europese doelstellingen voor natuurherstel. Energietransitie De afgelopen jaren is gebleken dat het nog niet zo eenvoudig is om alternatieve energie op te wekken. Belemmeringen, bijvoorbeeld op het gebied van de luchtvaart en defensieradar, zijn groter dan eerder ingeschat. Ook is de problematiek van netcongestie in Goirle sterk toegenomen. Dit is in lijn met bredere regionale en landelijke trends. De snelle toename van de elektriciteitsvraag door de uitbreiding van het aantal woningen, de elektrificatie van mobiliteit en de verduurzaming van de gebouwde omgeving en de opkomst van grootschalige zonne- en windprojecten legt een zware druk op het bestaande elektriciteitsnet. Dit beperkt niet alleen de mogelijkheid voor nieuwe aansluitingen van bedrijven, maatschappelijke voorzieningen en woningbouwprojecten, maar ook de teruglevering van duurzaam opgewekte energie. Dit alles belemmert de voortgang van de energietransitie. Netbeheerders werken aan capaciteitsuitbreidingen van het netwerk, en maken daarmee de ruimtevraag nog complexer. In regionaal verband wordt gewerkt aan realisatie van de energiehubs. Recente ontwikkelingen dienen bij de actualisatie een plaats te krijgen.

Mobiliteitstransitie De mobiliteitstransitie is stevig verbonden met de klimaat - en energietransitie. De mobiliteitstransitie richt zich op het verminderen van uitstoot, ruimtebeslag en congestie van en door autogebruik. Door het stimuleren van alternatieve vervoerswijzen als wandelen, fietsen, openbaar vervoer en deelmobiliteit wordt een transitie ingezet naar een duurzamer, efficiënter en gezonder mobiliteitssysteem. Voor Goirle betekent dit bijvoorbeeld dat er wordt ingezet op een vermindering van het verkeer door de dorpscentra, om zo de leefbaarheid en de verkeersveiligheid in deze gebieden te vergroten. Door beter aan te takken op het ‘daily urban system’ rondom Tilburg, kunnen de fiets en het openbaar vervoer een grotere rol krijgen in het mobiliteitsnetwerk in de gemeente. De ruimte die wordt vrijgespeeld door een verminderde noodzaak voor parkeren in de wijken, kan vervolgens ingezet worden voor vergroening, klimaatadaptatie en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van de directe leefomgeving van bewoners. Daarnaast vraagt de mobiliteitstransitie om meer openbare laadpalen om de transitie naar elektrische voertuigen te faciliteren. Beleidsinventarisatie Een volledige lijst van geanalyseerde beleidsstukken kan geraadpleegd worden in bijlage 1.

Hieronder wordt nader ingegaan op een selectie van de belangrijkste aandachtsgebieden bij aanpassing van de omgevingsvisie. Goirle Glanst (Beleidsvisie Sociaal Domein Goirle 2022-2026), 2022 Deze beleidsvisie richt zich op het versterken van de sociale basis, het bevorderen van inclusiviteit en het stimuleren van maatschappelijke participatie. De kern van dit beleid ligt in het vergroten van zelfredzaamheid, het ondersteunen van kwetsbare groepen en het bevorderen van sociale samenhang. De huidige omgevingsvisie benoemt de thema’s inclusiviteit en sociale samenhang, met focus op de leefbaarheid van wijken en het behoud van het dorpse karakter. De huidige visie legt de nadruk op voorzieningen in de kerngebieden en het versterken van sociale ontmoetingsplekken. Ook wordt sociale cohesie als centrale waarde benoemd onder het motto ‘Goed Toeven’ . Het aanwijzen van woonzorglocaties voor de clustering van zorgfuncties en ontmoeting, voorzieningen voor kwetsbare groepen en het ruimtelijke randvoorwaarden bieden voor mantelzorg verdienen echter een sterkere integratie in de omgevingsvisie. Dit hangt ook samen met de door de gemeenteraad vastgestelde Woonzorgvisie.

Regionale Woondeal SRBT 2022-2030, 2023 De Woondeal voor de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) richt zich op het versnellen van de woningbouwopgave in de regio, met een specifieke focus op betaalbare en sociale woningbouw. De kern van dit beleid ligt in het realiseren van ten minste 39.000 nieuwe woningen tot 2030, waarvan tweederde betaalbaar moet zijn. Dat houdt in: 30% sociale huur, 40 % middeldure huur en betaalbare koop. De afspraken omvatten ook maatregelen voor herstructurering,

verduurzaming en flexwoningen, evenals samenwerking met corporaties en marktpartijen om versnelling te realiseren. In de omgevingsvisie is aandacht voor woningbouw en verdichting binnen de bebouwde kom, met als doel het creëren van diverse woonmilieus en het behouden van het dorpse karakter. Ook is in de gebruikslaag ruimte gemaakt voor woningbouwlocaties in het centrumgebied en in woonwijken. De concrete kwantitatieve doelen voor woningbouwlocaties, zoals de 615 nieuwe woningen in Goirle tot 2026 waarvan tweederde betaalbaar, worden echter nog niet benoemd. Ook de te benoemen sleutellocaties voor de versnelling van de woningbouwopgave en de herstructurering van naoorlogse wijken kunnen explicieter verwerkt worden in de visie. Ontwikkelstrategie SRBT, 2023 De Ontwikkelstrategie SRBT is het toekomstperspectief voor de stedelijke regio Breda -Tilburg tot 2040. De kern van dit beleid ligt in het versterken van de bestaande economische clusters, het bevorderen van de mobiliteitstransitie en het verduurzamen van de woon - en werkomgeving. Daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan de koppeling tussen woningbouw, bereikbaarheid en klimaatadaptatie, evenals aan de opwaardering van dorpskernen binnen het regionale daily urban system.

Duurzame ontwikkeling en economische versterking met focus op het behoud van de dorpsidentiteit en het versterken van lokale bedrijvigheid worden al benoemd in de omgevingsvisie. De Ontwikkelstrategie SRBT vergt echter een sterkere verankering in de omgevingsvisie van de regionale mobiliteitstransitie, met name de opwaardering van OV-routes en de verbinding met regionale snelfietsroutes en multimodale knooppunten. Ook het expliciet verbinden van dorpsvernieuwing aan het doorontwikkelen van het ‘daily urban system’ verdient hierbij een plek. Eindrapportage Verplaatsen sportparken, 2023 De verkenning naar de verplaatsing van de sportparken Van den Wildenberg en De Krim heeft geleid tot de conclusie dat volledige of gedeeltelijke verplaatsing naar het Riels Kwadrant ruimtelijk en stikstoftechnisch niet haalbaar is. Hierdoor is besloten de sportparken op hun huidige locaties te behouden. Dit betekent dat de ambitie tot verplaatsing, zoals opgenomen in de omgevingsvisie 1.0, komt te vervallen. In plaats daarvan worden kaders geboden voor de instandhouding van de bestaande sportlocaties, en onderzoeken we welke alternatieve perspectieven zonder sportvoorzieningen we kunnen hanteren voor het Riels Kwadrant.

GGA Visie Regte Heide & Riels Laag, 2024 De visie voor het Natura2000-gebied Regte Heide & Riels Laag richt zich op natuurherstel, duurzaam waterbeheer en het versterken van de landbouwsector. De strategische kern hiervan ligt in het herstel van habitats, het verbeteren van de waterhuishouding en het verminderen van de stikstofdepositie. Daarnaast wordt ingezet op duurzame landbouwpraktijken en

klimaatadaptatie, met speciale aandacht voor de positie van agrariërs en de bescherming van cultuurhistorisch erfgoed. In de huidige omgevingsvisie zijn al diverse strategische lijnen geborgd, waaronder het behoud van natuurlijke landschappen, verduurzaming van landbouw en aandacht voor de leefbaarheid in de dorpen Goirle en Riel. Deze thema’s worden voornamelijk behandeld onder de kwaliteitslaag en de gebruikslaag van het Buitengebied Midden. Wat nog ontbreekt in de omgevingsvisie zijn de strategische aanknopingspunten voor stikstofreductie en waterherstelmaatregelen, transitiepaden voor verduurzaming van de landbouwsector , de noodzaak tot stikstofreductie, de versterking van ecologische verbindingszones en habitatontwikkeling. Woonzorgvisie, 2024 De Woonzorgvisie 2024-2030 combineert de woningbouwopgave met de zorg- en welzijnsopgave in Goirle. Het beleid is dan ook een integraal kader van zowel het cluster Wonen als het cluster Sociaal. Speerpunten zijn het realiseren van voldoende, passende en betaalbare woningen, het stimuleren van langer zelfstandig thuis wonen en het vergroten van de leefbaarheid en duurzaamheid in wijken. Tot 2030 wil de gemeente minimaal 1.200 woningen realiseren, waarvan 30% sociale huur, 40% betaalbare huur of koop en 30% vrije sector.

De omgevingsvisie Goirle bevat al strategische lijnen die goed aansluiten op de woonzorgvisie, zoals de inzet op een inclusieve leefomgeving en toekomstbestendige wijken. Voor een adequaat kader bij de woonzorgvisie is aanvulling nodig op punten als de expliciete sturing op de huisvesting van ouderen en aandachtsgroepen als statushouders en de uitstroom uit beschermd wonen. Ook is een sterkere koppeling van woonzorgopgaven mogelijk, waarbij nabijheid van voorzieningen en ruimtelijke clustering rond zorginfrastructuur als ontwerpprincipe benoemd worden. Energiesysteemverkenning Hart van Brabant, 2024 De Energiesysteemverkenning voor Hart van Brabant biedt een strategisch kader voor de regionale energietransitie. De kern van het beleid richt zich op het identificeren van energieknooppunten, de aanleg van nieuwe infrastructuur voor elektriciteit en waterstof, en de verduurzaming van de gebouwde omgeving en bedrijventerreinen. Daarbij worden locaties voor laadinfrastructuur en warmtenetten benoemd, evenals randvoorwaarden voor nieuwbouwprojecten en grootschalige energieopslag. De bestaande omgevingsvisie besteedt aandacht aan de energietransitie, met nadruk op kleinschalige zonne-energieprojecten, energiebesparing in woonwijken en verduurzaming van gemeentelijk vastgoed.

Echter, strategische lijnen voor grootschalige infrastructuur, waterstofontwikkeling en regionale warmtenetten worden niet benoemd. Een goede verankering van de Energiesysteemverkenning borgt dit regionale perspectief door strategische

ambities op te nemen rond de aanleg van energieknooppunten en energiehubs, specifiek gericht op logistieke knooppunten langs de A58, en het benoemen van locatiespecifieke kaders voor de aanleg van warmtenetten. Verkeerscirculatieplan Goirle, 2025 In de omgevingsvisie-1.0 is in de kwaliteitslaag en de netwerklaag aandacht voor verkeer en bereikbaarheid, met een focus op leefbaarheid en duurzame mobiliteit. Beschreven maatregelen zijn onder andere het autoluw maken van het centrum en het verbeteren van de fietsinfrastructuur. In navolging van deze koers richt het verkeerscirculatieplan zich op het verkennen van verbeteringen van de verkeersveiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid, in samenhang met de koers uit de omgevingsvisie en de geplande woningbouwontwikkelingen tot 2040. Het onderzoek noemt een aantal aanvullende maatregelen die nader verankerd dienen te worden in de strategische hoofdlijnen van de omgevingsvisie. Zo wordt er verwezen naar het instellen van voorkeursnetwerken voor verschillende modaliteiten. Ook het herinrichten van rotondes met langzaam verkeer in de voorrang is een optie. Op langere termijn is de realisatie van verkeerslichten op de Rillaersebaan een gewenste maatregel. Ook is dan de aanleg van nieuwe bushaltes en oversteekvoorzieningen nodig met speciale aandacht voor verbindingen met de wijken Boschkens, De Hellen en Bakertand.

Beleid in ontwikkeling De volgende beleidsstukken zijn momenteel in ontwikkeling parallel aan de actualisatie van de omgevingsvisie. Waar mogelijk zal er tijdens het actualisatieproces ingespeeld worden op de toekomstige integratie van dit beleid. • • • • • • • • • • • • • • • •

Participatiebeleid (2025) Programma Water en Riolering (2025) Nota Kapbeleid gemeente Goirle (2025) Nota Speelruimte (2025) Bomenbeleid (2026) Warmteprogramma (2026) Visie Sociaal Domein (2026) Integrale laadvisie (2026) Archeologiebeleid (2026) Gebiedsvisie Riel Energiehub De Baars Wind Boven Nieuw Bos Mantelzorgbeleid Programma Landelijk Gebied Economie, Recreatie en Toerisme Evenementenvisie

Bijlage I: Overzicht beleidsstukken Hieronder volgt een voorlopige lijst van beleidsstukken sinds 2021 die vooralsnog zijn geanalyseerd ten behoeve van de actualisatie van de omgevingsvisie. Algemeen • Nota Grondbeleid gemeente Goirle 2021 (2021) • Bestuursakkoord gemeente Goirle 2023-2026 (2023) • Participatiebeleid (in ontwikkeling) • Omgevingsplan (in ontwikkeling) Regionaal beleid • Regionale Omgevingsagenda (ROA) Hart van Brabant 2022-2026 (2022) • Regionale Woondeal SRBT 2022-2030 (2022) • Kernagenda Regio Hart van Brabant 2023-2027 (2023) • Ontwikkelstrategie SRBT (2023) • Uitvoeringsagenda Ontwikkelstrategie SRBT (2025) • Ontwikkelperspectief Stedelijk Brabant 2040 (2023) • Ruimtelijk Voorstel Brabant (2023) • Regionale Woonzorgvisie Hart van Brabant (2024) • Regionaal plan van aanpak dakloosheid (2024) • REKS Energiesysteemverkenning Hart van Brabant (2024) • REKS Wind boven nieuw bos (2025) • REKS Voortgangsrapportage 2025 (2025) • Regionale laadvisie (in ontwikkeling) Gebiedsvisies • Verkenning haalbaarheid verplaatsing sportparken Riels Kwadrant (2024) • GGA Visie Regte Heide Riels Laag (2024) • Gebiedsvisie Riel (in ontwikkeling) • Energiehub De Baars (in ontwikkeling) Ecologie • Programma Groen (2021) • Natuurbod Regio Hart van Brabant (2024) • Bomenbeleid (nog op te stellen) Leefomgeving • Uitvoering- en Handhavingsstrategie gemeente Goirle 2025-2028 (2025) •

Erfgoedverordening gemeente Goirle (2023)

• • • •

Basisgeluidemissie (BGE) - Geluidregelgeving Omgevingswet (2023) Integraal Maatschappelijk Beheerkader (IMBK) Goirle (2024) Beleidsplan Openbare Verlichting (in ontwikkeling) Beheerplan Civiele Kunstwerken (in ontwikkeling)

Economie • Grondstoffenbeleidsplan Goirle 2022-2027 (2021) • Detailhandelsstructuurvisie gemeente Goirle 2022 (2022) • Aanpassingen milieustraat Goirle (2025) • Circulaire Economie (in ontwikkeling) Energie • Warmteprogramma (in ontwikkeling) Mobiliteit • Programma Mobiliteit Goirle 2022-2030 (2022) • Verkeerscirculatieonderzoek Goirle 2025 (2025) • Handreiking toepassen parkeerkencijfers in de gemeente Goirle (2025) Water en Klimaatadaptatie • Programma Water en Riolering 2026-2031 (in ontwikkeling) Wonen • Beoordelingskader huisvesting tijdelijke arbeidsmigranten (2021) • Afsprakenkader Arbeidsmigranten Regio Hart van Brabant (2021) • Woonzorgvisie Goirle 2024-2030 (2024) Sociaal Domein • Goirle Glanst (Beleidsvisie Sociaal Domein Goirle 2022-2026) (2022) • Plan van Aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Goirle 2024-2026 (2023)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1900/documents/29981