Bijlage 5 - Nota zienswijzen anoniem.pdf
Tekst van het document
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Chw Fokmast"
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 20 mei 2025 Mij bekend,
De griffier
Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle
INHOUD 1 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
INLEIDING Aanleiding Lijst zienswijzen Ontvankelijkheid Inhoud van de zienswijzen
3 3 3 4 4
2.
SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZEN
5
2.1. 2.2. 2.3 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10
particuliere indiener (nummer 1) Misa Advies BV (nummer 2) particuliere indiener (nummer 3) particuliere indiener (nummer 4) particuliere indiener (nummer 5) Gasunie (nummer 6) gemeente Ravels (nummer 7) particuliere indiener (nummer 8) particuliere indiener (nummer 9) particuliere indiener (nummer 10)
5 5 6 8 9 9 10 11 11 13
2
1. INLEIDING. 1.1. Aanleiding. Voor u ligt de zienswijzennota van het ontwerpbestemmingsplan "Chw Fokmast". Dit ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024, voor een ieder ter visie gelegen. Gedurende deze periode kon een ieder een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang" en in het Gemeenteblad van woensdag 20 december 2023. Deze zienswijzennota geeft een overzicht van de inhoud van de zienswijzen en de beoordeling daarvan.
1.2. Lijst zienswijzen. In de onderstaande tabel staan de zienswijzen die bij de gemeenteraad naar voren zijn gebracht. Van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen is tien maal schriftelijk gebruik gemaakt. Er is in eerste aanleg een mondelinge zienswijze naar voren gebracht maar deze is uiteindelijk ook schriftelijk ingediend waardoor de mondelinge zienswijze is komen vervallen. Anonimiseringsverplichting. In deze nota zijn de NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) van de indieners van de zienswijzen vervangen door een nummer. Dit weglaten van de NAW-gegevens, de "anonimiseringsverplichting", vloeit voort uit de Wet bescherming persoonsgegevens1. Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen komen. Op rechtspersonen is dit niet van toepassing. Alleen bij de "papieren" versie van deze zienswijzennota zijn de NAW-gegevens van de indieners, niet geanonimiseerd (dit door een kopie van de zienswijzen als bijlage bij de zienswijzennota te voegen). 1. S 2. S 3. S/M 4. S 5. S 6. S 7. S 8. S 9. S 10. S
Indiener (particulier) Misa advies BV Indiener (particulier) Indiener (particulier) Indiener (particulier) Gasunie Gemeentebestuur Ravels Indiener (particulier) Indiener (particulier) Indiener (particulier)
Bij brief van 16 januari 2024 Bij brief van 31 januari 2024 Bij brief van 24 januari 2024 Bij brief van 26 januari 2024 Bij brief van 30 januari 2024 Bij brief van 31 januari 2024 Bij brief van 31 januari 2024 Bij brief van 31 januari 2024 Bij brief van 31 januari 2024 Bij brief van 24 januari 2024
m=mondelinge zienswijze s =schriftelijke zienswijze
1
De Wet bescherming persoonsgegevens is van kracht bij de elektronische beschikbaarstelling van bestemmingsplannen op internet. Omdat er bij bestemmingsplannen geen wettelijke verplichting is om persoonsgegevens elektronisch beschikbaar te stellen, mogen de gegevens niet op internet gepubliceerd worden.
3
1.3.
Ontvankelijkheid.
Vóórdat tot een inhoudelijke beoordeling van een zienswijze kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor geldende termijn, bij de gemeenteraad naar voren is gebracht. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn door een ieder zienswijzen naar voren worden gebracht bij de gemeenteraad. Op grond van artikel 3:16 Awb zijn op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijze de artikelen 6:9, 6:10 en 6:15 van overeenkomstige toepassing. Het ontwerpbestemmingsplan "Chw Fokmast" is met ingang van 21 december 2023 voor de duur van zes weken (42 dagen) ter inzage gelegd. Dat betekent dat de termijn eindigt op 31 januari 2024 na het verstrijken van het tijdstip 23.59 uur. Op dit moment zijn immers 42 dagen (van 24 uur) verstreken. Alle zienswijzen zijn binnen de daarvoor in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening genoemde termijn naar voren gebracht en kunnen derhalve inhoudelijk worden beoordeeld.
1.4.
Inhoud van de zienswijzen.
In hoofdstuk 2 zijn de schriftelijke zienswijzen samengevat. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden worden betrokken. Elke zienswijze wordt in zijn geheel beoordeeld. Na de samenvatting van de zienswijze volgt de beoordeling en de conclusie. Daar waar hierna wordt gesproken over het ontwerpbestemmingsplan is daarmee bedoeld het ontwerpbestemmingsplan "Chw Fokmast", zoals dat ter visie heeft gelegen. Diegenen die een zienswijze naar voren hebben gebracht worden in deze nota aangeduid als indiener(s). De nummers verwijzen naar de nummers in de tabel op pagina 5. Voordat wij inhoudelijk tot de beoordeling van de zienswijzen overgaan hechten wij er aan om in het algemeen op te merken dat een grondbeginsel voor overheidsoptreden is dat besluiten worden genomen zonder aanzien des persoons. Voor bestuursorganen brengt dit mee dat zij zich steeds objectief behoren op te stellen. Zij moeten hun oordelen baseren op deskundigheid en oordelen op beleid, maar mogen niet de ene burger zonder grond bevoordelen boven de ander. Dit beginsel is ook vastgelegd in artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht.2, namelijk in artikel 2:4 (Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid). Dit beginsel werkt twee kanten uit. Allereerst dient het bestuursorgaan rekening te houden met het algemeen belang.
Dit houdt in dat, wanneer sprake is van een discretionaire bevoegdheid en dus een belangenafweging moet plaatsvinden, alle belangen, en bij onderhavig bestemmingsplan zijn dat de belangen van de omwonenden, moeten worden meegenomen. Deze belangen hebben eenzelfde waarde als die van de aanvrager van de bestemmingsplanwijziging. Ten tweede werkt het beginsel ook voor aanvrager. Diens aanvraag moet zoals andere aanvragen worden behandeld en objectief worden beoordeeld. Het kader waaraan getoetst moet worden is voor iedereen gelijk.
2
Artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
4
2. SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZEN. 2.1.
Indiener particulier (nummer 1)
Samenvatting zienswijze. a) Kadastraal perceel gemeente Goirle, sectie D, nummer 1709 krijgt in het ter visie liggende ontwerpbestemmingsplan de bestemming “Natuur”. Het betreffende perceel heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming “Agrarisch landschaps- en natuurwaarden”. Beoogde wijziging heeft tot gevolg dat de gebruiksmogelijkheden van het perceel significant worden beperkt ten aanzien van de bedrijfsvoering. Beoordeling Ad a) Om de agrarische gebruiksmogelijkheden van het betreffende perceel niet te beperken, wordt er geopteerd voor een nadere aanduiding “agrarisch met waarden” waardoor het huidige agrarische gebruik kan worden voorgezet. Conclusie De ingebrachte zienswijze wordt gedeeld en geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Op de verbeelding krijgt het kadastrale perceel gemeente Goirle, sectie D, nummer 1709 een nadere aanduiding “agrarisch met waarden”.
2.2
Misa advies BV (nummer 2)
Samenvatting zienswijze. a) In de planregels wordt de term ‘recyclebedrijf en logistiek centrum voor circulaire economie’ niet consequent gebruikt. Verzocht wordt om de term in zijn geheel consequent te gebruiken; b) Definitie 2.65 graag zodanig te verduidelijken dat duidelijk is dat onder goederen ook ‘afvalstoffen en grond’ wordt verstaan; c) Artikel 4.2.3, letter b juncto artikel 4.2.2, letter b verduidelijken dat de melding als bedoeld in artikel 4.2.3, letter b niet aan de orde is als het opslag betreft zoals bedoeld in artikel 4.2.2, letter b welke zichtbaar is vanaf de openbare weg; d) De begrippen ‘inrit’ en ‘uitrit’ worden door elkaar heen gebruikt. Graag overal consequent de term ‘in-/uitrit’ hanteren; e) In artikel 15.2.2. wordt verwezen naar ‘voorkeursgrenswaarden of de vastgestelde hogere waarde uit de Wet Geluidhinder’ . Dat is onjuist. Graag aanpassen; f) De bestemming ‘specifieke vorm van natuur – voorwaardelijke verplichting’ strekt zich ook uit over het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’. Dit is onjuist, graag aanpassen; g) In de artikelen 15.2.3 (en 6.2.2. en 6.4.2.) wordt verwezen naar de volledige bijlage 2 van de regels (Rapport Elings d.d. november 2023) Dit is een onjuiste verwijzing.
Er dient alleen verwezen te worden naar Hoofdstuk 4 (Landschappelijke inpassing bedrijventerrein) of van het betreffende hoofdstuk wordt een separate bijlage gemaakt; h) Er is een inconsistentie tussen artikel 18.1 en 14.7.2. In artikel 18.1 wordt gesproken over een meldingsplicht in relatie tot activiteiten als bedoeld in artikel 14.7 terwijl in artikel 14.7 en vergunningsplicht kent. Daarnaast graag de term “schriftelijke vergunning” aan te passen in ‘vergunning’ zoals in de rest van het plan.
5
Beoordeling Ad a) De redactie van de planregels zal hierop worden aangepast. Ad b) De definitie (2.65) zal zodanig aangepast worden dat er geen misopvatting bestaat wat nu wordt verstaan onder ‘goederen’. Ad c) Het betreffende artikel zal op dat punt verduidelijkt worden. Ad d) De redactie van de planregels zal hierop worden aangepast. Ad e) Zoals ook in de toelichting (hoofdstuk 5.4) is aangegeven, is bedoeld te verwijzen naar het Activiteitenbesluit. Deze regel zal worden aangepast. Ad f) De bestemming ‘specifieke vorm van natuur – voorwaardelijke verplichting’ zal zodanig aangepast worden op de verbeelding zodat voornoemde bestemming niet meer op het bestemmingsvlak “Bedrijven” ligt. Ad g) De verwijzing naar de desbetreffende bijlage wordt zodanig aangepast dat er geen onduidelijkheid meer bestaat. Ad h) 18.1 gaat over activiteiten, artikel 14.7.2.gaat over vergunningen. Het woord ‘schriftelijk’ kan hier wel worden weggehaald. Conclusie De ingebrachte zienswijze wordt gedeeld en geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De bepalingen en planregels uit het bestemmingsplan zullen worden aangepast dan wel aangevuld.
2.3
Indiener particulier (nummer 3)
Samenvatting zienswijze. a) Het om bestemmen van de kadastrale percelen D 1681 en 1727 van “Agrarisch” naar “Natuur” heeft tot gevolg dat het huidige feitelijke gebruik (gebruik als hooiland, uitrijden mest, gebruik als akkerland, etc.) niet meer mogelijk is; b) Door het grondwaterpeil te laten stijgen en het aanleggen van een waterpoel heeft grote gevolgen voor de bruikbaarheid van de betreffende percelen; c) De ingetekende bosbeplating nabij perceel D 1727 belemmerd eveneens het gebruik; d) Eigenaren van de percelen zijn op geen enkele wijze bij het proces; e) De gedeeltelijke afsluiting van de Fokmast voor auto’s kan gevolgen voor de bereikbaarheid van de percelen; 6
f) De agrarische bedrijfsvoering op betreffende percelen komt in gevaar als het ontwerpbestemmingsplan als zodanig wordt vastgesteld; g) De waarde van de betreffende percelen zal sterk dalen als het ontwerpbestemmingsplan als zodanig wordt vastgesteld; h) Het is onredelijk en onbehoorlijk dat grondeigenaren niet betrokken zijn geweest bij de planvorming met als negatieve gevolgen voor de grondeigenaren. Beoordeling Ad a) In overleg met de Provincie en het waterschap is bepaald dat het perceel D 1727 geen deel meer uit maakt van het plangebied van het bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Dit betekent dat de (agrarische) gebruiksmogelijkheden voor dat perceel intact blijft en niet wijzigt door de vaststelling van het bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Voor wat betreft het perceel D 1681 geldt dat we de agrarische gebruiksmogelijkheid van het betreffende perceel niet beperken. Betreffend perceel krijgt de nadere functieaanduiding “agrarisch met waarden” waardoor het huidige agrarische gebruik kan worden voorgezet. Ad b) Uit onderzoeken en berekeningen (hydrologisch rapport d.d. 1 december 2023) blijkt dat de opzet van het grondwaterpeil geen grote gevolgen heeft voor de bruikbaarheid van de betreffende percelen. Voorts is de situering van de aangegeven waterpoel in het stuk “Gebiedsvisie en planologische toelichting Fokmast” indicatief.
Dit betekent dat een beoogde waterpoel kan verschuiven waardoor de gebruiksmogelijkheid van uw perceel niet in het gedrang komt. Ad c) In de gebiedsvisie zijn inderdaad wat plukjes bosplantsoen ingetekend. Het gaat hier slechts om een ontwerp waarbij de exacte plekken niet definitief zijn bepaald. Gelet op het feit dat het perceel geen deel meer uitmaakt van het plangebied is het voorstelbaar dat de bosplanting opschuift of komt te vervallen om het gebruik niet te frustreren. Ad d) Door omstandigheden hebben we niet alle stakeholders mee kunnen nemen in het proces. We hebben daar de ter inzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan en ontwerpbestemmingsplan voor gebruikt. Met de indiening van uw zienswijze hebben we een duidelijk beeld wie we als stakeholder in het verdere proces moeten gaan betrekken. Ad e) De gedeeltelijke afsluiting van de Fokmast heeft geen nadelige gevolgen ten aanzien van de bereikbaarheid. De Fokmast blijft bereikbaar voor landbouwverkeer. Ad f) Zie ad a Ad g) Zie ad a Ad h) Zie ad d.
7
Conclusie. De ingebrachte zienswijze worden gedeeltelijk gedeeld en geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Het kadastrale perceel gemeente Goirle, sectie D, nummer 1727 komt te vervallen in het vast te stellen bestemmingsplan “Chw Fokmast” en kadastraal perceel D 1681 krijgt de nadere aanduiding “agrarisch met waarden”.
2.4
Indiener particulier (nummer 4)
Samenvatting zienswijze. a) Verzet tegen iedere peilopzet in het plangebied omdat dit zondermeer leidt tot langdurige en meer overstromingen; b) In het hydrologisch rapport van 1 december 2023 wordt op pagina 53 als aandachtspunt aangegeven om de effecten op het waterpeil stroomopwaarts- en afwaarts (richting België en Goirle) te onderzoeken/monitoren. Is dit onderzocht??Het onderzoek is nergens in de stukken te vinden; c) Wellicht is ook Richtlijn 2007/60/EG (Richtlijn van het Europees Parlement en de raad van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s) aan de aandacht ontsnapt. Op grond van overweging 13 van voornoemde richtlijn moeten lidstaten afzien van het nemen maatregelen die het overstromingsrisico in andere lidstaten aanzienlijk vergroten, tenzij deze maatregelen gecoördineerd verlopen en de betrokken lidstaten na overleg tot een oplossing zijn gekomen; d) In het eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan Chw Fokmast (d.d. 12 december 2023) wordt ook verwezen naar de notitie “urgentie, nut en noodzaak functieverandering of verwerving tbv PAS Natura 2000 gebied Regte Heide & Riels”. Er wordt aangenomen dat wordt bedoeld “urgentie, nut en noodzaak functieverandering of verwerving tbv PAS Natura 2000 gebied Regte Heide & Riels laag” van 3 april 2020. In deze toelichting/notitie ontbreken de gegevens van de auteur.
Niet duidelijk is of de auteur terzake kundig is. Beoordeling Ad a) Uit het hydrologisch rapport van 1 december 2023 is gebleken dat de beoogde peilopzet niet leidt tot langdurige en/of meer overstromingen. Ad b) Het klopt dat er geen ander hydrologisch onderzoek is. De aanbeveling voor nader onderzoek in het hydrologisch rapport is bedoeld voor het verdere planproces (of vergunningaanvraag) van onderstaande maatregel:
Die maatregel maakt geen onderdeel uit van bestemmingsplan Fokmast, dus dat is niet van toepassing voor dit plan.
8
Ad c) Gelet op het feit dat uit onderzoeken en berekeningen is gebleken dat er geen overstromingsrisico’s zijn in andere lidstaten (België), kunnen de beoogde hydrologische maatregelen in het plangebied genomen worden. Ad d) In het eindverslag staat een kennelijke verschrijving. Het woordje ‘Laag’ is inderdaad weggevallen. Zoals reclamant zelf al aangeeft wordt natuurlijk de notitie “urgentie, nut en noodzaak functieverandering of verwerving t.b.v. PAS Natura 2000 gebied Regte Heide & Riels Laag” van 3 april 2020 bedoeld. De Provincie Noord- Brabant is de auteur van de notitie. Dat zij terzake kundig zijn, is verder geen discussie. Conclusie. De ingebrachte zienswijze worden deels gedeeld en geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De kennelijke verschrijving in het eindverslag wordt gecorrigeerd.
2.5
Indiener particulier (nummer 5)
Samenvatting zienswijze. a) De kadastrale percelen D 464 en 1089 krijgen in het voorliggende ontwerpbestemmingsplan ten onrechte de bestemming ‘Natuur’ waarbij een volwaardig agrarisch gebruik niet meer is toegestaan. De totstandkoming is in strijd met de goede ruimtelijke ordening. Er wordt verzocht om de huidige bestemming van de betreffende percelen in stand te houden. Beoordeling Ad a) In overleg met de Provincie en het waterschap is bepaald dat de twee percelen D 464 en D 1089 geen deel meer uit maken van het plangebied van het bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Dit betekent dat de (agrarische) gebruiksmogelijkheden van die percelen intact blijven en niet wijzigen door de vaststelling van het bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Conclusie. De ingebrachte zienswijze wordt gedeeld en geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. De kadastrale percelen gemeente Goirle, sectie D, nummers 464 en 1089 komen te vervallen in het vast te stellen bestemmingsplan “Chw Fokmast”.
2.6
Gasunie (nummer 6)
Samenvatting zienswijze. a) In het plangebied liggen twee hoofd aardgastransportleiding en een stikstoftransportleiding die in beheer zijn van de Gasunie. De ligging van de stikstoftransportleiding ontbreekt in het plan. Daarnaast ontbreekt binnen artikel 9 “Leiding-Gas” de bestemmingsomschrijving van de stikstoftransportleiding. Beide zaken graag aan vullen in het plan. Beoordeling Ad a) De stikstoftransportleiding is abusievelijk niet opgenomen in de verbeelding. Dit wordt aangepast. Voorts zal de bestemmingsomschrijving van de stikstoftransportleiding in artikel 9 aangevuld worden. 9
Conclusie. De ingebrachte zienswijze wordt gedeeld en geeft aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Op de verbeelding zal de stikstoftransportleiding worden toegevoegd en de bestemmingsomschrijving van de stikstoftransportleiding in artikel 9 van de planregels wordt aangevuld.
2.7
Gemeente Ravels (nummer 7)
Samenvatting zienswijze. a) Er wordt uitgegaan dat het ecohydrologisch herstel van de Regte Heide significante effecten zal hebben op het grondgebied van de gemeente Ravels. De beoogde maatregelen zullen resulteren in een grondwaterstijging met als gevolg dat de rechtszekerheid van het huidige gebruik van deze landbouwgronden in het gedrang komt; b) Belgische landbouwbedrijven in de omgeving van het projectgebied komen mogelijk ernstig in het gedrang doordat een te hoge stikstofdepositie wordt bereikt ten opzichte van het nabij gelegen Natura2000-gebied. Het mag en kan niet de bedoeling zijn om ‘natuur’ nabij de landsgrens te ontwikkelen ten koste van landbouwbedrijven die liggen in Belgisch grondgebied. Beoordeling Ad a) Er wordt ten onrechte uitgegaan van het feit dat het ecohydrologisch herstel van de Regte Heide significante effecten zal hebben op het grondgebied van de gemeente Ravels en dat daarmee de rechtszekerheid van het huidige gebruik van deze landbouwgronden in het gedrang komt. Uit onderzoek en berekeningen is gebleken dat de beoogde peilopzet niet leidt tot langdurige en meer overstromingen. Wij verwijzen reclamant naar het onderzoek van 1 december 2023 waarin de hydrologische gevolgen voor percelen in België in beeld zijn gebracht.
Ad b) Voor zover de natuurontwikkeling binnen de feitelijke begrenzing van het Natura2000-gebied Regte Heide & Riels Laag plaatsvindt geldt dat een mogelijke belemmering voor agrarische percelen (in België) al was ontstaan bij de definitieve aanwijzing van het Natura2000-gebied. Dit bestemmingsplan bevat geen gronden die zijn gelegen binnen het Natura2000-gebied. Daarnaast zorgt de beoogde ontwikkeling die wel met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt dat een en ander stikstofneutraal wordt uitgevoerd en een positieve bijdrage levert aan de stikstofdepositie op het Natura2000 gebied, de Regte Heide. Met de komst van dit bestemmingsplan komt de reeds aanwezige bedrijvigheid immers verder van het Natura2000 gebied te liggen. Dit bestemmingsplan zorgt er dan ook niet voor dat er een te hoge stikstofdepositie wordt bereikt, waardoor agrariërs in België worden belemmerd. Voor zover bedoeld wordt dat er een natuurbestemming dichterbij agrarische percelen in België komt te liggen geldt het volgende. In het bestemmingsplan Buitengebied Goirle zijn ook al diverse percelen nabij de landsgrens die een natuur- of bosbestemming hebben en dat deze percelen, mocht daar al sprake van zijn, al belemmerend zouden kunnen zijn voor het agrarisch gebruik.
Daarnaast is het huidige agrarische gebruik op de twee percelen D 464 en D 1089 (die het dichtst bij de landsgrens liggen) ook in het bestemmingsplan gerespecteerd (functieaanduiding ‘agrarisch met waarden’) Door het toekennen van een natuurbestemming met de functieaanduiding ‘agrarisch met waarden’ aan deze percelen binnen het plangebied van dit bestemmingsplan worden de Belgische agrarische percelen niet belemmerd. 10
Conclusie. De ingebrachte zienswijze wordt niet gedeeld en geeft dus geen aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan.
2.8
Indiener particulier (nummer 8)
Samenvatting zienswijze. a) Kadastraal perceel D 2298 krijgt de bestemming ‘Industrie/Natuurgebied’ zonder dat reclamant daar als eigenaar over is benaderd. Reclamant is het niet eens met de beoogde wijziging van de grond. Als stakeholder/eigenaar betrokken willen blijven bij het (verdere) proces. Beoordeling Ad a) In overleg met de Provincie en het waterschap is bepaald dat een groot deel van het kadastrale perceel D 2298 geen deel meer gaat uit maken van het plangebied van het bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Het betreft hier het deel waar de bedrijvenbestemming niet op komt te rusten. Dit betekent dat de (agrarische) gebruiksmogelijkheden voor dat deel van het perceel intact blijft en niet wijzigt door de vaststelling van het bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Verder zijn we met de grondeigenaar in overleg om tot overeenstemming te komen over de eigendomssituatie van het perceel. Conclusie. De ingebrachte zienswijze wordt gedeeld en geeft deels aanleiding tot aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Het gedeelte, van het kadastrale perceel D 2298, waar geen bedrijvenbestemming op is voorzien, komt te vervallen in het vast te stellen bestemmingsplan “Chw Fokmast”.
2.9
Indiener particulier (nummer 9)
Samenvatting zienswijze. a) Bezwaar tegen het feit dat kadastraal perceel D 1422 deels de bestemming “Natuur” heeft gekregen. Verzocht wordt om de bestemming van het gehele perceel niet te wijzigen en het perceel uit het plangebied te halen; b) De onderbouwing (nut en noodzaak) die ten grondslag ligt aan de beoogde bestemmingswijzing is volstrekt onvoldoende; c) Door het perceel buiten het plan gebied te laten, kan ook de (provinciale) gebiedsaanduiding Natuur Netwerk Brabant (NNB) komen te vervallen; d) Vrees voor geluidsoverlast met de komst van het recyclebedrijf op een afstand van slechts 250 meter tot de nieuwe woning; De te realiseren groene strook zal niet leiden tot vermindering van het lawaai. Er wordt gedacht aan een hoge muur/wal rond het terrein, welke in de planregels vastgelegd dient te worden; e) Over het perceel loopt een gebiedsaanduiding “overige zone reserveringstrook leidingen”. Als die strook wordt doorgetrokken, dan loopt die zone nabij de nieuwe woning en/of onder de tuin van de nieuwe woning. Dit is niet acceptabel; f) Er is geen rekening gehouden met de hydrologische effecten ten aanzien van de nieuwe woning.
11
Beoordeling Ad a) In overleg met de Provincie en het waterschap is bepaald dat het perceel D 1422 geen deel meer uitmaakt van het plangebied van het bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Dit betekent dat de (agrarische) gebruiksmogelijkheden van het perceel intact blijft en niet wijzigt door de vaststelling van het bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Ad b) Het feit dat reclamant de onderbouwing (nut en noodzaak) die ten grondslag ligt aan de beoogde bestemmingswijzing onvoldoende vindt doet nu niet meer ter zake omdat het perceel geen deel meer uitmaakt van het plangebied van het vast te stellen bestemmingsplan “Chw Fokmast”. Ad c) Nu het perceel uit het plangebied van het bestemmingsplan “Chw Fokmast” wordt gehaald, is een nadere aanduiding Natuurnetwerk Brabant (NNB) vooralsnog niet meer aan de orde. De aanduiding NNB is een provinciale aanduiding. Zij bepalen uiteindelijk of een perceel wel of geen NNB aanduiding krijgt. Ad d)
Op geen enkele wijze wordt onderbouwd dat de beoogde ontwikkeling zou leiden tot (geluids)overlast ten aanzien van de nieuwe woning. Uit onze berekeningen is niet gebleken er sprake is van enig geluidsoverlast. Ten aanzien van het feit dat reclamant van mening is dat de groenstrook het vermeende geluidsoverlast onvoldoende wegneemt, wordt opgemerkt dat de groen strook niet de functie heeft van een geluidswal. Het realiseren van een scherm c.q. hoge wal om het vermeende geluid dat op de nieuwe woning wordt geprojecteerd tegen te gaan, is geen optie omdat er geen sprake zal zijn van geluidsoverlast. Ad e) De gebiedsaanduiding “overige zone reserveringstrook leidingen” kan nooit onder c.q. over de nieuw te bouwen bedrijfswoning lopen omdat het deel van het perceel waar de nieuwe bedrijfswoning komt te staan, geen deel uitmaakt van het plangebied van de Fokmast. Bovendien is de reserveringsstrook onjuist ingetekend op de verbeelding. De reserveringsstrook ligt veel noordelijker ten opzichte van de te realiseren woning. Er kan dan ook geen sprake zijn van enige hinder. Ad f)
Binnen het plangebied is voldoende ruimte vrijgemaakt om de benodigde waterberging te realiseren. Bij de verdere uitwerking van de inrichting van het gebied wordt de exacte omvang en ligging van deze hydrologische voorzieningen nader bepaald waarbij rekening wordt gehouden met aanwezige bebouwingsstructuren. Op een duurzame manier wordt gebruik gemaakt van hemelwater en een bijdrage te leveren aan het verhogen van grondwaterstanden in en rond het gebied. Het hydrologische aspect vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Conclusie. De ingebrachte zienswijzen wordt deels gedeeld. De reserveringsstrook is onjuist ingetekend op de verbeelding en wordt aangepast. Daarnaast wordt het perceel D 1422 uit het plangebied van het vast te stellen bestemmingsplan “Chw Fokmast” gehaald. 12
2.10 Indiener particulier (nummer 10) Samenvatting zienswijze. a) Het om bestemmen van de kadastrale percelen D 1681 en 1727 van “Agrarisch” naar “Natuur” heeft tot gevolg dat het huidige feitelijke gebruik (gebruik als hooiland, uitrijden mest, gebruik als akkerland, etc.) niet meer mogelijk is; b) Door het grondwaterpeil te laten stijgen en het aanleggen van een waterpoel heeft grote gevolgen voor de bruikbaarheid van de betreffende percelen; c) De ingetekende bosbeplating nabij perceel D 1727 belemmerd eveneens het gebruik; d) Eigenaren van de percelen zijn op geen enkele wijze bij het proces; e) De gedeeltelijke afsluiting van de Fokmast voor auto’s kan gevolgen voor de bereikbaarheid van de percelen; f) De agrarische bedrijfsvoering op betreffende percelen komt in gevaar als het ontwerpbestemmingsplan als zodanig wordt vastgesteld; g) De waarde van de betreffende zal sterk dalen als het ontwerpbestemmingsplan als zodanig wordt vastgesteld; h) Het is onredelijk en onbehoorlijk dat grondeigenaren niet betrokken zijn geweest bij de planvorming met als negatieve gevolgen voor de grondeigenaren. Beoordeling Zie inhoudelijke beoordeling onder nummer 2.3 Conclusie. Zie vermelde conclusie onder nummer 2.3
13