CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3B Bakertand_vastgesteld_2_Regels.pdf

Commissie Fysiek 26 augustus 2025, gemeente GoirleBij agendapunt: 8: Raadsvoorstel Herstelbesluit Bakertand n.a.v. tussenuitspraak Raad van State d.d. 4-6-202514.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk

12.4.1 Sloopverbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen of bouwwerken met de functieaanduiding 'cultuurhistorie' geheel of gedeeltelijk te slopen. 12.4.2 Uitzonderingen sloopverbod Het in lid 12.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden die betrekking hebben op: a. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; b. werken en werkzaamheden binnen het op de bestemming gericht normale onderhoud en beheer dan wel welke gericht zijn op versterking van de cultuurhistorische waarde van het pand; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk. 12.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in 12.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien de vergroting of verandering geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van het gebouw of bouwwerk. 12.5

Specifieke gebruiksregels

12.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit.

Bakertand Pagina 34 van 54

Artikel 13

13.1

Woongebied

Bestemmingsomschrijving

13.1.1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

woningen; tuinen, erven en verhardingen; speel-, groen- en nutsvoorzieningen; verkeersvoorzieningen zoals: 1. voet- en fietspaden; 2. wegen, straten en paden met hoofdzakelijk een verkeersfunctie en ontsluitingswegen; 3. parkeervoorzieningen; e. een geluidwerende voorziening, ter plaatse van de functieaanduiding 'geluidwal'; f. een ondergrondse parkeerkelder ter plaatse van de aanduiding 'gestapelde woningen'; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met dien verstande dat: h. de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen tevens mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning en/of bijgebouwen tot een oppervlakte van maximaal 60 m2, mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; 13.1.2 Beeldkwaliteit Het Beeldkwaliteitsplan De Bakertand zoals opgenomen in Bijlage 4 van deze planregels en de daarin opgenomen normen zullen mede als toetsingskader dienen voor het bevoegd gezag bij de vergunningverlening voor de activiteit bouwen. 13.2

Bouwregels

13.2.1 Algemeen Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 13.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. woningen; 2. daarbij behorende bijgebouwen; 3. gebouwen ten behoeve van de in lid 13.1 genoemde voorzieningen; 4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. er mogen maximaal 703 woningen worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. het aantal woningen niet meer mag bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is weergegeven; 2. minimaal 118 en maximaal 192 van het totaal aantal woningen aaneengebouwd gebouwd moet worden; 3. minimaal 219 en maximaal 292 van het totaal aantal woningen twee-aaneengebouwd moet worden; 4. minimaal 109 en maximaal 183 van het totaal aantal woningen vrijstaand of als patiowoning gebouwd moet worden; 5. minimaal 110 en maximaal 184 van het totaal aantal woningen gestapeld gebouwd moet worden. c. er geldt een maximum toegestaan percentage verharding, gekoppeld aan het type woning, waarbij geldt dat: Bakertand Pagina 35 van 54

d. e. f. g. h.

1. Het maximum percentage verharding bij een vrije kavel, vrijstaande woning of twee-aaneengebouwde woning 50 procent van het bouwperceel bedraagt; 2. Het maximum percentage verharding bij een aaneengebouwde woning of patiowoning 50 procent van de tuin bedraagt; 3. Het maximum percentage verharding bij gestapelde woningen 100 procent van het bouwperceel bedraagt; 4. Groene daken worden niet als verharding aangemerkt. in afwijking van het bepaalde onder c geldt dat het college bevoegd is om middels een omgevingsvergunning af te wijken van de genoemde percentages; ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan onder een woning tot een verticale diepte van maximaal 5 m; de afstand tussen de aanduiding 'detailhandel' en een woning bedraagt minimaal 10 meter, gemeten vanaf de aanduidingsgrens tot de gevel van de woning; een bouwwerk is alleen toegestaan als het voldoet aan de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan "De Bakertand", dat als bijlage bij deze regels is opgenomen; bij strijdigheid tussen de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan en deze regels, gaan deze regels voor;

13.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van een hoofdgebouw, gelden naast het bepaalde in lid 13.2.1 de volgende regels: a. als hoofdgebouw zijn toegestaan: 1. aaneengebouwde woningen; 2. twee-aaneengebouwde woningen; 3. vrijstaande woningen; 4. gestapelde woningen; 5. patiowoningen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding patiowoningen'. met dien verstande dat ter plaatse van de aanduidingen 'vrij', 'tae', 'aeg' en 'gs' uitsluitend respectievelijk vrijstaande, twee-aaneengebouwde, aaneengebouwde of gestapelde woningen zijn toegestaan. b. per bouwperceel is ten hoogste één hoofdgebouw toegestaan; c. platte daken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de bouwaanduiding 'plat dak'; d. de afstand van de voorgevel tot het openbaar gebied bedraagt ten minste 1 meter. a

Aaneengebouwde woningen

Voor het bouwen van aaneengebouwde woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d.

een bouwperceel mag voor ten hoogste 60% worden bebouwd; de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; aaneengebouwde woningen mogen in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd; aaneengebouwde woningen worden tenminste 7 meter uit de achterste perceelsgrens worden gebouwd; e. de diepte bedraagt ten hoogste 13 meter. b

Twee-aaneengebouwde woningen

Voor het bouwen van twee-aaneengebouwde woningen gelden de volgende regels: a. een bouwperceel mag voor ten hoogste 50% worden bebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. twee-aaneengebouwde woningen dienen tenminste 1,5 meter uit één zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd en dienen in één zijdelingse perceelsgrens te worden gebouwd; d. twee-aaneengebouwde woningen worden tenminste 7 meter uit de achterste perceelsgrens worden gebouwd.

Bakertand Pagina 36 van 54

c

Vrijstaande woningen en patiowoningen

Voor het bouwen van vrijstaande woningen gelden de volgende regels: a. een bouwperceel mag voor ten hoogste 50% worden bebouwd, met uitzondering van patiowoningen waarvoor geldt dat een bouwperceel ten hoogste voor 80% mag worden bebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. vrijstaande woningen dienen tenminste 1,5 meter uit beide zijdelingse perceelsgrenzen te worden gebouwd; d. vrijstaande woningen woningen worden tenminste 7 meter uit de achterste perceelsgrens worden gebouwd. d

Gestapelde woningen

Voor het bouwen van gestapelde woningen gelden de volgende regels: a. een bouwperceel van gestapelde woningen mag voor 100% worden bebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt maximaal 13 m, met uitzondering van een footprint van maximaal 700 m2 waarvoor een maximale bouwhoogte geldt van maximaal 30 m; c. gestapelde woningen mogen in de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd. 13.2.3 Bijgebouwen Voor het bouwen van bijgebouwen gelden de volgende regels: a. bijgebouwen mogen niet voor de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag bij een bouwperceel kleiner dan 150 m² niet meer bedragen dan 50 m²; c. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag bij een bouwperceel van 150 tot 200 m² niet meer bedragen dan 60 m²; d. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag bij een bouwperceel van 200 tot 250 m² niet meer bedragen dan 68 m²; e. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag bij een bouwperceel van 250 tot 500 m² niet meer bedragen dan 75 m²; f. de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag bij een bouwperceel groter dan 500 m² niet meer bedragen dan 100 m²; g. de bouwhoogte van bijgebouwen zonder kap mag maximaal 3,65 meter bedragen; h. de goothoogte van bijgebouwen met kap mag maximaal 3 meter bedragen, de nokhoogte van bijgebouwen met kap bedraagt maximaal 5,5 meter; i.

in uitzondering op sub g van dit lid geldt voor een bijgebouw waarmee twee of meer twee-aaneengebouwde woningen aan elkaar geschakeld worden dat de goothoogte van het bijgebouw maximaal 3,8 meter mag bedragen en de nokhoogte maximaal 7 meter mag bedragen, met dien verstande dat de afstand van het bijgebouw tot de (verlengde) voorgevel van het hoofdgebouw ten minste 4 meter bedraagt. 13.2.4 Carports Voor het bouwen van een carport gelden naast het bepaalde in lid 13.2.1 de volgende regels: a. de oppervlakte van een carport mag niet meer dan 30 m² bedragen; b. de carport dient minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning te worden gebouwd, met uitzondering van patiowoningen waar carports in het verlengde van de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd; c. carports moeten, met uitzondering van carports bij patiowoningen, grotendeels worden opgericht naast de zijgevel van de woning, dan wel achter de achtergevel van de woning; d. op een bouwperceel mag maximaal één carport worden opgericht; e. de bouwhoogte van een carport mag niet meer dan 3,25 m bedragen. 13.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 13.2.1 de volgende regels:

Bakertand Pagina 37 van 54

a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', mag niet meer dan 14 meter bedragen; b. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 1 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn mag niet meer dan 2 m mag bedragen; d. de bouwhoogte van geluidschermen ter plaatse van de aanduiding 'geluidswal' mag niet meer dan 3 meter bedragen; e. de bouwhoogte van antenne-, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen; g. zwembaden mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak en achter het hoofdgebouw. 13.2.6 Voorwaardelijke verplichting erfafscheidingen Het gebruik van de als 'Woongebied' aangewezen gronden is alleen toegestaan indien erf- en terreinafscheidingen tussen privégebied en openbaar gebied worden gerealiseerd en in stand worden gehouden, conform de volgende eis: a. erf- en terreinafscheidingen tussen privégebied en openbaar gebied dienen te bestaan uit heggen of struiken, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel tevens mogen bestaan uit hekwerken met een sluitende klimplant.

13.2.7 Voorwaardelijke verplichting akoestiek Het in gebruik nemen van een geluidgevoelige functie is alleen toegestaan onder de voorwaardelijke verplichting dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in het besluit hogere grenswaarden zoals opgenomen in Bijlage 3 bij deze regels. 13.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van het bepaalde in 13.2.1 onder c, met dien verstande dat daarbij aangetoond moet worden dat het waterbergend vermogen van het perceel voldoende is. 13.4

Specifieke gebruiksregels

13.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor de naar de weg gekeerde bouwgrens voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit.

Bakertand Pagina 38 van 54

Artikel 14 14.1

Waarde - Archeologie

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Het gaat hierbij om de gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachting. 14.2

Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 14.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overgelegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c. het bepaalde in dit lid onder b.1 en b.2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2.

een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 14.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 14.3.1 Verbod Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 14.1 bedoelde gronden het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, over een groter oppervlak dan 25 m², en voor zover sprake is van grondwerkzaamheden, met een diepte groter dan 40 centimeter, uit te voeren; a. het ophogen van de bodem met meer dan 50 centimeter; b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakte-verhardingen; c. het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verlagen van het waterpeil; e. het aanbrengen van ondergronds transport-, energie-, telecommunicatie- of andere leidingen en de daarmee verband houdende constructies; f. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, egaliseren en ontginnen.

Bakertand Pagina 39 van 54

14.3.2 Uitzondering Het in lid 14.3.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die het normale onderhoud betreffen waaronder in ieder geval moet worden verstaan ploegen, eggen, het uitbaggeren van sloten en greppels, of werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan. Tevens is een vergunning niet nodig indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische relicten aanwezig zijn. 14.3.3 Voorwaarden a. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 14.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal; b. de omgevingsvergunning wordt niet verleend dan nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld.

Bakertand Pagina 40 van 54

Artikel 15 15.1

Waterstaat - Waterbergingsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterbergingsgebied' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van het waterbergend vermogen van de gronden. 15.2

Bouwregels

Voor het bouwen gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend gebouwen ten dienste van de waterberging zijn toegestaan; b. de bouwhoogte bedraagt niet meer dan 2 m. 15.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.2 teneinde het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toe te staan ten behoeve van deze bestemming en de hoofdbestemming, mits het behoud van het waterbergend vermogen verzekerd is. 15.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.4.1 Verbod Het is verboden op en in de in lid 15.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. ophogen van de bodem; b. het aanbrengen of wijzigen van kaden. 15.4.2 Uitzondering Geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 15.4.1 is vereist voor: a. werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning.

15.4.3 Voorwaarden Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 15.4.1 alleen indien door de in sublid 15.4.1 genoemde werken of werkzaamheden, de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig wordt aangetast of kan worden aangetast, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Alvorens vergunning te verlenen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van het waterschap.

Bakertand Pagina 41 van 54

Hoofdstuk 3

Artikel 16

Algemene regels

Voorwaardelijke verplichting compensatie hoogwaterberging

Het in gebruik nemen van de gronden met de bestemming 'Woongebied' en/of de functieaanduiding 'Geluidwal' is alleen toegestaan wanneer de compenserende hoogwaterberging zoals beschreven in Bijlage 6 bij deze regels, is aangelegd en duurzaam in stand gehouden wordt. De verdere uitwerking van de compensatie hoogwaterberging dient plaats te vinden in overleg met Waterschap De Dommel.

Bakertand Pagina 42 van 54

Artikel 17

Voorwaardelijke verplichting waterberging

a. het in gebruik nemen van gronden met de bestemmingen 'Groen - 1', 'Maatschappelijk', 'Wonen', 'Woongebied' en 'Verkeer' is alleen toegestaan indien voldoende waterberging wordt gerealiseerd conform hetgeen bepaald is in Bijlage 5 bij deze regels; b. de waterberging als bedoeld onder a, dient na realisatie duurzaam in stand te worden gehouden; c. indien aangetoond wordt dat het waterbergend vermogen op een andere wijze voldoende is geborgd, is het college bevoegd om middels een omgevingsvergunning medewerking te verlenen aan het afwijken van het genoemde onder a.

Bakertand Pagina 43 van 54

Artikel 18

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Bakertand Pagina 44 van 54

Artikel 19 19.1

Algemene bouwregels

Overschrijding van bouwgrenzen

Bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden ten behoeve van ondergeschikte bouwdelen, mits: a. de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter; b. de bouwhoogte van erkers, entreeportalen en veranda's niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw; c. de breedte van erkers, entreeportalen en veranda's niet meer bedraagt dan 2/3e van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw; d. de afstand van deze bouwdelen tot de bestemmingsgrens minimaal 2 meter bedraagt, daar waar het bestemmingsvlak grenst aan de weg. 19.2

Toegelaten overschrijding bestemmingsgrens ten behoeve van balkons

In uitzondering op het bepaalde in lid 19.1 is het toegestaan de in dit bestemmingsplan aangegeven bouw- en bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van balkons, mits: a. de overschrijding niet meer bedraagt dan 2,5 meter; b. de balkons niet lager gelegen zijn dan de tweede bouwlaag. 19.3

Ruimte tussen bouwwerken

19.3.1 Algemeen De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de zijdelingse grens van het bouwperceel zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het aangrenzende bouwperceel aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die: a. vanaf de hoogte van het bouwperceel tot 2,20 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn; b. niet toegankelijk zijn. 19.3.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.3.1 indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging van onderhoud van de vrij te laten ruimte. 19.4

Parkeren

19.4.1 Parkeergelegenheid Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw geldt dat ten behoeve van het parkeren en/of het stallen van auto's in de juiste mate ruimte wordt aangebracht in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort met dien verstande dat: a. de juiste mate van ruimte wordt bepaald op basis van de parkeernormen en berekeningsmethoden zoals opgenomen in publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' van het CROW van oktober 2012 of diens opvolger; b. de in lid 19.4.1, onder a, bedoelde ruimten voor het parkeren en/of stallen van auto's moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeervoorzieningen ten minste de afmetingen hebben zoals bepaald in de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom 2012 (ASVV 2012) van het CROW van december 2012; c. de in de aanhef bedoelde parkeerruimte duurzaam in stand gehouden wordt.

Bakertand Pagina 45 van 54

19.4.2 Algemene parkeerplaatsen In aanvulling op het bepaalde in lid 19.4.1 moeten in het openbaar gebied binnen de bestemming Woongebied minimaal 0,3 (bezoekers)parkeerplaatsen per woning voor algemeen gebruik gerealiseerd en duurzaam in stand gehouden worden. 19.4.3 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 19.4.1 en/of lid 19.4.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad-of losruimte wordt voorzien.

Bakertand Pagina 46 van 54

Artikel 20 20.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemmingen, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. de vestiging van inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van het Besluit omgevingsrecht (inrichtingen die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken); d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels; e. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van prostitutie, escortbedrijf, prostitutiebedrijf en/of seksinrichting.

Bakertand Pagina 47 van 54

Artikel 21 21.1

Algemene aanduidingsregels

Luchtvaartverkeerzone

Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'luchtvaartverkeerzone' mag, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen en/of ingevolge afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden, de (bouw)hoogte van bouwwerken, die zijn toegestaan op grond van de afzonderlijke bestemmingen niet meer bedragen dan de aangegeven (bouw)hoogte. 21.2 Overige zone - in Interim omgevingsverordening te verwijderen Regionale waterberging Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - in Interim omgevingsverordening te verwijderen Regionale waterberging' wordt de structuur 'Regionale waterberging' verwijderd uit de Interim omgevingsverordening. 21.3 Overige zone - in Interim omgevingsverordening te verwijderen Reservering waterberging Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - in Interim omgevingsverordening te verwijderen Reservering waterberging' wordt de structuur 'Reservering waterberging' verwijderd uit de Interim omgevingsverordening. 21.4 Overige zone - in Interim omgevingsverordening toe te voegen Regionale waterberging Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - in Interim omgevingsverordening toe te voegen Regionale waterberging' wordt de structuur 'Regionale waterberging' toegevoegd aan de Interim omgevingsverordening.

21.5 Overige zone - in Interim omgevingsverordening toe te voegen Reservering waterberging Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - in Interim omgevingsverordening toe te voegen Reservering waterberging' wordt de structuur 'Reservering waterberging' toegevoegd aan de Interim omgevingsverordening. 21.6

Overige zone - reserveringsgebied waterberging

21.6.1 Omschrijving De gronden gelegen binnen de aanduiding 'overige zone - reserveringsgebied waterberging' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van het waterbergend vermogen van de gronden. 21.6.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden op en in de in sublid 21.6.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. ophogen van de bodem; b. het aanbrengen of wijzigen van kaden. 21.6.3 Uitzondering Geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 21.6.2 is vereist voor:

Bakertand Pagina 48 van 54

a. werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 21.6.4 Voorwaarden Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 21.6.2 alleen indien door de in sublid 21.6.2 genoemde werken of werkzaamheden, de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig wordt aangetast of kan worden aangetast, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. Alvorens vergunning te verlenen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van het waterschap. 21.7

Vrijwaringszone - bebouwing uitgesloten

21.7.1 Bouwregels In afwijking van het bepaalde in artikel 12 geldt het volgende. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - bebouwing uitgesloten' zijn niet aan te merken als erf, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. De inrichting van die gronden ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw is hier verboden. Het bouwen van gebouwen is hier niet toegestaan. 21.7.2 Strijdig gebruik In afwijking van het bepaalde in artikel 12 geldt het volgende. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - bebouwing uitgesloten' zijn niet aan te merken als erf, zoals bedoeld in artikel 1 behorende bij bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Het gebruik van die gronden ten dienste van het gebruik van het hoofdgebouw is hier verboden. 21.8

Vrijwaringszone - weg

Op de gronden gelegen binnen de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' geldt, ongeacht het bepaalde in de afzonderlijke bestemmingen en/of ingevolge afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden, een verbod voor de volgende activiteiten en gebruiken: a. het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; b. stortplaats voor afvalstoffen; c. bergingsgebied als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet.

Bakertand Pagina 49 van 54

Artikel 22

Algemene afwijkingsregels

Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: a. het gebruik van een vrijstaand of aangebouwd bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: 1. het een vrijstaand of aangebouwd bijgebouw betreft behorende bij een woning binnen een bestemming waarbinnen een permanente woning is toegestaan; 2. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring van in ieder geval de behandelende huisarts; 3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; 4. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m2; 5. het bijgebouw een onlosmakelijk geheel vormt met de woning van waaruit de mantelzorg wordt verleend; 6.

het bevoegd gezag verleent bedoelde omgevingsvergunning zowel op naam van de mantelzorgverlener als de mantelzorgontvanger onder de voorwaarden dat binnen vier weken na beëindiging van het gebruik van het vrijstaand of aangebouwd bijgebouw als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg hiervan schriftelijk melding wordt gemaakt bij het bevoegd gezag en de gebruiksmogelijkheden van het vrijstaand of aangebouwd bijgebouw binnen twaalf weken na beëindiging van het gebruik als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg ongedaan wordt gemaakt voor bewoning; b. het afwijken van de voorgeschreven maten voor de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen binnen een bestemmingsvlak, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maten; c. het afwijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 2,5 m bedraagt; d.

de bouw van hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dan toegestaan ingevolge deze regels, met dien verstande dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag worden vergroot tot niet meer dan 10 m; e. het oprichten van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, gedenktekens, geen gebouwen zijnde, en monumenten , geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van niet meer dan 15 meter; f. het oprichten van zend-, ontvang-, sirenemasten en masten en installaties ten behoeve van telecommunicatie, al dan niet op of aan gebouwen of andere bouwwerken, met een oppervlakte van niet meer dan 60 m2 en een bouwhoogte van niet meer dan 40 meter, waarbij de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik van deze voorzieningen zo veel mogelijk moeten worden benut; g. het realiseren van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen en/of het opwekken van duurzame energie, tot maximaal 100 m2 (bruto vloeroppervlak) en een bouwhoogte van maximaal 3 m; h. gevelisolatie en toestaan dat de aanduiding 'bouwvlak' wordt overschreden met maximaal 30 centimeter ten behoeve van gevelisolatie om energie te besparen.

Bakertand Pagina 50 van 54

Artikel 23 23.1

Algemene wijzigingsregels

Algemene wijzigingen

Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening: a. de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bij de wijziging betrokken grenzen mogen ten hoogste 5 meter worden verschoven; 2. de oppervlakte van de bij de wijziging betrokken bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen mag ten hoogste 5% worden verkleind of vergroot ten opzichte van de oppervlakte vóór de wijziging; 3. door een wijziging mogen het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld, het woon- en leefklimaat, de waterstaatkundige belangen, de ontwikkeling van omliggende bedrijven, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, niet onevenredig worden aangetast; b. het plan te wijzigen ten aanzien van het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij wordt verwezen naar regels in wettelijke regelingen en/of publicaties, indien deze wettelijke regelingen en/of publicaties na het moment van vaststelling van het plan worden gewijzigd.

Bakertand Pagina 51 van 54

Artikel 24

Overige regels

De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, worden toegepast zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan, tenzij expliciet anders is geregeld.

Bakertand Pagina 52 van 54

Hoofdstuk 4

Artikel 25 25.1

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 25.1, onder a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 25.1, onder a, met maximaal 10%. c. Lid 25.1 onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 25.2

Overgangsrecht gebruik

a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 25.2 onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 25.2, onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 25.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Bakertand Pagina 53 van 54

Artikel 26

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Bakertand

Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van

De voorzitter, De griffier,

Bakertand Pagina 54 van 54

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1900/documents/30101