Bestuursakkoord 2023-2026 Samen bouwen.pdf
Tekst van het document
Organisatie en formatie In de afgelopen jaren is het takenpakket van de gemeente veranderd. Vacatures die hierdoor zijn ontstaan blijken vaak moeilijk in te vullen, met name door krapte op de arbeidsmarkt en beperkte budgetten. Dit heeft negatieve gevolgen voor de werkdruk. Ook moet er vaak gebruik gemaakt worden van (relatief dure) extern ingehuurde medewerkers. Bij aanvang van de huidige bestuursperiode is daarom besloten om het formatiebudget voor 2023 en 2024 te verhogen met 750 duizend euro. Om personele capaciteit en structurele werkzaamheden ook op de langere termijn met elkaar in evenwicht te brengen, wordt dit bedrag voortaan structureel toegevoegd aan het formatiebudget. Er zullen geen verdere wijzigingen van het formatiebudget goedgekeurd worden vóórdat er een gedetailleerde analyse beschikbaar is van gemeentelijke taken en de daarvoor benodigde personele capaciteit. Daartoe dient een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd te worden in opdracht van de gemeenteraad. Vorm, inhoud en uitvoering dienen nader bepaald te worden. Wij denken aan elementen zoals we die zien bij het gemiddelde bestuurskrachtonderzoek, (kerntakendiscussie, doelmatigheidsonderzoek) met tevens aandacht voor het kwalitatieve werkklimaat. Ook moet er duidelijkheid komen over de mate waarin er kosten bespaard kunnen worden, bijvoorbeeld op ziekteverzuim, externe inhuur of door taken af te stoten.
Nadat voornoemd onderzoek is afgerond zal een definitief besluit genomen worden over de benodigde omvang en kwaliteit van de structurele formatie van de gemeente Goirle, en het toekomstige formatiebudget. Het college krijgt de opdracht om: ➢ Een raadsvoorstel op te stellen ten behoeve van de uitvoering van een onafhankelijk extern onderzoek naar de benodigde omvang en kwaliteit van de structurele formatie van de gemeente Goirle, en daarvoor benodigde financiële middelen. ➢ De taken en ambities uit dit bestuursakkoord dienen daarbij als uitgangspunt genomen te worden. ➢ De onderzoeksresultaten moeten uiterlijk in het eerste kwartaal van 2024 beschikbaar zijn. ➢ Eventuele financiële consequenties van het te nemen raadsbesluit dienen verwerkt te worden in de bestuursrapportage (BURAP) van 2024.
24
Sportpark Van den Wildenberg In de komende jaren leveren we in de gemeente Goirle honderden woningen op voor uiteenlopende doelgroepen. We verwachten van het college dat zij zich niet alleen richt op het mogelijk maken van grootschalige projecten als Bakertand en Zuidrand, maar zich ook inzet voor het realiseren van woningen op kleinschalige inbreidingslocaties; met name daar waar we eigen grond hebben. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de lokale, regionale en landelijke behoefte om het woningtekort terug te dringen. Er moet onderzoek komen naar de mogelijkheden om tenminste kostenneutraal woningbouw te ontwikkelen op de huidige locatie van het sportpark Van den Wildenberg, door dit sportpark (geheel of gedeeltelijk) en eventueel sportparken in Riel te verplaatsen naar het Riels Kwadrant. ➢ Het college krijgt de opdracht om dit onderzoek zo snel mogelijk uit te laten voeren, zodat dit project in ieder geval nog in het budget voor 2025 kan worden opgenomen.
Zwembad In Goirle beschikken we over een binnen- en buitenzwembad aan de Fabriekstraat, geëxploiteerd door Laco. De gemeentelijke bijdrage aan het Laco zwembad zal na afloop van het huidige contract (2026) niet worden voortgezet. Er moet onderzoek gedaan worden naar de mogelijkheden en kosten van de realisatie van een volwaardig regionaal zwembad. ➢ Het college krijgt de opdracht om dit onderzoek zo snel mogelijk uit te laten voeren, zodat dit project in ieder geval nog in deze raadsperiode tot besluitvorming kan komen.
25
7. Bijlagen
Bijlage 1: Vergaderstructuur Met ingang van 1 januari 2024 stoppen we met vergaderen volgens het BOB-model. We gaan naar een geactualiseerde versie van het 'oude' Raad- en Commissie-model. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: ➢ We vergaderen volgens een zes-wekelijkse cyclus die er als volgt uitziet: • Week 1 commissievergaderingen + hamerraad • Week 4 raadsvergadering (altijd op dinsdag) • Week 7 commissievergaderingen + hamerraad • Week 10 raadsvergadering, etc. ➢ Een hamerraad is nieuw in dit vergadermodel en wordt toegevoegd om te voorkomen dat er steeds zes weken tussen de besluitvorming zit; dat wordt als te lang ervaren. ➢ Er zijn drie commissies: de commissie Ruimte, de commissie Sociaal Domein (SD) en de commissie Algemene Zaken (AZ). Om efficiënter te vergaderen zal afhankelijk van de agenda de commissie AZ worden toegevoegd aan de commissie Ruimte of de commissie SD. ➢ Aan een commissievergadering nemen maximaal twee leden per fractie deel. Dat mogen raadsleden en/of commissieleden zijn. ➢ Voorafgaande aan de commissievergaderingen is er een hamerraad-vergadering.
• Een hamerraad duurt maximaal 30 minuten en bestaat uit louter stukken die geen discussie meer behoeven en die geschikt zijn voor een snelle afhandeling door de raad • Het college heeft de bevoegdheid om ook stukken in te brengen die niet in een commissievergadering besproken zijn, maar wel passen in een hamerraad • Het is niet toegestaan om tijdens die vergadering discussie te voeren over een geagendeerd onderwerp, of om moties en amendementen in te brengen • Het is wel toegestaan om een onderwerp van de agenda te verwijderen als dit meer discussie behoeft, uiteraard met instemming van een meerderheid van de raad. ➢ De Regiegroep blijft bestaan in zijn huidige vorm, onder de naam Agendacommissie. Deze commissie is namens de raad bevoegd en uitsluitend belast met het agenderen van onderwerpen voor commissie- en (hamer)raadsvergaderingen. ➢ De huidige burgerleden worden in deze vergaderstructuur commissieleden en krijgen de bevoegdheid om tijdens een commissievergadering een advies te geven over het aanmerken van een raadsvoorstel als A- of B-stuk. Als een voorstel als A-stuk wordt bestempeld, kan het door naar de (hamer)raad. Als een voorstel als B-stuk wordt bestempeld behoeft het meer discussie. Dan zal het of in de raadsvergadering worden behandeld, of opnieuw geagendeerd worden voor een volgende commissievergadering.
➢ Raadsvoorstellen behorende bij geagendeerde onderwerpen dienen door het college tenminste 48 uur vóór aanvang van een vergadering te worden gedeeld met de raads- en commissieleden. ➢ Voor elke vergadering geldt dat van iedere fractie bij voorkeur slechts één persoon het woord voert over een bepaald onderwerp. ➢ Voor het voorzitterschap van de commissies zal een voorzitterspool van maximaal vier 'vrijwilligers' worden gecreëerd, zodat iedere commissie een vaste voorzitter en een plaatsvervanger heeft. Dat mogen raadsleden of commissieleden zijn, maar (als de wet het toelaat) ook inwoners met een sterke affiniteit met de Goirlese politiek (ex-raads- of commissieleden), die bewezen capaciteiten bezitten om het voorzitterschap op zich te nemen.
26
Deze voorzitters worden voorgedragen door de griffier en dienen unaniem te worden gekozen en benoemd door de raad. Indien mogelijk mag daar een vergoeding aan gekoppeld worden. ➢ Themabijeenkomsten kunnen worden gepland in de weken dat er geen vergaderingen gepland zijn. Deze themabijeenkomsten vinden, afhankelijk van het onderwerp, zoveel mogelijk op locatie plaats. Ze zijn openbaar toegankelijk voor raads- en commissieleden en voor geïnteresseerde inwoners, op basis van het vol=vol-principe. Themabijeenkomsten zijn informatieve bijeenkomsten die nadrukkelijk niet het karakter van een vergadering (spreekrondes) hebben.
Bijlage 2: Werkwijze Dorpsteam We willen de werkwijze van het Dorpsteam optimaliseren. Daarbij geven wij de volgende aanknopingspunten: ➢ Het Dorpsteam stuurt al dan niet door naar de beschikkingsverstrekker, naar aanleiding van de vraagstelling van de hulpvrager. Binnen het Dorpsteam moet nog beter bekeken worden of we met het voorliggend veld de zorgvrager kunnen helpen. Dus als er wordt doorverwezen, moet dat ook de enige oplossing zijn. ➢ Zowel het Dorpsteam als degene die de beschikkingen afgeeft, moet specifiekere gesprekstechnieken toepassen om duidelijker te krijgen waar de zorgvrager echt mee geholpen is. Eventueel moeten we hiervoor opleidingen organiseren. Ook een afwijzing met een goed onderbouwde motivering hoort tot de mogelijkheden. ➢ Het model Positieve Gezondheid inzetten om te achterhalen welke hulp écht aansluit bij de persoon. ➢ Uitsluitend hulp aanbieden die doelmatig is. ➢ Meer gebruik maken van ervaringsdeskundigheid, vooral bij jongerenproblematiek. ➢ Voorsorteren op de afschaffing van het WMO-abonnementstarief in 2025, door WMOzorgvragers actief op de beëindiging te wijzen. ➢ De inzet van de monitor verbreden en versnellen, en niet beperken. ➢ Bedrijfsblindheid tegengaan. Een team specialisten opzetten die bij een duurdere beschikking (nader te bepalen prijs) met een frisse blik kijkt of er betere alternatieven zijn, die minder kosten.
Denk aan een variant op het schakelteam van de regio Hart van Brabant.
27