CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsbegroting 2026 VRMBW.pdf

Raadsvergadering 24 juni 2025, gemeente GoirleBij agendapunt: 13: Raadsvoorstel Beleidsbegroting 2026 Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant AANGENOMEN17.734 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Dit netwerk wordt de schakelorganisatie en het knooppunt voor cyberweerbaarheid. Ondersteund door een Information Security Management System (ISMS) gaan we risicomanagement gestructureerd toepassen.

Wat gaan we dit jaar doen? In 2026 richten we ons op de volgende resultaten:

Doorontwikkelen van onze organisatie en goed werkgeverschap • • • •

In 2025 formuleren we kernwaarden voor onze organisatie. Die vertalen we naar onze dienstverlening en komen tot uiting in het dagelijks handelen van onze medewerkers. We versterken inclusief leiderschap, waarbij verschillende achtergronden, perspectieven en ideeën van onze medewerkers gewaardeerd en benut worden om onze ambities waar te maken. We implementeren een plan van aanpak voor het voorkomen en beperken van mentale en fysieke gezondheidsrisico’s (waaronder PTSS) en het bieden van handelingsperspectieven. De verdere doorontwikkeling van het tweede loopbaanbeleid is in afwachting van de uitkomsten van het landelijke Semfire Onderzoek door de Universiteit Maastricht.

Bedrijfscontinuïteit is geborgd in de organisatie We versterken onze weerbaarheid als organisatie en bereiden ons voor op (langdurige) verstoringen, waardoor we na een omvangrijke storing of calamiteit snel herstellen en onze dienstverlening kunnen voorzetten. In 2025 richten we bedrijfscontinuïteitsmanagement (BCM) in. Een onderdeel hiervan is de ontwikkeling van een bedrijfscontinuïteitsplan (BCP), waarin is beschreven hoe we omgaan bij een calamiteit. In 2026 zijn verschillende functies, rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden op het gebied van bedrijfscontinuïteitmanagement ingericht en geborgd in de organisatie.

Financiële uitdagingen Zoals beschreven in onderdeel 1.1 Algemeen hebben we te maken met financiële uitdagingen. Een nieuwe bezuinigingsopdracht heeft direct invloed op de paraatheid en het veiligheidsniveau in onze regio en vraagt om een gedegen bestuurlijke afweging. Het Algemeen Bestuur heeft de bestuurlijke commissie, die ook de eerdere takendiscussie heeft geleid, de opdracht gegeven om samen met de VRMWB | Begroting 2026

26

directie in 2025 de gevolgen van de financiële ontwikkelingen vanaf 2026 te onderzoeken. Hiervoor worden twee onderzoeken uitgevoerd, namelijk het ontwikkelen van een masterplan brandweer en de risicobeheersingstaken. In 2026 werken we het besluit uit dat het Algemeen Bestuur in 2025 hierover neemt en we starten met de uitvoering die naar verwachting over meerdere jaren reikt.

Duurzaam incl. duurzame inzetbaarheid • •

We voeren de jaarschijf 2026 van het CO2-Prestatieladder Managementplan uit: CO2-reductie < 55% in 2026 t.o.v. 2022. We verwerken onze bevindingen uit een Grondstoffenanalyse (2025) in (inkoop)projecten en facilitaire processen.

Uitvoering strategische agenda Informatievoorziening De eerste fase van de landelijke Strategische agenda Informatievoorziening (2025) is uitgevoerd en naar onze eigen organisatie vertaald, we hebben de eerste stappen gezet op enkele van de vijf landelijke thema’s: Informatiegestuurde Veiligheid, Informatiegestuurde (missie kritische) communicatie, Data en infrastructuur (technologie), Informatieveiligheid en Digitale fitheid. De samenwerking met onze partners maken we ‘slimmer’ door zowel lokaal, regionaal als landelijk vanuit eenzelfde bron (‘één waarheid’) te handelen.

Wat we blijven doen (ons reguliere werk) In deze begroting geven we aan wat we in 2026 willen ontwikkelen om een bijdrage te leveren aan een duurzame en wendbare organisatie. Naast deze ontwikkelingen zijn er uiteraard ook reguliere werkzaamheden die bijdragen aan wendbaarheid en duurzaamheid en waarvoor we een overgroot deel van onze capaciteit en middelen inzetten. We blijven investeren in het goed uitoefenen van ons werk, richten onze processen efficiënt en doeltreffend in, vertalen en initiëren nieuwe ontwikkelingen en trends en adviseren en ondersteunen de organisatie bij beleidsvoering en uitvoering van taken op het gebied van: personeel en organisatie, financiën planning en control, inkoop, communicatie, informatisering, strategie en ontwikkeling. Ons team informatieveiligheid werkt samen met het NIPV en de andere veiligheidsregio’s aan het versterken van cyberweerbaarheid. Met het meerjarenprogramma ‘Samen Vitaal’ richten we ons op alle aspecten van vitaliteit: het fysieke, mentale, sociale en zingevingaspect.

VRMWB | Begroting 2026

27

Indicator

Personeel en organisatie

Communicatie

Strategie en ontwikkeling

Realisatie 2024

Verwachting of streefwaarde 2025

Verwachting of streefwaarde 2026

Ziekteverzuim (organisatie)

4,36 %

4,5%

4,5%

% Realisatie van het opleidingsbudget1

nieuw

nieuw

95%

% van de beroeps brandweermensen die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid

100%

100%

100%

26

*

*

92%

100%

100%

100%

100%

100%

0

*

*

80%

80%

80%

0

*

*

35%

50%

55%

Bereik VRMWB Facebook

243.117

Bereik VRMWB LinkedIn

166.246

Impressies VRMWB X

494.868

Bereik Brandweer MWB Facebook

679.839

Bereik Brandweer MWB LinkedIn

128.258

Bereik Brandweer MWB Instagram

588.497

Bereik Brandweer MWB Youtube

100.885

Aantal Woo informatie- en zienswijzeverzoeken

Woo-verzoeken afgedaan binnen wettelijke termijn Afgedaan binnen primair beslistermijn

16

Afgedaan binnen primair beslistermijn + wettelijke verdaging

5

Aantal raadsvragen

25

% raadsvragen binnen week beantwoord Aantal klachten Inkoop

Realiseren inkoop investeringen

Informatisering

Aantal hacks (major storing)

Duurzaamheid

CO2-reductie ten opzichte van referentiejaar 2022

*Deze cijfers worden niet begroot, maar worden wel weergegeven als realisatie. Dit zijn niet-beïnvloedbare kengetallen

Algemene dekkingsmiddelen In de algemene dekkingsmiddelen zijn de volgende baten opgenomen:

VRMWB | Begroting 2026

28

• • •

De financieringslasten en baten De rijksbijdrage BDuR gelden De algemene gemeentelijke bijdragen

De toelichting van bovenstaande onderwerpen zijn respectievelijk te lezen bij de paragrafen 2.2 Financiering voor de rente en 3.1 Totstandkoming financiële kaders voor de BDuR gelden en de gemeentelijke bijdragen. Mutaties op reserves De toelichting op de reserves vindt u in paragraaf 3.2 Financiële positie.

Welke middelen zetten we in? Weergave van de kosten voor de Overhead, algemene dekkingsmiddelen en mutaties op reserves:

De baten van de intekentaken worden niet gerekend tot de Algemene Dekkingsmiddelen en worden verantwoord op Programma Veiligheid.

VRMWB | Begroting 2026

29

2.

Paragrafen

In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV zijn de volgende paragrafen verplicht: • • • • • • • •

Bedrijfsvoering Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid

Omdat wij geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen in deze begroting. Naast het BBV schrijft ook de Wet open overheid (Woo) een verplichte paragraaf voor.

2.1

Bedrijfsvoering

Personeel Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de begrote formatie 2025 (611,07,1 fte) opgenomen. We verwachten dat onze formatie in 2026 hiermee overeenkomt. De formatie in het overzicht betreft de fte's, onderverdeeld in organisatieonderdelen. De medewerkers in de organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling zijn ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn bij de GGD.

De sector Directie bestaat uit de directie (2 fte), directieondersteuning (2 fte) en de afdelingen Programma's (3 fte) en Concerncontrol (3 fte).

VRMWB | Begroting 2026

30

Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van de brandweer is een formatie van 1.334 vrijwilligers opgenomen. District

Formatie

Bezetting 2025

Baronie

528

515

Markiezaten

432

405

Hart van Brabant

374

398

1.334

1.318

Totaal

Audit en Interne Controle Een goede interne beheersing is een belangrijke randvoorwaarde om betrouwbare cijfers te rapporteren en rechtmatig te handelen. De afdeling Concerncontrol voert interne controles, audits, evaluaties, (doelmatigheid)onderzoeken en (risico)analyses uit om vast te stellen of interne procedures en afspraken nageleefd worden. In 2026 hebben we permanente aandacht voor de goede opzet van de Administratieve Organisatie (AO)/interne beheersing (IB) voor de gehele organisatie en ziet de afdeling Concerncontrol toe op de uitvoering van het interne controleplan. Daarnaast bewaken we de voortgang van het opvolgen van de aanbevelingen vanuit de interne controle en de managementletter en accountantsverslag van de accountant.

Aandacht voor frauderisico's en beheersing Het voorkomen van onrechtmatig handelen en fraude heeft binnen de organisatie blijvende aandacht. In de processen zijn interne beheersmaatregelen genomen om frauderisico’s te beperken. In 2026 voeren we wederom de jaarlijkse frauderisicoanalyse uit. Deze analyse vormt een inventarisatie van fraudemogelijkheden die binnen een organisatie kunnen voorkomen. Deze risico’s zijn niet gebaseerd op verdenkingen of waargenomen fraudes, maar gebaseerd op een analyse van de processen die binnen een organisatie plaatsvinden en mogelijke kwetsbaren daarin. Voor de risico’s wordt een inschatting gemaakt van de kans en impact. De uitkomsten van de frauderisicoanalyse worden met het managementteam en het Dagelijks Bestuur besproken.

Rechtmatigheidsverantwoording Sinds het boekjaar 2023 is de verantwoordelijkheid van het Dagelijks Bestuur voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het Dagelijks Bestuur een verantwoording over rechtmatigheid af moet geven in plaats van de accountant. Deze verantwoording geeft het Dagelijks Bestuur in de vorm van een verklaring af bij de jaarrekening. De rechtmatigheidsverantwoording gaat over de naleving van de regels die relevant zijn voor de financiële processen van de VRMWB. Bijvoorbeeld naleving van weten regelgeving, zoals de aanbestedingswet, maar ook over misbruik of oneigenlijk gebruik van overheidsmiddelen of over lasten waarvoor geen dekking is opgenomen in de begroting (begrotingsonrechtmatigheid). De drie relevante criteria voor de rechtmatigheidsverantwoording zijn: het begrotingscriterium, het voorwaardencriterium en misbruik en oneigenlijk (M&O) gebruik van overheidsmiddelen.

VRMWB | Begroting 2026

31

Om de beoordeling voor deze rechtmatigheidsverantwoording te kunnen doen worden interne controles uitgevoerd, de frauderisicoanalyse en de analyse van begrotingsrechtmatigheid gedaan. De afdeling Concerncontrol zorgt voor de uitvoering van deze werkzaamheden in samenwerking met de overige organisatieonderdelen. Deze zijn vastgelegd in het interne controleplan dat jaarlijks wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Daarnaast worden analyses en voortgezette controles uitgevoerd op onderwerpen die hier aanleiding toe geven. De uitkomsten van deze controles leiden tot een verslag van bevindingen over de vraag of de inrichting van het financiële beheer en van de financiële organisatie een rechtmatige verantwoording mogelijk maakt. De accountant geeft een controleverklaring af met alleen een oordeel over de getrouwheid van de jaarrekening met als onderdeel de rechtmatigheidsverantwoording van het bestuur. In 2024 is een nieuw financieel systeem geïmplementeerd en gewerkt aan het herzien en beoordelen van de risico's in de financiële processen. In 2025 wordt gewerkt aan het beschrijven van de processen en herijken van een aantal interne controles. In 2026 verwachten wij dat de activiteiten, die uitgevoerd dienen te worden om de rechtmatigheidsverantwoording af te geven, ingebed zijn in onze dagelijkse werkzaamheden en efficiënt uitgevoerd kunnen worden.

Wet open overheid Medio 2024 is meer duidelijkheid gegeven rondom de actieve publicatieplicht waar alle overheidsorganisaties aan moeten voldoen als gevolg van de Wet open overheid (Woo). Dat is gedaan door de 17 categorieën uit te werken in definities. De eerste vier categorieën zijn per 1 november 2024 actief openbaar gemaakt. In 2025 en 2026 ronden we het actief publiceren van de overige categorieën af. De verwachting is dat eind 2026 alle 17 categorieën actief worden gepubliceerd. De structurele monitoring van de publicatie van documenten conform de Woo en het in 2022 gestarte implementatietraject ronden we hiermee af.

Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer Recent is duidelijk geworden dat de definitieve ingangsdatum van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) is verzet van 1 januari 2025 naar 1 januari 2026. We hebben een overzicht gemaakt van alle producten en diensten die extern (door burgers of bedrijven) kunnen worden aangevraagd. Het gaat daarbij om producten en diensten waar we een formeel besluit op moeten nemen. Uit de inventarisatie blijkt dat er een beperkt aantal van acht producten en diensten is, die voor ons onder de Wmebv vallen. Op 12 december 2024 heeft het Algemeen Bestuur met een officieel voorstel (aanwijzingsbesluit) deze procesgang formeel vastgesteld. Begin 2026 moeten deze producten en diensten via een e-formulier kunnen worden aangevraagd en afgehandeld. De technische voorzieningen hiervoor worden begin 2025 operationeel gemaakt. Een degelijk proces is voor de Woo-verzoeken al ingericht. Wanneer alle producten en diensten via het aanwijzingsbesluit zijn vastgesteld, bekendgemaakt en in gebruik zijn genomen voldoen we in 2026 aan alle eisen die de Wmebv stelt.

2.2

Financiering

De financieringsparagraaf is een onderdeel van de begroting en is voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen, dus ook voor ons. De Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen onze organisatie zijn vertaald in een zogenaamd treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de

VRMWB | Begroting 2026

32

financieringsparagraaf. Zo wordt meer inzicht gevraagd in de rente en zijn we verplicht om een meerjarenbalans en het EMU-saldo op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt.

Wet Fido In de Wet financiering decentrale overheden (Fido) worden door de overheid specifieke regels gesteld voor de structuur van de leningen van de decentrale overheid om de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiervoor wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd.

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering met kort vermogen (met een looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten in de jaarbegroting. Voor ons betekent dit een kasgeldlimiet in 2026 van € 8,5 miljoen (8,2% van € 103,4 miljoen).

Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor ons betekent een renterisiconorm in 2026 van € 20,7 miljoen (20% van € 103,4 miljoen). Op basis van de leningenportefeuille (zie paragraaf 3.2) is een overzicht van de renterisiconorm als volgt: Tabel renterisiconorm

Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentekosten van de langlopende leningen die onder onze leningenportefeuille vallen, bedragen over 2026 € 797k. De rentekosten van de kasgeldleningen bedragen € 117k. De rentebaten van € 175k zijn de ontvangen rente op rekening courant Schatkistbankieren.

VRMWB | Begroting 2026

33

Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. De rekening-courant tegoeden en deposito’s die wij voorheen bij de BNG hadden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie ontvangen wij een rentevergoeding. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zijn als externe rentebaten in de begroting opgenomen. Ons reguliere betalingsverkeer is vanaf 2023 ondergebracht bij de BNG. Hier hebben wij een rekening-courant waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dragen wij dit af aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo vullen wij juist aan vanuit de middelen bij het Ministerie van Financiën.

Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2026 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op € 38,7 miljoen. Naast de aan te trekken leningen in 2026 dienen ook in komende jaren additionele geldleningen aangetrokken te worden. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is opgenomen in bijlage 4.1. Hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2026 tot en met 2029.

2.3

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Hier beschrijven we in hoeverre we in staat zijn om financiële risico’s op te vangen, zonder dat de begroting en het beleid aangepast hoeven te worden. Conform artikel 11 BBV bevat deze paragraaf de volgende onderdelen: • Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit. • Een inventarisatie van de risico’s. • Het beleid voor de weerstandscapaciteit en de risico’s. • Een aantal verplichte financiële kengetallen.

VRMWB | Begroting 2026

34

In de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ beschrijven we de risico’s in relatie tot de weerstandscapaciteit. Het gaat om de risico’s die tot het moment van het aanbieden van de begroting bekend zijn. Om een beeld te kunnen geven van de risico’s die de organisatie loopt, voeren we periodiek een risico-inventarisatie uit. Na afloop van het begrotingsjaar rapporteren we in de jaarrekening, eveneens in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing, de actuele risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit.

Benodigde weerstandscapaciteit Hieronder staan de belangrijkste risico’s (per februari 2025, bij het opstellen van begroting 2026) met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit:

Op basis van de actuele risico’s hebben we de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 5.502.500.

Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit is dat deel van het eigen vermogen dat beschikbaar is om eventuele risico’s financieel op te kunnen vangen. Voor ons is dit de algemene reserve. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 12 december 2024 besloten om de crisis- en calamiteitenreserve vrij te laten vallen en een algemene reserve te vormen. De algemene reserve is vrij aanwendbaar voor optredende risico’s, zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. De algemene reserve bedraagt per 31 december 2024 € 1.770.255 en vormt de beschikbare weerstandscapaciteit, voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. De overige (bestemmings)reserves horen niet bij de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit zijn de bestemmingsreserves en hieraan zijn al een bestemming toegekend. Het weerstandsvermogen bereken we als volgt:

Ratio weerstandsvermogen: 0,32

Beschikbare weerstandscapaciteit : € 1.770.255 ------------------------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit: € 5.502.500

De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 1.770.255. De benodigde weerstandscapaciteit is € 5.502.500. Het weerstandsvermogen (€ 1.770.255 / € 5.502.500) bedraagt 0,32.

VRMWB | Begroting 2026

35

Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële tegenvallers op te vangen, zonder de noodzaak om direct te bezuinigen of het beleid aan te passen. We zijn met een ratio weerstandsvermogen van 0,32 beperkt in staat om financiële tegenvallers zelf op te vangen. Daarom dienen de deelnemende gemeenten een algemene reserve aan te houden om onze risico’s op te vangen. Deze algemene reserve is onder meer bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regeling waarin wordt deelgenomen. Hiermee vormen de gemeenten in feite een deel van de benodigde weerstandscapaciteit en doen we, indien nodig, een beroep op de weerstandscapaciteit van de deelnemende gemeenten.

Inventarisatie risico’s Zoals alle organisaties hebben wij ook te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Een groot aantal risico’s wordt opgevangen of beperkt door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te verkleinen. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen hebben we diverse verzekeringen afgesloten. In deze paragraaf zijn de belangrijkste risico’s benoemd die zich voor kunnen doen maar die nog onvoldoende concreet en kwantificeerbaar zijn en waarvoor geen verzekeringen zijn afgesloten of voorzieningen zijn gevormd. Bij ieder geïdentificeerd risico hebben we, voor zover mogelijk, maatregelen opgenomen die we nemen om de kans of de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten, zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties. Het identificeren en vaststellen van de belangrijkste risico’s is een momentopname. In de loop van de tijd kunnen er nieuwe risico’s ontstaan en kunnen risico’s in de toekomst anders ingeschat worden. Hieronder lichten we geïdentificeerde risico’s per februari 2025 nader toe.

Vrijwilligheid Het vinden en blijven binden van voldoende vrijwilligers aan de organisatie is een continu aandachtspunt. De beschikbaarheid van vrijwilligers en daardoor paraatheid staan onder druk. We hebben structureel 20-30 vacatures bij onze vrijwillige brandweerposten en het werven van nieuwe vrijwilligers blijft een aandachtspunt. We hebben een verouderd vrijwilligersbestand (relatief hoge leeftijdsopbouw). Komende jaren moeten we rekening houden met nog meer uitstroom, met meer druk om te werven en op te leiden. De werving en selectie van vrijwilligers heeft continu aandacht. De bezetting van vrijwilligers is in 2024 toegenomen met 33 vrijwilligers. Hierdoor is het aantal vacatures afgenomen. De gemiddelde financiële impact is om deze reden verlaagd.

Europese deeltijdrichtlijn brandweervrijwilligers (verplichtend karakter) Naast dat het moeilijk is om vrijwilligers te binden en boeien aan onze organisatie, hebben wij ook te maken met een Europese richtlijn. Deze richtlijn stelt dat gelijke arbeid gelijk beloond moet worden. In de toekomst is kazerneren en consigneren van vrijwilligers daarom niet meer mogelijk waardoor we ook op onze beroepsposten geconfronteerd worden met een tekort aan medewerkers. Indien veiligheidsregio’s brandweervrijwilligers een parttime aanstelling moeten geven, nemen de kosten van de brandweerzorg enorm toe. Daarnaast is het de vraag of vrijwilligers en hun werkgevers instemmen met een ander dienstverband.

VRMWB | Begroting 2026

36

In 2022 is geconstateerd dat de operationele sterkte van de beroepskazernes niet voldoende is om volgens ons 24-uursrooster uitvoering te geven aan het door gemeenten vastgestelde dekkingsplan van de regio. In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving heeft het Algemeen Bestuur als tijdelijke maatregel het besluit genomen (oktober 2022) om de operationele sterkte van de beroepsbezetting uit te breiden, maar nog wel in te vullen met vrijwilligers. Hiervoor is in 2023, 2024 en 2025 de gemeentelijke bijdrage verhoogd met € 465.000. Concreet betekent dit dat we dagelijks vrijwilligers kazerneren. Met de keuze voor deze variant wordt niet vooruitgelopen op landelijke besluitvorming over de effecten van de Europese Deeltijdrichtlijn. Voor 2026 is er nog geen zicht op de vaststelling van het landelijk beleid. In een brief aan de Minister van Justitie en Veiligheid heeft het Veiligheidsberaad aangegeven dat voor de structurele borging van vrijwillige brandweerinzet in ons land jaarlijks minimaal € 35 miljoen nodig is. De Minister wacht de uitkomsten af van een onderzoek door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en gaat dat met de veiligheidsregio’s in gesprek over financiering van de kosten.

Informatieveiligheid Vanuit het landelijke versnellingsplan Informatieveiligheid wordt in opdracht van het Veiligheidsberaad de cyberweerbaarheid van de Veiligheidsregio’s en het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) versterkt. We versterken informatieveiligheid in onze veiligheidsregio op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) die standaard verplicht is voor overheidsorganisaties. De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Het definitief besluit moet nog worden genomen (planning Q2 2025). Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen voor een aantal processen. Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus, 0 is het laagste, 5 is het hoogste. Eind 2024 is een audit op de BIO (baseline informatiebeveiliging overheid) uitgevoerd. Op basis van de bevindingen uit deze audit is er een verbeterplan BIO geschreven. In een steeds meer digitale wereld neemt de impact van ransome ware aanvallen neemt toe. Bij een dergelijke aanval komt gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel wordt openbaar gemaakt. Bij het lekken van persoonsgegevens kan dit leiden tot een boete van het Autoriteit Persoonsgegevens (AP).

Een aanval kan ook leiden tot vervreemding van overheidsgelden (via digitale betalingsmiddelen). Maatregelen tegen ransome ware zijn dan ook van groot belang. De afgelopen jaren zijn de medewerkers getraind in het herkennen en omgaan met informatiebeveiligingsrisico's.

Continuïteit Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen. Er is een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse van kwetsbaarheden, het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval. Business Continuïteit blijft een aandachtspunt. Naar aanleiding van de geopolitieke spanningen in de wereld is opdracht gegeven om in 2025 te werken aan een organisatie breed Continuïteitsplan. Hiervoor is eind 2024 een projectopdracht vastgesteld.

VRMWB | Begroting 2026

37

Tweede loopbaanbeleid Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Doelstelling is dat brandweermensen gezond hun pensioenleeftijd halen en daarna nog een goed kwalitatief leven kunnen leiden. De VRMWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Voor de organisatie heeft het financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. De Universiteit van Maastricht is in opdracht van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) in 2021 een vierjarig onderzoek gestart naar duurzame inzetbaarheid van brandweermedewerkers. Naar verwachting zijn in 2027 de onderzoeksresultaten van de Universiteit van Maastricht bekend.

In afwachting van de uitkomsten van het onderzoek naar bezwarendheid zijn in het najaar van 2022 afspraken gemaakt waardoor 20-jarigen die maximaal 5 jaar voor de einddatum staan, onder voorwaarden, uitstel kunnen aanvragen totdat er landelijk een definitieve oplossing komt voor duurzame inzetbaarheid van brandweermensen. Nu de einddatum in 2026/2027 dichterbij komt, gaat men meer gebruik maken van het verzoek tot uitstel. Resultaten van het onderzoek worden verwacht midden 2026. Vooruitlopend op de resultaten van dit onderzoek wordt landelijk nagedacht over nieuwe afspraken over duurzame inzetbaarheid.

Omgevingswet De Omgevingswet brengt voor de veiligheidsregio’s een intensieve taakverandering mee op het gebied van risicobeheersing. Er zijn nieuwe kwaliteiten en producten nodig en een andere wijze van advisering van risicobeheersing aan gemeenten. Hiervoor is meer capaciteit nodig, vooralsnog is dit berekend op drie fte extra en € 240.000. We verwachten dat gemeenten voor de extra structurele kosten worden gecompenseerd door het Rijk. Daar is echter nog steeds geen duidelijkheid over. Met het onderzoek naar de Risicobeheersingstaken in 2025 als onderdeel van de financiële uitdagingen brengen we de inhoudelijke, personele en financiële effecten in kaart.

Wet normalisering rechtspersoon ambtenaren (WNRA) De Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), in werking per 1 januari 2020, regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de private sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van veiligheidsregio’s geldt uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. Met ingang van 1 januari 2022 treedt de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) namens de 25 Veiligheidsregio’s op als werkgeversorganisatie; ook voor wat betreft arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderwerp van gesprek. Onderzocht wordt of de wet volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt ingevoerd. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardenpakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en op de arbeidsvoorwaarden. De keuze wordt niet verwacht in 2025. Indien er medio 2025 een besluit

VRMWB | Begroting 2026

38

wordt genomen vindt de uitwerking hiervan plaats in 2026 en verder. Er is op dit moment geen goede inschatting te maken van de exacte financiële risico's.

Stijgende loon- en prijsontwikkeling Wereldwijd is een duidelijke trend zichtbaar in de prijsontwikkeling van inkopen, gas, elektra en (bouw)materialen. Onderhoudscontracten voor materieel worden aanzienlijk verhoogd. Het risico ontstaat dat kosten voor onderhoud en de investeringsprojecten hoger uitkomen. Veel van onze contracten voor onderhoud, diensten en leveringen zijn per 1 januari 2024 tussen de 5-10% verhoogd. Hier is niet geheel rekening mee gehouden in de exploitatiebegroting. Vooraf was al duidelijk dat onze reguliere indexatiemethode niet passend is voor de extreme prijs- en loonstijgingen en er financiële tekorten ontstaan. Ondanks energiebesparende maatregelen hebben we te maken met een structurele jaarlijkse toename van de energiekosten, een deel van deze kosten hebben wij opgevangen binnen onze begroting. Voor het resterende deel (circa € 326.000) zien wij geen mogelijkheden tot structurele dekking van deze kosten binnen de bestaande begroting.

Beroepsziekten en stress gerelateerde gezondheidsklachten Tot op heden gaan veiligheidsregio’s verschillend om met medewerkers met PTSS-symptomen. Voor veiligheidsregio’s wordt op dit moment een landelijke regeling voor PTSS uitgewerkt. Met deze regeling wordt PTSS voor veiligheidsregio’s als beroepsziekte erkend. Dit in navolging van bijvoorbeeld Defensie en Politie. Een belangrijk onderdeel van de regeling zijn preventieve maatregelen om PTSS te voorkomen. In de regeling is een bepaling opgenomen dat ook erkende PTSS-gevallen met terugwerkende kracht rechten kunnen ontlenen aan de regeling. Verder is de minister gevraagd bij te dragen aan de collectieve kosten voor uitvoering van de regeling. Afhankelijk van de parlementaire besluiten over de voorjaarsnota worden hiervoor gelden toegekend. Bij het ingaan van deze regeling bestaat een (financieel) risico voor toepassing van de regeling met terugwerkende kracht en de mogelijke negatieve uitkomst over de voorjaarsnota waardoor alle inspanningen en de daaruit voorvloeiende financiële consequenties op dit gebied door ons moeten worden gedragen.

Safety Village Door hoger verloop van personeel verwachten we dat de komende jaren meer geïnvesteerd moet worden in werving en selectie en het opleiden van vrijwilligers en beroepsmedewerkers. Dit legt een grotere druk op de ondersteunende diensten maar ook op ons opleidings- en trainingscentrum Safety Village en leidt naar verwachting tot capaciteitsproblemen. Hiervoor wordt nu al (samen met partners) naar oplossingen gezocht. Duidelijk is in ieder geval dat om de paraatheid op peil te houden jaarlijks twee extra manschapklassen opgeleid moeten worden wat € 150.000 per jaar kost. Ook moeten er keuzes gemaakt worden ten aanzien van de toekomst van Safety Village. Enerzijds om de capaciteit te vergroten maar ook om beter tegemoet te komen aan de flexibiliteit die nodig is om onze brandweermensen op te leiden en vakbekwaam te houden. Anderzijds is het noodzakelijk omdat de vergunning die in 2020 is verleend voor de tijdelijke kantoorhuisvesting begin 2029 verloopt, de huidige watervoorziening ontoereikend is om de nieuwe landelijke blustechnieken goed te kunnen beoefenen en de stalling van de voertuigen aanpassingen behoeft. Daarnaast worden douche- en omkleedfaciliteiten aangepast vanwege Arbo-eisen voor schoon en veilig werken.

Om deze keuzes te maken wordt in 2025 een business case opgesteld waarin de mogelijkheden, vergunbaarheid, kosten en de wijze van financieren in beeld worden gebracht. VRMWB | Begroting 2026

39

Post Moerdijk Haven Met het besluit van het Algemeen Bestuur (december 2024) om de Publiek Private Samenwerking (PPS) met Stichting Brandweerzorg Moerdijk (SBM) met ingang van 1 januari 2027 te beëindigen en de brandweer Post Moerdijk om te vormen naar een 100% overheidsbrandweerpost komen vanaf 2027 de structurele bijdrage vanuit de bedrijven te vervallen terwijl de kosten doorlopen. Vanaf 2027 komen de volledige kosten van de post Moerdijk Haven voor onze rekening. We krijgen vanaf 2027 te maken met een structurele kostenstijging van € 893k. Deze extra kosten kunnen in 2027 en 2028 worden opgevangen vanuit een gevormde bestemmingsreserve. Vanaf 2029 is dit vooralsnog cijfermatig opgenomen in de gemeentelijke bijdrage. Het Algemeen Bestuur heeft besloten om bij de vaststelling van het masterplan brandweerzorg te bezien hoe hiermee om te gaan.

Aansprakelijkheid bij niet verzekerbare risico's Bij de risicoaansprakelijkheid van niet verzekerbare risico’s gaat het om juridische gevolgrisico’s zoals claims en aansprakelijkstellingen. Dit risico kan zich voordoen waarbij we kosten krijgt die we niet kunnen verhalen bij de verzekering of anderszins.

Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote neemt de komende jaren een stukje af. Dit wordt veroorzaakt doordat de vaste schulden meerjarig afnemen, terwijl de exploitatie toeneemt. In 2027 is er een toename in de vaste schulden door een stijging van de investeringen. Er is geen verschil tussen de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. Dit komt doordat er geen leningen worden verstrekt. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft een beeld over in welke mate de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. We hebben een beperkt saldo aan eigen vermogen (reserves), omdat in de regel een positief jaarrekeningresultaat wordt teruggestort naar de gemeenten i.p.v. te storten in een algemene reserve. Deze gemeenten vormen dan ook onze achtervang. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is.

Dit beoordelen we door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves. In 2027 en 2028 hebben we een negatieve waarde. Dit wordt veroorzaakt door het vormen van een bestemmingsreserve om de structurele kosten van Post Moerdijk Haven twee jaar te dekken. Zie paragraaf 3.4 Incidentele en structurele lasten en baten.

VRMWB | Begroting 2026

40

2.4

Onderhoud kapitaalgoederen

In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Wij besteden een substantieel deel van de begroting aan het onderhoud van de kapitaalgoederen. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen.

Gebouwen Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud via demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Voor het groot onderhoud hebben we een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2022 hebben we de MJOP’s voor alle kazernes geactualiseerd, waarna de dotatie en de stand van de voorziening is aangepast.

Materieel en voertuigen

Wij hebben een grote vloot aan voertuigen. Bij de aanbesteding van de meeste voertuigen worden onderhoudscontracten afgesloten voor maximaal 15 jaar. Het onderhoud inclusief APK voeren we voor een deel van de vloot uit in de werkplaats in Tilburg. Steeds vaker voeren we ook andersoortig onderhoud aan voertuigen zelf uit, zoals bijvoorbeeld pomprevisies. Dat geldt ook voor het onderhoud van kleine dienstvoertuigen. De bepakkingswerkzaamheden voeren we grotendeels in eigen beheer uit. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld ten behoeve van materieel. Vooralsnog is hier geen noodzaak toe en

VRMWB | Begroting 2026

41

gelden de afgesloten contracten als normering. Er is nu geen sprake van achterstallig onderhoud binnen onze vloot. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal. Bij de voertuigen maken we geen onderscheid meer tussen planmatig en correctief onderhoud. Dit hebben we samengevoegd tot Onderhoud voertuigen. Voertuigen zijn WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Om schades te voorkomen hebben we nader beleid gevormd en in een proces vastgelegd. Bij de bepakking zijn de kostensoorten aangepast in Onderhoud voertuigen en Correctief onderhoud voertuigen.

2.5

Verbonden partijen

Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Wij zijn een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten zorgdragen dat we beschikken over voldoende middelen om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen, waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor zijn we een formeel verbonden partij voor de 24 gemeenten. We kennen zelf geen verbonden partijen conform de definitie van het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Deze worden hieronder toegelicht.

Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant. De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en VRMWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Wij participeren voor een aandeel van 93,65% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats met de cijfers van de GHOR. Onze bijdrage aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in onze begroting en jaarrekening. De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige leefomgeving.

Publiek-Private Samenwerking Moerdijk Sinds 1 februari 2013 is er op het haven- en industrieterrein van Moerdijk een beroepspost ingesteld die 24 uur per dag zowel (overheids)basisbrandweerzorg als bedrijfsbrandweerzorg biedt. Deze publiek-private samenwerking (PPS) is vastgelegd in een overeenkomst tussen de Stichting

VRMWB | Begroting 2026

42

Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) en VRMWB. In de overeenkomst zijn nadere afspraken vastgelegd over de financiering, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van beide partijen. Eind 2024 heeft het Algemeen Bestuur besloten om met ingang van 1 januari 2027 te stoppen met de bedrijfsbrandweeractiviteiten en de PPS constructie met de SBM te beëindigen. De brandweerpost zal daarna doorgaan als overheidsbrandweer.

Publiek-Private Samenwerking voor blusboot We hebben een waakvlamovereenkomst met de firma BST te Dinteloord voor de incidentbestrijding op de vaarwegen rondom Volkerak en Schelde-Rijnverbinding. Firma BST exploiteert en beheert de blusboot (Furie 4) en de nautische bemanning. We leveren een opstapbemanning die is opgeleid en geoefend naar de huidige eisen.

Operationeel Centrum Veiligheidsregio/Brandweer (OCB VR/Brw) Met ingang van 1 januari 2020 hebben we een convenant met de Veiligheidsregio Zeeland, inzake de samenwerking meldkamer Bergen op Zoom voor de uitvoering van de meldkamerfunctie voor de brandweertaak, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Personeel is door de organisatorische samenvoeging per 1-1-2020 in onze dienst en we voeren de administratie van de meldkamerfunctie. De verdeling van de kosten van de brandweermeldkamer (inclusief CaCo functie) vindt plaats op basis van inwoneraantallen met een vaste verdeelsleutel 74% VRMWB – 26% VR Zeeland.

VRMWB | Begroting 2026

43

3.

Financiële begroting

3.1

Kaders totstandkoming begroting

Beleidswijzigingen Volgend aan de kaderbrief 2026 is er geen nieuw beleid opgenomen in de begroting 2026 en de meerjarenraming. Er zijn wel drie autonome wijzigingen op het bestaand beleid opgenomen, ook beschreven in de kaderbrief 2026. Dit zijn de financiering beroepsposten als gevolg van Europese wet- en regelgeving, energiekosten en informatieveiligheid.

Financiering beroepsposten als gevolg van Europese wet- en regelgeving In afwachting van landelijk beleid als gevolg van Europese wet- en regelgeving is eind 2022 bestuurlijk voor de tijdelijke oplossing gekozen om de repressieve sterkte van de brandweer op orde te krijgen. De verhoging van de beroepsformatie van 48 naar 52 plekken per dag, wordt sinds die tijd ingevuld door vrijwilligers structureel te kazerneren, naast de inzet van dagdienstmedewerkers met een repressieve achtergrond. Het kazerneren van vrijwilligers is met € 465k financieel de meest aantrekkelijke oplossing. Voor 2026 is er nog geen zicht op de vaststelling van een landelijk beleid, waardoor een incidentele verhoging van de gemeentelijke bijdrage in 2026, en mogelijk nog langer, nodig is.

Energiekosten De afgelopen jaren zijn wereldwijd de energiekosten gestegen. Ook voor ons zijn de kosten voor gas en elektra ruim twee keer zo hoog als medio 2022. In de afgelopen jaren hebben we de kostenstijgingen kunnen opvangen door energiebesparende maatregelen te implementeren maar ook te sturen op meer bewustzijn om zuinig om te gaan met energie. Bij nieuwbouw en renovaties kazernes hebben we oog voor verduurzamen. In 2024 zijn we gestart met de overgang naar de eerste voertuigen van diesel op elektrisch rijden. Naast deze maatregelen hebben wij de kostenstijging ook deels opgevangen door ombuigingen, efficiënter werken en door het herprioriteren van werkzaamheden. Ondanks deze inspanningen hebben we te maken met een structurele jaarlijkse toename van de energiekosten met ca. € 326k, waarvoor we geen mogelijkheden zien tot structurele dekking van deze kosten binnen de bestaande begroting. Het AB heeft in februari 2025 bij de behandeling van de Kaderbrief 2026 besloten om de gemeentelijke bijdrage met genoemd bedrag te verhogen.

Informatieveiligheid Door aangescherpte wettelijke regelgeving worden steeds hogere eisen gesteld aan het beveiligingsniveau van onze informatievoorziening. Naast bewustwording (awareness) vraagt dit ook om de modernisering van (netwerk)beveiliging. Hiervoor zijn structureel aanvullende investeringen nodig. We krijgen met ingang van 2026 te maken met een jaarlijkse kostenstijging van € 100k. Het AB heeft in februari 2025 bij de behandeling van de Kaderbrief 2026 besloten om de gemeentelijke bijdrage met genoemd bedrag te verhogen.

VRMWB | Begroting 2026

44

Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2026. Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’. Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2026. De loon- en prijsontwikkeling wordt bepaald door de gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2026 van het CPB en de correcties van deze indices voor het jaar 2023 en 2024 van de in de begroting 2024 verwerkte cijfers. In de begroting wordt uitgegaan van de jongste CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de conceptbegroting.

Kerngegevenstabel Centraal Planbureau o.b.v. MEV sept 2024 Onderstaande tabel presenteert de kerngegevens MEV 2024 van het Centraal Plan Bureau op basis van september 2024 in de eerste kolom. In de kolom ernaast staat de verhouding die leidt tot een gewogen index waarmee regulier in onze begroting wordt gewerkt.

Index CPB Verhouding

Gewogen index

Loonindex 2024 Prijsindex 2024 Gewogen index Index 2024 bij begroting 2025 Correctie index 2024

8,40% 5,10%

60,00% 40,00%

5,04% 2,04% 7,08% 5,22% 1,86%

Loonindex 2025 Prijsindex 2025 Gewogen index Index 2025 bij begroting 2025 Correctie index 2025

4,70% 2,70%

60,00% 40,00%

2,82% 1,08% 3,90% 4,14% -0,24%

Loonindex 2026 Prijsindex 2026 Gewogen index 2026 Index 2026 incl nacalculatie (correctie 2024 en 2025)

2,10% 2,60%

60,00% 40,00%

1,26% 1,04% 2,30%

Loonindex 2027 Prijsindex 2027 Gewogen index 2027

4,90% 2,60%

Loonindex 2028 Prijsindex 2028 Gewogen index 2028

4,30% 2,40%

Loonindex 2029 Prijsindex 2029 Gewogen index 2029

4,30% 2,40%

VRMWB | Begroting 2026

Index Begroting 2026

3,92% 60,00% 40,00%

60,00% 40,00%

60,00% 40,00%

2,94% 1,04% 3,98%

3,98%

2,58% 0,96% 3,54%

3,54%

2,58% 0,96% 3,54%

3,54%

45

Op basis van deze indices en degene die reeds eerder in de begroting 2025 verwerkt zijn, is een gewogen gemiddelde index berekend waarmee de bijdragen van de gemeenten worden aangepast. Deze index en mutatie in de begroting 2026 is in onderstaande tabel weergegeven.

De mutaties zijn de percentages waarmee de gemeentelijke bijdragen zijn aangepast. Deze mutaties betreffen voor 2026 en 2027 een correctie ten opzichte van de aangegeven mutaties in de Kaderbrief 2026. In 2026 en 2027 is er geen sprake van een positieve correctie, maar van een negatieve correctie op de indexatie. Uitgedrukt in een bedrag betreft dat een verlaging van de gemeentelijke bijdrage van € 544.398 in 2026 en € 574.992 in 2027. Deze zijn opgenomen alsnog in te vullen taakstellingen. Zie de paragraaf ‘Totale gemeentelijke bijdragen 2026-2028’, voor de uitkomsten per gemeente.

Exploitatiebijdrage gemeenten In 2018 heeft het Algemeen Bestuur besloten om jaarlijks de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel te actualiseren op basis van de verdeling in de meest recent beschikbare gemeentelijke circulaire. Door deze jaarlijkse actualisatie van de verdeelsleutels sluiten de bijdragen van gemeenten aan op de bijdragen die zij ontvangen uit het gemeentefonds en zijn de veranderingen voor de gemeenten relatief beperkt. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld: • •

•

De sleutel toegepast door het Rijk op het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer voor de verdeling van het gemeentefonds is de basis voor de sleutel van het kostenverdeelmodel. De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet voor de begroting over twee jaar. Met andere woorden: de sleutels die op basis van meicirculaire 2024 zijn berekend, worden toegepast in de begroting 2026. De meest recent beschikbare sleutel wordt gehanteerd. Jaarlijks wordt de sleutel na uitkomst van de meicirculaire beschikbaar gesteld aan de veiligheidsregio’s door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.

Nieuwe sleutels kostenverdeelmodel (KVM) In onderstaande tabel staan de verdeelsleutels van het kostenverdeelmodel, op basis van de Cebeonmaatstaven uit de Meicirculaire 2024, die als basis dienen voor de begroting 2026. Met ingang van de kaderbrief 2026 laten we naast de percentuele uitkomsten van de verdeelsleutels ook de absolute bedragen zien die gemeenten ontvangen van het Rijk waarop de percentages zijn gebaseerd van het subcluster Crisisbeheersing en Brandweer in de meicirculaire 2024 (dit zijn dus niet de bijdragen van de gemeenten aan VRWMB, die staan in paragraaf: Totale gemeentelijke bijdragen 2026-2028).

Ontwikkeling gemeentelijke bijdrage Op basis van de vastgestelde financiële uitgangspunten, weergegeven in vorige paragrafen, is een totaaloverzicht van de bijdragen van gemeenten en het financieel meerjarenperspectief opgesteld. Hierin zijn ook de intekentaken opgenomen.

Totale bijdrage

VRMWB | Begroting 2026

47

Specificatie actualisatie FLO-overgangsrecht

In de actualisatie van het FLO-overgangsrecht is rekening gehouden met een index op de loonkosten gebaseerd op een gemiddelde van de CAO-stijgingen. Ook de laatste aanpassing, AOW-compensatie vanaf 67 jaar tot individuele AOW-leeftijd, is daarin meegenomen. Daarbij is ook nieuw dat medewerkers na de leeftijd van 59 jaar beperkt door mogen werken om hun deel van de AOW-kloof te verkleinen. Wanneer medewerkers hiervan gebruikmaken betekent dit een verschuiving van de kosten over de komende jaren, echter geen verhoging.

VRMWB | Begroting 2026

48

Actualisatie bijdrage Moerdijk Haven

Met de gemeente Moerdijk zijn afspraken gemaakt over een bijdrage in de kosten voor huisvesting en facilitaire zaken. Dit wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van de prijsindex.

Totale gemeentelijke bijdragen 2026-2028 In de onderstaande tabellen is voor de jaren 2026 t/m 2029 de bijdrage per gemeente aan VRMWB opgenomen. Voor 2027 en verder is dit een indicatie. De effecten van de verdeelsleutels uit de toekomstige circulaires en toekomstige indices van het CPB beïnvloeden de uiteindelijke gemeentelijke bijdrage vanaf 2027 in toekomstige begrotingen.

2026

VRMWB | Begroting 2026

49

2027

2028

VRMWB | Begroting 2026

50

2029

VRMWB | Begroting 2026

51

Ontwikkeling Rijksbijdrage BDuR Reguliere bijdrage Op 25 juni 2024 is de junibrief 2024 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) ontvangen met hierin de toekenning van de loon- en prijsbijstelling over 2024. Ook is in deze brief de prognose van de BDuR uitkering over 2025 aangegeven.

Vervolgens is op 11 november 2024 de beschikking 2025 ontvangen. In deze decemberbrief 2024 is aangegeven dat het kabinet heeft besloten om de BDuR niet meer over te hevelen naar het Gemeentefonds, maar dat deze als specifieke uitkering blijft bestaan. In de decemberbrief 2024 is ook aangegeven dat, op basis van het Hoofdlijnenakkoord en de uitwerking van het regeerprogramma, de BDuR uitkering vanaf 2026 met 10% gekort gaat worden. Hierbij is gemeld dat in de voorjaarsnota (zomer 2025) meer duidelijkheid gaat komen hoe deze korting gaat uitwerken. In de meerjarenbegroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is deze korting wel verwerkt en daarom wordt in onze meerjarenbegroting rekening gehouden met een terugval van de baten. Aan de lastenkant is hiervoor een nog in te vullen taakstelling opgenomen voor datzelfde bedrag per jaar.

Extra BDuR gelden versterking crisisbeheersing en informatievoorziening Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk gemaakt in het kader van opvang vluchtelingen. Het rijk heeft in het najaar 2022 extra structurele middelen toegezegd, oplopend tot 83 miljoen in 2026 aan de 25 veiligheidsregio’s en het NIPV voor de versterking van crisisbeheersing en de informatievoorziening. In een brief van 14 november 2024 voegt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid daar ook de bestrijding van natuurbranden aan toe, hoewel de discussie hierover nog gevoerd wordt. De aanvullende middelen worden jaarlijks vastgesteld om de benodigde flexibiliteit te behouden om in te spelen op lopende ontwikkelingen. Uiterlijk 31 juli 2025 worden de afspraken gemaakt en het bedrag officieel toegekend voor 2026. Op basis van de meerjarenbegroting van het Ministerie van Justitie en Veiligheid wordt een bijdrage voor VRMWB verwacht zoals getoond onderstaande tabel. Omdat jaarlijks de reguliere BDuR bijdrage bijgesteld wordt voor loon- en prijsontwikkeling, wordt in de begroting 2026 meerjarig reeds rekening gehouden met een verwachte bijstelling. Het jaar 2029 wordt niet gegeven in de decembercirculaire 2024. Dit is een raming op basis van 2028.

VRMWB | Begroting 2026

52

3.2

Financiële positie

Meerjarenbalans en EMU-saldo Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in de nieuwe BBV een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo. Beiden zijn hieronder weergegeven.

Meerjarenbalans

31-12-2024: Jaarstukken 2024; 31-12-2025: Beleidsbegroting 2025

De financiering van de investeringen vindt voornamelijk plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Door de inzet van reserves wordt het eigen vermogen de komende jaren afgebouwd.

EMU-saldo

Leningenoverzicht Het investeringsplan laat voor de komende jaren een aanschaf van materiaal zien. Dit financieren we door middel van extern aan te trekken leningen. In onderstaand overzicht is de verwachting van de aan te trekken leningen opgenomen en ook de stand van de huidige leningen. De lasten die voortkomen uit de leningen zijn verwerkt in de exploitatie voor de komende jaren.

VRMWB | Begroting 2026

53

VRMWB | Begroting 2026

54

Reserves en voorzieningen Reserves

Bovenstaande reserves geven de stand van de reserves weer vóór resultaatbestemming jaarrekening 2024. Eventuele toevoegingen vanuit het resultaat 2024 zijn hier nog niet in verwerkt.

Voorzieningen

De dotatie en aanwending van de voorziening spaarverlof wordt op basis van het werkelijk opgenomen en gespaard verlof jaarlijks bepaald bij de jaarrekening.

Investeringen De investeringen zijn opgenomen in een meerjarig investeringsplan. Dit plan geeft de voorgenomen investeringen weer voor de lange termijn. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het meerjarig investeringsplan geeft ook input voor de financieringsbehoefte. Alle investeringen in onderstaande overzichten betreffen investeringen met een economisch nut. Er is geen sprake van investeringen met een maatschappelijk nut.

3.3

Overzicht lasten en baten

Onderstaand overzicht geeft inzicht in de baten en de lasten in de begroting 2026 en het meerjarig kader. Tegelijkertijd wordt inzicht gegeven in de jaarrekening 2024 en begroting 2025. Een uitgebreide toelichting van de activiteiten is terug te lezen in paragraaf 1.1 tot en met 1.5.

VRMWB | Begroting 2026

56

VRMWB | Begroting 2026

57

3.4

Incidentele en structurele lasten en baten

Het overzicht met de incidentele en structurele lasten en baten, inclusief de mutaties in de reserve, geeft inzicht in het structurele en reële evenwicht van de begroting. Door het volgen van een duurzame begrotingssystematiek worden structurele lasten gedekt met structurele middelen en incidentele lasten grotendeels met incidentele middelen en een klein deel structurele lasten. Hierdoor is er sprake van een positief begrotingsevenwicht. Zie ook de paragraaf 2.3 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing, financiële kengetallen. In 2027 en 2028 is er echter sprake van een tijdelijke uitzondering. Zie hiervoor de toelichting bij reserves.

VRMWB | Begroting 2026

58

Algemeen Wij duiden de volgende type posten als incidenteel: • De (projectmatige) lasten die worden gedekt uit een reserve. • Mutaties in de reserves. • Eenmalige baten en lasten op niet terugkerende posten in de begroting. Hieronder een nadere toelichting op bovenstaand overzicht van incidentele lasten en baten hoger dan € 50k.

Veiligheid: Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet (€ 500k) Dit zijn de lasten binnen de reserve SaaS voor de aanbesteding van AG5 en verschillende software vervangingen (€ 217k). De lasten binnen de reserve Strategische projecten (€ 278K) komen voort uit de pilot waarbij een psychologisch onderzoek onderdeel wordt van de aanstellingsprocedure van aspirant manschappen, de invulling van piketfuncties en de aanstelling van een trainee voor industriële veiligheid.

Reserves (Storting € 935k en onttrekking -€964k) Dit betreft de storting in de reserve Saas (€ 375k) en de storting in de reserve voor de post Moerdijk (€ 560k). De onttrekking is ter dekking van de lasten binnen de reserve Saas (€ 217k), de reserve Strategische projecten (€ 137k) voor de lasten genoemd bij Veiligheid voor de pilot en de trainee. Daarnaast de onttrekking reserve BDuR BTW (€ 140k) ter dekking van algemene lasten en als laatste de onttrekking van de kosten van de uitbreiding van de beroeps (€ 465k) ten laste van de algemene reserve. Zoals aangegeven op pagina 5 is de Begroting 2026 en de meerjarenraming niet structureel in evenwicht voor de jaren 2027 en 2028. Dit wordt veroorzaakt doordat we conform besluit van het Algemeen Bestuur in december 2024 een bestemmingsreserve hebben gevormd om de structurele kosten van Post Moerdijk Haven twee jaar (2027 en 2028) te dekken. De oorzaak hiervan is de overgang per 1 januari 2027 naar een overheidsbrandweer. Hiermee komt de structurele bijdrage vanuit de bedrijven te vervallen terwijl de kosten doorlopen. Vanaf 2029 wordt dit vooralsnog opgenomen in de gemeentelijke bijdrage en is er weer sprake van structureel evenwicht. Conform artikel 189, lid 2 van de Gemeentewet ziet de raad (het Algemeen Bestuur) erop toe dat de begroting in evenwicht is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1842/documents/29696