Antwoorden twee vragen n.a.v. beeldvormende vergadering begroting 2022.pdf
Tekst van het document
Antwoorden naar aanleiding beeldvormende vergadering over de Programmabegroting 2022
1. Vraag over beschermd wonen: Hoe worden de kosten en uitgaven van beschermd wonen verwerkt in de begroting. Wat is de relatie met de uitvoering en verantwoordelijkheid van de centrumgemeente, kosten die wel genoemd worden en vanaf 2023 niet meer in de begroting staan? Antwoord: Vanaf 01-01-2023 zijn de gemeenten financieel zelf verantwoordelijk voor beschermd wonen. Voor 2022 ligt deze financiële verantwoordelijkheid nog bij de centrumgemeente. De begrote € 60.000 is specifiek voor de doelgroep beschermd wonen, licht verstandelijke beperking (lvb). Voor 2023 t/m 2025 zijn de bedragen nog niet begroot, omdat deze middelen vanuit het gemeentefonds 2023 worden toegekend. Op basis van de meicirculaire 2022 wordt duidelijk welk bedrag de gemeente krijgt voor het beschermd wonen. Tegenover deze inkomsten worden de uitgaven geraamd die structureel voor de werkzaamheden en de uitvoering van beschermd wonen noodzakelijk zijn. 2. Vraag over de prijsstijging van Equalit. Er wordt aangegeven dat gemeenten die hiervan nadeel ondervinden tijdelijk worden gecompenseerd. Hoe vind ik dit terug? Worden gemeenten die nadeel ondervinden van de nieuwe verdeling gecompenseerd? Antwoord: Het nieuwe prijsmodel sluit aan bij de doorontwikkeling van Equalit, en geeft de deelnemers van Equalit meer inzicht in, en invloed op het kostenpatroon van de eigen organisatie.
Het nieuwe prijsmodel gaat uit van de volgende uitgangspunten: • heldere en eenvoudige kostprijsmethodiek: prijzen zijn transparant, en kosten zijn uitlegbaar; • onderscheid tussen generieke kosten die voor iedereen gelden en specifieke kosten die gelden voor afzonderlijke deelnemers; • directe kosten zoveel mogelijk toerekenen aan diensten, indirecte kosten zoveel mogelijk in lidmaatschap. • eerlijke doorbelasting op basis van gebruik; • vergroten van flexibiliteit: het prijsmodel moet deelnemers faciliteren bij het maken van keuzes in het dienstenaanbod; • inzicht moet financiële bewustwording vergroten zodat keuzes in het (te ontwikkelen) dienstenaanbod meer strategisch kunnen worden gemaakt. Het nieuwe prijsmodel herstelt de verbinding tussen de kosten die worden gemaakt voor een dienst en de factuur per deelnemer. Daarmee biedt het prijsmodel een transparante basis om het gesprek met elkaar aan te gaan over diensten en bijbehorende kosten. Het prijsmodel kan deelnemers ondersteunen bij het maken van keuzes in het dienstenaanbod. Het nieuwe prijsmodel gaat in per 1-1-2022. De financiële effecten voor elke deelnemer zijn berekend, door de output van het nieuwe prijsmodel te vergelijken met de pro forma eindafrekening 2021. De ene deelnemer gaat meer betalen terwijl de andere deelnemer minder gaat betalen,
zodanig dat de totale kosten verdeeld blijven over alle deelnemers. Dit zogenaamde waterbedeffect heeft een aantal redenen; de belangrijkste zijn: • geactualiseerde kostprijzen; • herverdeling overheadkosten naar een nieuwe productindeling; • nieuwe verdeelsleutel voor o.a. het lidmaatschap (aantal inwoners i.p.v. aantal gebruikersaccounts); het aantal accounts per inwoner verschilt per deelnemer; • differentiatie in applicatielandschap, geactualiseerd tot 1 juni 2021. Dit betekent voor Goirle dat we feitelijk per 1-1-2022 108k meer kwijt zijn bij het nieuwe prijsmodel. Met alle deelnemende gemeenten is het zogenaamde solidariteitsfonds ingesteld om de periode van het huidige prijsmodel naar het nieuwe prijsmodel redelijkerwijs te overbruggen. Vanuit de leidende principes uit de intentieverklaring, ‘samenwerken vanuit vertrouwen’ en ‘solidair’, wordt het niet redelijk geacht om de gemeenten die, zoals o.a. Goirle, meer gaan betalen (op basis van het huidige dienstenpakket) deze kosten ineens ten laste te laten brengen van hun begroting, terwijl deze deelnemers onvoldoende gelegenheid hebben gehad om hun kostenpatroon in vergelijking tot de wenselijke afname van diensten te heroverwegen. Daarom is er deze overgangsperiode van 4 jaar welke wordt gefaciliteerd via dit solidariteitsfonds.
Deelnemers die financieel voordeel genieten dragen (een deel van) dit voordeel af ten gunste van het solidariteitsfonds. Deelnemers die financieel nadeel ondervinden worden uit dit fonds tijdelijk (gedeeltelijk) gecompenseerd. Voor de gemeente Goirle is dit zichtbaar doordat in een staffel van telkens 25% (27k-54k-81k-108k) wordt toegewerkt naar uiteindelijk een bedrag van 108k. Deze staffel ziet u terug in de begroting.