CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden schriftelijke vragen SP APV oordeelsvormende vergadering 12 januari.pdf

Oordeelsvormend 12 januari 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 4.: Raadsvoorstel vaststelling Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 20211.072 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Antwoorden op de vragen van de SP over de APV Artikel 2.51 Wat betreft hinderlijk neerzetten fiets op openbare stoep voor invaliden? Antwoord: Het plaatsen van voertuigen (waaronder ook fietsen en bromfietsen vallen) is op verschillende plaatsen in de APV geregeld, steeds met een wisselende bedoeling: de instandhouding van het plantsoen, het tegengaan van diefstal of verkeersbelangen. In artikel 2:51 APV gaat het om de voorkoming van overlast van het neerzetten van fietsen en bromfietsen tegen panden, terwijl de eigenaar heeft aangegeven dat dit niet gewenst is of waardoor de toegang tot het gebouw wordt gehinderd. Artikel 2:51 geeft de mogelijkheid hiertegen op te treden. Artikel 5:12 APV is bedoeld voor “parkeerexcessen”. Via de APV kan worden opgetreden tegen foutief geparkeerde fietsen die de doorgang belemmeren (voor invaliden) op bijvoorbeeld stoepen. Voertuigwrakken, inclusief wrakken van fietsen en bromfietsen, die de doorgang belemmeren zijn geregeld in artikel 5:5 van de APV. Artikel 2.79 Is het toegestaan een woning binnen te treden als handhaver bij voortdurende overlast? Antwoord: Nee, niet zonder meer. Het binnentreden van de woning is een zwaar middel dat geregeld is in artikel 6:3 van de APV. Uitgangspunt is dat toezichthouders alleen woningen binnentreden met toestemming van de bewoners.

De woning geniet extra bescherming op basis van artikel 12 van de Grondwet dat het zogenaamde ‘huisrecht’ regelt. Soms kan een woning worden betreden zonder toestemming van de bewoner. Het moet dan gaan om een spoedeisende situatie en het doel is handhaven van de openbare orde en het belang van veiligheid en gezondheid van personen. Het binnentreden is met veel waarborgen omkleed die zijn genoemd in de Algemene wet op het binnentreden. Onze adviseurs openbare orde en veiligheid van VVH zijn nauw betrokken bij de afweging of van deze bevoegdheid gebruik kan worden gemaakt. Artikel 5.34 Als een persoon in de omgeving overlast ondervindt van houtstook is dat dan verboden? Wat gaat bij een melding doen? Hoe ver strekt omgeving? Antwoord: Een melding van overlast van houtstook wordt doorgezet naar de toezichthouder milieu van de afdeling VVH. De klacht wordt in behandeling genomen en vastgesteld wordt wat de mate van overlast is. Voor houtstook zijn geen harde criteria in het Bouwbesluit vastgelegd zoals bijvoorbeeld bij geluidsoverlast zijn te vinden (decibellen). Ook zijn er nauwelijks eisen gesteld aan kachels. Op de website van het luchtfonds is hierover meer informatie te vinden. Conform de landelijke model APV reguleert de gemeente Goirle houtstook in artikel 5:34. Gemeenten mogen echter niet via de APV in de privésfeer van inwoners treden.

Hierover is jurisprudentie ontstaan. Dit maakt controle en handhaving lastig.

Gemeente Goirle volgt verder de adviezen op zoals die worden gegeven door het RIVM. Het RIVM houdt in de gaten of er gezondheidsklachten bij inwoners kunnen ontstaan vanwege het stoken van

hout. Het RIVM geeft een “stookalert” bij ongunstige weersomstandigheden of bij een slechte luchtkwaliteit via https://www.rivm.nl/stookalert.

In de nieuwe Omgevingswet kunnen gemeenten bijvoorbeeld houtrookvrije buurten en straten aanwijzen.

Het tweede lid van artikel 5:34 bepaalt dat het verbod om afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken niet geldt voor o.a. fakkels, vuurkorven en barbecues mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving. Het begrip omgeving heeft te maken met woon- en leefmilieu in relatie tot het ervaren van overlast en gezondheid. Een exacte grens tot hoe ver “de omgeving” strekt is niet gedefinieerd maar het raakt alles wat te maken heeft met het ervaren van overlast in de nabije leefsfeer in relatie tot milieu en gezondheid.

Artikel 4.13 Waarom gemeente nadrukkelijk genoemd en burger niet? Antwoord: Het college is bevoegd bepaalde plaatsen aan te wijzen waar opslag van voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke verboden is c.q. aan bepaalde regels gebonden is in verband met het uiterlijk aanzien van de gemeente. Dat heeft daarmee direct een positieve invloed op het welbevinden en de gezondheid van de inwoners. De formulering van deze bepaling is gekozen in lijn met de landelijke model APV van de VNG. Deze bepaling gaat overigens over situaties “buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer”. Het artikel moet zo gelezen worden dat het niet van toepassing is als de voertuigen, vaartuigen of afvalstoffen en dergelijke zich binnen een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer bevinden. Artikel 4.14 Stank overlast door gebruik dierlijke meststoffen. Vervallen, waarom? Antwoord: Dit artikel is niet opgenomen in de huidige APV 2016 en zal in lijn met de landelijke model APV van de VNG ook niet worden opgenomen in de APV 2021. Vanuit dereguleringsoogpunt is dit artikel destijds in 2008 geschrapt. Het gebruik van meststoffen wordt via de Meststoffenwet geregeld.

Artikel 5.34 Is dit artikel ook voor overlast van houtstook zonder afval? Wat gaat u bij een melding doen? Hoe ver strekt omgeving? Antwoord: Het tweede lid van dit artikel gaat specifiek over overlast van houtstook zonder afval. In het tweede lid is een aantal uitzonderingen opgenomen op het verbod in het eerste lid om afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Hierbij zijn de volgende punten van belang. In de eerste plaats valt

verlichting door middel van kaarsen, fakkels, sfeervuren – waarbij geen afvalstoffen worden verbrand -, zoals terrashaarden en vuurkorven of vuur voor koken, bakken en braden, niet onder het nieuwe regime van de Wet milieubeheer. Er is immers geen sprake van het verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen. Vervolgens mag er geen sprake zijn van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving. Vooral binnen de bebouwde kom kunnen klachten ontstaan over overlast of hinder door met name terrashaarden en vuurkorven. De aanhef van het tweede lid biedt dus een handvat om handhavend op te treden. De uitzonderingen betreffen een aanvulling op hogere regelgeving. Het eerste lid regelt namelijk het aanleggen, stoken of het hebben van vuur, maar in de genoemde uitzonderingsgevallen is er geen sprake van het verbranden van afvalstoffen. De gemeentelijke wetgever regelt dus een bepaalde materie (verbranden) vanuit eenzelfde motief (namelijk een milieumotief: het voorkomen van overlast of hinder) als de hogere regelgever, maar beperkt zich daarbij tot gedragingen die niet of nog niet worden bestreken door de hogere regelgeving (namelijk het verbranden van niet-afvalstoffen buiten inrichtingen). Voor de beantwoording van de andere twee vragen verwijs ik u naar mijn antwoord op uw eerder gestelde vraag over dit artikel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1153/documents/19113