CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

9. Verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest 15 augustus 2019.pdf

Oordeelsvormend 12 januari 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 3.: Raadsvoorstel Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan Leijoever (Riel)32.399 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

In opdracht van de heer S. van Heteren, namens Van der Weegen Bouwgroep, is door Bodex Milieu B.V. in mei 2019 een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest (grond) uitgevoerd ter plaatse van een perceel gelegen aan de Vonderstraat 2a/Leike (ong.) te Riel. Deze locatie staat kadastraal bekend als gemeente Goirle, sectie F, nummers 1273 en 1274 en beslaat een oppervlakte van circa 6.900 m². Aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is om aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigde stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Tevens dient inzicht verkregen te worden in de omvang van de verontreiniging met chroom en dient vastgesteld te worden of onderhavige verontreiniging chroom3+ of chroom6+ betreft. Het doel van het verkennend onderzoek asbest (grond) in deze situatie is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is.

In onderstaande tabellen zijn de conclusies van het onderhavige bodemonderzoek weergegeven. Tabel 1:

Overschrijdingstabel grond (verkennend bodemonderzoek)

Analysemonster

Traject [m-mv]

Zintuiglijke waarnemingen

> AW (index) (Wbb)

> I (index) (Wbb)

Klasse (indicatief) (Bbk)

Verkennend bodemonderzoek gehele locatie (VED-HE) MM01

0,00 - 0,50

sporen puin / zwak puinhoudend

PCB (7) (0,04)

-

Klasse industrie

MM02

0,00 - 0,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

MM03

0,00 - 0,50

sporen puin

-

-

Altijd toepasbaar

MM04

1,00 - 1,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

MM05

0,50 - 1,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

MM06

1,50 - 2,00

geen

-

-

Altijd toepasbaar

Verkennend bodemonderzoek (vermoedelijke locatie bezinkput) (VED-HE) MM07

0,00 - 0,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

MM08

1,00 - 1,50

geen

chroom (0,62), kobalt (-) en PAK 10 (0,07)

koper (1,48)

Niet Toepasbaar

Vermoedelijke locatie afvoersloot/actualiseren chroomverontreiniging (maatwerk) M08-1

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

chroom (0,37)

-

Klasse industrie

M08-4

1,30 - 1,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

M10-1

0,00 - 0,50

sporen puin

chroom (0,73)

-

Klasse industrie

M10-3

1,00 - 1,50

geen

chroom (0,18)

-

Klasse industrie

M11-2

0,50 - 1,00

geen

-

chroom (1,38)

Niet Toepasbaar

M11-5

2,00 - 2,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

M13-1

0,00 - 0,50

sporen puin

-

chroom (1,54)

Niet Toepasbaar

M13-4

1,00 - 1,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

M14-1

0,00 - 0,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

M14-4

1,10 - 1,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

M20-1

0,00 - 0,50

geen

-

chroom (1,35)

Niet Toepasbaar

M20-3

1,00 - 1,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

M21-1

0,00 - 0,50

sporen puin

-

chroom (6,39)

Niet Toepasbaar

M21-2

0,50 - 1,00

sporen puin

-

chroom (19,34)

Niet Toepasbaar

M21-2

0,50 - 1,00

sporen puin

-

chroom6+ ()*

NT

M25-1

0,00 - 0,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

M25-3

1,00 - 1,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

M27-2

0,30 - 0,50

geen

-

-

Altijd toepasbaar

Gradatie: zwak matig sterk uiterst volledig

(bij puin <5%) (bij puin 5-15%) (bij puin 15-50%) (bij puin 50-80%) (bij puin >80%)

Overschrijdingen: > AW boven achtergrondwaarde >I boven interventiewaarde index berekende factor overschrijding ten opzichte van I niet aangetoond *

er is getoetst aan chroom, chroom6+ is slechts een fractie hiervan, derhalve is de index niet bepaald.

Tabel 2:

Overschrijdingstabel grondwater (verkennend bodemonderzoek)

Analysemonster

Filterdiepte [m-mv]

Zintuiglijke waarnemingen

> S (index)

> I (index)

PB14

2,00 - 3,00

geen

chroom (0,1), nikkel (0,02), barium (0,12), cis + trans-1,2-dichlooretheen (0,03) en tetrachlooretheen (per) (0,01)

-

PB16

3,00 - 4,00

geen

chroom (0,03), barium (0,12), cis + trans-1,2-dichlooretheen (0,02) en tetrachlooretheen (per) (0,01)

-

PB29

2,70 - 3,70

geen

chroom (0,04), nikkel (0,12), zink (0,02), arseen (0,6) en barium (0,14)

-

Overschrijdingen: >S boven streefwaarde >I boven interventiewaarde index berekende factor overschrijding ten opzichte van I niet aangetoond

Tabel 3:

Totaal gewogen asbestconcentraties (verkennend onderzoek asbest)

Gat

Traject [m-mv]

Monstercode grondmonster

Asbestconcentratie < 20 mm [gewogen mg/kg d.s.]

Monstercode materiaalverzamelmonster

Asbestconcentratie > 20 mm [gewogen mg/kg d.s.]

Totaal gewogen asbestconcentratie [mg/kg d.s.]

G08

0,00 - 0,35

MA04

20

MVM02

2.272

2.292

G09

0,00 - 0,50

MA01

2,1

MVM01

0,8

2,9

Verkennend bodemonderzoek De in het onderhavige bodemonderzoek aangetoonde achtergrond- en streefwaardeoverschrijdingen zijn dermate licht dat deze wat betreft de volksgezondheid en de functionaliteit van de bodem geen gevolgen zal hebben. Het instellen van vervolgmaatregelen hieromtrent wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is de sterke verontreiniging met chroom geactualiseerd. Op basis van de analyseresultaten wordt de totale omvang van deze grondverontreiniging met gehalten boven de interventiewaarde ingeschat op circa 750 m³ (circa 750 m² x gem. 1,0 m¹). De verontreiniging betreft zowel chroom3+ als chroom6+. Aanbevolen wordt onderhavige verontreiniging met chroom te saneren. Op onderhavige onderzoekslocatie is tevens een sterke verontreiniging met koper ter plaatse van de voormalige bezinkput gesitueerd. De omvang van deze verontreiniging is vooralsnog niet in kaart gebracht. De verontreiniging is aangetoond in de bodemlaag 1,00-1,50 m-mv en dient in verticale en horizontale richting nader in kaart gebracht te worden. Aanbevolen wordt de omvang van de verontreiniging met koper nader te bepalen. Verkennend onderzoek asbest Op basis van de resultaten van het onderhavige onderzoek wordt de aangetroffen bodemkwaliteit ter plaatse van gat G08 met betrekking tot asbest niet aanvaardbaar geacht.

Ter plaatse van gat G08 is asbest aangetroffen in een concentratie boven de interventiewaarde. De omvang van de verontreiniging is vooralsnog niet in kaart gebracht. Aannemelijk is dat de sterke verontreiniging met asbest enkel aanwezig is ter plaatse van gat G08. Opgemerkt wordt dat uit de analyseresultaten blijkt dat tevens losse vezels kleiner dan 0,5 mm zijn aangetoond. Ter plaatse van het overige deel van de onderzoekslocatie is geen asbest aangetoond in een concentratie boven de (helft van de) interventiewaarde. Vooralsnog is het niet mogelijk om de omvang van de verontreiniging met asbest ter plaatse van gat G08 te bepalen, daar ter plaatse van dit deel van de onderzoekslocatie vegetatie is gesitueerd.

In opdracht van de heer S. van Heteren, namens Van der Weegen Bouwgroep, is door Bodex Milieu B.V. in mei 2019 een verkennend bodemonderzoek en verkennend onderzoek asbest (grond) uitgevoerd ter plaatse van een perceel gelegen aan de Vonderstraat 2a/Leike (ong.) te Riel. Deze locatie staat kadastraal bekend als gemeente Goirle, sectie F, nummers 1273 en 1274 en beslaat een oppervlakte van circa 6.900 m². Aanleiding voor de uitvoering van het onderzoek vormt de voorgenomen ontwikkeling van de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is om aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigde stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Tevens dient inzicht verkregen te worden in de omvang van de verontreiniging met chroom en dient vastgesteld te worden of onderhavige verontreiniging chroom3+ of chroom6+ betreft. Het doel van het verkennend onderzoek asbest (grond) in deze situatie is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is.

De onderzoeksopzet is gebaseerd op de NEN 5725 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek), de NEN 5740 (strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek; onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond), de NEN 5707 (inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en de NEN 5897 (inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat), zoals deze zijn uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut. Bodex Milieu B.V. is een onafhankelijk bureau dat naast NEN-EN-ISO 9001, NEN-EN-ISO 14001, VCA**, CO2-prestatieladder (trede 5), is gecertificeerd conform BRL SIKB 1000 (protocol 1001, 1002 en 1003), BRL SIKB 2000 (protocol 2001, 2002, 2003 en 2018) en BRL SIKB 6000 (protocol 6001 en 6003). De in de onderhavige rapportage beschreven werkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd (certificaatnummer: EC-SIK-02238, d.d. 1 juli 2018). In deze zijn protocol 20011, protocol 20022 en protocol 20183 van de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 20004 van toepassing. Opgemerkt wordt dat de werkzaamheden ten behoeve van het asbest onderzoek in puin niet gecertificeerd zijn.

——————————————— 1

Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen (versie 3.2, d.d. 12 december 2013);

2

Het nemen van grondwatermonsters (versie 4, d.d. 12 december 2013);

3

Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 3.2, d.d. 10 maart 2016);

4

Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (versie 5, d.d. 12 december 2013).

Daarnaast werkt Bodex Milieu B.V. volgens de NEN-ISO 26000:2010, hetgeen de maatschappelijke verantwoordelijkheid van onze organisatie borgt. We letten daarbij op de zeven kernthema’s te weten: milieu, arbeidsomstandigheden, mensenrechten, eerlijk zaken doen, maatschappelijke betrokkenheid & ontwikkeling, consumentenaangelegenheden en behoorlijk bestuur van de organisatie. Fase 1: vooronderzoek en terreininspectie De juiste keuze van de hypothese is bepalend voor het veldwerk en dient te leiden tot een zo optimaal mogelijk uitgevoerd onderzoek. De hypothese is aan de hand van de verkregen historische gegevens en een terreininspectie bepaald. Fase 2a: veldwerkzaamheden (NEN 5740) • het verrichten van boringen; • het plaatsen van een peilbuis; • het classificeren en zintuiglijk beoordelen van de grond; • de monstername van grond en grondwater. Fase 2b: veldwerkzaamheden (NEN 5707/NEN 5897) • visuele inspectie van het maaiveld; • het graven van gaten; • het zeven (20 mm) van de uitkomende grond; • het verzamelen van het asbestverdachte materiaal >20 mm; • de monstername van materiaal <20 mm; • de eventuele monstername van asbestverdacht materialen. De monsters zijn, voorzien van de stickers met het opschrift: “Voorzichtig, bevat asbest”, conform de vigerende veiligheidsregels aan het laboratorium aangeboden.

Fase 3: chemische analyses De chemische analyses worden, binnen de daarvoor gestelde conserveringstermijn, conform de vigerende NEN-normen, uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld (een door het ministerie aangewezen laboratorium voor analyses conform AS3000). Fase 4: interpretatie De resultaten van de analyses van de monsters zijn enerzijds getoetst aan de ‘Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013’ van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, zoals gepubliceerd in de Staatscourant 2013, nr. 16675, d.d. 27 juni 2013 en anderzijds aan de ‘Regeling bodemkwaliteit’ (behorende tot het Besluit bodemkwaliteit), zoals gepubliceerd in de Staatscourant 2007, nr. 247, d.d. 13 december 2007 (laatst gewijzigd Staatscourant 2015, nr. 41632, d.d. 26 november 2015).

Zoals in de betreffende protocollen wordt vereist, is tussen Bodex Milieu B.V. en haar opdrachtgever geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van Bodex Milieu B.V. zou kunnen beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren. Bodex Milieu B.V. verklaart hierbij dan ook dat zij in geval van de geoffreerde werkzaamheden op geen enkele juridische, financiële, personele of andere wijze gelieerd is aan de opdrachtgever.

Ondanks het zorgvuldig, conform de normen, uitgevoerde onderzoek kan de representativiteit niet worden gegarandeerd: er blijft altijd een kans aanwezig dat een op locatie aanwezige verontreiniging niet wordt gedetecteerd als gevolg van de aanwezige trefkans en de uitmiddeling bij het samenstellen van (meng)monsters. Lokale afwijkingen ten opzichte van de volgens de norm voorgeschreven steekmonsters kunnen nimmer worden uitgesloten. Het uitgevoerde onderzoek betreft een momentopname. Na uitvoering van het onderzoek kunnen grond- en grondwaterkwaliteit door externe factoren worden beïnvloed. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden bij het gebruik van dit rapport. Dit rapport is tot stand gekomen op basis van een overeenkomst van opdracht tussen Bodex Milieu B.V. in kwaliteit van adviseur en haar opdrachtgever, op welke rechtsverhouding exclusief de DNR 2011 voorwaarden toepasselijk zijn. Bodex Milieu B.V. is slechts in verhouding tot haar opdrachtgever verantwoording schuldig over de inhoud en wijze van totstandkoming van het rapport. Derden kunnen dan ook geen rechten ontlenen aan de inhoud van het rapport.

De keuze van de opzet van het onderzoek is onder meer afhankelijk van het huidige en het voormalige gebruik van het perceel. De locatiegegevens en het vooronderzoek staan beschreven in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 bevat de beschrijving van het veldonderzoek en de resultaten van het analytisch onderzoek. De verzamelde gegevens zijn aan de hand van het toetsingskader van de Wet bodembescherming (zie hoofdstuk 4) getoetst in hoofdstuk 5. Op basis van de verzamelde onderzoeksresultaten is de chemische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie beoordeeld. Deze beoordeling is ondergebracht in hoofdstuk 6 (conclusies). Daarnaast worden op basis van de onderzoeksresultaten aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen.

Het (historisch) vooronderzoek (archiefonderzoek / interviews / terreininspectie), conform NEN 5725, is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijke onderzoek van de bodem (veld- en laboratoriumonderzoek). Op basis van de verzamelde gegevens is ten behoeve van het bodemonderzoek een hypothese (verwachting of er al dan niet sprake is van bodemverontreiniging) opgesteld, waarop vervolgens een onderzoeksstrategie wordt gebaseerd (zie paragraaf 3.1). Daarnaast kan de verkregen informatie bijdragen bij de verklaring van de resultaten van het bodemonderzoek (hoofdstuk 6). Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie met betrekking tot de feitelijke onderzoekslocatie en de naburige locaties, over: • het vroegere gebruik; • het huidige gebruik; • het toekomstige gebruik; • de bodemopbouw en geohydrologische situatie; • de financieel / juridische aspecten.

Ten behoeve van het vooronderzoek zijn ondermeer het digitale bodemloket en de omgevingsrapportage opgevraagd. De verkregen documenten zijn opgenomen als bijlage 6. Naar aanleiding van de verkregen informatie is informatie opgevraagd bij Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, de gemeente Goirle en het Regionaal Archief Tilburg. Daarnaast is informatie ingewonnen bij de heer S. van Heteren van Van der Weegen Bouwgroep, opdrachtgever van het onderhavige bodemonderzoek. Tevens zijn de archieven van Bodex Milieu B.V. geraadpleegd. In onderstaande tabel worden de belangrijkste geraadpleegde bronnen weergegeven. Tabel 4:

Belangrijkste geraadpleegde bronnen

Bron

Website

Opmerkingen

Digitaal bodemloket

https://www.bodemloket.nl/

opgenomen als bijlage 6

Omgevingsrapportage

https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/

opgenomen als bijlage 6

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

bodemloket@omwb.nl

-

Gemeente Goirle

info@goirle.nl

-

Regionaal Archief Tilburg

info@regionaalarchieftilburg.nl

-

Topotijdreis

http://topotijdreis.nl/

-

Opdrachtgever

n.v.t.

-

In onderstaande paragrafen is de verkregen informatie uit het vooronderzoek nader toegelicht.

Kadastrale aanduiding Eigenaar Bebouwing Maaiveldtype Ligging Omgeving Oppervlakte onderzoekslocatie Topografische veldcoördinaten

: gemeente Goirle, sectie F, nummers 1273 en 1274 : perceel 1273: De heer J.R.C.M. van den Corput : perceel 1274: Gemeente Goirle : perceel 1273: bebouwing uit 1967 aanwezig : perceel 1274: onbebouwd (kinderspeelplaats) : diverse verhardingen : oostzijde Riel : noordelijk/westelijk: bebouwde kom Riel : oostelijk: riviertje de Ley : circa 6.900 m² : X 129.988 : Y 392.847

De ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart en de situatietekening, welke zijn opgenomen als bijlage 1 en bijlage 2.

Tijdens de terreininspectie, uitgevoerd voorafgaand aan de veldwerkzaamheden op 14 mei 2019, zijn aan het oppervlak van de onderzoekslocatie in milieuhygiënisch opzicht geen bijzonderheden waargenomen. Ter plaatse van een deel van de onderzoekslocatie zijn verhardingen en is bebouwing gesitueerd. Een deel van de onderzoekslocatie (ter plaatse van de vermoedelijke locatie afvoersloot) is dichte vegetatie (bomen met struiken) gesitueerd.

Ten westen en ten noorden van de onderzoekslocatie is een bont- en leerlooierij gevestigd geweest. Via een afvalsloot werd het afvalwater geloosd op de Ley. De exacte locatie van de afvalsloot is vooralsnog niet bekend. Het is echter vrijwel zeker dat deze op de onderzoekslocatie gesitueerd is geweest. Tabel 5:

(Voormalige) (bedrijfs)activiteiten

Adres

Bedrijfsactiviteiten

Bijzonderheden

Vonderstraat 4-20 en Leike 2-10 (perceel 1516 (oud kadastraal nummer); globaal perceel: 1274, 586 t/m 591 en 593 t/m 601 (huidige kadastrale nummering)

Voormalige bont- en leerlooierij (Mutsaers van Thillo)

1918-1978 (bron digitaal bodemloket) Genoemde periode lijkt niet overeen te komen met de topografische kaarten afkomstig van Topotijdreis. Tot 1933 is het bedrijf in gebruik geweest voor de productie van plantaardig gelooid leder. Daarna is gefabriceerd met gebruik van formaldehyde, zouten en glutaaraldehyde als looistoffen. Bij het kleuren van bont werd gebruik gemaakt van metaalverbindingen. Op het terrein bevonden zich een bezinkput en looiputten. Via een afvalsloot werden de afgewerkte baden vele jaren geloosd op het riviertje de Ley. De laatste jaren [voor 1978] werd via de riolering geloosd. Tot 1981 is het perceel bebouwd geweest. Bij de sloop is de bezinkput uitgegraven en weer opgevuld. De vroegere looiputten hadden een gemetselde bodem. Na de sloop van de bont- en leerlooierij is het terrein door Grontmij N.V. onderzocht (oriënterend bodem- en grondwateronderzoek (kenmerk: 0789D, d.d. februari 1984; voor de samenvatting van de rapportage wordt verwezen naar tabel 7). Het terrein is vervolgens bouwrijp gemaakt en bebouwd met woningen.

Leike (ong.) (perceel 1274)

Kinderspeelplaats

Onverdachte activiteit

Vonderstraat 2

Voormalig distributiepunt SKOL (bier)

Onverdachte activiteit

Uit kaartmateriaal (bron: http://topotijdreis.nl/) afkomstig uit 1815/1849 blijkt dat de onderzoekslocatie en de nabije omgeving natuurgebied betrof. De huidige (globale) topografie wordt voor het eerst weergegeven op kaartmateriaal uit 1850. Tot en met 1868 is de situatie nagenoeg ongewijzigd ten opzichte van de periode daarvoor.

Figuur 1: Topografische kaart 1815/1849

Figuur 2: Topografische kaart 1850

Er is geen kaartmateriaal beschikbaar afkomstig van de periode 1869-1899. Uit onderstaande kaarten uit de periode 1900-1957 blijkt dat de onderzoekslocatie onbebouwd was.

Figuur 3: Topografische kaart 1900

Figuur 4: Topografische kaart 1937

Uit de topografische kaarten uit 1957 en 1958 blijkt dat de onderzoekslocatie onbebouwd was. Tevens blijkt dat de bebouwing ten westen van de onderzoekslocatie gebouwd is omstreeks 1958.

Figuur 5: Topografische kaart 1957

Figuur 6: Topografische kaart 1958

De huidige bebouwing ter plaatse van perceel 1273 is waarschijnlijk gebouwd omstreeks 1967. Uit de topografische kaart uit 1966 blijkt dat de onderzoekslocatie onbebouwd was. De bebouwing direct ten westen van de onderzoekslocatie komt op basis van de topografische kaarten uit 1966 en 1967 niet met elkaar overeen.

Figuur 7: Topografische kaart 1966

Figuur 8: Topografische kaart 1967

Uit het geraadpleegde kaartmateriaal kunnen geen directe conclusies getrokken worden met betrekking tot de aanwezigheid van een leerlooierij op of nabij de onderzoekslocatie. Het kaartmateriaal komt niet overeen met de genoemde periode op het digitale bodemloket en de omgevingsrapportage.

Ter plaatse van de onderzoekslocatie is mogelijk een ondergrondse tank aanwezig geweest. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn voor zover bekend geen (voormalige) boven- en ondergrondse tanks aanwezig (geweest). Tabel 6:

(Voormalige) boven- en ondergrondse tanks

Locatie

Soort tank

Bijzonderheden

Vonderstraat 2/a (perceel 1273)

ondergrondse brandstoftank

Op 10 oktober 1992 gesaneerd onder KIWA-certificaat. Uit het certificaat blijkt dat rondom de gesaneerde tank [zintuiglijk] geen verontreiniging is aangetroffen. De tank is verwijderd en afgevoerd. De exacte locatie van de voormalige ondergrondse brandstoftank is niet bekend.

distributiepunt Skol (bier)

Bebouwing nog aanwezig.

Gesaneerde tanks voor 1993 gelden nog steeds als verdacht ten aanzien van mogelijke bodemverontreiniging.

Ter plaatse van de onderzoekslocatie en in de directe omgeving hiervan zijn diverse bodemonderzoeken bekend. De belangrijkste zijn in tabel 7 opgenomen.

——————————————— 5

Niet alle (ondergrondse) tanks zijn geregistreerd bij het bevoegd gezag;

6

Niet alle uitgevoerde onderzoeken zijn ook daadwerkelijk geregistreerd bij het bevoegd gezag. Denk hierbij aan onderzoeken die zijn uitgevoerd voor eigen gebruik (bijvoorbeeld door bedrijven en particulieren bij aan- of verkoopsituaties).

Tabel 7:

Uitgevoerde bodemonderzoeken

Locatie

Soort onderzoek (kenmerk, datum, auteur)

Samenvatting

Vonderstraat 4-20 en Leike 2-10

Brief aan het gemeentebestuur van Alpen (kenmerk: 82/130/vVlt/TE, d.d. 11 maart 1982, door Instituut voor Leder en Schoenen TNO)

Uit de brief blijkt dat ter plaatse enkele vaten en cans met chemicaliën zijn aangetroffen. Tevens blijkt dat ter plaatse een grondmonster is genomen waarna het terrein is afgedekt met een nieuwe laag grond.

(perceel 1516 (oud kadastraal nummer); globaal perceel: 1274, 586 t/m 591 en 593 t/m 601 (huidige kadastrale nummering)

Uit de brief blijkt dat het volgende op het terrein was aangetroffen: 1. Verscheidende blikken van fabricaat Bayer, BASF, enz.; 2. Drie metalen vaten met lichtbruin gekleurde brokken; 3. Twee cans zonder etiket gevuld met een stroperige vloeistof; 4. Drie zakken met een wit poederachtig materiaal; 5. Eén vat met opschrift Palanil. Aanbevolen wordt (na visuele beoordeling en eenvoudig chemisch onderzoek) om: Ad 1: de blikken bevatten kleurstoffen, die in een looierij regelmatig worden gebruikt. Deze kunnen zonder meer gestort worden op een vuilstort; Ad 2: de lichtbruine brokken zijn zeer waarschijnlijk een synthetische looistof op fenolbasis. Aanbevolen wordt om deze ter verbranding aan te bieden bij de AVR; Ad 3: de cans met de stroperige vloeistof bevatten geconcentreerd zwavelzuur. Deze kunnen na ruim verdunnen met water worden geloosd; Ad 4: het witte poederachtige materiaal is natriumbicarbonaat vermengd met een organisch zuur. Aanbevolen wordt deze aan te bieden bij de AVR; Ad 5: de can met opschrift Palanil bevat een “traan” of een andere vettige substantie. Aanbevolen wordt de inhoud aan te bieden bij een afvalolieverzameldepot of bij de AVR. In het aangeboden grondmonster werd na analyse geen chroom aangetroffen. Tevens blijkt uit de brief dat de looierij een bontlooierij betrof.

De bijlage (de situatietekening met daarop aangegeven de locatie van de looierij) is opgenomen als bijlage 6. Bodemverontreiniging Riel (d.d. 24 maart 1982, brief/memo gemeente Alphen en Riel)

Uit onderhavige brief/memo (met tekening) blijkt dat de leerlooierij gesitueerd is geweest op perceel 1516 (oud kadastraal nummer). Dit perceel komt deels overeen met het huidige perceel 1274. Tevens omvatte de voormalige leerlooierij de huidige percelen 586 t/m 591 (Leike 2 t/m 10) en 593 t/m 601 (Vonderstraat 4 t/m 20). Uit de brief blijkt dat het perceel tot 1981 bebouwd is geweest met een leerlooierij. De leerlooierij zou van 1918 tot 1978 in bedrijf zijn geweest. Bij de sloop zijn diverse vaten aangetroffen met onbekende inhoud. Het grondwater in de looiputten/kelders was groen gekleurd. Tevens blijkt uit de brief dat in de periode 1977-1978 door het Hoogheemraadschap West-Brabant afvalwater is onderzocht. In september 1977 is 1.525 mg/l aan chroom aangetoond.

Brief aan het gemeentebestuur van Alpen (kenmerk: 82/192/Kov/TE, d.d. 5 april 1982, door Instituut voor Leder en Schoenen TNO) Brief aan Inspectie Staatstoezicht Volksgezondheid / Provinciale Waterstaat (kenmerk: TS/AvR/EM/479, d.d. 15 april 1982, door gemeente Alphen en Riel)

Uit de eerste brief blijkt ondermeer dat de kans dat het terrein verontreinigd is met milieuschadelijke stoffen zeer klein wordt geacht. Tevens blijkt dat het bedrijf tot 1933 in gebruik is geweest voor de productie van plantaardig gelooid leder bij de Fa. Schellekens, daarna is door Mutsaers van Thillo bont gefabriceerd met gebruik van formaldehyde en aluminiumzouten als looistoffen. Ook zijn bedvachten gefabriceerd met behulp van glutaaraldehyde in combinatie met een kleine hoeveelheid chroomzouten. Bij het kleuren van bont wordt gebruik gemaakt van metaalverbindingen (o.a. aluminium, koper, ijzer en chroomzouten). Via een afvalsloot werden de afgewerkte baden geloosd op het riviertje de Ley. De laatste jaren werd via de riolering geloosd. Aanbevolen wordt een grondmonster ter plaatse van de sloot te laten analyseren op aldehyden en zware metalen. Veiligheidshalve kunnen daarnaast nog een viertal monsters op verschillende plaatsen worden genomen en op zware metalen worden geanalyseerd.

Vervolg tabel 7:

Uitgevoerde bodemonderzoeken

Locatie

Soort onderzoek (kenmerk, datum, auteur)

Samenvatting

Vonderstraat 4-20 en Leike 2-10

Oriënterend bodem- en grondwateronderzoek (kenmerk: 0789D, d.d. februari 1984, door Grontmij N.V.)

Ter plaatse zijn ondermeer een bezinkput en looiputten gesitueerd geweest. De oude bezinkput was in eerste instantie verbonden met de Ley. De ‘laatste jaren’ was deze op de riolering aangesloten. Bij de sloop in 1981 is de bezinkput uitgegraven en weer opgevuld.

(perceel 1516 (oud kadastraal nummer); globaal perceel: 1274, 586 t/m 591 en 593 t/m 601 (huidige kadastrale nummering)

Opmerking Bodex Milieu B.V.: onduidelijk is waar de uitgegraven grond naartoe is afgevoerd. Mogelijk is deze op het naastgelegen perceel (huidig perceel 1273) achtergebleven? De vroegere looiputten hadden een gemetselde bodem. Door het hoogheemraadschap zijn in 1978-1979 hoge waarden chroom aangetroffen. Het onderzoek heeft zich deels toegespitst op de locaties van de vroegere bezink- en looiputten (zoals deze door de [toenmalige] opdrachtgever in het (geëgaliseerde en ingezaaide) terrein zijn aangewezen). Opmerking Bodex Milieu B.V.: Daar geen bouw- of vergunningstekeningen beschikbaar zijn en uit de rapportage blijkt dat er geboord is ter plaatse van de vroegere bezinken looiputten wordt ervan uitgegaan dat de boorpunten ook daadwerkelijk de locaties van deze verdachte terreindelen betreffen. Uit de rapportage blijkt tevens dat het bodemprofiel bij de boringen 2 t/m 4 vergraven is en deels van elders is aangevoerd tijdens sloop en verwijderen van de bezink- en looiputten. Ter plaatse van boring 1 is de bodem waarschijnlijk geroerd tijdens de aanleg van de weg, rioleringen, etc. [boring 1 is op ruime afstand van de onderzoekslocatie geplaatst]. Ter plaatse van boring 5 is het oorspronkelijke bodemprofiel niet verstoord. Bij boringen 2 en 3 werd in de bovenste lagen puin en grind aangetroffen. Bij de vroegere bezinkput (boring 2) is de laag tot 1,05 m-mv vergraven.

Vanaf 1,05 m-mv tot 1,60 m-mv is onvergraven, matig grof zand aanwezig. Vanaf 1,60 m-mv tot 2,10 m-mv wordt zwartgrijs zand aangetroffen. Dit wordt gerelateerd met de inspoeling vanuit de bezinkput. Zintuiglijk wordt een onbekende (‘de grond stinkt’) geur aangetroffen. Oriënterend bodem- en grondwateronderzoek (kenmerk: 0789D, d.d. februari 1984, door Grontmij N.V.)

Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondmonster afkomstig van de vroegere bezinkput (boring 2; 0,80-2,30 m-mv) licht verontreinigd is met lood (> A). Het grondmengmonster afkomstig van boringen 3 t/m 5 (0,00-2,20 m-mv) is licht verontreinigd met zink (> A). Het grondwater is licht verontreinigd met EOCl en nikkel (> A). De voormalige boorlocaties worden weergegeven op de situatietekening, welke is opgenomen als bijlage 2. Opmerking Bodex Milieu B.V.: Opgemerkt wordt dat de onderzoeksopzet van bovenstaand onderzoek zeer beperkt van aard is.

Vervolg tabel 7:

Uitgevoerde bodemonderzoeken

Locatie

Soort onderzoek (kenmerk, datum, auteur)

Samenvatting

Vonderstraat 2/a (perceel 1273)

Verkennend en nader bodemonderzoek (kenmerk: ZM.0909134/VBO/ms.01, d.d. 17 maart 2010, door Zeeuwen Milieu B.V.7)

Uit de rapportage blijkt ondermeer dat ter plaatse van perceel 1273 een sterke verontreiniging met chroom in kaart is gebracht (grond). Afgezien van de sterke verontreiniging met chroom zijn ter plaatse van de onderzoekslocatie ten hoogste lichte verontreinigingen aangetoond. De sterke verontreiniging met chroom heeft een omvang van circa 973 m³. Er is sprake van een historische verontreiniging (leerlooierij). Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Door Zeeuwen Milieu B.V. is destijds de spoedeisendheid bepaald. Uit de spoedeisendheidsberekening volgt dat er (o.b.v. ecologische risico’s) met spoed moet worden gesaneerd.

Leike (ong.) (perceel 1274)

Brief resultaten bodemonderzoek (kenmerk: 20110409_a2BRF.dpc, d.d. 11 maart 2011, door Geo-Lexmond B.V.)

Tekeningen en boorstaten ontbreken. Zintuiglijk zijn in de grond zeer plaatselijk bodemvreemde materialen in de vorm van baksteen en slakken aangetroffen. In de bovengrond zijn sterk verhoogde gehalten aan chroom gemeten. Op basis van het aanvullend onderzoek is er sprake van een geval van ernstige (boven)grondverontreiniging ter plaatse van de speelweide. De verontreiniging is niet afdoende in kaart gebracht. Op basis van het door Geofox-Lexmond onderzoek uitgevoerde blijkt dat er geen onaanvaardbare humane risico’s aanwezig zijn. Opgemerkt wordt dat deze zogenaamde standaardrisicobeoordeling niet in de archieven aanwezig is.

Verkennend bodemonderzoek bovengrond (kenmerk: 20110949_a2BRF, d.d. 11 maart 2011, door Geo-Lexmond B.V.)

Niet in bezit van Bodex Milieu B.V. Onderhavig rapport wordt genoemd in het door Geofoxx uitgevoerde verkennend, nader en aanvullend nader bodemonderzoek (kenmerk: 20152457_a1RAP.docx, d.d. 26 mei 2016). Mogelijk betreft dit bovenstaand rapport.

Nader bodemonderzoek (kenmerk: 20130033_a1BRF.doc, d.d. 20 maart 2013, door Geofox-Lexmond B.V.)

Middels XRF-metingen, aangevuld met enkele analyses, is de sterke verontreiniging met chroom tevens ter plaatse van perceel 1274 in kaart gebracht. De omvang is vastgesteld op 450 m³. In de rapportage wordt gesteld dat er geen aanleiding is dat de door Zeeuwen Milieu B.V. uitgevoerde spoedeisendheidsberekening dient te worden herzien. Er wordt gesteld dat er geen humane risico’s aanwezig zijn en dat de verontreinigingssituatie niet spoedeisend is. Opmerking van Bodex Milieu B.V.: uit de door Zeeuwen Milieu B.V. uitgevoerde spoedeisendheidsberekening volgt, in tegenstelling tot wat Geofox-Lexmond stelt, dat er met spoed moet worden gesaneerd. Tevens wordt gesteld dat er met name sprake is van chroom3+, dit wordt echter nergens onderbouwd. Mogelijk is tevens sprake van chroom6+. Mogelijk ontbreken delen van de rapportage met betrekking tot de uitgevoerde analyses en/of XRF-metingen.

Consequenties bodemkwaliteit (kenmerk: 20140771_b1BRF, d.d. 6 mei 2014, door Geofox-Lexmond B.V.)

——————————————— 7 Rechtsvoorganger Bodex Milieu B.V.

Onderhavig rapport wordt genoemd in het door Geofoxx uitgevoerde verkennend, nader en aanvullend nader bodemonderzoek (kenmerk: 20152457_a1RAP.docx, d.d. 26 mei 2016). Uit de brief blijkt ondermeer dat saneren van de verontreiniging niet direct noodzakelijk is. Tevens blijkt dat er, voor zover bekend is, geen beschikking in het kader van de Wbb is afgegeven.

Vervolg tabel 7:

Uitgevoerde bodemonderzoeken

Locatie

Soort onderzoek (kenmerk, datum, auteur)

Samenvatting

Leike (ong.) (perceel 1274)

Verkennend, nader en aanvullend nader bodemonderzoek (kenmerk: 20152457_a1RAP.docx, d.d. 26 mei 2016, door Geofoxx)

Onderhavige rapportage betreft een integrale rapportage van diverse door Geofox-Lexmond (Geofoxx) uitgevoerde onderzoeken: Verkennend onderzoek, d.d. 21 februari 2011; Nader onderzoek, d.d. 6 februari 2013; Aanvullend nader onderzoek d.d. 15 juli 2015, Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de NTA 5755. Conceptueel model: Er is sprake van een grondverontreiniging met chroom (met name chroom3+; De bron van de verontreiniging betreft de voormalige leerlooierij en betreft een historische verontreiniging; De omvang van de verontreiniging ter plaatse van de speelweide is bekend. Op basis van de meest recente onderzoeken is de verwachting dat de omvang aanwezig is richting het trapveldje (maar hoofdzakelijk aanwezig is in de bomenrij) en dat de verontreiniging ook richting de Ley aanwezig is; In de diepte is de omvang niet vastgesteld, de verwachting is dat deze tot maximaal 2,0 m-mv aanwezig is; Als onderzoekstechniek zal inzet van XRF aangevuld met analyses de beste resultaten geven. De verontreiniging is in kaart gebracht met behulp van zintuiglijke waarnemingen, XRF en chemische analyses. De gemeten XRFwaarden zijn hoger dan de geanalyseerde waarden, waardoor geconcludeerd kan worden dat de omvang van de sterke verontreiniging op basis van onderhavig onderzoek is vastgesteld. Het zand ter plaatse van het speeltoestel is niet verontreinigd met chroom.

De waterbodem ter plaatse van de grondverontreiniging heeft een kwaliteit klasse B/industrie. Deze kwaliteit is ook stroomopwaarts aangetoond. De grondverontreiniging heeft zich niet verspreid naar de waterbodem. Horizontale kartering De verontreiniging met chroom in de grond heeft zich niet verspreid naar het grondwater. Het grondwater in de geplaatste peilbuizen 3001 en 3002 bevat licht verhoogde concentraties aan chroom. De sterke verontreiniging in de grond heeft zich verspreid over een oppervlak van circa 450 m². Dit betreft de omvang op het terrein van de gemeente Goirle (bomenrij, speelweide). De omvang van de verontreiniging ter plaatse van perceel 1273 wordt ingeschat op 300 m². Verticale kartering De verontreiniging in de grond bevindt zich voornamelijk in de bovengrond. Het betreft globaal de diepte van het maaiveld tot 2,5 mmv. De gemiddelde laagdikte waarover de grond verontreinigd is wordt geschat op 1 à 1,5 meter. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen blijkt dat er plaatselijk leerresten zijn aangetroffen in de laag van 0,6-1,4 m-mv en dat er veenlagen aanwezig zijn. Mogelijk is er sprake van een voormalige afvalwatersloot. De ligging hiervan is niet bekend.

Totale omvang verontreinigde grond (op perceel van de gemeente Goirle) Op basis van bovenstaande gegevens wordt geschat dat de verontreinigde grond (0- circa 1,5 m-mv) over een volume van circa 650 m³ licht tot sterk is verontreinigd met chroom. Daarvan is naar schatting 450 m³ grond verontreinigd boven de interventiewaarde. Risicobeoordeling en bepaling spoedeisendheid Het geval van bodemverontreiniging wordt als niet spoedeisend aangemerkt (op basis van humane risico’s).

Daar onderhavige locatie een verdachte locatie betreft is de bodemkwaliteitskaart niet geraadpleegd.

In het archief van het Regionale Archief Tilburg (RAT) zijn naast diverse (reeds bekende) rapporten foto’s uit 1984 aangetroffen. Deze zijn gemaakt na de sloop van de leerlooierij en voor de bouw van de woonhuizen aan de Vonderstraat 4-20 en Leike 2-10. De foto’s zijn opgenomen in bijlage 6.

De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie is opgebouwd uit afzettingen welke geohydrologisch gezien in de Centrale Slenk zijn gelegen, die aan de oost- en westzijde wordt begrensd door respectievelijk de Peelrandbreuk en de Gilze-Rijen storing. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn twee watervoerende pakketten aanwezig. Op basis van de literatuur kan de bodem ter plaatse worden geschematiseerd zoals weergegeven in tabel 8. Het freatisch grondwater in de deklaag stroomt globaal in noordelijke richting. Tabel 8:

Globale geohydrologische opbouw

Meter minus maaiveld

Bodemopbouw

circa 0 - 45

Scheidende laag Ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat de deklaag uit een scheidende laag welke opgebouwd is uit fijne slibhoudende zanden behorende tot de Formaties van Twente en Kreftenheije.

circa 45 - 80

Eerste watervoerend pakket Onder de deklaag wordt het eerste watervoerend pakket aangetroffen. Dit pakket is voornamelijk opgebouwd uit grindhoudende zand van de Formatie van Sterksel.

circa 80 - 95

Scheidende laag Onder het eerste watervoerend pakket ligt een scheidende laag, bestaande uit slecht doorlatende klei (Kallo klei).

Op de locatie en in de nabijheid van de locatie zijn geen grondwaterbeschermingsgebieden of waterwingebieden gesitueerd. De locatie valt binnen een kwetsbaar gebied waterhuishouding. Direct ten oosten is het riviertje de Ley gesitueerd. Brak of zout water komt niet in het freatisch grondwater voor. Regionaal gezien komt brak of zout water pas voor op grotere diepte (in de slecht doorlatende basis).

Perceel 1273 is in 2010 onderzocht. Gezien de ouderdom van het bodemonderzoek dient het onderzoek opnieuw uitgevoerd te worden. Ter plaatse van perceel 1274 is geen volledig onderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd, derhalve dient ter plaatse van onderhavig perceel een volledig onderzoek conform de NEN 5740 uitgevoerd te worden. Tevens dient de chroomverontreiniging op beide percelen geactualiseerd te worden. Hierbij dient rekening gehouden te worden met hoogteverschillen tussen beide percelen. Van enkele monsters dient bepaald te worden of sprake is van chroom3+ of chroom6+. Gezien de aangetroffen bijmengingen (waaronder puin) tijdens eerder uitgevoerde milieuhygiënische onderzoeken dient ter plaatse van beide percelen aanvullend een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd te worden.

Conform de NEN 5707 en 5740-richtlijnen dient, voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek, op basis van de verkregen informatie, een hypothese te worden opgesteld. Het betreft een veronderstelling inzake het al dan niet aanwezig zijn van bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek wordt in deze onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VEDHE) gehanteerd. In de nabijheid van de onderzoekslocatie is een bont- en leerlooierij gevestigd geweest. Belangrijke hulpstoffen die destijds gebruikt zijn betreffen chroomzouten. De verdachte laag betreft zowel de boven- als de ondergrond, derhalve worden alle boringen tot 2 m-mv geplaatst. Bij het plaatsen van de boringen dient rekening gehouden te worden met de vermoedelijke locatie van de bezinkput en de mogelijke locatie van de afvoersloot (bomenrij tussen beide percelen). Aanvullend wordt de verontreiniging met chroom geactualiseerd. Bij het actualiseren van de verontreiniging met chroom worden, indien mogelijk, boringen gecombineerd met de overige werkzaamheden (verkennend bodemonderzoek conform VED-HE).

Nadat de verontreiniging is geactualiseerd wordt van het meest verontreinigde monster bepaald of onderhavige verontreiniging chroom3+ of chroom6+ betreft. De onderzoeksstrategie ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek is weergegeven in tabel 9. Verkennend onderzoek asbest (grond) Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in zowel de boven- als de ondergrond puinbijmengingen in de bodem aanwezig, derhalve wordt een verkennend onderzoek asbest conform NEN 5707 noodzakelijk geacht. Hierbij wordt aangesloten op onderzoeksstrategie ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 (VED-HE). Op de locatie worden inspectiegaten gegraven van minimaal 30 x 30 cm en een diepte van 0,5 m-mv. Het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal wordt visueel geïnspecteerd en bemonsterd per traject van maximaal 0,5 m bodemprofiel. Alle gaten worden doorgezet met een handboor tot 2,0 m-mv (doorsnede 120 mm). Tevens worden van de grond (meng)monsters samengesteld die worden onderzocht op een NEN 5707 (grond)pakket. In tabel 10 is het aantal te graven inspectiegaten en te analyseren (meng)monsters weergegeven. Indien tijdens de inspectie stukjes asbest (plaatmateriaal of fragmenten) worden aangetroffen, dienen deze apart te worden verpakt en geanalyseerd. Er kan geen inschatting worden gemaakt hoeveel stukjes worden aangetroffen, deze zijn derhalve ook niet in tabel 10 opgenomen.

Tabel 9:

Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek

Oppervlakte locatie [m²]

Aantal boringen boring tot 0,5 m in de verdachte laag

Aantal te analyseren (meng)monsters

boring tot de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2 m

boring met peilbuis

bovengrond (verdachte laag)

ondergrond (verdachte laag)

grondwater

1

3x NENG+As+Cr

3x NENG+As+Cr

1x NENW+As+Cr

1

1x NENG+As+Cr

1x NENG+As+Cr

1x NENW+As+Cr

ondergrond

grondwater

circa 10x Cr

1x NENW+As+Cr

Verkennend bodemonderzoek gehele locatie (VED-HE) circa 6.900 m²

-

18

Verkennend bodemonderzoek (vermoedelijke locatie bezinkput) (VED-HE)* onbekend

-

3

Vermoedelijke locatie afvoersloot/actualiseren chroomverontreiniging* (maatwerk) -

boring tot 3,0 m-mv

boring met peilbuis

bovengrond

-

15

1

circa 10x Cr 1x Cr6+

As Cr Cr6+ NENG NENW

*

Tabel 10:

arseen; chroom; chroom6+; standaardpakket voor landbodem en grond, bestaande uit: samplemate malen, droge stof- organische stof- en lutumgehalte, negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., polycyclische aromatische koolwaterstoffen en polychloorbifenylen; standaardpakket voor grondwater, bestaande uit: negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, trichloormethaan, 1,1,1trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform); indien mogelijk worden de boringen gecombineerd met de overige werkzaamheden (verkennend bodemonderzoek conform VED-HE).

Onderzoeksstrategie verkennend onderzoek asbest

Oppervlakte locatie

circa 6.900 m a b *

1x Cr6+

Minimaal aantal te inspecteren punten van het maaivelda

Gaten in de verdachte laag tot maximaal 0,5 m in de verdachte laagb

Gaten tot onderzijde verdachte laag met een maximum van 2 mb

Aantal te analyseren (meng)monsters per verdachte laag

15

15*

3*

3

Is alleen van toepassing wanneer meer dan 100 cm² aan asbestverdacht materiaal per vierkante meter wordt aangetroffen. Bij verontreinigingen die zich alleen in de ondergrond bevinden is een visuele inspectie van het maaiveld niet noodzakelijk; Gaten worden in principe uitgevoerd tot aan de onverdachte ondergrond, maar maximaal 0,5 m respectievelijk 2,0 m diep; indien mogelijk worden de gaten gecombineerd met de overige werkzaamheden (tabel 9).

Als eerste stap van de uitvoering van het onderzoek is het maaiveld geïnspecteerd. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is opgedeeld in inspectiestroken van maximaal 1,5 meter breed. Het gehele maaiveld van de onderzoekslocatie is, strook voor strook, in twee richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd8. Alle op het maaiveld aangetroffen asbestverdachte materialen zijn op een plattegrond gemarkeerd en (indien mogelijk) separaat verzameld. Als meer dan 25% van het maaiveld niet zichtbaar is, moeten objecten en vegetatie die de inspectie hinderen worden verwijderd. Het verwijderen van vegetatie moet zodanig geschieden dat geen asbestverdachte materialen worden beschadigd en zodoende asbestvezels in de lucht worden gebracht. Ter plaatse van een groot gedeelte van de onderzoekslocatie zijn verhardingen aanwezig. De maaiveldinspectie is uitgevoerd ter plaatse van het onverharde gedeelte van de onderzoekslocatie. De waarnemingen zijn in tabel 11 weergegeven. Tabel 11:

Maaiveldinspectie (verkennend onderzoek asbest)

Visuele maaiveldinspectie Weersomstandigheden

zicht: > 50 m neerslag: < 10 mm

Gesteldheid maaiveld

waterplassen: < 25% vegetatie: > 25 % vegetatie verwijderd: n.v.t.

Grondsoort

zand

Inspectie-efficiëntie

circa 50%-70%

Aanwezigheid asbestverdacht materiaal maaiveld

nee

Ter plaatse van de vermoedelijke locatie van de afvoersloot is zeer dichte begroeiing gesitueerd (bomen, etc.), deze zijn niet handmatig te verwijderen ten behoeve van de maaiveldinspectie. Ter plaatse van het overige onbebouwde deel van de onderzoekslocatie is de bedekking met vegetatie minder dan 25 %. Er zijn geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.

Het veldwerk is uitgevoerd door de erkende veldwerker9, de heer L.H.W. Dijks op 14, 15 en 16 mei 2019. De peilbuizen zijn, na inachtneming van de geldende rustperiode van minimaal een week door de erkende veldwerker, de heer L.H.W. Dijks, bemonsterd op 21 mei 2019. De boringen zijn uitgevoerd met behulp van een edelmanboor en beneden het grondwaterniveau doorgezet met behulp van een zuiger- of edelmanboor. De gaten zijn handmatig gegraven. ——————————————— 8

De visuele inspectie kan in bepaalde gevallen niet plaats vinden. De visuele inspectie kan niet plaats vinden bij regenval van meer dan 10 mm/uur, bij hagel of sneeuw(val), tussen zonsondergang en zonsopgang, indien het maaiveld voor meer dan 75% bedekt is (vegetatie/bebouwing etc.), bij een grote aanwezigheid van water op de locatie (regenplassen), bij mist en een zicht van minder dan 50 meter en andere soorten belemmering.

9

De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen.

De posities van de boringen, peilbuizen en gaten zijn representatief verdeeld over de onderzoekslocatie. De posities van de boringen, de peilbuizen en de gaten zijn weergegeven op de situatietekening, welke is opgenomen als bijlage 2. De foto’s van de veldwerkzaamheden zijn opgenomen als bijlage 7. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen als bijlage 3. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met het in achtnemen van de benodigde veiligheidsmaatregelen.

Ter plaatse van de onderzoekslocatie wordt voornamelijk zand aangetroffen. Ter plaatse van diverse boringen wordt tevens een leemlaag aangetroffen. Een schematische weergave van het in het veld geclassificeerde bodemmateriaal is weergegeven in de boorprofielen, welke zijn opgenomen als bijlage 3.

Aan het opgeboorde bodemmateriaal zijn plaatselijk in meer of mindere mate bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Deze staan in onderstaande tabellen weergegeven. In tabel 13 zijn tevens de dimensies van de gegraven gaten weergegeven. Tabel 12:

Zintuiglijk afwijkend bodemmateriaal (verkennend bodemonderzoek)

Boring

Diepte [m-mv]

Traject [m-mv]

Waargenomen bijzonderheden

B01

2,00

0,00 - 1,00

sporen puin

B02

2,00

0,00 - 1,30

sporen puin

B03

2,00

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

B04

2,00

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

B05

2,00

0,00 - 0,50

sporen puin

B06

2,00

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

B07

3,00

0,00 - 1,00

sporen puin

B08

3,00

0,00 - 1,00

zwak puinhoudend

B09

3,00

0,00 - 0,50

sporen puin

B10

3,00

0,00 - 1,00

sporen puin

B11

3,00

0,00 - 0,50

matig puinhoudend

1,00 - 1,50

sporen baksteen

1,50 - 2,00

resten planten

B12

3,00

0,00 - 0,80

sporen puin

B13

3,00

0,00 - 0,80

sporen puin

B15

1,00

0,70 - 1,00

sporen baksteen, kolengruis, puin en glas

1,00

boring gestaakt

PB16

4,00

2,00 - 2,50

resten hout

B17

3,00

1,50 - 2,50

resten planten

B18

3,00

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

1,50 - 2,00

resten planten

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

1,00 - 2,00

resten planten

B19

2,00

B20

3,00

0,50 - 1,00

sporen baksteen

B21

3,00

0,00 - 0,50

sporen puin

0,50 - 1,00

sporen puin, asbestverdacht isolatiemateriaal (zelfde materiaal als aangetroffen ter plaatse van gat G08, zie tabel 13)

Gradatie: zwak matig sterk uiterst volledig

(bij puin <5%) (bij puin 5-15%) (bij puin 15-50%) (bij puin 50-80%) (bij puin >80%)

Vervolg tabel 12:

Zintuiglijk afwijkend bodemmateriaal (verkennend bodemonderzoek)

Boring

Diepte [m-mv]

Traject [m-mv]

Waargenomen bijzonderheden

B22

3,00

0,00 - 1,00

sporen puin

B23

2,00

0,00 - 1,00

sporen puin

B24

3,00

0,00 - 1,00

sporen puin

B27

3,00

0,02 - 0,30

volledig kolengruis, sporen glas en metaal

1,00 - 1,50

resten planten

1,50 - 2,00

resten hout

B28

3,00

1,50 - 2,00

resten hout

B31

2,00

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

B33

2,00

0,02 - 0,30

volledig kolengruis, sporen glas en metaal

1,00 - 1,50

resten planten

1,50 - 2,00

resten hout

0,02 - 0,50

volledig kolengruis, sporen glas en metaal

0,15 - 1,00

sporen puin

B39

2,00

Gradatie: zwak matig sterk uiterst volledig

(bij puin <5%) (bij puin 5-15%) (bij puin 15-50%) (bij puin 50-80%) (bij puin >80%)

Tabel 13:

Zintuiglijk afwijkend bodemmateriaal (verkennend onderzoek asbest)

Gat

Lengte [m]

Breedte [m]

Diepte [m-mv]

Traject [m-mv]

Waargenomen bijzonderheden

G01

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

G02

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

G03

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

G04

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

G05

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

G06

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

G07

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

matig puinhoudend

G08

0,30

0,30

0,35

0,00 - 0,35

zwak puinhoudend, asbestverdacht isolatiemateriaal

G09

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, asbestverdachte gele vlakke plaat

G10

0,30

0,30

3,00

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend

G11

0,30

0,30

0,50

-

geen

G12

0,30

0,30

2,00

-

geen

G13

0,30

0,30

2,00

0,02 - 0,25

volledig kolengruis, sporen glas en metaal

0,25 - 0,50

zwak puinhoudend

G14

0,30

0,30

2,00

-

geen

G15

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

sporen puin

G16

0,30

0,30

0,50

-

geen

G17

0,30

0,30

2,00

-

geen

G18

0,30

0,30

0,50

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, vier volledige klinkers

Gradatie: zwak matig sterk uiterst volledig

(bij puin <5%) (bij puin 5-15%) (bij puin 15-50%) (bij puin 50-80%) (bij puin >80%)

De uitkomende grond is per grondlaag van maximaal 50 cm bemonsterd. Eventuele afwijkende grondlagen zijn separaat bemonsterd. De grondmonsters zijn direct luchtdicht verpakt (volledig afgevuld) in glazen potten met polypropyleen deksel.

Na de grondwaterstand gemeten te hebben is de voorgeschreven hoeveelheid water uit de peilbuizen afgepompt, hierna heeft de monstername van het grondwater plaatsgevonden. Tijdens de bemonstering van het grondwater is het elektrisch geleidend vermogen (EC), de zuurgraad (pH) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De gemeten zuurgraad en het elektrisch geleidend vermogen zijn niet afwijkend ten opzichte van een natuurlijke situatie. De gemeten troebelheid van het grondwater afkomstig uit peilbuizen PB16 en PB29 is verhoogd ten opzichte van een natuurlijke situatie. Naar verwachting heeft dit geen gevolgen voor de resultaten van het onderhavige bodemonderzoek. De gemeten waarden zijn weergegeven in tabel 14. Tabel 14:

#

Metingen grondwater (verkennend bodemonderzoek)

Peilbuis

Filterdiepte [m-mv]

Grondwaterstand [m-mv]

Zintuiglijke waarnemingen

pH [-]

EC [µS/cm]

Troebelheid [FTU#]

PB14

2,00 - 3,00

1,32

geen

6,0

534

8,48

PB16

3,00 - 4,00

2,20

geen

6,6

472

17,3

PB29

2,70 - 3,70

2,10

geen

6,8

483

70,6

Tijdens de monstername van het grondwater wordt de troebelheid van het grondwater in FTU (Formazine Turbidity Unit) gemeten, verondersteld wordt dat het grondwater in de bodem van nature een troebelheid van 0 tot 10 FTU heeft. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 FTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie van de analyseresultaten worden gebruikt.

Het uitkomende bodemmateriaal is met een maximale dikte van circa 2 cm uitgespreid op plastic folie. Vervolgens is het materiaal zintuiglijk beoordeeld en zijn alle stukken bodemvreemd materiaal groter dan 20 mm uitgeharkt. Het uitkomende bodemmateriaal is per inspectiegat/sleuf en per asbesttype gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 20 mm. Daarnaast is het aantal verdachte stukjes en het totaalgewicht per type asbest per sleuf bepaald. Indien het totaal gewicht per type en per sleuf minder dan 700 gram betreft wordt het gewicht ook in het laboratorium bepaald. Uit het bodemmateriaal afkomstig uit gaten G08 en G09 zijn asbestverdachte materialen groter dan 20 mm gezeefd. Van de asbestverdachte materialen zijn materiaalverzamelmonsters samengesteld, de monstergegevens zijn weergegeven in tabel 18. Uit het overige bodemmateriaal zijn geen asbestverdachte materialen groter dan 20 mm gezeefd. Na het bodemmateriaal op de locatie te hebben voorbehandeld zijn de grondmonsters per bodemlaag samengesteld. Tevens is een puinmonster samengesteld. De grondmonsters hebben een totaalgewicht van circa 12 kg. Het puinmonster heeft een totaalgewicht van circa 25 kg. De gegevens van de grond- en puinmonsters zijn weergegeven in tabel 17.

Ten behoeve van het chemisch grond- en grondwateronderzoek zijn vijfentwintig grond(meng)monsters en drie grondwatermonsters geanalyseerd. De grondmengmonsters zijn in het laboratorium samengesteld uit de aangeleverde deelmonsters. De grond- en grondwatermonsters zijn door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld chemisch onderzocht op de in tabel 15 en tabel 16 genoemde analysepakketten. Tevens zijn in deze tabellen de monstergegevens weergegeven.

De grond- en grondwatermonsters zijn zodanig geselecteerd dat na uitvoering van de analyses een representatief beeld wordt verkregen van een eventuele verontreinigingssituatie van de grond en het freatische grondwater ter plaatse van de onderzoekslocatie. Tabel 15:

Samenstelling grond(meng)monsters (verkennend bodemonderzoek)

Analysemonster

Traject [m-mv]

Deelmonsters

Zintuiglijke waarnemingen

Analysepakket

Verkennend bodemonderzoek gehele locatie (VED-HE) MM01

0,00 - 0,50

B02 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50)

sporen puin zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend

NENG+As+Cr

MM02

0,00 - 0,50

B34 (0,10 - 0,50) B36 (0,00 - 0,50) B37 (0,10 - 0,50) B38 (0,08 - 0,50)

geen geen geen geen

NENG+As+Cr

MM03

0,00 - 0,50

B22 (0,00 - 0,50) B23 (0,00 - 0,50) B24 (0,00 - 0,50)

sporen puin sporen puin sporen puin

NENG+As+Cr

MM04

1,00 - 1,50

B01 (1,00 - 1,50) B02 (1,30 - 1,50) B03 (1,00 - 1,30) B04 (1,00 - 1,50)

geen geen geen geen

NENG+As+Cr

MM05

0,50 - 1,50

B26 (0,70 - 1,00) B31 (1,00 - 1,30) B33 (0,50 - 1,00) B34 (1,00 - 1,50)

geen geen geen geen

NENG+As+Cr

MM06

1,50 - 2,00

B35 (1,50 - 2,00) B36 (1,70 - 2,00) B37 (1,50 - 2,00) B38 (1,50 - 2,00)

geen geen geen geen

NENG+As+Cr

Verkennend bodemonderzoek (vermoedelijke locatie bezinkput) (VED-HE) MM07

0,00 - 0,50

B15 (0,00 - 0,50) PB16 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50)

geen geen geen

NENG+As+Cr

MM08

1,00 - 1,50

B17 (1,00 - 1,50) PB16 (1,00 - 1,30) B18 (1,00 - 1,50)

geen geen geen

NENG+As+Cr

Vermoedelijke locatie afvoersloot/actualiseren chroomverontreiniging (maatwerk) M08-1

0,00 - 0,50

B08 (0,00 - 0,50)

zwak puinhoudend

Cr

M08-4

1,30 - 1,50

B08 (1,30 - 1,50)

geen

Cr

M10-1

0,00 - 0,50

B10 (0,00 - 0,50)

sporen puin

Cr

M10-3

1,00 - 1,50

B10 (1,00 - 1,50)

geen

Cr

M11-2

0,50 - 1,00

B11 (0,50 - 1,00)

geen

Cr

M11-5

2,00 - 2,50

B11 (2,00 - 2,50)

geen

Cr

M13-1

0,00 - 0,50

B13 (0,00 - 0,50)

sporen puin

Cr

M13-4

1,00 - 1,50

B13 (1,00 - 1,50)

geen

Cr

M14-1

0,00 - 0,50

PB14 (0,00 - 0,50)

geen

Cr

M14-4

1,10 - 1,50

PB14 (1,10 - 1,50)

geen

Cr

M20-1

0,00 - 0,50

B20 (0,00 - 0,50)

geen

Cr

M20-3

1,00 - 1,50

B20 (1,00 - 1,50)

geen

Cr

M21-1

0,00 - 0,50

B21 (0,00 - 0,50)

sporen puin

Cr

M21-2

0,50 - 1,00

B21 (0,50 - 1,00)

sporen puin

Cr

Gradatie: zwak matig sterk uiterst volledig

(bij puin <5%) (bij puin 5-15%) (bij puin 15-50%) (bij puin 50-80%) (bij puin >80%)

Analysepakket: As arseen; Cr chroom; Cr6+ chroom6+; NENG standaardpakket voor landbodem en grond, bestaande uit: samplemate malen, droge stof- organische stof- en lutumgehalte, negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., polycyclische aromatische koolwaterstoffen en polychloorbifenylen.

Vervolg tabel 15:

Samenstelling grond(meng)monsters (verkennend bodemonderzoek)

Analysemonster

Traject [m-mv]

Deelmonsters

Zintuiglijke waarnemingen

Analysepakket

M25-1

0,00 - 0,50

B25 (0,00 - 0,50)

geen

Cr

M25-3

1,00 - 1,50

B25 (1,00 - 1,50)

geen

Cr

M27-2

0,30 - 0,50

B27 (0,30 - 0,50)

geen

Cr

Gradatie: zwak matig sterk uiterst volledig

(bij puin <5%) (bij puin 5-15%) (bij puin 15-50%) (bij puin 50-80%) (bij puin >80%)

Analysepakket: As arseen; Cr chroom; 6+ Cr chroom6+; NENG standaardpakket voor landbodem en grond, bestaande uit: samplemate malen, droge stof- organische stof- en lutumgehalte, negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., polycyclische aromatische koolwaterstoffen en polychloorbifenylen.

Tabel 16:

Samenstelling grondwatermonsters (verkennend bodemonderzoek)

Analysemonster

Filterdiepte [m-mv]

Zintuiglijke waarnemingen

Analysepakket

PB14

2,00 - 3,00

geen

NENW+As+Cr

PB16

3,00 - 4,00

geen

NENW+As+Cr

PB29

2,70 - 3,70

geen

NENW+As+Cr

Analysepakket: As arseen; Cr chroom; NENW standaardpakket voor grondwater, bestaande uit: negen zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), minerale olie G.C., vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, trichloormethaan, 1,1,1trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform).

Ten behoeve van het onderzoek zijn in het veld vier grondmengmonster, één puinmengmonster en drie materiaalverzamelmonsters samengesteld. De monsters zijn door Eurofins Analytico B.V. te Barneveld conform de NEN 5896 dan wel de NEN 5898 geanalyseerd. De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 5. Hierbij is de monstercodering, zoals vermeld in onderstaande tabellen van toepassing. Tabel 17:

Gegevens grond- en puinmonsters (verkennend onderzoek asbest)

Monstercode

Herkomst [m-mv]

Type asbest [AVM]

Aantal stukjes asbestverdacht materiaal

Nat gewicht monster* [gram]

MA01 (grond)

G09 (0,00 - 0,50)

MVM01

1 stukje gele vlakke plaat

13.200

MA02 (grond)

G10 (0,00 - 0,50) G13 (0,25 - 0,50) G15 (0,00 - 0,50)

n.v.t.

n.v.t.

14.680

MA03 (puin)

G13 (0,00 - 0,25)

n.v.t.

n.v.t.

27.960

MA04 (grond)

G08 (0,00 - 0,35)

MVM02

13 stukjes grijze golfplaat

12.500

MVM03

60 gram isolatiemateriaal**

n.v.t.

n.v.t.

MA05 (grond)

* **

G01 (0,00 - 0,50) G02 (0,00 - 0,50) G03 (0,00 - 0,50) G04 (0,00 - 0,50) G05 (0,00 - 0,50) G06 (0,00 - 0,50) G07 (0,00 - 0,50)

in het veld gemeten; aantal stukjes niet geteld.

15020

Tabel 18:

*

Gegevens materiaalverzamelmonsters (verkennend onderzoek asbest)

Monstercode

Herkomst [m-mv]

Type asbest

Nat gewicht monster* [gram]

MVM01

G09 (0,00 - 0,50)

1 stukje gele vlakke plaat

< 20

MVM02

G08 (0,00 - 0,35)

13 stukjes grijze golfplaat

300

MVM03

G08 (0,00 - 0,35)

60 gram isolatiemateriaal

60

in het veld gemeten.

De resultaten van de analyses van de monsters (zie bijlage 5) zijn enerzijds getoetst aan de ‘Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013’ van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, zoals gepubliceerd in de Staatscourant 2013, nr. 16675, d.d. 27 juni 2013 en anderzijds aan de ‘Regeling bodemkwaliteit’ (behorende tot het Besluit bodemkwaliteit), zoals gepubliceerd in de Staatscourant 2007, nr. 247, d.d. 13 december 2007 (laatst gewijzigd Staatscourant 2017, nr. 3524, d.d. 17 januari 2017). De toetsingswaarden zijn opgenomen als bijlage 4 en bestaan uit de volgende concentratieniveaus: • de achtergrondwaarde (AW) geeft het concentratieniveau aan in grond (landbodem), waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit; • de streefwaarde (S) geeft het concentratieniveau aan in grondwater (ondiep), waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit; • de interventiewaarde (I) geeft het concentratieniveau aan in grond (landbodem) of grondwater, waarbij in de Wet bodembescherming (Wbb) wordt gesproken van een ernstige verontreiniging. De interventiewaarden zijn gerelateerd aan een ruimtelijke schaal. Indien voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m³ grond of 100 m³ bodemvolume grondwater hoger is dan de interventiewaarde, wordt er gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1153/documents/19009