4. Vast te stellen CPO RIEL bijl regels.pdf
Tekst van het document
Net als de greppels lijken de palen vanuit de enkeerd (uit de Nieuwe tijd) te zijn ingegraven, aangezien de sporen daarmee (donkerbruin humeus) opgevuld lijken. Hoewel de paalkuilen in een cluster liggen, vertonen ze samen geen duidelijk patroon van een gebouwstructuur binnen de proefsleuven. Direct ten westen van werkputten 1 en 25 bevindt zich mogelijk een vervolg van de paalkuilencluster, op het meest zuidelijke perceel. De kans dat eventuele sporen daar echter nog bewaard zijn is klein, omdat zowel de proefsleuven (werkputten 23 en 24) als het voorgaand booronderzoek (boring 15) aantonen dat de bodemopbouw hier sterk is verstoord (zie § 2.1 en Figuur 2.3). Binnen de paalkuilencluster is geen aardewerk aangetroffen dat de sporen kan dateren. Uitgaande van de voornoemde relatie met de enkeerd en de scherpe begrenzing van de paalkuilen, is de cluster het best in de Nieuwe tijd te plaatsen.
25
S5000 Bouwvoor S5010 Enkeerdlaag 2
S5020 Enkeerdlaag 1
S5 vulling 1
S5 vulling 2
Figuur 4.5 Doorsnede van greppelspoor 5 in de (noord)oostelijke lange wand van werkput 1.
26
Figuur 4.6 Cluster paalsporen uit de Nieuwe tijd in werkput 13.
27
S4
S6
S2 S3
Figuur 4.7 Overzicht van de gecoupeerde paalkuilen uit de Nieuwe tijd in werkput 1 (richting het noordwesten).
Figuur 4.8 Doorsnede van een paalkuil (S2) uit de cluster paalkuilen in werkput 1.
28
4.3 Vondsten A.C. van de Venne Tijdens het veldwerk zijn slechts zeven vondsten aangetroffen. Het gaat om zes scherven aardewerk en één brokje baksteen afkomstig uit enkele greppelsporen (S12, S13, S16) en de enkeerd (laag S5020). Dit betreft één groot wandfragment van een kan of pot van steengoed uit Raeren uit de 15e of 16e eeuw en vijf fragmenten roodbakkend aardewerk (Tabel 4.3). Onder het roodbakkend aardewerk bevindt zich een ongeglazuurd horizontaal worstoor (v. 1.1) van waarschijnlijk een voorraadpot, die eveneens dateert uit de 15e of 16e eeuw. Van drie wandscherven met alleen inwendig glazuur kan alleen een brede datering worden gegeven tussen 1400 en 1800. Een roodbakkend fragment met loodglazuur aan beide zijden dateert waarschijnlijk van na ca.1500. Op basis van deze fragmenten kan men concluderen dat eerste activiteiten op het terrein waarschijnlijk in de 15e en/of 16e eeuw plaatsvonden. Mogelijk is er sprake geweest van continuïteit tot in de 18e eeuw. Het aantal scherven is echter te klein en de dateringsmarge te ruim om hier concrete uitspraken over te doen. Bovendien dient men er rekening mee te houden dat een deel van de scherven van elders afkomstig kan zijn; mogelijk de scherven hier pas terecht zijn gekomen bij het ophogen van het terrein. Vnr 1.1 2.1 3.1 3.1 3.2 4.1
Subnr 1 1 1 2 1 1
Put 4 9 5 5 5 15
Spoor 12 16 13 13 13 5020
N 1 1 1 1 1 2
G 60 93 13 5 18 20
Baksel Roodbakkend Steengoed Roodbakkend Roodbakkend Baksteen Roodbakkend
Afwerking Ongeglazuurd IJzerengobe zoutglazuur Inwendig loodglazuur Loodglazuur
Vorm Pot Kan/pot?
Type r-pots2rr-
Baksteen (fragment) Inwendig loodglazuur
r-
Datering 1400-1600 1400-1600 1400-1800 1500-1800 1250-1900 1400-1800
Tabel 4.3 Determinatie en datering van aardewerk en baksteen uit greppelsporen (S12-S16) en de enkeerd (S5020).
29
5 Conclusie en advies 5.1 Conclusie Het proefsleuvenonderzoek heeft aangetoond dat het plangebied archeologische sporen bevat van greppels en paalkuilen. Beide spoortypen vertonen sterke overeenkomsten in opvulling. Ze zijn alle donkerbruin humeus opgevuld, vertonen een scherpe begrenzing en lijken gegraven vanuit (het midden van) de enkeerd. Enkele scherven plaatsen de greppels en de enkeerd in de Nieuwe tijd, globaal tussen 1500 en 1800. De greppels maken deel uit van een overkoepelend verkavelingsstelsel dat te herkennen is op historische topografische kaarten van de laatste twee eeuwen. De oudste hiervan dateert uit 1811 tot 1832. Alle kaarten vertonen een agrarisch buitengebied (de ‘Ronde akkers’) met greppels ten westen van de Kerkstraat. De greppels hebben gediend als begrenzing en ontwatering van de afgebeelde akkerpercelen. Een deel van de paalkuilen is langs de greppels waargenomen. Ze vormen mogelijk de resten van een afbakening van deze percelen, bijvoorbeeld een hekwerk. Het verkavelingsstelsel uit de 19e en 20e eeuw kent mogelijk een oudere oorsprong. Uitgaande van enkele scherven roodbakkend aardewerk en steengoed in twee greppels zou de verkaveling zelfs te herleiden kunnen zijn tot de vroege periode 1400-1600. De aanwijzingen voor een dergelijke ouder oorsprong zijn echter te mager.
De greppels zijn zoals voornoemd immers te relateren aan het ophogingspakket (enkeerdgrond) van het terrein. Aardewerk – en tijdens de putaanleg waargenomen baksteenbrokjes – uit dit pakket plaatsen de beakkering, verkaveling en ophoging eerder in de Nieuwe tijd. Gezien de scherpe begrenzing van zowel de greppel- als paalsporen, is deze datering verder aan te scherpen tot de tweede helft van de Nieuwe tijd. Uitgaande van de ligging van het plangebied op de oostelijke rand van de lokale dekzandrug, is het ophogingspakket als een jonge uitbreidingsfase van akkerdek te beschouwen. De oude kern van het akkergebied is zoals gebruikelijk op de top van de dekzandrug te situeren, ten westen van het plangebied. Zoals voornoemd is een deel van de paalkuilen als afbakening langs de greppels waargenomen. Acht andere paalkuilen komen geclusterd in het zuidwesten van het plangebied voor. In de cluster is geen patroon te herkennen. Als al sprake is geweest van een palenstructuur, dan is deze net als de overige paalkuilen en greppels (op grond van soortgelijke kenmerken) tot het buitengebied in de Nieuwe tijd te rekenen. Duidelijke aanwijzingen voor een erf met bewoningssporen, zoals een huisplattegrond met bijbehorende vondstrijkere kuilen en waterputten, ontbreken namelijk in de proefsleuven.
Het aangesneden verkavelingsstelsel met indeling van de akkerpercelen, in relatie tot het bewoningslint langs de Kerkstraat, is al uitgebreid vastgelegd op het kadastrale minuutplan uit 1811-132. Archeologisch vervolgonderzoek zou dan ook geen extra informatie opleveren. De archeologische sporen zijn inhoudelijk gezien dan ook niet behoudenswaardig. De voornoemde historische kaarten wijzen uit dat de aangesneden verkavelingssporen behoren tot het historische bouwlint langs de Kerkstraat. Daar zijn wel archeologische bewoningssporen te verwachten. Deze smalle zone langs de oostzijde van het plangebied was in de praktijk ontoegankelijk tijdens het proefsleuvenonderzoek als gevolg van verharding. Projectie op de historische kadastrale kaart van 1811-1832 wijst uit dat het plangebied deze historische bewoningszone op zich wel aansnijdt binnen twee smalle stroken haaks op de Kerkstraat (Figuur 2.6). In de noordelijke smalle strook, tussen Kerkstraat 6 en 10, zijn desondanks geen archeologische sporen van deze historische bebouwing meer te verwachten. Hier is recentelijk in de jaren ‘80 van de vorige eeuw namelijk nog gebouwd. Deze bebouwing is vervolgens begin jaren ’90 geheel gesloopt.37 Bij de bouw en sloop zullen eventuele oudere bodemresten zijn verstoord.
De zuidelijke smalle strook haaks op de Kerkstraat overlapt ook met een historisch gebouw op de kaart van 1811-1832.Het historisch gebouw blijkt samen te vallen met de huidige woning van Kerkstraat 26. Het noordelijk deel van deze woning, dat net buiten (ten noorden van) het plangebied ligt, moet verstoord zijn getuige verschillende sloop- en bouwactiviteiten die uit topografische kaarten van de 20e eeuw zijn af te leiden. Het zuidelijk deel, dat wel binnen het plangebied ligt, zal aan de binnenzijde naar verwachting ook verbouwd zijn. De buitenzijde lijkt echter nog kenmerken (o.a. de plaatsing van ramen) van een historisch bouwwerk te vertonen: vermoedelijk een schuur die nu in de nieuwbouw van woning Kerkstraat 26 is opgenomen (Figuur 5.1). De kans is dan ook groot dat in de bodem, onder het opgaande muurwerk, nog oude funderingen zijn bewaard: van het historische gebouw zoals afgebeeld op de kaart van 1811-1832 en van een eventuele voorganger.
37 Www.topotijdreis.nl
30
Figuur 5.1 Zuidoosthoek van het plangebied (rode lijnen) met het pand van Kerkstraat 26. Het zuidelijk deel van het pand dat samenvalt met het plangebied, zal worden gesloopt. Het herbergt in de bodem mogelijk funderingsresten van het originele bouwwerk uit 1811-1832 of van een oudere voorganger (bron: Google Maps).
5.2 Selectieadvies Tijdens het onderzoek zijn binnen de proefsleuven geen archeologische vindplaatsen aangetroffen. Binnen het onderzocht gebied bevinden zich alleen verkavelingssporen, die in verband zijn te brengen met agrarisch landgebruik in de Nieuwe tijd zoals afgebeeld op historische kaarten van de afgelopen twee eeuwen. Dit landgebruik is gerelateerd aan het historische bebouwingslint langs de Kerkstraat in het oosten van het plangebied. Deze oostelijke zone was tijdens het proefsleuvenonderzoek ontoegankelijk. Uit topografische kaarten van de afgelopen twee eeuwen valt af te leiden dat in het zuidoosten van het plangebied nog resten van historische bebouwing uit de 19e eeuw of eerder bewaard kunnen zijn. Op grond van deze bevindingen komt Archol tot bet volgende advies ten aanzien van het vervolgtraject: Het onderzochte gebied ter hoogte van de proefsleuven, waar is aangetoond dat behoudenswaardige archeologische resten ontbreken, kan worden vrijgegeven voor de realisatie van de bouwplannen (groen in Figuur 5.2). De zuidoosthoek van het plangebied, het zuidelijk deel van het pand Kerkstraat 26, kan op grond van de historische kaarten nog archeologische bodemresten bevatten die behoudenswaardig zijn. Deze zone was tijdens het proefsleuvenonderzoek niet toegankelijk voor waardering vanwege de bestaande bebouwing en verharding.
Beide obstakels zullen pas worden verwijderd bij aanvang van de geplande bouwwerkzaamheden, waaronder de sloop van het opgaand muurwerk. Archol adviseert om de sloop van het muurwerk en de verharding bij graafwerkzaamheden vanaf het niveau van het maaiveld archeologisch te laten begeleiden (rood in Figuur 5.2). Na verwijdering van het (recent) muurwerk kan deze zone alsnog op waarde worden geschat. Als deze zuidoosthoek archeologisch behoudenswaardige waarden bevat, dan dient rekening te worden gehouden met een directe doorstart naar een opgraving. Na opgraving en documentatie (ex situ behoud) van alle waarden of bij aangetoonde afwezigheid daarvan, kan ook de zuidoosthoek van het plangebied worden vrijgegeven voor de realisatie van de bouwplannen.
31
Plangebied Vrijgave, geen vervolg Archeologische begeleiding
Figuur 5.2 Selectieadvies ten aanzien van het vervolgtraject.
5.3 Beantwoording onderzoeksvragen De onderzoeksvragen uit het PvE worden nu per thema beantwoord. Landschap 1.
Hoe is de bodemopbouw/stratigrafie binnen het onderzoeksgebied en hoe relateren deze zich tot de aangetroffen archeologische resten? Aan de basis van de bodemopbouw bevindt zich een lichtgrijs geel pakket van matig siltig dekzand (C-horizont). In het lage oostelijke deel van het plangebied (werkput ten 4 en 5) is bovenop het dekzand lokaal een natuurlijke Ah-horizont bewaard. Deze laag van 8-15 cm dik onderscheidt zich door een hoger humusgehalte en is ontstaan als gevolg van een lage, relatief natte ligging. Deze natuurlijke laag is aangeploegd en is dan ook als een oude akkerlaag te bestempelen. Op de wat hogere delen in het centrale gebied ontbreekt de Ah-horizont. Daar zijn wel restanten van een verploegde oude podzolbodem aangetroffen (werkputten 1 t/m3, 6 t/m 11, 25). Boven de C-horizont is namelijk een menglaag te onderscheiden met brokken dekzand (C-horizont), brokken van de Ah-horizont en (in enkele gevallen) sporen van een E-
32
horizont. De menglaag is 10 tot 25 cm dik. In het (noord)oosten van het centrale gebied is de oude pleistocene podzolbodem lokaal nog deels bewaard: daar zijn onder de enkeerdlaag nog een intacte E- en B-horizont aangetroffen. De ‘menglaag’, Ah-horizont en (waar deze ontbreken) de C-horizont, zijn afgedekt door een 20 tot 60 cm dikke donkergrijze enkeerd. In deze ophogingslaag zaten puntjes baksteen en aardewerk uit de Nieuwe tijd. De enkeerd is, waar mogelijk, op basis van kleur in twee lagen opgedeeld. De onderste laag was iets bruingrijzer van kleur en bevatte minder fragmenten keramiek. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn verkavelingsgreppels aangesneden, die vermoedelijk alle vanuit de top van de onderste enkeerdlaag zijn gegraven, gedurende een relatief jonge fase van de ophoging in de (vermoedelijk tweede helft van de) Nieuwe tijd. Vermoedelijk geldt dit ook voor eveneens aangetroffen paalsporen. Ze net als de greppels namelijk scherp begrensd en donkerbruin humeus opgevuld. De top van de enkeerd ligt op een diepte van 15,9-16,9 m +NAP (0,2-0,7 m -mv). Het profiel wordt bovenin afgesloten door een recente bouwvoor van ca. 20 cm dik. 2.
Welke delen van het gebied zijn op welke wijze verstoord of afgegraven en tot op welke diepte? Wat is hiervan de invloed op de gaafheid van archeologische resten? In de strook ten noorden van het centrale gebied zijn niet of nauwelijks resten van oude podzolhorizonten aangetroffen (werkputten 12 t/m 16 en 22). Hier is de bodem tot in de top van de C-horizont geploegd. Gezien de heterogene overgangslaag lijkt de verstoringsgraad echter nog mee te vallen. Dit laatste geldt niet voor de bodemopbouw in het meest noordelijke perceel (werkputten 18 t/m 21) en het meest zuidelijke perceel (werkputten 23 en 24). In het noorden blijkt de enkeerd sterk verstoord. In het zuiden ontbreekt deze zelfs en is sprake van een geheel verstoord bodem met een zogenoemd AC-profiel. Hier zijn dan ook geen (intacte) archeologische sporen meer te verwachten.
Archeologie 3. Zijn er archeologische vindplaatsen? Zo nee, verklaar de afwezigheid. Zo ja: 4. Waaruit bestaan deze? Vooraf werden archeologische sporen vanaf de prehistorie tot en met de periode middeleeuwen-Nieuwe tijd verwacht. Binnen de proefsleuven zijn echter geen archeologische vindplaatsen uit deze perioden aangetroffen. Uitgaande van een aantal greppel- en paalsporen blijkt het plangebied enkel in gebruik te zijn geweest als verkaveld buitengebied met akkerpercelen gedurende de (vermoedelijk) tweede helft van de Nieuwe tijd. Dit beeld komt overeen met de historische kadastrale kaart van 1811-1832. De bewoning concentreerde zich toen specifiek langs de Kerkstraat in het oosten van het plangebied. Op zich snijdt het plangebied deze historische bewoningszone in het oosten aan binnen twee smalle stroken haaks op de Kerkstraat zoals te zien is op projectie van het plangebied op de kaart van 1811-1832 (Figuur 2.6). Deze oostelijke zone van het plangebied was echter niet toegankelijk voor proefsleuven als gevolg van verharding en (in het zuidoosten) bestaande bebouwing. In de noordelijke smalle strook, tussen Kerkstraat 6 en 10, zijn desondanks geen archeologische bodemresten meer te verwachten. Hier is recentelijk in de jaren ‘80 van de vorige eeuw namelijk nog gebouwd. Deze bebouwing is vervolgens begin jaren ’90 geheel gesloopt.
Bij de bouw en sloop zullen eventuele oudere bodemresten zijn verstoord. De zuidelijke smalle strook haaks op de Kerkstraat overlapt ook met een historisch gebouw op de kaart van 1811-1832.Het historisch gebouw blijkt samen te vallen met de huidige woning van Kerkstraat 26. Het noordelijk deel van deze woning, dat net buiten (ten noorden van) het plangebied ligt, moet verstoord zijn getuige verschillende sloop- en bouwactiviteiten die uit topografische kaarten van de 20e eeuw zijn af te leiden. Het zuidelijk deel, dat wel binnen het plangebied ligt, zal aan de binnenzijde naar verwachting ook verbouwd zijn. De buitenzijde lijkt echter nog kenmerken (o.a. de plaatsing van ramen) van een historisch bouwwerk te vertonen: vermoedelijk een schuur die nu in de nieuwbouw van woning Kerkstraat 26 is opgenomen (Figuur 5.1). De kans is dan ook groot dat in de bodem, onder het opgaand muurwerk, nog oude funderingen zijn bewaard: van het historische gebouw zoals afgebeeld op de kaart van 1811-1832 en van een eventuele voorganger. 5. 6.
Wat zijn de aard en ouderdom ervan? Wat zijn de locatie en omvang en wat zegt dit over de locatiekeuze, gezien in een synchroon en diachroon perspectief? Het proefsleuvenonderzoek heeft enkel greppel- en paalsporen uit de Nieuwe tijd opgeleverd die met name in de zuidelijke helft van het plangebied zijn aangetroffen. Uitgaande van de scherpe begrenzing en de stratigrafische relatie met het ophogingspakket (specifiek met de top van de onderste enkeerdlaag) dateren de sporen vermoedelijk uit de tweede helft van de Nieuwe tijd. Zoals valt af te leiden uit de historische kadasterkaart van 1811-1832 behoren de greppels tot een overkoepelende verkaveling van een buitengebied. De greppels begrensden en ontwaterden akkerpercelen die volgens deze kaart tot de 33
‘Ronde akkers’ behoorden. De relatief jonge datering van de enkeerd in de Nieuwe tijd, getuige aardewerk en baksteenbrokjes, is goed te verklaren. Uitgaande van de ligging van het plangebied op de oostelijke rand van de lokale dekzandrug, is het ophogingspakket als een jonge uitbreidingsfase van akkerdek te beschouwen. De oude kern van het akkergebied is zoals gebruikelijk op de top van de dekzandrug te situeren, ten westen van het plangebied. De verkaveling uit de Nieuwe tijd is gerelateerd aan het historische bebouwingslint langs de Kerkstraat in het oosten. Uit topografische kaarten van de afgelopen twee eeuwen valt af te leiden dat in het zuidoosten van het plangebied nog resten van historische bebouwing uit de 19e eeuw of eerder bewaard kunnen zijn.
7. Wat is de diepteligging ten opzichte van NAP en de stratigrafische positie? De greppel- en paalsporen zijn te onderscheiden in de top van het dekzand (C-horizont). Uitgaande van de vulling en scherp begrenzing zijn de meeste van deze sporen uitgegraven vanuit (het midden van) het de enkeerd. Gezien de ligging op de oostflank van een dekzandrug, helt het sporenniveau in deze bodemtop af vanuit het noordwesten (16,58 m +NAP) richting het noordoosten (15,54 m +NAP). 8.
Wat zijn de conservering en gaafheid, gelet op het voormalig grondgebruik, eventuele natuurlijke processen van erosie en verspoeling en de aard van de ondergrond? Over het algemeen wijzen de bodemopbouw en de gecoupeerde sporen op een redelijk goede conservering van de greppelen paalsporen uit de Nieuwe tijd in het centrale gebied van het plangebied. In het meest noordelijke perceel en meest zuidelijke perceel blijkt daarentegen sprake van verstoring van de bodemopbouw tot in de C-horizont van het dekzand. 9.
Zijn sporen en of vondsten te koppelen aan een specifieke lithogenetische eenheid en zo ja, welke? Zo nee, welk verband is er dan tussen de sporen/vondsten/indicatoren en de stratigrafie? De sporen zijn te relateren aan het opgebrachte akkerdek (enkeerd), dat in twee lagen is op te delen. Uitgaande van de opvulling, scherpe begrenzing en (in een enkel geval) de gedocumenteerde stratigrafische relatie zijn de greppel- en paalsporen gegraven vanuit de top van de onderste enkeerdlaag. 10. Is er sprake van behoudenswaardige vindplaatsen en zo ja, waar liggen deze? De sporen binnen het onderzochte gebied van de proefsleuven bestaan slechts uit verkavelingsgreppels en paalsporen die tot het verkaveld buitengebied uit vermoedelijke de tweede helft van de Nieuwe tijd zijn te rekenen. Het overkoepelend verkavelingsstelsel (met indeling van de akkerpercelen in relatie tot het bewoningslint langs de Kerkstraat) is al uitgebreid vastgelegd op het kadastrale minuutplan uit 1811-132. Archeologisch vervolgonderzoek zou dan ook geen extra informatie opleveren. De archeologische sporen zijn inhoudelijk gezien dan ook niet behoudenswaardig. De oostelijke zone van het plangebied, die tot de historische bouwzone langs de Kerkstraat behoort, was ontoegankelijk voor waardering tijdens het proefsleuvenonderzoek.
Uitgaande van topografische kaarten uit de afgelopen twee eeuwen kunnen in de zuidoosthoek, namelijk het zuidelijk deel van het pand van Kerstraat 26, nog behoudenswaardige resten van historische bebouwing uit de 19e eeuw of van oudere bewoning aanwezig zijn. 11. Komt dit overeen met de archeologische verwachting? Op grond van de landschappelijke ligging op de oostelijke flank van een dekzandrug met hoge enkeerdgronden werd in voorgaande bureau- en booronderzoeken rekening gehouden met sporen uit de prehistorie tot en met de (late) middeleeuwen.38 Voor de oostelijke zone langs de Kerkstraat, die samenvalt met een van de historisch bouwlinten van het centrum van Riel, gold bovendien een hoge verwachting van nederzettingssporen uit de late middeleeuwen en Nieuwe tijd. Het proefsleuvenonderzoek heeft net als het voorgaand booronderzoek 39wel enkele vondsten opgeleverd die uit de overgang van de late middeleeuwen-begin Nieuwe tijd stammen. De vondsten zijn echter te schaars als aanwijzing voor bewoning; zeker gezien het geheel ontbreken van bewoningssporen uit deze periode of uit oudere perioden (uit de prehistorie of Romeinse tijd).
Een uitzondering geldt voor de oostelijke zone van het plangebied langs de Kerkstraat: historische kaarten, waaronder de kaart van 1811-1832, wijzen uit dat specifiek ter hoogte van (het zuidelijk deel van het pand van) Kerkstraat 26 resten van een historisch gebouw aanwezig kunnen zijn. Dit komt overeen met de hoge archeologische verwachting van AMK-terrein 16850, waar het plangebied (in het oosten) mee samenvalt. 12. Is er een fasering aan te brengen in de archeologische sporen? 38 De Boer 2010 en Bente 2024. 39 De Boer 2010, 25.
34
Er lijkt geen sprake van een fasering. Alle aangesneden sporen kenmerken zich door een relatief scherpe begrenzing en een donkerbruin humeuze vulling, die is te relateren aan het akkerdek met soortgelijke donkerbruin humeuze opvulling. De (greppel)sporen vertonen geen onderlinge doorsnijdingen. De meeste greppels passen in hetzelfde overkoepelende verkavelingsstelsel zoals afgebeeld op het kadastraal minuutplan. Ze lijken dan ook tot dezelfde gebruiksfase binnen de (vermoedelijk tweede helft van de) Nieuwe tijd te horen.
35
Literatuur Beck, T. 2024: Inventariserend veldonderzoek proefsleuven (IVO-p) Riel – Kerkstraat 26, Evaluatierapport d.d. 20/11/2024. Bente, D.A., 2024. Programma van Eisen Proefsleuvenonderzoek plangebied CPO Kerkstraat te Riel, gemeente Goirle v1.1. definitief d.d. 21-02-2024. Boer, E. de, 2010. Goirle (NB) – Riel, Maasland. Archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase). BAAC-BILAN-rapport B1579. Borsboom, A.J., A. Tol & J.W.H.P. Verhagen, 2012: Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Versie 1.02. SIKB, Amsterdam/Gouda. Broeke, E.M. ten, 2018: Rapportage archeologisch bureauonderzoek en geo-archeologisch verkennend booronderzoek. Bestemmingsplan Leijoever te Riel, Econsultancy-rapport 4013.001. Econsultancy, Doetinchem. Gazenbeek, G. & R. Barth 2021: Archeologisch onderzoek Dorpstraat 4 te Riel, gemeente Goirle. Opgraving - variant archeologische begeleiding, Sweco archeologische rapporten 2440. Janssens, M. en C. Verbeek 2008: Goirle-Riel (NB), De Vier Kwartieren III. Archeologisch vooronderzoek, Bilan rapport 2008/070. Koopmanschap, H.J.L.C. en D.J. la Faber 2009: Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek plan gemeentewerf te Riel, gemeente Goirle, Oranjewoud rapport 2008/138. Nater, C.I. 2021: Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven.
Ronde Akkers te Riel (gemeente Goirle), Antea Group Archeologie-projectnummer 467564. Norde, E. & J. van der Roest 2006: Archeologisch onderzoek Heisteen te Riel, gemeente Goirle, Grontmij Archeologische Rapporten 302. Schutte, A.H.2009: IJzertijd bewoning aan de Alphenseweg te Riel, Grontmij-rapport 804. Soldaat, M., Y.R. Csonka en G. Aalbersberg 2020: Riel, Ronde Akkers (Gemeente Goirle). Een inventariserend veldonderzoek (IVO-O), Salisbury Archeologische Rapporten 392. Vansweevelt, J. 2015: Inrichting EVZ Oude Leij te Alphen-Riel, gemeenten Goirle & Alphen-Chaam; archeologisch onderzoek: een archeologische begeleiding van de graafwerken, RAAP-notitie 5064. Zon, M. van 2011: Laat-middeleeuwse bewoningssporen te Riel. Een inventariserend veldonderzoek in plangebied Vier Kwartieren III, Gemeente Goirle, Archol-rapport 155.
36
Lijst van figuren Figuur 1.1 Ligging plangebied en onderzoeksgebied. Figuur 2.1 Hoogtekaart met ligging van het plangebied (rood) op de oostflank van een hoge dekzandrug (oranje) nabij het lagergelegen dal (blauw) in het oosten (uit Bente 2023, figuur4; bron AHN3). Figuur 2.2 Bodemkaart (uit: Bente 2023,12 figuur 6; bron: PDOK). Figuur 2.3 Overzicht van de verkennende boringen uit 2010 binnen het plangebied (met toen enigszins afwijkende begrenzing) (uit: De Boer 2010, 24; figuur 8). Figuur 2.4 Overzicht van de geologische en archeologische perioden. Figuur 2.5 Archeologische onderzoeksmeldingen en AMK-terrein 16850 binnen een straal van 500 m rond het plangebied (uit: Bente 2023, 15; figuur 9; bron Archis3). Figuur 2.6 Kadastrale minuutplan uit 1811-1832 met ligging van het plangebied in rood (uit: Bente 2023, 13; figuur 7). Figuur 3.1 Puttenplan uit het Plan van Aanpak van Archol (blauw) naar voorbeeld van het PvE. De rode putdelen uit het puttenplan van het PvE zijn komen te vervallen i.v.m. verharding. Figuur 3.2 Overzicht van de aangelegde proefsleuven met locatie van de gedocumenteerde profielen. Figuur 4.1 Representatieve bodemopbouw van de profielkolom 401 in werkput4 (voor ligging, zie Figuur 3.2). Figuur 4.2 Restant podzolbodem onder de enkeerd in profielkolom 1701 van werkput 17 (voor ligging, zie Figuur 3.2).
Figuur 4.3 Allesporenkaart van het plangebied met spoornummering van de in de tekst genoemde greppels. Figuur 4.4 Uitsnede van de kadastrale minuutkaart uit 1811-1832 met ligging van de sporencluster (blauw) in werkputten 1 en 25 (uit: Bente 2023, 13; figuur 7). Figuur 4.5 Doorsnede van greppelspoor 5 in de (noord)oostelijke lange wand van werkput 1. Figuur 4.6 Cluster paalsporen uit de Nieuwe tijd in werkput 13. Figuur 4.7 Overzicht van de gecoupeerde paalkuilen uit de Nieuwe tijd in werkput 1 (richting het noordwesten). Figuur 4.8 Doorsnede van een paalkuil (S2) uit de cluster paalkuilen in werkput 1. Figuur 5.1 Zuidoosthoek van het plangebied (rode lijnen) met het pand van Kerkstraat 26. Het zuidelijk deel van het pand dat samenvalt met het plangebied, zal worden gesloopt. Het herbergt in de bodem mogelijk funderingsresten van het originele bouwwerk uit 1811-1832 of van een oudere voorganger (bron: Google Maps). Figuur 5.2 Selectieadvies ten aanzien van het vervolgtraject.
Lijst van tabellen Tabel 1.1 Administratieve gegevens. Tabel 1.2 Samenstelling onderzoeksteam van Archol. Tabel 3.1 Aangelegde vierkante meters per werkput. Tabel 4.1 Indeling en interpretatie van de bodemopbouw. Tabel 4.2 Aantal aangetroffen sporen naar type. Tabel 4.3 Determinatie en datering van aardewerk en baksteen uit greppelsporen (S12-S16) en de enkeerd (S5020).
37
Bijlage I Sporenlijst Spoor
Omschrijving
Velddatering
Diepte cm
m +NAP
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 888 999 5000 5010 5020 5025
Paalkuil Paalkuil Paalkuil Paalkuil Greppel Paalkuil Greppel Paalkuil Greppel Greppel Paalkuil Greppel Greppel Vervallen Greppel Greppel Greppel Natuurlijke verstoring Natuurlijke verstoring Natuurlijke verstoring Greppel Greppel Paalkuil Greppel Paalkuil Greppel Greppel Paalkuil Paalkuil Paalkuil Natuurlijke verstoring Recente verstoring Bouwvoor Enkeerdlaag Enkeerdlaag Oude akkerlaag
Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd
16 22 24 32 48 5
15,93 15,96 15,97 15,90 16,05 16,04 16,06 16,05 15,68 15,86 15,92 15,66 15,64
recent recent Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd
16,28
5030
C-horizont
Nieuwe tijd
16,26
Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd 10 16 6 Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd Nieuwe tijd
14
22 16 14
16,04 15,98 15,73 16,46 16,48 16,42 15,83 15,80 16,07 16,06 15,97 16,06 16,08 16,05 16,09 16,07
15,61
38
Bijlage II Vondstenlijst Vnr
Categorie
1.1 2.1 3.1 3.2 4.1 5.1 6.1
Aardewerk Nieuwe tijd Aardewerk Nieuwe tijd Aardewerk Nieuwe tijd Bouwmateriaal keramisch Aardewerk Nieuwe tijd Monster algemeen Monster algemeen
Aantal
Gewicht (g)
Spoor
Put
Vlak
Vulling
1 1 2 1 2 1 1
60 93 19 18 20 n.v.t. n.v.t.
12 16 13 13 5020 28 29
4 9 5 5 15 25 25
1 1 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1
39
Bijlage III Profielbeschrijvingen
40
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_101 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 101, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 105 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129606.486, Y-coördinaat in meters: 392837.801, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.901, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.90 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 30 / 16.60 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 50 / 16.40 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5020 70 / 16.20 Laag algemeen: Bovengrens
laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 88, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in B-horizont, Bodemkundige interpretatie: gebioturbeerd Laag opmerking: Opmerking: Depressie 88 / 16.02 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 88, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Bodemkundige interpretatie: gebioturbeerd Laag opmerking: Opmerking: Sterk gebioturbeerd. Depressie? 100 / 15.90 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 105, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig grof Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 105 / 15.85
1 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_201 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 201, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129620.652, Y-coördinaat in meters: 392817.887, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.86, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.86 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 38, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 38 / 16.48 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 38, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 50 / 16.36 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 88, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5020 88 / 15.98 Laag algemeen: Bovengrens
laag in cm: 88, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Bodemkundige interpretatie: gebioturbeerd Laag opmerking: Opmerking: Depressie. Sterk Gebioturbeerd 100 / 15.86 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 120 / 15.66
2 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_301 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 301, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 105 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129641.388, Y-coördinaat in meters: 392797.056, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.75, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.75 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 30 / 16.45 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 60 / 16.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking:
S5020 80 / 15.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, Bodemkundige interpretatie: menglaag 100 / 15.75 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 105, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 105 / 15.70
3 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_401 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 401, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129663.37, Y-coördinaat in meters: 392803.02, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.695, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.70 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 35, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 35 / 16.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 35, Ondergrens laag in cm: 65, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: verstoord 65 / 16.05 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 65, Ondergrens laag in cm: 85, Aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm), Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking:
Opmerking: S5020 85 / 15.85 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 85, Aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: A-horizont, Bodemkundige interpretatie: oude akkerlaag Laag opmerking: Opmerking: S5025 100 / 15.70 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 120 / 15.50
4 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_501 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 501, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129658.526, Y-coördinaat in meters: 392784.633, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.206, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.21 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 30 / 15.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 55 / 15.66 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking:
S5020 80 / 15.41 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in B-horizont, Bodemkundige interpretatie: gebioturbeerd Laag opmerking: Opmerking: S2025 90 / 15.31 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 120 / 15.01
5 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_601 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 601, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 110 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129639.01, Y-coördinaat in meters: 392818.985, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.905, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 28, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-bruin-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 28 / 16.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 28, Ondergrens laag in cm: 48, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S501-0 Esdek.
48 / 16.43 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 48, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5020 Esdek. Iets witgevlekt. 75 / 16.16 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in B-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: gebioturbeerd Laag opmerking: Opmerking: S5025. Hevig gebioturbeerde B. Mogelijk komen in deze laag omgewoelde E voor. Zie witte vlekken. 100 / 15.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 110, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 110 / 15.81
6 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_701 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 701, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 135 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129623.584, Y-coördinaat in meters: 392832.268, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.945, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 28, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 28 / 16.66 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 28, Ondergrens laag in cm: 58, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek.
58 / 16.37 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 58, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5020 Esdek. Iets witgevlekt. 75 / 16.20 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 98, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in E-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: S5025. Hevig gebioturbeerde B. Mogelijk komen in deze laag omgeworlde E voor. Zie witte vlekken. 98 / 15.96 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 98, Ondergrens laag in cm: 135, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 135 / 15.60
7 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_801 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 801, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 115 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129615.39, Y-coördinaat in meters: 392849.976, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.882, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 28, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 28 / 16.60 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 28, Ondergrens laag in cm: 48, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek.
48 / 16.40 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 48, Ondergrens laag in cm: 75, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5020 Esdek. Iets bruingevlekt. 75 / 16.13 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 75, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in E-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: S5025. Hevig gebioturbeerde B. 100 / 15.88 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 100, Ondergrens laag in cm: 115, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 115 / 15.73
Kolomopname: 2431_901 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 901, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 90 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129626.744, Y-coördinaat in meters: 392856.985, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.847, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.85 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 28, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 28 / 16.57 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 28, Ondergrens laag in cm: 58, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn, Plantenresten: wortels-spoor (<1%) Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek.
58 / 16.27 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 58, Ondergrens laag in cm: 70, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont, Bodemkundige interpretatie: menglaag Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5020 Lichtbruingevlekt 70 / 16.15 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 70, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: verstoord Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 90 / 15.95
8 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_1001 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 1001, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129644.512, Y-coördinaat in meters: 392837.418, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.886, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.89 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 25, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 25 / 16.64 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 25, Ondergrens laag in cm: 55, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek.
55 / 16.34 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 55, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5020 Esdek. Iets bruingevlekt. 80 / 16.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 90, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: S5025. Hevig gebioturbeerde B. 90 / 15.99 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 90, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 120 / 15.69
9 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_1101 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 1101, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129654.67, Y-coördinaat in meters: 392825.02, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.809, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.81 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Laag opmerking: Opmerking: S5000 20 / 16.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 50, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek.
50 / 16.31 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 50, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5020 Esdek. Iets bruingevlekt. 80 / 16.01 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 95, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: licht-geel-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in B-horizont, Brokken en vlekken: zandbrokken, Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: S5025. Hevig gebioturbeerde B. 95 / 15.86 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 95, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 120 / 15.61
Kolomopname: 2431_1201 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 1201, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129573.235, Y-coördinaat in meters: 392935.364, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.254, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 17.25 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 30, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5000 30 / 16.95 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 30, Ondergrens laag in cm: 58, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek.
58 / 16.67 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 58, Ondergrens laag in cm: 80, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont, Bodemkundige interpretatie: menglaag Laag opmerking: Opmerking: S5029 Menglaag gebioturbeerd. 80 / 16.45 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 80, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 100 / 16.25
10 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_1301 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 1301, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 100 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129590.851, Y-coördinaat in meters: 392919.697, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 17.258, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 17.26 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 36, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5000 36 / 16.90 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 36, Ondergrens laag in cm: 64, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek.
Puintje baksteen 64 / 16.62 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 64, Ondergrens laag in cm: 82, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: verploegd tot in C-horizont, Bodemkundige interpretatie: menglaag Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S 5029Menglaag gebioturbeerd. Puintje baksteen 82 / 16.44 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 82, Ondergrens laag in cm: 100, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 100 / 16.26
Kolomopname: 2431_1401 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 1401, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129618.017, Y-coördinaat in meters: 392897.996, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.914, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.91 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 25, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5000 25 / 16.66 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 25, Ondergrens laag in cm: 36, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek 36 / 16.55 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 36, Ondergrens laag in cm: 60, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem:
Bodemkundige interpretatie: esdek Laag opmerking: Opmerking: S5020 Verrommeld essdek 60 / 16.31 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 60, Ondergrens laag in cm: 82, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: grijs-bruin Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: BC-horizont, IJzer/mangaan: enkele Fe-vlekken, Bodemkundige interpretatie: gebioturbeerd Laag opmerking: Opmerking: S5029 Menglaag gebioturbeerd. 82 / 16.09 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 82, Ondergrens laag in cm: 120, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: geel-oranje Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemhorizont: C-horizont, IJzer/mangaan: veel Fe-vlekken Laag opmerking: Opmerking: S5030 Dekzand Einde kolomopname 120 / 15.71
11 bron: 2431.geojson - 12-09-2024 13:10:54
Profielkolommen
Kolomopname: 2431_1501 Kop algemeen: Projectcode: 2431, Boornummer: 1501, Beschrijver(s): D.C, Datum: 09-09-2024, Doel boring: archeologie - verkenning, Einddiepte boring in cm: 120 Coördinaten: X-coördinaat in meters: 129627.684, Y-coördinaat in meters: 392885.005, Precisie coördinaat: 1 cm, Coördinaatsysteem / epsg: Rijksdriehoeksmeting (NL), Hoogte maaiveld in meters: 16.811, Precisie hoogte: 1 cm, Referentievlak hoogte: Normaal Amsterdams Peil, Bepalingsmethode maaiveldhoogte: AHN bestand 0 / 16.81 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 0, Ondergrens laag in cm: 20, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: zwart Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: bouwvoor Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5000 20 / 16.61 Laag algemeen: Bovengrens laag in cm: 20, Ondergrens laag in cm: 40, Boortype en diameter: Profielopname, Kleur: donker-grijs Lithologie: Grondsoort: zand, Bijmengsel: matig siltig, Mediaanklasse: matig fijn Bodem: Bodemkundige interpretatie: esdek Archeologie: Puin onbepaald: enkel fragment Laag opmerking: Opmerking: S5010 Esdek.