4.Archeologisch bureauonderzoek en geo-archeologisch verkennend booronderzoek 14 februari 2019.pdf
Tekst van het document
ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN GEO-ARCHEOLOGISCH VERKENNEND BOORONDERZOEK BESTEMMINGSPLAN LEIJOEVER RIEL
Rapportage archeologisch bureauonderzoek en geo-archeologisch verkennend booronderzoek Bestemmingsplan Leijoever Riel Opdrachtgever
PartnersRO Julianaplein 8 5211 BC 's-Hertogenbosch
Rapportnummer 1
Versienummer
Datum
4013.001 2 14 februari 2019
Vestiging
Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 0314 - 365150 doetinchem@econsultancy.nl
Opsteller
ir. E.M. ten Broeke
Paraaf
Kwaliteitscontrole
drs. A.H. Schutte
Paraaf
© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot) 1
Versie 1 betreft een rapport waarvan geen beoordeling van het bevoegd gezag is ontvangen, bij versie 2 is het rapport wel beoordeelt door het bevoegd gezag.
Econsultancy Archeologisch Rapport
Administratieve gegevens plangebied Projectcode
4013.001
Toponiem
Bestemmingsplan Leijoever
Opdrachtgever
PartnersRO
Gemeente
Goirle
Plaats
Riel
Provincie
Noord-Brabant
Kadastrale gegevens
Gemeente Goirle, sectie F, nummers 1273 en 1274 (ged.)
Omvang plangebied
Circa 5.825 m²
Kaartblad
50 E/50F (1:25.000)
Coördinaten centrum plangebied
X: 129.988 / Y: 392.904
Bevoegde overheid
Gemeente Goirle Afdeling Ruimtelijke Ordening Contactpersoon: mevrouw H. van Lieshout Postbus 17 5050 AA Goirle Tel. 013-5310610 Email: hanneke.van.lieshout@goirle.nl
ARCHIS3
Bureauonderzoek 4041773100
Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.)
Booronderzoek 4041781100
Archeoregio NOaA
Brabants zandgebied
Beheer en plaats documentatie
Econsultancy, Doetinchem / Provinciaal Archeologisch Depot Noord-Brabant
Uitvoerders
Econsultancy, Ir. E.M. ten Broeke
Kwaliteitszorg Econsultancy beschikt over een eigen opgravingsvergunning, afgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De opgravingsvergunning geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de RCE stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.
Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van PartnersRO een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Leijoever te Riel in de gemeente Goirle (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de bestaande loods binnen het plangebied te slopen en vervolgens de nieuwbouw van 6 twee-onder-één kapwoningen en 8 patiowoningen te realiseren. Tevens zal er een bodemsanering worden uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De verplichting tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek (zie bijlage 3) komt voort uit het vigerende bestemmingsplan en/of het vigerend gemeentelijk beleid, voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw binnen het plangebied, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Gespecificeerde archeologische verwachting Op basis van het archeologisch bureauonderzoek wordt verwacht dat het plangebied binnen een dalvormige laagte dan wel deels binnen de westelijk gelegen beekdalhelling van de Leij zou liggen.
Deze onder (vrij) natte omstandigheden gevormde landschapselementen vormde geen gunstige (tijdelijke) bewoningslocaties, maar er konden wel specialistische activiteiten worden ontplooid, zodat het plangebied wel een verhoogde trefkans heeft op de aanwezigheid van beekdalgerelateerde resten (resten van zogenaamde off-site activiteiten en rituele deposities, zodat archeologische resten van jacht- en visattributen, dumpzones, voorden, bruggen, wegen, winplaatsen van grondstoffen en depositieplaatsen). In de omgeving van het plangebied zijn enkele archeologische resten uit de Late-Prehistorie voornamelijk aangetroffen op de hoger gelegen terrasafzettingswelvingen en dekzandruggen en enkele resten uit de Middeleeuwen/Nieuwe tijd binnen de begrenzing van de historische dorpskern van Riel. Het plangebied ligt echter buiten de historische dorpskern en is in ieder geval vanaf het begin e van de 19 eeuw in agrarisch gebruik geweest. De huidige situatie is pas vanaf eind jaren ’60 van de e 20 eeuw ontstaan. Resultaten (geo-archeologisch) verkennend booronderzoek De aangetroffen bodemopbouw laat zien dat het plangebied is opgehoogd, vooral binnen het terreindeel waar de bestaande loods staat (zuidwestelijke tot centrale deel van het plangebied).
Vanaf het maaiveld, dan wel onder de aanwezige verhardingen rondom de loods, bestaat de bodemopbouw tot minimaal 90 cm en maximaal 205 cm -mv uit witgeel tot donkergrijsbruin gekleurd, merendeels zwak tot sterk humeus, zwak siltig, zeer fijn zand. Deze dikke laag opgebrachte grond bestaat deels uit cunetzand (vooral ter plaatse van de met tegels/klinkers verharde terreindelen) en verder vooral opgebrachte humeuze grond. Onder deze ophogingslagen komen beekdalafzettingen voor. Deze varieren in lithologie/textuur en bestaan uit lichtgrijs tot grijs gekleurd, matig fijn tot matig grof zand met vooral in de onderste meter voorkomende laagjes grindrijk, zeer grof zand met vaak erboven nog een dun laagje sterk humeus/venig zand of sterk zandige veen (veel hout- en plantenresten aanwezig). De laagjes grindrijk, zeer grof zand (concentratie van grind in de vorm van een zogenaamde “gravel lag”) met vaak erboven nog een dun laagje sterk humeus/venig zand of sterk zandige veen betreffen de onderkant van beekgeulen/verlaten beekmeanders. In de oostelijke helft van het plangebied bestaat de top van de beekdalafzettingen uit donkerzwartbruin gekleurde, matig humeuze, sterk zandige beekleem. Op basis van deze bodemopbouw ligt het gehele plangebied binnen het beekdal van de Leij.
Rapport 4013.001 versie 2
Conclusie Geconcludeerd wordt dat door het aantreffen van beekdalafzettingen het plangebied zijn verhoogde trefkans op beekdalgerelateerde resten behoud. Archeologische resten en/of sporen kunnen in het gehele pakket beekdalafzettingen voorkomen en mogelijk ook doorlopen in de (top van het) te verwachten onderliggende pakket (verspoelde) dekzandafzettingen. De aangetroffen bodemopbouw laat zien dat er geen diepgaande bodemverstorende ingrepen in het pakket beekdalafzettingen hebben plaatsgevonden, waardoor beekdalgerelateerde resten dus nog in situ kunnen worden aangetroffen. Volgens de initiatiefnemer zullen de nieuwe woningen op palen worden geplaatst. Hiermee wordt archeologisch vriendelijk gebouwd en zal gravend vervolgonderzoek niet noodzakelijk zijn. Indien er toch voor wordt gekozen om een staalfundering toe te passen, welke dan wordt aangelegd tot minimaal aan dan wel in de top van het pakket “gele” zand (top van de C-horizont), dan zullen de nieuwbouwwerkzaamheden verstoringen van de aanwezige beekdalafzettingen veroorzaken. Eventueel aanwezige beekdalgerelateerde resten zullen dan ex-situ behouden moeten worden, waardoor gravend vervolgonderzoek noodzakelijk is (aangezien beekdalgerelateerde resten vaak resten betreffen met een beperkte omvang, zogenaamde puntlocaties).
De beekdalafzettingen bevinden zich wel op een aanzienlijke diepte ten opzichte van het huidige maaiveld, vanwege de aanwezige dikke laag opgebrachte humeuze grond. Deze dikte is minimaal 90 cm en maximaal 205 cm -mv, en is in veel gevallen tussen 150 en 200 cm dik, vooral ter plaatse van de terreindelen rondom de bestaande loods. Advies Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek adviseert Econsultancy om ten aanzien van de geplande ontwikkeling geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Volgens de initiatiefnemer zullen de nieuwbouwwoningen op palen worden geplaatst. De mate van verstoring van de beekdalafzettingen door de palen zal minimaal zijn (archeologisch vriendelijk/besparend bouwen). Indien er toch voor wordt gekozen om een staalfundering toe te passen, welke dan wordt aangelegd tot minimaal aan dan wel in de top van het pakket “gele” zand (top van de C-horizont), dan zal dit een verstoring van beekdalafzettingen veroorzaken. Eventueel aanwezige beekdalgerelateerde resten zullen dan ook ex-situ behouden moeten worden, waardoor vervolgonderzoek noodzakelijk is. Dit vervolgonderzoek dient dan te worden uitgevoerd in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P).
Voorafgaand aan het IVO-P zal een Programma van Eisen (PvE) moeten worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE zal voorgaand aan de uitvoering van het proefsleuvenonderzoek moeten worden beoordeeld door het bevoegd gezag (gemeente Goirle).
Rapport 4013.001 versie 2
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN ......................................................................... 1
3
BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 2 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
4
INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 19 4.1 4.2 4.3
5
Methoden .......................................................................................................................... 2 Afbakening van het plangebied ........................................................................................ 3 Huidige situatie ................................................................................................................. 3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 4 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................... 7 Archeologische waarden ................................................................................................ 11 Aanvullende informatie ................................................................................................... 15 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 15 Beantwoording onderzoeksvragen bureauonderzoek .................................................... 17 Aanbevolen onderzoeksmethode ................................................................................... 18
Methoden ........................................................................................................................ 19 Resultaten ....................................................................................................................... 19 Beantwoording onderzoeksvragen veldonderzoek ........................................................ 21
CONCLUSIE EN ADVIES ......................................................................................................... 23 5.1 5.2
Conclusie ........................................................................................................................ 23 Advies ............................................................................................................................. 24
LITERATUUR ...................................................................................................................................... 25 BRONNEN .......................................................................................................................................... 26
Rapport 4013.001 versie 2
LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII. Tabel VIII. Tabel IX.
Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Overzicht AMK terreinen Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-vondsten Gespecificeerde archeologische verwachting Algemene bodemopbouw plangebied
LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15.
Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1827 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1869 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1900 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1921 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1967 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1980 Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart van Nederland Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart van Nederland Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met het AHN als achtergrond Situering van het plangebied binnen de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Boorpuntenkaart van het plangebied
BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Overzichtsfoto’s en foto’s van de opgeboorde profielen Boorprofielen
Rapport 4013.001 versie 2
1
INLEIDING
Econsultancy heeft in opdracht van PartnersRO een archeologisch onderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie Leijoever te Riel in de gemeente Goirle (zie figuren 1 en 2). De initiatiefnemer is voornemens de bestaande loods binnen het plangebied te slopen en vervolgens de nieuwbouw van 6 twee-onder-één kapwoningen en 8 patiowoningen te realiseren. Tevens zal er een bodemsanering worden uitgevoerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. De verplichting tot het uitvoeren van een archeologisch onderzoek (zie bijlage 3) komt voort uit het vigerende bestemmingsplan en/of het vigerend gemeentelijk beleid, voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw binnen het plangebied, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 3) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, specifiek een geo-archeologisch verkennend) door middel van boringen (hoofdstuk 4). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 5).
2
DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN
Het onderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de archeologische waarden van het plangebied. Het bureauonderzoek heeft tot doel om een gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied op te stellen. De archeologische verwachting is gebaseerd op bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden in en om het plangebied. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld:
Wat is er bekend over bodemverstorende ingrepen binnen het plangebied uit het verleden? Is er bijvoorbeeld informatie bekend over vroegere ontgrondingen, bodemsaneringen, egalisaties, diepploegen of landinrichting? Ligt het plangebied binnen een landschappelijke eenheid die vanuit archeologisch oogpunt een specifieke aandachtslocatie kan betreffen (zoals een relatief hoge dekzandkop of -rug, nabij een veengebied of een beekdal)? Wat is de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied?
Het doel van het geo-archeologisch verkennend booronderzoek is om inzicht te krijgen in de aanwezigheid en locatie van fossiele beeklopen, zandkoppen of in de opbouw en gaafheid van de beekdalbodem, waardoor bepaald kan worden of een afgedekt archeologisch bodemarchief mogelijk aanwezig is. Het geo-archeologisch booronderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen:
Wat is de bodemopbouw binnen de locatie? Is het bodemprofiel binnen de locatie intact of (binnen een deel van de locatie) verstoord, en indien verstoord tot hoe diep gaat deze verstoring? Hoe is de opbouw van het beekdal en de ligging van fossiele beeklopen? Zijn er zandkoppen aanwezig?
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 1 van 26
Wat zijn de gevolgen van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel op de gespecificeerde archeologische verwachtingswaarde van het plangebied?
Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 6 en 7 april 2017 door ir. E.M. ten Broeke (senior prospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 14 april 2017 door E.M. ten Broeke (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog/kwaliteitscontroleur).
3 3.1
BUREAUONDERZOEK Methoden
Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.0, 07-06-2016), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 2 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:
afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).
Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:
2
het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); de Atlas Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW); plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging;
Beschikbaar via www.sikb.nl
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 2 van 26
3.2
Afbakening van het plangebied
Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1 km rondom het plangebied. De locatie Leijoever heeft een oppervlakte van circa 5.825 m² en ligt aan de straat de Leike (ong.), in het uiterst oostelijke deel van de bebouwde kom van Riel in de gemeente Goirle (zie figuren 1 en 2). Volgens het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt het maaiveld op een hoogte van circa 10,1 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Goirle, sectie F, nummers 1273 en 1274 (ged.). 3.3
Huidige situatie
Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. De zuidelijke helft van het plangebied is bebouwd met een loods. De terreindelen rondom deze loods zijn deels voorzien van een klinkerverharding. Het overige deel van het plangebied is in gebruik als grasveld/groenstrook. Het plangebied wordt voornamelijk begrensd door andere woonpercelen. Langs de zuidoostzijde van het plangebied loopt het gekanaliseerde beekdal van de Leij en vervolgens een agrarisch perceel (zie figuur 3). 3
Bodemloket Met het bodemloket wil de overheid inzicht geven in maatregelen die de afgelopen jaren getroffen zijn om de bodemkwaliteit in Nederland in kaart te brengen (bodemonderzoek) of te herstellen (bodemsanering). Ook laat het Bodemloket zien waar vroeger (bedrijfs-) activiteiten hebben plaatsgevonden die extra aandacht verdienen. Op basis van gegevens van het Bodemloket blijkt dat het noordoostelijke deel van het plangebied deel heeft uitgemaakt van een terrein waar een leerlooierij heeft gestaan. Voor het centrale tot zuidwestelijke deel van het terrein wordt aangegeven dat hierbinnen een ondergrondse brandstoftank heeft, waarbij echter niet wordt aangegeven wanneer de tank is aangelegd dan wel verwijderd is of nog verwijderd moet worden. Door de gemeente Goirle is wel aangegeven dat er binnen de locatie Leijoever een bodemsanering zal worden uitgevoerd. 3.4
Toekomstige situatie
Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De toekomstige inrichting van het plangebied kan gevolgen hebben op het in-/ex-situ behoud van de archeologische waarde.
3
http://www.bodemloket.nl/kaart
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 3 van 26
In het plangebied zal de bestaande loods worden gesloopt en vervolgens de nieuwbouw van 6 tweeonder-één kapwoningen en 8 patiowoningen worden gerealiseerd. Tevens zal er een bodemsanering worden uitgevoerd. De nieuwe woningen zullen op palen worden geplaatst. De overige delen van het plangebied die niet worden bebouwd, zullen worden voorzien van een verharding (asfalt/grind/tegels/klinkers) en verder worden ingericht als groenstrook/siertuin. Tevens zullen diverse nutsvoorzieningen worden aangelegd (kabels en leidingen). 3.5
Beschrijving van het historische gebruik
In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook historische relicten voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historisch geografische relicten zoals nederzettingsvormen en wegen- en kavelpatronen. Veel van deze bewaard gebleven historische geografie geeft e door de herverkavelingen in de tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd. 4
Cultuurhistorische kenmerken van Riel Er zijn nogal wat suggesties aangedragen over de herkomst en betekenis van de naam Riel. Riel wordt in 1310 Riele genoemd, in 1337 Ryle en in 1417 komt men de naam Ryele tegen. Voor de benaming Riel wordt bijvoorbeeld een herkomst gezocht in het middeleeuws Latijnse woord rigola, wat waterloop betekent en er wordt ook een verband gezocht met het oud middeleeuws woord rigil, wat richel of reling betekent. Meer aannemelijk echter is de verklaring dat de naam Riel ontstaan is uit rietlo, een samenstelling van de woorden riet en lo en dus riet op een open plek in het bos betekent. Riel is een typisch Brabants esdorp, dat een langgerekte vorm heeft. Deze zogenaamde kransakkerdorpen breidden zich uit naarmate de beschikbare bouwgrond rondom de akkers vol raakte. Nieuwe vestigingen vonden dan wat verderop aan de kronkelige weg rondom de akkers plaats. Dit nederzettingspatroon is in Riel goed bewaard gebleven. Een bijzonderheid is, dat de eerste ontginningsactivie teiten hier al in de 7 eeuw moeten hebben plaatsgevonden. De blokvormige verkaveling, waarbij akkers door hagen en houtwallen omheind werden om het vee te weren, is in Riel nog steeds te herkennen. In de eeuwen vóór het gebruik van kunstmest werden de akkers vruchtbaarder gemaakt door er zoden op te leggen die met dierlijke mest waren vermengd.
Dit verklaart het holle, hoge karakter van de oude akkers.
4
http://wijgoirlenaren.nl/beknopte-geschiedenis-van-riel/
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 4 van 26
Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Geraadpleegd historisch kaartmateriaal5
Tabel I. Bron
Periode
Kaartblad
Schaal
Omschrijving plangebied
Bijzonderheden/directe omgeving
Kadastrale kaart (Minuutplan)
1827
Gemeente Alphen en Riel, Blad 02
1:5.000
Geheel in agrarisch gebruik, akker/grasland.
Agrarisch buitengebied, binnen het lager gelegen beekdal van de Leij vooral graslanden, op de hoger gelegen terrasafzettingswelvingen akkerlanden. Beekdal van de Leij lag iets verder ten zuidoosten van het plangebied, in vergelijking met de huidige, gekanaliseerde ligging direct langs de zuidoostzijde van het plangebied. Voorloper van de Vonderstraat aanwezig ten noordwesten van het plangebied. Verder ten westen lintbebouwing (boerenerven) langs de Dorpstraat (kransakkerdorp).
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1869
645/646
1:50.000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Geen noemenswaardige veranderingen. Gebied ten oosten van het beekdal van de Leij betrof heide.
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1900
645/646
1:50.000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Langzame toename van aantal woonerven in/nabij Riel, ook vrijwel direct ten zuidwesten van het plangebied. 1e fase van aanpassing/kanalisatie van beekloop van de Leij.
Militaire topografische kaart (Bonneblad)
1921
645/646
1:50.000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Geen noemenswaardige veranderingen.
Topografische kaart
1967
50 E/50 F
1:25:000
Geen noemenswaardige veranderingen.
Sterke ontginning van het heidegebied ten behoeve van agrarisch gebruik, tevens herverkaveling van agrarisch buitengebied. Beekloop van de Leij aangepast/opnieuw gekanaliseerd tot zijn huidige ligging (ook direct langs de zuidoostzijde van het plangebied). Sterke toename van bebouwing langs bestaande wegenpatroon, ook langs de Vonderstraat.
Topografische kaart
1980
50 E/50 F
1:25:000
Bebouwd met huidige loods, merendeels huidige situatie.
Sterke uitbreiding van de bebouwde kom van Riel, plangebied maakt deel uit van uiterst zuidoostelijke deel van de bebouwde kom, merendeels huidige situatie.
Het geraadpleegde historisch kaartmateriaal laat de historische situatie van het plangebied zien vanaf e het begin van de 19 eeuw. Het plangebied was geheel in agrarisch gebruik (deels akkerland, deels grasland). Het kerkdorpje Riel betrof naast de aanwezige kerk niet meer dan enkele (boeren)erven langs de Dorpstraat, een zogenaamd kransakkerdorp. Ten westen hiervan lag een groot akkercomplex op de hoger gelegen terrasafzettingswelvingen. Binnen het lager gelegen beekdal van de Leij kwamen vooral graslanden voor. Het beekdal van de Leij lag iets verder ten zuidoosten van het plangebied, in vergelijking met de huidige, gekanaliseerde ligging. Tevens was de voorloper van de Vonderstraat aanwezig ten noordwesten van het plangebied (zie figuur 4).
5
www.topotijdreis.nl / www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 5 van 26
e
Voor het plangebied, evenals de directe omgeving, vinden er in de loop van de 19 eeuw geen noemenswaardige veranderingen plaats. Het gebied ten oosten van het beekdal van de Leij betrof nog e een niet ontgonnen heidegebied (zie figuur 5). Aan het begin van de 20 eeuw vond er een langzame toename plaats van het aantal woonerven in/nabij Riel, ook vrijwel direct ten zuidwesten van het plangebied. Tevens werd de beekloop van de Leij rechtgetrokken/gekanaliseerd, echter niet tot zijn e huidige ligging (zie figuur 6). Het plangebied zelf bleef in de eerste helft van de 19 eeuw nog geheel in agrarisch gebruik (zie figuur 7). e
Aan het begin van de tweede helft van de 20 eeuw wordt het heidegebied ten oosten van het beekdal van de Leij in rap tempo ontgonnen, ten behoeve van agrarisch gebruik, Tevens vond er een herverkaveling plaats van het agrarisch buitengebied. De beekloop van de Leij werd opnieuw aangepast/gekanaliseerd tot zijn huidige ligging (ook direct langs de zuidoostzijde van het plangebied). Het aantal woonpercelen nam sterk toe langs het bestaande wegenpatroon, ook langs de Vonderstraat (zie figuur 8). e
In de jaren ’60, ’70 en begin jaren ’80 van de 20 eeuw vond een sterke uitbreiding van de bebouwde kom van Riel plaats. Ook het plangebied raakte bebouwd met de bestaande loods in de zuidelijke helft (zie figuur 9). Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente Goirle is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd. Tabel II geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen voor de onderzoekslocatie. Tabel II.
Verleende bouwvergunningen
Jaartal 1968
Omschrijving Bouwen van een loods, voorzien van een strook-/sleuvenfundering tot een diepte van circa 100 cm -mv.
Van de bestaande loods in de zuidelijke helft van het plangebied is bekend dat deze voorzien is van een strook-/sleuvenfundering tot een diepte van circa 100 cm -mv. Voor de bouw van deze loods als de aanleg van diverse nutsvoorzieningen zullen diepere bodemverstorende ingrepen zijn uitgevoerd. Het overige deel van het plangebied is voor zover bekend nooit bebouwd geweest en alleen in agrarisch gebruik geweest en vervolgens als grasveld/groenstrook. Deze huidige inrichting heeft wellicht ook geleid tot een verstoring van het oorspronkelijke bodemprofiel. In welke mate is echter niet bekend. Tweede Wereldoorlog Om vast te stellen of mogelijke archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plange6 bied aanwezig zijn, is een aantal publicaties geraadpleegd. Het raadplegen van deze bronnen geeft geen redenen om aan te nemen dat er archeologische waarden uit de Tweede Wereldoorlog in het plangebied te verwachten zijn.
6
Amersfoort & Kamphuis, 1990/De Jong, 1969 - 1994/ikme.nl/Klep & Schoenmaker, 1995/Zwanenburg, 1990
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 6 van 26
3.6
Aardwetenschappelijke gegevens
Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon van de mens. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel III.
Aardwetenschappelijke gegevens plangebied
Type gegevens
Gegevensomschrijving
Geologie7
Beekdalafzettingen en (verspoelde) dekzandafzettingen van de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Singraven/Wierden) op grindrijke rivierzandafzettingen van de Formatie van Beegden en Sterksel. Mogelijk in het zuidoostelijke deel vanaf het maaiveld mogelijk nog een dun restant veraard veen aanwezig, anders opgenomen in de top van de beekdalafzettingen en (verspoelde) dekzandafzettingen als huidige bouwvoor.
Geomorfologie
8
Bodemkunde9
Voor het merendeel van het plangebied niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Uiterst noordoostelijke deel plangebied binnen een beekdalbodem met veen (2R4). Niet gekarteerde deel meest waarschijnlijk ook binnen een beekdalbodem met veen (2R4) en noordwestelijk deel binnen een beekdalglooiing (4H11), als overgangszone tussen het beekdal en de hoger gelegen terrasafzettingswelvingen, bedekt met dekzand (3L12a). Voor het merendeel van het plangebied niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Uiterst zuidoostelijke strook plangebied moerige eerdgronden met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand (zWz). Niet gekarteerde deel meest waarschijnlijk een gooreerdgrond, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (pZn21).
10
Geologie Het plangebied ligt net binnen het Kempisch Hoog, een gebied dat door tektonische activiteit een relatief hoge ligging heeft gekregen. Op circa 1 km ten noordoosten van het plangebied ligt een noordwest-zuidoost georiënteerde breuk, de Breuk van Vessem, die de grens vormt met het tektonisch dalingsgebied van de Roerdalslenk, ook wel Centrale Slenk genoemd, dat een gebied met actieve tektonische bodemdaling is. In het Vroeg- en Midden-Pleistoceen raakte vooral de tektonisch dalende Roerdalslenk gevuld met grindrijke, grove zanden, aangevoerd door de Rijn en Maas, welke respectievelijk behoren tot de Formatie van Sterksel en Beegden. Echter, ook sedimentatie vond plaats op het Kempisch Hoog. Door de tektonische opheffing en kanteling van onder andere de ten oosten van de Roerdalslenk gelegen Peelhorst, werden eerst de Rijn en vervolgens de Maas gedwongen hun loop naar het oosten te verplaatsen en kwam er een einde aan de fluviatiele sedimentatie. Nadat de rivieren het gebied hadden verlaten, heeft op het Kempisch Hoog dan ook gedurende het midden- en laatpleistoceen periglaciale erosie plaatsgevonden, waardoor het fijnere materiaal van de Formatie van Sterksel werd geërodeerd en het oorspronkelijke fluviatiele reliëf is afgevlakt.
7
De Mulder et al., 2003 Alterra, 2003 9 Stichting voor Bodemkartering, 1980 10 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2005, 2008 8
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 7 van 26
Gedurende de ijstijd van het Laat-Pleistoceen (Weichselien) is het afgevlakte landschap bedekt met afzettingen van meer lokale oorsprong, welke behoren tot de Formatie van Boxtel). Deze afzettingen kunnen worden onderverdeeld in Brabants leem, fluvioperiglaciale afzettingen (smeltwaterafzettingen) en eolische afzettingen (dekzand). Brabants leem is in perioden met permafrost ontstaan uit door de wind aangevoerd materiaal waaruit door dooiwaterstroompjes de fijne deeltjes werden uitgewassen, die vervolgens werden afgezet in ondiepe vochtige depressies (dooimeren). Fluvioperiglaciale afzettingen, oftewel verspoelde dekzand- en rivierafzettingen, ontstonden wanneer aan het begin en eind van de glacialen, en dan voornamelijk in de zomermaanden, veel smeltwater vrijkwam. Dit water werd afgevoerd door een systeem van verwilderde geulen en beken (een vlechtend bekenstelsel), waarbij materiaal van de hogere delen naar de lager gelegen Centrale Slenk werd verplaatst. De afzettingen die hierbij tot stand kwamen, bestaan uit min of meer gelaagde zanden, met eventueel leemlagen. Door het ontbreken van vegetatie werd in de droge en zeer koude glacialen door de wind sediment verplaatst en elders weer afgezet. In het Pleniglaciaal (Midden-Weichselien) werd zo het Oude Dekzand afgezet.
In het Laat-Glaciaal (Laat-Weichselien) werd het Jonge Dekzand afgezet in de vorm van langgerekte, voornamelijk ZW-NO georiënteerde ruggen. Aan het einde van het Laat Glaciaal trad een blijvende klimaatsverandering op en begon het Holoceen. Deze periode is gekenmerkt door een relatieve zeespiegelstijging, waardoor de grondwaterspiegel ook steeg. Vooral het gebied van de grote rivieren onderging in het Holoceen nog grote veranderingen. Onder de invloed van de stijgende grondwaterspiegel ontstonden op plaatsen met gebrekkige afwatering (depressies, dekzandvlakten) veenmoerassen. Het veen kon zich lateraal uitbreiden en kroop langzamerhand over het beboste dekzandlandschap en bedekte uiteindelijk ook de lager gelegen dekzandruggen. In de beekdalen kon vanaf het Boreaal (8.700-10.250 jaar voor heden) veen ontstaan. Het veen groeide in het Atlanticum (vanaf circa 5000 voor Chr., Mesolithicum) gedurende duizenden jaren gestaag door. Het hoogveen behoort tot de Formatie van Nieuwkoop, Laagpakket van Griendtsveen. Een ander gevolg van de klimaatsverandering is dat de beken een meanderend karakter kregen en zich ondiep in de onderliggende fluvioperiglaciale afzettingen konden snijden. De beeksedimenten bestaan uit een afwisseling van kleiige en zandige lagen en behoren tot het Laagpakket van Singraven van de Formatie van Boxtel.
Vanaf ongeveer 2600 jaar gelden (IJzertijd) bestond de hogere delen van het dekzandlandschap (grote dekzandruggen) uit uitgestrekte heidevelden. De heidevelden waren ontstaan door grootschalige boomkap. In de drogere gedeelten van het zandgebied traden verder ook uitgebreide verstuivingen op. Mogelijk zijn reeds aan het eind van het Boreaal stuifzanden op kleine schaal ontstaan waar de vegetatie makkelijk vernietigd kon worden. Het grootste gedeelte van de stuifzanden zijn tijdens de Middeleeuwen ontstaan door de bevolkingstoename en de daarmee gepaard gaande ontbossing en uitbreiding van cultuurgronden. Op de armste en droogste zandgronden ontstonden, mogelijk reeds aan het eind van het Boreaal, stuifzanden. De stuifzanden behoren tot het Laagpakket van Kootwijk van de Formatie van Boxtel. 11
DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO.
11
www.dinoloket.nl
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 8 van 26
12
In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. Hieruit blijkt dat de ondergrond is opgebouwd uit de volgende lithostratigrafische afzettingen; vanaf het maaiveld tot ± 4 m -mv matig fijn zand behorende tot de Formatie van Boxtel (Laagpakket van Wierden). Hieronder bevinden zich grindige, grofzandige rivierafzettingen tot een diepte van circa 21 m -mv, welke behoren tot de Formatie van Beegden en zijn afgezet door de Maas. Vervolgens vindt een overgang plaats naar door de Rijn afgezette rivierzanden, uit de tijd dat de Rijn nog door de Roerdalslenk stroomde. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Sterksel. De bestudeerde boringen liggen buiten het beekdal van de Leij. Binnen het beekdal moet dan ook nog rekening te worden gehouden met beekdalafzettingen (fijn zand, lemig zand tot leem) en dunne veenlagen, behorend tot het Laagpakket van Singraven van de Formatie van Boxtel. Geomorfologie De Geomorfologische kaart geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Op de Geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) is het merendeel van het plangebied niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Alleen voor het uiterst noordoostelijke deel van het plangebied wordt aangegeven dat het binnen een beekdalbodem met veen ligt (2R4, zie figuur 10). Dit betreft het beekdal van de Leij.
Het niet gekarteerde deel van het plangebied ligt meest waarschijnlijk voor een groot deel ook binnen een beekdalbodem met veen (2R4) en noordwestelijk deel binnen een beekdalglooiing (4H11), als overgangszone (flauw hellend terrein) tussen het beekdal en de ten westen en hoger gelegen terrasafzettingswelvingen, bedekt met dekzand (3L12a). Dit is gebaseerd op het hoogtebeeld van het plangebied en de directe omgeving, wat hieronder verder wordt behandeld. 13
Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Op het AHN is goed de ligging van het plangebied te zien binnen het beekdal van de Leij en de overgangzone tussen het lager en ingesneden in het landschap gelegen beekdal en de hoger gelegen terrasafzettingswelvingen, de beekdalglooiing dan wel de flankzone direct naast het beekdal (zie figuur 11). Het terreindeel waarop de bestaande loods staat lijkt enigszins te zijn opgehoogd. Daarbij zijn van het beekdal van de Leij verlaten meanders/beeklopen niet als zodanig te herkennen. Deze zullen zijn deze opgevuld tijdens het kanaliseren van het beekdal en door egalisatiewerkzaamheden (grondverbeteringswerkzaamheden ten behoeve van agrarisch gebruik). Verder vertoont het hoogtebeeld duidelijke overeenkomsten met de Geomorfologische kaart van Nederland. Bodemkunde Ook op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) is het merendeel van plangebied niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Alleen de uiterst zuidoostelijke strook van het plangebied is gekarteerd als een moerige eerdgrond met een zanddek en een moerige tussenlaag op zand (zWz, zie figuur 12).
De moerige tussenlaag is gevormd door veengroei met een periodieke influx van zand, wanneer er sprake was van een hoge grondwaterstand binnen het beekdal van de Leij. Er is tevens sprake van een donkere, humeuze bovengrond (de A-horizont) van doorgaans 20 tot 30 cm dik. Dit bodemtype komt waarschijnlijk ook voor binnen het zuidoostelijke deel van het plangebied, waarvan verwacht wordt dat dit deel nog tot het oorspronkelijke beekdal van de Leij behoord.
12 13
DINO boornummer B50E0082, B50E0270, B50E0271 en B50E0272 www.ahn.nl
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 9 van 26
In het noordwestelijke deel van het plangebied komt meest waarschijnlijk een gooreerdgrond voor, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (pZn21). Deze gronden worden eveneens gekenmerkt door een donkere, humeuze bovengrond (de A-horizont) van doorgaans 20 tot 30 cm dik direct op het moedermateriaal, waarin geen roest of roest dieper dan 35 cm -mv voorkomt. De donkere bovengrond is ontstaan door een hoge productie van organisch materiaal en een geremde afbraak als gevolg van de lage, relatief natte ligging, waarna door vermenging door kleine bodemdieren met de bovenste grondlagen een donker gekleurde bovengrond is ontstaan. Roestvlekken zijn aanwezig, soms 14 vanaf de bovengrond, en lopen door tot aan de Cr-horizont. Dit bodemtype komt veel voor in bovenlopen en aan de randen van beekdalen en in niet-afvoerloze laagten laagten (vennen), waar geen podzolisatieproces als bodemvormend proces heeft kunnen plaatsvinden. Grondwatertrap Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald.
Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven. Tabel IV geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een * weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling15
Tabel IV. Grondwatertrap
I
II'
III'
IV
V'
VI
VII"
VIII
GHG (cm -mv)
-
<40
<40
>40
<40
40-80
>80
> 140
GLG (cm -mv)
<50
50-80
80-120
80-120
>120
>120
>120
-
') ")
Bij deze grondwatertrappen wordt een droger deel onderscheiden Een met een * achter de code als onderverdeling aangegeven "zeer droog deel" heeft een GHG dieper dan 140 cm beneden maaiveld
Gebiedsdelen met een goede ontwatering (Grondwatertrap VI, VII en VIII) zijn zeer geschikt voor landbouw en vormden mede daarom, vooral in het verleden, een aantrekkelijk vestigingsgebied. Tevens is het grondwaterpeil een indicatie voor de conservering van metalen en organische resten, hoe beter de ontwatering hoe slechter de conservering. Het plangebied heeft een grondwatertrap tussen VI (hoogste terreindelen in het noordwestelijke deel van het plangebied) en III (laagste terreindelen in het zuidoostelijke deel van het plangebied). Voordat het gebied grootschalig ontgonnen werd ten behoeve van agrarische doeleinden, zal het plangebied periodiek zeker te maken hebben gehad met periodiek hoge grondwaterstanden (periodiek natte/drassige condities), vanwege de ligging op de flank van en deels binnen een beekdalbodem. Het plangebied vormde dan waarschijnlijk ook geen gunstige locatie voor bewoningsactiviteiten, echter wel voor activiteiten die gerelateerd zijn aan het beekdal van de voorloper van de Leij. Vandaag de dag worden de grondwaterstanden gereguleerd.
14 15
Bakker & Locher, 1990 Locher & Bakker, 1990
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 10 van 26
3.7
Archeologische waarden
Voor de uitkomst van het bureauonderzoek is het van belang de bekende archeologische waarden (al dan niet volledig onderzocht) te beschrijven. Een belangrijke informatiebron is het landelijke ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS), dat beheerd wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erf16 goed (RCE). In dit systeem worden alle archeologische gegevens verzameld en via internet zijn deze door bevoegden te raadplegen. De bekende archeologische waarden zijn middels kaartmateriaal weergegeven in figuur 13. Tevens zijn in de figuur de indicatieve archeologische waarde en de in ARCHIS geregistreerde AMK-terreinen, waarnemingen, vondstmeldingen en onderzoeksmeldingen binnen een straal van 1 kilometer weergegeven. Indicatieve archeologische waarde De IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarde) geeft voor heel Nederland de trefkans aan op het voorkomen van archeologische resten. Die trefkans is aangegeven in vier categorieën (per landen waterbodem): een hoge, middelhoge, lage en zeer lage verwachting. Bebouwde gebieden, waarvan geen bodemkundige of geologische gegevens bekend zijn, zijn niet gekarteerd. De IKAW is voornamelijk gebaseerd op de relatie die er bestaat tussen de bodemkundige of geologische kwalificaties en de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Een punt van aandacht daarbij is dat de IKAW grotendeels is gebaseerd op kaarten met een schaal van 1:50.000.
De grenzen op de kaart zijn in werkelijkheid globale overgangen, abrupte overgangen zijn het gevolg van bodemkundige of geologische kwalificaties. Op lokaal schaalniveau is de kaart daarom minder betrouwbaar. Daarbij komt dat de IKAW voornamelijk gebaseerd is op de aanwezigheid van nederzettingen vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen en niet op bijvoorbeeld grafvelden of offerplaatsen. Voor de periode Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd is de IKAW minder betrouwbaar, vooral voor de gebieden die vanaf die perioden zijn ontgonnen. Een lage verwachting voor het aantreffen van archeologische waarden en resten wil daarom niet zeggen dat er geen archeologische waarden of resten aanwezig kunnen zijn. De kans daarop is echter wel kleiner. Volgens de IKAW ligt het plangebied grotendeels in een niet gekarteerd gebied, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Riel. Het plangebied grenst wel aan een gebied met een lage kans op het aantreffen van archeologische waarden (zie figuur 14). De lage kans zal gelden voor bewoningsactiviteiten. Echter, voor activiteiten die gerelateerd zijn aan het beekdal van de voorloper van de Leij heeft het plangebied wel een hoge kans op het aantreffen van archeologische waarden. AMK-terreinen binnen het onderzoeksgebied De Archeologische Monumentenkaart (AMK) bevat een overzicht van archeologische monumenten/terreinen in Nederland.
De terreinen zijn beoordeeld op verschillende criteria (kwaliteit, zeldzaamheid, representativiteit, ensemblewaarde en belevingswaarde). Op grond daarvan zijn deze ingedeeld in vier categorieën; terreinen met archeologische waarde, een hoge archeologische waarde, een zeer hoge archeologische waarde of een zeer hoge archeologische waarde met een beschermde status. Binnen het plangebied liggen geen AMK-terreinen. Binnen het onderzoeksgebied ligt één AMK-terrein (zie tabel V en figuur 13).
16
Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 11 van 26
Tabel V.
Overzicht AMK terreinen
AMK nr.
Situering t.o.v. plangebied
Datering
Waarde en omschrijving
16.850
250 meter ten westen
Middeleeuwen laat A Nieuwe tijd
Toponiem: Riel Complex: Nederzetting Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Betreft een terrein met de oude dorpskern van Riel. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is e e gebaseerd op 16 -eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20 -eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Daarbij moet in ogenschouw worden genomen dat de bewoning in de Vroege en Volle Middeleeuwen (tot circa 1300 AD) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.
In het verleden uitgevoerde archeologische onderzoeken binnen het onderzoeksgebied Binnen het onderzoeksgebied zijn in de afgelopen jaren door verschillende archeologische bedrijven en instellingen in totaal elf archeologische onderzoeken uitgevoerd Het gaat daarbij om negen bureau- en/of booronderzoeken (prospectief onderzoek) en twee proefsleuvenonderzoeken (zie tabel VI en figuur 13). Tabel VI.
Overzicht onderzoeksmeldingen
Zaakidentificatie (OMnummer)
Situering t.o.v. plangebied
Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek
2227324100 (32734)
200 meter ten noordwesten
Type onderzoek: bureau- en/of booronderzoek Toponiem: Gemeentewerf Riel Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 5-1-2009 Resultaat: Aangetoond is dat het hier om laagte gaat in de nabijheid van het ten oosten gelegen beekdal. Op meerdere plaatsen is het plangebied tot op grote diepte geroerd waardoor de kans op het aantreffen van een intacte archeologische vindplaats als klein moet worden beschouwd. Geadviseerd is derhalve dan ook geen archeologische vervolgonderzoek uit te voeren.
2429144100 (59748)
200 meter ten westen
Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Kerkstraat 15 Riel Uitvoerder: Aeres Milieu Datum: 16-1-2014 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS.
2212428100 (30638)
350 meter ten westen
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Maasland, Kerkstraat, Peelland Riel Uitvoerder: BILAN Bureau Interdisciplinaire Landschapsanalyse Datum: 5-9-2008 Resultaat: Uit het bureauonderzoek bleek dat het plangebied op basis van de verwachte ligging in een gebied met hoge zwarte enkeerdgronden langs het beekdal van de Ley volgens de systematiek van de IKAW een hoge archeologische verwachting heeft. Hoge zwarte enkeerdgronden worden gekenmerkt door een humeus dek (esdek) met een dikte van 50 cm of meer, waardoor het oorspronkelijke bodemprofiel, en dus de mogelijk onderliggende archeologie, tegen diepe grondverstoringen is beschermd. In de omgeving van het plangebied zijn niet veel vondsten bekend, waardoor geen specifieke verwachting voor bepaalde perioden geldt voor het plangebied. Bekend is dat het plangebied in ieder geval van het begin van de 19e aan de Kerkstraat bebouwd is geweest en voor de rest steeds in gebruik is geweest als bouw- en/of weiland. De verwachting is derhalve dat het plangebied onverstoord is. Op basis van het bureauonderzoek wordt aan het plangebied een hoge verwachting toegekend voor archeologische waarden vanaf de Steentijd. Uit het veldonderzoek bleek dat in het plangebied hoge zwarte enkeerdgronden aanwezig zijn met een 62 tot 115 cm dik esdek. Onder het esdek werd in het centrale deel van het plangebied nog een restant van een oorspronke-
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 12 van 26
lijk bodemprofiel aangetroffen. In het noordelijke deel was de top van de C-horizont licht verstoord, waardoor eventueel aanwezige sporen nog grotendeels onverstoord zullen zijn. In het plangebied werden indicatoren uit het Mesolithicum en de late Middeleeuwen-B aangetroffen, die mogelijk duiden op een vindplaats. Op basis van deze resultaten behoudt het plangebied een hoge verwachting voor archeologische waarden vanaf de steentijd is een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven aanbevolen. 2150560100 (21794)
650 meter ten westen
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Kerkstraat, De Vier Kwartieren III Riel Uitvoerder: BILAN Bureau Interdisciplinaire Landschapsanalyse Datum: 2-4-2007 Resultaat: Op basis van de resultaten blijft, zeker voor de zones met een gave bodemopbouw, een middelhoge verwachting bestaan voor het aantreffen van archeologische waarden. Een waarderend inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven wordt noodzakelijk geacht om de aard, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit van archeologische resten vast te stellen. Dit vervolgonderzoek dient zich in eerste instantie te richten op de zones met een gaaf bodemprofiel. Indien hierbij archeologische waarden aangetroffen worden, dient het onderzoek uitgebreid te worden tot het volledige plangebied.
2332592100 (47197)
650 meter ten westen
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakidentificatie OMnummer) 2150560100 (21794)) Toponiem: Vier Kwartieren Iii Riel Uitvoerder: Archeologisch Onderzoek Leiden BV Datum: 27-6-2011 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS.
2231406100 (17457)
850 meter ten zuidwesten
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Heisteeg Riel Uitvoerder: Grontmij Datum: 14-6-2006 Resultaat: Uit het BO is gebleken dat het plangebied Heisteeg te Riel een hoge kans heeft op het aantreffen van archeologische waarden. Tijdens het veldwerk is vervolgens gebleken dat er de bodemopbouw grotendeel intact is. Verspreid over het plangebied zijn intacte podzolprofielen waargenomen. Van de 51 gezette boringen vertoonden slechts 6 boringen een duidelijk verstoorde bodemopbouw. Er zijn geen archeologische indicatoren waargenomen. Het niet aantreffen van archeologische indicatoren hoeft echter niet te betekenen dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn. Omdat het moeilijk is om alle archeologische vindplaatsen in zandgebieden met behulp van boringen aan te tonen, dient de conclusie dan ook te zijn dat, ondanks het ontbreken van archeologische indicatoren, de kans groot is dat zich binnen het plangebied archeologische waarden bevinden. Binnen het plangebied dient een proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd. Dit zou het best kunnen plaatsvinden door verspreid over het plangebied enkele proefsleuven te graven, aangezien in het gehele plangebied ongestoorde profielen voorkomen. Door middel van het graven van proefsleuven kan in relatief korte tijd inzicht worden verkregen of er binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig zijn.
2243695100 (35014)
850 meter ten zuidwesten
Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek, naar aanleiding van de resultaten van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek (zie Zaakidentificatie (OMnummer) 2231406100 (17457)) Toponiem: Heisteeg Riel Uitvoerder: Grontmij Datum: 25-5-2009 Resultaat: Op grond van de resultaten wordt aanbevolen het aangetroffen nederzettingsterrein met eventueel grafveld vlakdekkend op te graven aangezien behoud in situ door planaanpassing of- inpassing niet mogelijk is. Het bevoegd gezag (gemeente Goirle) wijkt af van het selectieadvies en zal geen dubbelbestemming opnemen in het bestemmingsplan Heisteeg en/of geen verdere beheersmaatregelen in de vorm van een definitief archeologisch onderzoek op leggen en het plangebied Heisteeg vrij te geven voor de realisatie van de plannen.
2235943100 (33946)
900 meter ten oosten
Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Sportpark Riels Kwadrant Goirle Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 10-3-2009 Resultaat: i.v.m. bestemmingsplan voor nieuw sportpark. Voor het gehele gebied is de verwachting laag, daarom geen veldonderzoek aanbevolen.
Rapport 4013.001 versie 2
Pagina 13 van 26
2192924100 (27851)
950 meter ten noordwesten
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Riel Uitvoerder: Archeopro Datum: 27-3-2008 Resultaat: Uit het booronderzoek blijkt dat de bodem op het noordelijke en het westelijke deel van het plangebied tot grote diepte verstoord is. Van het esdek dat hier oorspronkelijk waarschijnlijk aanwezig is geweest, resteert hier niets meer. Langs de noordrand van het zuidoostelijke deel van het plangebied is echter een intact esdek aangetroffen met daarin een aardewerkscherf uit de periode LateMiddeleeuwen tot Nieuwe tijd. Dit betekent dat binnen dit deel van het plangebied kans bestaat op de aanwezigheid van archeologische sporen. Dit stemt overeen met het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel waaruit blijkt dat binnen het plangebied vooral rekening moet worden gehouden met archeologische sporen uit de Middeleeuwen. De aangetroffen verschijnselen zijn vooralsnog onvoldoende om de KNA-onderdelen Waardestelling en Selectieadvies, nader uit te werken. Het verdient daarom aanbeveling om, indien langs de noordrand van het zuidoostelijke deel van het plangebied graafwerkzaamheden gaan plaatsvinden die dieper reiken dan 0,4 m -mv, deze vooraf te laten gaan door een proefsleuvenonderzoek. Voor alle overige delen van het plangebied geven de resultaten van het onderzoek geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren.
Evenmin zijn hier tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden
2098998100 (16688)
1.000 meter ten noordwesten
Type onderzoek: bureau- en booronderzoek Toponiem: Riel Uitvoerder: Oranjewoud BV Datum: 3-4-2006 Resultaat: De resultaten van het onderzoek worden niet vermeld in ARCHIS.
2310340100 (44199)
1.000 meter ten noordwesten
Type onderzoek: bureauonderzoek Toponiem: Zandeind 34 Riel Uitvoerder: Becker en Van de Graaf Datum: 30-11-2010 Resultaat: Aan de hand van het bureauonderzoek is geconstateerd dat er voor het plangebied een hoge verwachting geldt voor archeologische resten vanaf het Laat Paleolithicum. Archeologische resten worden verwacht in de top van de C-horizont, direct onder het plaggendek dat naar verwachting minimaal 50 cm dik is. Uit informatie van de opdrachtgever is bekend dat het plangebied met enige regelmaat wordt omgeploegd en omgewoeld, waardoor de bovenste 35 cm van de bodem niet meer intact zullen zijn. Aangezien de graafwerkzaamheden die gepaard gaan met de aanleg van de weg niet dieper zullen reiken dan 25 cm beneden maaiveld en dus niet dieper zullen reiken dan de verstoorde bovengrond is geadviseerd geen vervolgonderzoek uit te laten voeren en het plangebied voor wat archeologie betreft vrij te geven.