CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

230823 Opvattingen burgemeester over definitief bestuursakkoord 2023-2026 Samen bouwen.pdf

Extra raadsvergadering 29 augustus 2023, gemeente GoirleBij agendapunt: 3: Vaststellen bestuursakkoord 2023-2026 Samen bouwen AANGENOMEN3.112 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1 Aan de gemeenteraad

Goirle, 23 augustus 2023

Geachte leden van de gemeenteraad, Drie maanden na de gemeenteraadsverkiezingen lag er in juni 2022 een bestuursakkoord 2022-2026 met de titel “Goirle: sterk en in balans”. In mijn reactie destijds schreef ik er met plezier naar uit te kijken om in de uitvoering daarvan, samen met anderen, mijn rol te vervullen en sprak ik de hoop en verwachting uit dat het ons zou lukken om deze bestuursperiode “sterk en in balans” te blijven. Helaas bleek dit ijdele hoop. Want, ingeleid door een meningsverschil over de opvolging van de in januari vertrokken wethouder Christel van Neerven, viel in april jl. de coalitie uit elkaar. Amper tien maanden na haar start. Met een demissionair college tot gevolg, terwijl het met de ambtelijke organisatie juist voortvarend aan de slag was om het akkoord uit te voeren en de grote opgaven en problemen van deze complexe tijd aan te pakken. Uiteraard bestuurde het college gewoon door, maar sommige (belangrijke) besluiten moesten wachten. Niet voor niets stelde ik toen al dat deze politieke crisis alleen maar verliezers kent, niet op de laatste plaats onze inwoners. Er volgde een moeizaam traject, waarin na een overigens transparante informatieronde, diverse formatiepogingen zijn gestrand. Ik ga daar nu inhoudelijk niet nader op in, want u was daar immers zelf bij betrokken of heeft het op zijn minst goed gevolgd.

Als het nieuwe bestuursakkoord op 29 augustus as. wordt vastgesteld, dan was het traject niet alleen moeizaam, maar (vijf maanden na de breuk) ook langdurig. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat dit voorkomen had kunnen worden als deze of gene ‘over de eigen schaduw was gesprongen’. Dat laat onverlet dat ik als uw voorzitter mijn grote waardering uitspreek. Voor de tijd en energie die u, samen met de burgerleden en uw achterban, stak in onderhandelingen, gesprekken, extra raadsvergaderingen en andere activiteiten om tot een nieuwe coalitie te komen. Inzet die plaatsvond naast het reguliere raadswerk. In dit verband herhaal ik wat ik bij andere gelegenheden ook zei: lokale democratie is niet mogelijk zonder inwoners die bereid zijn om met gedreven ‘ziel en zaligheid’ deel uit te maken van een gemeenteraad. Het is vrijwilligerswerk dat meestal naast een baan wordt verricht. Inherent aan het raadslidmaatschap is dat je tegen kritiek moet kunnen. In de afgelopen maanden gaven velen hun (soms ongenuanceerde) opvattingen over de actuele politieke situatie in onze gemeente. Vaak mensen die nooit in onze raadszaal komen, laat staan op een kieslijst staan.

Het is mooi dat deze mensen betrokken zijn, maar het zou nog mooier zijn als zij hun betrokkenheid omzetten in het lidmaatschap van een politieke partij of in de bereidheid om zelf als volksvertegenwoordiger aan de slag te gaan. Ik weet dat de behoefte bij onze partijen aan politiek actieve inwoners altijd groot is!

2 De grootste fractie (Lijst Riel Goirle) riep de hulp in van de heer Noud Derks als externe informateur en later formateur. Ik dank de heer Derks voor de integere en transparante wijze waarop hij deze rollen met geduld en vasthoudendheid vervulde. Onder zijn leiding ontstond er uiteindelijk een nieuwe coalitie, bestaande uit de Lijst Riel Goirle, PvdA, VVD en het CDA. Dinsdag 22 augustus jl. ontving ik via de formateur het bestuursakkoord 2023-2026 met de titel: “Goirle: Samen bouwen”. De Gemeentewet geeft mij (in artikel 35 lid 2) formeel de mogelijkheid om als burgemeester mijn opvattingen erover kenbaar te maken. Evenals de vorige keer maak ik daar graag gebruik van. Overigens heb ik deze opvattingen (op basis van een conceptversie) op hun verzoek enkele dagen eerder ook al aan de coalitiepartijen kenbaar gemaakt. Het gaat hier nadrukkelijk niet om een reactie van het college en dus gaat deze brief niet in op de vele inhoudelijke onderwerpen uit de verschillende portefeuilles. Daar zou overigens wel aanleiding voor kunnen zijn. Bijvoorbeeld omdat sommige opdrachten juridische belemmeringen kennen of gebaseerd zijn op voor discussie vatbare aannames. Of omdat voorbij lijkt te worden gegaan aan relevante aspecten van uitvoering. De wethouders zullen hier mogelijk bij u op terugkomen.

Wellicht tijdens de bespreking van een raadsvoorstel, het uitvoeringsprogramma of op een ander logisch moment. Deze brief betreft wel de reflectie van de burgemeester, waarbij ik eerst in algemene zin een reactie zal geven op het akkoord, gevolgd door mijn opvattingen over enkele specifieke onderwerpen. Het is goed om te lezen dat dit bestuursakkoord een aangepaste versie is van het vorige. Zoals dat op zijn beurt een natuurlijk vervolg was op het bestuursakkoord 2018-2022. Hoofdlijnen zijn behouden, terwijl er logischerwijs nieuwe accenten zijn gelegd. Ook de vorm is behouden. Dat betekent dat het per thema consequent aangeeft wat de ambities, uitdagingen en opdrachten aan het nieuwe college zijn. In het vorige akkoord werd rondom een aantal belangrijke, actuele en soms weerbarstige onderwerpen ‘oppakken’ en ‘doorpakken’ gevraagd. Met de titel ‘Samen bouwen’ zet deze coalitie die ambitieuze lijn duidelijk door. Zoals ik al schreef was het college daar al voortvarend mee bezig en ook het nieuwe college zal dit onverminderd voortzetten. Mijn tweede opmerking in algemene zin is dat dit bestuursakkoord zich bepaald niet beperkt tot de vraag wat er moet gebeuren, maar nadrukkelijk ook ingaat op de wijze hoe het moet worden uitgevoerd. Dit gebeurt in diverse passages in het stuk zelf, maar ook de bijlage over de werkwijze van het Dorpsteam is daar een voorbeeld van.

Ik begrijp best dat er ook bij u beelden bestaan hoe iets gerealiseerd zou kunnen worden, maar om twee redenen vind ik dat dit niet thuishoort in een bestuursakkoord. De eerste is de klassieke reden van rolzuiverheid. De gemeenteraad heeft tot taak om (naast controle en ombudsfunctie) kaders te stellen: aangeven wat er moet gebeuren en bepalen welke accenten en prioritering aan de orde zijn. Het bestuursakkoord bij de start van een nieuwe coalitie is daar bij uitstek het instrument voor. De koers bepalen voor het college, dat het mag gaan uitvoeren. Binnen de door u gegeven kaders en met gebruikmaking van ambtelijke deskundigheid.

3 En dat is dan ook de tweede reden van mijn bedenkingen op dit punt. Als u zelf opschrijft hoe het moet gebeuren, dan ontneemt u ruimte aan onze ambtelijke professionals om met deskundigheid en creativiteit tot oplossingen te komen. U mág en móet op hen vertrouwen. Zo vraagt u de griffier om een voorstel voor een nieuwe vergaderstructuur. Maar de wijze waarop u (in een bijlage) tot in vergaand detail de gewenste vergaderstructuur heeft uitgeschreven, geeft hem geen ruimte om zijn kennis, ervaring en zicht op ontwikkelingen in den lande, in te brengen. Daarmee gaat u niet alleen op zijn spreekwoordelijke stoel zitten, maar ontneemt u zichzelf ook de mogelijkheid op een wellicht meer passende en dus betere variant. Dat brengt mij bij het eerste specifieke onderwerp: de vergaderstructuur. U wilt per 1 januari 2024 terug naar het oude raad- en commissiemodel. De raad heeft de huidige structuur op basis van de nota ‘Gôolse Democratie’ ingevoerd in de bestuursperiode 20182022 omdat het traditionele model niet meer voldeed aan de opgaven van de moderne meervoudige democratie.

Ambities waren onder meer het verankeren van de dialoog met de samenleving, het vertegenwoordigen en verbinden voorop laten staan, meer democratie (ruimte voor meepraten) en minder politiek, meer draagvlak voor besluiten, meer praten over zaken die er echt toe doen en de raad duidelijker richting laten geven, zodat het college meer ruimte zou krijgen om te besturen. Daarnaast kende het bestaande (traditionele) model veel knelpunten en kwetsbaarheden. Ik noem ze hier niet allemaal (ik verwijs naar genoemde nota), maar de belangrijkste waren: het commissiestelsel deed geen recht aan de toegenomen complexiteit van veel dossiers, die om een integrale in plaats van een verkokerde behandeling vragen, de raad kwam te weinig tot dialoog en debat, de ervaren hoge werkdruk (toen dus ook!), de raad was eerder reactief dan proactief en de agenda werd te zeer bepaald door de stukkenstroom van het college. Aan de invoering is destijds een grondige oriëntatie en uitgebreide dialoog voorafgegaan. Belangrijk uitgangspunt in de BOB-structuur is flexibiliteit: de aard en inhoud van het dossier zijn bepalend voor het besluitvormingsproces. Niet alles hoeft meer door dezelfde ‘frietsnijder’, zoals in het traditionele model wel het geval was. Ik ben het zeer met u eens dat de vergaderstructuur momenteel te tijdrovend is. Maar dat komt omdat het nog niet optimaal functioneert.

De raad kan veel vaker voorstellen direct besluitvormend agenderen. Daardoor ontstaat tijd om de (politiek) écht belangrijke onderwerpen oordeelsvormend te bespreken. Daarnaast kan de beeldvorming veel vaker op locatie. Dit verhoogt de zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van raadsleden. Maar we moeten niet vergeten dat het ook pas de tweede bestuursperiode is dat we er mee werken. Voornoemde en andere verbeterpunten hadden we willen bespreken op onze raadsconferentie, die noodgedwongen (wegens de val van de coalitie) is uitgesteld naar oktober as. De griffier en ik hadden daar, samen met de raad, stevige stappen willen zetten tot optimalisatie. Elk model heeft zijn voor- en nadelen, maar ik ben van mening dat de BOB-structuur -mits optimaal uitgevoerd- voor onze gemeente nog steeds de beste variant is. U zult het als raad de kans moeten geven om te rijpen. Het nu simpelweg met een eenvoudige pennenstreek terugkeren naar het oude model, brengt u terug naar af met de nadelen waar de raad (nog maar zes jaar geleden) juist van af wilde. Mijn advies is dan ook om nog eens goed naar dit onderwerp te kijken.

4 De raadswerkgroep Bestuurlijke Vernieuwing is gelijktijdig ingesteld met de invoering van de BOB-structuur. Met als doel om met een vertegenwoordiging van alle geledingen (raad, college en ambtelijke organisatie) parallel aan de inhoudelijke agenda, te volgen ‘hoe we het met elkaar doen en wat er eventueel beter kan’. De werkgroep kwam met diverse voorstellen en was betrokken bij de voorbereiding van de jaarlijkse raadsconferenties. Ook (of misschien wel: juist) als we terugkeren naar het ‘oude’ raadsmodel is het verstandig om vanaf de zijlijn mee te blijven kijken. Het -zoals nu voorgesteld- opheffen van de werkgroep bestuurlijke vernieuwing zou ik dus een slecht besluit vinden. Het zal u niet verbazen dat het tweede onderwerp waar ik op reageer, het gestelde betreft onder ‘organisatie en formatie’. De genoemde krapte op de arbeidsmarkt (alhoewel we momenteel vacatures toch gekwalificeerd kunnen invullen) heeft niets te maken met het vraagstuk van de formatie. Het is nodig en dus goed dat u besluit om de verhoging van het formatiebudget 2023 en 2024 structureel toe te voegen aan het formatiebudget. Zoals bekend is de werkdruk hoog en met de vele nieuwe opdrachten in dit akkoord, zal dit alleen maar toenemen. Eerder ontving u in dit kader al de nodige onderbouwing (zoals benchmarks A&O, analyses van BMC en het onderzoek ‘waar staat je gemeente’).

Maar ik begrijp de behoefte aan onafhankelijk onderzoek naar taken in relatie tot capaciteit. Om dat uit te voeren, leidt overigens ook weer tot de nodige ambtelijke belasting, maar dat terzijde. Op 18 juli jl. ontving u een raadsinformatiebrief over de formatie. Daarin meldden we dat we vanaf 2024 werken met een nieuwe systematiek, zoals toegelicht tijdens de informatieavond in mei jl. Daarbij bepaalt de raad de beleidsmatige én financiële kaders en het college de wijze waarop het daaraan uitvoering geeft. Dat betekent dat we geen formatievoorstellen meer voorleggen, maar dat u als raad via het bijstellen van die kaders voortaan indirect invloed heeft op de omvang van de formatie door keuzes te maken welke resultaten u wilt intensiveren of juist verminderen. Maar omdat ik dat aan de raad heb toegezegd, komen we in de begroting 2024 nog één keer volgens de ‘oude systematiek’ bij u terug voor wat betreft de eerdergenoemde ‘tweede tranche’. Het gaat hier om extra taken vanuit het Rijk, zoals aangekondigd in de perspectiefnota, met name op het gebied van inburgering, complexe casuïstiek, energietransitie en bestrijding van ondermijning (BIBOB). Uit het bestuursakkoord concludeer ik dat die aanpassing niet gehonoreerd zal worden voordat onafhankelijk onderzoek heeft plaatsgevonden. U zult begrijpen dat dit consequenties heeft voor de uitvoering van genoemde taken.

Ook reageer ik op het gestelde onder ‘vergunningen, bezwaar en beroep’. Ten eerste is de aanname dat de volledige behandel- en uitsteltermijnen worden benut, onjuist. In tijden van capacitaire schaarste ontkomen we daar soms niet aan, maar dit is zeker geen regel. Daarnaast werken we in het kader van de implementatie van de Omgevingswet hard aan nieuwe processen en is het van belang om dat toch al intensieve traject niet te doorkruisen. Het is een gegeven dat aanvragen voor een vergunning of een beschikking nu eenmaal niet altijd kunnen worden gehonoreerd. Afwijzen vindt plaats op basis van beleid of juridische of andere formele beperkingen. Het uitgangspunt dat aanvragers in zo’n geval uitleg krijgen, is uiteraard goed en dat gebeurt ook al. Voorafgaand aan het formele (papieren) besluit is er rondom een vergunningaanvraag (vaak veelvuldig) informeel mondeling contact met de behandelend ambtenaar, waarbij ook nu al wordt meegedacht in wat er wel mogelijk is.

5 Als een bestuurlijke afweging (door de burgemeester of een wethouder) nodig of gewenst is, dan gebeurt dat nu ook al. Daarom verwacht ik dat invoering van een standaard gesprek met de behandelend ambtenaar nauwelijks ander resultaat geeft dan de huidige praktijk. Dat geldt ook voor een daaropvolgend gesprek met de verantwoordelijk bestuurder. Het zal leiden tot optimistische verwachtingen bij de aanvrager en dus tot meer teleurstelling. Ook moeten de kosten van deze maatregel worden doorgerekend, omdat ze extra ambtelijke capaciteit vraagt. In dit verband geeft u aan dat er verwezen moet worden naar de Nationale Ombudsman, waar wij als gemeente inderdaad bij zijn aangesloten. Dat is merkwaardig, omdat de Nationale Ombudsman zich richt op klachten rondom bejegening, werkwijze, etc. (na het doorlopen van de interne klachtprocedure. De Nationale Ombudsman heeft niets te maken met gemeentelijke besluiten waarmee men het inhoudelijk niet eens is. Daarvoor dient de bezwaar- en beroepsprocedure. Fixi-meldingen worden in veel gevallen nu al binnen twee dagen of zelfs op dezelfde dag afgewerkt. Met uw opdracht aan het college om dit voortaan binnen een week te doen, verbetert de dienstverlening dus bepaald niet. Wel kan het gebeuren dat een melding in behandeling wordt genomen, maar (omdat ze wordt opgedragen aan een aannemer) de uitvoering langer dan een week op zich laat wachten.

In die gevallen is het zeker van belang dat de melder een en ander krijgt teruggekoppeld. Met betrekking tot financiën gaat u met de gewenste bezuiniging van in totaal 3,5 miljoen euro een grote uitdaging aan. Een uitdaging waar we uiteraard uitvoering aan zullen geven, maar die niet zonder risico is. Ten eerste zal er een concreter beeld moeten komen van de haalbaarheid en ten tweede kost het tijd wegens zorgvuldige fasering en betrokkenheid van partijen zoals de participatieraad. Met betrekking tot de ambitie om van een rechtmatige naar een netwerkende overheid te gaan, herhaal ik hetgeen ik de vorige keer schreef. Het is een mooie ambitie, omdat ze uitgaat van de gedachte dat inwoners zelf goed in staat zijn om samen oplossingen te bedenken, waardoor er wellicht meer mogelijk is. Tegelijk is het uitdagend omdat we dat moeten doen in een tijdsgeest waarin het individueel belang in toenemende mate voorop lijkt te staan en inwoners minder bereid lijken te zijn om daaraan concessies te doen ten gunste van het belang van een ander of het openbaar belang. In die situaties zullen we toch die rechtmatige en regelende gemeente moeten zijn. Dat laat onverlet dat ik in mijn ambt en binnen mijn mogelijkheden graag bijdraag aan deze ambitie. U bent duidelijk met het beëindigen van het project ‘strategische heroriëntatie’.

Het was de raad zelf die hier destijds om verzocht, met als doel om (financieel verstrekkende) keuzes niet ad hoc te maken, maar op basis van een doordachte langetermijnvisie. U stelt dat de strategische heroriëntatie vooral vertraging opleverde. Dat is een beeld dat ik wel herken. Het is goed om te lezen dat u de in dit project verkregen inzichten als waardevol ziet en ik hoop en verwacht dan ook dat u deze alsnog kunt gebruiken bij toekomstige besluiten. In het bestuursakkoord lees ik, net als de vorige keer, niets over regionale samenwerking, met name binnen de GHO-gemeenten en de regio Hart van Brabant. Wij kunnen nog steeds een trotse zelfstandige gemeente zijn dankzij deze verbanden. Met het groter worden van de financiële druk, wordt ook het belang van deze samenwerkingen groter. Ik ga er van uit dat u bewust hierover niets meldt, maar dat u het belang onverminderd onderkent.

6 Ook wijs ik u nogmaals op de dynamiek in de complexe samenleving, waardoor niet alles (ik denk zelfs: veel niet) kan worden gepland in onze P&C-cyclus. In de afgelopen jaren volgden diverse crises elkaar op, met ook voor de gemeente Goirle het nodige onvoorziene, maar noodzakelijke werk. Ondanks dat zich dit niet laat plannen en dat het onvoorzien is, zullen we er wel structureel rekening mee moeten houden. Zoals gezegd is er veel dat ik in deze brief niet ter sprake heb gebracht, maar waar het college ongetwijfeld de komende tijd nog op terug komt. Wellicht geeft mijn reflectie u nog aanleiding tot enige bijstelling, aanpassing of nuancering. Het college zal dit nieuwe bestuursakkoord vertalen in aanpassingen van het bestaande uitvoeringsprogramma dat de raad begin dit jaar ontving en waarvan de spreekwoordelijke inkt nog maar net droog is. Tenslotte sta ik even stil bij wethouder Janneke van den Hout. De coalitiewisseling leidt tot haar gedwongen vertrek. Janneke heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een goed bestuurder die met kennis van zaken en uitstekende betrekkingen binnen en buiten het gemeentehuis een aantal stevige dossiers heeft opgepakt en verder gebracht. Ik weet zeker dat ik namens het college spreek als ik zeg dat we het betreuren dat ze haar werk niet zelf kan afmaken. En ook als collega zullen we haar gaan missen.

We nemen nog afscheid van haar, maar ik dank haar ook hier voor de samenwerking en wens haar veel succes in de toekomst. Laat duidelijk zijn dat ik zeer gemotiveerd ben om ook in het resterende deel van deze raadsperiode mijn rol te vervullen. Ik kijk er enthousiast naar uit om met u, met het nieuwe college, met de ambtelijke organisatie en zeker ook met de inwoners, de schouders eronder te zetten. We weten allemaal dat de afgelopen periode politiek turbulent was, maar er is ook goed nieuws. Deze zomer verscheen de jaarlijkse (Elseviers) ranglijst van beste woongemeenten. Goirle staat daar (van de 342 Nederlandse gemeenten) maar liefst op de 20e plaats. Dat gaat niet vanzelf en daar mogen we met zijn allen trots op zijn. Laten we dát dus vooral zijn en ondertussen verder “Samen bouwen” aan onze gemeente én gemeenschap! Met vriendelijke groeten,

Mark van Stappershoef Burgemeester

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1602/documents/25878