CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

11 - Ruimtelijke onderbouwing TPS ZV 23-11.pdf

Besluitvormend 5 oktober 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 11: Afgifte van een verklaring van geen bedenkingen gemeenteraad zonnepark aan de Beeksedijk 18a Goirle14.571 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke Onderbouwing

Zonnepark Beeksedijk Goirle

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk”

Plannaam: Plantype: Datum: Versie: Auteur:

Zonnepark Beeksedijk Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning 23-11-2020 5de versie R.R. van der Horst

2

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................ 5

1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

2

AANLEIDING ............................................................................................................................................... 5 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED ................................................................................................................... 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 6 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 7 WERKWIJZE EN PROCES ................................................................................................................................. 8 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED ................................. 9 2.1 2.2 2.3

3

BESCHRIJVING PROJECTGEBIED EN OMGEVING ................................................................................................... 9 HUIDIG GEBRUIK GRONDEN............................................................................................................................ 9 HUIDIG LANDSCHAP.................................................................................................................................... 10

HOOFDSTUK 3 GEWENSTE SITUATIE ................................................. 11 3.1 3.2 3.3

4

AANLEIDING ............................................................................................................................................. 11 VOORNEMEN ............................................................................................................................................ 11 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 15

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................ 16 4.1 4.2 4.3

5

RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ............................... 24 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11

6

GELUID (WET GELUIDHINDER) ...................................................................................................................... 24 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 24 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 26 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 27 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 29 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 29 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 31 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 32 WATERASPECTEN.......................................................................................................................................

33 LICHTREFLECTIE ......................................................................................................................................... 36 ELEKTROMAGNETISCHE STRALING.................................................................................................................. 37

HOOFDSTUK 6 UITVOERBAARHEID .................................................. 38 6.1 6.2 6.3

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID.......................................................................................................... 38 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 38 ZIENSWIJZEN............................................................................................................................................. 39

7

HOOFDSTUK 7 CONCLUSIE ............................................................ 40

8

BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................... 41 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6 8.7

BIJLAGE 1 LANDSCHAPPELIJK ADVIESRAPPORT, INPASSINGS-, BEPLANTINGS- EN BEHEERPLAN................................... 41 BIJLAGE 2 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ........................................................................................................ 41 BIJLAGE 3 AERIUS-BEREKENING .................................................................................................................... 41 BIJLAGE 4 (FINANCIËLE) PARTICIPATIEPLAN..................................................................................................... 41 BIJLAGE 5 COMMUNICATIERAPPORT .............................................................................................................. 41 BIJLAGE 6 TECHNISCH ONTWERP .................................................................................................................. 41 BIJLAGE 7 ADDITIONELE TECHNISCHE INFORMATIE ........................................................................................... 41

3

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning 8.8

BIJLAGE 8 LANDSCHAPPELIJK ONTWERP ......................................................................................................... 41

4

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

1 HOOFDSTUK 1

INLEIDING

1.1 AANLEIDING Zowel op nationaal als op lokaal niveau zijn doelen gesteld om duurzame energie te stimuleren. Nationaal gezien heeft de overheid het doel gesteld om in 2050 geheel zelfvoorzienend te zijn met betrekking tot de energiebehoefte. In het milieubeleidsplan duurzaam Goirle is vastgelegd dat Goirle zich conformeert aan de landelijke ambities met betrekking tot energie en dus 25% duurzame energie opwekt in 2030. In 2016 werd nog geen 1% duurzaam opgewekt in Goirle. Windturbines en zonnepanelen zijn voor dit moment goede bewezen technieken om energie duurzaam op te wekken. Om hiermee in Goirle aan de slag te kunnen, zijn kaders nodig die richting geven aan deze ontwikkelingen. ZonVelden en TPSolar willen hieraan bijdragen. ZonVelden en TPSolar zijn voornemens om op de percelen aan de Beeksedijk te Goirle een zonnepark te realiseren. De percelen staan kadastraal bekend als gemeente Goirle, sectie I, perceelnummer 137, 141, 214, 215, 255 en 257. De totale oppervlakte van de percelen bedraagt ruim 18 hectare. Waarvan 12 hectare binnen de begrenzing van het zonnepark valt, hiervan zal 6 hectare benut zal worden voor het installeren van panelen en toebehoren. De resterende oppervlakte zal gebruikt worden als landschappelijke inpassing, natuurvriendelijke onderhoudspaden en informatievoorziening.

De gemeente wordt gevraagd een projectomgevingsvergunning te verlenen, waarmee wordt afgeweken van het geldend bestemmingsplan. Voorwaarde hiervoor is onder meer de aanlevering van een ruimtelijke onderbouwing. Hierin dient te worden aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling uit ruimtelijk oogpunt verantwoord en in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggend ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2 LIGGING VAN HET PROJECTGEBIED Het projectgebied ligt in het buitengebied ten oosten van het dorp Goirle aan de Beeksedijk. De ligging van het projectgebied ten opzichte van het dorp Goirle en de ligging ten opzichte van de directe omgeving wordt weergegeven in afbeelding 1.1.

Afbeelding 1.1

Ligging van het projectgebied t.o.v. omgeving en omliggende percelen (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

5

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

1.3 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME Het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van bestemmingsplan “Buitengebied Goirle” van de gemeente Goirle. Dit bestemmingsplan is op 20 april 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Goirle. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding bestemmingsplan opgenomen. De indicatieve begrenzing van het projectgebied is aangegeven met het licht blauwe vak.

Afbeelding 1.2

Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Buitengebied” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Op basis van het bestemmingsplan “Buitengebied Goirle” is het projectgebied voorzien van: • • • • • •

Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden’ ‘Lettertekenaanduiding - hydrologisch waardevolle buffer’ ‘Lettertekenaanduiding - kwetsbare soorten’ ‘lettertekenaanduiding - archeologische verwachtingswaarde’ ‘Lettertekenaanduiding - cultuurhistorisch waardevol gebied’.

Gronden met de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ zijn onder andere bestemd voor agrarische bedrijvigheid en de instandhouding van de aldaar voorkomende landschaps- en natuurwaarden. Gronden met de bestemming en ‘Agrarisch met waarden -Landschaps- en Natuurwaarden’ zijn onder andere bestemd voor agrarische bedrijvigheid en de instandhouding van de aldaar voorkomende landschaps- en natuurwaarden. De voor ‘Lettertekenaanduiding - hydrologisch waardevolle buffer’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en/of ontwikkeling van hydrologische waarden ter plaatse van de aanduiding

6

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning De voor ‘Lettertekenaanduiding-kwetsbare soorten’ aangewezen gronden zijn, behalve de voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, hertstel en of ontwikkeling van natuurwaarden. De voor ‘letterteken - archeologische verwachtingswaarde’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor onderzoek naar en bescherming van naar verwachting aanwezige archeologische waarden. De voor ‘Cultuurhistorisch waardevol gebied’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor onderzoek en bescherming van de aanwezige historische waarden. Doordat binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’, ‘Agrarisch met waarden Landschaps- en Natuurwaarden’ en ‘lettertekenaanduiding – hydrologisch waardevolle buffer’ enkel (beperkte) bouw- en gebruiksmogelijkheden ten dienste van de bestemming zijn toegestaan, is het realiseren van een zonnepark niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Om het voornemen te realiseren, wordt bij een omgevingsvergunning afgeweken van het geldende bestemmingsplan ex artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure).

Voorliggende ruimtelijke onderbouwing zal aantonen dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Initiatiefnemer vraagt een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan aan, voor een periode van 25 jaar (vanaf start bouw). Na 25 jaar exploitatie wordt het zonnepark weer geruimd en de locatie in oorspronkelijke staat teruggebracht.

1.4 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van een ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een ruimtelijke onderbouwing de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Bro van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggend project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. een verantwoording van de gemaakte keuzen; 2. een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.9; 3. de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 7; 4. de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; 5.

een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit zal voor eenieder ter inzage worden gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; 6. de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 6. Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hiernavolgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 5.7.

7

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning 8.

9.

voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan diverse relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. De milieu- en omgevingsaspecten zijn beschreven in hoofdstuk 5.

1.5 WERKWIJZE EN PROCES Een zonneparkproject kan niet gerealiseerd worden zonder Stimulering Duurzame Energietransitie ++ -subsidie (SDE). Totdat deze subsidie is toegekend, is er feitelijk sprake van een hypothetisch project. Alle inzet tot aan de SDE-aanvraag is erop gericht om de haalbaarheid zo groot mogelijk te maken, bij een minimale inspanning/risico. TPSolar en ZonVelden doorlopen daartoe dan ook een gestructureerd en gefaseerd proces. Voor de SDE-aanvraag is een verleende Wabo-vergunning nodig. Een concept-vergunning volstaat niet. Sommige details van het project kunnen in dit stadium nog niet worden ingevuld, omdat deze pas in een veel later stadium van het proces worden bepaald. Zo wordt de definitieve keuze van onderconstructie, typen panelen, omvormers en onderaannemers pas gemaakt in de maanden na de SDE-toekenning. TPSolar en ZonVelden zijn immers voor een dergelijk groot bouwproces afhankelijk van de voorraad, productiecapaciteit, levermogelijkheden en beschikbare menskracht van alle toeleveranciers, en die kan pas worden ingeschat wanneer de eerst mogelijke aanvangsmaand van de bouw bekend is.

1.6 LEESWIJZER Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het projectgebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Goirle beschreven. Waarna in hoofdstuk 5 alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue passeren. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot zal in de conclusie de belangrijkste elementen van de ruimtelijke onderbouwing kort aangestipt worden.

8

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

2 HOOFDSTUK 2

HUIDIGE SITUATIE PROJECTGEBIED

2.1 BESCHRIJVING PROJECTGEBIED EN OMGEVING Het projectgebied is gelegen ten zuidoosten van het dorp Goirle. Het projectgebied wordt grotendeels begrensd door agrarische gronden. Ten zuiden van het projectgebied is de Beeksedijk gelegen. Aan de zuidoostzijde waar de Beeksedijk ligt, grenst het projectgebied aan een woonperceel, agrarisch perceel en een bedrijfsperceel. Het projectgebied is onbebouwd en bestaat uit agrarische gronden. De functionele structuur in en om het projectgebied wordt hoofdzakelijk gevormd door agrarische gronden en verspreid gelegen agrarische bedrijven en woonpercelen. Rondom de agrarische percelen staan twee gemêleerde bosjes met daarin vennetjes. Tussen en rondom de percelen liggen waterafvoersloten die rondom verbonden zijn aan elkaar. Het plangebied ligt op het gemiddelde peil van 13,26m NAP en er zijn geen benoemingswaardige hoogte verschillen binnen het plangebied. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn respectievelijk een luchtfoto en foto’s op locatie opgenomen waarin de huidige situatie van het projectgebied (zwarte belijning) is weergeven.

Afbeelding 2.1

Luchtfoto ligging projectgebied zwart omlijnd (Bron: ArcGIS)

2.2 HUIDIG GEBRUIK GRONDEN De planlocatie betreft zes agrarische percelen welke tot zeer recent in gebruik geweest als grasland en veevoerland. De grondeigenaren zijn gestopt met hun melkveehouderij en hebben de gronden nu in gebruik als akkerland.

9

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning Tabel 1.1 Perceel oppervlakte initiatief Beeksedijk

Perceel

Bruto-oppervlakte

GLE01 I 137

50.600 m²

GLE01 I 141

1.200 m²

GLE01 I 214

55.600 m²

GLE01 I 215

60.100 m²

GLE01 I 255

10.000 m²

GLE01 I 257

5.100 m²

Zonnepark

120.300 m²

Panelenveld

59.800 m²

2.3 HUIDIG LANDSCHAP Oorspronkelijk was het gehele landschap rondom Goirle zeer bebost, bewoond door jagers en enkele boeren, of het bestond uit woeste gronden. In de vroegere middeleeuwen veranderde het landschap geleidelijk door het potstasysteem. De arme zandgronden werden verrijkt met heideplaggen.

Afbeelding 2.2

Overzicht projectgebied (Bron: Otte Groen Advies)

De natuurlijke ondergrond van het landschap, het reliëf, de bodem en het watersysteem bepaalden waar de mens kon wonen en hoe en waar deze landbouw kon bedrijven. Zo ontstonden in het buitengebied van Goirle een duidelijk, een vanzelfsprekende logische herkenbare indeling tussen beekdalen, zandverstuivingen en esdekken. Het plangebied ligt in een zogenaamd jong heideontginningslandschap. Tot 1900 werd het landschap gekenmerkt door woeste gronden en heidevelden. In de 20e eeuw zijn echter nagenoeg alle heidegebieden tot cultuurland ontgonnen, wat mogelijk werd gemaakt door de opkomst van kunstmest. In de nabije omgeving liggen de Leijen met haar beekdalen en een landgoederenzone waarin bosgebieden afgewisseld worden met heidegronden.

10

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

3 HOOFDSTUK 3

GEWENSTE SITUATIE

3.1 AANLEIDING Duurzame energie is een belangrijk item en wordt in de toekomst een steeds belangrijke. Forse inspanningen op het gebied van energiebesparing en hernieuwbare energieopwekking zijn noodzakelijk om minder afhankelijk te zijn van fossiele grondstoffen zoals kolen, olie en gas. Om dit te realiseren zijn er in Nederland Regionale Energie Strategieën ontwikkelend en in ontwikkeling. Goirle maakt deel uit van de Regio Hart van Brabant, welke een speciale Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) heeft ontwikkeld. Hierin wordt gewaarborgd dat elke gemeente en regio een bod uitbrengt op het gebied van duurzame energie. De gemeente Goirle heeft onder andere 40 hectare zon op land toegevoegd aan het bod. Om de doelstellingen van de energietransitie te halen, zijn naast zonnepanelen op daken ook veldopstellingen van zon noodzakelijk. De mogelijkheid om deze te realiseren ligt (vanwege de ruimtevraag en beperkte schaduwwerking) hoofdzakelijk in het buitengebied. Zo ook de in dit plan besloten locatie, die aan verschillende locatiecriteria voor een zonnepark voldoet. De omvang van de planlocatie is geschikt wegens beperkte schaduwwerking en kan worden aangesloten op het onderstation Tilburg-Zuid. Hiervoor is op 21 april 2020 zekerheid verschaft door netbeheerder Enexis.

3.2 VOORNEMEN Technische inpassing Het beoogde plan ziet toe op de realisatie van een zonnepark aan de Beeksedijk in het buitengebied van de gemeente Goirle. De totale oppervlakte van het plangebied bestaat uit ruim 16 hectare. Het zonnepark binnen het hekwerk, is ongeveer 12 hectare. Binnen het hekwerk zal 6 hectare als panelenveld worden ingericht en ongeveer 6 hectare als groenstroken en natuurvriendelijke onderhoudspaden. Waardoor er in totaal 10 hectare voor andere doeleinde dan het plaatsen van zonnepanelen en toebehoren gebruikt zal worden. Het beoogde zonnepark zal netto 6 hectare zonnepark leveren aan de doelstelling van 40 hectare van gemeente Goirle. Het zal bestaan uit circa 25.000 grondgebonden zonnepanelen en een opgesteld vermogen hebben van ongeveer 13 MWp. Dit zal 11 GWh per jaar opwekken. Dit is voldoende om circa 3.200 gemiddelde Nederlandse gezinnen, van stroom te voorzien. De zonnepanelen worden georiënteerd op het zuiden en het zonnepark wordt via de Beeksedijk ontsloten. Voor het type panelen en omvormers wordt verwezen naar Bijlage 7 Additionele Technische Informatie. Echter zoals in paragraaf Werkwijze en proces aangegeven zullen dit soort details pas in een later stadium besloten worden wanneer de eerst mogelijk aanvangsmaand voor het bouwen bekend is.

Tegen die tijd zullen TPSolar en ZonVelden de dan meest geschikte panelen en omvormers kiezen en gebruiken. Tussen de panelen en het hekwerk is minimaal 3 meter. Ten behoeve van de bereikbaarheid van de panelen en omzomend groen voor onderhoud, zal gebruik worden gemaakt van aan te leggen onverharde lemen paden. Deze paden zijn nodig voor het plaatsen van de transformatorgebouwen. Bovendien is uit eerdere projecten gebleken dat de brandweer dit om veiligheidsredenen op prijs telt. Er worden expliciet geen verharde paden aangelegd. Rondom het terrein zullen ten behoeve van de beveiliging hekwerken worden geplaatst van maximaal 2,3 meter hoog, deze worden gesitueerd achter de landschappelijke inpassing. Bij de ingang(en) worden cameramasten geplaatst van maximaal 3 meter hoog. De beveiligingscamera’s staan op het zonnepark gericht. Er wordt géén voor mensen zichtbare verlichting toegepast (’s avonds is het zonnepark altijd donker, voor de camerabewaking wordt dynamisch infrarood toegepast).

11

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Afbeelding 3.1

Uitsnede technische tekening plangebied, voor de volledige weergave zie Bijlage 6 Technisch ontwerp (Bron: TPSolar)

In afbeelding 3.1 is de gewenste technische situatie ter plaatse van het projectgebied opgenomen. De panelenvelden zijn opgedeeld in velden van maximaal 2 hectare conform de wensen van de gemeente uit het ‘Toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle’. De panelen staan op maximaal 1,5 meter hoogte en minimaal 0,75 meter van de grond. Hierdoor zal het weidse zicht van het gebied behouden blijven. In de panelenrijen zullen twee panelen in portret opstelling boven op elkaar staan, met een tussenruimte van 2 cm. Dit bevordert de bodemkwaliteit, doordat deze tussenruimte de mogelijkheid schept voor water en diffuus licht om de bodem bereiken. Wat ten goede komt aan de bodemkwaliteit, hierop wordt dieper ingegaan in paragraaf Bodemkwaliteit. Landschappelijke inpassing Zoals in afbeelding 3.2 is weergegeven, wordt het zonnepark stevig landschappelijk ingepast. Er zal een (patrijzen)-haag en enkele struweelranden worden geplant, zodat de zonnepanelen en constructie vanuit de omgeving aan het zicht onttrokken worden. Ook zullen er enkele bomen in het plangebied geplant worden, waarmee het oude karakter van het gebied versterkt wordt. Daarnaast zullen er zowel droge als natte natuurontwikkelingsvormen toegepast worden. Tevens zal aan het plangebied een waterbergende functie toegevoegd worden, door de interne watergang af te sluiten.

De interne watergang zal bovendien verflauwd worden naar een natuurvriendelijke over om de zo de natuurfunctie van het plangebied te vergroten. Waarbij rekening gehouden wordt met de regels omtrent het verdiepen/verbeden van c-watergangen gesteld door waterschap de Dommel, zie paragraaf Wateraspecten. Daarnaast wordt er een schouw pad langs de watergangen aangelegd waarmee de watergangen kunnen worden onderhouden. Binnen het ontwerp van het park is rekening gehouden met de beschermende zones van de ecologische verbindingszone (EVZ) en a-watergang met kaderrichtlijn water (KRW). Hiervoor zal gebied rondom de EVZ gebruikt worden voor natuurontwikkeling, waarbij o.a. de oever van de watergang verflauwd wordt. Vanaf de

12

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning verbindingszone zal er minimaal 25 meter afstand bewaard worden tot het hekwerk. Tevens zal er meer dan 5 meter afstand gehouden worden tot de a-watergangen. De landschappelijke inpassing past bij de gemeentelijke visie om de van oudsher bestaande landschappelijke elementen terug te laten keren in het landschap. Bij gras- en akkerbouwpercelen lijnvormige houtwallen, loodrecht op de beek of parallel aan de kavelgrenzen en de flanken van beekdalen duurzaam inrichten door middel van coulissen. Dit is een halfopen landschapsvorm, waarbij open en gesloten landschappelijke elementen elkaar afwisselen. Door de intensivering van de landbouw zijn veel gesloten landschappelijke elementen in het buitengebied van Goirle verloren gegaan. Binnen het ontwerp van dit zonnepark worden o.a. een aantal losstaande bomen rijen geplant. Tevens zullen er in het noorden, zuiden van het plangebied langs de perceelgrenzen, houtwallen worden aangelegd. Op deze manier worden historische landschapselementen van het buitengebied van Goirle hersteld.

Afbeelding 3.2 Uitsnede gewenste landschappelijke inpassing projectgebied, voor volledige weergave zie Bijlage 8 Landschappelijk Ontwerp(Bron: LabelTIEN)

Het ontwerp van het hekwerk zorgt ervoor dat het plangebied te betreden is door fauna. Klein fauna kan het hekwerk passeren doordat het hekwerk minimaal 10 cm van de grond is. Dit betekent dat klein wild gemakkelijk onder het hekwerk door kan en op die manier het park kan betreden. Daarnaast zijn er diersoorten die zich niet laten stoppen door een gaashekwerk, zij graven er gewoon onderdoor. Soorten zoals dassen, kleine marterachtigen en egels doen dat echter niet. Zij leven echter wel van wat ze op het land vinden en zouden dus gehinderd worden als ze het zonnepark niet op en af kunnen door het hekwerk. Voor deze soorten zullen er regelmatig (elke 75-100 meter) doorgangen c.q. faunapassages in het hekwerk worden gemaakt. Dit hekwerk met faunapassages staat nader beschreven in Bijlage 7 Additionele Technische Informatie.

13

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Afbeelding 3.3: Logos van het Partridge project ter ondersteuning van akkervogels in de Noordzee regio en Nederland Zoemt, volgens welke regels dit zonnepark landschappelijk ontworpen is. (Bronnen: Nederland Zoemt & Interreg)

In het landschappelijke ontwerp is vooral aandacht geschonken het creëren van leefgebied voor inheemse bijen en akkervogels. Dit wordt gedaan in samenwerking met Nederland Zoemt 1 en het volgen van het NoordEuropese PARTRIDGE project 2, zie afbeelding 3.3. Mede hiervoor zal 64% van het plangebied bestaan uit landschappelijke inpassing: bosschages, patrijzenhagen, keverbanken, (schaduw minnend) bloemrijk grasland en aquatische beplanting. Tevens zullen er een 7-tal speciaal voor TPSolar ontworpen bijenhotels geplaatst worden, zie afbeelding 3.4. Hierin kunnen inheemse bijen en andere insecten zich nestelen, in Bijlage 7 Additionele Technische Informatie zijn de ontwerptekeningen van de bijenhotels te vinden. Deze bijenhotels worden geproduceerd bij een bedrijf met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken. Het uitgewerkte beplanting- en beheerplan is te vinden in Bijlage 1 Landschappelijk Adviesrapport, Inpassings-, Beplantings- en Beheerplan.

Afbeelding 3.4: Bijenhotels van TPSolar, links een gevuld bijenhotel en rechts een bijenhotel op het zonnepark Hoogveld-Zuid van TPSolar te Uden(Bron: TPSolar).

Exploitatie Het zonnepark wordt voor een periode van 25 jaar geëxploiteerd, op basis van huur. Deze exploitatietermijn vangt aan op de dag van oplevering van de installatie. Na afloop van de huurtermijn wordt het park weer door ons geruimd en de materialen gerecycled waarna de initiatiefnemers de grond weer zoveel mogelijk in de oorspronkelijke staat en functie terugbrengen.

1 https://www.nederlandzoemt.nl/

2 https://northsearegion.eu/partridge/about-the-project/over-partridge-nederlands/

14

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

3.3 VERKEER EN PARKEREN Tijdens de bouw zal de ontsluiting plaatsvinden via een bestaande toegangsweg op het perceel GLE01 I 214 tussen Beeksedijk 18 en 20. Op het desbetreffende perceel zal tijdens de bouw geparkeerd worden en een bouwkeet worden neergezet. Na de bouw zal deze ingang van het park opgeheven worden. Waarna er een ingang gecreëerd zal worden bij de huiskavel van de grondeigenaren op Beeksedijk 18, waar genoeg ruimte is voor bezoek van het zonnepark om te parkeren, zie onderstaande afbeelding 3.5. Tijdens de bouw zullen er borden geplaatst worden om de overige verkeersdeelnemers op de hoogte te stellen van de in/uit rit van het bouwterrein. Mocht het nodig zijn kan er een verkeersregelaar of zullen er andere verkeersregelingsmanieren ingeschakeld worden om dit in goede banen te leiden.

Afbeelding 3.5: Situatie parkeren en betreden van het park tijdens de bouw(lichtblauw) op perceel en na de bouw(oranje). (Bron: Google Maps)

Het zonnepark zelf kent een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking. Er vinden verkeersbewegingen plaats die uitsluitend samenhangen met het beheer en onderhoud van het zonnepark. Het zal gedurende de bouwfase van 3 maanden om een totaal van 1.000 verkeersverplaatsingen gaan. Hiervoor wordt tevens verwezen naar Bijlage 3 Aerius-berekening, waarin de milieu impact van deze verkeersbewegingen berekend is. Waarna het voornemen niet zal leiden tot een significante verkeersaantrekkende wijziging ten opzichte van de huidige situatie. De omliggend infrastructuur heeft voldoende capaciteit om de afwikkeling van de zeer beperkte verkeersaantrekkende werking van het zonnepark te kunnen verwerken. Het parkeren zal binnen het projectgebied plaatsvinden. Hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar. Vanuit verkeerskundig oogpunt zijn er geen bezwaren tegen de in dit plan besloten ontwikkeling.

15

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

4 HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1 RIJKSBELEID Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteit Aanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. Rijksdoelen en regionale opgaven In de SVIR heeft het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; • Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; • Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd.

Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Brabant en Limburg zijn: · Het verbeteren van het vestigingsklimaat van de Brainport Zuidoost-Nederland (waaronder Brainport Avenue rond Eindhoven) en Greenport Venlo door het optimaal benutten en waar nodig verbeteren van de (internationale) bereikbaarheid van deze gebieden via weg, water, spoor en lucht (o.a.

verdere ontwikkeling Eindhoven Airport en uitvoering Programma Hoogfrequent Spoorvervoer); · Versterking van de primaire waterkeringen (hoogwaterbeschermingsprogramma) en het samen met decentrale overheden uitvoeren van de gebiedsgerichte deelprogramma’s Zuidwestelijke Delta, Rijnmond-Drechtsteden en Rivieren van het Deltaprogramma; · Het samenwerken met decentrale overheden in de generieke deelprogramma’s Veiligheid, Zoet water en Nieuwbouw en Herstructurering van het Deltaprogramma; · Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) EHS, inclusief de Natura 2000-gebieden; · Het (internationaal) buisleidingennetwerk vanuit Rotterdam en Antwerpen naar Chemelot en het Ruhrgebied ruimtelijk mogelijk maken; · Onderzoek uitvoeren naar het goederenvervoer op het spoor op de langere termijn inclusief uitvoeren afspraken uit de MIRT-verkenning Antwerpen-Rotterdam hierover; · Uitvoeren onderzoek naar ruimtelijke en infrastructurele opgaven rond de Greenport Venlo; · Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV) over de grens;

16

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning ·

Het aanwijzen van voorkeursgebieden voor grootschalige windenergie in het westelijk deel van Noord-Brabant.

Duurzame energie Het Rijk zet in op een transitie naar een duurzame, hernieuwbare energievoorziening en het geschikt maken van de elektriciteitsinfrastructuur op de langere termijn voor meer decentrale opwekking van elektriciteit. In de Structuurvisie wordt aangegeven dat het aandeel van duurzame energiebronnen als wind, zon, biomassa en bodemenergie in de totale energievoorziening omhoog moet. De ambitie is dat Nederland in 2040 een robuust internationaal energienetwerk kent en dat de energietransitie vergevorderd is. Het is primair de taak van provincies en gemeenten om voldoende ruimte te bieden voor duurzame energievoorziening (zoals zonneenergie en biomassa). Het ruimtelijk rijksbeleid voor (duurzame) energie beperkt zich daarom enkel tot grootschalige windenergie op land en op zee, gelet op de grote invloed op de omgeving en de omvang van deze opgave. Voor andere energiefuncties is geen nationaal ruimtelijk beleid nodig, naast het faciliteren van ontwikkelingen door het aanpassen van wet- en regelgeving en het delen en ontwikkelen van kennis. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd.

Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Toetsing van initiatief aan uitgangspunten in het rijksbeleid De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen.

De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijks belangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Bij het realiseren van een zonnepark gaat het om het realiseren van een technische installatie ten behoeve van het opwekken van elektrische energie. Deze installatie bestaat uit een (serie) bouwwerken, te weten de stellages waar de zonnepanelen op gemonteerd zijn, die op het maaiveld staan. De ontwikkeling van een zonnepark betreft een nieuwe planologische mogelijkheid voor een stedelijke functie. Daarom wordt in voorliggend specifiek geval ervan uitgegaan dat het zonnepark binnen het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking onder de definitie van een stedelijke ontwikkeling vallen. Daarom wordt in dit geval getoetst aan de ladder.

17

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Binnen de provincie Noord-Brabant, als ook de gemeente Goirle, bestaat er een behoefte aan duurzaam opgewekte energie. Gemeente Goirle heeft de ambitie gesteld om bij te dragen aan de landelijke doelstellingen omtrent CO2-reductie en duurzame energie opwek. In deze ambitie stelt de gemeente concreet het doel om in 2030 40% minder CO2 uitstoot te hebben t.o.v. 2014 en 25% van het energieverbruik duurzaam op te wekken. In 2050 wil de gemeente de CO2 uitstoot tot minimaal 80% reduceren t.o.v. 2014. Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De behoefte aan de zonnepanelen is niet op te vangen binnen het bestaand stedelijk gebied. Binnen het bestaand stedelijk gebied van de gemeente Goirle zijn geen aaneengesloten gebieden van 10 hectare of meer beschikbaar. Een locatie van kleinere omvang is ook niet aan de orde. De zonnepanelen hebben immers een grote ruimtevraag. Bij zonneparken is het totale veldoppervlakte namelijk niet bedekt met panelen, er is ruimte tussen de rijen voor onderhoud en voor de vermindering van schaduwwerking. Om voldoende energieproductie te genereren en te komen tot een gezonde exploitatie is een locatie met een kleinere oppervlakte redelijkerwijs geen optie. Locaties binnen de bebouwde kom zijn dan ook niet aan de orde.

Alternatieve locaties in bestaand stedelijk gebied voldoen niet aan verschillende locatiecriteria die gelden voor de realisatie van een zonnepark: voldoende groot, eenvoudige aansluiting op het energienet en geen schaduwwerking. Om binnen het stedelijk gebied voldoende zonne-energie op te wekken vallen namelijk veel gronden, maar ook daken af. In veel gevallen zijn daken ongeschikt, te klein of is de economische levensduur van vastgoed niet voldoende om zonne-energie opwekking installaties te plaatsen. Het integreren van ecologische meerwaarde, meervoudig ruimtegebruik en zorgvuldige landschappelijke inpassing maakt zonneparken veelal een goed alternatief om tot de gewenste energiedoelstellingen te komen. Geconcludeerd wordt dat er geen andere beschikbare plekken in bestaand stedelijk gebied beschikbaar zijn, die zowel kwantitatief als kwalitatief (beter) geschikt (te maken) zijn voor de beoogde realisatie van het zonnepark in deze omvang. Alles overwegende kan geconcludeerd worden dat de realisatie van het zonnepark op de beoogde locatie voldoet aan de ladder.

4.2 PROVINCIAAL BELEID Interim Omgevingsverordening Oktober 2019 De Interim Omgevingsverordening Oktober 2019 (IOV) vervangt in aanloop naar de nieuwe Omgevingswet de tot nu toe geldende provinciale plannen en regels op het gebied van ruimtelijke ordening, waaronder de Structuurvisie ruimtelijke ordening, de Verordening Ruimte en de Provinciale Milieu Verordening. Zonneparken In de IOV heeft de provincie Noord-Brabant artikel 3.41 gewijd aan het toestaan van zonneparken in landelijk gebied. In het eerste lid van dit artikel is vastgelegd dat zonneparken in landelijk gebied zijn toegestaan als: •

•

uit onderzoek blijkt dat de capaciteit voor het opwekken van duurzame energie in stedelijk gebied op bestaande bouwpercelen – en rekening houdend met de ontwikkelingsmogelijkheden van windenergie – onvoldoende is. Daar het toepassen van windturbines op veel locaties in de gemeente onmogelijk is door de geldende bouwhoogtebeperkingen, is er in Goirle behoefte aan zonneparken. de vestiging van een zonnepark past in het onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik en omgevingskwaliteit. De grondeigenaren stoppen met hun agrarische activiteiten, de locatie is aangewezen door gemeente Goirle als mogelijke planlocatie (zie paragraaf 4.3) & locatie is geschikt voor toepassen van

18

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

• •

•

biodiversiteit stimulerende landschappelijke inpassing (zie paragraaf 3.2.2 & bijlage 8.1) als meervoudig ruimte gebruik. de ontwikkeling van het zonnepark qua omvang inpasbaar is in de omgeving. Het zonnepark wordt landschappelijke ingepast door de bestaande lijn structuren te versterken en terug te laten komen. de ontwikkeling van het zonnepark een maatschappelijke meerwaarde geeft. Door onze burgerparticipatie mogelijkheden o.a. het gebiedsfonds Bijlage 4 (Financiële) Participatieplan gaan de omwonende en burgers van Goirle van het zonnepark mee profiteren de ontwikkeling van het zonnepark op regionaal niveau is afgestemd met omliggende gemeenten en de netbeheerder, gelet op de ontwikkeling van overige duurzame-energie-initiatieven in de omgeving. Gedurende het gehele proces gaat TPSolar met alle betrokken partijen samenwerken en overleggen.

In het tweede lid van het artikel over zonneparken wordt de maatschappelijke meerwaarde van zonneparken onderbouwd vanuit de mate van meervoudig ruimtegebruik, de maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken en de bijdrage die wordt geleverd aan andere maatschappelijke doelen. Structuurvisie Provincie Noord-Brabant ‘Ruimte voor duurzame energie’ is één van de 14 ruimtelijke pijlers uit de structuurvisie van de provincie. De IOV geeft vervolgens regels voor zonneparken in gemengd landelijk gebied. Het gaat om: •

•

Tijdelijk karakter: Zoals aangegeven in paragraaf 1.3 wordt een Omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend voor de duur van 25 jaar, waarna het zonnepark weer wordt afgebroken en de oorspronkelijke situatie wordt hersteld. Ter borging worden door gemeente en initiatiefnemer nadere afspraken vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Bijdrage aan maatschappelijke doelen: o De initiatiefnemer biedt de lokale gemeenschap de mogelijkheid om te participeren in het zonnepark via crowdfunding en/of via de lokale energie coöperatie Duurzaam Riel Goirle o Er wordt met de energie-afnemer afspraken gemaakt over lokale stroomafname; o De initiatiefnemer gaat via een gebiedsfonds duurzaamheidsprojecten in de omgeving stimuleren. Hiervoor zal een jaarlijkse bijdrage geleverd worden van 4.000 euro gedurende een periode van de SDE-subsidie van 15 jaar (zie ook Bijlage 5 Communicatierapport). Provinciale milieuverordening

In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones. In Noord-Brabant zijn veertig gebieden waar grondwater wordt opgepompt om drinkwater van te maken. Met beschermende maatregelen ziet de provincie erop toe dat het grondwater in deze gebieden niet vervuild raakt. In verschillende beschermingszones is het dan ook verboden om bodembedreigende activiteiten uit te voeren. Er zijn verschillende beschermingszones waarvoor eigen regels gelden: -

het waterwingebied direct rond de pompputten;

-

het grondwaterbeschermingsgebied;

-

de boringvrije zone.

Het zonnepark ligt niet binnen een speciale waterbeschermingszone, waardoor de PMV niet van toepassing is. Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

19

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

4.3 GEMEENTELIJK BELEID Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan zijn de hieronder genoemde beleidsstukken het belangrijkst. ‘Beleidskader zon- & windenergie Algemeen De doelstelling van de gemeente Goirle is om in 2050 een CO₂-arme gemeente met een vermindering van CO₂uitstoot met 80% ten opzichte van 2014 te zijn. Dit kan behaald worden doormiddel van het terugdringen van het verbruik van energie. Dat moet worden aangevuld met het gebruik van duurzamere en in de toekomst zeker ook innovatieve vormen van energie. Waarbij in 2030 25% van het energieverbruik lokaal duurzaam opgewekt dient te worden. De doelstelling is dit te realiseren door middel van het opwekken van duurzame energie via wind en zon. ‘In 2016 werd nog geen 1% duurzaam opgewekt. Windturbines en zonnepanelen zijn voor dit moment goede bewezen technieken om energie duurzaam op te wekken. Om hiermee aan de slag te kunnen zijn kaders nodig’ 3. Dit is uitgewerkt in het Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle en de bijbehorende Toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle Uitwerking van de visie Zonnewijzer en Windrichting. Hiervoor zijn er naast zonnepalen op alle daken nog 2 windmolenclusters en netto 40 hectare zonneparken nodig. Op termijn moet heel Goirle gasloos worden.

Dit betekent dat nieuwe woningbouwprojecten gasloos moeten worden ontworpen. Voor de bestaande bouw zal worden onderzocht welke mogelijkheden inwoners hebben om hun woning te kunnen ombouwen naar gasloos wonen waarbij ze mogelijk kunnen profiteren van de landelijke subsidiemogelijkheden. Inwoners moeten in een vroegtijdig stadium betrokken worden bij dit soort keuzes. Duurzame initiatieven van burgers wil de gemeente Goirle stimuleren en faciliteren door middel van (landelijke) subsidies en leningen. Juist die initiatieven waar inwoners voordeel van hebben (zoals via energiecoöperatie Riel-Goirle) hebben voorrang. De gemeente Goirle wil een duurzame gemeente zijn. Dit betekent dat ze zorgvuldig omgaan met energie, water en grondstoffen en dat ze streven naar duurzame ontwikkeling van de gemeente. Hierbij zoeken ze balans tussen woongebieden, bedrijventerreinen, landbouw, sport, voorzieningen, recreatie, toerisme en landschap. De gemeente voorziet in (keuzevrijheid bij) huisvesting en heeft daarbij aandacht voor zowel de bestaande woningvoorraad als nieuwbouw. De verschillende aspecten binnen het fysieke domein dragen gezamenlijk bij aan het woon- en leefmilieu van de inwoners van de gemeente Goirle en de aantrekkelijkheid van gemeente voor mensen en bedrijven die overwegen zich hier te willen vestigen.

Een sterk vestigingsklimaat en goede contacten met plaatselijke ondernemers dragen bij aan een duurzame economische structuur en zijn positief voor de werkgelegenheid. In het buitengebied streven ze naar een duurzaam evenwicht tussen landschap, natuur, recreatie en landbouw. Uitgangspunten beleid Ambitie Een duurzaam Goirle, dat zorgvuldig omgaat met energie, water en grondstoffen. Doelstelling 1. Energie besparen en duurzaam opwekken. 2. Bij ruimtelijke inrichting rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering (klimaat adaptie) om zo waterschade te voorkomen en wateroverlast te beperken. 3. Verminderen van de hoeveelheid restafval. 3

Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 2017-2020

20

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning 4. Stimuleren van biodiversiteit in Goirle. Activiteiten 1. De gemeente onderzoekt de mogelijkheid van een rendabele investering voor zonnepanelen op de Haspel en het CC Jan van Besouw en voor LED-verlichting op sportparken. 2. De gemeente stelt beleid op voor de mogelijkheden van zonneweiden en windenergie. 3. De gemeente ondersteunt (financieel) energie-coöperaties. 4. De gemeente stimuleert elektrisch rijden. 5. De gemeente denkt actief mee met initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking. 6. Binnen het regionale samenwerkingsverband Doelmatig Waterbeheer Hart van Brabant neemt de gemeente deel aan diverse projecten met betrekking tot klimaatadaptieve maatregelen. 7. Bij ontwikkelingen in de openbare ruimte overweegt de gemeentemogelijkheden voor klimaatadaptieve maatregelen zoals voor de opvang of infiltratie van hemelwater. 8. Eind 2017 lopen de pilots af waarbij de burger is gefaciliteerd om het afval beter aan de bron te kunnen scheiden. In 2018 evalueert de gemeente de pilots en implementeren we de inzamelwijze verder. 9. Vanuit de gemeenschappelijke zorgtaak voor de inzameling van huishoudelijk afval werkt de gemeente samen met de gemeente Tilburg.

Deze samenwerking is deels al een feit, verwerkingsovereenkomsten ten aanzien van restafval, GFT, PMD en glas zijn op regionaal niveau afgesloten. 10. De gemeente stelt een plan voor het verbeteren van biodiversiteit binnen en buiten bebouwde kom op. Uitgangspunten maatschappelijke inpassing De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners mee kunnen praten, denken en doen. Afhankelijk van de omvang van een project en de impact op de omgeving, worden de onderstaande aspecten daarin zwaarder meegewogen. • Participatie omgeving: Initiatiefnemers hebben de verplichting om de omgeving te betrekken bij hun initiatief en stellen hiervoor een participatieplan op. • Participatie direct betrokkenen/omwonenden: De initiatiefnemer dient met de direct omwonenden/direct betrokkenen afspraken te maken over de inpassing en invulling van het gebied rondom een project en maakt hierbij duidelijk in hoeverre omwonenden hierin mee kunnen participeren. • Compensatie: De initiatiefnemer geeft in een compensatieplan aan hoe de omgeving baat heeft bij de ontwikkeling (hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden: aan initiatieven die meer bieden dan alleen het opwekken van energie, of initiatieven waarbij productie en afname bij elkaar worden gebracht). • Communicatie: De initiatiefnemer stelt een communicatieplan op waarbij de gemeente een ondersteunende en faciliterende rol kan hebben.

Uitgangspunten ruimtelijke en landschappelijk inpassing •

•

De gemeente kiest voor kwaliteit op locaties waar een project wordt gerealiseerd, waarbij rekening wordt gehouden met de toekomstige uitstraling van het gebied. Landschappelijke inpassing betekent niet dat het project niet zichtbaar mag zijn. De gemeente streeft zoveel mogelijk naar meervoudig grondgebruik en behoud en ontwikkeling van de Biodiversiteit.

21

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning Toetsing van het initiatief aan ‘Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle’ en ‘Toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle Uitwerking van de visie Zonnewijzer en Windrichting’. Voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het ‘Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle’ en ‘Toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle Uitwerking van de visie Zonnewijzer en Windrichting’. Doordat in de planvorming rekening gehouden is met criteria en eisen van de gemeente. Allereerst levert dit initiatief een bijdrage van netto 6 hectare zonnepark aan de totaal benodigde netto 40 hectare zonnepark. Het zonnepark is ingedeeld in compartimenten van maximaal 2 hectare, waarbij de compartimenten gescheiden worden door bestaande dan wel aan te leggen landschappelijke elementen. Het park kan aansluiten op het hoofdstation Tilburg-Zuid, hiervoor is op 20-7 de offerte van Enexis bevestigd. Deze vergunningsaanvraag van Het zonnepark wordt gedaan voor een tijdelijke vergunningsperiode van 25 jaar. Het park voegt daarnaast zowel waterberging, educatieve als biodiversiteit stimulerende ontwikkelingen toe aan de omgeving. Daarnaast wordt 62% van het plangebied gebruikt voor landschappelijke inpassingselementen. De panelen worden op maximaal 1,5 meter geplaatst.

De randen van het zonnepark worden dusdanig ingepast dat er weinig tot geen zicht is op het plangebied. De in de landschappelijke inpassing geplande soorten zijn voornamelijk streekeigen soorten. Verder zullen er meerdere flora en fauna stimulerende zones in het plangebied worden ontwikkeld. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar Bijlage 1 Landschappelijk Adviesrapport, Inpassings-, Beplantings- en Beheerplan van deze toelichting. Tevens wordt er voldaan aan de uitgangspunten die gesteld zijn aan participatie en communicatie, zie Bijlage 4 (Financiële) Participatieplan en Bijlage 5 Communicatierapport. Hierin staan de stappen die door de initiatiefnemers genomen zijn op het gebied van participatie en communicatie met de omwonende. Tevens staan in deze plannen de verschillende manieren waarop de omwonende en bewoners van Goirle kunnen participeren in het project. Gesteld kan worden dat het zonnepark op een adequate wijze wordt ingepast in de omgeving en in overeenstemming is met de gestelde criteria en voorwaarden van het ‘Toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle Uitwerking van de visie Zonnewijzer en Windrichting’. Welstandsnota Goirle Inleiding Om bouwplannen op welstand te mogen toetsen zijn gemeenten sinds 1 juli 2004 verplicht een welstandsnota vast te stellen.

Met het opstellen van een welstandsnota worden de procedures en de toetsing transparanter gemaakt. De gemeente Goirle heeft ervoor gekozen een welstandsnota op te stellen om voor specifieke gebieden in de gemeente Goirle, om het uiterlijk van gebouwen in de omgeving tot zijn recht te laten komen. Het onderwerp van deze nota is de kwaliteit van de bebouwing in de gemeente Goirle. Het gaat hier om gebouwen en bouwwerken die iedereen dagelijks om zich heen ziet. Bepalend daarbij zijn zowel de kwaliteit van de individuele gebouwen en bouwwerken, als de kwaliteit van het totaalbeeld van de gebouwen in hun onderlinge samenhang. Doorgaans zijn inwoners positief over die dagelijkse leefomgeving. Deze kwaliteit is door bewust en meestal zorgvuldig handelen van particulieren en overheid door de eeuwen heen ontstaan. Sinds een eeuw is deze zorg voor de architectonische kwaliteit ook nadrukkelijk een overheidstaak. Daarbij is het gemeentelijke welstandstoezicht het belangrijkste instrument geweest. De welstandsnota is opgebouwd uit verschillende deelgebieden. Onderhavig plangebied is gelegen in gebied G8: Buitengebied.

22

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning Welstandsgebied G8- Buitengebied Het buitengebied van Goirle is opgebouwd uit slechts één deelgebied: G8 Buitengebied

Afbeelding 4.1

Welstandskaart (Bron: Gemeente Goirle)

Het buitengebied van Goirle is te typeren als een open agrarisch landschap waarin de oude beekstructuur een belangrijke ‘dragende’ rol speelt. Hoewel het grondgebruik in het deelgebied varieert tussen intensief agrarisch tot natuur, betekent dit geen wezenlijke veranderingen voor de gebouwde objecten in het deelgebied, noch voor de criteria die aan de gebouwde objecten zullen worden gesteld. In het buitengebied komt een aantal gebouwde objecten voor, die specifieke aandacht behoeven. Hiervoor zijn specifieke gebiedscriteria opgenomen: specifieke gebiedscriteria voor agrarische bedrijven en erven; specifieke gebiedscriteria voor verbouwing van een boerderij. Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Goirle Het welstandsbeleid richt zich voornamelijk op de type bebouwing en de detaillering daarvan. Hierbij gaat het om woningen, boerderijen en de daarbij behorende schuren en overige gebouwen. Een specifieke ontwikkeling als een zonnepark wordt in de welstandsnota niet benoemd. Wel wordt in de welstandsnota benadrukt dat het beleid erop is gericht om nieuwe ontwikkelingen goed in te passen in de landelijke omgeving. In voorliggend geval wordt, zoals in voorgaande hoofdstukken reeds is beschreven, het zonnepark doormiddel van gebiedseigen beplanting, in het landschap ingepast.

Hiermee wordt voldaan aan het welstandsbeleid ten aanzien van het landschappelijk inpassen van nieuwe ontwikkelingen in de omgeving. Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsambities zoals verwoord in het hiervoor behandelde gemeentelijk beleid.

23

Ruimtelijke onderbouwing “Zonnepark Beeksedijk” Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van omgevingsvergunning

5 HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke onderbouwing vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, besluit milieueffectrapportage, water, reflectie en elektromagnetische straling.

5.1 GELUID (WET GELUIDHINDER) Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) vormt een belangrijk juridisch kader voor het Nederlandse geluidbeleid. Hierin staat dat inzichtelijk moet worden gemaakt welke geluidsbronnen in het gebied aanwezig zijn en wat de geluidsbelasting is voor woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen. Voor de geluidgevoelige objecten moeten bepaalde grenswaarden in acht worden gehouden. Er zijn enkele woningen in de buurt van het zonnepark. Situatie projectgebied Bij het zonnepark is nauwelijks sprake van geluidsproductie. Er is bijna alleen laagspanning op de gehele installatie (<1.000V), waardoor de geluiden zoals bekend van hoogspanningsinstallaties (brommen/zoemen) alleen voorkomen bij de trafostations, die midden op het park staan. Dit geluid is op een paar meter afstand al niet meer hoorbaar. De gebruikte omvormers, trafostations en regelapparatuur worden niet actief gekoeld en zijn dus stil. Er zal dan ook buiten het zonnepark geen geluid te horen zijn. De voorgestelde inrichting voldoet aan de normen gesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeente (VNG) voor wat betreft richtafstanden van de transformatorhuisjes tot de dichtstbijzijnde woningen, in dit geval minimaal 30 meter. De dichtstbijzijnde woning staat op 150 meter van een transformatorhuisje.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1200/documents/21465