CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

11- Raadsvoorstel Verordening afvalstoffenheffing 2022.pdf

Besluitvormend 22 december 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 11: Verordening afvalstoffenheffing 20222.026 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Agendapunt: Zaaknummer: 2021-019087

Onderwerp Verordening afvalstoffenheffing 2022 Datum voorstel 22 oktober 2021

Datum raadsvergadering 21 december 2021

Aan de gemeenteraad, Voorstel 1. Vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022”. Inleiding Op 9 november 2021 heeft uw raad de begroting 2022 vastgesteld. Hierin hebben we opgenomen op welke wijze de kosten door eigen inkomsten - zoals onze belastingen - worden afgedekt. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2022 hebben we per belasting aangegeven welke inkomsten we willen behalen en wat het belastingtarief is. Deze tarieven moeten jaarlijks formeel door uw raad worden vastgesteld in afzonderlijke belastingverordeningen. Dit voorstel ziet daarop en is een uitwerking van de beleidsvoornemens zoals geformuleerd in de begroting 2022. In tegenstelling tot wat er in de paragraaf lokale heffingen staat, daalt het tarief van de afvalstoffenheffing voor alle huishoudens met 2%. Argumenten 1.1 De tarieven afvalstoffenheffing 2022 dalen ten opzichte van 2021. In de paragraaf lokale heffingen is opgenomen dat het tarief voor een eenpersoonshuishouden met 5% daalt en voor een meerpersoonshuishouden met 1% stijgt. In tegenstelling tot de paragraaf lokale heffingen is de tariefdaling nu gelijkmatig verdeeld over alle huishoudens. Hierdoor daalt het tarief voor een eenpersoonshuishouden en het tarief voor een meerpersoonshuishouden. De tarieven dalen met 2%. Afvalstoffenheffing

2021

2022

Eenpersoonshuishouden

159,48

156,24

Meerpersoons huishouden

253,32

248,28

1.2 Tarieven milieustraat ongewijzigd; effect nieuwe maatregelen De tarieven voor de milieustraat zijn verhoogd per 1-1-2021. Dit heeft in de drie kwartalen van 2021 geleid tot 28% minder volume aan betaalde stromen. Het volume aan gratis stromen is vergelijkbaar ten opzichte van 2019. De hogere tarieven hebben een dempende werking op het aanbod. De stijging van de afzetkosten voor 2021 zijn hierdoor beperkt gebleven tot 10% ten opzichte van 2019. Deze ‘beperkte’ stijging van de afzetkosten komt vrijwel volledig door 35% minder grof restafval. Ambtelijke bijstand: Ruud Lathouwers Zaaknummer 2021-019087

1

Agendapunt:

Bovenstaande geeft geen aanleiding om de tarieven te wijzigen. De tarieven blijven per 1 januari 2022 ongewijzigd. Met de pilot drive-thru zoekt de gemeente naar een uitweg voor de ruimteproblematiek en het verder verlagen van de hoeveelheid grof restafval. Bij gebleken meerwaarde van de methode dient de gemeente een afweging te maken of zij een aantal bulkstromen volledig wil afbuigen naar twee alternatieve ontvangstlocaties in de regio. Het gaat hier nog om een pilot, de begroting 2022 is daarom gebaseerd op het huidige systeem. 1.3 Uw raad is bevoegd om de verordening afvalstoffenheffing 2022 vast te stellen De verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing wordt aan uw raad voorgelegd ter besluitvorming. Kanttekeningen Niet van toepassing Financiën De financiële effecten als gevolg van deze belastingverordening hebben we verwerkt in de begroting 2022. Samenwerking Dit voorstel is tot stand gekomen binnen de belastingsamenwerking GHO. Communicatie Na vaststelling wordt de verordening elektronisch bekendgemaakt in het gemeenteblad. In het Goirles Belang wordt hier melding van gemaakt en verwezen naar www.officielebekendmakingen.nl. De verordening wordt vervolgens toegevoegd aan de database decentrale regelgeving (CVDR Vervolg De verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022 treedt in werking op 1 januari 2022.

Bijlagen Raadsbesluit Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022

burgemeester en wethouders van Goirle

Mark van Stappershoef, burgemeester Jolie Hasselman, secretaris De raad van de gemeente Goirle;

Zaaknummer 2021-019087

2

Agendapunt:

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 oktober 2021 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;

besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022

Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume; 2. verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainer; 3. gft-afval: groente, fruit- en tuinafval; 4. restafval: huishoudelijk afval, niet zijnde gft-afval; 5. grof huishoudelijk afval: afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden; 6. grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomt, doch dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als gft-afval aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden; 7. bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven en instellingen, die naar aard, omvang en samenstelling gelijk zijn te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen, aan de periodieke inzameldienst in minicontainers worden aangeboden en tegelijkertijd met de inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden meegenomen; 8. perceel: een gebouwde onroerende zaak – of een gedeelte ervan – dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. 9.

gebruik maken: als bedoeld in artikel 15.33 Wet Milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Zaaknummer 2021-019087

3

Agendapunt:

Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel; b. ingeval gebruik wordt gemaakt van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; c. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; d. ingeval het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. Voor het periodiek inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bedraagt: 1.1. De belasting per perceel per belastingjaar € 248,28. 1.2. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon, bedraagt de belasting in afwijking van het eerste lid per perceel per belastingjaar € 156,24. 2. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 bedraagt de belasting voor het aanbieden van de navolgende afvalstoffen per hoeveelheid van 0 tot 0,5 m3 op de milieustraat: 2.1. Textiel ‘vochtig’ en/of ‘vervuild’ € 10,00 2.2. Harde plastics € 10,00 2.3. Vloerbedekking ‘droog’ € 10,00 2.4. Vloerbedekking ‘vochtig’ € 25,00 2.5. Matras overig ‘droog’ per stuk € 15,00 2.6. Matras tot 120 cm breed ‘vochtig’ per stuk € 20,00 2.7. Matras overig ‘vochtig’ per stuk € 25,00 2.8. Schoon puin € 10,00 2.9. Houtafval (A- en B-hout) € 10,00 2.10. Houtafval (C-hout) € 20,00 2.11. Bitumenhoudende dakbedekking € 20,00 2.12. Gips € 10,00 2.13. Schone grond € 20,00 2.14. Autobanden per stuk € 5,00 2.15. Autoband met velg € 10,00 2.16. Piepschuim uit de bouw en/of ‘vochtig’ en/of ‘vervuild’ € 10,00 2.17. Ongesorteerd (bouw-) en restafval € 25,00

Zaaknummer 2021-019087

4

Agendapunt:

3. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 wordt geen belasting geheven voor het gescheiden aanbieden op de milieustraat van; 3.1 asbest 3.2 papier/karton 3.3 bruin/wit goed 3.4 textiel dat schoon en droog is aangeboden 3.5 glas 3.6 vlakglas 3.7 metalen 3.8 kunststof verpakkingsmateriaal 3.9 groenafval en snoeihout 3.10 klein gevaarlijk afval 4. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 bedraagt de belasting voor het op afroep aan huis inzamelen van grof huishoudelijk afval voor een hoeveelheid van ten hoogste 1 m³, per perceel € 51,40. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2 en artikel 4, lid 4 wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting, als bedoeld in artikel 4, lid 1 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht als bedoeld in artikel 4, lid 1, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede lid en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2 en artikel 4, lid 4 is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

Artikel 8 Termijnen van betaling

Zaaknummer 2021-019087

5

Agendapunt:

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag betaald worden in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6, lid 2 op het moment van het doen van de kennisgeving. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel 10 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.

De "verordening afvalstoffenheffing 2021" van 15 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2022, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2022. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "verordening afvalstoffenheffing 2022".

Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 21 december 2021.

, de voorzitter

, de griffier

Zaaknummer 2021-019087

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1366/documents/22048