CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Vast te stellen bestemmingsplan Koestraat ongenummerd.pdf

Besluitvormend 2 februari 2021, gemeente GoirleBij agendapunt: 9.: Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Koestraat ongenummerd (Riel)22.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Verbeelding Op de verbeelding is binnen het bestemmingsvlak een bouwvlak aangewezen. Woningen (hoofdgebouwen) zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, behoudens een algemene regeling voor overschrijding van bouwgrenzen. Bouwregels De bouwmogelijkheden zijn gekoppeld aan het begrip bouwperceel. De omschrijving van een bouwperceel luidt als volgt: 'een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan'. Daarmee beslaat het bouwperceel nagenoeg altijd het gehele perceel. Het begrip bouwperceel is in die zin direct toepasbaar voor alle particuliere percelen. Onder bouwwerken vallen gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erfafscheidingen. De bouwregels maken onderscheid tussen de woning (het hoofdgebouw), bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde. Binnen het bouwvlak van de bestemming ‘Wonen’ mag één vrijstaande woning met een maximale inhoud van 1.000 m³, goothoogte van 6 meter en bouwhoogte van 10 meter worden opgericht. Per bestemmingsvlak mogen bijgebouwen met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 150 m² worden opgericht. Een aangebouwd bijgebouw mag voor woondoeleinden worden gebruikt, mits dat niet leidt tot een toename van het aantal woningen. De goothoogte van bijgebouwen mag maximaal 3,25 meter bedragen. De bouwhoogte van bijgebouwen mag maximaal 5,5 meter bedragen.

Indien binnen een bouwvlak voor een woning, een gebouw de maximale hoogtemaat van een bijgebouw overstijgt, dan zal dat gebouw 59

niet worden beschouwd als bijgebouw, omdat het in bouwkundige opzicht niet ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. Toetsing vindt dan plaats aan de hoogtematen voor het hoofdgebouw, de woning. Carports In de bouwregels is een afzonderlijke regeling opgenomen voor carports. In artikel 1 wordt het begrip carport omschreven. Op elk bouwperceel mag maximaal één carport van maximaal 30 m² worden opgericht, welke achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning moet worden gebouwd. Daarnaast geldt, dat een carport grotendeels moet worden opgericht naast de zijgevel van de woning. De hoogte van een carport mag niet meer dan 3,25 meter bedragen. Erfafscheidingen In de bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde, is een regeling opgenomen voor erfafscheidingen. Erfafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel van de woning mogen niet hoger zijn dan 1 meter; overige erfafscheidingen niet hoger dan 2 meter. Onder omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Beroep/bedrijf aan huis Zoals hierboven aangegeven mogen de woning en de daarbij behorende bijgebouwen tevens worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf. Hierbij geldt, dat maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning of bijgebouwen tot een oppervlakte van maximaal 60 m² mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep/bedrijf.

Het percentage van 30 % wordt berekend over het bestaande totale vloeroppervlak van de woning en de bijgebouwen. 7.4.

Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Dit hoofdstuk bevat artikelen, waarin bepalingen zijn opgenomen die gelden voor het gehele plangebied, te weten de anti-dubbeltelbepaling, algemeen geldende bouw-, gebruiks-, aanduidings-, procedure-, afwijkings- en wijzigingsregels. Anti-dubbeltelbepaling In dit artikel is bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor bouwen hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. De antidubbeltelbepaling wordt conform het Bro overgenomen in het bestemmingsplan. Algemene bouwregels Deze regels bevatten een regeling voor een beperkte overschrijding van bouwgrenzen. Daarnaast is een regeling opgenomen voor de ruimte tussen bouwwerken. Deze bepaling is bedoeld om het ontstaan van smalle ontoegankelijke open ruimten tussen gebouwen op aangrenzende terreinen te voorkomen, omdat deze aanleiding tot hinder door vervuiling kunnen geven. De bepaling kan zowel worden nageleefd door gebouwen tegen elkaar 60

aan te plaatsen, indien het bestemmingsplan dat toestaat, als door een tussenruimte van meer dan een meter breedte te realiseren. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning hiervan afwijken, indien de smalle open ruimte voldoende voor onderhoud bereikbaar is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een opening in de zijgevel van het gebouw. Algemene gebruiksregels Dit artikel bevat de algemene gebruiksregels. Voor wat betreft strijdig gebruik en bevatten algemene parkeerregels. Algemene proceduregels In dit artikel zijn de regels opgenomen die burgemeester en wethouders in acht dienen te nemen bij het nemen van een besluit omtrent een nadere eis overeenkomstig een in het plan opgenomen regel over andere eisen. Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn aanduidingsregels opgenomen. Algemene afwijkingsregels In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het corrigeren van de bestemmingsgrenzen ten behoeve van een praktische uitvoering van het plan. Daarnaast is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om het plan te wijzigen ten aanzien van de wettelijke regels. Overige regels Dit artikel bevat een bepaling over de wettelijke regelingen waar in de planregels naar wordt verwezen. 7.5.

Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel Overgangsrecht In dit artikel is het overgangsrecht ten aanzien van gebruik en bebouwing opgenomen. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar reeds aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet. Gebruik dat strijdig was met het vorige bestemmingsplan blijft strijdig. Er is geen sprake van legalisatie van reeds strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds worden gehandhaafd. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Het overgangsrecht volgt uit het Besluit ruimtelijke ordening, dat verplicht tot het opnemen van een standaard overgangsregel voor bouwwerken (artikel 3.2.1) en gebruik (artikel 3.2.2).

61

Slotregel Hier wordt vermeld onder welke naam de regels van dit bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.

62

HOOFDSTUK 8. UITVOERBAARHEID In dit hoofdstuk wordt een toelichting gegeven op economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 8.1.

Economische uitvoerbaarheid Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening moet een exploitatieplan worden vastgesteld voor gronden waarop een bouwplan is voorzien, tenzij het verhaal van grondexploitatiekosten over de in het bestemmingsplan begrepen gronden anderszins, zoals bijvoorbeeld door middel van een overeenkomst, is verzekerd, of, zoals hier het geval is, er geen kosten in het openbaar gebied worden gemaakt. Nu deze laatste situatie zich voordoet kan gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan worden besloten dat geen exploitatieplan wordt vastgesteld. Het plan wordt op kosten van initiatiefnemer gerealiseerd. Het bestemmingsplan is opgesteld op kosten van de initiatiefnemer. Alleen de kosten voor begeleiding van de planologische procedure komen voor rekening van de gemeente (waarvoor leges bij initiatiefnemer in rekening worden gebracht). Omdat het verhaal van kosten daarmee is verzekerd, is het op- en vaststellen van een exploitatieplan niet vereist en kan als zodanig worden besloten. Met initiatiefnemer is een planschadeverhaalsovereenkomst gesloten.

8.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het plan is onderworpen aan inspraak en heeft ter inzage gelegen voor ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. Tijdens deze periode konden zij schriftelijk een zienswijze indienen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle. Van de gevoerde inspraakprocedure is een eindverslag opgesteld dat als bijlage in deze toelichting is opgenomen. Van het gevoerde overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is een verslag gemaakt dat eveneens in de bijlagen is opgenomen.

63

BIJLAGE 1

Eindverslag inspraakprocedure

BIJLAGE 2

Verslag overleg Besluit ruimtelijke ordening

BIJLAGE 3 Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten

Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten Inleiding Een goede milieuhygiënische kwaliteit in gebieden kan worden gerealiseerd door een juiste afstemming van de situering van bedrijven en milieugevoelige functies (zoals woningen). Om dit te bereiken kunnen globaal bezien twee wegen worden bewandeld: - beïnvloeding door middel van ruimtelijke ordening; - het nemen van maatregelen op het milieuhygiënische vlak. De ruimtelijke ordening fungeert daarbij als het beleidskader en vormt een "grove zeef", waarbij getracht wordt de juiste functie op de juiste plaats te situeren. Bij de ruimtelijke ordening zijn het aanhouden van afstand tussen bron en gevoelig object (zonering) en functietoedeling de belangrijkste middelen. Milieuhygiënische maatregelen zorgen er vervolgens voor dat, zo nodig, voor de inrichting maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van hinder in het omliggende gebied. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een "Staat van bedrijfsactiviteiten", gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, publicatie juni 2007; “het groene boekje”).

Door het koppelen van soorten bedrijven aan richtafstanden met betrekking tot aan te houden afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige objecten biedt de staat een (aanvullend) instrument voor ruimtelijk-ordeningsbeleid bij bestemmingsplannen. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar de eerdergenoemde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG. Staat van bedrijfsactiviteiten De Staat van bedrijfsactiviteiten geeft slechts inzicht in milieu-planologische aspecten per bedrijfstype en een specifieke bedrijfssituatie. Voor de onderscheiden bedrijfstypen, gerangschikt volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-lijst) van het CBS, zijn per bedrijfstype voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf, bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten (de milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties) en een rustige woonwijk. Bij het aanhouden van de richtafstanden tussen de bedrijven/bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige objecten (woningen) kan hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen worden gehouden. Onder bedrijven worden in dit verband ook begrepen landbouw- en recreatiebedrijven en milieubelastende vormen van publieke dienstverlening en openbare instellingen.

Onder milieugevoelige objecten vallen ook ziekenhuizen scholen en terreinen voor verblijfsrecratie. Naast een "algemene staat van bedrijfsactiviteiten" die met name is toegespitst op specifieke bedrijfsterreinen is ook een staat van bedrijfsactiviteiten opgesteld voor gebieden waarbij sprake is van een functiemenging. Daarbij wordt gedacht aan : - stadscentra,dorpskernen en winkelcentra; - horecaconcentratiegebieden; - zones met functiemenging langs stedelijke toegangswegen;

- (delen van) woongebieden met kleinschalige c.q. ambachtelijke bedrijvigheid. Het kan daarbij gaan om bestaande gebieden met functiemenging en om gebieden waar bewust functiemenging wordt nagestreefd, bijvoorbeeld een grotere levendigheid tot stand te brengen. Het toepassen van een specifieke staat van bedrijfactiviteiten wordt daarbij wenselijk geacht omdat de activiteiten in dergelijke functiemenggebieden qua schaal sterk kunnen verschillen van de activiteiten op specifieke bedrijventerreinen. Categorie-indeling functiemenging In de bijgaande lijst voor functiemenging is gekozen voor een indeling in drie categorieën: Categorie A Activiteiten die zodanig weinig milieubelastend voor hun omgeving zijn dat deze aanpandig aan woningen kunnen worden uitgevoerd. De eisen uit het bouwbesluit voor scheiding tussen wonen en bedrijven zijn daarbij toereikend. Categorie B Activiteiten die in een gemengd gebied kunnen worden uitgeoefend, echter met een zodanige milieubelastingvoor hun omgeving dat zij bouwkundig afgescheiden van woningen en ander gevoelige functies dienen plaats te vinden. Categorie C De activiteiten genoemd onder categorie B, waarbij vanwege de relatief grote verkeeraantrekkende werking een ontsluiting op de hoofdinfrastructuur is aangewezen.

Randvoorwaarden Voor de toelaatbaarheid van de activiteiten gelden de volgende randvoorwaarden: 1. het gaat om kleinschalige, meest ambachtelijke bedrijvigheid; 2. productie en/of laad- en loswerkzamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; 3. de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; 4. activiteiten uit categorie C beschikken daarnaast over een goede aansluiting op de infrastructuur. Uitwerking staat van bedrijfsactiviteiten Naast de boevengenoemde randvoorwaarden zijn bij de selectie van de bijgaande lijst de volgende criteria gehanteerd: - voor categorie A gaat het om activiteiten in milieucategorie 1; - voor categorie B gaat het om activiteiten: o in categorie 1 voor het aspect gevaar; o in maximaal categorie 2 voor de aspecten stof en geur; o in maximaal categorie 3.1 voor het aspect geluid; o met een in deze voor verkeer van maximaal 1g (goederen) en 2p (personen); - voor categorie C gaat het om activiteiten zoals bij categorie B, echter met een index voor verkeer van maximaal 2g (goederen) en 3p (personen); - vuurwerkbesluit is van toepassing.

BIJLAGE 4 Landschappelijk inpassingsplan

1. Aan te planten knip- en scheerheg perceelsgrens (min. 40 m¹) m¹ st / m¹ plantmateriaal 80-100: 40 3 Beuk, Haagbeuk, Liguster, Veldesdoorn, Sleedoorn, Hulst of vergelijkbaar inheems

aantal 120

2. Aan te planten landschapsbomen perceelsgrens (min. 2 st.) stuks plantafstand a-select 2 plantmateriaal 10-12: Beuk, Haagbeuk, Esdoorn, Walnoot, Wilg, Els, Berk, Populier, Hoogstam fruit of vergelijkbaar inheems 3. Aan te planten houtsingel perceelsgrens (30 x 5 m = 150 m²) m² st / m² aantal plantafstand 1,5 m driehoeksverband plantmateriaal 80-100: 150 0,45 68 Bomen: Beuk, Haagbeuk, Esdoorn, Walnoot, Wilg, Els, Berk, Populier, Linde of vergelijkbaar inheems (min. 25% en min. 2 soorten) Struiken: Hazelaar, Gelderse roos, Krent, Veldesdoorn, Vlier, Sleedoorn, Lijsterbes of vergelijkbaar inheems (min. 50% en min. 3 soorten)

3.

2.

1.

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN KOESTRAAT ONG. RIEL Datum: Schaal: Project:

24-03-2020 / 25-06-2020 gewijzigd 1 : 1000 17307-006

2.

BIJLAGE 5 Toetsingsformulieren ruimte-voor-ruimte

TOETSINGSFORMULIER RUIMTE VOOR RUIMTE

Corsa-nr Behandelend ambtenaar (Ruimte) Aanvrager Belanghebbende (NAW-gegevens)

VOORTOETS / C…. Verschel&VanDun Wilderstraat 3 4861PS Chaam

Relatienummer Aantal kavels RvR-locatie

1,378 -

SLOOPLOCATIE 1 Adres Eigenaar Diersoort Gebied beperkingen veehouderij Verklaring gemeente: slooplocatie geschikt ikv RvR 3 jaar onafgebroken in bedrijf (voorafgaand aan bedrijfsbeëindiging) Aantal gesloopte m2 gebouwen Sloopmelding Verklaring sloop door gemeente Wijziging bestemming (Veehouderij uitgesloten) Verklaring dat niet eerder sloopsubsidie is ontvangen (geen deelname RBV) Eigenaar fosfaatrechten Doorgehaalde fosfaatrechten (1 VE = 7,4 Kg; 1 PE = 0,5 Kg) Controle sloop PNB

AKKOORD:

Wilderstraat 3 Chaam Idem als belanghebbende?: Ja Varkens Nee (zie kaartbank.nl) Ja Ja 1378 m2 Ja Ja Ja Ja idem als belanghebbende?: Ja Ja. 652 VE’s doorgehaald = 1,378 titel -

Ja

Datum: 20 mei 2020

OPMERKINGEN:

Dit toetsingsformulier geeft aan dat de slooplocaties voldoen aan de voorwaarden voor verkrijging van een Ruimte voor Ruimte Bouwtitel. Het bouwrecht voor

bovengenoemde RvR-locatie wordt verkregen na planologische goedkeuring door Provincie en Gemeente

TOETSINGSFORMULIER RUIMTE VOOR RUIMTE

Corsa-nr Behandelend ambtenaar (Ruimte) Aanvrager Belanghebbende (NAW-gegevens)

VOORTOETS / C…. Verschel & Van Dun bv Ir. Van Meelweg 2-3 5512 NN Vessem (Eersel)

Relatienummer

-

Aantal kavels RvR-locatie

1,239 (op basis van doorgehaalde fosfaatrechten) 1,0: titel: 0,239 titel: Koestraat 1-01 5133 NC Riel

SLOOPLOCATIE 1 Adres

Eigenaar Diersoort Gebied beperkingen veehouderij Verklaring gemeente: slooplocatie geschikt ikv RvR 3 jaar onafgebroken in bedrijf (voorafgaand aan bedrijfsbeëindiging) Aantal gesloopte m2 gebouwen Sloopmelding Verklaring sloop door gemeente Wijziging bestemming (Veehouderij uitgesloten) Verklaring dat niet eerder sloopsubsidie is ontvangen (geen deelname RBV) Eigenaar fosfaatrechten Doorgehaalde fosfaatrechten (1 VE = 7,4 Kg; 1 PE = 0,5 Kg) Controle sloop PNB

AKKOORD: Ja Datum: 10 september 2020

OPMERKINGEN:

Ir. Van Meelweg 2-3 5512 NN Vessem (Eersel) Idem als belanghebbende?: ja Varkens Ja (zie kaartbank.nl) Ja, (zijnde geen RvR-ontwikkeling op locatie: titel wordt elders ingezet) Ja 1.273,1 m (1,2731 Bouwtitel) Ja Nee Ja Ja idem als belanghebbende? : Ja 586 VE’s = 4336,4 kg = 1,239 titel -

Dit toetsingsformulier geeft aan dat de slooplocaties voldoen aan de voorwaarden voor verkrijging van een Ruimte voor Ruimte Bouwtitel. Het bouwrecht voor bovengenoemde RvR-locatie wordt verkregen na planologische goedkeuring door Provincie en Gemeente

Toetsingsformulier Ruimte voor Ruimte Hoefkens 3, Zeeland

BIJLAGE 6 Archeologisch onderzoek

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 20017 Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, oppervlaktekartering en verkennend booronderzoek

Concept versie 09-04-2020

(Zonder opmerkingen zal deze versie na 3 maanden als definitief rapport worden opgeleverd)

Richard Exaltus Joep Orbons

April 2020

ArcheoPro

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 2

ArcheoPro Archeologisch rapport Nr 20017 Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek, oppervlaktekartering en verkennend booronderzoek

Colofon Opdrachtgever Projectcode Bestandsnaam Versie Status Archis melding (OM nummer) Bevoegd gezag Opslagplaats documentatie ISSN Auteur Projectleider Projectmedewerkers Onderaannemers Autorisatie

Van Dun Advies, Postel 8, 5711 ET Someren 20-022 ArcheoPro Rapport Koestraat ong., Riel 2020 04 09 09-04-2020 Concept 4778104100 Gemeente Goirle Provincie Noord-Brabant 1569-7363 Richard Exaltus, Joep Orbons Richard Exaltus Richard Exaltus, Joep Orbons Niet van toepassing Drs R.P. Exaltus; senior-archeoloog

Uitgegeven door ArcheoPro © Copyright 2019 ArcheoPro, Eijsden ArcheoPro Sint Jozefstraat 45 NL 6245 LL Eijsden Nederland

Versie: 09-04-2020

Tel : 0(0 31) 43 3672586 www.archeopro.nl

Kamer van Koophandel Limburg: 14117581 e-mail: info@archeopro.nl

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 3

Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................................................ 5 1.1 Algemeen........................................................................................................................................................................ 5 1.2 Locatiegegevens (LS02)....................................................................................................................................... 5 1.3 Aard van de ingreep (LS01) ................................................................................................................................ 5 1.4 Onderzoek (LS01) ............................................................................................................................................. 6 1.5 Doel- en vraagstelling ............................................................................................................................................... 6 2 Bureauonderzoek ........................................................................................................................................................ 11 2.1 Methode en bronnen ..............................................................................................................................................

11 2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem (LS04) ...................................................................................... 13 2.3 Archeologie (LS01/LS04) .............................................................................................................................. 20 2.4 Historie (LS03) .................................................................................................................................................... 24 2.5 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (LS05)................................................................. 31 2.6 Onderzoeksstrategie (LS05) ........................................................................................................................... 32 3 Veldonderzoek.............................................................................................................................................................. 33 3.1 Verrichte werkzaamheden (VS03) ................................................................................................................ 33 3.2 Resultaten oppervlaktekartering (VS03) .................................................................................................. 34 3.3 Resultaten booronderzoek (VS03)...............................................................................................................

34 4 Conclusies en aanbevelingen

(VS07) .............................................................................................................. 37

Bijlage 1: Verklarende woordenlijst ........................................................................................................................ 38 Bijlage 2: Archeologische tijdschaal ........................................................................................................................ 38 Bijlage 3: Literatuurlijst ................................................................................................................................................ 39 Bijlage 4: Overzicht vondstlocaties .......................................................................................................................... 41 Bijlage 5: Overzicht archeologische monumenten ............................................................................................ 42 Bijlage 6: Overzicht archeologische onderzoeksmeldingen .......................................................................... 42 Bijlage 7: Boorbeschrijving ......................................................................................................................................... 45

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 4

Samenvatting Op 3 maart 2020 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Koestraat te Riel in de gemeente Goirle. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van een woning in het kader van de regeling ruimte-voor-ruimte. Het plangebied ligt in een zone die volgens de bestemmingsplankaart een dubbelbestemming heeft voor archeologie. In deze zone is voorafgaande aan bodemingrepen een archeologisch onderzoek vereist waaruit blijkt in hoeverre de voorgenomen graafwerkzaamheden bezwaarlijk kunnen zijn voor eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Volgens het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel geldt voor het plangebied in verband met de relatief grote afstand tot open water en de ligging op een plateau in plaats van in een gradiëntzone, hooguit een middelhoge verwachting voor resten uit het laatpaleolithicum en het mesolithicum. Voor resten daterend uit het neolithicum, de bronstijd, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen geldt in verband met de ligging op een relatief laag deel van het dekzandlandschap op korte afstand ten noorden van aanmerkelijk hoger gelegen delen hiervan, eveneens eerder een middelhoge- dan een hoge archeologische verwachting.

Voor resten uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd geldt eveneens een middelhoge verwachting omdat het plangebied weliswaar altijd een akker lijkt te hebben gevormd maar wel aan een historische weg en tussen historische bebouwing lag. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen zijn binnen het plangebied zes boringen gezet en is tevens een vlakdekkende oppervlaktekartering uitgevoerd. Uit de resultaten van het met een zandguts verrichte onderzoek blijkt dat de bodem binnen het plangebied van nature slecht ontwaterd is. Hierdoor is al binnen een halve meter onder het maaiveld een C-horizont van grijs, ongeoxideerd zand aanwezig. Hierboven ligt een door grondbewerking ontstane menglaag met daarboven een bouwvoor van dertig tot veertig centimeter dikte. Dit betekent dat binnen het plangebied niet de verwachte enkeerdgronden aanwezig zijn. Tevens blijkt hieruit dat de moderne bodembewerking tot in de C-horizont reikt en een oppervlaktekartering derhalve een doeltreffende methode is om archeologische indicatoren op te sporen binnen het plangebied. Ondanks de goede vondstzichtbaarheid en de uitvoering van een dergelijke vlakdekkende oppervlaktekartering, zijn echter volstrekt geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen binnen het plangebied.

Waarschijnlijk was het plangebied gedurende de prehistorie ten gevolge van de relatief slechte ontwatering, onaantrekkelijk als vestigingslocatie en is het plangebied gedurende de middeleeuwen en de nieuwe tijd slechts in gebruik geweest als akker. De resultaten van het onderzoek geven derhalve geen aanleiding om archeologisch vervolgonderzoek te adviseren. Evenmin zijn tijdens het onderzoek archeologische resten aangetroffen waarmee tijdens de verdere planvorming of bij de uitvoering van de geplande werkzaamheden rekening zou moeten worden gehouden.

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 5

1. Inleiding

1.1 Algemeen Opdrachtgever Contactpersoon opdrachtgever Datum uitvoeringveldwerk Archis onderzoeksmelding Bevoegd gezag: Bewaarplaats vondsten: Bewaarplaats documentatie

1.2 Locatiegegevens Provincie Gemeente Plaats Toponiem Globale ligging Hoekcoördinaten plangebied

Oppervlakte plangebied Eigendom Grondgebruik Hoogteligging Bepaling locaties

1.3 Aard van de ingreep Aard ingreep

Versie: 09-04-2020

Van Dun Advies, Postel 8, 5711 ET Someren Frans van den Borne 3 maart 2020 4778104100 Gemeente Goirle Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant (LS02)

Noord-Brabant Goirle Riel Koestraat ong., Riel Een halve kilometer ten zuiden van Riel; ten oosten van de Koestraat 128930 / 391922 128930 / 391978 128985 / 391978 128985 / 391922 0.25 Hectare Particulier Akker Ca. 17,33 meter +NAP GPS Garmin, meetlinten (LS01)

De bouw van een woning in het kader van de regeling ruimte-voor-ruimte.

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

1.4 Onderzoek

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 6

(LS01)

Op 3 maart 2020 is door ArcheoPro een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) uitgevoerd op een terrein aan de Koestraat te Riel in de gemeente Goirle. De aanleiding tot het onderzoek vormt de voorgenomen bouw van een woning in het kader van de regeling ruimte-voor-ruimte. Het plangebied ligt in een zone die volgens de bestemmingsplankaart een dubbelbestemming heeft voor archeologie. In deze zone is voorafgaande aan bodemingrepen een archeologisch onderzoek vereist waaruit blijkt in hoeverre de voorgenomen graafwerkzaamheden bezwaarlijk kunnen zijn voor eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied. Het archeologisch onderzoek betrof een Inventariserend Veldonderzoek Overig (IVO-O) met bureaustudie.

1.5 Doel- en vraagstelling Bureauonderzoek heeft tot doel om op basis van beschikbare informatie te komen tot een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel op basis waarvan de volgende vragen beantwoord kunnen worden: -Kunnen binnen het plangebied (nog) archeologische resten verwacht worden? -Zo ja, in welke zones en op welke diepten is dit het geval? -Wat zijn de verwachte prospectieve kenmerken van dergelijke archeologische resten? -Welke vorm van veldonderzoek is geschikt om de verwachte resten op te sporen? Inventariserend Veldonderzoek heeft vervolgens tot doel om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen door middel van veldwaarnemingen. Aan de hand van de resultaten hiervan kan worden vastgesteld of binnen het plangebied daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of deze vervolgonderzoek en/of planaanpassing vereisen. ArcheoPro voert haar onderzoeken uit conform de hiervoor vastgelegde normen en richtlijnen (KNA 4.0 en SIKB BRL 4000) en is in het bezit van de daarvoor vereiste BRL 4000 certificaten 4002 en 4003. Het onderzoek is uitgevoerd door drs. R.P. Exaltus (senior KNA-archeoloog), drs. ing. P.J. Orbons (senior KNA-archeoloog/senior vakspecialist) en H. Rik (veldtechnicus).

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 7

Figuur 1: De ligging van het plangebied (rood omlijnd) met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 1

1 Bron: Kadaster Topografische Dienst, Top25Raster, Top10Vector, GBKN kaarten, Emmen 2008.

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 8

Figuur 2: Plankaart voor plangebied. De exacte bouwplannen waren op het moment van het onderzoek nog niet bekend. 2

2 Bron: Van Dun Advies

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 9

Figuur 3: Het plangebied op de bestemmingsplankaart 3

3 Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 10

Figuur 4: Het plangebied op de kadasterkaart 4

4 Bron: www.kadaster.nl

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 11

2 Bureauonderzoek

2.1 Methode en bronnen Onderzoeksgebied bureauonderzoek: Cirkel met een straal van één kilometer rond het centrum van het plangebied Tijdens het bureauonderzoek wordt door de bestudering van beschikbare bronnen, kennis vergaard omtrent de bodem en geologie van het onderzoeksgebied en de hierin bekende en te verwachten archeologische waarden. Aan de hand van de resultaten van het bureauonderzoek kan de beste aanpak voor het veldonderzoek worden bepaald. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd (voor bronvermelding; zie ook literatuurlijst, dit geldt ook voor de kaarten die in de tekst opgenomen zijn): • • • • • • • • • • • • • • •

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Archeologische MonumentenKaart (AMK) ARCHeologisch Informatie Systeem (ARCHIS) Atlas van topografische kaarten Nederland 1955-1965, 1:50.000 Bodemkaart 1:50.000 Gemeente Goirle, Archeologische beleidskaart Historische topografische atlas van Noord-Brabant 1836-1843, 1:25.000 Geomorfologische kaart 1:50.000 Geologische kaart 1:50.000 Grote historische atlas van Nederland 1:50.000 1838-1857 (Deel Zuid) Grote historische topografische atlas van Nederland, provincie Noord-Brabant 1:25.000 1894-1926 Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Kadastrale minuutplan met aanwijzende tafels, 1830 Overig historisch kaartmateriaal (indien gebruikt) Provincie Noord-Brabant, Cultuurhistorische waardekaart

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 12

Figuur 5: Luchtfoto (2018) met daarop rood omlijnd het plangebied 5

5 Bron: http://www.pdok.nl

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

2.2 Geo(morfo)logie, aardkunde en bodem

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 13

(LS04)

Tijdens een groot deel van de laatste ijstijd (het Weichselien), heerste in Nederland een poolklimaat. Door het ontbreken van begroeiing had de wind vrij spel en kon vanuit het Noordzeebekken dekzand worden afgezet. Dit dekzand behoort tot het Laagpakket van Wierden (Formatie van Boxtel). Volgens de geologische overzichtskaart van Nederland liggen in het plangebied oude rivierafzettingen in de ondergrond. Deze rivierafzettingen bestaan hoofdzakelijk uit matig grof tot uiterst grof grindhoudend zand en grind dat is aangevoerd door de Rijn met de Maas als zijrivier. Deze afzettingen worden tot de Formatie van Sterksel gerekend. Een groot deel hiervan is door een verwilderd riviersysteem afgezet in het laatste deel van het VroegPleistoceen (circa 1,1 miljoen jaar geleden) tot en met het Midden-Pleistoceen (circa 475.000 jaar geleden). Tijdens het Pleniglaciaal (circa 75.000 - 15.700 jaar geleden) was de ondergrond permanent bevroren en moest het regen- en sneeuwsmeltwater over het oppervlak afstromen. Hierdoor zijn fluvioperiglaciale afzettingen gevormd en reeds bestaande dalen verder uitgesleten. Deze afzettingen bestaan uit fijn en grof zand, soms met grind, leemlagen en plantenresten, en worden tot de Formatie van Boxtel gerekend.

In de koudste en droogste periode van het Weichseliën (het Laat-Pleniglaciaal en het LaatGlaciaal (26.000 - 11.755 jaar geleden) kon op grote schaal verstuiving optreden doordat de vegetatie nagenoeg verdwenen was. Hierdoor raakte de formatie van Sterksel bedekt met dekzand. Dit zand is kalkloos en fijnkorrelig, goed afgerond en arm aan grind. De afzettingen maken deel uit van het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. Volgens de Geomorfologische kaart van Nederland ligt het plangebied op een gebied met terrasafzettingswelvingen (figuur 8, code 3L41d) met op enige afstand ten zuiden van het plangebied vrij vlakke dekzandruggen (figuur 8, code 3B53yc). Naar het oosten toe gaat het gebied met terrasafzettingswelvingen waarop het plangebied ligt, over in een glooiing van beekdalzijde (figuur 8, code 4H42). Deze vormt de westelijke dalrand van het dal van de Lei die langs de oostgrens van het onderzoeksgebied stroomt. Dit dal vormt een beekdalbodem die bedekt is met veen (figuur 8, code 22R42v). Op de uitsnede van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, figuur 9) is met name dit dal goed herkenbaar. Ook is hierop goed te zien dat het dekzandlandschap ten zuiden van het plangebied aanmerkelijk hoger ligt dan het plangebied en dat het plangebied tussen dit hogere deel van het dekzandlandschap en een laag gelegen zone ten noorden hiervan, in ligt.

De bodemkaart van Nederland toont binnen het plangebied de aanwezigheid van hoge zwarte enkeerdgronden die zijn gevormd in leemarm fijn zand (figuur 10, code zEZ23). Deze onderscheiden zich van bruine enkeerdgronden door hun donkere kleur, lager lutumgehalte en een hoger humusgehalte. Onder de enkeerdgronden zijn veelal resten van podzolgronden aanwezig. Deze podzolgronden worden gekenmerkt door een 20 à 35 cm dikke bouwvoor (Ap-horizont) waaronder soms nog een uitspoelingshorizont (E-horizont) kan worden aangetroffen die gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van loodkleurig zand. Hieronder ligt een ijzer- en/of humusinspoelingslaag (B-horizont) met daaronder het schone gele zand van de C-horizont. De overgang van de B- naar de C-horizont verloopt veelal geleidelijk. De grondwatertrap VI, betekent dat het met name in de zomer, goed ontwaterde bodems betreft.

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 14

Figuur 6: Geologische kaart 6

6 Bron: Stichting voor Bodemkartering, Geologische kaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 1968

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 15

Figuur 7: Uitsnede uit de paleogeografische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 7

7 Bron: P Vernieuwd digitaal basistand basisbestand paleogeografie van de Rijn-Maas Delta. K.M. Cohen, E. Stourhamer. 2012

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 16

Figuur 8: Uitsnede uit de geomorfologische kaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 8 8 Bron: Universiteit Wageningen, Geomorfologische kaart van Nederland, Wageningen, 2017

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 17

Figuur 9: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 9

9 Bron: Rijkswaterstaat, Servicedesk Data, AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), Delft

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 18

Figuur 10: Uitsnede uit de bodemkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft. Voor uitleg van de codes, zie hoofdstuk 2.2 10

10 Bron: Universiteit Wageningen,

Versie: 09-04-2020

Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 19

Figuur 11: Uitsnede uit de grondwatertrappenkaart met daarin rood omlijnd het plangebied met daaromheen de cirkel die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 11

11 Bron: Universiteit Wageningen,

Versie: 09-04-2020

Bodemkaart van Nederland 1:50.000. Wageningen, 2017

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

2.3 Archeologie

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 20

(LS01/LS04)

Voor dekzandgebieden in hun algemeenheid geldt dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aangetroffen die dateren vanaf het laat-paleolithicum. Vuursteenvindplaatsen van Voor dekzandgebieden in hun algemeenheid geldt dat hierbinnen bewoningssporen kunnen worden aangetroffen die dateren vanaf het laat-paleolithicum. Vuursteenvindplaatsen van jager-verzamelaars uit het laat-paleolithicum en het mesolithicum liggen veelal op relatief hoog gelegen delen van het dekzandlandschap in de nabijheid van water. Later, in het neolithicum wanneer een sedentair bestaan in de plaats komt van een nomadische levenswijze, verkiest men vooral de hoogste delen van het dekzandlandschap. Deze nederzettingskeuze blijft tot in de vroege middeleeuwen bestaan. In de late middeleeuwen en de nieuwe tijd zijn de nederzettingen met name gesticht langs doorgangswegen, op kruispunten van wegen en aan de overgangen van rivieren. De volgens het Archeologisch informatiesysteem Archis, in de wijde omgeving van het plangebied gelegen vindplaatsen zijn opgesomd in bijlage 4. Hierin is te zien dat deze vindplaatsen uit het mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd dateren. Hieronder worden de vijf vindplaatsen die volgens Archis binnen het onderzoeksgebied liggen, nader besproken.

Zaaknummer 2332592100 ligt negenhonderd meter ten noordoosten van het plangebied en betreft bewoningssporen uit de late middeleeuwen die zijn aangetroffen tijdens een hier in 2011 door Archol verricht proefsleuvenonderzoek. Zaaknummer 3131713100 ligt zeshonderd meter ten noorden van het plangebied en betreft de vondst van urnen uit de ijzertijd bij Riel. Het betreft een oude vondst die grotendeels op basis van oude krantenknipsels is gereconstrueerd. Honderd meter oostelijker is door Sweco in 2009 proefsleuvenonderzoek verricht. Hierbij zijn sporen waargenomen direct onder de bouwvoor. Het betreft resten van een nederzetting uit de Vroege- tot Midden-IJzertijd (zaaknummer 2243695100). Daarnaast is er een vrijwel complete pot aangetroffen waarvan vermoed wordt dat deze uit een graf afkomstig is. Hiermee is waarschijnlijk het grafveld ontdekt waaruit de onder zaaknummer 3131713100 vermelde urnen afkomstig zijn. Zaaknummer 2910162100 ligt een halve kilometer ten zuidoosten van het plangebied en betreft de vermelding van een rond 1960 afgegraven grafheuvel. Negenhonderd meter ten zuidoosten van het plangebied tenslotte, ligt zaaknummer 3064478100. Hier is tijdens een oppervlaktekartering een klingvormige afslag met een geprepareerd slagvlak aangetroffen die dateert uit de periode mesolithicumneolithicum.

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 21

Figuur 12: Kaart met Archis vondstlocaties met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 12 12 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem), http://archis.cultureelerfgoed.nl

Versie: 09-04-2020

www.ArcheoPro.nl

Archeologisch onderzoek Koestraat ong., Riel Gemeente Goirle

ArcheoPro Rapport, 20017, Pagina 22

Figuur 13: Kaart met Archisonderzoeksmeldingen met daarop een cirkel met een straal van één kilometer rond het plangebied die de buitengrens van het onderzoeksgebied aangeeft 13 13 Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, ARCHIS III (Archeologisch Informatie Systeem),

Versie: 09-04-2020

http://archis.cultureelerfgoed.nl

www.ArcheoPro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1159/documents/19260