09 06 Bijlage 5 nota van zienswijzen.pdf
Tekst van het document
Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan "Koestraat ong. (2 RvR woningen)"
Behoort bij het besluit van de raad van de gemeente Goirle van 16 april 2024 Mij bekend,
De griffier
Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle
INHOUD 1 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
INLEIDING Aanleiding Lijst zienswijzen Ontvankelijkheid Inhoud van de zienswijzen
3 3 3 4 4
2.
SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZEN
5
2.1.
Provincie Noord Brabant
5
2
1. INLEIDING. 1.1. Aanleiding. Voor u ligt de zienswijzennota van het ontwerpbestemmingsplan "Koestraat ong. (2 RvR woningen)". Dit ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken, van 6 juli 2023 tot en met 16 augustus 2023, voor eenieder ter visie gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder een zienswijze naar voren brengen bij de gemeenteraad. Bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan heeft plaatsgevonden in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang" en in het "Gemeenteblad" van woensdag 5 juli 2023. Deze zienswijzennota geeft een overzicht van de inhoud van de zienswijzen en de beoordeling daarvan.
1.2. Lijst zienswijzen. In de onderstaande tabel staan de zienswijzen die bij de gemeenteraad naar voren zijn gebracht. Van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen is éénmaal schriftelijk gebruik gemaakt. Er zijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. Anonimiseringsverplichting. In deze nota zijn de NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) van de indieners van de zienswijzen vervangen door een nummer. Dit weglaten van de NAW-gegevens, de "anonimiseringsverplichting", vloeit voort uit de Wet bescherming persoonsgegevens1. Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen komen. Op rechtspersonen is dit niet van toepassing. Alleen bij de "papieren" versie van deze zienswijzennota zijn de NAW-gegevens van de indieners, niet geanonimiseerd (dit door een kopie van de zienswijzen als bijlage bij de zienswijzennota te voegen). 1. S
Provincie Noord- Brabant
Bij brief 10 augustus 2023
m=mondelinge zienswijze s =schriftelijke zienswijze
1.3.
Ontvankelijkheid.
Vóórdat tot een inhoudelijke beoordeling van een zienswijze kan worden overgegaan, moet worden beoordeeld of deze tijdig, dat wil zeggen binnen de daarvoor geldende termijn, bij de gemeenteraad naar voren is gebracht. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn door eenieder zienswijzen naar voren worden gebracht bij de gemeenteraad. Op grond van artikel 3:16 Awb zijn op schriftelijk naar voren gebrachte zienswijze de artikelen 6:9, 6:10 en 6:15 van overeenkomstige toepassing. 1
De Wet bescherming persoonsgegevens is van kracht bij de elektronische beschikbaarstelling van bestemmingsplannen op internet. Omdat er bij bestemmingsplannen geen wettelijke verplichting is om persoonsgegevens elektronisch beschikbaar te stellen, mogen de gegevens niet op internet gepubliceerd worden.
3
Het ontwerpbestemmingsplan "Koestraat ong. (2 RvR woningen)" is met ingang van 6 juli 2023 voor de duur van zes weken (42 dagen) ter inzage gelegd. Dat betekent dat de termijn eindigt op 16 augustus 2023 na het verstrijken van het tijdstip 23.59 uur. Op dit moment zijn immers 42 dagen (van 24 uur) verstreken. De zienswijze is binnen de daarvoor in artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening genoemde termijn naar voren gebracht en kan derhalve inhoudelijk worden beoordeeld.
1.4.
Inhoud van de zienswijzen.
In hoofdstuk 2 zijn de schriftelijke zienswijzen samengevat. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de zienswijzen, die niet expliciet worden genoemd niet bij de beoordeling zouden worden betrokken. Elke zienswijze wordt in zijn geheel beoordeeld. Na de samenvatting van de zienswijze volgt de beoordeling en de conclusie. Daar waar hierna wordt gesproken over het ontwerpbestemmingsplan is daarmee bedoeld het ontwerpbestemmingsplan "Koestraat (2 RvR woningen) ", zoals dat ter visie heeft gelegen. Diegenen die een zienswijze naar voren hebben gebracht worden in deze nota aangeduid als indiener(s). Het nummer verwijst naar het nummer in de tabel op pagina 5. Voordat wij inhoudelijk tot de beoordeling van de zienswijzen overgaan hechten wij eraan om in het algemeen op te merken dat een grondbeginsel voor overheidsoptreden is dat besluiten worden genomen zonder aanzien des persoons. Voor bestuursorganen brengt dit mee dat zij zich steeds objectief behoren op te stellen. Zij moeten hun oordelen baseren op deskundigheid en oordelen op beleid, maar mogen niet de ene burger zonder grond bevoordelen boven de ander. Dit beginsel is ook vastgelegd in artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht.2, namelijk in artikel 2:4 (Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid). Dit beginsel werkt twee kanten uit.
Allereerst dient het bestuursorgaan rekening te houden met het algemeen belang. Dit houdt in dat, wanneer sprake is van een discretionaire bevoegdheid en dus een belangenafweging moet plaatsvinden, alle belangen, en bij onderhavig bestemmingsplan zijn dat de belangen van de omwonenden, moeten worden meegenomen. Deze belangen hebben eenzelfde waarde als die van de aanvrager van de bestemmingsplanwijziging. Ten tweede werkt het beginsel ook voor aanvrager. Diens aanvraag moet zoals andere aanvragen worden behandeld en objectief worden beoordeeld. Het kader waaraan getoetst moet worden is voor iedereen gelijk.
2
Artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht luidt: Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid.
4
2. SCHRIFTELIJKE ZIENSWIJZEN. 2.1.
Provincie Noord- Brabant nummer 1
Samenvatting zienswijze. a) Er is geconstateerd dat het plan nog maar één bewijsstuk bevat waarmee de aanvaardbaarheid van de Ruimte voor Ruimte woningen wordt onderbouwd; b) De bijgevoegde stedenbouwkundige onderbouwing geeft onvoldoende aan waar de gemeente kansen ziet voor de toevoeging van woningen, waar niet en waar de gemeente kansen ziet om tot versterking te komen van de aanwezige landschappelijke structuren en kwaliteiten van de betreffende bebouwingsconcentratie; c) Graag aandacht om bij de eerstvolgende tweejaarlijkse actualisatie van de Omgevingsvisie Goirle rekening te houden met ontwikkelingsrichting van de gebieden; d) In het landschappelijk inpassingsplan zijn een tweetal bijgebouwen buiten het bouwvlak gesitueerd. Onduidelijk is of deze gebouwen bij het bestemmingsplan horen. Beoordeling Ad a) Het andere vereiste bewijsstuk is ondertussen aangeleverd en zal bij het vast te stellen bestemmingsplan als bijlage bijgevoegd worden. Conclusie Beide bewijsstukken zullen als bijlagen opgenomen worden in het vast te stellen plan. Beoordeling Ad b) Er wordt een aangepaste stedenbouwkundige onderbouwing opgesteld waarin de geplaatste opmerkingen worden verduidelijkt en aangevuld. De aangepaste stedenbouwkundige onderbouwing zal eveneens worden toegevoegd aan het vast te stellen plan.
Conclusie De aangepaste stedenbouwkundige onderbouwing wordt toegevoegd aan het vast te stellen plan. Beoordeling Ad c) Bij de actualisatie van de Omgevingsvisie Goirle zal zeker aandacht zijn voor de ontwikkelingsrichting van het betreffende gebied. Conclusie In de actualisatieronde van de Omgevingsvisie wordt hier aandacht aan besteed. Beoordeling Ad d) De betreffende twee bijgebouwen behoren niet tot het plangebied van het bestemmingsplan. Betreffende bijgebouwen zijn in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen om beter inzicht te krijgen op welke wijze de zichtlijnen behouden kunnen blijven bij de ontwikkeling van de 2 Ruimte voor Ruimte woningen. Het achter gelegen perceel met de twee bijgebouwen zijn in eigendom van een andere partij en wordt hobbymatig gebruikt. De bestemming van dat perceel wijzigt niet en blijft “Agrarisch”. 5
Conclusie Nu de twee bijgebouwen niet behoren tot het plangebied van het bestemminsplan, is een aanpassing van het plan (verbeelding en/of planregels) niet noodzakelijk.
6