08 Startnotitie Programma Groen 09-02-2021.pdf
Tekst van het document
9 februari 2021
Startnotitie Programma Groen
Door uw raad vastgesteld d.d. ….
1
INHOUD 1. Wat is de aanleiding? 2. Wat willen we bereiken? 3. Kansen, bedreigingen en afbakening 4. Uitgangspunten 5. Plan van aanpak 6. Hoe nu verder
3 4 5 6 12 13
2
1. Wat is de aanleiding? ‘Goed toeven’ is een van de waarden die in de omgevingsvisie van Goirle benoemd is. Een groene omgeving draagt bij aan de kwaliteit van leven. We zetten in op een sterke groenstructuur in de wijk. En Goirle is trots op het groene karakter, dat blijkt uit het bestuursakkoord, het groenstructuurplan en de concept-omgevingsvisie. Op het gebied van groenbeheer is er de laatste jaren veel veranderd, wat invloed heeft op ons groen. Klimaatveranderingen hebben invloed op de gezondheid van het groen. Door droogte gaat er meer groen dood. Plagen van bijvoorbeeld de processierups, Kastanje mineermot, de Japanse duizendknoop en ander exoten vragen om een andere aanpak in groenbeheer en bestrijding. Daarnaast is Biodiversiteitsherstel een thema dat nu meer dan ooit aandacht moet krijgen in ons groen. De sterke afname van soortenrijkdom aan planten en dieren wereldwijd, heeft al in 1992 geleid tot een internationaal verdrag in Rio de Janeiro. In 2019 is het Deltaplan Biodiversiteitsherstel opgesteld, dat landelijk richting geeft en waar wij in Goirle lokaal uitvoering aan willen geven. In 2014 is het Groenstructuurplan voor Goirle en Riel vastgesteld. Daarin staan de groenstructuren beschreven die onze dorpen zo waardevol maken en er zijn maatregelen benoemd om het te versterken. Voor de nieuwe ontwikkellocaties is echter nog niets opgenomen.
De nota Kapbeleid, dat uitvoering geeft aan het groenbeleid, is ook in 2014 aangepast. De Nota kapbeleid is in 2019 geëvalueerd en daar zijn verbeterpunten uit gekomen. Afgelopen jaren hebben we ook gesproken met inwoners, met Stichting Biodiversiteit en met hoveniers hoe zij tegen het groen in Goirle aan kijken. De genoemde veranderingen van afgelopen jaren zijn aanleiding om het groenbeleid te herijken én een programma te maken waarin we keuzes maken over de uitvoering. In het kader van de omgevingsvisie streven we naar integraal beleid, waarbij verschillende aspecten van de fysieke ruimte in elkaar passen. Omdat we als gemeente een eigen verantwoordelijkheid hebben in het onderhoud van openbaar groen, willen we een Programma Groen opstellen, dat past binnen de kaders van de nieuwe omgevingswet. Bovendien moet er een overeenstemming komen tussen de financiële middelen en de ambities voor het gemeentelijk groen. In regionaal verband wordt nu gewerkt aan de REKS (regionale energie en klimaat strategie). Dat zal in de toekomst impact hebben op ons landschap. De mogelijke veranderingen in het landschap als gevolg van de REKS vallen buiten het kader van dit Programma Groen. Mocht er in de toekomst aanleiding voor zijn, dan zal dat t.z.t. in een herziening worden verwerkt.
Omdat een Programma Groen veel verschillende en uiteenlopende elementen kan bevatten en op abstractieniveau erg kan verschillen, is het van belang om uw raad in staat te stellen op voorhand de juiste kaders, richting en ambities mee te geven. Met deze startnotitie wordt richting aan deze kaders gegeven.
3
2. Wat willen we bereiken? Het groen in de gemeente Goirle wordt biodivers en klimaatrobuust en draagt bij aan een prettige en toekomstbestendige leefomgeving. Om dat te bereiken, willen we komen tot een integraal Programma Groen dat gestoeld is op de juiste kernwaarden passend bij de nieuwe ontwikkelingen. Het Programma bestaat uit: • een beschrijving van waarden en ontwikkelingen; • een visie voor de toekomst; • een uitvoeringsagenda; • een indicatie van benodigde middelen. Het Programma Groen bevat een Visie op ons groen in met name het stedelijk gebied. Dit betreft enerzijds het gemeentelijk groen, maar gaat soms ook over particulier groen in tuinen en op erven. De nieuwe visie beschrijft de ‘bril’ waardoor we naar het groen in Goirle en Riel kijken. De visie bevat uitgangspunten, uitdagingen en oplossingsrichtingen voor de periode 2022- 2032. De visie op het groen geeft onder andere antwoord op de vraag hoe belangrijk wij groen vinden in onze leefomgeving, wat we daar voor over hebben en hoeveel zeggenschap wij als gemeente willen hebben over bijvoorbeeld particulier groen. Het Groenstructuurplan uit 2014 is op hoofdlijnen nog actueel. Dat dient als input voor het Programma maar zal op punten worden aangepast en aangevuld. Hierbij gaat het zowel over de functies die groen kan vervullen als over de manier waarop we het gemeentelijk groen willen aanleggen en onderhouden.
Vervolgens wordt in het Programma een uitvoeringsagenda opgenomen waarin staat wat we als gemeente moeten doen om de in de visie gestelde doelen te bereiken. En welke kosten dat met zich meebrengt. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het aanpassen van het type onderhoud, en het aanvullen of verbeteren van groenstructuren. Het Kapbeleid wordt een deeluitwerking van het Programma Groen. De regels voor het wel of niet kappen van bomen zijn opgenomen in de APV. Voor het buitengebied heeft Goirle een Landschapsbeleidsplan en volgen we de ontwikkelingen die in het Natuurbod Hart van Brabant zijn opgenomen. Figuur 1: programma groen in relatie met ander beleid
4
Een aantal ontwikkelingen is van invloed op groen: • Klimaatveranderingen als wateroverlast, droogte en hittestress. Groen kan een rol spelen in klimaatadaptatie. Maar het beheer van groen moet ook anders aangepakt worden om tegen droogte en extreme wateroverlast bestand te zijn; • Bij de aanleg van nieuwe wijken komen er nieuwe groenstructuren; • Druk op de woningmarkt is groot en de bouwopgave kan een bedreiging vormen voor de groene ruimte. Dat vraagt om zorgvuldige afwegingen van bestaand en nieuw groen; • Biodiversiteit staat onder druk. Door anders met ons groen om te gaan, kunnen we op plaatsen waar het kan de biodiversiteit van Flora en Fauna herstellen en te verbeteren; • De kosten van het gemeentelijk groenonderhoud nemen toe door plagenbestrijding, extra watergeven, uitval van bomen en groen door droogte etc. • In het regionaal Natuurbod zijn ambities benoemd voor natuurontwikkeling, waarbij we als gemeente onze verantwoordelijkheid moeten nemen.
3. Kansen, bedreigingen en afbakening Kans Naast bovengenoemde ontwikkelingen die van invloed zijn op het openbaar groen, zien we ook een belangrijke kans. Gemeenten staan aan de vooravond van een grote verandering door de invoering van de nieuwe Omgevingswet. In dat kader wordt de omgevingsvisie opgesteld; deze geeft een beeld wat voor een dorp Goirle en Riel zijn (“Wie zijn we?”) en wat we willen voor de toekomst in Goirle en Riel in de fysieke leefomgeving. Het herijken van het groenbeleid wordt in de geest van de omgevingswet opgepakt. Het opstellen van een Programma Groen biedt dé kans om aan te sluiten op andere beleidsontwikkelingen in het ruimtelijk domein, zoals water, klimaatadaptatie en duurzaamheid. Daarnaast wordt een koppeling gemaakt met het sociaal domein als het gaat om sporten, spelen en verblijven in de openbare ruimte. Bij nieuwe ontwikkelingen en herontwikkelingen wordt bewust over groen nagedacht in relatie tot kwaliteit en kwantiteit. Bedreiging Er zijn ook een bedreigingen. De gemeente heeft momenteel te maken met een zwakke financiële positie. In 2021 moeten we vanwege de nodige bezuinigingen strategische keuzes maken over wat we wel en wat we niet meer gaan doen en welke rol we daarbij innemen als gemeente. Veel ambities kosten geld, en welke keuzes maken we daarbij. Een andere bedreiging is de grote druk op de schaarse ruimte.
We hebben verschillende opgaven die we een plek moeten geven. De klimaatopgave, biodiversiteitsherstel, druk op de woningbouw maar ook de energietransitie zijn voorbeelden die allemaal verenigd moeten worden in de beperkte ruimte. Soms vraagt dat om keuzes. Afbakening Het Programma Groen is met name gericht op aanleg, beheer en onderhoud van bestaand en nieuw groen in de bebouwde kom. Voor de uitvoering van het programma worden indien nodig het kapbeleid en andere verordeningen aangepast. Dat geldt ook voor eventuele beheerplannen en uitwerking naar specifiek biodiversiteitsbeleid. Op enkele punten worden verwijzingen gemaakt naar natuur en landschap in het buitengebied. Het landschapsbeleidsplan blijft richtinggevend voor het buitengebied van Goirle. Het natuurbod is een parallel spoor dat we in regionaal verband verder uitvoering geven.
5
4. Uitgangspunten Om de kaders van het programma Groen scherp te krijgen wordt een aantal uitgangspunten voorgesteld op basis waarvan we het programma kunnen opstellen. Deze uitgangspunten zijn dus bepalend voor de groenvisie en daarmee de kern van deze startnotitie. Sommige uitgangspunten zijn “voor de hand liggend”. Andere uitgangspunten vragen om een duidelijke keuze. De gemeenteraad wordt gevraagd in te stemmen met deze uitgangspunten en desgewenst aan te vullen/te wijzigen.
Uitgangspunt 1 1.1 Het Groenstructuurplan uit 2014 vormt de basis maar wordt aangevuld met nieuwe structuren, nieuwe woonwijken (Boschkens, Zuidrand, Heisteeg) en de thema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit. De vraag hierbij is: Zijn de doelstellingen uit het Groenstructuurplan nog passend? Welke nieuwe gebieden worden toegevoegd en welke thema’s komen erbij? In het groenstructuurplan worden de verschillende waarden van groen beschreven. Deze sluiten nog steeds aan bij de huidige visie op groen: 1. Groen als visitekaartje 2. Functioneel en beheerbaar groen 3. Verbondenheid met omliggend landschap 4. Waarde van groen 5. Betaalbaar houden van groen Deze waarden vinden we voor de nieuwe beleidsvisie nog steeds passend. Daarom wordt voorgesteld om deze vijf waarden uit het huidige Groenstructuurplan mee te nemen naar het nieuwe Programma Groen. Deze visie wordt aangevuld met de eerder genoemde thema’s klimaatadaptatie en biodiversiteit. Op de kaart worden nieuwe wijken en nieuwe groenstructuren aangevuld. Door in te stemmen met dit uitgangspunt worden bovengenoemde waarden de rode draad van de groenvisie. Alle maatregelen die uitgevoerd worden binnen groen moeten bijdragen aan deze doelstellingen.
6
Uitgangspunt 2 2.1 Groen is ons visitekaartje. Groenstructuren worden in stand gehouden en zo mogelijk verbeterd. 2.2 Bestaand groen wordt zoveel mogelijk beschermd 2.3 Kwaliteit is belangrijker dan kwantiteit De vraag hierbij is: hoe gaan we bij herstructurering en nieuwbouw om met bestaand groen?
Figuur 2: uitsnede uit de Groene kaart van Goirle Groen verbetert de kwaliteit van de leefomgeving en zorgt voor een goed vestigingsklimaat voor inwoners en bedrijven (Goed toeven). Groen is van belang voor het comfort van mensen, voor de gezondheid, maar ook voor de waarde van het vastgoed. Groen krijgt meer ecologische en belevingswaarde naarmate het ouder is. Grote bomen met een volgroeide kroon of habitat bieden nest- en schuilgelegenheid aan vogels en bieden veel schaduw op warme dagen. Nieuw aangeplante hagen hebben tijd nodig voordat ze een gesloten bladerdek hebben. Voorwaarde is wel dat het bestaande groen in goede conditie blijft door goed onderhoud. Bij reconstructies of nieuwbouw moet de waarde van bestaand groen worden erkend en daar moet zorgvuldig mee worden omgegaan. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende functies van het groen voor de leefbaarheid, ecologie, klimaatadaptatie of beeldkwaliteit. Voor bomen is de waarde anders dan voor gras of heesters omdat de vervangingstijd groter is. Daarnaast kan de impact van bestaand groen worden uitgedrukt in hoeveelheid, in aantal bomen, of in aantal vierkante meters. Bij vervanging of herplant moet daarbij een eerlijke keuze worden gemaakt. Kwaliteit is daarbij uiteindelijk belangrijker dan kwantiteit.
Dus liever 1 boom die ruimte heeft om te groeien, dan 3 bomen die uiteindelijk een te kleine plantplaats hebben en hierdoor bijvoorbeeld wortelopdruk veroorzaken of tot andere overlast leiden. Door in te stemmen met dit uitgangspunt, betekent dat we bij reconstructies en nieuwbouw alerter zijn op de waarde van het aanwezige groen. Groen wordt niet langer als een ‘ restpost’ gezien maar groen krijgt een reële waarde in de (financiële) afweging van belangen.
7
Uitgangspunt 3 3.1. We zetten in op toenamen van biodiversiteit in het gemeentelijk groen 3.2. Bij nieuwe aanplant en vervanging zoeken we naar meer variatie in soorten De vraag hierbij is: wanneer is het goed genoeg? Biodiversiteitsherstel is een breed begrip en gaat zowel over planten als over dieren. Wanneer is de variatie weer groot genoeg? We nemen daarvoor de Basiskwaliteit natuur als uitgangspunt. Algemene soorten die eerder veel in ons gebied voorkwamen, maar nu lijken te verdwijnen, proberen we weer een plek te geven. In het Programma groen richten we ons op de diversiteit in beplanting, wat direct en indirect effect heeft op de insecten en de vogels die dat aantrekt. Welke diersoorten we terug willen hebben, wordt uitgewerkt in een apart Actieprogramma Biodiversiteit Basiskwaliteit natuur, die in samenwerking met stichting Biodiversiteit wordt opgesteld. Instemmen met dit uitgangspunt betekent dat we in het openbaar groen naar meer variatie streven.
Uitgangspunt 4 4.1. Het groen draagt er aan bij dat Goirle in 2050 klimaatbestendig is 4.2. Pleinen, parken en plantsoenen dragen bij aan de vermindering van hittestress en worden zoveel mogelijk ingezet voor wateropvang en droogtebestrijding De vraag hierbij is: Hoe kan groen optimaal bijdragen aan een klimaatadaptieve leefomgeving? Hier ligt een duidelijke relatie met het in 2020 vastgestelde Programma water en riolering en de uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie. In nieuwe ontwikkelingen en bij reconstructies wordt groen bewust ingezet om een bijdrage te leveren aan de klimaataspecten wateroverlast, hitte en droogte. In bestaande wijken gaan we kijken of kleine verbeteringen mogelijk zijn binnen de bestaande structuren. Dat kan door bijvoorbeeld boomspiegeld groter te maken waardoor verharding plaats maakt voor open grond wat ten gunste komt voor de bodem waar de boom staat (meer water in de bodem). De grotere boomspiegels kunnen weer worden benut voor biodiverse beplanting of bloemenmengsels. En het kan problemen als wortelopdruk voorkomen. Instemmen met dit uitgangspunt betekent dat we bij nieuwe ontwikkelingen, renovaties en reconstructies nadrukkelijk ruimte vragen voor voldoende groen. Dat kan soms ten koste gaan van verharding op plekken, daar waar het kan. Dat vraagt om een meer integrale aanpak van onder andere water, wegen en groen en het koppelen van budgetten.
8
Uitgangspunt 5 5.1 Beheer en onderhoud wordt gericht op ‘natuurlijke groei’ van het openbaar groen. 5.2 Het groen gaat er op bepaalde plekken ‘natuurlijker en ruiger’ uitzien. De vraag hierbij is: wat verandert er dan in het huidige beheer? Het huidige groenbeheer gaat uit van een Kwaliteitsniveau B zoals dat door de gemeenteraad is vastgesteld. Dat gaat uit van een bepaald netheidsbeeld van de openbare ruimte, waar het groen onderdeel van is. Het geeft aan dat er enige mate van vervuiling mag zijn van zwerfvuil en onkruid en dat er in beperkte mate sprake mag zijn van kale plekken of dode beplanting. Om het groen gezond en sterk te houden, heeft het voldoende voeding en water nodig. De klimaatveranderingen brengen lange droge periodes met zich mee. We moeten daarom zorgen waar het kan voor voldoende wateropslag in de bodem en zorgen dat hierdoor uitdroging wordt voorkomen. Om de biodiversiteit te versterken, moeten we zoeken naar mogelijkheden en locaties waar bloemenmengsels, kruiden en bloemrijke beplanting kunnen worden toegepast. Het beheer wordt daarop afgestemd. Er wordt bijvoorbeeld op andere tijdstippen gemaaid en veel nieuwere beplantingssoorten hoeven minder gesnoeid te worden. Wij realiseren ons dat dit uitgangspunt een spannende keuze is. Als het beheer en onderhoud wordt afgestemd op meer natuurlijke groei, verandert het straatbeeld.
Het groen gaat er ‘ natuurlijker ‘ uitzien. Als we meer blad laten liggen in de borders ten behoeve van meer humus en vochtvasthoudend vermogen, kan dat er minder verzorgd uitzien. Heesters in vakken worden minder vaak gesnoeid zodat een minder strak beeld ontstaat. Gras wordt minder vaak op of andere momenten gemaaid waardoor kruiden meer ruimte krijgen. Ruig kruidenrijk gras ziet er anders uit dan een gazon. In de ogen van sommigen is dat ‘ onverzorgd of ruig’. Toch is het belangrijk om hier heel bewust een keuze in te maken. We moeten aan inwoners uit kunnen leggen dat het belangrijk is om meer variatie en ‘ natuurlijke beplanting’ te hebben voor de ‘ natuur in het dorp’. Niet alle beplanting of graslocaties lenen zich hiervoor. We beginnen met de plantvakken en grasvelden die daarvoor geschikt wijn. We gaan niet actief alles omvormen maar liften mee met projecten of ‘inboet’ . We kunnen plekken aanwijzen waar we deze vorm van natuurlijk beheer niet toepassen. Instemmen met dit uitgangspunt betekent dat , dat we een ander beeld van het openbaar groen accepteren. We moeten richting inwoners duidelijk uitleggen waarom we dat doen. Onderstaande foto’s geven een impressie van mogelijke veranderingen in het beeld.
Figuur 3a: traditioneel gazon
Figuur 3b: kruidenrijk gras, later gemaaid
9
Figuur 4: blad in de beplanting blijft liggen om te composteren
Uitgangspunt 6 6.1. Particulieren worden gestimuleerd om bij te dragen aan biodiversiteitsherstel en klimaatadaptatie De vraag hierbij is: wat mogen we van onze inwoners verwachten? In het kader ecologie, beleving, biodiversiteit en klimaatadaptatie heeft al het groen in de gemeente een rol. Particulier groen draagt daar ook aan bij. Als gemeente geven wij het goede voorbeeld door maatregelen te nemen in het openbaar groen. We informeren inwoners waarom we bepaalde dingen doen of juist niet meer doen. En we stimuleren inwoners om in hun eigen tuin, dak of balkon ook aandacht te hebben voor meer natuurlijk groen. We geven inwoners ook ruimte bij initiatieven in de openbare ruimte, bijvoorbeeld geveltuintjes, adopteer een boomspiegel of groen voor steen. We willen bewustwordingscampagnes opzetten en communicatie rondom groene activiteiten inzetten. Voor eventuele subsidies is in dit Programma geen sprake. Daarbij kan mogelijk wel een link worden gelegd naar het Milieubeleid en de duurzaamheidssubsidies en aansluiting gevonden worden bij het programma water en riolering. We willen bijvoorbeeld kijken hoe we groene daken kunnen stimuleren. Instemmen met dit uitgangspunt betekent dat we een rol zien weggelegd voor onze inwoners. We zijn ons bewust dat het informeren en stimuleren van inwoners belangrijk is.
Uitgangspunt 7 7.1. Inhoudelijke ambities worden eerst vastgesteld en we accepteren dat door de beschikbare financiële middelen de ambities niet op korte termijn volledig te realiseren zijn. De vraag hierbij is: Laten we in het Programma Groen onze ambities leidend zijn of onze financiële situatie? Zoals hierboven vermeld krijgen we als gemeente de komende jaren te maken met grote financiële tekorten. De vraag is of in het Programma Groen de ambities leidend zijn of de financiële situatie? Wanneer de financiële situatie leidend is stellen we eerst vast hoeveel middelen er beschikbaar zijn waarna we bezien wat we daarvoor kunnen doen. Dat leidt tot financieel gedreven keuzes die op inhoud minder wenselijk zijn. 10
Daarom wordt voorgesteld om onze inhoudelijke ambities leidend te laten zijn in het nieuwe Programma Groen. Een aantal ambities kunnen gehaald worden binnen de bestaande budgetten voor groenonderhoud, echter deze budgetten staan ook onder spanning vanwege klimaateffecten als droogte en plagen (processierups). Andere vormen van beheer en andere soortkeus hoeven niet per se duurder te zijn. Het uitvoeren van extra of nieuwe maatregelen kost wel extra geld. Daarbij wordt zoveel mogelijk werk-met-werk gemaakt en aangesloten bij andere infraprojecten om de kosten te drukken. Bij de uitwerking wordt rekening gehouden met de impact van ingrepen en de prioritering van verschillende maatregelen. Instemmen met dit voorstel kan betekenen dat we niet alle ambities waar of niet volledig waar kunnen maken.
11
5. Plan van aanpak Na vaststelling van deze startnotitie gaat het college het programma Groen laten opstellen. We willen dit concept Programma Groen parallel laten lopen met de omgevingsvisie. Er hebben ter voorbereiding op deze verandering al gesprekken plaatsgevonden met belanghebbenden. We hebben input gekregen van stichting Biodiversiteit, we hebben in het lentecafé van bewoners reacties ontvangen, hoveniers en de Diamantgroep hebben ideeën gegeven over het groenbeheer. Maar ook collega’s vanuit de disciplines water, klimaat, duurzaamheid, wegen en verkeer hebben meegedacht over de ontwikkeling. In het kader van de omgevingsvisie is er ook input op het thema groen gekomen, dat wordt meegenomen in het Programma. En natuurlijk hebben we de ervaringen van deskundigen in het (groen) beheer, met name op het niveau van het uitvoeringsprogramma. Al deze input heeft geleid tot de uitgangspunten zoals die in deze notitie verwoord zijn. Van inwoners willen we in de uitwerking van het programma nog meningen en ideeën ophalen via het inwonerpanel. Op basis van de verzamelde informatie wordt een Programma Groen opgesteld. De raad zal bij de opstelling geconsulteerd worden. Het college stelt het definitieve Programma groen vast. De planning ziet er als volgt uit: Wat
Wanner
Fase 1; initiatief Inventariseren knelpunten huidig beleid
Juli 2019-2020
Input ophalen bij belanghebbenden
Juli 2019-2020
Fase 2; definitie Besluitvorming startnotitie
20 april 2021
Fase 3; ontwerp en realisatie Concept programma schrijven
Mrt-mei 2021
Beeldvormende raad
15 juni 2021
Definitief Programma Groen schrijven
juli 2021
Besluit door college
September 2021
Fase 4: nazorg Uitvoeringsprogramma Sept 2021 – januari 2022 schrijven voor de periode 20222026.
12
6. Hoe nu verder Wanneer uw raad instemt met de voorgestelde startnotitie, komt het aan op de verdere uitwerking. De nieuwe visie heeft een looptijd van 1 januari 2022 tot 1 januari 2032. In de tweede helft van 2021 stelt het college een uitvoeringsagenda op voor de jaren 2022 en verder. In de uitvoeringsagenda wordt per (deel)thema (Klimaat en Biodiversiteit) de beleidsdoelen bepaald door antwoord te geven op de volgende vragen: Wat willen we bereiken? Wat gaan we ervoor doen? Wat mag het kosten? Daarmee kan het college een stempel drukken op de agenda voor 2022 en verder.
13