08 Raadsvoorstel Nota Investeringen 2024.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Agendapunt: Zaaknummer: 2024-010692
Onderwerp Nota Investeringen 2024 Datum voorstel
Datum raadsvergadering 21 mei 2024
Aan de gemeenteraad, Voorstel
1. De nota Investeringen 2024 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de nota waarderen, investeren en afschrijven 2018; Inleiding
In de financiële verordening art. 212 van de gemeente Goirle 2023 staat in artikel 12 lid 1 aangegeven dat het college van Burgemeester en Wethouders zorg draagt voor een actuele nota Investeringen en daarop tenminste éénmaal per 4 jaar de actualiteit toetst. De huidige nota dateert van 2018 waardoor het noodzakelijk is deze direct te actualiseren. Op die manier kan deze direct worden toegepast op het begrotingsproces 2025. In de nota Investeringen 2024 worden herziene kaders meegegeven over de wijze waarop vaste activa wordt geactiveerd en afgeschreven. Zoals de financiële verordening art. 212 van de gemeente Goirle 2023 aangeeft, behandelt deze nota in ieder geval: a. De wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgesteld; b. De afschrijvingsmethode; c. Het moment van starten met afschrijven; d. De afschrijvingstermijn per categorie kapitaalgoederen; e. De componentenbenadering; f. De restwaarde. Argumenten
1.1 Met de actualisatie voldoet het college aan de verplichting vanuit de fin. verordening In de financiële verordening art. 212 van de gemeente Goirle 2023 staat in artikel 12 lid 1 aangegeven dat het college van Burgemeester en Wethouders zorg draagt voor een actuele nota Investeringen en daarop tenminste éénmaal per 4 jaar de actualiteit toetst. De huidige nota dateert van 2018 waardoor het noodzakelijk is deze direct te actualiseren.
Ambtelijke bijstand: Rochelle Strik Zaaknummer 2024-010692
1
Agendapunt:
1.2 Met de geactualiseerde nota verbeteren we de transparantie en begrijpelijkheid van rapportages Een herziening van de nota leidt tot een meer transparante en begrijpelijkere financiële rapportage. 1.3 De ontwikkeling van de prijzen van de kapitaalwerken zijn de afgelopen 12 jaar niet meegenomen bij de vaststelling van de ondergrens. Sinds 2012 hanteren wij in onze voormalige nota’s investeringen een ondergrens van € 5.000. Er is dus geen rekening gehouden met de loon- en prijsstijgingen die onze aannemers wel doorberekenden en andere veranderingen in economische omstandigheden. Het hanteren van een reële ondergrens voor te activeren bedragen is essentieel om te voorkomen dat kleine uitgaven onnodig worden gekapitaliseerd en enkel materiële activa van substantiële waarde opgenomen wordt op de balans. 1.4 Op basis van de nieuwe nota, verminderen we de administratieve last en verwerken we efficiënter Door de ondergrens te verhogen kan de gemeente efficiënter omgaan met haar investeringsportefeuille. Het beheren van kleinere investeringen is arbeidsintensief gebleken in termen van administratie en monitoring.
1.5 De geactualiseerde nota kan met terugwerkende kracht in werking treden over 2024; De commissie BBV heeft een met betrekking tot de ingangsdatum deze stellige uitspraak gedaan: Uit hoofde van rechtmatigheid kunnen besluiten tot een stelsel- of schattingswijziging met betrekking tot materiële vaste activa uiterlijk tot het eind (31 december) van het desbetreffende begrotingsjaar worden genomen door de raad. Dit betekent dat bij vaststelling door de raad in de loop van 2024, inwerkingtreding per 0101-2024 mogelijk is. 1.6 De actuele nota draagt bij aan reëler begroten van kapitaallasten en vermindert onnodige onderuitputting Volgens het huidige beleid starten we met afschrijven in het jaar waar de investering heeft plaatsgevonden. We kiezen er in de geactualiseerde nota voor om te starten met afschrijven vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed is gekomen/verworven wordt. De Provincie heeft in zijn Begrotingscirculaire 2023 de gemeentes opgelegd om uitdrukkelijk rekening te houden met reëel begroten van kapitaallasten. In de huidige situatie ramen we de 50% van de kapitaallasten in het investeringsjaar met de wetenschap dat de investeringen in dat jaar veelal niet afgerond worden. Dit leidt tot onderuitputting kapitaallasten die voorkomen kan worden.
Zaaknummer 2024-010692
2
Agendapunt:
Bij de huidige methode komt het voor dat bij de jaarrekening al starten met afschrijven terwijl nog niet de volledige aanschafwaarde bereikt is. Er wordt afgeschreven op elke euro die uitgegeven is. Dit zorgt voor jaarlijkse fluctuaties van afschrijvingslasten en administratieve onduidelijkheid over restant looptijden. Op basis van de voorliggende Nota Investeringen 2024 ramen we geen kapitaallasten in het jaar van investeren en starten we daarmee pas in het jaar volgend op het beschikbaar stellen van het krediet. De werkelijke kapitaallasten worden pas toegerekend vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed is gekomen/verworven is. Kanttekeningen
1.1 Een stelselwijziging moet inhoudelijk worden onderbouwd In bijgevoegde nota wordt gekozen voor een afwijkend moment van starten met afschrijven ten opzichte van de nota waarderen, investeren en afschrijven 2018. Daarnaast is de afschrijvingstermijn voor groenvoorzieningen gewijzigd. Volgens artikel 6.3 van de Nota materiële vaste activa 2020 van de commissie BBV zijn dit stelselwijzigingen. Op basis van het stelselmatigheidsbeginsel moet de wijziging worden onderbouwd. De financiële gevolgen van een stelselwijziging dienen in de begroting verwerkt te worden. Daarnaast is de volgende stellige uitspraak van de commissie BBV van belang: Een wijziging van de ‘vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven. Consequenties van de wijziging bij het moment van starten met afschrijven: Doordat we voortaan kapitaallasten ramen in het jaar volgend op het investeringsjaar, besparen we de voorheen geraamde helft van de kapitaallast in het investeringsjaar. Consequenties van de wijziging van het afschrijvingstermijn: We hebben ervoor gekozen om de huidige afschrijvingstermijn van de aanleg van groenvoorzieningen aan te passen. Door o.a.
klimaatverandering is de levensduur van deze voorzieningen verkort. We kiezen er dan ook voor om deze afschrijvingstermijn te wijzigen van 20 jaar naar 15 jaar. Als gevolg hiervan dienen we de kapitaallasten in de huidige begroting te wijzigen. 1.2 Als gevolg van de nota komen ‘kleine investeringen’ voortaan direct ten laste van de exploitatie Het verhogen van de ondergrens van € 5.000 naar € 50.000 zorgt ervoor dat de aanschafwaarde onder de € 50.000 ineens ten laste van de exploitatie komt en niet afgeschreven kan worden over de betreffende afschrijvingstermijnen.
Zaaknummer 2024-010692
3
Agendapunt:
Financiën
De financiële gevolgen van de wijzigingen vallen uiteen in 2 delen: 1. Afschrijving start later bij nieuwe investeringen Doordat we voortaan kapitaallasten ramen vanaf het jaar volgend op het investeringsjaar, besparen we de voorheen geraamde kapitaallast in het investeringsjaar. Voor 2024 gaat het om een besparing van € 147.588 die we bij de 2e bestuursrapportage 2024 verwerken in de berekening van de totale onderuitputting op kapitaallasten. Bij de opstelling van de begroting 2025 houden we hier rekening mee bij het begroten van de kapitaallasten van nieuwe investeringen. Het gaat daarbij, op basis van de in de begroting 2024 opgenomen nieuwe investeringen, om de volgende voordelen: 2025: € 305.818 2026: € 252.721 2027: € 95.043 2. Wijziging afschrijvingstermijn Groen-investeringen Alleen de afschrijvingstermijn bij Groen-investeringen wordt gewijzigd (was 20 jaar / wordt 15 jaar). Dit heeft gevolgen voor bestaande én nieuwe Groen-investeringen. Voor de begroting 2024 resulteert dit in een nadeel van ruim € 12.000 wat we bij de 2e bestuursrapportage 2024 verwerken in de berekening van de totale onderuitputting op kapitaallasten. Vanaf 2025 resulteert dit in een jaarlijks nadeel van gemiddeld € 13.000. We verwerken de nadelen vanaf 2025 in de Begroting 2025. Samenwerking n.v.t. Communicatie n.v.t. Vervolg
Cijfermatige verwerking in de 2e bestuursrapportage en in de Begroting 2025. Bijlagen Bijlage 1. Nota Investeringen
burgemeester en wethouders van Goirle
Mark van Stappershoef, burgemeester Maud de Rooij, interim secretaris
Zaaknummer 2024-010692
4
Agendapunt:
De raad van de gemeente Goirle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 april 2024 gelet op de Gemeentewet;
besluit:
1. De nota Investeringen 2024 vast te stellen onder gelijktijdige intrekking van de nota waarderen, investeren en afschrijven 2018;
Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 21 mei 2024.
de raadsgriffier,
de voorzitter,
Frits Harteveld
Mark van Stappershoef
Zaaknummer 2024-010692
5