08 Nota Investeringen 2024.pdf
Tekst van het document
Nota Investeringen 2024
Inhoud Inleiding .......................................................................................................................... 3 1. INVESTEREN EN WAARDEREN ................................................................................................ 4 1.1 Waarderingsgrondslagen ................................................................................................... 4 1.2 Vaststelling financiële waarde .............................................................................................. 4 1.3 Activering kosten voor ambtelijke uren .................................................................................... 4 1.4 Alleen levensduur-verlengende onderhoudskosten kunnen geactiveerd worden ....................................... 4 1.5 Desinvesteren ............................................................................................................... 4 2. KAPITAALLASTEN ............................................................................................................. 5 2.1 Afschrijven ................................................................................................................... 5 2.1.1 Methode van afschrijven ...............................................................................................
5 2.1.2 Start afschrijving (begrotingstechnisch / rekening technisch) ........................................................ 5 2.1.3 Afschrijvingstermijnen.................................................................................................. 5 2.1.4 De componentenbenadering........................................................................................... 5 2.1.5 Restwaarde ............................................................................................................. 5 2.2 Rente ......................................................................................................................... 5 2.2.1 Toegerekende rente bestaande activa (gereedgekomen investeringen) ............................................ 5 2.2.2 Toegerekende rente nieuwe investeringen (beschikbaar gestelde investeringskredieten) ......................... 5 3. WIJZE WAAROP VOORSTELLEN VOOR INVESTERINGEN WORDEN AANGEBODEN EN GEAUTORISEERD DOOR DE RAAD 6 3.1 Nieuwe investeringskredieten in Perspectiefnota ......................................................................... 6 3.2 Bij A-kredieten is geen afzonderlijk raadsbesluit nodig .................................................................... 6 3.3 Bij B-kredieten is altijd een afzonderlijk raadsbesluit nodig ...............................................................
6 3.4 Niet in de begroting opgenomen investeringskredieten .................................................................. 6 Bijlage 1. Afschrijvingstabel vaste activa ....................................................................................... 7
2
Inleiding In de financiële verordening art. 212 van de gemeente Goirle 2023 staat in artikel 12 lid 1 aangegeven dat het college van Burgemeester en Wethouders zorg draagt voor een actuele nota investeringen en daarop tenminste éénmaal per 4 jaar toetst. De huidige nota dateert van 2018 waardoor het noodzakelijk is deze direct te actualiseren. In de nota Investeringen 2024 worden herziene kaders meegegeven over de wijze waarop vaste activa wordt geactiveerd en afgeschreven. Zoals de financiële verordening art. 212 van de gemeente Goirle 2023 aangeeft, behandelt deze nota in ieder geval: a. De wijze waarop voorstellen voor investeringen worden aangeboden en geautoriseerd door de raad, in aanvulling op wat in deze verordening is vastgesteld; b. De afschrijvingsmethode; c. Het moment van starten met afschrijven; d. De afschrijvingstermijn per categorie kapitaalgoederen; e. De componentenbenadering; f. De restwaarde.
3
1. INVESTEREN EN WAARDEREN
1.1 Waarderingsgrondslagen De waarderingsgrondslag voor vaste activa wordt bepaald door de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (artikel 63 BBV) waarbij duurzame middelen met een verkrijgingsprijs kleiner dan € 50.000 niet worden geactiveerd. Deze worden rechtstreeks ten lasten van de exploitatie gebracht in het jaar van aanschaf. 1.2 Vaststelling financiële waarde In artikel 62 van het BBV is bepaald dat alle vaste activa worden geactiveerd voor het bedrag van de investering. Dit betekent de bruto-methode. In lid 2 en 3 van dit artikel worden echter uitzonderingen gemaakt, waarbij gekozen wordt voor de netto-methode: a. Bijdragen van derden, die in directe relatie staan met het actief, worden in mindering gebracht op de waardering van het actief. b. Voorzieningen moeten in mindering worden gebracht op investeringen. 1.3 Activering kosten voor ambtelijke uren Bij investeringen in de openbare ruimte, worden kosten voor ambtelijke uren toegerekend aan het actief. 1.4 Alleen levensduur-verlengende onderhoudskosten kunnen geactiveerd worden Kosten van klein en groot onderhoud worden niet geactiveerd, omdat zij niet van invloed zijn op de gebruiksduur. Alleen groot onderhoud waarbij de levensduur van het actief wordt verlengd of tot een significante kwaliteitsverbetering leidt, mag worden geactiveerd.
1.5 Desinvesteren Op het moment dat een desinvestering plaatsvindt, wordt de boekwinst/verlies ten gunste/laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht. De mogelijke boekwinst wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering.
4
2. KAPITAALLASTEN Onder kapitaallasten wordt de rente- en afschrijvingslast van investeringen verstaan. 2.1 Afschrijven 2.1.1 Methode van afschrijven In principe wordt afgeschreven op basis van de lineaire methode. 2.1.2 Start afschrijving (begrotingstechnisch / rekening technisch) Begroting Het moment van beginnen met afschrijven is vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het investeringskrediet beschikbaar is gesteld. Jaarrekening Het moment van beginnen met afschrijven is vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed is gekomen/verworven is. 2.1.3 Afschrijvingstermijnen Bij investeringen wordt gewerkt met één afschrijvingstermijn over het volledige investeringsbedrag tenzij de componentenbenadering (zie 2.1.4) wordt toegepast. In bijlage 1 zijn de meest voorkomende afschrijvingstermijnen opgenomen die in principe worden gehanteerd. Wanneer de verwachting is dat de technische levensduur afwijkt van deze normen, kan worden afgeweken van deze termijnen. 2.1.4 De componentenbenadering De componentenmethode is gemotiveerd toegestaan. Bijvoorbeeld bij de investering in een gebouw wordt het pand zelf afgeschreven in 40 jaar en technische installaties in 15 jaar. 2.1.5 Restwaarde In principe wordt over de gehele verkrijgingsprijs afgeschreven.
Echter wanneer uitgegaan wordt van een restwaarde aan het einde van de afschrijvingstermijn, kan er voor gekozen worden niet af te schrijven op de geschatte restwaarde. 2.2 Rente 2.2.1 Toegerekende rente bestaande activa (gereedgekomen investeringen) De toegerekende rente op bestaande activa wordt berekend op basis van de omslagrente. De omslagrente wordt jaarlijks vastgesteld bij de begroting. In de jaarrekening wordt de omslagrente opnieuw berekend en zo nodig bijgesteld. 2.2.2 Toegerekende rente nieuwe investeringen (beschikbaar gestelde investeringskredieten) De toegerekende rente op nieuwe investeringen wordt berekend op basis van het rentepercentage zoals opgenomen in de financiële uitgangspunten van de begroting.
5
3. WIJZE WAAROP VOORSTELLEN VOOR INVESTERINGEN WORDEN AANGEBODEN EN GEAUTORISEERD DOOR DE RAAD
3.1 Nieuwe investeringskredieten in Perspectiefnota Het college legt nieuwe investeringskredieten aan de raad voor in de Perspectiefnota en maakt daarbij onderscheid naar zogenaamde A- en B-kredieten. Met de besluitvorming over de Perspectiefnota als basis stelt het college vervolgens de nieuwe begroting op en neemt daarin nieuwe investeringen op. 3.2 Bij A-kredieten is geen afzonderlijk raadsbesluit nodig A-kredieten zijn kredieten die automatisch door de raad worden geautoriseerd bij vaststelling van de begroting. 3.3 Bij B-kredieten is altijd een afzonderlijk raadsbesluit nodig1 B-kredieten zijn kredieten die weliswaar in de begroting zijn opgenomen maar waarvoor eerst nog een afzonderlijk raadsbesluit nodig is alvorens gestart kan worden. 3.4 Niet in de begroting opgenomen investeringskredieten Naast de investeringskredieten die planmatig opgenomen worden in de begroting, blijft het mogelijk om gedurende het jaar met een afzonderlijk raadsbesluit een investeringsvoornemen te laten autoriseren en een krediet beschikbaar te laten stellen door de raad.
1 Dit sluit aan bij de bedoeling van art. 5 lid 5 van de financiële verordening gemeente Goirle 2023.
6
Bijlage 1. Afschrijvingstabel vaste activa omschrijving
afschr.termijn
Soort VA
IMMATERIËLE VASTE ACTIVA: Kosten voor onderzoek en ontwikkeling
5 jaar
Economisch
Gronden en terreinen
geen
Economisch
Gebouwen: Permanente bebouwing Semi-permanente bebouwing Onderhoudsinvesteringen (mits levensduurverlengend) Renovatie-investeringen (mits levensduurverlengend )
40 jaar 15 jaar 20 jaar 20 jaar
Economisch Economisch Economisch Economisch
Installatie gebouwen: Liften CV-ketel Leidingen c.v. Beveiliging (o.a. stemmachines, paspoortenconfiguratie) Energiebesparende maatregelen
25 jaar 15 jaar 20 jaar 10 jaar 10 jaar
Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch
Inrichting gebouwen: Inrichting Apparatuur Kasten Lichtdrukmachine Werkplekken (personeel) Bureaustoelen Telecommunicatie Klein materiaal Plotter Overige t.b.v. werkplekken
10 jaar 10 jaar 15 jaar 10 jaar 20 jaar 10 jaar 10 jaar 7 jaar 7 jaar 15 jaar
Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch
Automatisering: Bekabeling Hardware Software
10 jaar 5 jaar 5 jaar
Economisch Economisch Economisch
Kunstwerken
10 jaar
Economisch
Aanleg riolen: Riolering
50 jaar
Economisch
MATERIËLE VASTE ACTIVA:
7
omschrijving Riolering (leidingen drukriool) Bergbezinkbassin (bouwkundig) Elektrisch/mechanisch gedeelten gemalen en bergbezinkbassins Gemalen (bouwkundige voorzieningen) Bergingszakken
afschr.termijn 50 jaar 50 jaar
Soort VA Economisch Economisch
15 jaar 50 jaar 15 jaar
Economisch Economisch Economisch
Aanleg wegen: Wegen, fietspaden, parkeerplaatsen e.d. Verlichting Stalen masten Armaturen Verkeerslichten en dergelijke Groenvoorzieningen
25 jaar 25 jaar 40 jaar 25 jaar 10 jaar 15 jaar
Maatschappelijk Maatschappelijk Maatschappelijk Maatschappelijk Maatschappelijk Maatschappelijk
Overig (weg)meubilair: Abri's Grensborden Borden Amsterdammers Flespalen Bruggen en duikers Afrastering Aanleg begraafplaatsen Overig wegmeubilair
15 jaar 10 jaar 15 jaar 15 jaar 25 jaar 50 jaar 20 jaar 40 jaar 25 jaar
Maatschappelijk Maatschappelijk Maatschappelijk Maatschappelijk Maatschappelijk Maatschappelijk Economisch Economisch Maatschappelijk
Tractie en aanverwante materialen: Dranghekken Snelheidsmeters Vervoermiddelen (dienstauto) Overige hulpmaterialen
10 jaar 5 jaar 10 jaar 5 jaar
Economisch Economisch Economisch Economisch
Onderwijs: Meubilair en (eerste) inrichting
15 jaar
Economisch
Sportaccommodaties: Grasvelden Kunstgrasvelden (voetbal) Ondergrond Kunstgrasvelden (voetbal) Toplaag Kunstgrasvelden (hockey) Ondergrond Kunstgrasvelden (hockey) Toplaag Gravelbanen (tennis) All Weather banen (tennis) Beregening
15 jaar 20 jaar 10 jaar 30 jaar 15 jaar 15 jaar 20 jaar 15 jaar
Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch Economisch
8
omschrijving Drainage Veldverlichting
afschr.termijn 25 jaar 20 jaar
Soort VA Economisch Economisch
Afvalverwijdering: Grijze containers e.d. Groene containers Ondergrondse containers
25 jaar 20 jaar 15 jaar
Economisch Economisch Economisch
Wanneer er wordt geïnvesteerd in een bestaand actief dan wordt er op de nieuwe investering afgeschreven conform bovengenoemde termijnen met een maximum van de resterende afschrijvingstermijn van het hoofdactief. Een uitzondering hierop zijn de levensduur-verlengende aanpassingen/verbouwingen aan het actief. In deze gevallen zal duidelijk onderbouwd moeten worden met welk termijn de levensduur van het actief verlengd wordt als basis voor de nieuw te hanteren afschrijvingstermijnen.
9