07l- Nota beantwoording van zienswijzen.pdf
Tekst van het document
NOTA VAN INGEKOMEN ZIENSWIJZEN ONTWERPBESLUIT OMGEVINGSVERGUNNING VH-2021-0045 Inleiding Op 10 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goirle ("het college")
een aanvraag ontvangen om een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark op percelen aan en nabij de Abcovensedijk ten zuidoosten van Goirle, kadastraal bekend gemeente
Goirle, sectie I, perceelnummer 217.
Op 18 januari 2022 heeft de raad van Goirle ("de raad") een ontwerpbesluit genomen, strekkende tot het geven van een verklaring van geen bedenkingen. Op 11 april 2022 heeft het college vervolgens
een ontwerpbesluit genomen, strekkende tot het verlenen van de aangevraagde vergunning.
De ontwerpbesluiten van de raad en het college hebben vanaf 14 april 2022 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Hiervan is middels een gemeentelijke publicatie mededeling
gedaan in het Goirles Belang in de editie van 13 april 2022. Gedurende de periode van de terinzagelegging zijn de stukken elektronisch raadpleegbaar geweest op
www.ruimtelijkeplannnen.nl. De stukken lagen ook ter inzage op het gemeentehuis. Het was tijdens de periode van terinzagelegging voor eenieder mogelijk om een zienswijze naar voren te brengen
over de ontwerpbesluiten. Zienswijzen Gedurende de termijn van terinzagelegging zijn schriftelijke zienswijzen ingediend door:
1
5.1,2,e
2
5.1,2,e
Schriftelijk,
ingekomen op 24 mei 2022 Schriftelijk,
ingekomen op 24 mei 2022
3
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
Schriftelijk,
ingekomen op 24 mei 2022
4 5
Achmea rechtsbijstand,
Schriftelijk,
namens de 5.1,2,e
ingekomen op 25 mei 2022
Achmea rechtsbijstand, 5.1,2,e
namens |
6
5.1,2,e
5.1,2,e
Achmea rechtsbijstand, 5.1,2,e
namens |
7
Schriftelijk, 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
ingekomen op 25 mei 2022 Schriftelijk,
5.1,2,e
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
ingekomen op 25 mei 2022 Schriftelijk,
ingekomen op 19 mei 2022.
Ontvankelijkheid Een zienswijze is tijdig ingediend indien deze voor het einde van de termijn is verzonden en uiterlijk
een week na afloop van de termijn is ontvangen (artikel 3:16, derde lid, in samenhang gelezen met artikel 6:9, tweede lid, van de Awb). Alle zienswijzen zijn ingekomen voordat de zienswijzetermijn is verlopen (op 26 mei 2022). De ingekomen zienswijzen zijn daarmee tijdig ontvangen. 1
Beantwoording
De ingekomen zienswijzen zijn hieronder samengevat weergegeven en beantwoord. In de
beantwoording is aangegeven of er gevolgen voor de te verlenen omgevingsvergunning zijn.
Reclamanten 1 ( 5.1,2,e A
Zienswijze
Reactie
Wijziging
Reclamanten stellen dat het voorliggend project niet past binnen de zonneladder. Geen onderzoek zou zijn verricht naar de mogelijkheid om duurzame elektriciteit op te wekken in stedelijk gebied.
Het voorliggend project voldoet aan de uitgangspunten van de zonneladder, als bedoeld in 4.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en artikel 3.41, eerste lid en onder a, van de Interim omgevingsverordening. Dat is toegelicht in paragraaf 3.2 van de ruimtelijke onderbouwing.
Geen wijziging.
De gemeente heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Uiteindelijk kan de gemeente die ambitie alleen behalen door een totaalpakket aan maatregelen, waaronder het faciliteren van grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied. Dit volgt ook uit de paragrafen 4.1 en 4.5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". De zonneladder kent een voorkeursvolgorde voor het toestaan van zonnepanelen. Volgens deze volgorde is weliswaar "zon op landbouwgrond" de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Het gaat daarbij om een motiveringseis, niet om een voorgeschreven uitkomst (Rechtbank Limburg 11 juli 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:5209, r.o. 9.1-9.5). Aan deze motiveringseis is voldaan.
B
Volgens reclamanten is de projectlocatie niet geschikt voor de realisering van een zonnepark.
Het voorliggend project past binnen het gemeentelijk onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Dit onderzoek is weergegeven in hoofdstuk 5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en verder uitgewerkt in het afwegingskader "toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle".
In de ruimtelijke onderbouwing is nader ingegaan op de geschiktheid van de locatie.
2
Meer in het bijzonder voldoet het project aan de voorwaarden voor grondgebonden kleinschalige (<1,5 hectare) zonneparkprojecten, die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle".
c
D
Het voorliggend initiatief moet volgens reclamanten, gezamenlijk met een nabijgelegen zonneparkinitiatief, deel uitmaken van de integrale gebiedsvisie voor het gebied De Baars.
Reclamanten menen dat zij onvoldoende zijn betrokken bij de totstandkoming van (de besluitvorming over) het voorliggend project. "Echte inspraak" zou - zo stellen reclamanten - niet hebben plaatsgevonden.
In de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) 1.0 en de gemeentelijke Omgevingsvisie is De Baars aangewezen als zoekgebied voor één van de Energiehubs voor de regio Hart van Brabant.
Geen wijziging.
Een Energiehub is een gebied waar op grote schaal duurzame energie wordt opgewekt met clusters van windmolens en zonnepanelen, waarbij ook energieopslag en energiedistributie samenkomen. Op dit moment is de gemeente bezig om samen met betrokkenen de gebiedsvisie voor De Baars, en daarmee de ontwikkeling van de Energiehub De Baars, verder vorm te geven en in te kleuren. Het voorliggend project staat hier los van, maar zal evenwel worden betrokken bij de nadere landschapsontwikkeling van De Baars. Er waren voldoende participatiemogelijkheden.
Geen wijziging.
De initiatiefnemer van het voorliggend project heeft verschillende overleggen/bijeenkomsten georganiseerd voor omwonenden. De verslagen daarvan zijn in het participatie- en communicatieplan weergegeven (bijlage 3 bij de ruimtelijke onderbouwing). Uit het participatieplan blijkt dat de initiatiefnemer diverse aanpassingen heeft aangebracht naar aanleiding van de wensen van omwonenden. Tenslotte hebben reclamanten de gelegenheid gekregen een zienswijze te richten tegen het ontwerpbesluit. Hier hebben reclamanten ook gebruik van gemaakt.
3
Reclamanten 2 ( 5.1,2,e A
) Ingediende zienswijzen zijn inhoudelijk gelijk aan die van reclamanten 1
Zienswijze
Reactie
Wijziging
Reclamanten stellen dat het voorliggend project niet past binnen de zonneladder. Geen onderzoek zou zijn verricht naar de mogelijkheid om duurzame elektriciteit op te wekken in stedelijk gebied.
Het voorliggend project voldoet aan de uitgangspunten van de zonneladder, als bedoeld in 4.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en artikel 3.41, eerste lid en onder a, van de Interim omgevingsverordening. Dat is toegelicht in paragraaf 3.2 van de ruimtelijke onderbouwing.
Geen wijziging.
De gemeente heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Uiteindelijk kan de gemeente die ambitie alleen behalen door een totaalpakket aan maatregelen, waaronder het faciliteren van grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied. Dit volgt ook uit de paragrafen 4.1 en 4.5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". De zonneladder kent een voorkeursvolgorde voor het toestaan van zonnepanelen. Volgens deze volgorde is weliswaar "zon op landbouwgrond" de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Het gaat daarbij om een motiveringseis, niet om een voorgeschreven uitkomst (Rechtbank Limburg 11 juli 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:5209, r.o. 9.1-9.5). Aan deze motiveringseis is voldaan.
B
Volgens reclamanten is de projectlocatie niet geschikt voor de realisering van een zonnepark.
Het projectgebied betreft een geschikte locatie voor de realisering van het voorliggend kleinschalige zonneparkproject. Het voorliggend project past binnen het gemeentelijk onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Dit onderzoek is weergegeven in hoofdstuk 5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en verder uitgewerkt in het afwegingskader "toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle".
In de ruimtelijke onderbouwing is nader ingegaan op de geschiktheid van de locatie.
4
Meer in het bijzonder voldoet het project aan de voorwaarden voor grondgebonden kleinschalige (<1,5 hectare) zonneparkprojecten, die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle".
c
D
Het voorliggend initiatief moet volgens reclamanten, gezamenlijk met een nabijgelegen zonneparkinitiatief, deel uitmaken van de integrale gebiedsvisie voor het gebied De Baars.
Reclamanten menen dat zij onvoldoende zijn betrokken bij de totstandkoming van (de besluitvorming over) het voorliggend project. "Echte inspraak" zou - zo stellen reclamanten - niet hebben plaatsgevonden.
In de Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS) 1.0 en de gemeentelijke Omgevingsvisie is De Baars aangewezen als zoekgebied voor één van de Energiehubs voor de regio Hart van Brabant.
Geen wijziging.
Een Energiehub is een gebied waar op grote schaal duurzame energie wordt opgewekt met clusters van windmolens en zonnepanelen, waarbij ook energieopslag en energiedistributie samenkomen. Op dit moment is de gemeente bezig om samen met betrokkenen de gebiedsvisie voor De Baars, en daarmee de ontwikkeling van de Energiehub, verder vorm te geven en in te kleuren. Het voorliggend project staat hier los van, maar zal evenwel worden betrokken bij de nadere landschapsontwikkeling van De Baars. Er waren voldoende participatiemogelijkheden.
Geen wijziging.
De initiatiefnemer van het voorliggend project heeft verschillende overleggen/bijeenkomsten georganiseerd voor omwonenden. De verslagen daarvan zijn in het participatie- en communicatieplan weergegeven (bijlage 3 bij de ruimtelijke onderbouwing). Uit het participatieplan blijkt dat de initiatiefnemer diverse aanpassingen heeft aangebracht naar aanleiding van de wensen van omwonenden. Tenslotte hebben reclamanten de gelegenheid gekregen een zienswijze te richten tegen het ontwerpbesluit. Hier hebben reclamanten ook gebruik van gemaakt.
5
Reclamanten 3 ( 5.1,2,e A
5.1,2,e
Zienswijze
Reactie
Wijziging
Reclamanten stellen dat het voorliggend project niet past binnen de zonneladder. Geen onderzoek zou zijn verricht naar de mogelijkheid om duurzame elektriciteit op te wekken in stedelijk gebied.
Het voorliggend project voldoet aan de uitgangspunten van de zonneladder, als bedoeld in 4.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en artikel 3.41, eerste lid en onder a, van de Interim omgevingsverordening. Dat is toegelicht in paragraaf 3.2 van de ruimtelijke onderbouwing.
Geen wijziging.
De gemeente heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Uiteindelijk kan de gemeente die ambitie alleen behalen door een totaalpakket aan maatregelen, waaronder het faciliteren van grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied. Dit volgt ook uit de paragrafen 4.1 en 4.5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". De zonneladder kent een voorkeursvolgorde voor het toestaan van zonnepanelen. Volgens deze volgorde is weliswaar "zon op landbouwgrond" de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Het gaat daarbij om een motiveringseis, niet om een voorgeschreven uitkomst (Rechtbank Limburg 11 juli 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:5209, r.o. 9.1-9.5). Aan deze motiveringseis is voldaan.
B
Reclamanten wijzen erop dat mogelijk financiële risico's aan de zijde van de gemeente geen deel mogen uitmaken van de afweging om het voorliggend zonneparkproject toe te staan.
De ontwerpbeslissing om het voorliggend zonneparkproject toe te staan is niet gebaseerd op financiële redenen, maar op het oordeel (van de raad) dat het project past binnen de eis van een goede ruimtelijke ordening. De stelling dat de gemeente zich laat dwingen tot het verlenen van een omgevingsvergunning klopt niet en mist een feitelijke grondslag.
Geen wijziging.
Als er financiële risico's zijn verbonden voor de gemeente bij het beoordelen van de aanvraag, dan leveren die risico's geen zelfstandige reden op om het voorliggend zonneparkproject toe te staan ofte weigeren.
6
c
Volgens reclamanten is de projectlocatie niet geschikt voor de realisering van een zonnepark.
Het voorliggend project past binnen het gemeentelijk onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Dit onderzoek is weergegeven in hoofdstuk 5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en verder uitgewerkt in het afwegingskader "toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle".
In de ruimtelijke onderbouwing is nader ingegaan op de geschiktheid van de locatie.
Meer in het bijzonder voldoet het project aan de voorwaarden voor grondgebonden kleinschalige (<1,5 hectare) zonneparkprojecten, die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". D
Reclamanten stellen dat geen afstemming zou hebben plaatsgevonden met omliggende gemeenten.
Deze stelling is feitelijk niet juist. Afstemming met omliggende gemeenten, waaronder de gemeente Tilburg, heeft wel degelijk plaatsgevonden.
Geen wijziging.
E
Volgens reclamanten voorziet het plan niet in meervoudig ruimtegebruik.
Het zonnepark voorziet in meervoudig ruimtegebruik. In de ruimtelijke onderbouwing - op pagina 15 - is dit nader toegelicht. Het gaat onder meer om schapenbegrazing, duurzame energieopwekking, stimulering biodiversiteit en versterking van ecologische waarden.
Geen wijziging.
F
Reclamanten vrezen ervoor dat de aansluiting van het voorliggend zonneparkproject op het elektriciteitsnet zal betekenen dat andere (kleinschalige) duurzame initiatieven niet meer op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten.
Dat er op dit moment sprake is van een transportschaarste (congestie) op het elektriciteitsnet, geeft geen reden voor het oordeel dat het zonneparkproject niet uitvoerbaar is (ABRvS 23 oktober 2019,
Geen wijziging.
ECLI:NL:RVS:2019:3580, r.o, 18.3).
De uitvoerbaarheid van andere projecten maakt geen deel uit van het beoordelingskader inzake de aanvaardbaarheid van het zonnepark. Hierbij geldt dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het voorliggend zonneparkproject niet kan worden uitgevoerd binnen de beoogde periode. De initiatiefnemer van het voorliggend zonneparkproject heeft over het project contact gehad met de netbeheerder. Een aansluiting tot 2,5 MWp is volgens de netbeheerder mogelijk.
7
Reclamant 4 ( 5.1,2,e
rechtsbijstand, namens de 5.1,2,e
Zienswijze
Reactie
Wijziging
Reclamant stelt dat de realisering van het zonnepark zeer nadelig is voor hem.
Vanuit de woning van reclamant wordt het zicht op het zonnepark beperkt door de aanleg van de landschappelijke inpassing. Door beplanting - die past binnen het bestaande landschap (een "groene bufferzoom") - zullen de panelen aan het zicht worden onttrokken.
Geen wijziging.
A
De aantasting van het woonklimaat voor reclamant zal niet zodanig zijn dat de gemeente niet kan instemmen met het zonnepark. Het belang van opwekking van duurzame energie weegt de gemeente in dit geval zwaarder dan het belang van een ongestoord woongenot van omwonenden.
B
Een maatschappelijk draagvlak voor het zonnepark zou volgens reclamant ontbreken.
De omstandigheid dat niet iedere omwonende van het zonnepark tevreden wordt gesteld, betekent niet dat er onvoldoende draagvlak in de omgeving is. Bij projecten zoals dit zonnepark moet de gemeente een afweging maken tussen het belang van een duurzame energievoorziening in het kader van de energietransitie en de belangen van omwonenden.
Geen wijziging.
Het ontbreken van draagvlak bij direct omwonenden is in die belangenafweging niet zonder meer het meest zwaarwegend.(ABRvS 1 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:958, r.o. 3.2).
C
D
Reclamant meent dat de gemeente zich laat dwingen om een omgevingsvergunning te verlenen. Reclamant wijst erop dat mogelijk financiële risico's aan de zijde van de gemeente geen deel mogen uitmaken van de afweging om het voorliggend zonneparkproject toe te staan.
De ontwerpbeslissing om het voorliggend zonneparkproject toe te staan is niet gebaseerd op financiële redenen, maar op het oordeel (van de raad) dat het project past binnen de eis van een goede ruimtelijke ordening. De stelling dat de gemeente zich laat dwingen tot het verlenen van een omgevingsvergunning klopt niet en mist een feitelijke grondslag.
Volgens reclamant gaan de ruimtelijke onderbouwing en de ontwerpbeslissingen niet in op de locatiekeuze.
In de ruimtelijke onderbouwing is - op pagina 14 - wel degelijk ingegaan op de locatiekeuze. De ruimtelijke onderbouwing maakt deel uit van de toelichting op de ontwerpbesluiten.
Geen wijziging.
Als er financiële risico's zijn verbonden voor de gemeente bij het beoordelen van de aanvraag, dan leveren die risico's geen zelfstandige reden op om het voorliggend zonneparkproject toe te staan ofte weigeren. Geen wijziging.
8
E
Reclamant vreest ervoor dat de aansluiting van het voorliggend zonneparkproject op het elektriciteitsnet zal betekenen dat andere (kleinschalige) duurzame initiatieven niet meer op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten.
Dat er op dit moment sprake is van een transportschaarste (congestie) op het elektriciteitsnet, geeft geen reden voor het oordeel dat het zonneparkproject niet uitvoerbaar is (ABRvS 23 oktober 2019,
Geen wijziging.
ECLI:NL:RVS:2019:3580, r.o, 18.3).
De uitvoerbaarheid van andere projecten maakt geen deel uit van het beoordelingskader inzake de aanvaardbaarheid van het zonnepark. Hierbij geldt dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het voorliggend zonneparkproject niet kan worden uitgevoerd binnen de beoogde periode. De initiatiefnemer van het voorliggend zonneparkproject heeft over het project contact gehad met de netbeheerder. Een aansluiting tot 2,5 MWp is volgens de netbeheerder mogelijk.
F
Volgens reclamant is de projectlocatie niet geschikt voor de realisering van een zonnepark.
Het projectgebied betreft een geschikte locatie voor de realisering van het voorliggend kleinschalige zonneparkproject. Het voorliggend project past binnen het gemeentelijk onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Dit onderzoek is weergegeven in hoofdstuk 5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en verder uitgewerkt in het afwegingskader "toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle".
In de ruimtelijke onderbouwing is nader ingegaan op de geschiktheid van de locatie.
Meer in het bijzonder voldoet het project aan de voorwaarden voor grondgebonden kleinschalige (<1,5 hectare) zonneparkprojecten, die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". G
Reclamant stelt dat het voorliggend project niet past binnen de zonneladder, die is opgenomen in het gemeentelijk beleid. Volgens reclamant is binnen de zonneladder geen ruimte voor de realisering van
Het voorliggend project voldoet aan de uitgangspunten van de zonneladder, als bedoeld in 4.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en artikel 3.41, eerste lid en onder a, van de Interim omgevingsverordening. Dat is toegelicht in paragraaf 3.2 van de ruimtelijke onderbouwing.
Geen wijziging.
9
zonneparken in verbrede beekdalen.
De gemeente heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Uiteindelijk kan de gemeente die ambitie alleen behalen door een totaalpakket aan maatregelen, waaronder het faciliteren van grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied. Dit volgt ook uit de paragrafen 4.1 en 4.5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". De zonneladder kent een voorkeursvolgorde voor het toestaan van zonnepanelen. Volgens deze volgorde is weliswaar "zon op landbouwgrond" de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Het gaat daarbij om een motiveringseis, niet om een voorgeschreven uitkomst (Rechtbank Limburg 11 juli 2022, ECLI:NL:RBLIM:2022:5209, r.o. 9.1-9.5). Aan deze motiveringseis is voldaan.
Het projectgebied is niet gelegen binnen het beekdal. Het gebied ligt net ten zuidoosten van de beek, op de grens van het beekdal naar de hogere gronden. Bij de inrichting van de landschappelijke inpassing van het zonnepark is rekening gehouden met de directe nabijheid van het beekdal. Dat is ook toegelicht in het Landschappelijk inpassingsplan. H
Reclamant meent dat zonneparken niet op landbouwgrond mogen worden toegelaten, omdat deze grond volgens hem nodig is voor voedselproductie.
In het gemeentelijk beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, is als beleidsuitgangspunt geformuleerd dat het niet is toegestaan om zonneparken te realiseren op landschappen voor grootschalige voedselproductie. Dit zijn de voormalige landbouwontwikkelingsgebieden aan de westkant van Goirle. Het projectgebied is niet binnen deze gebieden gesitueerd.
Geen wijziging.
I
Het landschap wordt volgens reclamant onnodig aangetast door het zonnepark.
Het zonnepark past in de omgeving. Het zonnepark is gesitueerd in een gebied dat zich kenmerkt als een grootschalig open landschap met bossen, en beekdalen die het agrarisch landschap doorsnijden en begrenzen.
Geen wijziging.
10
De landschappelijke structuren lenen zich voor inpassing van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen van beperkte omvang. De landschappelijke structuren lenen zich voor grootschalige zelfstandige opstellen van zonnepanelen. De landschappelijke kenmerken van het landschap wordt met de landschappelijke inpassing versterkt door onder andere het aanplanten van solitaire bomen, landschappelijk struweel en het behouden van doorzichten.
J
Reclamant stelt dat geen afstemming zou hebben plaatsgevonden met omliggende gemeenten.
Deze stelling is feitelijk niet juist. Afstemming met omliggende gemeenten, waaronder de gemeente Tilburg, heeft wel degelijk plaatsgevonden.
Geen wijziging.
K
Volgens reclamant voorziet het plan niet in meervoudig ruimtegebruik.
Het zonnepark voorziet in meervoudig ruimtegebruik. In de ruimtelijke onderbouwing - op pagina 15 - is dit nader toegelicht. Het gaat onder meer om schapenbegrazing, duurzame energieopwekking, stimulering biodiversiteit en versterking van ecologische waarden.
Geen wijziging.
L
Het zonnepark zou in strijd zijn met de Nationale Omgevingsvisie (‘NOVI‘).
In paragraaf 3.1 van de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd toegelicht dat het zonnepark past binnen de afwegingsprincipes van de Nationale Omgevingsvisie.
Geen wijziging.
M
Reclamant meent dat het zicht op de zonnepanelen onvoldoende wordt beperkt door de landschappelijke inpassing van het zonnepark en de landschappelijke inpassing van het zonnepark niet goed in het besluit is geborgd.
Hoewel het zonnepark mogelijk zal leiden tot een veranderd uitzicht voor reclamant, zal de aantasting van zijn het woon- en leefklimaat niet zodanig zijn dat de gemeente geen voorrang kan verlenen aan het belang van het toestaan van een zonnepark boven het belang van reclamant op een ongewijzigd uitzicht.
Geen wijziging.
Van belang daarbij is dat de landschappelijke inpassing ervoor zorgt dat het zonnepark zoveel mogelijk aan het zicht van reclamant wordt onttrokken. Dit gebeurt door de toevoeging van een omvangrijk struweel rond de zonnepanelen van 10 meter breed aan de westzijde van het zonnepark ("de groene bufferzoom"), die het zicht vanuit de woning van reclamant op het zonnepark beperkt.
11
Reclamant 5 ( 5.1,2,e
rechtsbijstand, namens 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
Ingediende zienswijzen zijn inhoudelijk gelijk aan die van reclamant 4 Zienswijze
Reactie
Wijziging
A
Reclamant stelt dat de realisering van het zonnepark zeer nadelig is voor haar.
Reclamant is een 5.1,2,e Het zonneparkproject zal geen nadelige gevolgen hebben op de bedrijfsvoering van appellant. Er zal daarom geen sprake zijn van een aantasting van het bedrijfsklimaat voor appellant. De stelling van reclamant dat het zonnepark nadelig voor haar is, kan niet worden gevolgd.
Geen wijziging.
B
Een maatschappelijk draagvlak voor het zonnepark zou volgens reclamant ontbreken.
De omstandigheid dat niet iedere omwonende van het zonnepark tevreden wordt gesteld, betekent niet dat er onvoldoende draagvlak in de omgeving is. Bij projecten zoals dit zonnepark moet de gemeente een afweging maken tussen het belang van een duurzame energievoorziening in het kader van de energietransitie en de belangen van omwonenden.
Geen wijziging.
Het ontbreken van draagvlak bij direct omwonenden is in die belangenafweging niet zonder meer het meest zwaarwegend.(ABRvS 1
april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:958, r.o. 3.2).
C
Reclamant meent dat de gemeente zich laat dwingen om een omgevingsvergunning te verlenen. Reclamant wijst erop dat mogelijk financiële risico's aan de zijde van de gemeente geen deel mogen uitmaken van de afweging om het voorliggend zonneparkproject toe te staan.
De ontwerpbeslissing om het voorliggend zonneparkproject toe te staan is niet gebaseerd op financiële redenen, maar op het oordeel (van de raad) dat het project past binnen de eis van een goede ruimtelijke ordening. De stelling dat de gemeente zich laat dwingen tot het verlenen van een omgevingsvergunning klopt niet en mist een feitelijke grondslag.
D
Volgens reclamant gaan de ruimtelijke onderbouwing en de ontwerpbeslissingen niet in op de locatiekeuze.
In de ruimtelijke onderbouwing is - op pagina 14 - wel degelijk ingegaan op de locatiekeuze. De ruimtelijke onderbouwing maakt deel uit van de toelichting op de ontwerpbesluiten.
Geen wijziging.
E
Reclamant vreest ervoor dat de aansluiting van het voorliggend zonneparkproject op het elektriciteitsnet zal
Dat er op dit moment sprake is van een transportschaarste (congestie) op het elektriciteitsnet, geeft geen reden voor het oordeel dat het zonneparkproject niet
Geen wijziging.
Geen wijziging.
Als er financiële risico's zijn verbonden voor de gemeente bij het beoordelen van de aanvraag, dan leveren die risico's geen zelfstandige reden op om het voorliggend zonneparkproject toe te staan ofte weigeren.
12
betekenen dat andere (kleinschalige) duurzame initiatieven niet meer op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten.
uitvoerbaar is (ABRvS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3580, r.o, 18.3). De uitvoerbaarheid van andere projecten maakt geen deel uit van het beoordelingskader inzake de aanvaardbaarheid van het zonnepark.
Hierbij geldt dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het voorliggend zonneparkproject niet kan worden uitgevoerd binnen de beoogde periode. De initiatiefnemer van het voorliggend zonneparkproject heeft over het project contact gehad met de netbeheerder. Een aansluiting tot 2,5 MWp is volgens de netbeheerder mogelijk. F
Volgens reclamant is de projectlocatie niet geschikt voor de realisering van een zonnepark.
Het projectgebied betreft een geschikte locatie voor de realisering van het voorliggend kleinschalige zonneparkproject. Het voorliggend project past binnen het gemeentelijk onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Dit onderzoek is weergegeven in hoofdstuk 5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en verder uitgewerkt in het afwegingskader "toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle".
In de ruimtelijke onderbouwing is nader ingegaan op de geschiktheid van de locatie.
Meer in het bijzonder voldoet het project aan de voorwaarden voor grondgebonden kleinschalige (<1,5 hectare) zonneparkprojecten, die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". G
Reclamant stelt dat het voorliggend project niet past binnen de zonneladder, die is opgenomen in het gemeentelijk beleid. Volgens reclamant is binnen de zonneladder geen ruimte voor de realisering van zonneparken in verbrede beekdalen.
Het voorliggend project voldoet aan de uitgangspunten van de zonneladder, als bedoeld in 4.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en artikel 3.41, eerste lid en onder a, van de Interim omgevingsverordening. Dat is toegelicht in paragraaf 3.2 van de ruimtelijke onderbouwing.
Geen wijziging.
De gemeente heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Uiteindelijk kan de gemeente die ambitie alleen behalen door een totaalpakket aan maatregelen, waaronder het
13
faciliteren van grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied. Dit volgt ook uit de paragrafen 4.1 en 4.5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". De zonneladder kent een voorkeursvolgorde voor het toestaan van zonnepanelen. Volgens deze volgorde is weliswaar "zon op landbouwgrond" de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Het gaat daarbij om een motiveringseis, niet om een voorgeschreven uitkomst (Rechtbank Limburg 11 juli 2022,
ECLI:NL:RBLIM:2022:5209, r.o. 9.1-9.5). Aan deze motiveringseis is voldaan.
Het projectgebied is niet gelegen binnen het beekdal. Het gebied ligt net ten zuidoosten van de beek, op de grens van het beekdal naar de hogere gronden. Bij de inrichting van de landschappelijke inpassing van het zonnepark is rekening gehouden met de directe nabijheid van het beekdal. Dat is ook toegelicht in het Landschappelijk inpassingsplan. H
Reclamant meent dat zonneparken niet op landbouwgrond mogen worden toegelaten, omdat deze grond volgens hem nodig is voor voedselproductie.
In het gemeentelijk beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, is als beleidsuitgangspunt geformuleerd dat het niet is toegestaan om zonneparken te realiseren op landschappen voor grootschalige voedselproductie. Dit zijn de voormalige landbouwontwikkelingsgebieden aan de westkant van Goirle. Het projectgebied is niet binnen deze gebieden gesitueerd.
Geen wijziging.
I
Het landschap wordt volgens reclamant onnodig aangetast door het zonnepark.
Het zonnepark past in de omgeving. Het zonnepark is gesitueerd in een gebied dat zich kenmerkt als een grootschalig open landschap met bossen, en beekdalen die het agrarisch landschap doorsnijden en begrenzen.
Geen wijziging.
De landschappelijke structuren lenen zich voor inpassing van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen van beperkte omvang.
14
De landschappelijke structuren lenen zich voor grootschalige zelfstandige opstellen van zonnepanelen. De landschappelijke kenmerken van het landschap wordt met de landschappelijke inpassing versterkt door onder andere het aanplanten van solitaire bomen, landschappelijk struweel en het behouden van doorzichten.
J
Reclamant stelt dat geen afstemming zou hebben plaatsgevonden met omliggende gemeenten.
Deze stelling is feitelijk niet juist. Afstemming met omliggende gemeenten, waaronder de gemeente Tilburg, heeft wel degelijk plaatsgevonden.
Geen wijziging.
K
Volgens reclamant voorziet het plan niet in meervoudig ruimtegebruik.
Het zonnepark voorziet in meervoudig ruimtegebruik. In de ruimtelijke onderbouwing - op pagina 15 - is dit nader toegelicht. Het gaat onder meer om schapenbegrazing, duurzame energieopwekking, stimulering biodiversiteit en versterking van ecologische waarden.
Geen wijziging.
L
Het zonnepark zou in strijd zijn met de Nationale Omgevingsvisie (‘NOVI‘).
In paragraaf 3.1 van de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd toegelicht dat het zonnepark past binnen de afwegingsprincipes van de Nationale Omgevingsvisie.
Geen wijziging.
M
Reclamant meent dat het zicht op de zonnepanelen onvoldoende wordt beperkt door de landschappelijke inpassing van het zonnepark en de landschappelijke inpassing van het zonnepark niet goed in het besluit is geborgd.
Hoewel het zonnepark mogelijk zal leiden tot een veranderd uitzicht voor reclamant, zal de aantasting van zijn het woon- en leefklimaat niet zodanig zijn dat de gemeente geen voorrang kan verlenen aan het belang van de opwek van lokale duurzame energie boven het belang van reclamant op een ongewijzigd uitzicht.
Geen wijziging.
Van belang daarbij is dat de landschappelijke inpassing ervoor zorgt dat het zonnepark zoveel mogelijk aan het zicht van reclamant wordt onttrokken. Dit gebeurt door de toevoeging van een omvangrijk struweel rond de zonnepanelen van 10 meter breed aan de westzijde van het zonnepark ("de groene bufferzoom"), die het zicht vanuit de woning van reclamant op het zonnepark beperkt.
15
Reclamant 6 ( 5.1,2,e
rechtsbijstand, namens 5.1,2,e
5.1,2,e
Ingediende zienswijzen zijn inhoudelijk gelijk aan die van reclamanten 4 en 5 Zienswijze
Reactie
Wijziging
A
Reclamant stelt dat de realisering van het zonnepark zeer nadelig is voor haar.
Reclamant is een 5.1,2,e bedrijf. Het zonneparkproject zal geen nadelige gevolgen hebben op de bedrijfsvoering van appellant. Er zal daarom geen sprake zijn van een aantasting van het bedrijfsklimaat voor appellant. De stelling van reclamant dat het zonnepark nadelig voor haar is, kan niet worden gevolgd.
Geen wijziging.
B
Een maatschappelijk draagvlak voor het zonnepark zou volgens reclamant ontbreken.
De omstandigheid dat niet iedere omwonende van het zonnepark tevreden wordt gesteld, betekent niet dat er onvoldoende draagvlak in de omgeving is. Bij projecten zoals dit zonnepark moet de gemeente een afweging maken tussen het belang van een duurzame energievoorziening in het kader van de energietransitie en de belangen van omwonenden.
Geen wijziging.
Het ontbreken van draagvlak bij direct omwonenden is in die belangenafweging niet zonder meer het meest zwaarwegend.(ABRvS 1
april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:958, r.o. 3.2).
C
Reclamant meent dat de gemeente zich laat dwingen om een omgevingsvergunning te verlenen. Reclamant wijst erop dat mogelijk financiële risico's aan de zijde van de gemeente geen deel mogen uitmaken van de afweging om het voorliggend zonneparkproject toe te staan.
De ontwerpbeslissing om het voorliggend zonneparkproject toe te staan is niet gebaseerd op financiële redenen, maar op het oordeel (van de raad) dat het project past binnen de eis van een goede ruimtelijke ordening. De stelling dat de gemeente zich laat dwingen tot het verlenen van een omgevingsvergunning klopt niet en mist een feitelijke grondslag.
D
Volgens reclamant gaan de ruimtelijke onderbouwing en de ontwerpbeslissingen niet in op de locatiekeuze.
In de ruimtelijke onderbouwing is - op pagina 14 - wel degelijk ingegaan op de locatiekeuze. De ruimtelijke onderbouwing maakt deel uit van de toelichting op de ontwerpbesluiten.
Geen wijziging.
E
Reclamant vreest ervoor dat de aansluiting van het voorliggend zonneparkproject op het elektriciteitsnet zal
Dat er op dit moment sprake is van een transportschaarste (congestie) op het elektriciteitsnet, geeft geen reden voor het oordeel dat het zonneparkproject niet
Geen wijziging.
Geen wijziging.
Als er financiële risico's zijn verbonden voor de gemeente bij het beoordelen van de aanvraag, dan leveren die risico's geen zelfstandige reden op om het voorliggend zonneparkproject toe te staan ofte weigeren.
16
betekenen dat andere (kleinschalige) duurzame initiatieven niet meer op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten.
uitvoerbaar is (ABRvS 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3580, r.o, 18.3). De uitvoerbaarheid van andere projecten maakt geen deel uit van het beoordelingskader inzake de aanvaardbaarheid van het zonnepark.
Hierbij geldt dat er geen aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat het voorliggend zonneparkproject niet kan worden uitgevoerd binnen de beoogde periode. De initiatiefnemer van het voorliggend zonneparkproject heeft over het project contact gehad met de netbeheerder. Een aansluiting tot 2,5 MWp is volgens de netbeheerder mogelijk. F
Volgens reclamant is de projectlocatie niet geschikt voor de realisering van een zonnepark.
Het projectgebied betreft een geschikte locatie voor de realisering van het voorliggend kleinschalige zonneparkproject. Het voorliggend project past binnen het gemeentelijk onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Dit onderzoek is weergegeven in hoofdstuk 5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en verder uitgewerkt in het afwegingskader "toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle".
In de ruimtelijke onderbouwing is nader ingegaan op de geschiktheid van de locatie.
Meer in het bijzonder voldoet het project aan de voorwaarden voor grondgebonden kleinschalige (<1,5 hectare) zonneparkprojecten, die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". G
Reclamant stelt dat het voorliggend project niet past binnen de zonneladder, die is opgenomen in het gemeentelijk beleid. Volgens reclamant is binnen de zonneladder geen ruimte voor de realisering van zonneparken in verbrede beekdalen.
Het voorliggend project voldoet aan de uitgangspunten van de zonneladder, als bedoeld in 4.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en artikel 3.41, eerste lid en onder a, van de Interim omgevingsverordening. Dat is toegelicht in paragraaf 3.2 van de ruimtelijke onderbouwing.
Geen wijziging.
De gemeente heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn. Uiteindelijk kan de gemeente die ambitie alleen behalen door een totaalpakket aan maatregelen, waaronder het
17
faciliteren van grondgebonden zonnepanelen in het buitengebied. Dit volgt ook uit de paragrafen 4.1 en 4.5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle". De zonneladder kent een voorkeursvolgorde voor het toestaan van zonnepanelen. Volgens deze volgorde is weliswaar "zon op landbouwgrond" de minst gewenste keuze, maar is het een (gekozen) optie om zonnepanelen toe te staan op landbouwgrond als gemotiveerd wordt waarom de zonnepanelen niet elders kunnen worden toegestaan. Het gaat daarbij om een motiveringseis, niet om een voorgeschreven uitkomst (Rechtbank Limburg 11 juli 2022,
ECLI:NL:RBLIM:2022:5209, r.o. 9.1-9.5). Aan deze motiveringseis is voldaan.
Het projectgebied is niet gelegen binnen het beekdal. Het gebied ligt net ten zuidoosten van de beek, op de grens van het beekdal naar de hogere gronden. Bij de inrichting van de landschappelijke inpassing van het zonnepark is rekening gehouden met de directe nabijheid van het beekdal. Dat is ook toegelicht in het Landschappelijk inpassingsplan. H
Reclamant meent dat zonneparken niet op landbouwgrond mogen worden toegelaten, omdat deze grond volgens hem nodig is voor voedselproductie.
In het gemeentelijk beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, is als beleidsuitgangspunt geformuleerd dat het niet is toegestaan om zonneparken te realiseren op landschappen voor grootschalige voedselproductie. Dit zijn de voormalige landbouwontwikkelingsgebieden aan de westkant van Goirle. Het projectgebied is niet binnen deze gebieden gesitueerd.
Geen wijziging.
I
Het landschap wordt volgens reclamant onnodig aangetast door het zonnepark.
Het zonnepark past in de omgeving. Het zonnepark is gesitueerd in een gebied dat zich kenmerkt als een grootschalig open landschap met bossen, en beekdalen die het agrarisch landschap doorsnijden en begrenzen.
Geen wijziging.
De landschappelijke structuren lenen zich voor inpassing van zelfstandige opstellingen van zonnepanelen van beperkte omvang.
18
De landschappelijke structuren lenen zich voor grootschalige zelfstandige opstellen van zonnepanelen. De landschappelijke kenmerken van het landschap wordt met de landschappelijke inpassing versterkt door onder andere het aanplanten van solitaire bomen, landschappelijk struweel en het behouden van doorzichten.
J
Reclamant stelt dat geen afstemming zou hebben plaatsgevonden met omliggende gemeenten.
Deze stelling is feitelijk niet juist. Afstemming met omliggende gemeenten, waaronder de gemeente Tilburg, heeft wel degelijk plaatsgevonden.
Geen wijziging.
K
Volgens reclamant voorziet het plan niet in meervoudig ruimtegebruik.
Het zonnepark voorziet in meervoudig ruimtegebruik. In de ruimtelijke onderbouwing - op pagina 15 - is dit nader toegelicht. Het gaat onder meer om schapenbegrazing, duurzame energieopwekking, stimulering biodiversiteit en versterking van ecologische waarden.
Geen wijziging.
L
Het zonnepark zou in strijd zijn met de Nationale Omgevingsvisie (‘NOVI‘).
In paragraaf 3.1 van de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd toegelicht dat het zonnepark past binnen de afwegingsprincipes van de Nationale Omgevingsvisie.
Geen wijziging.
M
Reclamant meent dat het zicht op de zonnepanelen onvoldoende wordt beperkt door de landschappelijke inpassing van het zonnepark en de landschappelijke inpassing van het zonnepark niet goed in het besluit is geborgd.
Hoewel het zonnepark mogelijk zal leiden tot een veranderd uitzicht voor reclamant, zal de aantasting van zijn het woon- en leefklimaat niet zodanig zijn dat de gemeente geen voorrang kan verlenen aan het belang van de opwek van lokale duurzame energie boven het belang van reclamant op een ongewijzigd uitzicht.
Geen wijziging.
Van belang daarbij is dat de landschappelijke inpassing ervoor zorgt dat het zonnepark zoveel mogelijk aan het zicht van reclamant wordt onttrokken. Dit gebeurt door de toevoeging van een omvangrijk struweel rond de zonnepanelen van 10 meter breed aan de westzijde van het zonnepark ("de groene bufferzoom"), die het zicht vanuit de woning van reclamant op het zonnepark beperkt.
19
7. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant Zienswijze
Reactie
Wijziging
A
Gedeputeerde Staten vinden het jammer dat geen ambtelijk vooroverleg heeft plaatsgevonden. Zij geven aan dat zij in het vervolg graag in een vroegtijdig stadium betrokken willen worden bij ontwikkelingen zoals het voorliggend project.
Het college nodigt Gedeputeerde Staten alsnog uit om de aanvaardbaarheid van het zonneparkproject te bespreken. Het college zal in het vervolg eerder contact opnemen met Gedeputeerde Staten bij de totstandkoming van besluitvorming over zonneparkprojecten.
Geen wijziging.
B
Gedeputeerde Staten stellen dat uit de ruimtelijke onderbouwing nog onvoldoende blijkt dat de nieuwvestiging van het zonnepark in overeenstemming is met artikel 3.41, eerste lid onder b, van de Interim omgevingsverordening.
Bij de totstandkoming van de ontwerpbesluiten is beoordeeld of het initiatief in overeenstemming is met artikel 3.41, eerste lid, van de Interim omgevingsverordening. Dat bleek het geval.
In de ruimtelijke onderbouwing is zoals door Gedeputeerde Staten is verzocht nader ingegaan op de geschiktheid van de locatie.
Het voorliggend project past binnen het gemeentelijk onderzoek naar geschikte locaties voor zelfstandige opstellingen van zonnepanelen. Dit onderzoek is weergegeven in hoofdstuk 5 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle", dat door de raad is vastgesteld op 15 januari 2019, en verder uitgewerkt in het afwegingskader "toetsingscriteria voor locaties Zonneparken Goirle".
Meer in het bijzonder voldoet het project aan de voorwaarden voor grondgebonden kleinschalige (<1,5 hectare) zonneparkprojecten, die zijn opgenomen in paragraaf 5.3 van het beleidsstuk "Zonnewijzer en windrichting gemeente Goirle".
C
Gedeputeerde Staten benadrukken de wens om inheemse beplanting te gebruiken bij de landschappelijke inpassing van het zonnepark, zodat ook aangesloten wordt en bijgedragen wordt aan de versterking van de reeds aanwezige ecologische, landschappelijke en hydrologisch waarden en kenmerken van de groenblauwe mantel.
Het college heeft deze wens doorgegeven aan de initiatiefnemer.
Geen wijziging.
20
21