07c- Bijlage 1 Quickscan_zonnepark_Goirle.pdf
Tekst van het document
RAPPORT Quickscan natuur zonnepark Goirle Toetsing in het kader van de Wnb Klant:
5.1,2,e
5.1,2,e
Referentie: BH2833WATRP2006221523
Status:
S0/P01.01
Datum:
22-6-2020
n.
"aam.
1
A
-H
-1
►
.
29
"hn 5, 3 jr ’ 9
120e
0.6 G’u
ajo ygeTL x-
1
im
L*0 0241. • ,ehe,ee ■ jp9Fi t- che
2,3
gg,
A‘. 4,
ee 2- ■ ■ z
h
A '
-7
0ggg.y, a 22072
Ë 22
2e en-’a
:.
s-
i
#
"f
912
*,2 I
1c26 e1
t‘
0#
I --m
K'i. ."Wd
— . — -1 r u.. me.» - - aa
gfi Pff —> ■ E
tmmg-
"8 (
f
R
pdHL 4 - 5 sgw. e, 3 ' "v* e 0" na. ' -s5L
deni cë" ‘3-
7• HMhë Lai2NaA22 ƒ. . e*ae
8,6
I 2 A‘
fa
1
g—‘
23-”
2a 2 A 4 -""An
a,a3s*
03 L c-
#
-%5 >
0
14-
7
ke 2
fa
-■J
J
1 Tu.
.2, fotma
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5.1,2,e
5.1,2,e
Water Trade register number: 5.1,2,e
T E
5.1,2,e 5.1,2,e
W
5.1,2,e
Titel document: Quickscan natuur zonnepark Goirle Ondertitel: QS Zonnepark Goirle Referentie: BH2833WATRP2006221523 Status: P01.01/S0 Datum: 22-6-2020 Projectnaam: TE Zonnepark Projectnummer: BH2833 Auteur(s): 5.1,2,e
Opgesteld door:
5.1,2,e
Gecontroleerd door: 5.1,2,e Datum/paraaf: 30 juni 2020
Goedgekeurd door: 5.1,2,e Datum/paraaf: 30 juni 2020
SVSTEM,
$ (— Classificatie Projectgerelateerd
\NVGL// ISO 9001 - ISO
5.1,2,e
ISO 45001
Disclaimer Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van 5.1,2,e Nederland B. V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. 5.1,2,e Nederland B. V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van 5.1,2,e B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 5.1,2,e en ISO 45001:2018. 22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
ii
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Aanleiding
1.2
Doel van dit rapport
1 1
1.3
Leeswijzer
1
2
Beschrijving van het plangebied en het voornemen
2
2.1 2.2
Algemene beschrijving van het plangebied
2
Impressie van het plangebied
3
2.3
Beschrijving van het voornemen
5.1,2,e
3
Werkwijze
6
3.1 3.2
Gebiedsbescherming
6
Soortenbescherming
6
3.3
Planologische gebiedsbescherming
6
4
Wet natuurbescherming - Gebiedsbescherming
7
4.1 4.2
Natura 2000-gebieden
7
Effectbesch rij ving gebiedsbescherming
8
Wet natuurbescherming - Soortenbescherming
9
Planten
9
Zoogdieren
9 9
5.1,2,e
5.1 5.2
5.3 5.4
Broedvogels
Vissen
5.5 5.6
Amfibieën en reptielen Overige beschermde soorten
10 10 10
6
Natuurnetwerk Nederland
11
6.1 6.2
Natuurnetwerk Brabant
11
Effecten op wezenlijke waarden en kenmerken NNB
12
7
Conclusies en aanbevelingen
13
7.1
Beschermde gebieden Natura 2000
13
7.2
Beschermde soorten Wnb
7.3
Planologische gebiedsbescherming (NNB)
13 13
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
iii
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
14
Geraadpleegde bronnen
Bijlagen Bijlage 1: Beknopt kader natuurwet en regelgeving Bijlage 2: Ontwerp inrichting zonnepark
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
iv
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
BV (TE) heeft het voornemen om een zonnepark van circa 2,97 hectare te ontwikkelen op het kadastrale perceel GLE01 I 217 aan de Abcovensedijk te Goirle.
5.1,2,e
5.1,2,e
Het inrichten van een zonnepark is een ruimtelijke ingreep zoals bedoeld in het kader van de Wet natuur bescherming (hierna: Wnb). Om na te gaan of er (negatieve) effecten op beschermde gebieden of beschermde soorten kunnen optreden, is een toets nodig aan de Gebiedsbescherming en de Soortenbescherming van de Wnb. Daarnaast wordt de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan het planologische beschermingsregime van het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN). Omdat er geen bomen worden gekapt, is een toetsing aan het Houtopstandendeel van de Wnb niet noodzakelijk.
De gegevens voortvloeiend uit de quickscan geven duidelijkheid of een aanvullend onderzoek en een daaruit volgende toetsing aan de Wet natuurbescherming (natuurtoets) noodzakelijk is en/of een aanvullende beoordeling in het kader van de planologische gebiedsbescherming. Een beknopte beschrijving van de natuurwet en -regelgeving is in bijlage 1 opgenomen.
1.2
Doel van dit rapport
Dit rapport geeft een algemene indruk van het plangebied en de daar mogelijk voorkomende juridisch dan wel planologisch beschermde natuurwaarden. Hierbij wordt gekeken naar de onderdelen Soorten bescherming (flora & fauna) en Gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden) van de Wnb en de planologische gebiedsbescherming van het NNN.
De onderzoeksvragen zijn als volgt: • Welke beschermde Natura 2000-gebieden liggen in de omgeving van het plangebied en ondervinden negatieve effecten op de aanwezige instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden? • Welke beschermde soorten kunnen in of rondom het plangebied binnen de invloedsfeer van de voorgenomen ingreep verwacht worden of zijn op basis van aanwezige biotopen niet uit te sluiten? En welke effecten kunnen deze beschermde soorten ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteit? Is aanvullend onderzoek nodig om de aanwezigheid van beschermde soorten na te gaan? Zo ja, voor welke soorten? • Ligt het plangebied in of in de buurt van de NNN (In dit geval GNN) en veroorzaakt de voorgenomen activiteit negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN.
1.3
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 geeft een algemene indruk van het plangebied en beschrijft de voorgenomen ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 is de werkwijze beschreven. De storingsfactoren die relevant zijn voor de voorgenomen ingreep en aanwezige beschermde Natura 2000-gebieden zijn in hoofdstuk 4 beschreven. Vervolgens is in hoofdstuk de aanwezigheid van beschermde soorten en de effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten beoordeeld. Hoofdstuk 6 behandelt de gevolgen op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Tot slot zijn in hoofdstuk 7 de conclusies samengevat en worden aanbevelingen gedaan. 5.1,2,e
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
1
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
2
Beschrijving van het plangebied en het voornemen
2.1
Algemene beschrijving van het plangebied
Het plangebied ligt ten zuidoosten van Goirle aan de Abcovensedijk en een agrarisch zandpad. Ten noorden van het plangebied ligt het natuurreservaat Abcoven rond de waterloopjes de Oude en Nieuwe Ley. Ten zuiden van her plangebied ligt het dierenpark de Beekse Bergen. Het plangebied zelf bestaat uit akker. Het plangebied zelf kent geen landschapselementen, langs het perceel liggen enkele greppels en een sloot (Figuur 2-1). Tijdens het veldbezoek stonden er aardappels op het veld. Langs het zandpad en de sloot staan enkele bomen. Aan de kop van het perceel aan de westkant ligt een oprit naar graslanden ten noorden van het plangebied. Deze oprit ligt in het verlengde van een houtwal. De graslanden ten noorden van het plangebied lijken extensief begraasd te worden en hebben meerdere greppels wat erop duidt dat deze percelen vochtig kunnen zijn.
N
K%" F
P
y M )
A,
.3
J
J c
/
■
\
A
1
>
•W C
— «
{
G.tr
i .
X 4
$
NE\
r
x t'’
■IK
lee
r
■
-
E=,
Figuur 2-1: Ligging en begrenzing van het plangebied aan de Abcovensedijk te Goirle.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
2
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
2.2
Impressie van het plangebied
De figuren 2-2 t/m 2-5 geven een impressie van het plangebied en de omgeving tijdens het veldonderzoek (d.d. 18 juni 2020, uitgevoerde door een ter zake kundige ecoloog van 5.1,2,e 5.1,2,e
-
qqg’erFöe: -ge) iHijed ■■
-
5
■
ts
p
gv22. 8...4 -es0d 2
02 .-2
p
-A Ne. 4. ƒ9
'.b,8V 1 ..
1 ë
52
24s3
er.do d
,.n E#
69
cg-
u
-uca2f
•
Ae2 -3 c/
■
a 45 ----
ER
*ë.c 3 .. ” L-" ■■
M8
,5; h.a jpq-da, g.c g. a K pace F «35352 2-^ ;1
c,eranicoe ■■
6 ed -
mRe2
et
2.—
53 5 gegg0,95.
b
Figuur 2-2; Plangebied aan de Abcovensedijk.
tsg
Derëdd
1
—Hcef Wie , n-oe
2,3
9 ■
' s,
C5ocet
eT 438
«mage x
-1
.92
- "V
Ni
a;
-•n "
edgg
18
04
"3
BtaaM Ne
-e
ae
--
26"
ƒ
Figuur 2-3: Plangebied langs zandpad en bomenrij in de verte natuurreservaat Abcoven.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
3
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
r
NSë0
Ha 26
50
m
na
L . ,.3
w
—
gnc-
&
ei
3
e e 2Sil " J *IFsa*7:
*e dcji.
r
"‘A
la
gs5nh. ,a
Ale:
o
222
a
5.1,2,e
2" e
-"2-u <
ega
54
5.1,2,e
i
a3
en.lye -22 ,, 0.-
l
L,03e 49
0 r
4
.08
Figuur 2-4: Brede oprit en braak stukje langs plangebied in verlengde van een houtwal
$
E5
A&an.aa
dm
h. g, %e *'! p (, byr,g*ac V) tejal. "GV te%F 75 2a"
22 "g S
9706237g
5,08
-} ii
,2
(P,
V2g
2,9
924 *2/ é■
25
% 393
ï,
3
0-2 j4,
8! 23,
5.1,2,e ■-
--.4 : Ei
9
sgle 32 M"234
‘22 ■
man
8
$,3
Ja
Figuur 2-5: Sloot met riet en bomen ten westen van het plangebied.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
4
3 -H-ga
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
2.3
Beschrijving van het voornemen
Het plangebied heeft een omvang van circa 2,9 ha. In bijlage 2 is een kaart opgenomen met de 5.1,2,e voorgenomen inrichting van het zonnepark Goirle. 5.1,2,e streeft ernaar zonneparken landschappelijk en ecologisch in te passen met ruimte voor de natuur. Het zonnepark in Goirle ligt vlak naast een vochtig natuurreservaat de Abcoven. Bij de inpassing wordt aangesloten bij deze vochtige natuur door aanleg van een poel en afvlakking van de oevers van de bestaande sloten en ontwikkeling van (vochtige) bloem- en kruidenrijk grasland. Rondom het zonnepark zelf worden struweelhagen aangelegd met inheemse soorten die aantrekkelijk zijn voor insecten en vogels zoals wilg, meidoorn en sporkenhout. Het aanleggen van het park zal vanaf 2021 gerealiseerd worden, er is nog geen periode bekend waarin de werkzaamheden uitgevoerd zullen worden.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
■ 5.1,2,e
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
3
Werkwijze
3.1
Gebiedsbescherming
Voor de quickscan voor de Wnb Gebiedsbescherming is allereerst bekeken of wettelijk beschermde Natura 2000-gebieden nabijgelegen zijn. Hiervoor is de Natuurbeheerplan atlaskaart van de provincie NoordBrabant geraadpleegd. In de omgeving van het plangebied zijn op een afstand kleiner dan 5 kilometer één of meerdere Natura 2000-gebieden gelegen. Voor deze gebieden is vervolgens aan de hand van de zogenoemde Effecten indicator nagegaan of en in hoeverre enige relatie te verwachten is tussen de voorgenomen ingreep en de onder de Wnb geformuleerde instandhoudingsdoelen van in deze omgeving liggende Natura 2000gebieden (Voortoets).
3.2
Soortenbescherming
Voor de quickscan voor de Wnb Soortenbescherming wordt een analyse van bestaande flora- en faunagegevens en een oriënterend veldbezoek uitgevoerd. Voor de analyse van de bestaande gegevens van flora en fauna is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) database op 18 juni 2020 geraadpleegd. Daarbij zijn de gegevens van beschermde soorten van de laatste 10 jaar opgevraagd (range van 1-1-2010 t/m juni 2020). Tevens zijn verspreidingsatlassen van verschillende soortgroepen geraadpleegd. Hierdoor ontstaat een beeld van in de omgeving voorkomende planten en dieren. Het oriënterend veldbezoek is uitgevoerd op 18 juni 2020 door 5.1,2,e ecoloog in dienst bij 5.1,2,e Tijdens het veldbezoek is gericht gekeken naar de aanwezigheid van natuurwaarden (lees: habitats die geschikt zijn voor beschermde soorten). Tijdens het veldbezoek was het zonnig. Het was rond de 22 graden Celsius.
5.1,2,e
Op basis van de analyse van bestaande gegevens en het veldbezoek is beoordeeld wat de geschiktheid van de aanwezige habitats is voor beschermde soorten en in hoeverre beschermde soorten daadwerkelijk te verwachten zijn of uitgesloten kunnen worden.
3.3
Planologische gebiedsbescherming
Bij dit onderdeel is onderzocht of het plangebied in of nabij het Natuurnetwerk Brabant (NNB) ligt. Op grond van de aard van de ingreep en de afstand tot beschermde gebieden wordt bepaald of negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB naar verwachting aan de orde zijn.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
6
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
4
Wet natuurbescherming - Gebiedsbescherming
4.1
Natura 2000-gebieden
Ligging van het projectgebied tot Natura 2000-gebieden Op een afstand van op circa 3,5 kilometer ten westen van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Regte heide & Rielse laag en op circa 4,3 kilometer ten noordoosten van het plangebied ligt het Natura 2000gebied Kampina & Oisterwijse vennen. Op een afstand van 4,7 kilometer ten zuiden van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Kempenland-West (Figuur 4-1).
Oud-Zuid RB nFa
De Blaak
bk
—m Groenewoud,
A5B
Kempenland-
F
d
Boschkens.
MSfiTgs Hoeven
4
Kerkeindse Heide
Bakertand
Riel o
Spaans
Goirle
F A
K
Vinkenbere
Z€ Heuvelstraat Broekzijd
fariplein ggm"gashn,e 1
Kongo
Looien F
Moergest
o
70 . :
bind
Ld
■ • vK —E*
Afrikadorp
z t c*
Tijvoort
Biest- HoutakkerO
\
Breehees
Kleine Voort
Begte heide &
Driehuizen
vv
-0 %,S t
erk Rielse laag
Gorp Kempenlan
West_c> R oo v o
Lag
Hilva ren beek Kléin LoonC k■ Waterst Laag Spul
//7//
—
Diessen,
_______________ r. ■ P
Figuur 4-1: Ligging plangebied ten opzichte van de Natura 2000-gebieden.
Storingsfactoren De Effecten indicator zoals aangereikt door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2020) geeft een negentiental mogelijke effecten, de zogenoemde storingsfactoren, waarmee in ieder geval rekening moet worden gehouden ten aanzien van in Natura 2000-gebieden beschermde waarden. Op basis van deze storingsfactoren worden de effecten op de Natura 2000-gebieden in de omgeving beoordeeld. De afstand van de Natura 2000-gebieden en hun waarden tot het plangebied is dusdanig groot dat voor de meeste storingsfactoren op voorhand kan worden uitgesloten dat deze zullen optreden als gevolg van de voorgenomen activiteit. Dit als gevolg van het gegeven dat emissies van bijvoorbeeld geluid, 22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
7
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
licht en trillingen, als gevolg van tussenliggend landgebruik als snelwegen en woonkernen, in combinatie met de afstand ter plaatse van geen enkele Natura 2000-gebied nog waarneembaar zijn. Bovendien grijpt de voorgenomen activiteit niet in op het regionale grondwater of watersystemen waar enig Natura 2000gebied onderdeel van is. Effecten ten gevolge van vrijwel alle in de Effecten indicator opgenomen storingsfactoren is dan ook op voorhand uitgesloten. De enige storingsfactoren waarvan op voorhand niet duidelijk is of deze relevant is, is verzuring en vermesting door N-depositie (stikstofdepositie) uit de lucht.
De andere storingsfactoren zullen daarom niet behandeld worden in de effectbeoordeling.
4.2
Effectbeschrijving gebiedsbescherming
Stikstofdepositie in de aanlegfase De voorgenomen ingreep heeft een tijdelijk karakter. Door de ontwikkeling van het zonnepark zal het huidige agrarische gebruik (bemesting en aardappelveld) in het plangebied worden opgeheven, waardoor een permanente stikstofdepositiebron wordt opgeheven.
Uit AERIUS-berekeningen van andere vergelijkbare zonneweides waar het huidige agrarische gebruik in het plangebied wordt opgeheven, komt naar voren dat er door interne saldering (wegstrepen van evt. tijdelijke extra depositie door voorgenomen activiteit tegen het opheffen van een permanente bron van depositie van het agrarisch gebruik) geen permanente stofstofdepositietoename te verwachten is ( 5.1,2,e 5.1,2,e 2019). Dit neemt niet weg dat bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling als deze een berekening van de stikstof depositie in AERIUS Calculator noodzakelijk is. Indien de toename van de depositie >0,01 mol N/ha/jaar is, dient een vergunning van de Wnb aangevraagd te worden. Stikstofdepositie in de gebruiksfase De gebruiksfase leidt niet tot externe effecten als gevolg van de 19 verstoringsfactoren van de effecten indicator. Ook verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie zal in de gebruiksfase niet optreden omdat er geen extra stikstof wordt uitgestoten. Een vergunningplicht voor de gebruiksfase is daarom niet aan de orde ten aanzien van beschermde gebieden.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
8
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
5
Wet natuurbescherming - Soortenbescherming
5.1
Planten
In de verspreidingsgegevens van de NDFF zijn geen waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend. Tijdens het veldbezoek van 18 juni 2020 is het plangebied onderzocht maar zijn ook geen beschermde planten aangetroffen. Het gehele perceel stond vol met aardappels zonder andere planten er tussen. In en rond de greppels en sloot rond om het perceel stonden wat algemene ruigtekruiden zoals riet en melganzevoet. De meeste beschermde vaatplanten soorten komen voor op meer basische groeiplaatsen op minerale grond die typerend is voor akkeronkruiden en pioniervegetaties van overwegend kalkhoudende gronden. Anderzijds zijn er nog een beperkt aantal soorten van zeer schrale, zwak zure omstandigheden opgenomen in de lijst van beschermde planten. Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidings gegevens en de aanwezige habitats niet in groeiplaatsen van krachtens de Wnb beschermde vaatplanten. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden.
5.2
Zoogdieren
Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF komt naar voren dat geen waarnemingen van beschermde zoogdieren in of rond het plangebied bekend zijn. Het grootste deel van het plangebied is ook niet geschikt als leefgebied voor beschermde zoogdieren als gevolg van het intensieve agrarische gebruik van het grasland. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen waarnemingen gedaan van zoogdieren. Vleermuiswaarnemingen zijn eveneens niet bekend. Het plangebied zelf heeft geen landschapselementen die als vlieg/migratieroute gebruikt kunnen worden. De bomen langs het zandpad en de sloot vormen geen lijnvormige (verbindende) structuur, en is naar verwachting slechts matig geschikt als vliegroute voor vleermuizen. De woning en stallen rond op het plangebied bieden mogelijk (potentiële) vaste paar- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De bomenrijen en gebouwen in kwestie vallen niet binnen het plangebied en worden door de ingreep niet aangetast. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van essentieel leefgebied van beschermde zoogdiersoorten. Vanwege het ontbreken van geschikte schuil- of verblijfsmogelijkheden worden zij ook niet verwacht in het plangebied. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde zoogdieren.
5.3
Broedvogels
Geraadpleegde verspreidingsgegevens wijzen alleen op het voorkomen van broedvogels buiten het plangebied en met name in het noordelijker gelegen natuurreservaat Abcoven. Binnen het plangebied zijn geen bomen en dus is er geen broedgelegenheid voor soorten met jaarrond beschermde nesten of andere soorten die in bomen nestelen. Tijdens het veldbezoek zijn geen weidevogels waargenomen, wel vlogen enkele huiszwaluwen over het perceel. Deze zullen waarschijnlijk hun nest op de erven rond om het perceel hebben. Ook van de bomen rond het plangebied zijn geen waarnemingen van broedgevallen bekend. Er zijn geen jaarrond beschermde nestplaatsen bekend rondom het plangebied. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten ten aanzien van vogelsoorten waarvan de nestplaats jaarrond beschermd zijn. Binnen het plangebied komen naar verwachting geen geschikte broedlocaties voor broedvogels voor. Wanneer de aanleg werkzaamheden buiten het broedseizoen (circa 15 augustus tot 15 maart) worden uitgevoerd wordt geen overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb verwacht. Wanneer toch in het broedseizoen gewerkt gaat worden is, is het 22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
9
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
aan te bevelen om voorafgaande de start van de werkzaamheden het terrein door een ter zake kundig ecoloog te laten controleren op aanwezige broedvogels. Indien geen in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen, kunnen de werkzaamheden starten. Indien echter in gebruik zijnde nesten worden vastgesteld, moet worden beoordeeld of de werkzaamheden kunnen aanvangen.
5.4
Vissen
Geraadpleegde verspreidingsgegevens wijzen niet op het voorkomen van bij de Wnb beschermde vissen. Binnen het plangebied komen enkele greppels voor die droogvallen en daardoor ongeschikt voor beschermde vissoorten. De sloot ten westen van het plangebied is waarschijnlijk wel jaarrond watervoerend, maar staat onder invloed van de agrarische percelen rond om en heeft daardoor zeer voedselrijk water en daardoor ook ongeschikt voor beschermde vissoorten. Daarnaast vormen de sloten en greppels geen onderdeel van het plangebied en blijven zij behouden. Beschermde vissoorten en leefgebied voor beschermde vissoorten zijn afwezig in het plangebied. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde vissoorten.
5.5
Amfibieën en reptielen
Geraadpleegde verspreidingsgegevens wijzen niet op het voorkomen van beschermde reptielen- en amfibiesoorten in en rond het plangebied. Rond het plangebied komen enkele deels permanent water voerende slootjes/greppels voor. Deze greppels staan echter onder invloed van agrarische percelen en zijn daardoor erg voedselrijk. Tevens vallen de meeste greppels droog en vormen daardoor geen geschikte voortplantingslocatie voor amfibieën. Tevens is voor de meeste soorten het landhabitat afwezig in het plangebied. Reptielen hebben voldoende oppervlakte nodig met afwisseling in structuur en aanwezigheid van kale, zanderige plekken en anderzijds voldoende dekking in de winter. Het eentonige graslandperceel voorziet door afwezigheid van dergelijke omstandigheden niet in geschikt leefgebied voor reptielen. Tijdens het veldbezoek zijn ook geen reptielen binnen het plangebied waargenomen. Ook zijn geen potentieel geschikte leefgebieden aangetroffen. Geschikte leefgebieden van beschermde amfibieën- en reptielensoorten zijn afwezig in het plangebied. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde amfibieën en reptielen.
5.6
Overige beschermde soorten
Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) komen geen waarnemingen van beschermde ongewervelden naar voren. Omdat het plangebied vooral onder invloed staat van intensieve landbouw, is het redelijkerwijs uitgesloten dat er beschermde ongewervelden voorkomen in het plangebied. Geschikte waardplanten ontbreken Vlinders en libellen zijn vaak afhankelijk van zeer specifieke omstandigheden, zoals bloemrijke graslanden of permanent stromende beken met goed ontwikkelde oevervegetaties. Het voorkomen van beschermde ongewervelden binnen het plangebied kan dan ook worden uitgesloten. Het voorkomen van overige beschermde soorten ofhabitats van beschermde soorten binnen het plangebied is uitgesloten. Het is hierdoor uitgesloten dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot negatieve effecten op beschermde ongewervelde diersoorten.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
10
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
6
Natuurnetwerk Nederland
6.1
Natuurnetwerk Brabant
Het plangebied ligt net buiten de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) (zie figuur 7-1). Ten noorden en ten westen van het L-vormige plangebied liggen delen van de NNB die nog ontwikkeld moeten worden (roze: N00.01 Nog om te vormen naar natuur). Deze gronden zijn onderdeel van het natuurreservaat Abcoven dat rond het beekdal van de Oude Ley ligt. Ten noorden van de watergang de Oude Ley liggen natte beheertypen zoals vochtig hooiland en beek begeleidend bos. Ten zuidoosten van het plangebied liggen voornamelijk bossen met lage natuurwaarden (beige-groen: beheertype N16.03 droog bos met productie), deze bossen zijn onderdeel van het safaripark Beekse Bergen.
% V
G
A
$
Aa
L
Figuur 6-1: Ligging plangebied ten opzichte van de NNB.
Het plangebied maakt deel uit van “Beekdal Oude en Nieuwe Leij” van het deelgebied Beerze-Reusel in de provincie Noord-Brabant. De wezenlijke waarden en kenmerken van dit beekdal zijn als volgt geformuleerd:
Historische en actuele kenmerken en waarden Het beekdal van de Oude en Nieuwe Leij bestond in het begin van de 20e eeuw uit een kleinschalig landschap, waarin moerassen en natte hooilanden werden afgewisseld door elzensingels, broekstruwelen en broekbosjes. Door stedelijke uitbreidingen van Goirle en Tilburg en de aanleg van rijkswegen is het beekdal sterk aangetast. Ondanks deze aantastingen bezit het beekdal plaatselijk nog hoge landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden. In bijzonder geldt dit voor het natuurreservaat Abcoven en het beekdal ten oosten van Tilburg. In deze gebieden heeft het beekdal nog een kleinschalig
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
11
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
karakter en komen er nog karakteristieke elementen en soorten voor, zoals elzenbroekbosjes met elzenzegge en gewone dotterbloem en vochtige hooilanden. In deze gebieden en ook elders in het beekdal komt kwelwater aan oppervlakte, wat tot uitdrukking komt door de aanwezigheid van soorten als waterviolier, grote boterbloem en holpijp. Natuur- en landschapsdoelstellingen De doelstellingen voor natuur en landschap zijn grotendeels gericht op behoud en met name herstel van een kleinschalig beekdallandschap. Naast vochtige tot natte bloemrijke en schrale graslanden zal het landschap bestaan uit singels, knotbomenrijen, vochtige en natte loofbosjes, natte ruigten, moerasjes en poelen. In het gebied De Otter (ten westen van het plangebied) zal het beekdal voornamelijk bestaan uit moeras- en ruigtevegetaties, die in natte periodes inunderen met water uit de Oude en Nieuwe Leij (Provincie Noord-Brabant, 2020).
6.2
Effecten op wezenlijke waarden en kenmerken NNB
Het plangebied en het planvoornemen ligt niet in maar wel nabij planologische beschermde natuurwaarden zoals aangeduid in de provinciale atlas van de provincie Noord-Brabant.
Van de percelen van de NNB die grenzen aan het plangebied dienen de waarden echter nog ontwikkeld te worden (beheertype: N00.01 Nog om te vormen naar natuur. Daarom is het optreden van negatieve effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNB uitgesloten. Er hoeft daarom geen “Nee, tenzij”-toets te worden doorlopen.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
12
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
7
Conclusies en aanbevelingen
7.1
Beschermde gebieden Natura 2000
Als gevolg van stikstofdepositie zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van onder meer Natura-2000 gebied Regte heide & Riels laag (en eventueel andere Natura 2000-gebieden) niet uit te sluiten. Vanwege de aard van de voorgenomen ingreep is het optreden van de storingsfactor N-depositie uit de lucht niet op voorhand uit te sluiten. Overige storingsfactoren treden als gevolg van de voorgenomen ingreep niet op.
Een AERIUS-berekening is noodzakelijk om effecten te kunnen duiden. Omdat de permanente stikstofbelasting zal verminderen omdat bemeste agrarisch percelen uit productie worden gehaald, kan er wel intern gesaldeerd worden.
7.2
Beschermde soorten Wnb
Het voorkomen van beschermde planten of diersoorten of habitats van beschermde diersoorten binnen het plangebied is uitgesloten, met uitzondering van algemene broedvogels. Het is daardoor aan te bevelen om de werkzaamheden buiten het algemene broedseizoen, globaal de periode van 15 maart t/m 15 augustus, uit te voeren. Indien de werkzaamheden wel in deze periode plaatsvinden, is het aan te bevelen om het terrein voorafgaande de start van de werkzaamheden door een ter zake kundige ecoloog te controleren op in gebruik zijnde nesten. Bij aantreffen van broedlocaties wordt door de ter zake kundige beoordeeld of de werkzaamheden kunnen aanvangen of dat zij uitgesteld moeten worden. Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedgevallen.
Ten aanzien van de overige beschermde soorten in het kader van de Wnb zijn overtredingen van verbods bepalingen op voorhand uit te sluiten, vanwege het ontbreken van geschikte biotoop en schuilgelegenheid in het plangebied voor soorten.
7.3
Planologische gebiedsbescherming (NNB)
De wezenlijke kenmerken en waarden van de NNB worden niet negatief beïnvloed. Er hoeft daarom geen “Nee, tenzij”-toets te worden doorlopen. De ontwikkeling kan in overeenstemming met de planologische gebiedsbescherming plaatsvinden.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
13
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
Geraadpleegde bronnen • • • • •
22-6-2020
NDFF. Nationale Databank Flora en Fauna, reeks van 1-1-2009 t/m 18-6-2020, geraadpleegd op 18 juni 2020; Verschillende verspreidingsatlassen soorten (amfibieën, reptielen) (https://www.verspreidingsatlas.nl/) Laatst geraadpleegd juni-2020; Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2020. Effecten indicator. website:www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ Provincie Noord-Brabant, 2020. website: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/. Laatst geraadpleegd juni 2020. Provincie Noord-Brabant, 2020. Natuurgebieden in Noord-Brabant. Beschrijving van de ecologische waarden en kenmerken per gebied, 2002. Bijlage bij het natuurbeheerplan NoordBrabant. 5.1,2,e 5.1,2,e 2019. Quickscan zonnepark Venray.
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
14
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
Bijlage 1: Beknopt kader natuurwet en regelgeving De juridische kaders die volgen uit de Wnb en het beleid rond het NNN vormen het toetsingskader. Wat betreft de Wnb zijn de onderdelen Gebiedsbescherming (Hoofdstuk 2 van de wet), Soortenbescherming (Hoofdstuk 3 van de wet) van belang in het licht van de voorgenomen activiteit. Bescherming van houtopstanden (Hoofdstuk 4 van de wet) is niet van toepassing voor het projectvoornemen. Gebiedsbescherming Het onderdeel Gebiedsbescherming van de Wnb regelt de bescherming van de Nederlandse Natura 2000gebieden. Voor elk van de aangewezen gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd en nader uitgewerkt in een beheerplan, die gelden als toetsingskader. Uitgaande van de instandhoudings doelstellingen dient nagegaan te worden of sprake is van conflicten met het duurzaam behalen van geformuleerde instandhoudingsdoelstellingen en zo ja, of de wezenlijke kenmerken en waarden van een Natura 2000-gebied in het geding zijn. Hierbij is ook zogenoemde externe werking van belang. Dat wil zeggen dat ook beschouwd moet worden in hoeverre effecten buiten Natura 2000-gebieden negatieve effecten hebben op in deze gebieden geldende instandhoudingsdoelstellingen.
Soortenbescherming Het onderdeel Soortenbescherming van de Wnb regelt de bescherming van flora en fauna. Op hoofdlijnen is sprake van een drietal beschermingsregimes: een voor soorten van de Habitatrichtlijn, een voor soorten van de Vogelrichtlijn en een voor nationaal beschermde soorten. In de wet zijn ten aanzien van deze soorten verbodsbepalingen opgenomen als ook gronden waarop ontheffing kan worden verleend. Deze kunnen per regime verschillen, waarbij de beide eerstgenoemden de meest strikte bescherming genieten. Bepaald dient te worden of sprake kan zijn van overtreding van geformuleerde verbodsbepalingen, of alternatieven voorhanden zijn, of sprake is van een wettelijke grondslag dan wel een wettelijk doel en in hoeverre sprake is van negatieve effecten op de staat van instandhouding van betrokken soorten.
Voor alle planten en dieren (dus ook voor soorten, die niet zijn opgenomen in de Wnb) geldt verder een algemene zorgplicht conform artikel 1.11. Deze plicht houdt in dat eenieder ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving. Veelal komt de zorgplicht erop neer dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen en dat bij de inrichting aandacht moet worden besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier. Houtopstanden Ook houtopstanden zijn beschermd onder de Wnb (hoofdstuk 4 van de wet). Wanneer meer dan 10 are opgaande begroeiing, dan wel laanbeplanting van ten minste 20 bomen moet verdwijnen buiten bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom, dient hiervan melding te worden gemaakt bij Bevoegd Gezag. Uitgezonderd zijn onder meer (maar niet uitsluitend) naaldbomen bedoeld voor kerstbomenteelt of uit populieren of wilgen bestaande wegbeplanting. De verloren gegane bomen dienen binnen drie jaar, op bosbouwkundig verantwoorde wijze elders te worden teruggebracht (herplantplicht).
Natuurnetwerk Nederland Natuurgebieden die onderdeel zijn van Natuurnetwerk Nederland worden planologisch beschermd via de provinciale Verordening Ruimte. In de provincie Noord-Brabant wordt specifiek gesproken over Natuurnetwerk Brabant, kortweg het NNB. Dit betreft een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones waar planten en dieren duurzaam kunnen verblijven en/of zich kunnen verplaatsen. Voor een groot deel heeft het NNB overlap met de Natura 2000-gebieden. Echter de wezenlijke kenmerken en waarden voor het NNB zijn breder dan de specifieke instandhoudingsdoelen van een Natura 2000-gebied. Ze gaan naast
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
15
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
beschermde soorten en natuurtypen bijvoorbeeld ook over cultuurhistorie en aardkundige waarden. Het Natuurnetwerk Brabant is op provinciaal niveau vastgesteld in de Structuurvisie Ruimtelijke Ontwikkeling met verdere uitwerking in de Verordening Ruimte en Natuurbeheerplannen1.
De wezenlijke kenmerken en waarden zijn vastgelegd in de ambitiekaarten behorend tot het Natuurbeheerplan van de provincie Noord-Brabant 20192. In het Natuurbeheerplan 2019 zijn gebiedsbeschrijvingen toegevoegd die specifiek per gebied de wezenlijke kenmerken en waarden toelichten. Beschermingsregime Natuurnetwerk Brabant Conform het NNB-toetsingskader dienen ingrepen die binnen en buiten het NNB plaatsvinden getoetst te worden op effecten. Artikel 5 van de Verordening Ruimte (15 juli 2017, provincie Noord-Brabant) stelt een toets van gebruik aangrenzend aan het natuurgebied verplicht, voor zover het verstorende effecten als gevolg van licht, geluid en optische verstoring betreft. Wijzigingen binnen het NNB zijn eveneens toetsingsplichtig.
Voor ingrepen binnen de NNB die schade toebrengen aan of anderszins negatieve effecten hebben op de waarden van een NNB-gebied geldt het zogenaamde “nee, tenzij regime”. Dit betekent dat ingrepen die significant de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN aantasten niet zijn toegestaan, tenzij: er sprake is van een groot openbaar belang; er geen reële andere mogelijkheden zijn en; de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten worden gecompenseerd of; een activiteit of een combinatie van activiteiten die mede tot doel heeft de kwaliteit of kwantiteit van het NNB of de Ecologische Verbindingszone per saldo te verbeteren.
1 Natuurbeheerplannen worden jaarlijks geactualiseerd door Provinciale Staten. 2 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2019-3202.pdf; vastgesteld door GS op 16 april te ‘s-Hertogenbosch. 22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
16
Projectgerelateerd
5.1,2,e
5.1,2,e 5.1,2,e
Bijlage 2: Ontwerp inrichting zonnepark Goirle Zie Landschappelijke Inpassingsplan.
22-6-2020
QS ZONNEPARK GOIRLE
BH2833WATRP2006221523
17