07 Vervolgvragen en beantwoording GVGR mbt raadsvoorstel Fokmast.pdf
Tekst van het document
Vervolgvragen fokmast Zie de antwoorden op onze vragen en in dikgedrukt onze gevolgvragen.
__________________________________________________________________________________ Op 14 oktober 2024 ontvingen wij schriftelijke vragen van Gezond Verstand over raadsvoorstel met betrekking tot de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan “Fokmast”. Hieronder treft u de gestelde vragen aan, met het daarbij behorende antwoord:
Vragen: a) Wanneer is de eerste aanvraag (of aanvragen) binnengekomen van Paulissen om het puinbrekerterrein te vergroten en/of te verplaatsen? Graag zien wij deze in. b) Zijn er afspraken gemaakt hieromtrent met Paulissen in de loop der jaren? (Niet de anterieure overeenkomst) Graag hebben wij inzicht in de communicatie met Paulissen hierover. Het raadsvoorstel is uitgesteld omdat communicatie tussen gemeente, provincie en grondeigenaren niet inzichtelijk was. Wij hebben de volgende vragen over de samenwerking met de provincie: c) Wat was in het vooroverleg de reactie van de provincie ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan? Graag zien wij deze in. d) Zijn er afspraken gemaakt met de provincie met betrekking tot dit bestemmingsplan en zo ja welke? e) Heeft de provincie een zienswijze ingediend tegen het voorlopige of definitieve bestemmingsplan? Graag zien wij deze in. Verder hebben we nog wat vragen over de financiële gevolgen van dit bestemmingsplan. In het raadsvoorstel wordt aangegeven dat de Firma Paulissen draait op voor de planschade. f)
Wat voor planschade wordt er verwacht?
g) Hoe groot is de verwachte planschade totaal? Het lijkt erop dat onze gemeente verantwoordelijk is voor het afwaarderen van de landbouwgronden naar natuurgronden. h) Is meegenomen dat er voor afwaardering van de grond, die nu niet in eigendom is van Paulissen, ook planschade dient te worden betaald? i)
Is dit dan wel aan de gemeente?
Bladnummer
Datum
2
17 oktober 2024
j)
Zo niet wie betaald dan deze planschade?
k) Zijn daar reeds nadere afspraken over gemaakt? Graag zien wij deze in Eerder vroegen wij waarom er zo veel grond omgezet wordt in natuur. Sinds de manege uit het plan gehaald is lijkt deze natuurcompensatie meer dan verplicht. Er wordt gesproken dat gronden een “PAS aanduiding” hebben. l)
Klopt het dat het plan nu meer natuur creatie bevat dan nodig is voor de compensatie van de voorgenomen activiteiten?
m) Kunt u aangeven in begrijpelijke woorden wat de “PAS aanduiding” voor landbouwgronden betekend? n) En waar of hoe ligt dit vast? o) Dienen PAS-gronden altijd omgezet te worden in natuur? Zo ja, welk beleid ligt hieronder. p) Zo nee, waarom kiest de gemeente hier dan toch voor? q) Wat gebeurd er als de grondeigenaren hun grond niet willen afstaan en niet mee willen werken aan de genoemde bestemmingswijziging? Antwoorden: ad a) Het project Fokmast is niet gestart vanuit een principeverzoek van Paulissen. De gemeente Goirle is ergens rond 2014/2015 door de provincie Noord Brabant benaderd om deel te nemen aan de “Subsidieregeling ondersteuning gemeentelijke aanpak NIMBY-situaties Noord-Brabant”. Omdat het onmogelijk is gebleken om elders in de gemeente en de regio een locatie te vinden waar met name het bedrijf Paulissen zich toekomstbestendig kan ontwikkelen en kan uitbreiden, is er geparticipeerd in het subsidieproject. Het doel van het gesubsidieerde NIMBY-project is het in harmonie brengen van de NIMBY-bedrijven met de omgeving zodat de NIMBY-status opgeheven kan worden. 1. Hier valt niet uit te halen of Paulissen de behoefte heeft om uit te breiden, waaruit bleek/blijkt dat dit het geval is? 2.
Hoeveel subsidie is verstrekt en waar is dat geld nu? Ad b) De situering van Paulissen (en de gemeentewerf) met daarbij de mogelijke bouw- en gebruiksactiviteiten zijn gaandeweg het proces tot stand gekomen. Er zijn op voorhand door Paulissen geen concrete afspraken gemaakt waar het (bestemmings)plan minimaal aan zou moeten voldoen. Het bestemmingsplan dat nu voorligt om vastgesteld te worden, is in samenspraak met de Provincie, het waterschap, Brabants Landschap en andere stakeholders tot stand gekomen.
Bladnummer
Datum
3
17 oktober 2024
3. Dit is geen antwoord op de vraag, is er dus geen opstel van de eisen van Paulissen? 4. Hoe is dan bepaald wat de benodigde ruimte was voor het terrein? 5. Kunnen dit keer de stukken die hier aan ten grondslag liggen wel gedeeld worden? ad c) Zie “eindverslag ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening voorontwerpbestemmingsplan "Chw Fokmast” ad d) Het bestemmingsplan zoals dat nu voorligt om vastgesteld te worden, is in samenspraak met de Provincie tot stand gekomen. De inspraakreacties van de Provincie tegen het voorontwerpbestemmingsplan, provinciale natuur- en hydrologische doelen, maximale uitbreidingsmogelijkheden in relatie tot het natuurgebied, stikstofregelgeving, formele regelgeving vanuit de (Interim) Omgevingsverordening, herstelmaatregelen tav natuur, zijn allemaal facetten die zijn gewogen en vertaald in het vast te stellen bestemmingsplan. 6. Kunnen wij hieruit de conclusie trekken dat ongeacht de wil van Paulissen het doel was om een maximale uitbreiding van het bedrijventerrein te kunnen realiseren? ad e) De Provincie heeft geen zienswijzen ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. ad f) Planschade is de vermogensschade of inkomensschade die ontstaat na wijziging van de planologie. De vermogens- of inkomensschade wordt bepaald door de maximale invulling van de oude planologie en de maximale invulling van de nieuwe planologie te vergelijken.
Het is een standaardprocedure om bij elke wijziging van de planologie een planschade overeenkomst te sluiten waarin eventuele planschade volledig bij de ontwikkelaar c.q. initiatiefnemer komt te liggen. 7. Wie is de ontwikkelaar/initiatiefnemer? ad g) Het is de verwachting dat er geen sprake zal zijn van planschade. Mocht uiteindelijk, na onderzoek, toch sprake te zijn van (enige) planschade, dan komt dit in zijn totaliteit voor rekening van de ontwikkelaar c.q. initiatiefnemer. 8. Waarom wordt dit niet verwacht, is er een planschadeanalyse uitgevoerd? 9. Zo nee waarom niet, zo ja kan dit gedeeld worden?
ad h) Op grond van de gesloten anterieure overeenkomst komt eventuele planschade ten gevolgen van een afwaardering van de grond ook voor rekening van de ontwikkelaar/initiatiefnemer.
Bladnummer
Datum
4
17 oktober 2024
ad i) Nee, zie hierboven onder h). ad j) Zie onder h). ad k) Niet van toepassing. ad l) Met het wegvallen van de manege zijn bepaalde percelen nu inderdaad bestempeld als “Natuur”. Dit betekent niet dat het plan nu meer ‘Natuur’ compensatie bevat dan nodig is. Immers, de percelen waar voorheen de manege gevestigd zou worden, krijgen binnen de beoogde natuurbestemming de nadere aanduiding ‘agrarisch met waarden’. Hetgeen betekent dat het huidige gebruik (bodemexploitatie) voortgezet mag worden. Het enigszins beperkte gebruik bij enkel de natuurbestemming komt hiermee te vervallen en is er dus geen sprake van extra compensatie. 10. Klopt het dus dat de bestemming wordt gewijzigd van agrarisch naar natuur? 11. Op welke grond wordt deze bestemmingswijziging verantwoord? U geeft aan dat de nadere aanduiding ‘agrarisch met waarden’ het huidige gebruik voortgezet mag worden. Echter geven de tekeningen van bijlage 6 gebiedsvisie aan dat hier heide, poelen en beplanting komt. 12. Als een nadere aanduiding ‘agrarisch met waarden’ wordt gegeven, wat is dan überhaupt het nut van de bestemmingsplan wijziging? 13.
Kan agrarisch gebruik voortgezet worden in gebieden waar heide, poelen en beplanting ingetekend staat? ad m) Het bestemmingsplan “Fokmast” bevat meerdere percelen die als “Natuur” zijn bestemd waarbij het gebruik met name is gericht op: - het behoud, herstel en ontwikkeling van de cultuurhistorische; - landschaps- en natuurwaarden, behoud en herstel van hydrologische waarden; - ecologische verbindingszones; - behoud, herstel en/of ontwikkeling van cultuurhistorische (on- of halfverharde) paden en wegen, - water en waterhuishouding; - recreatief medegebruik; - voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en waterberging; In eerste aanleg is het dus niet toegestaan om die betreffende gronden agrarisch te gebruiken in de vorm van bodemexploitatie. Het bestemmingsplan kent hier wel een uitzondering op. Voor de percelen die een natuurbestemming hebben maar tevens zijn voorzien van een nadere aanduiding “agrarisch met waarden”, is een agrarisch gebruik in de vorm van bodemexploitatie wel mogelijk. Met de Provincie is doorgesproken welke percelen een nadere aanduiding krijgen en welke niet.
Bladnummer
Datum
5
17 oktober 2024 14. Dit is geen antwoord op onze vraag, wat betekend de ‘PAS aanduiding’ voor de huidige landbouwpercelen in dit plangebied.
ad n) Het gebruik van de percelen ligt vast in de vast te stellen planregels. 15. Waar staat op dit moment vastgelegd welke percelen een PAS aanduiding hebben en welke gronden zijn dit? ad o) Vanuit Provinciaal beleid krijgen PAS gronden de bestemming “Natuur”. 16. Dit antwoord is ontoereikend, uit welk beleidsstuk blijkt dit? 17. Binnen welke termijn moet dit en welke partij is hiervoor verantwoordelijk? ad p) zie beantwoording onder o)
ad q) Voor de PAS percelen met een provinciaal belang behoort onteigening tot de mogelijkheid. Voor wat betreft de overige percelen die de bestemming “Natuur” hebben en in particulier eigendom zijn, wijzigt er niets omdat die betreffende percelen de aanduiding ‘agrarisch met waarden’ hebben en het huidige agrarische gebruik voortgezet mag worden overeenkomstig de vast te stellen planregels. 18. Met de bestemmingsplanwijziging worden de gronden in waarde verminderd, worden de eigenaren hier in meegenomen?
__________________________________________________________________________________