CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Bijlage 1 Vast te stellen bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast.pdf

Raadsvergadering 4 februari 2025, gemeente GoirleBij agendapunt: 10: Raadsvoorstel Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Chw locatie Fokmast NIET BESPROKEN31.392 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Naast de milieucategorie van het bedrijf speelt het type gebied een belangrijke rol bij het bepalen van de richtafstanden. Onderstaande richtafstanden (tabel 5.1) uit de VNG-publicatie zijn gebruikt voor voorliggend bestemmingsplan om de milieucategorieën ten opzichte van de gevoelige functies (woningen) te bepalen: Tabel 5.1: Richtafstanden tot gebiedstype landelijk gebied

Onderzoek Gezien de omgeving kan voor de Fokmast uitgegaan worden van een landelijk gebied. Deze paragraaf beschrijft hoe de VNG-publicatie toegepast is om tot een inrichting van het plangebied te komen. Invloed omgeving op het plangebied De huidige bedrijfswoning bij de manege wordt wegbestemd met de ontwikkeling van het bedrijventerrein. Er bevinden zich verder geen milieugevoelige functies in het plangebied. blad 55 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Invloed plangebied op de omgeving In het plangebied zijn enkele functies aanwezig die invloed kunnen hebben op milieugevoelige functies in de omgeving. Milieugevoelige functies in de omgeving zijn de bouwmarkt aan de oostkant van de Turnhoutsebaan, een woning aan de Nieuwkerksedijk 18, grenzend aan het bedrijventerrein Tijvoort. Daarnaast bevindt zich een woning aan de Nieuwkerksedijk Zuid 22 direct ten oosten van het Fokmastgebied en is er een woning in aanbouw naast de schuur grenzend ten zuidoosten van het Fokmastgebied. Recyclebedrijf Paulissen B.V. Het recyclebedrijf is een bedrijf milieucategorie 4.2. De activiteiten van het recyclebedrijf nemen toe en de inrichting verplaatst. Geluid en stof zijn de maatgevende milieuaspecten voor deze inrichting. Omdat er binnen de maatgevende richtafstand van 300 meter gevoelige objecten gelegen zijn, zijn de aspecten stof en geluid nader onderzocht. In paragraaf 5.4 en 5.5 zijn de resultaten van het onderzoek naar geluidsbelasting en de resultaten van het onderzoek naar stof op milieugevoelige functies in de omgeving beschreven. Uit die paragrafen blijkt dat de voorgenomen verplaatsing en uitbreiding ruimtelijk en milieukundig inpasbaar is. Gemeentewerf. De gemeentewerf is een bedrijf milieucategorie 3.1. De activiteiten van de gemeentewerf verplaatsen. Geluid is het maatgevende milieuaspect voor deze inrichting.

Er zijn binnen de maatgevende richtafstand van 50 meter geen gevoelige objecten gelegen. De afstand is voldoende groot. Bedrijfsbestemming ter plaatse van de huidige manege Ter plaatse van de huidige manege is in de toekomstige situatie een bedrijf tot en met categorie 3.2 toegestaan. De richtafstand tot milieugevoelige bestemmingen is 100 meter. Geluid is de het maatgevende milieuaspect. Omdat er binnen de maatgevende richtafstand van 100 meter gevoelige objecten gelegen zijn, wordt het aspect geluid nader onderzocht. In paragraaf 5.4 worden de resultaten van het onderzoek naar geluidsbelasting op milieugevoelige functies in de omgeving beschreven. Conclusie De herinrichting van het recyclebedrijf zorgt voor een verschuiving en uitbreiding van de milieucontouren. Deze effecten zijn meegenomen in bovenstaande effectbeoordeling en maken het voornemen niet onuitvoerbaar. De overige bedrijven/instellingen hebben geen effect op het plangebied. Dit aspect werpt daarmee geen belemmeringen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan op.

5.2

Externe veiligheid Algemeen Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transport staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt).

blad 56 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit.

Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet 'op de kaart' worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 5.1: PR en GR afgebeeld Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een blad 57 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.

Figuur 5.2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico Onderzoek Risicovolle inrichtingen Er worden geen (beperkt) kwetsbare objecten in het plangebied gerealiseerd. Er is daarmee geen sprake van een toename van het aantal kwetsbare objecten in het plangebied. Dit bestemmingsplan maakt ook geen nieuwe risicobronnen mogelijk. De herbestemming tot natuur heeft geen invloed op externe veiligheid. In en rond het plangebied aan De Fokmast bevinden zich verschillende risicobronnen. Op het bedrijventerrein Tijvoort zijn diverse risicobronnen en de behorende contouren aanwezig, onder andere van LPG-installaties. In het plangebied zijn twee risicobronnen aanwezig, te weten twee gasleidingen. De ene gasleiding doorkruist het plangebied in het noordoosten. Deze gasleiding ligt onder de Oude Spoorbaan en de Spoorbaan. De andere gasleiding vormt een oost-westverbinding. De gasleiding ligt even ten zuiden van Riel en doorkruist het plangebied onder een onverhard pad en vervolgt zijn weg achter de bouwmarkt door onder de Tijvoortsebaan. Rond deze gasleiding ligt een risicocontour. Deze risicobronnen zijn weergegeven in onderstaand figuur. Het bestemmingsplan Fokmast maakt geen kwetsbare functies mogelijk binnen de relevante risicocontouren van de aardgasleiding.

blad 58 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Figuur 5.3: risicobronnen in het plangebied en de directe omgeving (Bron: risicokaart) Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 In aanvulling op het voorgaande geldt dat door het plangebied van noord naar zuid een reserveringszone voor gasleidingen uit de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 loopt. Figuur 5.4 toont de ligging van deze zone uit de structuurvisie.

blad 59 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Figuur 5.4: Ligging reserveringszone gasleidingen uit de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 De reserveringszone uit de structuurvisie is 45 meter breed en bedoeld als toekomstig tracé voor maximaal twee aardgastransportleidingen. Paragraaf 6.10 van de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 bepaalt dat aangewezen buisleidingstroken, zoals die onder het plangebied lokaal (dus door de gemeente) gevrijwaard worden van activiteiten die de aanleg van een buisleidingen(strook) kunnen hinderen. Dit werkt door in het Barro (zie paragraaf 3.1.2). Op de reserveringszone mogen dus geen functies/activiteiten mogelijk worden gemaakt die in de toekomst de aanleg van de leidingen kunnen hinderen. Het Barro kent in titel 2.9 ten aanzien van buisleidingstroken die van nationaal belang zijn voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Artikel 2.9.2 van het Barro verwijst naar het Rarro voor een overzicht van de buisleidingenstroken van nationaal belang. Het Rarro verwijst voor een overzicht van de tracés weer naar de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. Aan weerszijden van de tracés ligt blijkens artikel 2.9.2, lid 1 Barro een zoekgebied van 250 meter gemeten vanaf de buitenste begrenzing van het tracé. Het tracé zelf mag op basis van artikel 2.9.2, lid 2 Barro zelf maximaal 70 meter breed zijn.

Echter, het tracé onder de Proeftuin is 45 meter breed gemaakt gelet op nabijheid van het Natura 2000-gebied (Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035, paragraaf 7.1.2.4). De belemmeringenstrook van 5 meter aan weerszijden van het hart van de leiding moet binnen deze strook vallen (artikel 2.9.5, lid 1 Barro). Op basis van artikel 2.9.3 in samenhang met artikel 2.9.4, lid 3 van het Barro kan de gemeenteraad het voorkeurstracé (de paarse lijn uit figuur 5.8) verder uitwerken mits de definitieve tracékeuze binnen het zoekgebied van 545 meter (2 x 250 meter + 45 meter). Het tracé moet ook aansluiten op het voorkeurstracé in omliggende gemeenten en een breedte hebben die gelijk is aan de gemiddelde breedte van het voorkeurstracé. Van deze mogelijkheid tot optimalisatie van het tracé is in dit bestemmingsplan gebruikt gemaakt. Door het tracé uit de structuurvisie beperkt te verschuiven, zodat ruimte ontstaat voor de nieuwe locaties van het recyclingbedrijf en de gemeentewerf. Omdat het plangebied niet grens aan het grondgebied van andere gemeenten is geborgd dat het geoptimaliseerde tracé blad 60 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

aansluit op de tracédelen in andere gemeenten. Het geoptimaliseerde tracé sluit buiten het plangebied weer aan op het tracé uit de Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035. Het geoptimaliseerde leidingtracé is aangeduid op de verbeelding van dit bestemmingsplan en wordt beschermd door de regels van dit bestemmingsplan. Conclusie De bestaande risicobronnen en reserveringszone voor nieuwe gasleidingen worden opgenomen in dit plan door middel van de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'. Het aspect externe veiligheid werpt daarmee geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan op.

5.3

Kabels, leidingen en straalpad Algemeen Onder kabels en leidingen worden met name kabels en leidingen voor data/ telecommunicatie, elektriciteit, brandstof, water en aardgas verstaan. Het duurzaam behoud van kabels en leidingen dient geborgd te worden in een bestemmingsplan. Onderzoek Zoals reeds beschreven in paragraaf 5.2 liggen in het plangebied twee gasleidingen en een reserveringszone voor twee nieuwe gasleidingen. Deze worden door middel van aanduidingen vastgelegd en beschermd. Voor het overige zijn er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied aanwezig. Dit aspect heeft daarmee geen belemmerende werking op de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Conclusie Het aspect kabels, leidingen en straalpad vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.4

Geluid Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridisch kader voor het Nederlandse geluidbeleid. De Wgh bevat een uitgebreid stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door wegverkeer, industriële activiteit en railverkeer. Het stelsel is gericht op het voorkomen van nieuwe geluidhinder. Voor geluidgevoelige bestemmingen die worden geprojecteerd in het gebied waar de geluidbelasting ten hoogste 48 dB bedraagt, gelden vanuit de Wet geluidhinder geen voorwaarden. Indien geluidgevoelige bestemmingen in het gebied met een geluidbelasting tussen 49 en 63 dB worden gerealiseerd, dienen hiervoor hogere waarden te worden vastgesteld. Indien de geluidgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd in een gebied met een geluidbelasting hoger dan 63 dB, is het vaststellen van een hogere waarde niet mogelijk. Deze situatie is alleen mogelijk als de geluidgevoelige bestemmingen worden uitgevoerd met een bouwkundige voorziening, zoals een dove gevel of vliesgevel. Indien een hogere waarde wordt vastgesteld of een dove gevel wordt toegepast, dient bovendien met deze hoge geluidbelasting rekening te worden gehouden in het bouwkundig ontwerp, door het realiseren van een geluidluwe buitenruimte, verblijfsruimtes aan de geluidluwe gevel, etc. Onderzoek

blad 61 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

In en rond het plangebied bevinden zich verschillende functies die geluidbelasting veroorzaken. De puinbreker is in de huidige situatie reeds aanwezig en in bedrijf. De dichtstbijzijnde woning is de huidige woning van de manege, iets meer dan 300 meter afstand van de perceelsgrens. Langs de Nieuwkerksedijk Zuid zijn twee woningen op bijna 400 meter gelegen. De maatgevende situatie voor de puinbreker betreft de dag(en) dat een mobiele puinbreker ingehuurd wordt en actief is op het terrein. Een situatie die meer dan 12 keer per jaar voorkomt. De activiteiten op het terrein van de gemeente zijn beperkt tot opslag. Hier zijn geen relevante geluidcontouren aanwezig. Op het huidige terrein van de manege zijn geen activiteiten die relevante geluidcontouren kennen. Met de verplaatsing van de puinbreker, verplaatsen ook de geluidcontouren van de puinbreker. De gemeentewerf wordt heringericht. Hinder door geluid is daarom uitgesloten. Op de locatie van de huidige manege wordt een bedrijfsbestemming met milieucategorie 3.2 mogelijk gemaakt. Voor beide terreinen geldt dat de geluidbelasting op de omgeving in grote mate bepaald wordt door de inrichting van het terrein. Deze inrichting bepaalt de locatie van geluidbronnen en de mogelijke afscherming door bedrijfsgebouwen of andere bouwwerken. In deze paragraaf is kort ingegaan op de mogelijke maatregelen per locatie.

Puinbreker Om te voldoen aan het activiteitenbesluit kunnen verschillende maatregelen genomen worden. Bij het terrein van de puinbreker is vanuit landschappelijk oogpunt al bepaald dat er een groene rand of wal rond het terrein moet komen. Deze rand of wal kan ook als afscherming van geluid dienen. Loodsen en andere bouwwerken kunnen ook een rol spelen in de afscherming van geluid richting bestaande geluidgevoelige objecten. In de nieuwe situatie zijn de woningen langs de Nieuwkerksedijk Zuid en de bedrijfswoning aan de oostkant van de Turnhoutsebaan de meest nabij gelegen geluidgevoelige objecten (200 – 300 meter). Door gebouwen aan de zuidoostkant te positioneren kan het geluid van mobiele werktuigen op het terrein afgeschermd worden. Als met de groene rand of wal en de afscherming door gebouwen niet voldaan kan worden aan het Activiteitenbesluit is het mogelijk om maatwerkvoorschriften voor machines op te nemen. Nieuwe machines of machines met nieuwe technieken zijn doorgaans stiller, waardoor de geluidbelasting afneemt. De maatregelen worden afgewogen bij het akoestisch onderzoek ten behoeve van de omgevingsvergunning. Nieuw bedrijventerrein Voor het nieuwe bedrijventerrein is eveneens de inrichting bepalend voor de geluidbelasting op de omgeving. Daarnaast is voor dit terrein nog niet bekend welk bedrijf zich hier zal vestigen.

Een bedrijf met alleen inpandige activiteiten heeft bijvoorbeeld nauwelijks geluiduitstraling naar de omgeving. Voor dit terrein liggen de dichtstbijzijnde geluidgevoelige objecten aan de zuidoostkant, op ongeveer 30 meter van de perceelsgrens. Aan andere zijden zijn geen geluidgevoelige objecten in de nabijheid aanwezig. Mogelijke maatregelen zijn hier afscherming door gebouwen of andere bouwwerken aan de zuidkant of het toepassen van maatwerkvoorschriften voor buitenactiviteiten. Voorwaardelijke verplichting voor akoestisch onderzoek Bij de omgevingsvergunning wordt akoestisch onderzoek uitgevoerd en getoetst aan het Activiteitenbesluit op basis van de beoogde inrichting van de terreinen. Dat is op dit moment nog niet bekend. Voor geluid is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen.

blad 62 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.5

Lucht Algemeen De belangrijkste wet- en regelgeving voor het milieuaspect luchtkwaliteit is vastgelegd in 'Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer (Wm). In samenhang met Titel 5.2 zijn de grenswaarden voor luchtkwaliteit in bijlage 2 van de Wm opgenomen. In Titel 5.2 Wm is bepaald dat bestuursorganen een besluit, dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen nemen wanneer aannemelijk is dat aan één of meer van onderstaande grondslagen wordt voldaan: er wordt voldaan aan de in bijlage 2 van de Wm opgenomen grenswaarden; het besluit leidt (per saldo) niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; het besluit draagt 'niet in betekenende mate' bij aan de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide (NO2 ) en fijn stof (PM1 0).; het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (ook wel NSL genoemd). Bij Titel 5.2 Wm horen uitvoeringsregels die zijn vastgelegd in Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's) en ministeriële regelingen. Het gaat daarbij onder andere om het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen, de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 en het Besluit Gevoelige bestemmingen. Grenswaarden De (Europese) grenswaarden voor de concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht zijn vastgelegd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer.

Deze grenswaarden zijn gericht op de bescherming van de gezondheid van mensen en dienen op voorgeschreven data te zijn bereikt. In de navolgende tabel zijn de desbetreffende grenswaarden weergegeven. Tabel 5.2: Vastgestelde grenswaarden (concentraties in µg/m3 )

Voor de beoordeling van de luchtkwaliteit zijn stikstofdioxide (NO2 ) en fijnstof (PM1 0 en PM2 5 ) in Nederland over het algemeen het meest kritisch. Voor deze stoffen is de kans het grootste dat de bijbehorende grenswaarden worden overschreden. Hierbij moet opgemerkt worden dat de grenswaarde voor de uurgemiddelde concentratie NO2 (200 µg/m3 ) in Nederland nergens meer dan 18 keer per jaar wordt overschreden. Dergelijke hoge concentraties doen zich niet voor en uit metingen over de afgelopen 10 jaar blijkt dat overschrijding van de uurnorm voor NO2 niet meer aan de orde is.

blad 63 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Overige luchtverontreinigende stoffen Voor de overige luchtverontreinigende stoffen, waarvoor grenswaarden zijn opgenomen in bijlage 2 van de Wet milieubeheer (zwaveldioxide, lood, koolmonoxide en benzeen), geldt dat deze grenswaarden niet worden overschreden en de concentraties vertonen eveneens een dalende trend. Het is dan ook aannemelijk dat een overschrijding van de voor die stoffen vastgestelde grenswaarden, als gevolg van een besluit, redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Onderzoek In het kader van het voorontwerp is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 10 bij deze plantoelichting gevoegd. In dit onderzoek zijn de effecten van de voorgenomen ontwikkelingen op stikstofdioxide, fijnstof (PM1 0) en fijnstof (PM2,5) beschouwd. In 2023 is dit onderzoek geactualiseerd. De actualisatie wordt bijgevoegd als bijlage. Stikstofdioxide Uit het onderzoek blijkt dat de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide onder de wettelijk bepaalde grenswaarde van 40 µg/m3 blijven. De maximale jaargemiddelde concentratie bedraagt namelijk 26,6 µg/m3 . In aanvulling op het voorgaande is wettelijk bepaald dat de berekende uurgemiddelde concentratie NO2 mag niet meer dan 18 keer per jaar groter zijn dan 200 µg/m3 . Uit de berekeningen blijkt dat de uurgemiddelde concentratie NO2 op alle beoordelingspunten minder dan 18 keer per jaar groter is dan 200 µg/m3 .

Ook aan deze wettelijke eis wordt derhalve voldaan. Fijnstof (PM1 0) Ten aanzien van deze categorie fijnstof geldt de hoogste jaargemiddelde concentratie 17,5 µg/m3 bedraagt. De wettelijke norm van 40 µg/m3 wordt hiermee niet overschreden. Tevens is wettelijk bepaald dat de jaargemiddelde concentratie PM1 0 niet meer dan 35 keer per jaar groter mag zijn dan 50 µg/m3 . Uit het luchtkwaliteitsonderzoek blijkt dat ook aan deze eis voldaan wordt. Uit het voorgaande volgt dat ten aanzien van PM1 0 voldaan wordt aan de wettelijke eisen. Fijnstof (PM2,5) Ten aanzien van deze categorie fijnstof geldt de hoogste jaargemiddelde concentratie 9,6 µg/m3 bedraagt. De wettelijke norm van 25 µg/m3 wordt hiermee niet overschreden, waardoor ook voor dit luchtkwaliteitsaspect voldaan wordt aan de wettelijke eisen. Conclusie Er bestaan voor het onderhavige bestemmingsplan geen belemmeringen ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit.

blad 64 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

5.6

Bodem Algemeen Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet -ingevolge het Besluit ruimtelijke ordeningworden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken. De bodem dient geschikt te zijn voor de beoogde functie. Onderzoek Door Antea Group is een historisch bodemonderzoek (Bijlage 11) uitgevoerd. Het doel van het historisch bodemonderzoek is het verzamelen van relevante bodeminformatie over het plangebied en de directe omgeving. Op basis van de verzamelde informatie wordt beoordeeld of verkennend bodemonderzoek noodzakelijk is in het kader van de voorgenomen uitbreiding. Het historisch bodemonderzoek is uitgevoerd aan de hand van de richtlijnen uit de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NNI, januari 2009). Op basis van de verzamelde basisinformatie, de aanleiding van het onderzoek en de mate van verdachtheid van de onderzoekslocatie is gekozen voor een standaard vooronderzoek. Samenvatting historisch bodemonderzoek De navolgende alinea's vatten de resultaten van het historisch bodemonderzoek samen.

Grond en grondwater Uit de onderzoeken ter plaatse van de stortplaatsen Fokmast, Asvoortsedijk/Rielslaag en Zesblokken/Nieuwkerksedijk blijkt dat in zowel grond als grondwater sterk verhoogde waarden aan zware metalen en minerale olie zijn aangetoond. Verontreinigende activiteiten De verzamelde informatie geeft geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten binnen het onderzoeksgebied. Van de meest nabijgelegen brandstoftanks zijn certificaten bekend waarop staat aangegeven dat de tanks gereinigd en verwijderd/afgevuld zijn. Destijds zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Bodemkwaliteitskaart De onderzoekslocatie bevindt zich op de interactieve bodemkwaliteitskaart binnen een gebied dat 'niet gezoneerd' is ter plaatse van de stortplaats. Derhalve kan geen uitspraak gedaan worden over de bodemkwaliteit ter plaatse. Ter plaatse van het overige gebied voldoet de bodem gemiddeld aan de klasse Achtergrondwaarden (AW2000). Het gebied heeft de bodemfunctieklasse Achtergrondwaarde. Asbest Op basis van het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie mogelijk als asbestverdacht dient te worden beschouwd, omdat in het natuur-/landbouwgebied (puin)paden aanwezig kunnen zijn (geweest) waarin asbest toegepast kan zijn.

blad 65 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Voormalige stortplaats In het gebied is ook een voormalige stortplaats aanwezig. Voor deze locatie geldt de verbodsbepaling uit de Interim-Omgevingsverordening (artikel 2.36), zie paragraaf 3.2.2. Bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Beleidsnota Hergebruik (juni 2004). Hiervoor is een hergebruikplan opgesteld, zie Bijlage 12.

Figuur 5.5 Ligging van de aanduiding voor de voormalige stortplaatsen (roze) in en rond het plangebied (geel). Conclusie historisch bodemonderzoek Op basis van de informatie uit het historisch bodemonderzoek geldt voor het plangebied dat er geen aanwijzingen zijn dat de bodem verdacht is op de aanwezigheid van verontreinigingen als gevolg van bodembelastende (historische) activiteiten. Deze bodemdelen worden dan ook als onverdacht beschouwd. Met uitzondering van de stortplaatsen in het plangebied voldoet de bodem aan de kwaliteitscriteria voor de klasse 'Achtergrondwaarden' (AW2000). Voor de gronden die niet als onverdacht aan te merken zijn (de voormalige stortplaatsen in het plangebied en de asbestverdachte locaties) geldt dat op basis van nader onderzoek de definitieve bodemkwaliteit vast moet worden gesteld. In het kader van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied is het van belang om voor ieder initiatief dat tot bodemingrepen leidt, inzicht te hebben in de bodemkwaliteit en blad 66 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

de eventuele aanwezigheid dan wel het risico op het aantreffen van bodemverontreiniging. Voordat (nieuwe) activiteiten mogelijk zijn, dient een hergebruikplan opgesteld te worden. Hergebruikplan In 2022 is door Antea Group een hergebruikplan opgesteld voor de herinrichting van het oostelijk deel van de voormalige stortplaats aan de Fokmast. In het hergebruiksplan worden de volgende onderwerpen behandeld: uitgevoerd (bodem)onderzoek, bodemopbouw en (geo)hydrologie, risico-analyse, inrichtingsmaatregelen, beheer en nazorg en communicatie. Het plan is als Bijlage 12 bijgevoegd. Dit plan dient ter goedkeuring voorgelegd te worden aan de provincie Noord-Brabant. Conclusie Verder bodemonderzoek vindt plaats in het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning die werken of werkzaamheden in (een deel van) het plangebied mogelijk maakt. Bij aanvraag van die vergunning moet aangetoond worden dat de bodemkwaliteit (al dan niet na het nemen van maatregelen) voldoet aan de bodemkwaliteit die als minimum voor de nieuwe functie of uit te voeren werkzaamheden geldt. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.7

Natuur Algemeen De bescherming van natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming, die waardevolle gebieden en soorten beschermt. Deze wet is een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen) en niet via de natuurwetgeving. Onderdeel van de NNN is het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Dit zijn de delen van het NNN die in Noord-Brabant zijn gelegen. De provincie heeft in de interim omgevingsverordening de bescherming van de NNB geborgd. Soortenbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. 2.

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het plangebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Gebiedsbescherming blad 67 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden; de Natura 2000-gebieden maken daar deel van uit. Naast de Natura 2000-gebieden bevat het NNN ook overige leefgebieden van soorten en – om isolatie te voorkomen - gebieden die een verbinding vormen tussen natuurgebieden. Het NNN is onderdeel van het actieve beleid om bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. De natuurgebieden die behoren tot het NNN en hun functies worden planologisch beschermd, hier geldt het ‘nee, tenzij’- principe. De planologische bescherming betekent in het kort dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de kwaliteit en de samenhang van het NNN. Hieraan wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De in Noord-Brabant aangewezen gebieden (NNB) maken onderdeel uit van de NNN. Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld.

Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden. Onderzoek Er is natuuronderzoek uitgevoerd voor de gronden binnen het plangebied. Deze onderzoeken zijn opgenomen als Bijlage 13 en Bijlage 14. Onderstaand zijn de resultaten beschreven. Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied Regte Heide & Riels Laag. Vanwege de ligging en omvang van het plan ten opzichte van de Natura 2000-gebieden kan niet op voorhand uitgesloten worden dat het plan een significant negatief effect heeft op het gebied.

blad 68 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Figuur 5.6: Ligging van het plangebied (rode contour) ten opzichte van Natura 2000-gebied (geel gekleurd) (Synbiosys.alterra.nl/Natura2000) Ten opzichte van de huidige situatie leidt de nieuwe situatie niet tot toename van verstoring door bijvoorbeeld lichthinder of geluid. Met de verplaatsing van de puinbreker wordt ruimte gemaakt voor natuurherstelmaatregelen en aanleg van nieuwe natuur. Hierdoor wordt een buffer tussen de bedrijventerreinen en het Natura 2000-gebied gerealiseerd. Om mogelijke verstoring door licht of geluid te voorkomen en te beperken worden de terreinen voorzien van een groene rand. Deze natuurlijke afscherming is verder uitgewerkt in de landschappelijke inpassing. Door Misa Advies is een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 15 en Bijlage 16 bijgevoegd. Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator 2023 zijn de effecten met betrekking tot stikstofdepositie als gevolg van de voorliggende ontwikkeling in beeld gebracht. De vergunde bedrijfssituatie op grond van de Wet natuurbescherming d.d. 24 november 2022 (referentiesituatie) wordt daarbij vergeleken met de beoogde situatie van het recyclebedrijf. Uit de berekening blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie plaatsvindt hoger dan 0,00 mol N/ha/j op Natura 2000-gebieden.

Er is zelfs sprake van een significante daling van NOx emissie en stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten opzichte van de Wnb-vergunde situatie. Op basis van bovenstaande rekenresultaat worden significante negatieve effecten ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie staat nadere besluitvorming niet in de weg. Voor het nieuwe bedrijventerrein Tijvoort is het effect op stikstofdepositie sterk afhankelijk blad 69 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

van de aard en omvang van de nieuwe bedrijfsactiviteiten. Naast de bedrijfsactiviteiten speelt de verkeersaantrekkende werking hier ook een rol. Ook voor deze ontwikkeling geldt dat op basis van de bedrijfsactiviteiten en de inrichting van het terrein aangetoond moet worden dat er geen sprake is van toename van stikstofdepositie. Voor deze locatie geldt als uitgangspunt dat stikstofemissies als gevolg van bedrijfsactiviteiten niet toegestaan zijn. Dit is als voorwaarde opgenomen in het bestemmingsplan. Voor emissies als gevolg van verkeersaantrekkende werking is een indicatieve berekening van de effecten op stikstofdepositie gemaakt. Uit deze berekening blijkt dat er geen toename van stikstofdepositie te verwachten is. Deze berekening is als Bijlage 17 bij het bestemmingsplan opgenomen. Natuurnetwerk Brabant (NNB) Zowel in als nabij het plangebied liggen delen van het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Op deze gronden in het plangebied is natuurontwikkeling voorzien. Er vinden geen ontwikkelingen plaats binnen NNN-gebied. Daarnaast komt het recyclebedrijf op grotere afstand van de Regte Heide te liggen. De geplande toekomstige inrichting van het gebied biedt daarnaast een grote meerwaarde voor de huidige natuur. Uit bijlage 14 blijkt dat de zuidelijke natuurherstelpercelen grenzen aan het NNN. De percelen zelf maken geen onderdeel uit van de NNB.

Door de voorgenomen verwijdering van de drainage en maaiveldverlaging op een natuurherstelperceel kan de gewenste natuur op de Regte Heide & Riels Laag zich gaan ontwikkelen. Dit omdat het perceel dezelfde abiotische omstandigheden als de Regte Heide & Riels Laag krijgt. Deze ingrepen versterken het karakter van de reeds aanwezige NNN-gebieden in de omgeving van het plangebied. In de eindfase heeft het voornemen een positief effect op het NNN-gebied. De verstoring is minimaal omdat er niet tussen zonsondergang en zonsopgang gewerkt wordt en het plangebied niet verlicht wordt. Om aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het omliggende NNN-gebied te voorkomen is de landschappelijke inpassing in overleg met Brabants Landschap en de provincie uitgewerkt. Het plan voorziet in voorwaardelijke verplichtingen om deze inpassing te realiseren. Bescherming houtopstanden In het plangebied zijn verschillende houtopstanden aanwezig die op basis van de Wet natuurbescherming beschermd worden, zie bijlage 13. Figuur 5.7 geeft weer waar in het plangebied deze houtopstanden zich bevinden. Uit bijlage 14 blijkt dat op de zuidelijke natuurherstelpercelen geen beschermde houtopstanden aanwezig zijn.

blad 70 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Figuur 5.7: Ligging door de Wet natuurbescherming beschermde houtopstanden (gele kleur) (bron ondergrond: Globespotter). Houtopstanden die onder de Wet natuurbescherming vallen, mogen niet zonder meer gekapt worden. Of er een kapmelding in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is, is afhankelijk van de uiteindelijke inrichting van het gebied en het aantal bomen dat hiervoor gekapt moet worden binnen de beschermde houtopstanden. Voor het indienen van een kapmelding geldt een aantal voorwaarden. Alleen als niet aan deze voorwaarden kan worden voldaan, moet een ontheffing worden aangevraagd. Deze voorwaarden zijn: de kapmelding moet tenminste 6 weken, maar niet meer dan een jaar voordat de houtopstand wordt gekapt, ingediend worden; na kap van de houtopstand moeten ter plekke binnen 3 jaar nieuwe bomen geplant worden; indien men niet de eigenaar is, moet de eigenaar op de hoogte gesteld worden van de voorgenomen kap. Soortenbescherming Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek (bijlage 13 en bijlage 14) is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: boombroedende en gebouwbroedende vogelsoorten; vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest; blad 71 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

vleermuizen; kleine marterachtigen; eekhoorn; hazelworm; levendbarende hagedis; korensla. Boombroedende vogelsoorten Bij het omvormen van de terreinen van de gemeente en de puinbreker kan niet worden uitgesloten dat er nesten van boombroedende vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest aanwezig zijn in en rondom de beoogde werkzaamheden. Om de aan/afwezigheid van jaarrond beschermde nesten op deze locaties aan te tonen is nader onderzoek benodigd. Gebouwbroedende vogelsoorten Voor de huismus is het terrein van de manege geschikt door de aanwezigheid van geschikte holtes in de daken van gebouwen op het terrein en ook door de aanwezigheid van (groenblijvende) beplanting. Indien er nestplaatsen van de huismus aanwezig zijn, kunnen deze verloren gaan als gevolg van de voorgenomen sloop van de manege. Dit is een overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Ook aantasting van essentiële onderdelen van de functionele leefomgeving van de huismus is in overtreding met de Wnb. Om overtreding van de Wnb te voorkomen, dient allereerst de aan- of afwezigheid van de huismus te worden vastgesteld middels nader onderzoek. Vogelsoorten met een mogelijk jaarrond beschermd nest Bij de manege zijn nesten van de huiszwaluw aangetroffen onder het dak van het woonhuis.

Ook komen meerdere waarnemingen van zowel huiszwaluw als boerenzwaluwen uit de NDFF naar voren op en rondom het terrein van de manege. Nesten van de categorie 5 vogelsoorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Vleermuizen Voor gebouwbewonende vleermuizen is bebouwing aanwezig bij de manege. Hier zijn meerdere gaten en kieren in de bestaande gebouwen aanwezig die mogelijk door gebouwwonende vleermuizen als verblijfplaats gebruikt kunnen worden (zie figuur 2.5). De aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen kan hierdoor bij de manege niet worden uitgesloten. Bij het slopen van de manege gaan bestaande voortplantings- en/of rustplaatsen van vleermuizen mogelijk verloren. Dit is in strijd met de Wet natuurbescherming. Om het eventuele gebruik van de manege door vleermuizen vast te stellen is nader onderzoek nodig. Vliegroutes van vleermuizen betreffen (vaak) lijnvormige elementen in het landschap die als verbinding tussen verblijfplaatsen en foerageergebied fungeren. In het plangebied zelf fungeren de aanwezige bosranden, bosschages en bomenrijen als mogelijke vliegroute voor vleermuizen. In het plangebied vormen de bosranden en open plekken in het bos ook mogelijke foerageergebieden.

Wanneer er tijdens de werkzaamheden licht wordt geschenen op een vliegroute of het foerageergebied van vleermuizen kan dit als gevolg hebben dat deze vliegroute niet langer gebruikt wordt door vleermuizen. Dit geldt als een verstoring van de vliegroute en is in strijd met de Wet natuurbescherming. Op basis van de uitgevoerde natuurtoets kan niet worden uitgesloten of de aanwezige vliegroutes in en rondom het plangebied essentieel zijn voor vleermuizen uit de omgeving. Nader onderzoek is nodig.

blad 72 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Kleine marterachtigen Bij het herinrichten van de gemeentewerf en het recyclebedrijf gaan mogelijke verblijfplaatsen van marterachtigen verloren. Dit is in strijd met de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek om op en rondom het terrein van de gemeente en de puinbreker de aanwezigheid van marterachtigen vast te stellen is noodzakelijk. Eekhoorn Uit het nader onderzoek blijkt dat de eekhoorn in het plangebied aanwezig is. In het gebied waar de ontwikkelingen voorzien zijn, zijn geen nesten van deze soort aangetroffen. De eekhoorn wordt beschermd door artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen verdwijnt (tijdelijk) leefgebied van deze soort. Er verdwijnen geen nesten als gevolg van dit ontwikkelingen. In de omgeving is voldoende alternatief leefgebied voor de soort aanwezig. Daarmee hebben de ontwikkelingen geen onevenredig negatief effect op de eekhoorn. Een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is daarmee niet nodig. Reptielen In het plangebied is rondom de terreinen van de gemeentewerf en recyclebedrijf en in percelen voor natuurontwikkeling geschikt biotoop aanwezig voor de hazelworm en levendbarende hagedis. Deze soorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming.

Hierdoor is het opzettelijk verwonden/doden en het opzettelijk beschadigen/vernielen van voortplantings- en rustplaatsen van hazelwormen en levendbarende hagedissen verboden. Nader onderzoek op en rondom het terrein van de gemeente, recyclebedrijf en de natuurontwikkelingspercelen de aanwezigheid van deze soorten vast te stellen is noodzakelijk. Korensla De korensla is een plant van schrale akkers op kalkarme zandgronden. Met de intensivering van de landbouw zijn veel van dit soort akkers uit Nederland verdwenen waardoor de korensla slechts nog op enkele plekken in het land voorkomt. Waarnemingen van de korensla komen van de grens van het plangebied met de Regte heide, waar een akker overgaat in een heidegebied. Tijdens het terreinbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van korensla. De standplaatsfactoren op de grens tussen de heide en de akker zijn echter wel potentieel geschikt voor de soort. Het voorkomen van de korensla in het plangebied kan hiermee niet worden uitgesloten. De korensla is beschermd onder artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Hieronder is het verboden om de korensla in het natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Wanneer de akker tijdens de beoogde werkzaamheden een nieuwe functie krijgt voor natuur is het mogelijk dat hierbij individuele planten of gehele groeiplaatsen verloren gaan. Om negatieve effecten op de korensla in en rondom het plangebied te voorkomen is het advies om nader onderzoek uit te voeren naar groeilocaties van de korensla in en rondom het plangebied. Stikfstofdepositie Het plangebied grenst direct aan het Natura 2000-gebied Regte Heide & Riels Laag. Dit gebied is stikstofgevoelig. Met de herinrichting van het Fokmastgebied wordt de afstand tot het Natura 2000-gebied vergroot. Dit is positief voor de effecten op stikstofdepositie. Tegelijkertijd wordt het terrein vergroot, waardoor de totale activiteiten toenemen. Er dient onderzocht te worden of de nieuwe situatie tot toename van stikstofdepositie leidt ten opzichte van de bestaande situatie. blad 73 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Vanwege de korte afstand tot het Natura 2000-gebied speelt de inrichting van het terrein een belangrijke rol bij de stikstofdepositie in de nieuwe situatie. Met de locatiekeuze voor machines en werktuigen kan stikstofdepositie beperkt worden. Conclusie Ten aanzien van de soortenbescherming geldt dat het initiatief niet-evident onuitvoerbaar is. Onderzoek naar beschermde soorten al dan niet in combinatie met onderzoek naar het nut en de noodzaak van het nemen van eventuele beschermingsmaatregelen vindt deels plaats in de procedure van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Daarbij moet getoetst worden aan de bepalingen uit de Wet natuurbescherming of andere relevante, dan geldende wet- en regelgeving. Bij die aanvraag wordt bepaald of het aangevraagde uitvoerbaar is. Voor de soorten waar een ontheffing voor nodig is, geldt dat het aannemelijk is dat de ontheffing verleend wordt omdat de voorgenomen ingrepen geen onevenredige effecten op beschermde soorten hebben. De voorgenomen herinrichting van de zuidelijk natuurherstelpercelen leidt in de eindfase tot een versterking van de NNB, als onderdeel van de NNN, in de omgeving van deze percelen. Dit omdat het verwijderen van de drainage en de maaiveldverlaging een van de natuurherstelpercelen dezelfde abiotische waarden geven als de Regte Heide & Riels Laag.

Daarnaast leidt het verwijderen van de drainage tot vernatting van de Regte Heide & Riels Laag. De verstoring tijdens de aanlegfase heeft een beperkt karakter en de effecten daarvan worden beschouwd in de passende beoordeling. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

5.8

M.e.r.-beoordeling Algemeen Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder wijzigingsplannen en bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: • Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; • Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' uit te voeren. Dit houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld.

Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke onder andere de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen. Onderzoek

blad 74 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

De voornaamste activiteiten die binnen voorliggend bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, zijn de herinrichting van het recyclebedrijf en de gemeentewerf en het omzetten van de huidige manege naar een bedrijfsbestemming. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd wanneer en welke procedure doorlopen dient te worden. Op twee manieren kan er sprake zijn van een verplichting tot het doorlopen van de m.e.r.: De voorgenomen activiteit komt voor in het Besluit m.e.r. Voor de voorgenomen activiteit moet een passende beoordeling worden opgesteld, omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat er significant negatieve effecten zijn op Natura 2000-gebieden. Voor de activiteiten zijn beide bepalingen van toepassing. De aanleg of uitbreiding van een industrieterrein is opgenomen in categorie D 11.3 van het Besluit m.e.r.. Echter vallen voorliggende ontwikkelingen die met het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt onder de drempelwaarde van 100 hectare. Er worden geen activiteiten mogelijk gemaakt die zijn opgenomen in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Er is dan ook vanuit het Besluit m.e.r. geen directe m.e.r.-plicht. Zodoende kan worden volstaan met het opstellen van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze is bijgevoegd als Bijlage 19.

Uit voorliggende vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van kenmerken en locatie van het plan, die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu ter plaatse. Voor de getoetste milieuaspecten geldt dat er geen effecten optreden, dan wel dat deze effecten met mitigerende maatregelen worden beperkt, zodat voldaan wordt aan de geldende wet- en regelgeving. Diverse maatregelen zijn voorgeschreven in het bestemmingsplan, waarmee deze ook geborgd zijn en belangrijke negatieve effecten voorkomen worden. Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen noodzaak is voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure en het opstellen van een milieueffectrapport (MER) voor de voorgenomen ontwikkeling.

blad 75 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

blad 76 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

Hoofdstuk 6

WATER Algemeen De watertoets, die wettelijk is verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening, is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van de watertoets is dat de waterbelangen evenwichtig worden meegewogen bij de totstandkoming van een plan en het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. De watertoets verplicht tot het opnemen van een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit hoofdstuk geeft daar uitvoering aan. Door Antea Group is een hydrologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is bijgevoegd als Bijlage 20. Onderdeel van dit rapport is het opstellen van de waterparagraaf. De waterparagraaf is hieronder weergegeven.

6.1

Beleid Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet. In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater. Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking.

In de Omgevingswet wordt de leefomgeving op een andere manier benaderd dan voorheen, waarbij wordt ingezet op een duurzame economische structuur met borging van de kwaliteit en veiligheid daarvan. In de Omgevingswet worden de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu natuur en water gebundeld. Deze wet regelt daarmee het beheer en de ontwikkeling met minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Ingezet wordt op integraliteit, vertrouwen en participatie van alle belanghebbenden. De wet krijgt vorm in de omgevingsvisie, waarbij de huidige provinciale plannen komen te vervallen en worden geïntegreerd in deze visie. Wet ruimtelijke ordening en de watertoets

blad 77 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. De waterparagraaf grijpt terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma 2022–2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en het Beheer- en Ontwikkelplan voor de Rijkswateren 2016- 2021. Met de samenvoeging van deze twee plannen wordt geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin het programma als een van de instrumenten is opgenomen. Het Nationaal Water Programma bevat: Een uitwerking van het te voeren beleid (inclusief het nationale ruimtelijke en ecologische beleid) voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer en de bescherming of het behoud van water; Maatregelen vanwege nationale belangen en om wateropgaven te bereiken en daaraan te blijven voldoen.

Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot de aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Regionaal Water- en Bodemprogramma Noord-Brabant 2022-2027 Het Regionaal Water- en Bodemprogramma 2022 – 2027 (RWP) bevat de ambitie, opgaven, doelen en de aanpak, inclusief de zeven leidende principes bij het tot stand komen van een klimaatbestendig en verkeerkrachtig water- en bodemsysteem binnen de provincie Noord-Brabant. In het RWP zijn de volgende leidende principes opgenomen: Watervoorraad in balans; Elke druppel telt; Niet alles kan overal; Brabant is in staat extreme weersituaties op te vangen; Bescherming van water- en bodemkwaliteit; Gebruikers zijn maximaal verantwoordelijk; Circulair denken en doen.

Visie klimaatadaptatie Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft een aparte visie ten behoeve van klimaatadaptatie opgesteld. Hierin zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: Klimaatadaptatie is als vanzelfsprekend een vast onderdeel van provinciale opgaven en is geborgd in de provinciale programma's; blad 78 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

De provincie gaat uit van een klimaatbestendig en robuust watersysteem. Daarbij worden vijf principes gehanteerd: 1. Niet meer gebruik dan is aangevuld; 2. In hogere gebieden water infiltreren; 3. Lagere gebieden zijn natter; 4. Het systeem kan omgaan met extremen; 5. De waterkwaliteit is op orde. De provincie maakt op basis van een klimaatbestendig en robuust watersysteem, de overgang naar een nieuwe systematiek voor wateroverlast bij extreme buien; De provincie kiest ervoor om voorrang te geven aan de robuustheid van het watersysteem en niet aan individuele belangen; De provincie werkt via een gebiedsgerichte en samenhangende aanpak; Via de gebiedsgerichte aanpak zet de provincie zijn middelen in samenhang en waar mogelijk gebundeld in. Interim Omgevingsverordening Vanuit de nieuwe Omgevingswet (welke per 2024 ingaat) zijn alle provincies verplicht om een omgevingsvisie op te stellen. In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied. De Brabantse Omgevingsverordening vervangt een aantal provinciale verordeningen, zoals de provinciale milieuverordening en de provinciale verordening water. Klimaatproof Brabant Als gevolg van klimaatverandering ontstaan meer extremen in temperatuur en neerslag.

Dit heeft gevolgen voor de fysieke leefomgeving. De doelstelling is om in 2050 klimaatbestendig te zijn met een waterrobuuste inrichting. Dit wil zeggen dat de risico' s vanwege deze weerextremen in 2050 aanvaardbaar, draagbaar en beheersbaar zijn. In 2030 dienen de eerste grote klimaatbestendige en waterrobuuste gebiedsopgaven gerealiseerd te zijn. De provincie stelt samen met andere partijen (gemeenten, waterschappen, bedrijven en maatschappelijke organisaties) een strategie op om het water beheer op te vangen. Grondeigenaren zoals agrariërs en natuurterreinbeheerders spelen een belangrijke rol bij deze strategie. Keur en Algemene regels Waterschap De Dommel Vanaf 1 januari 2019 geldt er een nieuwe Keur voor waterschap De Dommel. De Keur is een verordening met de regels die het waterschap hanteert bij de bescherming van waterkeringen, watergangen (sloten, beken en rivieren) en bijbehorende kunstwerken (gemalen, stuwen). Voor sommige werkzaamheden zijn in de Keur algemene regels opgesteld. Als aan deze regels wordt voldaan, is er geen watervergunning nodig. De werkzaamheden moeten wel bij het waterschap worden gemeld. De Keur verbiedt volgens artikel 3.6 het zonder vergunning afvoeren van neerslag door een toename van verhard oppervlak naar een oppervlaktewaterlichaam. De algemene regels van waterschap de Dommel zijn herzien op 25 maart 2021.

Volgens artikel 15.1.a van de Algemene Regels geldt er een vrijstelling voor het verbod, bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, wanneer de waterparagraaf van het bestemmingsplan na 1 januari 2019 de schriftelijke instemming heeft verkregen van het waterschap en de in de waterparagraaf genoemde maatregelen zijn uitgevoerd. Indien hieraan niet wordt voldaan geldt er in de volgende gevallen een vrijstelling: Het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; De toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; blad 79 van 94

vastgesteld bestemmingsplan Chw Locatie Fokmast Goirle Gemeente Goirle Projectnummer 0418150.100

De toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van verhard oppervlak groter dan 500 m² tot en met 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale compensatie conform de rekenregel: Benodigde compensatie (in m3 ) = toename verhard oppervlak (in m2 ) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) De gevoeligheidsfactor: nominale waarde die de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie van de locatie uitdrukt, zie kaart gevoeligheid piekafvoeren Bijlage 1 van de algemene regels. Uit deze kaart blijkt dat het plangebied een gevoeligheidsfactor heeft van 1. De voorziening voldoet aan de volgende eisen: 1. 2.

De bodem van de voorziening ligt boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG); De afvoer uit de voorziening vindt plaats via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; 3. Daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om beschadiging van het oppervlaktewaterlichaam te voorkomen. Met ingang van de omgevingswet wordt de keur vervangen door de waterschapsverordening. Waterbeheerprogramma waterschap De Dommel 2022-2027 Het waterschap heeft daarnaast het waterbeheerprogramma 2022-2027 opgesteld waarin de visie en ambities van het waterschap in opgenomen zijn. De visie voor 2050 vanuit waterschap De Dommel is dat de leefomgeving en het watersysteem toekomst bestig zijn. Zo zijn bijvoorbeeld relevante waterthema's gekoppeld aan de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen in de regio. De drie doelen waaraan gewerkt wordt zijn: 1. 2. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1832/documents/28442