07 Beantwoording technische vragen D66 raadsvoorstel saneren gemeentegrond Van Puijenbroek.pdf
Tekst van het document
Geacht college, D66 heeft nog een aantal technische vragen over het Raadsvoorstel Saneren gemeentegrond Van Puijenbroek van 15 maart 2022. Er is sprake van een ernstige verontreiniging met zware metalen. In een omgeving die naar verwachting bewoond gaat worden door kinderrijke gezinnen. Het college geeft aan het onverantwoord te vinden om deze verontreiniging in de bodem te laten zitten. Het college geeft aan dat er verschillende varianten zijn uitgewerkt voor de sanering van het gemeentelijk bosje.
1. Welke varianten zijn er uitgewerkt? Er zijn 3 varianten: 1. volledige sanering, 2. sanering d.m.v. een leeflaag van 1 tot 1,5 m dik, 3. niet saneren maar afdekken met een dichte laag stenen. 2. Graag ontvangt D66 de technische argumentatie waarom er gekozen wordt voor het saneren van alleen de leeflaag. Het niet saneren van de verontreiniging maar het aanbrengen van een dichte laag stenen werd beschouwd als te risicovol. Immers, de stenen kunnen losraken of kinderen kunnen stenen loswrikken. Er is dan een te groot risico dat spelende kinderen in aanraking komen met vervuilde grond. Een complete sanering bleek technisch zeer complex. Als ook alle diepe verontreiniging moet worden verwijderd moet er een enorme put worden uitgegraven, waardoor een veel groter aantal waardevolle bomen in de omgeving (o.a. in de tuin van Huize Anna) sneuvelt, evenals bestaande bebouwing en verharding. Bovendien blijft er altijd enige mate van verontreiniging in het grondwater zitten en is een totale sanering fors duurder dan de leeflaagvariant. Er is dan ook gekozen voor de leeflaagvariant omdat deze technisch haalbaar is en ook zeer gebruikelijk (en wettelijk toegestaan) in heel Nederland. Bovendien is er na het aanbrengen van de leeflaag geen risico meer dat bijvoorbeeld spelende kinderen met de verontreiniging in aanraking komen.
Ook geeft het college aan dat er een kans bestaat dat de diepere verontreiniging in de toekomst alsnog volledig moet worden verwijderd. Bijvoorbeeld als er strengere wet- en regelgeving komt.
3. Is het ook denkbaar dat de diepere verontreiniging meer aan de oppervlakte komt te liggen door bijvoorbeeld veel regen (mogelijk dan op een andere locatie)? Nee, dit is, volgens deskundigen, niet het geval. 4. Hoe groot acht het college de kans dat er in de toekomst de diepere verontreiniging alsnog volledig moet worden verwijderd? We kunnen dat onmogelijk inschatten. Conform de huidige wet- en regelgeving mag ook deze verontreiniging blijven zitten en is de leeflaagvariant een gebruikelijke aanpak. Alvast bedankt voor het beantwoorden van onze vragen.
Met vriendelijke groet, Janneke van den Hout Raadslid