07 Beantwoording schriftelijke vragen D66 mobiliteitsplan.pdf
Tekst van het document
College
Beantwoording schriftelijk gestelde vragen
Aan:
De raad
Portefeuillehouder:
Johan Swaans
Vragen gesteld door:
D66 Goirle
Onderwerp:
Startnotitie Mobiliteitsplan
Datum:
16 maart 2021
_________________________________________________________________________________ Op 21 februari 2021 ontvingen wij raadsvragen van D66 Goirle naar aanleiding van de startnotitie Mobiliteitsplan op basis van artikel 40 Reglement van Orde. Hieronder treft u de gestelde vragen aan, met de daarbij behorende antwoorden: 1. Het college leunt sterk op de koppeling met Omgevingsvisie. De omgevingswet vereist ook dat verkeer en vervoer meegenomen worden in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Wat is de reden dat het college kiest voor een apart mobiliteitsplan? En hiermee een kans laat liggen op de integrale benadering van de inrichting van de leefomgeving. In de omgevingsvisie worden de visie en ambities van de gemeente Goirle voor de fysieke leefomgeving bepaald. De mobiliteit is onderdeel van deze leefomgeving. Het college kiest voor een apart mobiliteitsplan, als uitwerking van deze omgevingsvisie. Dit, om antwoord te geven op de vragen wat, hoe, waarmee en met wie wij de in de omgevingsvisie beschreven visie en ambities voor mobiliteit willen bereiken. 2. Hoe ziet het college de positie van het mobiliteitsplan ten opzichte van de omgevingsvisie en het omgevingsplan? In het mobiliteitsplan worden de ambities voor mobiliteit, zoals beschreven in de Omgevingsvisie, verder uitgewerkt. 3.
Wat wil het college nu precies regelen via de omgevingsvisie en het omgevingsplan met betrekking tot mobiliteit en wat wordt dan verder nog afgekaderd en uitgewerkt in het Mobiliteitsplan? De ambities en kaders voor mobiliteit in Goirle worden in de omgevingsvisie vastgelegd. In het omgevingsplan worden straks de normen en regels opgenomen op het gebied van mobiliteit. In het mobiliteitsplan wordt de omgevingsvisie verder uitgewerkt tot concrete doelen voor mobiliteit in Goirle voor de komende 10 jaar. Hierin wordt antwoord gegeven op de vragen hoe, wanneer, waarmee en met wie gaan we de ambities voor mobiliteit in Goirle uitwerken. 4. Een sterke koppeling met omgevingsvisie wordt benoemd in de startnotitie. In de notitie is uit de planning of uit de genoemde activiteiten niet op te maken hoe de vaststelling van het mobiliteitsplan gekoppeld is met de definitie van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Kan het college in de planning en de uit te voeren activiteiten aangeven hoe en wanneer het gekoppeld is aan het vaststellen van de omgevingsvisie en/of het omgevingsplan? Het proces van de omgevingsvisie is vanwege de coronapandemie uitgelopen. Hiermee lopen de processen van de omgevingsvisie en mobiliteitsplan nu parallel.
Bladnummer
Datum
2
9 december 2020
Fase 2 van de omgevingsvisie is het vaststellen van de concept omgevingsvisie. Dit is gepland voor juni 2021. Ook het concept mobiliteitsplan is medio Juni 2021 gereed. De definitieve versies van de beide plannen liggen na de zomer 2021 ter vaststelling voor. Deze planning geeft aan beide plannen de kans en ruimte om voortdurend op elkaar , zowel inhoudelijk als procesmatig, afgestemd te worden. 5. Is er een manier mogelijk (welke opties zijn er), gezien o.a. de komende gemeenteraadsverkiezingen, om een gedegen proces uit te voeren (geeft het college wel aan te willen, gezien de uitgangspunten)? Moet het mobiliteitsplan perse per 1-1-2022 ingaan? Graag een duidelijkere uitleg over de juridische basis die komt te vervallen met de inwerkingtreding van de omgevingswet. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de Planwet verkeer en vervoer te vervallen. Onder de omgevingswet maakt de gemeente één samenhangende omgevingsvisie. Deze komt onder meer in de plaats van gebiedsdekkende structuurvisies, verkeers- en vervoerplannen en milieubeleidsplannen. Gemeenten hoeven niet op 1 januari 2022 een omgevingsvisie te hebben. Op basis van bestuurlijk afspraken krijgen ze daar drie jaar de tijd voor. De precieze datum wordt nog geregeld in een koninklijk besluit. In de tussentijd geldt er overgangsrecht.
De hoofdzaken van het te voeren beleid in een gemeentelijk milieubeleidsplan als bedoeld in artikel 4.16 van de Wet milieubeheer, een gemeentelijk verkeers- en vervoersplan als bedoeld in artikel 9 van de Planwet verkeer en vervoer en een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, blijven gelden totdat een gemeentelijke omgevingsvisie van kracht wordt. Dit is geregeld in artikel 4.9, lid 3 van de invoeringswet omgevingswet. Bij het proces voor het opstellen van het mobiliteitsplan, zijn de uitgangspunten van de Omgevingswet leidraad. Procedureel en inhoudelijk wordt het mobiliteitsplan goed afgestemd met de omgevingsvisie. Belangen van in- en externe stakeholders worden ook geïnventariseerd en meegenomen in het proces wat we voorstaan. Het betreft daarmee is een gedegen proces. 6. Het huidige GVVP kan nog tot 1-1-2023 mee. Als de Omgevingswet nog niet ingaat per 1-1-2022 kunnen we dan meer tijd benutten? We zijn inmiddels gestart met het proces van het opstellen van het mobiliteitsplan. Los van de datum waarop de omgevingswet ingaat vindt het college het belangrijk dat het mobiliteitsplan wordt afgewerkt. 7. Is eventueel om het gedegen proces ook goed te kunnen doorlopen het huidige GVVP met een jaar te verlengen? 01 januari 2022 is vooralsnog de datum waarop de omgevingswet in werking treedt. Daarmee vervalt het GVVP.
Het huidige GVVP is niet omgevingswet proof. De planning is er op gericht om voor die datum de omgevingsvisie vast te stellen. De vervanging van het GVVP is daarmee tijdig geborgd. Voor het mobiliteitsplan geldt geen wettelijke termijn. 8. Vanuit de Inleiding en de doelstelling van het project: u wil dilemma’s en obstakels overzichtelijk maken. Komen daar ook al oplossingsvoorstellen of scenario’s te liggen waarmee de dilemma’s en obstakels aangepakt kunnen worden? In het mobiliteitsplan wordt op hoofdlijnen een ambitie opgenomen voor de periode tot en met 2030 om de geconstateerde knelpunten aan te pakken. 9. Kijkend naar de aanpak en de aandachtspunten ten aanzien van de toenemende Vergrijzing: naar welke elementen gaat het college kijken?
Bladnummer
Datum
3
9 december 2020
In het mobiliteitsplan wordt naar de thema’s bereikbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid gekeken. De impact van de vergrijzing wordt vanuit dat perspectief bekeken. 10. In het kader van afhankelijkheden: het college wil zich inzetten op kwaliteitsbehoud van het openbaar vervoersysteem. Gezien alle commotie over buslijn 2, is het college het met D66 eens dat de ambitie hierover wel een stapje hoger moet? De gemeente Goirle is ‘slechts’de beheerder van de bushaltes en de faciliteiten van de bushaltes. Een goede en veilige bereikbaarheid en toegankelijkheid van de bushaltes is een belangrijk onderdeel van de kwaliteit van het openbaar vervoer. Daarnaast werkt de gemeente Goirle samen met de regiogemeenten voor het verbeteren van het openbaar vervoer. Wij willen ook in de toekomst blijven investeren in een goede samenwerking met de regio bij het behalen van een maximale OV kwaliteit. 11. Bij het thema verkeersveiligheid wordt uitgebreid gesproken over het opstellen van maatregelpakketten die ervoor moeten zorgen dat gewenste uitkomsten ook behaald worden. Nergens anders wordt dit zo duidelijk aangegeven. Kan D66 aannemen dat dit ook voor alle andere thema’s geldt? In het mobiliteitsplan streven we ernaar om voor alle onderdelen een gelijksoortig uitwerkingsniveau te hanteren. 12. VVN Goirle is opgehouden te bestaan. VVN wordt wel genoemd in de startnotitie.
Wie van VVN wordt in dit proces meegenomen? Wij hebben de contactpersoon van het VVN steunpunt zuid uitgenodigd om deel te nemen aan de online sessie voor de externe betrokkenen. De steunafdeling van VVN staat de vrijwilligers van de lokale VVN bij met raad en daad. Zij zijn ook goed bekend met de vraagstukken verkeersveiligheid van de lokale VVN afdelingen. ________________________________________________________________________________