06i- Bijlage 6 Beheerplan zonnepark Abcoven.pdf
Tekst van het document
Zonnepark Abcoven BEHEERPLAN
1
+31 88 348 20 00 telefoon +31 33 463 36 52 fax info@rhdhv.com e-mail royalhaskoningdhv.com internet Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154
Beheerplan Titel document Zonnepark Abcoven Final 1.1 Status 8 juni 2021 Datum BH2833 Projectnummer Luc Jenniskens Auteur(s) Kelly Hartholt Nienke van der Smissen Linda Wortel Luc Jenniskens Opgesteld door Gecontroleerd en Thijs Sommers goedgekeurd door 08/06/21 TS Datum/Initialen
Disclaimer: No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and OHSAS 18001:2007.
2
Inhoudsopgave 01 /
Inpassingsplan
4
02 /
Landschapselementen
5
03 /
Beheer van landschapselementen
6
1 Inpassingsplan Het plangebied betreft een kavel aan de Abcovensedijk in de gemeente Goirle. In het document ‘Landschappelijk Inpassingsplan’ is de inpassing van het zonnepark Abcoven uitgewerkt en onderbouwd. Het gebied ligt aan de rand van het beekdal van de Leij, in een landschap dat gekenmerkt wordt door coulissen van beplanting. Het beekdal is bovendien onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. Daarnaast ligt het gebied iets buiten het bebouwde gebied van Goirle, en vormt een overgang van dorp naar landschap. De gemeente ziet op deze locatie kansen voor landschapsontwikkeling en markeert het gebied ook als een geschikte locatie voor een zonnepark. Om het zonnepark in zijn omgeving in te passen wordt het omzoomd door diverse typen beplantingen, wat past bij het coulissenlandschap. Hierbij is gekeken naar beplantingstypen die bijdragen aan de gewenste natuurdoeltypen in dit deel van het natuurnetwerk. Naast het zonneveld wordt een rustplek voor recreanten aangelegd, als onderdeel van het recreatieve routenetwerk en verbinding tussen het dorp Goirle en het omliggende landschap. Afbeelding 1: Ontwerpuitgangspunten Zonnepark Abcoven
4
2 Landschapselementen Het Inpassingsplan bestaat uit een aantal gevarieerde beplantingen en andere elementen rondom het zonnepark. Deze landschapselementen zijn weergegeven in de kaart in Afbeelding 1. De landschappelijke inpassing van Zonnepark Abcoven, en daarbij ook het beheer van de landschapselementen, is gericht op de versterking van de lokale biotoop en biodiversiteit. In dit hoofdstuk worden de landschapselementen opgesomd en wordt hun functie in het ontwerp beschreven. het volgende hoofdstuk beschrijft het gewenste beheer van de elementen.
Afbeelding 2: Voorbeeld Amfibieënpoel
• Struweelhaag. Onttrekt het zonneveld vanaf oostzijde aan het zicht. Alleen struweel, geen bomen, om schaduw op panelen te voorkomen; • Groene Bufferzoom. Gelijk aan struweelhagen, maar dan met bomen omdat schaduwwerking aan noordwestzijde geen rol speelt; • Groene Bufferzoom XL. Extra brede bufferzoom onttrekt zonneveld aan het zicht vanaf de Abcovensedijk; • Wilgensingel. Bakent de rustplek voor reacreanten af. Dergelijke wilgenrijen komen veel voor in natte gebieden als beekdalen. Ze benadrukken de structuur van de kavels enzijn belangrijk voor
vogels, vleermuizen en insecten; • Kruidenrijk grasland. Tussen de panelen wordt een kruidenrijk grasmengsel gezaaid, wat de natuurwaarde verhoogt; • Amfibieënpoel. Om aantrekkelijk te zijn voor amfibieën staat de poel niet in verbinding met omliggende sloten en wordt geen hoge belanting in de buurt aangebracht; • Insectenhoek. Snoeiafval van de knotwilgen worden in de takkenril opgestapeld rondom de vijver. Dit creeërt een luwe ruimte voor een bijenhotel en vergroot samen met de beplantingen in het plangebied de aantrekkingskarcht voor insecten;
Afbeelding 3: Voorbeeld Knotwilgensingel met doorzichten
Afbeelding 4: Voorbeeld bijenhotel
5
3 Beheer van landschapselementen Struweelhaag + Groene Bufferzoom
Wilgensingel
Beplantingstype Mix van inheemse struweelsoorten zoals de meidoorn, vlier en sporkenhout als struweel. In de Groene Bufferzoom wordt aangevuld met inheemse boomsoorten, zoals els en wilg. Al deze soorten komen van nature voor in natte beekdalomgevingen, zoals het plangebied.
Beplantingstype Bomenrij van Salix Alba met onderlinge afstand van minimaal drie meter. Dient op twee willekeurige plaatsen onderbroken te zijn i.v.m. doorzicht op het landschap.
Beheermethode Beheer is gereicht op de ecologische waarde van de beplanting. Heesters worden gefaseerd afgezet, dat wil zeggen ieder jaar een gedeelte i.p.v. alles tegelijk. Vanaf het moment dat het struweel een hoogte van 4 meter bereikt wordt jaarlijks ongeveer 1/3 van de beplanting afgezet. Bomen in de Groene Bufferzoom periodiek snoeien wanneer nodig. Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart. Bij beweiding van aanliggeende gronden is een raster aanwezig waardoor schade door vraat aan stammen wordt voorkomen. Het raster mag niet bevestigd worden aan de stammen van het struweel of de bomen.
6
Beheermethode Wilgen worden eens in de vijf à zes jaar geknot. De geknotte wilgentenen worden in een takkenril verzameld en in lengterichting opeengestapeld. Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.
Kruidenrijk grasland
Amfibieënpoel
Insectenhoek
Beplantingstype Bloemenmengsel (zonder grassen) voor ruderale gebieden (bijvoorbeeld ruderaal mengsel B1 van de Cruydthoeck). Dit mengsel is geschikt voor matig tot zeer voedselrijke gronden (bijv. percelen met een agrarisch verleden) en bevat veel verschillende soorten bloemen.
Beplantingstype In de poel groeien diverse soorten vocht- en waterminnende planten.
Beplantingstype Takkenrillen van afgezet snoeihout creëeren luwe ruimte voor insecten.
Beheermethode Minimaal de helft van het natte oppervlakte van de poel bestaat in de lente uit open water. Voor behoud van voldoende open water wordt het element periodiek opgeschoond. Maai- en schoningswerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 september en 15 oktober. Onder opschonen valt ook het verwijderen van de bezinksellaag (modder). Dit is nodig wanneer de diepte van de poel zodanig is afgenomen dat deze tijdens de zomermaanden dreigt droog te vallen.
Beheermethode Afgezaagde takken worden in een takkenril verzameld en in lengterichting opeengestapeld. Deze takkenrillen zijn ca 2 meter breed, en variëren in lengte (vanaf minimaal 5 meter).
Beheermethode Extensief beheer d.m.v. schapenbegrazing (drie tot vier weken per jaar); danwel beheer door eigenaar (1x per 2 jaar gefaseerd maaien en afvoeren). Maaien pas na bloeiperiode en zaadvorming. Bestrijding van exoten wordt uitgevoerd door middel van apart maaien, ruimen en afvoeren naar een erkende verwerker van deze soorten. Mocht dit niet volstaan dan is pleksgewijs injecteren van de exoten ook een optie. Deze methode heeft echter niet de voorkeur. Mocht deze methode gekozen worden dient jaarlijks een rapportage te worden afgegeven met resultaten, hoeveelheid bestrijdingsmiddel en frequentie van bestrijden.
Tijdens beweiding van het omliggende grasland moet voorkomen worden dat schapen de poel gebruiken als drinkwaterpoel. Tot onderhoud van de poel hoort ook het verwijderen van houtopslag op de oevers, om te sterke beschaduwing te voorkomen. Snoeiwerkzaamheden worden in beginsel alleen verricht in de periode tussen 1 november en 15 maart.
7
8