06b- Rapport Ruimtelijke onderbouwing zonnepark Abcoven Goirle.pdf
Tekst van het document
24
Projectgerelateerd
strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Hiermee is in de landschappelijke inpassing van het zonnepark rekening gehouden (zie ook de landschappelijke inpassing in bijlage 2). o Diep grondwaterlichaam: boven, in of onder een Diep grondwaterlichaam is de onconventionele winning van koolwaterstoffen verboden. Het initiatief van Tomorrow Energy voorziet niet in dergelijke activiteiten. Het grondwaterdeelgebied valt onder het gebied II: Centrale Slenk. Volgens de regels van de Keur mag hier tot max. 30 meter diepte water worden onttrokken minus maaiveld, bij afwezigheid van afscheidende lagen. Bij de realisatie en exploitatie van het voorgenomen zonnepark zal geen grondwater worden onttrokken. Daarnaast is het gebied aangemerkt als ‘beperkt invloedsgebied Natura 2000’, volgens de contouren van het beregeningsbeleid. Volgens de regels van de Keur gelden de algemene regels uit artikel 1 niet en blijft daarmee vergunningsplichtig.
•
•
Figuur 16 Legger oppervlaktewater Waterschap De Dommel (Plangebied binnen rode cirkel) (Bron: dommel.webgispublisher.nl)
Figuur 17 Grondwaterdeelgebied en contouren beregeningsbeleid (Bron: Keur 2015 Beschermde Gebieden, Waterschap De Dommel) 7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
25
Projectgerelateerd
Figuur 158 Beschermde gebieden keur (Bron: Waterschap De Dommel)
Figuur 19 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd 01-03-2020)
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
26
Projectgerelateerd
In bijlage 3 van deze ruimtelijke onderbouwing is een kaartbeeld toegevoegd, waarop de ligging van het zonnepark tot aan de Leij is aangegeven. In dit kaartbeeld zijn de verschillende eisen rondom water zoals hierboven beschreven weergegeven. Het profiel van vrije ruimte rond de Oude Leij is 40 meter. De afstand van het zonnepark tot aan de Oude Leij is circa 165 meter, en komt dus niet in dit profiel van vrije ruimte. Conclusie De waterhuishoudkundige situatie zal door de realisatie van het zonnepark niet wijzigen. Het regenwater spoelt van de zonnepanelen af en kan vrij in de bodem infiltreren. Onder de panelen wordt geen gesloten verharding aangebracht die een belemmering vormt voor de infiltratie. Het regenwater stroomt dan ook niet versneld af richting het oppervlaktewater. Het zonnepark wordt door de vrije afstroming van het regenwater richting de onderliggende bodem niet gezien als toename in verharding. Watercompensatie is voor dit plan dan ook niet vereist. Ook elders binnen het plangebied wordt geen extra verharding aangebracht. Compensatie van verharding is daardoor ook niet aan de orde. De zonnepanelen en de constructie wordt uitgevoerd van niet-uitloogbare materialen. Bij de realisatie van het park worden geen sloten gedempt of gewijzigd.
Er wordt rekening gehouden met de landschappelijke, ecologische en waterbergende waarden uit de Groenblauwe Mantel en het reserveringsgebied Waterberging, zoals nader toegelicht in de landschappelijke inpassing (bijlage 2). De conclusie is dat het project uit het oogpunt van waterhuishouding uitvoerbaar is en geen aanvullende maatregelen nodig zijn.
4.5
Bodem
Bodemkwaliteit De aanleg van zonneparken op agrarische percelen brengt veranderingen met zich mee voor de bodem. De bodembewerking wordt gehinderd en blijft vaak achterwege. Hierdoor veranderen de chemische, biologische en fysische eigenschappen van de bodem, met mogelijke langdurige gevolgen voor de bodemkwaliteit. De belangrijkste oorzaak van een eventuele achteruitgang in bodemkwaliteit is een afname van organische stof (OS) door verminderde groei van planten. Hoewel dit vrijwel zeker zal optreden bij zonneparken in een oost-west opstelling lijkt het bij goed beheer mogelijk om bij noord-zuidgeoriënteerde parken de OS-concentratie te behouden of zelfs te verhogen ten opzichte van agrarisch gebruik 1. Een ecologische inrichting van zonneparken met extensief beheerde vegetaties als uitgangspunt kan kansen bieden voor een positief effect op de structuur en kwaliteit van de bodem (Klaassen et al., 2018 2). Met dat de grond voor langere tijd uit productie genomen wordt, kan de grond tot rust komen en de bodemkwaliteit herstellen en verbeteren. Tussen de panelenrijen wordt ten minste drie meter afstand gehouden in verband met schaduwval. In casu is er sprake van een noord-zuidgeoriënteerd zonnepark met een ecologische inrichting. Dit betekent dat het zonnepark kansen biedt voor verbetering van de bodemkwaliteit.
Bodemingrepen Het zonnepark wordt gevormd door bouwwerken, waar geen personen verblijven. Daarnaast zijn er geen grootschalige bodemingrepen aan de orde, waardoor grond moet worden afgevoerd of iets dergelijks. J.A. Keuskamp, D.W. Dijkman en R.J. Gommer, (2018) Zonneparken in agrarisch gebied. Culemborg: CLM Onderzoek en Advies Klaassen et al., (2018) Literatuurstudie en formulering richtlijnen voor een ecologische inpassing van zonneparken in de provincies Groningen en Noord-Holland: University of Groningen
1 2
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
27
Projectgerelateerd
Bovendien worden, gelet op het huidige gebruik als agrarische grond voor maisteelt, ernstige verontreinigingen niet verwacht. Het plangebied ligt voor het grootste deel op kalkhoudende zandgrond, en in het noordelijk puntje deels humuspodzolgrond.
Het project is uit het oogpunt van bodem uitvoerbaar. Het zonnepark biedt bovendien kansen voor de verbetering van de bodemkwaliteit.
Figuur 20 Bodemhoofdklassen kaart (Bron: Kaartbank.brabant.nl)
4.6
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie Met het Europees Verdrag van Malta wordt voorzien in de bescherming van het archeologisch erfgoed. Dit verdrag is wettelijke verankerd in de Wet op de archeologische monumentenzorg. Hieruit vloeide de verplichting voort om bij ruimtelijke plannen rekening te houden met archeologisch erfgoed. Uit de archeologische verwachtingskaart blijkt dat de locatie een lagen tot middelhoge trefkans op archeologische verwachtingswaarde heeft.
Figuur 21Indicatieve Kaart Archeologische waarden (Bron: IKAW kaartviewer, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
Volgens het vigerend bestemmingsplan ‘Buitengebied Goirle’ zijn er drie lettertekenaanduiding binnen het plangebied, namelijk: • Archeologische verwachtingswaarde (av): behoud van archeologische waarden ter plaatse van deze aanduiding. • Cultuurhistorisch waardevol gebied (cwg): behoud van cultuurhistorische waarden ter plaatse van deze aanduiding. • Hydrologisch waardevolle kern (hwk): behoud, herstel en/of ontwikkeling van hydrologische waarden ter plaatse van deze aanduiding.
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
28
Projectgerelateerd
Deze aanduidingen zijn gekoppeld aan de gebiedsbestemming ‘agrarisch gebied met landschapswaarden’. Ter plaatse van de aanduiding ‘hwk’ is het niet toegestaan om grond te verzetten van meer dan 100m³ of op een diepte van meer dan 0,60 meter onder maaiveld. Ter plaatse van de aanduiding ‘av’ en ‘cwg’ is het niet toegestaan om zonder, of in afwijking van een schriftelijke vergunning meer dan 100 m³ grond te verzetten. Bij de bouw van het zonnepark blijft de totale oppervlakte aan bodemverstoring zeer gering, omdat de panelen op een draagconstructie met palen worden geplaatst. Daarnaast wordt de grond geroerd door het plaatsen van de omheining, het inkoopstation en enkel kabelgeulen. Naar verwachting blijft de totale oppervlakte aan bodemverstoring onder de drempelwaarde voor archeologisch onderzoek. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet geldt voor bodemverstoringen de meldplicht. Als tijdens graafwerkzaamheden alsnog archeologische vondsten of indicatoren worden aangetroffen dan dient het werk onmiddellijk te worden stilgelegd en moet dit worden gemeld bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en wetenschap, dan wel bij de provinciaal archeoloog en de gemeente. Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen rijksmonumenten of gemeentelijk monumenten gelegen. Wel ligt het plangebied binnen de aanduiding ‘archeologische landschappen’.
De verwachte archeologische waarden binnen het plangebied zijn hierboven beschreven.
Figuur 22Cultuurhistorische Waardekaart (CHW) (Plangbied schematisch weergegeven in rood) (Bron: CHW-kaart Noord-Brabant)
De conclusie is dat het project uit het oogpunt van archeologie en cultuurhistorische waarden uitvoerbaar is.
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
29
Projectgerelateerd
4.7
Ecologie
Natuurtoets/ Quick Scan Wet natuurbescherming Voor voorgenomen ontwikkeling is een natuurtoets uitgevoerd, waarin de mogelijke effecten op wettelijk en beleidsmatig beschermde natuurwaarden in beeld zijn gebracht. De natuurtoets (QuickScan) is toegevoegd in bijlage 1 van deze ruimtelijke onderbouwing. Een samenvatting van deze toets is hieronder weergegeven. De relevante wijzigingen in het plangebied zijn: • De aanleg van een zonnepark en de daarbij behorende voorzieningen. Bij de aanleg van het zonnepark wordt gebruik gemaakt van licht materieel. • Het gebruik van het terrein als zonnepark. Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Voor de QuickScan Wnb Gebiedsbescherming is ten eerste gekeken of wettelijk beschermde Natura-2000 gebieden nabijgelegen zijn. In de omgeving van het plangebied zijn op een afstand <5 kilometer één of meerdere Natura-2000 gebieden gelegen. Op basis van de Effectenindicator is nagegaan of en in hoeverre enige relatie te verwachten is tussen het de voorgenomen ingreep en de instandhoudingsdoelen van deze Natura-2000 gebieden. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden ‘Regte Heide & Riels Laag’, ‘Kempenland-West’ en ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ liggen op respectievelijk 3, 4,5 en 5 kilometer ten opzichte van het plangebied. •
•
Door de afstand van de Natura-2000 gebieden en hun waarden tot het plangebied kan op voorhand voor de meeste storingsfactoren uitgesloten worden dat er effecten zullen optreden als gevolg van voorgenomen besluit. De enige storingsfactor waarvan op voorhand niet duidelijk is of deze relevant is, is ‘verzuring en vermesting door N-depositie (stikstofdepositie) uit de lucht’.
Externe werking Middels de AERIUS Calculator is de stikstofdepositiebijdrage van voorgenomen initiatief in Natura2000gebieden berekend. Uit de rekenresultaten blijkt dat er geen stikstofdepositiebijdrage groter dan 0,00 mol N/ha/ja in Natura-2000 gebieden als gevolg van de aanleg van het zonnepark in Goirle wordt berekend. Significante negatieve effecten ten gevolge van stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden zijn daarom uitgesloten en er is daarom geen vergunningsplicht om het project uit te voeren. Een nadere onderbouwing van de stikstofberekening is opgenomen in bijlage 4 van deze Ruimtelijke Onderbouwing. Soortenbescherming Het voorkomen van beschermde planten of diersoorten of habitats van beschermde diersoorten binnen het plangebied is uitgesloten, met uitzondering van algemene broedvogels. Het is daardoor aan te bevelen om de werkzaamheden buiten het algemene broedseizoen, globaal de periode van 15 maart tot en met 15 augustus, uit te voeren. Indien de werkzaamheden wel in deze periode plaatsvinden, is het aan te bevelen om het terrein voorafgaande de start van de werkzaamheden door een ter zake kundige ecoloog te controleren op in gebruik zijnde nesten. Bij aantreffen van broedlocaties wordt door de ter zake kundige beoordeeld of de werkzaamheden kunnen aanvangen of dat zij uitgesteld moeten worden.
Het is niet mogelijk om een ontheffing te verkrijgen voor het verstoren van broedgevallen. Ten aanzien van de overige beschermde soorten in het kader van de Wnb zijn overtredingen van verbodsbepalingen op voorhand uit te sluiten, vanwege het ontbreken van geschikte biotoop en schuilgelegenheid in het plangebied voor soorten. 7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
30
Projectgerelateerd
Figuur 23 Natura 2000 en Natuurnetwerk Brabant (Bron: Natuurbeheerplan Noord-Brabant)
Omgevingsverordening Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het plangebied zelf maakt geen deel uit van beschermde gebieden. Ten noorden en ten westen van het L-vormige plangebied liggen delen van de NNB die nog ontwikkeld moeten worden (roze: N00.01 Nog om te vormen naar natuur). Deze gronden zijn onderdeel van het natuurreservaat Abcoven dat rond het beekdal van de Oude Ley ligt. Ten noorden van de watergang de Oude Ley liggen natte beheertypen zoals vochtig hooiland en beek begeleidend bos. Ten zuidoosten van het plangebied liggen voornamelijk bossen met lage natuurwaarden (beige-groen: beheertype N16.03 droog bos met productie), deze bossen zijn onderdeel van het safaripark Beekse Bergen. De doelstellingen voor natuur en landschap zijn grotendeels gericht op behoud en met name herstel van een kleinschalig beekdallandschap.
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
31
Projectgerelateerd
Figuur 24 Ligging plangebied ten opzichte van de NNB
Het plangebied en het planvoornemen raakt aan de beschermde natuurwaarden zoals aangeduid in de meest recente NNN-kartering van de provincie Noord-Brabant. Er zijn geen effecten op wezenlijke waarden en kenmerken van deze natuurwaarden te verwachten. Er is geen sprake van aantasting van de kernkwaliteiten en omgevingscondities van het NNN waardoor het plan niet strijdig is met de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Ecologische inpassing planvoornemen De bevindingen uit de natuurtoets en het veldbezoek zijn overgenomen in de landschappelijke inpassingen (zie 2.2 en bijlage 2). Hierin wordt o.a. ingezet op het aanplanten van struweelhagen, een amfibieënpoel en een groene bufferzoom, waardoor het planvoornemen een positieve impact heeft op de biodiversiteit. Conclusie • Uit oogpunt van soortenbescherming is het project uitvoerbaar. o Aanbevolen is om de werkzaamheden buiten het algemene broedseizoen uit te voeren. Indien werkzaamheden wel in deze periode plaatsvinden is het aanbevolen om voor de start van de werkzaamheden een ecoloog te laten controleren op in gebruik zijnde nesten. • Uit oogpunt van gebiedsbescherming is het project uitvoerbaar, maar is een AERIUS-berekening noodzakelijk om de effecten van N-depositie te kunnen duiden. • Uit oogpunt van externe werking op beschermde gebieden is het project uitvoerbaar.
• Natuurwaarden worden versterkt door het aanplanten van struweelhagen aan de randen van het zonneveld, een groene bufferzoom aan de noordzijde en aan de randen van het westelijke deel, bloemrijk grasland en een amfibieënpoel.
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
32
Projectgerelateerd
4.8
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer. De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). De luchtkwaliteitseisen uit deze wet en onderliggende algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen vormen geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkelingen indien: • de grenswaarde niet wordt of niet dreigt te worden overschreden; • een ontwikkeling niet leidt tot verslechtering van de luchtkwaliteit; • een ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan luchtverontreiniging; • de ontwikkeling onderdeel uitmaakt van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen. Het project gaat in de gebruiksfase niet gepaard met verbranding van (fossiele) brandstoffen. Ook is er geen sprake van een significante verkeersaantrekkende werking. Er vinden enkel verkeersbewegingen plaats in de aanlegfase. In de gebruiksfase vindt incidenteel verkeer plaats die samenhangt met het beheer en onderhoud van de zonneparken. De voorgenomen ontwikkeling leidt daarom niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit, biedt mogelijk zelfs een verbetering van de luchtkwaliteit ten opzichte van de huidige gebruiksfunctie, waardoor een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
4.9
Reflectie en duisternis
Zonnepanelen worden vaak in verband gebracht met reflectie van licht. Moderne zonnepanelen hebben echter nauwelijks reflectie, aangezien het licht dat gereflecteerd wordt niet omgezet wordt naar elektriciteit wat ongunstig is voor het rendement van de panelen. Het percentage reflectie gaat om 3 à 5% bij een normale lichtinval 3. Zonnepanelen worden om deze reden tegenwoordig ook succesvol toegepast langs autosnelwegen en op luchthavens. De reflectie (voor zover nog aanwezig) hangt daarbij af van de locatie (stand en hoogte spiegelend vlak) en de stand van de zon (de tijd en de tijd van het jaar). De hoek van de invallende lichtstraal bepaalt de hoek van de uitvallende lichtstraal. Hoe steiler de helling van de panelen, hoe groter de kans op hinder. Wanneer de panelen vrij vlak (35 graden of minder) worden opgesteld, gaat de reflectie omhoog. Dan is er voor de omgeving geen hinder door reflectie. Logischerwijs is achter de zonnepanelen (noordzijde) ook geen sprake van een spiegelend effect. De zonnepanelen op deze locatie worden gerealiseerd in een hellingshoek van 15 graden. Hinder door reflectie is bij de gekozen opstelling daarom niet te verwachten. Het project heeft geen lichtuitstraling en beïnvloedt de duisternis in het gebied niet. Op het terrein is geen sprake van verlichting.
3
http://www.recgroup.com/sites/default/files/documents/reflectivity_and_iam.pdf
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
33
Projectgerelateerd
4.10
Planologisch relevante leidingen
In het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig. Door middel van een KLICmelding worden overige leidingen en kabels in beeld gebracht.
Figuur 25 Klic-melding plangebied
Via de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken is het verplicht om voorafgaand aan voorgenomen graafwerkzaamheden informatie op te vragen over de aanwezige ondergrondse infrastructuur ter voorkoming van graafschade. Middels een klic-melding bij het Kadaster is hier invulling aangegeven. Een tekening met de binnen en nabij het plangebied aanwezige leidingen is opgenomen in de figuur hierboven en in bijlage 3. Hieruit blijkt dat dat: • Aangrenzend aan het plangebied elektriciteitskabels van netbeheerder Enexis, waterleidingen van Brabant Water, datakabels en rioleringen aanwezig zijn. Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig.
4.11
Milieueffectrapportage
In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in combinatie met de te doorlopen ruimtelijke procedure plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten uit bijlage D die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Realisatie van projecten met zonne-energie worden niet in het Besluit milieueffectrapportage genoemd. Zonneparken staan als zodanig niet op de D-, of C-lijst. Wel zijn er twee activiteiten op de D-lijst waar zon onder lijkt te kunnen vallen: • D9: een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan. • D22.1: de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Er is geen sprake van een landinrichting als bedoeld in de Wet inrichting landelijk gebied 4 . Een zonnepark met een omvang zoals in dit project begroot, wordt niet onder categorie D9 wordt geschaard, 4
http://wetten.overheid.nl/BWBR0020748/2014-01-01#Hoofdstuk1_Artikel1
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
34
Projectgerelateerd
behalve in het geval dat een zonnepark onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject. Er is ook geen sprake een functiewijziging in het landelijk gebied indien het planvoornemen sec. de realisatie van zonnepark betreft. Ook categorie D22.1 is niet van toepassing, aangezien er productie van elektriciteit, stoom en warm water nodig is, om hieronder te vallen. In dit geval is dus voor zonneparken geen vormvrije m.e.r. beoordeling nodig. Gelet op de kenmerken van het project (zonnepark) en de aard van de milieueffecten (zoals gemotiveerd in de voorgaande paragrafen), wordt geconcludeerd dat ook anderszins er geen aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling.
5
Procedure en uitvoerbaarheid
5.1
Procedure
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en artikel 6.18 Besluit omgevingsrecht (Bor) verplicht om bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning overleg te voeren met het Rijk, de provincie en het waterschap. Dit overleg is vormvrij en de betreffende instanties kunnen ook aangeven wanneer overleg niet nodig is. Burgers en maatschappelijke instanties worden tijdens de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbesluit in de gelegenheid gesteld hun zienswijze kenbaar te maken.
5.2
Overleg met de omgeving
Binnen de planvorming van een project vindt Tomorrow Energy het belangrijk dat de omgeving goed geïnformeerd wordt en kan participeren en meeprofiteren van de voordelen die een duurzaam project met zich meebrengt. Daarnaast biedt Tomorrow Energy biedt omwonenden en stakeholders de mogelijkheid om financieel te participeren in haar zonneparken. In het participatie- en communicatieplan in bijlage 3 wordt in meer detail ingegaan op de omgevingsdialoog en mogelijkheden tot financiële participatie.
5.3
Economische uitvoerbaarheid
Zodra sprake is van een ‘aangewezen bouwplan’, is de gemeente op grond van de Wet ruimtelijke ordening verplicht om een exploitatieplan vast te stellen. Op grond van artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt de aanleg van een zonnepark niet aangewezen als een bouwplan. De gemeente is derhalve niet verplicht om voor voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark een exploitatieplan vast te stellen. De kosten voor begeleiden van de procedure voor de omgevingsvergunning worden via de Legesverordening 2020 van de gemeente Goirle gedekt en zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
6
Conclusies
In voorliggende ruimtelijke onderbouwing is de voorgenomen bouw en het gebruik van het zonnepark getoetst aan het ruimtelijk beleid en wet- en regelgeving ten aanzien van relevante sectorale aspecten. Uit de toetsing blijkt het volgende: 7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
35
Projectgerelateerd
•
• •
• • •
Duurzaamheidsambities: het project levert een bijdrage aan de ambities van het Rijk, de provincie Noord-Brabant, de regio en de gemeente Goirle, met betrekking tot het opwekken van duurzame energie en het streven naar energieneutraliteit, door het opwekken van 2,5 MWp duurzame zonne-energie. Ruimtelijke structuur: de beoogde ontwikkeling is in overeenstemming met het rijks-, provinciaal en gemeentelijk ruimtelijk beleid en past binnen de ruimtelijke en functionele structuur van gemeente Goirle. Landschappelijke inpassing: daarnaast levert het project een bijdrage aan de landschappelijke versterking van het plangebied, door een zorgvuldige landschappelijke inpassing passend bij het gesloten landschap. Door landschapselementen zoals inheemse struweelhagen en scheerhagen wordt het zonnepark gecamoufleerd en voegt het zonnepark zich naar de omgeving, waaronder het aangrenzende Natuurnetwerk Brabant. Maatschappelijke meerwaarde: het project levert een belangrijke maatschappelijke bijdrage door onder andere de bevordering van de biodiversiteit en recreatief en educatief medegebruik. Omgevingsaspecten: de onderzochte sectorale omgevingsaspecten (zoals geluid water, bodem, ecologie, archeologie, externe veiligheid en luchtkwaliteit) vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Uitvoerbaarheid: er is sprake van een economisch uitvoerbaar project.
Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht kan daarom verleend worden.
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
36
Projectgerelateerd
7 juni 2021
BH2833TPRP2003271036
37