CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Raadsvoorstel Vervangende nieuwbouw Mill Hill College.pdf

Raadsvergadering 10 december 2024, gemeente GoirleBij agendapunt: 19: Raadsvoorstel Vervangende nieuwbouw Mill Hill College AANGENOMEN5.844 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Agendapunt: Zaaknummer: 2022-004215

Onderwerp Vervangende nieuwbouw Mill Hill College Datum voorstel

Datum raadsvergadering 10 december 2024

Aan de gemeenteraad, Voorstel 1. Kennis te nemen van het locatie en haalbaarheidsonderzoek Mill Hill College; 2. Het Mill Hill College voor de toekomst te behouden; 3. Om in goed onderwijs te kunnen blijven voorzien een nieuw (sober en doelmatig) schoolgebouw te realiseren voor 1.450 leerlingen; 4. De nieuwbouw te realiseren aan de Venneweg in Goirle; 5. Hiervoor, op basis van de investeringsraming van €42 miljoen een investeringsbijdrage van € 36,6 miljoen ter beschikking te stellen; 6. Een onttrekking te doen uit de algemene reserve grondexploitatie voor de dekking van de eenmalige kosten zoals sloop oude gebouw en restant boekwaarde; 7. Akkoord te gaan met het dekkingsvoorstel op basis van de volgende financiële uitgangspunten: o De investeringsbijdrage af te schrijven over een periode van 50 jaar, in afwijking van de huidige nota investeringen 2024 en deze nota hierop aan te passen. o Voor de investering een projectfinanciering aan te gaan. o De kapitaallast deels te dekken via de reserve huisvesting onderwijs. o Om in de jaren 2025 - 2027 op zoek te gaan naar nieuwe dekkingsmogelijkheden voor het ongedekte deel van de kapitaallasten, met een aanvullende verhoging van de OZB vanaf 2028 als laatste alternatief. 8. Het college te mandateren om verdere afspraken te maken met OMO ten behoeve van de realisatie van de school.

Inleiding Het schoolgebouw van het Mill Hill College is al langere tijd aan het einde van de (bouw)technische levensduur. Het gebouw voldoet niet meer aan de onderwijs en bouwkundige eisen en wensen van deze tijd op het gebied van een gezond binnen klimaat en duurzaamheid. De verantwoordelijkheid om te voorzien in de onderwijshuisvesting, staat ook genoemd in het bestuursakkoord 2023-2026 ‘Samen Bouwen’. Op pagina 5 staat expliciet genoemd dat in deze bestuursperiode een besluit wordt genomen over de huisvesting van het Mill Hill College. In september 2023 is een projectopdracht opgesteld met daarin de opdracht voor het opstellen van een advies over de toekomstige huisvesting van het Mill-Hill College. (Bijlage 1) In oktober 2023 is de gemeenteraad door middel van een raadsinformatiebrief over deze opdracht geïnformeerd. Het afgelopen jaar is de projectopdracht uitgevoerd en heeft geleid tot dit voorstel. Hierbij is intensief samengewerkt met het Mill-Hill College en vereniging Ons Middelbaar Onderwijs. Ambtelijke bijstand: Leanne van Tilborg - Spaan Zaaknummer 2022-004215

1

Agendapunt:

Argumenten 1.1 Het locatie en haalbaarheidsonderzoek Mill Hill College is een integraal onderzoek Het locatie en haalbaarheidsonderzoek is uitgevoerd door een externe organisatie in opdracht van de gemeente Goirle. Bij het opstellen van de projectopdracht zijn diverse disciplines vanuit de gemeentelijke organisatie betrokken geweest. OMO en het Mill Hill College hebben tijdens het opstellen van de opdracht ook input kunnen aanleveren. De behoefte van de gemeente Goirle was leidend bij de uiteindelijke formulering van de opdracht. Het uitvoeren van het onderzoek is in gezamenlijkheid gedaan. Tijdens het onderzoek is integraal gekeken naar verschillende locaties en thema’s die in een notitie zijn afgewogen. 1.2

Het locatie en haalbaarheidsonderzoek Mill Hill College is in lijn met de projectopdracht uitgevoerd en opgesteld. In september 2023 is de projectopdracht geschreven voor het uitvoeren van een locatieonderzoek en het opstellen van een advies voor de toekomstige huisvesting van het Mill-Hill in Goirle. In de projectopdracht zijn de volgende vier onderdelen benoemd: 1. Analyse van het Programma van Eisen Mill Hill College 2. Onderzoek naar de scenario’s Renovatie / vernieuwbouw en nieuwbouw 3. Locatieonderzoek in geval van nieuwbouw waarbij deze locaties op basis van verschillende thema’s integraal worden afgewogen. 4. College en raadsvoorstel De gemeenteraad is in oktober 2023 over deze projectopdracht geïnformeerd met een raadsinformatiebrief. Het onderzoek is volledig in lijn met deze projectopdracht uitgevoerd. 1.3 Onderwijshuisvesting is een wettelijk plicht van de gemeente. De gemeente is op grond van de Wet Voortgezet Onderwijs (WVO) artikel 6.1 gehouden zorg te dragen voor de huisvestingsvoorzieningen. De school komt in aanmerking voor vervangende nieuwbouw indien het schoolbestuur daartoe een aanvraag doet welke tenminste voldoet aan de volgende twee criteria. 1. Bij de aanvraag toont het schoolbestuur met een NEN 2767 rapportage de noodzaak van vervangende nieuwbouw aan. 2.

Bij de aanvraag toont het schoolbestuur met een leerlingenprognose aan dat het beoogde leerlingenaantal van 1.450 leerlingen gedurende een periode van ten minste 15 jaar aanwezig zal zijn. AKD heeft een memo opgesteld (bijlage 8) waaruit blijkt dat als aan bovenstaande criteria wordt voldaan er geen ruimte lijkt te bestaan om een voorziening voor vervangende nieuwbouw te weigeren. Deze verantwoordelijkheid om te voorzien in de onderwijshuisvesting, staat ook genoemd in het bestuursakkoord 2023-2026 ‘Samen Bouwen’. 1.4 Het huidige gebouw van het Mill Hill College voldoet niet meer aan de wettelijke eisen Het gebouw van het Mill Hill is ruim 50 jaar oud. Uit onderzoek is gebleken dat vervangende nieuwbouw noodzakelijk is. Niet alleen de leeftijd maar vooral de bouwaard uit de jaren 70 van de vorige eeuw en de staat waarin het gebouw verkeert maken nieuwbouw tot een noodzaak. De memo: advies vernieuwbouw of renovatie (9 januari 2024) is bijgevoegd als bijlage 2.4

Zaaknummer 2022-004215

2

Agendapunt:

2.1 Het Mill Hill College is voor Goirle een waardevolle maatschappelijke voorziening Onderwijs en gemeente Goirle dragen een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkelkansen van jeugdigen. Een middelbare school in Goirle is hiervoor een belangrijke meerwaarde. Hiermee sluiten we ook aan op de visie Goirle Glanst (behoud van een gezonde en krachtige jeugd) en de Lokale Educatie Agenda. Door het hebben van een “eigen” middelbare school kunnen we samenwerkingsafspraken maken over het behouden van een gezonde krachtige jeugd. 2.2

Het behoud van het Mill Hill College in de gemeente Goirle vindt z’n basis in het Regionaal Plan Onderwijs (RPO) Gedeputeerde staten zien er, conform artikel 4.4 van de WVO, op toe dat er een voldoende aantal scholen is in de provincie. De schoolbesturen in de regio stellen daartoe binnen een samenwerkingsverband elke 5 jaar een RPO op conform artikel 4.19 van de WVO en leggen deze aan de provincie voor. Daarin wordt de relatie tussen het onderwijsaanbod, een prognose van de leerlingaantallen, het vervolgonderwijs en arbeidsmarkt opgenomen. Hiermee wordt beoogd te zorgen voor een adequaat onderwijsaanbod binnen de vastgestelde regio. Het Mill Hill college maakt daar een wezenlijk onderdeel van uit. De leerlingaantallen en de daarvoor benodigde onderwijshuisvesting van alle scholen is binnen het RPO op elkaar afgestemd. Wanneer de school zou komen te vervallen in Goirle ontstaat er een tekort in het onderwijsaanbod wat leidt tot een huisvestingsvraagstuk binnen het samenwerkingsverband. In een dergelijk geval kan de provincie het college van B&W opdragen een school alsnog voor bekostiging in aanmerking te brengen. 3.1 Een voortgezet onderwijsschool voor 1.450 leerlingen maakt breedte onderwijs mogelijk. Een school met minder leerlingen maakt het aanbieden van verschillende onderwijsniveaus onmogelijk.

Conform het RPO wordt op het Mill Hill College VMBO/MAVO HAVO en VWO aangeboden. Hierdoor is er breedte onderwijs waarbinnen leerlingen kunnen op en afstromen naar gelang de onderwijsbehoefte. 3.2 Nieuwbouw is de beste optie voor de toekomstige huisvesting van het Mill Hill College. In opdracht van de gemeente en samenwerking met OMO is een locatie- en haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd door ICS-adviseurs. De eerste stap in dat onderzoek is een schouw van de huidige locatie geweest. Hiervan is een schouwrapportage opgesteld (zie bijlage 2.2). Er is geconstateerd dat een grondige renovatie of vernieuwbouw geen reële optie is. Om het huidige gebouw te laten voldoen aan de eisen van deze tijd op het gebied van duurzaamheid, binnenklimaat en flexibiliteit is slecht een skelet nog bruikbaar. Een dergelijke ingreep is duurder dan een volledige nieuwbouw. De memo: advies vernieuwbouw of renovatie (9 januari 2024) is bijgevoegd als bijlage 2.4 3.3

Het programma van eisen past binnen de Verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs (VVHO) Door OMO is een programma van eisen opgesteld (zie bijlage 2.1). Deze is door ICSadviseurs getoetst aan de VVHO waarin de ruimtebehoefte is afgebakend op basis van het beoogde leerlingenaantal. De conclusie is dat de in het PvE gevraagde bruto vloeroppervlak binnen de marges van de VVHO valt en daarmee binnen de wettelijke verplichting van de gemeente.

Zaaknummer 2022-004215

3

Agendapunt:

3.4 De gemeente voorziet in een sober maar doelmatige huisvesting. Het budget dat de gemeente ter beschikking stelt is voldoende voor het realiseren van een sober en doelmatig schoolgebouw dat minimaal aan alle wettelijke eisen voldoet. Op het gebied van duurzaamheid stelt de Verordening Voorziening Huisvesting Onderwijs (VVHO) geen eisen maar gelden de wettelijke minimale eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving. In het PvE wordt uitgegaan van een energie neutraal gebouw (ENG) wat hoger is dat de nu geldende wettelijke eisen. ENG wordt echter in de nabije toekomst wel een wettelijke verplichting waarmee logischerwijs nu alvast rekening wordt gehouden. Dit is terug te vinden in de door ICS opgestelde memo ‘analyse Programma van Eisen Mill-Hill College’. De memo: analyse PvE Mill Hill College (12 december 2023) is bijgevoegd als bijlage 2.3. Ook op het gebied van de bewegingsonderwijs willen we de bruikbaarheid vergroten door niet de minimale afmeting van 21x12 uit de VVHO te hanteren welke zeker voor een VO-school als te klein wordt ervaren. In plaats daarvan zoeken we aansluiting bij de eisen van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijk Opvoeding (KVLO). Hierdoor worden de sportvloeren vergroot naar 22x14 meter en is de vrije hoogte van de zaal groter. 4.1

De locatie Venneweg is de meest kansrijke locatie voor de toekomstige huisvesting van de school De projectopdracht voorzag in het onderzoeken van vier mogelijke locaties voor de vervangende huisvesting van het Mill-Hill College. Met het besluit van de raad om de sportparken niet te verplaatsen naar het Riels Kwadrant is de locatie van het sportpark van den Wildenberg komen te vervallen. De drie resterende locaties (Venneweg, Riels Kwadrant en Barbara Benzpark) zijn door ICSadviseurs met elkaar vergeleken op basis van de thema’s die in de projectopdracht zijn genoemd, aangevuld met de input vanuit de raad en de inwoners. Voor het maken van de vergelijking is door Kuiper Compagnons de ruimtelijke inpassing onderzocht en door Goudappel de verkeerskundige aspecten. De resultaten van deze onderzoeken zijn te vinden, in bijlagen 3, 4 en 5 en 6. Op basis van het rapport van ICSadviseurs is de conclusie dat nieuwbouw op de het sportveld aan de Venneweg de meeste voordelen biedt. (zie bijlage 2 paragraaf 7.1) De locatie aan de Venneweg scoort als enige op alle onderzochte aspecten een uitstekend of goed. Op de beide andere onderzochte locaties is dat niet het geval vanwege beperkingen of serieuze risico's. Op de locatie Venneweg is voldoende ruimte om de school in te passen. Nieuwbouw op het huidige sportveld maakt tijdelijke huisvesting niet nodig.

Op het gebied van verkeer wordt in de huidige situatie overlast ervaren. Dit kan met de nieuwbouw en de herinrichting van de locatie en openbare weg worden opgelost. Daarnaast blijven de gemeente, de school en de omwonenden met elkaar in gesprek rondom dagelijkse situaties. De locatie in het Barbara Benz park is beduidend krapper dan de huidige locatie wat de ruimtelijke inpassing moeilijker maakt. Meerdere omwonenden van deze locatie hebben schriftelijk aangegeven niet positief te staan tegenover de komst van de school. De verkeerssituatie geschikt maken voor grotere aantallen fietsers en gemotoriseerd verkeer is daar een uitdaging. Het Riels kwadrant biedt ruimtelijk gezien mogelijkheden maar kent ook risico’s. De grond is niet in eigendom van de gemeente. De bestemming is niet maatschappelijk en moet worden aangepast. Tot slot is de bestaande ondergrondse en bovengrondse infrastructuur niet geschikt voor de school. Het aanpassen van infrastructuur en dan met name de bereikbaarheid voor fietsers is een ruimtelijk Zaaknummer 2022-004215

4

Agendapunt:

vraagstuk. De ondergrondse infrastructuur is niet toereikend. Dit alles geeft zowel risico’s op het gebied van (doorloop)tijd, juridisch als financieel. 5.1 De investeringsraming van €42 miljoen is getoetst en realistisch Op basis van PvE is door ICSadviseurs een investeringsbijdrage opgesteld voor nieuwbouw. (zie bijlage 2.5) De hoogte van de investeringsbijdrage sluit aan op de financiële paragraaf behorende bij het “kwaliteitskader huisvesting” van het landelijke kenniscentrum Ruimte-OK. De financiële paragraaf van het kwaliteitskader huisvesting is geactualiseerd in mei 2024 door BDB bouwkostendata. Er is door HEVO een second opinion uitgevoerd op het programma van eisen en de investeringsraming. HEVO onderschrijft de resultaten grotendeels en geeft op een aantal punten het advies om afspraken over het realiseren van een nieuwe school eenduidig vast te leggen. Beslispunt 8 van het voorstel gaat daarom expliciet in op het mandateren van het college voor het maken van deze afspraken. De memo van HEVO is bijgevoegd als bijlage 11. 5.2 Ons Middelbaar Onderwijs doet een schoolbestuurlijk aandeel van 10% Vervangende nieuwbouw conform bouwbesluit en andere geldende voorschriften komt voor rekening van de gemeente. Het VO mag daar onder voorwaarden aan bijdragen uit het overschot op exploitatie die een onderwijsinstelling heeft.

Zoals in argument in 3.4 beschreven doen we op gebied van duurzaamheid en bewegingsonderwijs meer dan het minimale. Dit rechtvaardigt de bijdrage van de school. Na overleg is door OMO een schoolbestuurlijk aandeel van 10% toegezegd (zie brief OMO d.d. 3 oktober 2024, bijlage 12). Dit past binnen de kaders uit het onderwijsaccountantsprotocol OCW 2024. Ook sluit de bijdrage van 10% aan bij de afspraken die met omliggende gemeenten zijn gemaakt. 6.1 Dekking eenmalige kosten vanuit algemene reserve grondexploitatie is haalbaar De eenmalige kosten voor afboeken van de restant boekwaarde van het huidige gebouw en de sloopkosten bedragen € 1,6 mln. Deze kosten brengen we ineens ten laste van de algemene reserve grondexploitatie. We doen dit met het oog op de geschatte restant doorlooptijd van de grex Boschkens. De afronding verwachten we in 2027-2028. Op dat moment is er geen noodzaak meer de algemene reserve op het huidig volume (€ 5,1 mln.) aan te houden. 7.1 Verhogen afschrijvingstermijn geeft lagere afschrijvingslast De levensduur van schoolgebouwen is tegenwoordig langer dan 40 jaar. Het huidige schoolgebouw van Mill Hill is ook ouder dan 50 jaar. Daarom is het plausibel om de verwachte levensduur te verlengen met 10 jaar van 40 jaar naar 50 jaar. Een voordeel hierbij is dat door de periode te verlengen naar 50 jaar de jaarlijkse afschrijvingslast lager wordt.

In de nota investeringen 2024 is opgenomen dat gebouwen in 40 jaar worden afgeschreven. De nota investeringen 2024 passen we hierop aan.

Zaaknummer 2022-004215

5

Agendapunt:

7.2 Projectfinanciering maakt kosten nieuwbouw op langere termijn beter inzichtelijk Voor de financiering van het project Mill Hill willen we een projectfinanciering aantrekken. Dat betekent dat een lening wordt aangegaan met een rentepercentage specifiek voor dit project. Het voordeel hiervan is dat er een direct verband is tussen de verantwoording van de huisvestingslasten in de begroting en de financieringskosten van de geldlening. Daarmee is in de toekomst inzichtelijk wat de nieuwbouw Mill Hill precies kost. 7.3 De reserve onderwijshuisvesting heeft als doel dekking van de afschrijvingslasten We zetten de reserve onderwijshuisvesting in ter gedeeltelijke dekking van de afschrijvingslasten. De afgelopen jaren is de reserve onderwijshuisvesting opgebouwd met als doel het dekken van de afschrijvingslasten van de nieuwbouw van de middelbare school Mill Hill. De reserve is onvoldoende om de afschrijvingslast volledig te dekken. Voor het tekort wordt een alternatieve dekking voorgesteld. 7.4 De komende jaren op zoek naar dekkingsmogelijkheden Voor de kapitaallasten van de investering Mill Hill is de reserve onderwijshuisvesting ontoereikend. Om de overige kapitaallasten te dekken gaan we de komende jaren op zoek naar dekkingsmogelijkheden.

Hierbij kan gedacht worden aan: • Mogelijk positieve jaarresultaten 2024 en volgende jaren toevoegen aan de reserve onderwijshuisvesting; • Eventuele begrotingsoverschotten, bv door compensatie van het Rijk voor het Ravijnjaar; • Heroverweging beleidswensen bestuursakkoord In het locatieonderzoek is ook gekeken naar de mogelijkheid om financiële middelen te genereren vanuit woningbouwontwikkeling. Hiervoor zijn verschillende scenario’s in beeld gebracht. (zie bijlage 7) Helaas biedt ook deze optie geen structurele dekking voor het tekort. 7.5 In het uiterste geval OZB verhoging inzetten ter dekking van het tekort. Mocht het niet lukken om voldoende dekking te vinden, dan zal het resterende tekort worden gedekt door OZB-verhoging. (zie argument 7.4) 7.6

Voor het realiseren van een voorziening met maatschappelijk belang is OZB verhoging aanvaardbaar. OZB heeft als doel het betalen van algemene uitgaven. Zoals het onderhoud van wegen en het groen in onze gemeente. Maar ook werkzaamheden die het welzijn van onze inwoners verbeteren. Het realiseren van goede onderwijshuisvesting en het daarmee ondersteunen van de kwaliteit van het onderwijs past binnen die doelstelling.

8.1

Het door OMO op te stellen bouwplan wordt op verschillende momenten getoetst door het college.

Op grond van artikel 6.14 van de WVO heeft het bevoegd gezag de instemming nodig van het college voor zowel de bouwplannen als voor de bijbehorende begrotingen. Hierdoor blijft het college op de hoogte en heeft de mogelijkheid in te grijpen indien dat noodzakelijk geacht wordt.

8.2

Goede afspraken met OMO zorgen voor grip tijdens het (bouw)proces

Voorafgaand aan de start van de voorbereiding maakt het college afspraken met OMO over het (bouw)proces. Duidelijke afspraken over onderwerpen als bouwheerschap, grondposities, Zaaknummer 2022-004215

6

Agendapunt:

termijnbetalingen en gebruik van de post onvoorzien zorgen ervoor dat we als gemeente grip houden op het bouwproces en de financiën. Hiermee willen we overschrijding van het budget voorkomen. Kanttekeningen 2.1 Aanwezigheid van de school betekent een continue financiële verantwoordelijkheid We maken gebruik van de reserve onderwijshuisvesting voor de gedeeltelijke dekking van de afschrijvingslasten (jaarlijks € 350.500). Echter, na een periode van 50 jaar is die reserve leeg. Voor de daaropvolgende vervanging van de school zal tegen die tijd aanvullende dekking gezocht moeten worden. Ook voor eventueel tussentijdse aanpassingen of renovatie is geen dekking aanwezig. De uitkering uit het gemeentefonds is onvoldoende om zowel de reserve te vullen als de investeringen te dekken. (zie kanttekening 5.3) 2.2 Investering huisvesting Mill Hill is meest urgent in huisvestingsvraagstukken onderwijs. De huisvesting van het Mill Hill college en de financiering daarvan is het meest urgente vraagstuk op het gebied van onderwijshuisvesting in Goirle. De komende jaren komt er nog een aantal opgaven op het gebied van huisvesting bij de basisscholen. Ook de financiering van deze vraagstukken vraagt aandacht en wellicht aanvullende investeringsbudgetten. In het integraal huisvestingsplan (IHP) wordt hier verder op ingegaan. Het IHP wordt in de loop van 2025 afgerond.

4.1 Locatie Venneweg is afwijkend van het wensbeeld uit het bestuursakkoord In het bestuursakkoord ‘Samen Bouwen’2023-2026 is aangegeven dat bij nieuwbouw voor het Mill Hill College het Riels Kwadrant als kansrijke locatie wordt gezien, mogelijk in combinatie met gehele of gedeeltelijk verplaatsing van het sportpark Van den Wildenberg. Op 21 mei 2024 heeft de gemeenteraad besloten om de sportparken niet te verplaatsen. Een combinatie met het Mill Hill College op het Riels Kwadrant is daarmee niet meer aan de orde. In het locatieonderzoek wordt het Riels Kwadrant als matig beoordeeld vanwege de complexe eigendomssituatie en de financiële en planmatige risico’s die dit met zich meebrengt. Ook heeft de locatie niet de voorkeur van de school. Op basis hiervan wordt deze locatie dus niet geadviseerd. 5.1

Het maximeren van de investering op €20 miljoen die in het bestuursakkoord is opgenomen voor de huisvesting van het Mill Hill College is niet houdbaar In het bestuursakkoord ‘Samen Bouwen’2023-2026 is de gemeentelijke bijdrage voor Mill Hill gemaximeerd op 20 miljoen euro. Uit de memo van AKD blijkt echter dat het wettelijk kader geen ruimte biedt om een gemaximeerde gemeentelijke bijdrage vast te stellen. Evenmin om bij de beoordeling van een aanvraag rekening te houden met zaken als een onvoldoende (geachte) financiële bijdrage vanuit het Rijk, het ontbreken van financiële bijdragen van de omliggende gemeenten of het al dan niet bijdragen in de nieuwbouw door het bevoegd gezag van de school. AKD wijst in de memo op een aantal serieuze consequenties indien toch besloten zou worden om een aanvraag van het schoolbestuur op onterechte gronden niet te honoreren. De benodigde investering is aanzienlijk hoger dan de €20 miljoen uit het bestuursakkoord. Het berekende bedrag van €42 miljoen sluit aan bij de landelijk erkende bouwkostendata en is inclusief een post onvoorzien en inclusief een aanname voor indexering naar 2026. Vanuit OMO is een schoolbestuurlijk aandeel toegezegd van 10% zoals beschreven in argument 5.2. Dit komt neer op een bedrag van 4,2 miljoen euro.

Zaaknummer 2022-004215

7

Agendapunt:

5.2

Buiten de bouwkosten moeten er ook kosten gemaakt worden voor infrastructuur rond de nieuwbouw, maar die vallen buiten dit project. In het geval van vervangende nieuwbouw bestaat de mogelijkheid om de verkeerssituatie aan de Venneweg drastisch te verbeteren. Dat heeft niet zozeer te maken met het project vervangende nieuwbouw Mill Hill. De hoeveelheid verkeer neemt immers niet af of toe vanwege het nieuwe schoolgebouw. Dat gebeurt wel als gevolg van de woningbouw ontwikkeling ten noorden en zuiden van het Mill Hill. Verbetering van de inrichting van de Venneweg en de aansluiting op de Rillaersebaan is onderdeel van de grondexploitatie van de woningbouw. Het verbeteren van de verkeersafwikkeling op de Rillaersebaan en het beter oversteekbaar maken van de Rillaersebaan is onderdeel van het programma mobiliteit. De kosten voor zijn de infrastructurele aanpassingen Venneweg zijn hiermee gedekt. 5.3 Rijksmiddelen zijn onvoldoende om onderwijshuisvesting te kunnen realiseren Van het Rijk ontvangen we, via de algemene uitkering, middelen voor de huisvesting van het voortgezet onderwijs. Deze middelen zijn onvoldoende om hiervan onderwijshuisvesting te realiseren. Omgerekend kan hier een schoolgebouw van gerealiseerd worden van slechts € 13 mln. Omdat dit in geen verhouding staat tot de kosten van €42 mln.

is landelijk al jaren een lobby gaande om het Rijk hierin verandering aan te laten brengen. De VNG en de gemeente Goirle blijven zich inzetten om de rijksbijdrage omhoog te krijgen. Dat de rijksmiddelen onvoldoende zijn ontslaat ons niet van de wettelijke verplichting te voorzien in huisvesting voor middelbaar onderwijs. Om de financiële situatie te onderstrepen vragen we door middel van een brief aan het ministerie aandacht voor deze situatie. (zie argument 9.1) 5.4 Het risico van overschrijding van het bouwbudget is voor rekening van de Gemeente OMO gaat conform de wettelijke grondslag het bouwheerschap voor zijn rekening nemen zoals bedoeld in artikel 6.13 lid 1 van de WVO. Onvoorziene meerkosten die tijdens het bouwproces optreden, die niet optioneel zijn, zijn voor rekening van de gemeente. Hiervoor is een post onvoorzien opgenomen. OMO is verantwoordelijk voor meerkosten door aanvullende wensen of wijzigingen op het PvE. We zijn als gemeente bij het gehele bouwproces nauw betrokken om eventuele overschrijdingen tot een minimum te beperken. 7.1 Rente is onzekere factor Bij een investeringsbijdrage van ruim €36 miljoen heeft de rentelast een enorme invloed op de jaarlijkse lasten. Momenteel bedraagt de rente voor een langlopende geldlening ongeveer 3,1%. We rekenen volgens de begrotingsuitgangspunten met 3,5%.

Maar wanneer de rente met 1% daalt of stijgt resulteert dat in een voor- of nadeel van € 360.000 per jaar (Het verschil van 0,4% op dit moment levert een voordeel op van € 144.000 per jaar). Een geldlening voor nieuwbouw aantrekken kan pas wanneer het raadsbesluit genomen is. Tot dat moment blijft het totale kostenplaatje dus onzeker. Na het raadsbesluit zal er de komende periode gekeken worden naar hetmeest gunstige moment voor het afsluiten van de geldlening. 7.2 Reserve onderwijshuisvesting is onvoldoende voor de financiering Voor de financiering van de nieuwbouw Mill Hill is € 36,6 mln. (excl. sloopkosten en afwaardering boekwaarde huidig Mill Hill) nodig. In het bestuursakkoord 2023 is dekking voor een investeringsbijdrage van € 20 miljoen opgenomen voor de nieuwbouw Mill Hill. Bij de jaarrekening 2023 is uit het resultaat € 6,6 mln. extra bestemd voor de investeringsbijdrage nieuwbouw Mill Hill.

Zaaknummer 2022-004215

8

Agendapunt:

Dat betekent dat er € 26,6 miljoen beschikbaar is voor de dekking voor de investeringsbijdrage. De reserve alleen is onvoldoende. 7.3 Restant boekwaarde Er zijn nog activa van Mill Hill die nog niet volledig zijn afgeschreven. Dat betekent dat er nog een restant boekwaarde zit op deze activa als we de nieuwe investering gaan activeren. De restant boekwaarde bedraagt eind 2027 € 434.433. Deze kosten boeken we in één keer af net als de sloopkosten. De kapitaallast van de resterende boekwaarde vervalt op dat moment ook. 7.4 Afwijken van de uitgangspunten leidt tot aanpassing van de nota investeringen Overeenkomstig artikel 59 t/m 65 van de BBV moet de financiering van de investeringsbijdrage MIll Hill worden geactiveerd. Tot nu toe houden we, op grond van de nota Investeringen 2024, rekening met een lineaire afschrijving van 40 jaar voor (school)gebouwen. Bij de PPN 2024 en in de begroting 2024 zijn de afschrijvingslasten al meegenomen op basis van een afschrijvingstermijn van 50 jaar. Dit is gedaan om de lastenverzwaring zo laag mogelijk te houden. Daarnaast is het realistisch, dat een schoolgebouw 50 jaar meegaat. Het oude schoolgebouw Mill Hill staat ook al meer dan 50 jaar. Nieuwe inzichten laten zien dat dit een investeringsbijdrage aan activa van derden betreft. De nota investeringen 2024 kent deze categorie nog niet en zal hierop worden aangepast.

Aan de nota investeringen 2024, zal de categorie Bijdrage aan activa van derden worden toegevoegd met lineair afschrijven in 50 jaar. In de voorwaarden waaronder we de bijdrage aan OMO verstrekken moet worden opgenomen dat OMO het eigen aandeel van € 4,2 mln. ook lineair afschrijft over een periode van 50 jaar. 7.5 Verhoging OZB vanaf 2028 sluit niet aan bij uitgangspunt bestuursakkoord In het bestuursakkoord Samen Bouwen 2023-2026 is opgenomen dat we de gemeentelijke woonlasten zo laag mogelijk willen houden. Het verhogen van de OZB ten behoeve van het Mill Hill College aanvullend op de reguliere indexatie is niet in lijn met dit uitgangspunt. Hierbij moeten we ons ook realiseren dat we in 2023 al 28% boven het landelijke gemiddelde van de OZB zitten Er is op dit moment echter geen alternatieve dekking voor het tekort te vinden. Door in de periode 2025-2027 de huisvestingsreserve zoveel mogelijk aan te vullen, in samenwerking met de VNG actief te blijven lobbyen voor een hogere bijdrage vanuit het Rijk proberen we de aanvullende verhoging van de OZB te minimaliseren. 7.6 Verslechtering financiële positie van laag risico naar gemiddeld, neigend naar hoog risico De gevolgen van bijna een verdubbeling van de investering in Mill Hill heeft invloed op onze financiële positie. Ter illustratie hebben we hieronder de financiële kengetallen bijgewerkt:

Zaaknummer 2022-004215

9

Agendapunt:

Gelet op de forse verslechtering van onze financiële positie is het van belang de risico’s die daarmee samenhangen te onderkennen. Als gevolg van dit besluit gaat de schuldquote naar een gemiddeld risico en de belastingcapaciteit naar hoog risico. De provinciaal toezichthouder van de gemeente Goirle kwalificeert de stijging van de netto schuldquote als een "zorgelijke ontwikkeling". In de berekeningen gaan we er van uit dat we de opgelegde taakstellingen volledig realiseren. Mochten de taakstellende bezuinigingen niet volledig haalbaar zijn, dan is verhoging van de OZB mogelijk om die reden daarvoor ook al noodzakelijk. Daarnaast is het goed ons ervan bewust te zijn dat er nog meer (onderwijs) investeringen aankomen en er nog niet doorgerekende ambities uit het bestuursakkoord openstaan. Een positieve ontwikkeling kan zijn dat het Rijk misschien toch een (gedeeltelijke) compensatie vanaf 2026 biedt voor het Ravijnjaar. Financiën De nieuwbouw van het Mill Hill college gaat meer kosten dan de € 20 mln. die hiervoor in de begroting 2025 is opgenomen. De totale investering komt op € 42 mln. Na aftrek van de bijdrage OMO en sloopkosten, resteert een investeringsbijdrage voor de gemeente Goirle van € 36,6 mln.

Hierbij ontstaat een tekort van het ongedekte deel kapitaallasten en is als volgt berekend: Bruto kostenraming nieuwbouw AF: 10% bijdrage OMO AF: Sloopkosten (eenmalig geen activering) Totaal gemeentelijke investering

42.000.000 -4.200.000 -1.170.423 36.629.577

Jaar Afschrijving Onttrekking afschr. aan res. Onderw.huisv. Rente Afwaardering boekwaarde huidig gebouw Sloopkosten idem Onttrekking uit algemene reserve grondexploitatie Storting in reserve

2025

2026

800.000

800.000

2028 2029 732.592 732.592 -350.500 -350.500 1.282.035 1.256.394 434.433 117.042 1.053.381 -1.604.856 800.000 -

Totale jaarlast Mill Hill

800.000

800.000

800.000

Jaarlast Mill Hill in de begroting 2025 (o.b.v. 20 mln.)

800.000

800.000

800.000

922.000

908.000

-

-

-

742.127

730.486

Tekort ongedekte deel kapitaallasten:

2027

1.664.127 1.638.486

De eenmalige kosten voor sloop en afwaardering boekwaarde huidig gebouw dekken we met een onttrekking aan de algemene reserve grondexploitatie. Hiermee is in de begroting 2025 al rekening gehouden (in de jaarschijf 2028). Voor de gedeeltelijke dekking van de afschrijvingslasten hanteren we de reserve onderwijshuisvesting (onttrekkingen lopen in de pas met de afschrijving gedurende de afschrijvingstermijn van

Zaaknummer 2022-004215

10

Agendapunt:

50 jaar en bedraagt jaarlijks € 350.500). De reserve bedraagt in 2028 naar verwachting € 17,5 mln. Dit is onvoldoende om de gehele afschrijving te dekken. Een onzekere factor is het rentepercentage. We houden rekening met 3,5% (overeenkomstig uitgangspunten begroting 2025). Begin oktober 2024 is de rente aan het dalen. Dit heeft een positief en verlagend effect op de kapitaallasten en daarmee op het ongedekte tekort. Om het ongedekte deel van de kapitaallasten te dekken (2028 €742.127) gaan we voor de begrotingswijziging vooralsnog uit van OZB verhoging ingaande 2028. We zoeken de komende jaren echter naar alternatieve dekkingsmogelijkheden. Hierbij kan gedacht worden aan: − Mogelijk positieve jaarresultaten 2024 en volgende jaren toevoegen aan de reserve onderwijshuisvesting; − Eventuele begrotingsoverschotten, bv door compensatie van het Rijk voor het ravijnjaar; − Bezuinigen op andere gemeentelijke taken; − Heroverweging beleidswensen bestuursakkoord bijv. bezuinigen op geplande investeringen; − Verhoging inkomsten door de OZB gefaseerd verhogen. In het uiterste geval kunnen we het (overblijvende) tekort dekken met de verhoogde OZB-opbrengst. Kortom, alleen voor het deel waarvoor geen alternatieve dekking gevonden kan worden, verhogen we de OZB.

In bijlage 9 (zie financiële memo) is het verschil inzichtelijk gemaakt tussen de gebruikelijke lineaire afschrijvingsmethodiek versus toepassing van de annuïtaire methodiek. Het voordeel van een annuïtaire methode in de beginperiode van slechts 12 jaar slaat om naar een nadeel voor de volgende 38 jaar. Per saldo is een annuïtaire methode over 50 jaar bijna € 8,7 mln. duurder dan een lineaire methode. Reden genoeg om vast te houden aan de gebruikelijke lineaire methode. Huisvesting voortgezet onderwijs valt onder: • Programma 1. Inwoner • Thema 1.2 Onderwijs • Taakveld: 4.2 Onderwijshuisvesting Samenwerking In het traject naar de toekomstige huisvesting voor het Mill Hill College is intensief samengewerkt met de school en de overkoepelende organisatie Ons Middelbaar Onderwijs. De heeft geresulteerd in een door alle partijen gedragen voorstel. Communicatie In oktober 2023 is de gemeenteraad door middel van een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de projectopdracht toekomstige huisvesting Mill-Hill College. Tijdens het proces is de gemeenteraad verder geïnformeerd over de stappen in het onderzoek. Op 20 februari 2024 is de raad tijdens een bijeenkomst in het Mill Hill College bijgepraat over de tussenresultaten. Vervolgens zijn op 21 februari ook de omwonende geïnformeerd over het proces en de resultaten.

Op basis van de bijeenkomst hebben een aantal bewoners hun standpunten over de mogelijke locaties voor de huisvesting geuit. Alle ingekomen brieven zijn ook met de raad gecommuniceerd. Om de bewoners te informeren is een nieuwsbrief opgezet. Tot slot is er op 12 november een thema avond geweest

Zaaknummer 2022-004215

11

Agendapunt:

waarin de raad is geïnformeerd over de wettelijke kaders rondom onderwijshuisvesting en de resultaten uit het onderzoek. Namens het college is een brief opgesteld om bij het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) en het ministerie van financiën aandacht te vragen voor het financieringsprobleem bij vervangende nieuwbouw van onderwijsgebouwen. De rijksbijdrage voor vervangende nieuwbouw is ontoereikend. Dit zet de gemeente onder financiële druk. In de brief aan de minister van onderwijs vragen we hier aandacht voor. Een afschrift van de brief gaat naar de VNG Vervolg Na besluitvorming van de raad gaat de voorbereiding van de toekomstige huisvesting verder. De verwachting is dat OMO voor 1 februari 2025 een verzoek gaat doen voor een voorbereidingskrediet. In de VVHO is vastgelegd dat een voorbereidingskrediet maximaal 8% van de bouwkostenraming is. Met het voorbereidingskrediet wordt het ontwerpproces van de school gestart om te komen tot een aanbestedingsgereed plan. Voorafgaand aan de start van de voorbereiding maakt het college afspraken met OMO over het (bouw)proces. De verwachting is dat deze fase tenminste 1 jaar doorlooptijd heeft. Na de voorbereidingsfase start de aanbesteding en daarna realisatie van de nieuw school. De totale doorlooptijd voor het traject zal tussen de 3 en 5 jaar zijn.

Bijlagen Bijlage 1: bijlage 2: bijlage 2.1 : bijlage 2.2: bijlage 2.3: bijlage 2.4: bijlage 2.5: bijlage 3: bijlage 4: bijlage 5: bijlage 6: Bijlage 7: Bijlage 8: Bijlage 9: Bijlage 10: Bijlage 11: Bijlage 12:

projectopdracht locatie en haalbaarheidsonderzoek PvE Mill Hill College schouwrapportage memo analyse PvE memo vernieuwbouw of nieuwbouw investeringsoverzicht notitie milieu vs Mill Hill Barbara Benzpark verkenning ruimtelijke inpassing geluid vs woningbouw en Mill Hill Verkeersonderzoek Nieuwbouwlocatie Mill Hill College Goirle Notitie Financiële haalbaarheidsstudie verplaatsing Mill Hill College Advies Memo AKD inzake nieuwbouw Mill Hill College Memo Financiële consequenties nieuwbouw Mill Hill, d.d. 18 september 2024 Brief aan de minister Hevo, concept memo Mill Hill College Brief vereniging OMO d.d. 3 oktober 2024

burgemeester en wethouders van Goirle

Mark van Stappershoef, burgemeester Mark van Beers, secretaris

Zaaknummer 2022-004215

12

Agendapunt:

De raad van de gemeente Goirle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. gelezen het advies van de ; gelet op de Gemeentewet;

besluit:

1. Kennis te nemen van het locatie en haalbaarheidsonderzoek Mill Hill College; 2. Het Mill Hill College voor de toekomst te behouden; 3. Om in goed onderwijs te kunnen blijven voorzien een nieuw (sober en doelmatig) schoolgebouw te realiseren voor 1.450 leerlingen; 4. De nieuwbouw te realiseren aan de Venneweg in Goirle; 5. Hiervoor, op basis van de investeringsraming van €42 miljoen een investeringsbijdrage van € 36,6 miljoen ter beschikking te stellen; 6. Een onttrekking te doen uit de algemene reserve grondexploitatie voor de dekking van de eenmalige kosten zoals sloop oude gebouw en restant boekwaarde; 7. Akkoord te gaan met het dekkingsvoorstel op basis van de volgende financiële uitgangspunten: o De investeringsbijdrage af te schrijven over een periode van 50 jaar, in afwijking van de huidige nota investeringen 2024 en deze nota hierop aan te passen. o Voor de investering een projectfinanciering aan te gaan. o De kapitaallast deels te dekken via de reserve huisvesting onderwijs. o Om in de jaren 2025 - 2027 op zoek te gaan naar nieuwe dekkingsmogelijkheden voor het ongedekte deel van de kapitaallasten, met een aanvullende verhoging van de OZB vanaf 2028 als laatste alternatief. 8. Het college te mandateren om verdere afspraken te maken met OMO ten behoeve van de realisatie van de school.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 10 december 2024. de raadsgriffier,

de voorzitter,

Frits Harteveld

Mark van Stappershoef

Zaaknummer 2022-004215

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1668/documents/28459