CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023.pdf

Besluitvormend 29 november 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelastingen 20232.193 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Agendapunt: Zaaknummer: 2022-021796

Onderwerp Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023 Datum voorstel 25 oktober 2022

Datum raadsvergadering 29 november 2022

Aan de gemeenteraad, Voorstel 1. Vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023”. Inleiding Op 8 november 2022 heeft uw raad de begroting 2023 vastgesteld. Hierin hebben we opgenomen op welke wijze de kosten door eigen inkomsten - zoals onze belastingen - worden afgedekt. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2023 hebben we per belasting aangegeven welke inkomsten we willen behalen en wat het belastingtarief is. Deze tarieven moeten jaarlijks formeel door uw raad worden vastgesteld in afzonderlijke belastingverordeningen. Dit voorstel ziet daarop en is een uitwerking van de beleidsvoornemens zoals geformuleerd in de begroting 2023. Argumenten 1.1 De lastendruk OZB blijft gelijk bij een gemiddelde waardeontwikkeling In de uitgangspunten voor de begroting 2023 staat dat we de tarieven OZB corrigeren met de inflatiecorrectie mei 2021 – mei 2022 van 9,6%. In het bestuursakkoord staat tegelijkertijd dat het college de lastendruk voor onze inwoners en ondernemers laag willen houden. Het college stelt daarom voor om de opbrengsten OZB voor 2023 eenmalig niet te verhogen. De begroting 2023 biedt financiële ruimte om dit te doen. 1.2 De tarieven OZB dalen ten opzichte van 2022 We bevriezen de opbrengsten OZB. Deze opbrengst is de rekensom van de totale WOZ-waarden maal de tarieven OZB.

We verwachten een waardestijging voor woningen en niet-woningen (zie punt 1.3), daardoor kunnen de tarieven OZB dalen. 1.3 Herwaardering naar waardepeildatum 01 januari 2022 Op grond van de Wet waardering onroerende zaken waarderen we jaarlijks alle onroerende zaken die gelegen zijn binnen gemeente Goirle. Voor het belastingjaar 2023 geldt dat de aanslagen onroerende-zaakbelastingen (ozb) worden opgelegd met als maatstaf de waarde in het economisch verkeer van een onroerende zaak op peildatum 1 januari 2022. De onroerende-zaakbelastingen berekenen we naar een percentage van de waarde van de onroerende zaak.

Ambtelijke bijstand: Mirjam Smits Zaaknummer 2022-021796

1

Agendapunt:

Bij de berekening van de tarieven OZB houden we ook rekening met deze waardeontwikkeling naar waardepeildatum 1 januari 2022. De taxateur schat dit voor woningen in op +15 % en voor nietwoningen komt dit neer op +3 %. Hierbij merken we op dat de herwaardering, op dit moment, nog niet is afgerond. Onroerende-zaakbelastingen

2022

2023

Eigenarenheffing woningen:

0,1267 %

0,1102 %

Eigenarenheffing niet-woningen:

0,3344 %

0,3246 %

Gebruikersheffing niet-woningen:

0,2694 %

0,2616 %

1.4 Lastendruk zo laag mogelijk houden in lijn met het bestuursakkoord Het college vindt het belangrijk om de lastendruk aan gemeentelijke belastingen voor onze inwoners en ondernemers laag te houden. Dit ligt ook vast in het bestuursakkoord. De lastendruk bestaat uit de afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerende-zaakbelastingen (OZB). Voor 2023 stellen we voor om de opbrengst OZB niet te verhogen. De tarieven voor de rioolheffing stijgen wel. Daarnaast dalen de tarieven voor de afvalstoffenheffing met ongeveer € 20,-. Hierdoor blijft de stijging van de lokale belastingplicht beperkt. 1.5 Kwijtschelding OZB woonlasten Ook voor het belastingjaar 2023 is kwijtschelding van de eigenarenbelasting woningen mogelijk. 1.6 Uw raad is bevoegd om de Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023 vast te stellen De Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023 wordt aan uw raad voorgelegd ter besluitvorming. Kanttekeningen 1.1 Herwaardering is nog niet afgerond De taxateur heeft een inschatting gemaakt van de voorlopige waardeontwikkeling. We verwerken dit in de tariefberekening OZB 2023. De woning markt is volop in ontwikkeling. We benadrukken daarom dat we werken met een inschatting. De werkelijke waardeontwikkeling kan anders zijn. In 2023 weten we hier meer over en kunnen we de eventuele financiële gevolgen melden.

1.2 Te betalen OZB blijft gelijk voor 2023 Bij een gemiddelde waardeontwikkeling betalen onze inwoners en ondernemers in 2023 ongeveer evenveel OZB als in 2022. Stijgt de WOZ-waarde harder of minder hard dan dit gemiddelde, dan wijzigt het te betalen bedrag aan OZB uiteraard ook. Financiën De financiële effecten als gevolg van deze belastingverordening hebben we verwerkt in de begroting 2023.

Zaaknummer 2022-021796

2

Agendapunt:

Samenwerking Wij werken samen binnen de belastingsamenwerking GHO. Communicatie Na vaststelling wordt de verordening elektronisch bekendgemaakt in het gemeenteblad. In het Goirles Belang wordt hier melding van gemaakt en verwezen naar www.officielebekendmakingen.nl. De verordening wordt vervolgens toegevoegd aan de database decentrale regelgeving (CVDR). Vervolg De Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023 treedt na publicatie in werking op 1 januari 2023. Bijlagen Raadsbesluit Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023 Tariefberekening OZB 2023

burgemeester en wethouders van Goirle

Mark van Stappershoef, burgemeester Ruud Lathouwers, secretaris

Zaaknummer 2022-021796

3

Agendapunt:

De raad van de gemeente Goirle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 oktober 2022 gelet op artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet;

besluit:

Vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2023 Artikel 1 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'onroerende-zaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersbelasting; b. een belasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarenbelasting. 2. Bij de gebruikersbelasting wordt: a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker; b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 3.

Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel 2 Belastingobject 1. Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. 2. Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning

Zaaknummer 2022-021796

4

Agendapunt:

dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 3 Maatstaf van heffing 1. De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1. 2. Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 4 Vrijstellingen 1. In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: a. voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; c.

onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; h.

werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; i. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. j. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;

Zaaknummer 2022-021796

5

Agendapunt:

k. plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; l. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning. 2. In afwijking van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 5 Belastingtarieven 1. Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: a. de gebruikersbelasting 0,2616 %; b. de eigenarenbelasting 1. voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,1102 %; 2. voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,3246 %. Artikel 6 Wijze van heffing De belastingen worden bij wege van aanslag geheven. Artikel 7 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. a.

In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, bij aanslagen opgelegd met een dagtekening tot en met 28 februari 2023, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven tot de laatste incassotermijn van 31 januari 2024. De eerste termijn vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. b. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, bij aanslagen opgelegd met een dagtekening op of na 1 maart 2023, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven tot de laatste incassotermijn van 31 januari 2024 en met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Zaaknummer 2022-021796

6

Agendapunt:

Artikel 8 Kwijtschelding Bij de invordering van de onroerende-zaakbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend voor de in artikel 5, lid 1, onderdeel a en voor de in artikel 5, lid 1, onderdeel b sub 2 genoemde belastingen. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de onroerende-zaakbelastingen. Artikel 10 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2022' van 9 november 2021 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2023”.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 29 november 2022.

, de voorzitter

, de griffier

Zaaknummer 2022-021796

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1299/documents/24216