06 Raadsvoorstel Verordening Hemel- en grondwater Goirle 2021.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Agendapunt: Zaaknummer: 2021-013548
Onderwerp Verordening Hemel- en grondwater Goirle 2021 Datum voorstel Datum raadsvergadering 10 augustus 2021 21 september 2021
Aan de gemeenteraad, Voorstel 1. Bij nieuw aangebracht verhard oppervlak (zoals daken, terras of inrit) alleen afvoer van het regenwater naar gemeentelijke voorzieningen nog toe te staan bij extreme regenval; 2. Grondwaterafvoer naar de openbare riolering te verbieden, met ontheffingsmogelijkheid; 3. Hiervoor vast te stellen de “Verordening Hemel- en grondwater Goirle 2021”. Inleiding In het door uw raad vastgestelde ‘Programma Water en Riolering (PWR)’ op 15 december 2020 is vastgelegd hoe we als gemeente omgaan met de wettelijke zorgplichten voor het afvalwater en hemelwater. In een verordening kan de gemeente regels stellen over de afvoer van hemelwater of grondwater. De verordening is de vertaling van het PWR naar regels om de doelstellingen in het PWR te kunnen behalen. Bijvoorbeeld door klimaatrobuust handelen te verplichten bij de (her)aanleg van bouwwerken en verharding. Daarnaast biedt de verordening de mogelijkheid tot het aanpakken van bestaande situaties die door de tand des tijds niet meer wenselijk zijn. Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en droogte toe. Dat vraagt om maatregelen waarin niet alleen de gemeente een verantwoordelijkheid heeft. Samen met inwoners, ondernemers en ontwikkelaars moet het verschil gemaakt gaan worden.
Argumenten 1.1 Eigenaar perceel primair verantwoordelijk voor hemelwater Op grond van art 3.5 van de Waterwet is op particulier terrein primair de eigenaar van het terrein verantwoordelijk voor de verwerking en afvoer van het hemelwater, tenzij dit redelijkerwijs niet van hem/haar verwacht kan worden. 1.2 Stimuleren en verplichten van eigen verwerking regenwater zorgt voor een klimaatrobuuste fysieke leefomgeving; Door klimaatverandering neemt de kans op onder andere wateroverlast en droogte toe. Dat levert risico’s op voor onze gezondheid, veiligheid en economie. Het stimuleren en verplichten van afkoppelen dan wel het vasthouden/bergen van hemelwater, vermindert de kans op wateroverlast en daaruit voortkomende schades. Daarnaast gaat het droogte tegen. Ambtelijke bijstand: Mathijs Vromans Zaaknummer 2021-013548
1
Agendapunt:
1.3 Haalbaarheid bij nieuwbouw Bij nieuwe ontwikkelingen is regenwater bergen op eigen terrein in de meeste gevallen haalbaar en wordt het met de bouw meegenomen. Dit kan bijvoorbeeld met een verlaging in de tuin, regenwaterschutting, regenwaterkelder (voor hergebruik), groen dak, et cetera. 1.4 Het verbieden van afvoeren van regenwater van bestaande bebouwing zorgt voor weerstand. De particuliere kosten voor aanpassing van de afwatering zijn hoog wanneer ook bij bestaande bebouwing en erfverharding alleen nog bij extreme regenval afgevoerd mag worden. Daarom geldt het verbod vooralsnog alleen voor nieuwe bebouwing en verharding. 1.5 In lijn met regelgeving van de waterschappen Door de waterschappen zijn regels opgesteld voor het afvoeren van hemelwater van verharde oppervlakten. Dit is geregeld in de Keur. De verordening hemel- en grondwater is in lijn met dit onderdeel van de Keur van de waterschappen. 1.6 Gebiedsaanwijzing geven de mogelijkheid tot aanpak van knelpunten In bestaande situaties kunnen (project)locaties door het college worden aangewezen als gebieden waar dezelfde regels gaan gelden als bij nieuwbouw. Dit is bijvoorbeeld een mogelijkheid bij de aanpak van knelpunten die volgen uit de klimaatstresstesten, waarbij afkoppelen van woningen verplicht gesteld kan worden.
Ook kan een dergelijke gebiedsaanwijzing gebruikt worden om ongewenste lozingen op vuilwaterriolering gerichter aan te pakken. 2.1 De gemeentelijke riolering is niet bedoeld om continu grondwater af te voeren De gemeentelijke riolering en afvalwaterzuivering zijn oorspronkelijk niet aangelegd om grondwater te transporteren of te verwerken. 2.2 Grondwater te allen tijde afvoeren is niet duurzaam Het continu afvoeren van grondwater zorgt voor verdroging. 2.3 In de zandgrond in Goirle kan grondwater hoofdzakelijk door de zandbodem verwerkt worden Aangezien Goirle en Riel hoofdzakelijk een zandbodem hebben, is het door de bodem en oppervlaktewater laten verwerken van grondwater op de meeste plaatsen vanzelfsprekend mogelijk. 3.1 Ten uitvoer brengen van het in het PWR vastgestelde waterbeleid In het PWR is ambitie vastgelegd om te streven naar een robuust en klimaatbestendig watersysteem in de gemeente Goirle. De verordening geeft noodzakelijke kaders en verplichtingen om het door de gemeenteraad vastgestelde waterbeleid ten uitvoer te brengen. De voorkeursstrategie conform het beleid over hemelwater is de trits vasthouden bergen/infiltreren - afvoeren. De trits betekent vasthouden en infiltreren waar het kan en wanneer infiltreren niet mogelijk is, dan het hemelwater bergen en vertraagd afvoeren.
Zaaknummer 2021-013548
2
Agendapunt:
3.2 Het stellen van regels voor afvloeiend hemelwater is een gemeentelijke bevoegdheid Op grond van artikel 10.32a van de Wet milieubeheer (Wm) kunnen gemeenten bij verordening regels opstellen over het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in de riolering. 3.3 De raad stelt de kaders vast en het college voert binnen deze kaders het beleid uit Het is de taak van het college om uitvoering te geven aan de kaders die door de raad gesteld worden. Daarom is het aanwijzen van gebieden en het verlenen van ontheffingen in de verordening neergelegd bij het college (als beheerder van de openbare riolering). Kanttekeningen 1.1 Leidt mogelijk tot weerstand Hemelwaterverwerking is primair een (wettelijke) verantwoordelijkheid van de perceeleigenaar. In het verleden werd vrijwel al het water door de gemeente en waterschap overgenomen en verwerkt. Een verandering hierin leidt mogelijk tot weerstand. 1.2 De gemeente kan volledig blijven ontzorgen Het blijven vergroten van openbare watervoorzieningen (zoals een riool) is technisch mogelijk maar leidt indirect tot hogere kosten voor de inwoners en ondernemers. De rioolheffing moet dan namelijk omhoog.
1.3 Projectontwikkelaars kunnen door deze verordening te maken krijgen met andere inrichtingseisen dan in de huidige situatie Het treffen van maatregelen door de projectontwikkelaar moet met het inwerkingtreden van deze verordening meer gaan plaatsvinden op de particuliere percelen en minder in de te ontwikkelen openbare ruimte. Dit kan gevolgen hebben voor de vereiste inrichting van de percelen en de toekomstige openbare ruimte. 1.4 Grote impact, wanneer het afvoeren van regenwater ook bestaande bebouwing verboden wordt Wanneer ook bij bestaande verbouwing en verharding het afvoeren van regenwater verboden wordt, wordt de theoretische kans op wateroverlast in Goirle veel kleiner. Bij bestaande bebouwing en erfverharding kunnen fysieke maatregelen bij perceeleigenaren ingrijpend en kostbaar zijn, wanneer alleen nog bij extreme regenval afgevoerd mag worden. 2.1 Een beetje grondwater in het riool is niet problematisch Uit onderzoek blijkt dat er momenteel niet, of maar zeer beperkt, grondwater uit bronneringen, of opgepompt uit de bodem op de gemeentelijke riolering geloosd wordt. Wanneer dit beperkt van omvang is, is dit niet problematisch voor het functioneren. Financiën De financiële effecten van deze verordeningen beperken zich voor de gemeente tot een mogelijk noodzakelijke uitbreiding van de personele formatie.
De mate waarin het behandelen van vergunningsaanvragen, het toezichthouden en handhaven op vergunde werkzaamheden toe zal nemen is sterk projectafhankelijk. Vooralsnog wordt verwacht dat een en ander binnen de huidige beschikbare en voorziene capaciteit verricht kan worden.
Zaaknummer 2021-013548
3
Agendapunt:
Samenwerking Bij het opstellen van de verordening is tevens gekeken naar bestaande verordeningen van andere Nederlandse gemeenten. In de ambtelijke voorbereidingen is ook overleg gevoerd met de gemeente Oisterwijk over de ervaringen met hun bestaande, soortgelijke verordening. In de basis wordt het gewenste effect daar bereikt. Wel zijn er aandachtspunten op basis van de ervaring in Oisterwijk. Bijvoorbeeld de werking van de aangebrachte water verwerkende voorzieningen. Sommige voorzieningen om water vast te houden staan continu vol. Dan stroomt iedere druppel die erbij komt aan er aan de achterkant weer direct uit. Daarmee wordt de gemeentelijke riolering nog steeds evenveel belast. Ook is het toezicht en handhaving nog niet optimaal ingebed in de gemeentelijke organisatie. Daarnaast was in Oisterwijk enige onduidelijkheid in welke gevallen de geldende afkoopregeling van toepassing kan zijn. De
ervaringen van Oisterwijk nemen wij als leerpunten mee bij de implementatie van de verordening. Communicatie Na vaststelling wordt de verordening elektronisch bekendgemaakt in het gemeenteblad. In het Goirles Belang en op de gemeentelijke website wordt hier melding van gemaakt en verwezen naar www.officielebekendmakingen.nl. De verordening wordt vervolgens toegevoegd aan de database decentrale regelgeving (CVDR). Wanneer de gemeente een verordening of regel invoert is goede voorlichting over de inwerkingtreding hierover van belang. Er wordt vanuit de betrokken vakafdeling gezorgd voor tijdige, voldoende en blijvende informatievoorziening. Dit gaat zowel om interne voorlichting (vergunningsverleners, toezichthouders en handhavers) als externe voorlichting (inwoners, ondernemers, ontwikkelaars). Voor de externe belanghebbende wordt o.a. gedacht aan voorlichting op de gemeentewebsite, informeren bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en vroegtijdig bespreekbaar maken in een planontwikkeling met de projectontwikkelaar. Vervolg De Verordening hemel- en grondwater Goirle 2021 treedt in werking nadat deze bekend gemaakt is. Bij het inwerking treden van de Omgevingswet gaat deze verordening van rechtswege over in het (tijdelijke) Omgevingsplan van de gemeente Goirle. Bijlagen Verordening Hemelwater- en grondwater Goirle 2021
burgemeester en wethouders van Goirle
Mark van Stappershoef, burgemeester Jolie Hasselman, secretaris
Zaaknummer 2021-013548
4
Agendapunt:
De raad van de gemeente Goirle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 10 augustus 2021 gelet op de Gemeentewet;
gelet op artikel 10.32a van de Wet milieubeheer. besluit: Vast te stellen de volgende verordening:
Hemel- en grondwaterverordening Goirle 2021 Definities
Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Aansluitleiding: De leiding lopend vanaf het aangesloten perceel naar de ontvangende openbare riolering; b. Afkoppelen: Het beëindigen of verminderen van een hemelwaterlozing op openbare riolering; c. Beheerder: de beheerder van de openbare riolering: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle, of een door deze aangewezen rechtspersoon die met het betreffende beheer is belast; d. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; I. Bestaand bouwwerk: bouwwerk dat is opgericht voor de inwerkingtreding van deze verordening; II. Nieuw bouwwerk: bouwwerk dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief herbouw na sloop van een bestaand bouwwerk; e. Gemengde riolering: de openbare riolering voor de inzameling en transport van een menging van afvalwater met hemel- en/of grondwater; f. Groen dak: een doelbewust met planten begroeid dak; g. Grondwater: water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen; h. Hemelwater: afstromend regen-, sneeuw- of smeltwater; i.
Hemelwater riolering: de openbare riolering voor de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, grondwater, of een menging van hemel- en grondwater; j. Openbare riolering: (een gedeelte van) de riolering of (samenstel van) voorzieningen, in beheer van de beheerder, voor de inzameling en transport van vuilwater, hemelwater en/of grondwater; k. Openbaar perceel: publiek toegankelijk perceel in beheer bij de beheerder;
Zaaknummer 2021-013548
5
Agendapunt:
l.
Oppervlakkig lozen: Het over het maaiveld, zichtbaar lozen van hemelwater ter plaatse van de perceelgrens naar de openbare ruimte; m. Projectgebied: een te (her)ontwikkelen gebied, bestaande uit één of meerdere percelen; n. Verhard oppervlak: oppervlak voorzien van verhardingen (o.a. daken, wegen, verhardde terreinen, etc.), zodanig dat hemelwater van dit oppervlak niet in de bodem kan infiltreren; I. Bestaand verhard oppervlak: verhard oppervlak dat is aangelegd voor inwerkingtreding van deze verordening; II. Nieuw verhard oppervlak: verhard oppervlak dat wordt aangelegd na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief aanleg na verwijdering van bestaand verhard oppervlak. o. Vuilwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater of ander afvalwater; p. Vuilwaterriolering: de openbare riolering voor de afvoer van uitsluitend afvalwater exclusief hemel- en/of grondwater; Reikwijdte
Artikel 2. Reikwijdte van de verordening 1. Deze verordening is van toepassing op: a. alle percelen binnen de grenzen van de gemeente Goirle; b. alle lozingen, direct of indirect, op de openbare riolering. 2. In afwijking van lid 1 zijn de hemelwaterregels voor nieuwe verharde oppervlakken, zoals opgenomen in artikel 3 en 5 t/m 7 van deze verordening, niet van toepassing op: a. bestaand verhard oppervlak op openbare percelen; b. ontwikkelingen van of op percelen, waarvoor geen Omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk of het uitvoeren van een werk of werkzaamheden noodzakelijk is. Lozen van hemelwater
Artikel 3. Verbod op lozen van hemelwater op de riolering 2. Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de openbare riolering of openbaar terrein; dit moet op het eigen perceel worden verwerkt. 3. De eigenaar van een perceel heeft bij de verwerking van hemelwater op het eigen perceel de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt: a. De te realiseren hemelwatervoorziening moet tenminste 60 liter per m2 verhard oppervlak, recht van boven bemeten, kunnen verwerken; b. Voor het oppervlak aan groen dak in m2, recht van boven bemeten, wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist; c. De benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand gehouden worden; d. Bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel niet afnemen.
Zaaknummer 2021-013548
6
Agendapunt:
4. De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod, zoals bedoeld in lid 1, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod. De beheerder kan voorwaarden of voorschriften verbinden aan de verleende ontheffing.
Artikel 4. Gebiedsaanwijzing 5. De beheerder kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verbod en aanvullende bepalingen uit artikel 3 tevens gelden voor alle bestaande bouwwerken en bestaande verharde oppervlakken op een perceel. Bij het vaststellen van een dergelijke gebiedsaanwijzing geldt het volgende: a. De beheerder houdt rekening met het gemeentelijk rioleringsplan en eventuele geldende voorschriften uit vigerende (bestemmings)plannen; b. De beheerder kan gemotiveerd afwijken van het bepaalde in artikel 3; c. De gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 3e dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt; d. De gebiedsaanwijzing bevat een termijn waarop aan de aanwijzing moet worden voldaan. Deze termijn bedraagt tenminste 6 weken; e. Op de voorbereiding en vaststelling van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Artikel 5. Vrijstelling bij kleine oppervlakken In afwijking van het bepaalde in artikel 3, lid 2a van deze verordening geldt voor de aan te leggen hemelwatervoorzieningen op een niet-openbaar perceel een minimale verwerkingscapaciteit van 20 liter per m2 verhard oppervlak, indien de hoeveelheid nieuw verhard oppervlak binnen het projectgebied waar het perceel onderdeel van uitmaakt kleiner is dan 500 m2.
Artikel 6. Vrijstelling bij extreme neerslag (noodoverloop) 6. Het verbod, bedoeld in artikel 3 lid 1 van deze verordening, geldt niet voor dat deel van de hoeveelheid te verwerken hemelwater dat, als gevolg van extreme neerslag, uitkomt boven: a. de hoeveelheid zoals bepaald in art 3 lid 2a van deze verordening; of b. de voor het betreffende perceel hiervan afwijkende hoeveelheid, zoals volgt uit de bepalingen in artikel 5, een vastgestelde gebiedsaanwijzing conform artikel 4, of een verleende ontheffing conform artikel 3 lid 3 van deze verordening. 7. De in het eerste lid bedoelde overtollige, extreme neerslag dient oppervlakkig geloosd te worden; 8. Afwijken van het bepaalde in lid 2, door te lozen middels een ondergrondse verbinding tussen de hemelwatervoorzieningen op eigen terrein en de openbare riolering of openbare ruimte, is alleen toegestaan na afstemming en met instemming van de beheerder.
Zaaknummer 2021-013548
7
Agendapunt:
Artikel 7. Melding 1. Degene die een nieuw bouwwerk opricht of nieuw verhard oppervlak aanbrengt meldt dit bij de beheerder. Deze melding dient onderdeel uit te maken van de aanvraag van de omgevingsvergunning zoals benodigd voor de betreffende activiteit. 2. Bij de melding zoals bedoeld in lid 1 dient een ontwerptekening van het hemelwatersysteem en te verharden oppervlak ter goedkeuring aan de beheerder overlegd te worden. Uit deze tekening moet controleerbaar blijken dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikelen 3 t/m 6 van deze verordening. 3. Indien van toepassing, dient de gemotiveerde aanvraag van een ontheffing als bedoeld in artikel 3 lid 3 van deze verordening, onderdeel te zijn van de melding zoals bedoeld in lid 1. Lozen van grondwater
Artikel 8 Verbod op lozen van grondwater op het openbaar riool 9. Het is verboden grondwater af te voeren naar de openbare riolering. 10.De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien: a. het lozen niet tot een onaanvaardbare grondwaterstandsverlaging in de omgevende percelen leidt; en b. van de perceeleigenaar redelijkerwijs geen andere wijze van lozen kan worden gevergd. 11.Bij de verlening van de ontheffing, zoals bedoeld in lid 2, bepaalt de beheerder de toegestane wijze, omvang en duur van de grondwaterlozing. Slotbepalingen
Artikel 9. Kwaliteit af te voeren hemel- en/of grondwater 1. Het afstromende hemelwater en grondwater, als bedoeld in artikelen 3 t/m 6 en 8 van deze verordening: a. mag niet sterker verontreinigd zijn, en geen andere verontreinigingen bevatten, dan het hemelwater dat van openbare wegoppervlakken afstroomt; b. mag niet zodanig verontreinigd zijn, en geen verontreinigingen bevatten, die overstorten op oppervlaktewater onmogelijk maken.
Artikel 10. Overgangsrecht 1. Activiteiten waarvoor de aanvraag van de benodigde omgevingsvergunning is ingediend vóór inwerkingtreding van deze verordening, zullen bij het beoordelen van die aanvraag niet getoetst worden aan hetgeen is bepaald in deze verordening. 2. Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, vóór inwerkingtreding van deze verordening, prevaleert het bepaalde in deze overeenkomsten.
Zaaknummer 2021-013548
8
Agendapunt:
Artikel 11. Toezicht, handhaving en strafbepaling 1. Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening gesteld zijn belast de bij besluit van het college aan te wijzen of aangewezen personen of groep van personen als bedoeld in artikel 5.11 van de Algemene wet bestuursrecht en hoofdstuk 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie.
Artikel 12. Hardheidsclausule De beheerder kan van de bepalingen in deze verordening afwijken voor zover toepassing zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen. Artikel 13. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 6 oktober 2021. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening hemel- en grondwater Goirle 2021.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 5 oktober 2021.
, de voorzitter
, de griffier
Zaaknummer 2021-013548
9
Agendapunt:
Toelichting
ARTIKEL 1 – DEFINITIES In artikel 1 worden de begripsbepalingen behorende bij deze verordening gegeven. Waar mogelijk is aangesloten bij de definities uit het GegevensWoordenboek Stedelijk Water (GWSW). De definities in het GWSW zijn echter vaak algemener van aard en in betreffende gevallen ontoereikend voor het specifieke onderscheid dat in deze verordening noodzakelijk is. Bouwwerk: Een definitie van het begrip bouwwerk geeft de Wet milieubeheer of Woningwet niet, in de bouwverordening wordt een in de jurisprudentie aanvaarde definitie aangehouden. Deze omschrijving is in deze verordening overgenomen. Aan de hand van de vier elementen van de definitie van het begrip bouwwerk: 1 constructie, 2 van enige omvang, 3 met de grond verbonden, 4 bedoeld om ter plaatse te functioneren, wordt bepaald op een object een bouwwerk is of niet. Over het begrip bouwwerk bestaat een uitgebreide jurisprudentie, het is niet zonder meer duidelijk wanneer aan de vier voorwaarden wordt voldaan om tot de conclusie te komen dat een object een bouwwerk is. Beheerder: De in verschillende artikelen van deze verordening genoemde beheerder van de openbare riolering is het college van burgemeester en wethouders. B&W kunnen hun bevoegdheden op grond van deze verordening mandateren aan een uitvoeringsorganisatie. Vuilwater: Water afkomstig van een particulier zwembad wordt gerekend tot vuilwater.
Voor de overige begrippen is aangesloten bij gebruikelijke definities in het werkveld (o.a. stichting Rioned, Brabant Keur). ARTIKEL 2 – REIKWIJDTE Deze verordening is van toepassing voor bouwen of het renoveren van bouwwerken en de aanleg van verhardingen, voor zover hiermee het verhard oppervlak wijzigt of toeneemt. Bestaande situaties hoeven dus niet per ommegaande, verplicht aangepast te worden als gevolg van deze verordening. Echter, uit de definities (zie artikel 1) volgt dat deze verordening wel van toepassing is bij alle wijzigingen aan bestaande bouwwerken en/of verharde oppervlakken. In geval van wijzigingen aan, of herbouw van (bestaand) verhard oppervlak ontstaat namelijk - over het algemeen – de gelegenheid om (ondergrondse) voorzieningen te realiseren, in combinatie met voorzieningen die inpandig gerealiseerd kunnen of moeten worden. Via communicatie en voorlichtingsactiviteiten zal de gemeente de initiatiefnemers bij zoveel mogelijk activiteiten ook motiveren en informeren over de
Zaaknummer 2021-013548
10
Agendapunt:
mogelijkheden van anders duurzamer omgaan met hemel- en grondwater op het eigen terrein. De hemelwaterregels uit de verordening zijn niet per definitie van toepassing op inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Het lozen van hemelwater op de riolering is voor inrichtingen geregeld in het Activiteitenbesluit. Daarin staat dat lozing van afstromend hemelwater op een vuilwaterriool alleen is toegestaan als lozing in een schoon-waterstelsel, het oppervlaktewater of de bodem niet mogelijk is. Daarmee wordt dus hetzelfde geëist als wat in de verordening is aangegeven en is het dus niet nodig om de verordening van toepassing te verklaren op inrichtingen volgens het Activiteitenbesluit. De hemelwaterregels uit de verordening, zoals van toepassing op nieuw verhard oppervlak, zijn niet van toepassing op bestaand verhard oppervlak van openbare percelen. De beheerder van de openbare riolering (de gemeente) is immers zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater dat hier valt. De gemeente hoeft hier zichzelf geen lozingsverbod op te leggen. Dit doet de gemeente wèl als onverharde delen van openbare percelen verhard worden. Om de werklast te beperken en de handhaafbaarheid van deze verordening te bevorderen, hoeven vergunningsvrije (bouw)activiteiten niet aan de hemelwaterregels in deze verordening te voldoen.
ARTIKEL 3 - VERBOD OP LOZEN VAN HEMELWATER OP DE RIOLERING De gemeenteraad heeft de invulling van de zorgplichten voor het afvalwater, hemelwater en grondwater in het geformuleerd in het Programma Water en Riolering (PWR). Lid 1 Verbod De basis voor het verbod op het lozen van hemelwater op de riolering is in de Wet milieubeheer gesteld en uitgewerkt in het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het PWR. Het PWR bevat een beleidsvoornemen over het niet lozen van hemelwater en grondwater op de riolering van zowel openbaar als particulier terrein. Het lozingsverbod is niet beperkt tot het bouwwerk, maar betreft ook open erf of terrein. Het verbod betreft dus het afvloeiende hemelwater dat afkomstig is van een bouwwerk en onder meer via een dakgoot, regenpijp en afvoerbuis het openbaar gebied of -riool bereikt. Maar ook het afvloeiende hemelwater dat afkomstig is van een open erf of terrein en via onder meer goten, putten en afvoerbuis het openbaar gebied of -riool bereikt. Een open erf of terrein waarin goten en putten zijn aangebracht, is bijvoorbeeld een terras, oprit, parkeerterrein of laad- en losperron.
Zaaknummer 2021-013548
11
Agendapunt:
Lid 2 Op eigen terrein verwerken In wezen is de regel simpel: hemelwater mag niet op de riolering worden aangesloten. Dit houdt veelal in dat voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater is: 1. hergebruik; 2. infiltreren in de bodem; 3. bergen; en 4. afvoeren. Afvoer naar oppervlaktewater vereist meestal een goedkeuring, melding of vergunning van het waterschap op basis van de Keur. Ook op locaties waar een gescheiden gemeentelijke riolering aanwezig is voor vuilwater en hemelwater, geldt dat het hemelwater in principe op eigen terrein verwerkt moet worden. Aansluiting van hemelwater op het gemeentelijk hemelwaterstelsel is alleen mogelijk na toestemming van de beheerder. Hierbij moet, gelijk aan de regels in de Keur, 60 liter per m2 op eigen terrein verwerkt worden. In de Waterwet en het Burgerlijk wetboek is al geregeld dat het op eigen terrein te verwerken water niet mag leiden tot overlast op naburige percelen. Vuilwaterriolering Vuilwaterriolering heeft onvoldoende capaciteit om hemelwater te verwerken. Daarom mag hierop in de basis geen hemelwater worden aangesloten. Als een perceel is aangesloten op bijvoorbeeld drukriolering, moet dus al het hemelwater op eigen perceel verwerkt worden. Lid 2b Groene daken De aanleg van een groen dak wordt gestimuleerd, omdat deze daken meerdere voordelen hebben, waaronder de berging van minimaal circa 15 mm (per m2 dak) hemelwater.
Daarom wordt voor het oppervlak aan groen dak geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist. De norm van 60mm geldt dus niet voor het oppervlak aan groen dak. Vanzelfsprekend moet voorzien worden in de afvoer van overtollig hemelwater vanaf een groen dak bij hevige neerslag (meestal het overschot boven 15mm). De wijze van aansluiting is geregeld in het Bouwbesluit. Lid 2c Instandhouding voorzieningen Met deze verordening wordt ook de instandhouding van de voorzieningen geregeld. Ongewenste latere aanpassingen aan de afvoer van hemelwater, grondwater en stedelijk afvalwater vallen binnen deze verordening. Hierop kan handhavend opgetreden worden.
Zaaknummer 2021-013548
12
Agendapunt:
Lid 2d Instandhouding berging Bij elke ingreep geldt dat de al aanwezige totale hoeveelheid waterberging niet af mag nemen. Als in het plangebied dus meer waterberging aanwezig was, moet dit behouden blijven of vervangen worden. Daarbovenop moet de opgave voor hemelwaterwaterberging gerealiseerd worden. Lid 3 Ontheffing Artikel 10.32a lid 2 Wet milieubeheer luidt: ‘Van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen gebruik gemaakt, indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd’. Dit is de basis voor de mogelijkheid om op grond van lid 4 ontheffing te verlenen. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Een voorschrift kan betrekking hebben op onder meer een uitstel van de plicht tot het niet aansluiten op de riolering en/of op het treffen van een alternatieve (tijdelijke) voorziening of een zuiverende voorziening. Als een ontheffing verleend is door het bevoegd gezag voor lozing op de (gemengde) riolering, dan vervalt deze zodra een gemeentelijke hemelwatervoorziening is aangelegd. Vanaf dat moment moet de perceeleigenaar voorzieningen treffen om het hemelwater op dat nieuwe stelsel te lozen en niet meer op de (gemengde) riolering.
Een afwijking of ontheffing dient afgewogen te worden in het proces van de omgevingsvergunningen/of Watertoets en waterparagraaf. Daarvoor kan er om een nader onderzoek gevraagd worden. Bijvoorbeeld het aantonen dat infiltratie niet mogelijk is met o.a. representatief bodemonderzoek of infiltratieonderzoek. Of aantonen dat er bijv. ruimtegebrek is of dat er nadelige effecten op de omgeving kunnen ontstaan. Als voorbeeld kan gedacht worden aan de aanwezigheid van grondwaterverontreiniging in de nabijheid, die door infiltratie verplaatst kan worden. ARTIKEL 4 - GEBIEDSAANWIJZING Een gebiedsaanwijzing is een besluit van algemene strekking. Dit is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het lozingsverbod geldt voor alle eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen, voor zover deze binnen de gebiedsaanwijzing liggen en het desbetreffende besluit geen uitzondering bevat. Bij het vaststellen van de gebiedsaanwijzing houdt de beheerder van het openbare riool rekening met het gemeentelijk rioleringsplan en eventuele geldende voorschriften uit vigerende (bestemmings)plannen; De in de gebiedsaanwijzing te noemen termijn moet voldoende ruimte laten voor de eventuele beroepsfase tegen de gebiedsaanwijzing en voor de eigenaren van bouwwerken, open erven en terreinen om de werkzaamheden
Zaaknummer 2021-013548
13
Agendapunt:
te kunnen (laten) verrichten. Een termijn van 6 weken zal als minimaal uitgangspunt gelden. De uniforme openbare voorbereidingsprocedure, afdeling 3.4 Awb, is van toepassing op de gebiedsaanwijzing. Hierdoor duurt de voorbereiding van een besluit iets langer. Daar staat tegenover dat de bezwaarschriftenfase na het nemen van het besluit vervalt. Een gebiedsaanwijzing is een concretiserend besluit van algemene strekking. Daarom moet de gemeente het besluit bekendmaken door kennisgeving in een huis-aan-huisblad (art. 3:42 lid 2 Awb). Ontluchting De ontluchting van het rioolstelsel verdient bijzondere aandacht. Vaak vindt ontluchting plaats via een bovendakse uitmonding. Het beëindigen van de hemelwaterlozing kan de ontluchting belemmeren of minder effectief maken. Als de gemeente kan voorzien dat door het lozingsverbod in het hoofdriool ontluchtingsproblemen ontstaan en er geen goede oplossing beschikbaar is dan wel deze onevenredig hoge kosten veroorzaakt, is de gebiedsaanwijzing niet mogelijk. ARTIKEL 5 - VRIJSTELLING BIJ KLEINE OPPERVLAKKEN Gezien de aard van kleinere ontwikkelingen en de (on)mogelijkheden van hemelwaterverwerking die dat met zich meebrengt, acht de gemeente het wenselijk en reëel om in die gevallen op voorhand een minder strenge bergingseis op te leggen.
Als de lagere norm van toepassing is op de niet-openbare percelen van een projectgebied, laat dat de normen uit de Keur van het waterschap onveranderd. Dit kan in voorkomende gevallen betekenen dat de gemeente genoodzaakt is de bergingseis in de openbare percelen van de betreffende ontwikkeling te verhogen (tot boven de 60 mm) om te blijven voldoen aan de eisen uit de Keur. ARTIKEL 6 - VRIJSTELLING BIJ EXTREME NEERSLAG Op vuilwaterriolering (zoals drukriolering) mag nooit hemelwater aangesloten worden, dus ook niet bij extreme regenval. Bij initiatieven dient indien mogelijk gekeken te worden naar de gevolgen van zeer hevige neerslag (T= 100 jaar en extremer). Deze doorkijk moet inzicht geven in waar het water bij die extreme neerslag heen stroomt (op basis van hoogteligging) en of dit tot overlast of schade kan leiden. Zo nodig worden in het plan maatregelen getroffen om dit te voorkomen. Ten behoeve van buien groter dan de voorgeschreven bergingseis wordt aanbevolen om een ontlastput aan te brengen conform de NEN 3215. Bij extreme neerslag is het toegestaan om het hemelwater via de ontlastput bovengronds af te Zaaknummer 2021-013548
14
Agendapunt:
voeren naar openbaar gebied. Als een ontlastput niet volstaat en maatwerk nodig is, dan is dit conform artikel 5 lid 2 alleen mogelijk in samenspraak met de beheerder. De voorziening voor extreme buien moet altijd aangegeven zijn op de stukken bij de melding, op basis van artikel 4. ARTIKEL 7 - MELDING Om zicht te houden op de ontwikkeling van het verhard oppervlak, is in dit artikel een meldplicht voorgeschreven. Degene die nieuwe bebouwing of nieuw verhard oppervlak aanbrengt, moet dit melden bij de gemeente. Dit gebeurt in de vorm van (een aanvraag van) een omgevingsvergunning. Conform artikel 2 is een melding is niet vereist als er voor de betreffende activiteit geen omgevingsvergunning nodig is. De in lid 2 vermelde tekening(en) mogen bestaan uit eenvoudige, schetsmatige tekeningen van de geplande situatie ter plaatse. In alle gevallen blijft het echter aan de beheerder om aan te geven welke mate van detail in het betreffende geval nodig is voor een juiste beoordeling, of verwerking van de melding. Als zich een bijzondere omstandigheid voordoet kan ook voor betrekkelijk eenvoudige plannen aanvullende informatie noodzakelijk zijn. De te realiseren noodoverloop zal standaard onderdeel uitmaken van de melding.
Een eventuele aanvraag van een totale ontheffing op het lozingsverbod, conform artikel 3 lid 3, dient tegelijk met de melding / aanvraag van omgevingsvergunning ingediend te worden, zodat de toetsing, afweging en beoordeling in één keer kan plaatsvinden. ARTIKEL 8 - VERBOD OP LOZEN VAN GRONDWATER OP HET OPENBAAR RIOOL Op grond van dit artikel is het lozen van grondwater op de riolering in de gehele gemeente in principe verboden. Dit geldt nadrukkelijk ook voor grondwater in de vorm van spuiwater van Warmte Koude Opslag (WKO), bronneringswater en werkwater van WKO. Voor lozing van spuiwater van WKO, bronneringswater en werkwater van WKO kan toestemming verleend worden. Dit wordt in ieder geval getoetst aan de capaciteit van de riolering ter plekke. Dit artikel sluit aan op de huidige regelgeving en het besluitkwaliteit leefomgeving als onderdeel van de Omgevingswet. In het verlenen van een ontheffing op het lozingsverbod bepaalt de beheerder hoe de lozing mag plaatsvinden. Zij houdt hierbij onder andere rekening met de lokale hydraulische en hydrologische situatie, de al aanwezige voorzieningen en de effecten op de omgeving.
Hierbij kan ook bepaald worden dat de toegestane wijze van lozen automatisch verandert als er iets in deze situatie wijzigt, bijvoorbeeld als er in de toekomst een drainagesysteem wordt aangelegd en de voorkeursvolgorde van lozen aangeeft dat vanaf dat moment daarop geloosd moet worden.
Zaaknummer 2021-013548
15
Agendapunt:
ARTIKEL 9 - KWALITEIT AF TE VOEREN WATER De ontdoener heeft een zorgplicht ten aanzien van de (goede) kwaliteit van het af te voeren en te infiltreren hemelwater en grondwater. De verwerking van het hemelwater en grondwater mag daarom niet leiden tot verontreiniging van het ontvangende medium, zoals bodem, grondwater, oppervlaktewater, etc. Aangenomen mag worden dat het hemelwater van voldoende kwaliteit is als het afstroomt over niet-afspoelende en niet-uitlogende materialen en er geen verontreinigende activiteiten op deze oppervlakken plaatsvinden. Verontreinigende activiteiten zijn bijvoorbeeld autowassen, besproeiing met onkruid bestrijdende middelen, lozing van verfmiddelen (kalk of iets dergelijks) of lekkage van oliën. De gemeente ontraadt hemelwater en grondwater dat in contact is geweest met zink, koper of lood zonder zuiverende randvoorziening (zoals bodemverrijking) of bronmaatregel (zoals coaten of vervangen dakgoot) direct naar de bodem af te voeren. Zuivering Om aan de zorgplicht te voldoen, kan het nodig zijn een filter toe te passen. Met beheersmaatregelen (vervangen vulmateriaal, afvoeren verontreinigd vulmateriaal) moet voorkomen worden dat een verontreiniging doorslaat naar de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater. Na de voorziening kan het water in bodem (als grondwater) of op oppervlaktewater worden geloosd.
Vanzelfsprekend hebben maatregelen aan de bron de voorkeur. Bodemverontreiniging De mogelijke al aanwezige verontreiniging van de bodem moet altijd goed worden nagegaan door de lozer van het hemelwater. Bij het zonder beperkingen toestaan van het lozen van afvloeiend hemelwater is ervan uitgegaan, dat in de praktijk tijdens het wegstromen van het hemelwater enige verontreiniging bijna onontkoombaar is. De oppervlakken waarover het hemelwater afvloeit zijn immers niet volledig schoon, en afhankelijk van het materiaal waarmee het hemelwater in aanraking komt, vindt vaak enige mate van afspoeling of uitloging plaats. In de meeste gevallen leidt deze echter niet tot een zodanige verontreiniging van het hemelwater, dat het lozen in de bodem verboden moet worden. Als er wel sprake is van een grote verontreiniging, dan is het vaak mogelijk om door het treffen van preventieve maatregelen de verontreiniging terug te brengen en daarmee het hemelwater alsnog rechtstreeks in het milieu te brengen. Provinciale aanwijzingen Binnen door de provincie aangewezen zones, zoals het grondwaterwingebied en bijbehorende beschermingszones en boringsvrije zones, gelden mogelijk
Zaaknummer 2021-013548
16
Agendapunt:
aanvullende regels voor de verwerking van hemelwater en grondwater. Dit is vastgelegd in de Provinciale Milieu Verordening. Hiervoor is de provincie het bevoegd gezag. ARTIKEL 10 - OVERGANGSRECHT. Omdat met het van kracht worden van deze verordening juridisch een nieuwe situatie ontstaat, is in artikel 10 een aantal overgangsbepalingen opgenomen. Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de inwerkingtreding van de verordening nog in behandeling moeten worden genomen, worden behandeld volgens de bepalingen in de verordening. Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand brengen van rioolaansluitingen in het verleden met perceeleigenaren overeenkomsten zijn gesloten waarin afspraken zijn gemaakt die strijd opleveren met de goedkeuring, is in lid 2 vastgelegd dat in dergelijke situaties de bepalingen van de overeenkomst prevaleren. Het zou immers in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel als deze afspraken zomaar opzij worden gezet. ARTIKEL 11 - STRAFBEPALING De Wet milieubeheer kent geen strafbepaling voor overtreding van een verordening als bedoeld in artikel 10.32a. Deze wet bevat een uitgebreid systeem van bestuurlijke boetes, maar dit is niet gekoppeld aan artikel 10.32a. Daarom is in deze verordening een zelfstandige strafbepaling opgenomen, gekoppeld aan de geldboetecategorieën van artikel 23 Wetboek van Strafrecht.
Gekozen is voor de geldboete van de tweede categorie als bedoeld in artikel 23 Wetboek van Strafrecht. Op grond van artikel 24c Wetboek van Strafrecht kan vervangende hechtenis worden toegepast. Voor het handhaven van gemeentelijke verordeningen geldt altijd de mogelijkheid van dwangsom en bestuursdwang. De dwangsom komt voor dit type overtreding het eerst in aanmerking. ARTIKEL 12 - HARDHEIDSCLAUSULE. Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen van deze verordening in een concreet geval zou leiden tot een beslissing in strijd met de redelijkheid en billijkheid, is in artikel 12 een hardheidsclausule opgenomen. ARTIKEL 13 - INWERKINGTREDING EN CITEERTITEL Artikel 13 gaat over de inwerkingtreding en de citeertitel en spreekt voor zich. Als dag van bekendmaking geldt de dag dat het besluit waarin de verordening is vastgesteld, is gepubliceerd in het Gemeenteblad.
Zaaknummer 2021-013548
17