06 Raadsvoorstel Verordening afvalstoffenheffing 2025.pdf
Tekst van het document
Raadsvoorstel Agendapunt: Zaaknummer: 2024-021879
Onderwerp Verordening afvalstoffenheffing 2025 Datum voorstel 24 oktober 2024
Datum raadsvergadering 10 december 2024
Aan de gemeenteraad, Voorstel 1. Vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2025”. Inleiding Op 5 november 2024 heeft uw raad de begroting 2025 vastgesteld. Hierin hebben we opgenomen op welke wijze de kosten door eigen inkomsten - zoals onze belastingen - worden afgedekt. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2025 hebben we per belasting aangegeven welke inkomsten we willen behalen en wat het belastingtarief is. Deze tarieven moeten jaarlijks formeel door uw raad worden vastgesteld in afzonderlijke belastingverordeningen. Dit voorstel ziet daarop en is een uitwerking van de beleidsvoornemens zoals geformuleerd in de begroting 2025. Argumenten 1.1.1 We handhaven de tarieven in 2025. Afvalstoffenheffing
2024
2025
Eenpersoonshuishouden
142,20
142,20
Meerpersoons huishouden
235,92
235,92
De tarieven afvalstoffenheffing mogen maximaal 100% kostendekkend worden vastgesteld. Door € 46.100 uit de voorziening afvalstoffenheffing te onttrekken, is het niet nodig de tarieven voor de afvalstoffenheffing en tarieven milieustraat voor 2025 te verhogen. 1.2 Uw raad is bevoegd om de verordening afvalstoffenheffing 2025 vast te stellen. De verordening afvalstoffenheffing 2025 wordt aan uw raad voorgelegd. 1.3 Lastendruk zo laag mogelijk houden in lijn met het bestuursakkoord In het bestuursakkoord is vastgelegd dat het belangrijk is om de lastendruk aan gemeentelijke belastingen voor onze inwoners en ondernemers zo laag mogelijk te houden. De lastendruk bestaat uit de afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerendezaakbelastingen (OZB). Door de inzet van de voorziening kunnen de gestegen kosten worden opgevangen en is het niet nodig de tarieven te verhogen. Dit zorgt er voor dat de lokale lasten zo laag mogelijk blijven. Ambtelijke bijstand: Monique van Hest Zaaknummer 2024-021879
1
Agendapunt:
Kanttekeningen Niet van toepassing. Financiën De financiële effecten als gevolg van deze belastingverordening hebben we verwerkt in de begroting 2025. We hebben aan inkomsten voor de afvalstoffenheffing totaal € 2.213.100 begroot. Hierin is rekening gehouden met een lichte stijging van de inkomsten door areaaluitbreiding. De lasten voor afval, inclusief BTW en overhead) zijn totaal geraamd op € 2.259.200. Het verschil tussen baten en de lasten van € 46.100 wordt onttrokken aan de voorziening afvalstoffenheffing. Deze voorziening is voldoende van omvang om dit verschil op te kunnen vangen. We hebben de financiële effecten van het amendement dat is aangenomen bij de behandeling van het raadsvoorstel over de Milieustraat (raad 17-9-2024) nog niet verwerkt in de begroting 2025 en de tarieven. Gevolg van het aangenomen amendement is o.a. dat er een registratiesysteem moet worden ingevoerd. Dit is niet op korte termijn haalbaar. Zodra meer duidelijkheid is over de kosten en de planning van de invoering van het registratiesysteem, wordt dit met een raadsvoorstel voorgelegd en worden de tarieven hierop aangepast. Samenwerking We werken samen binnen de belastingsamenwerking GHO. Communicatie Na vaststelling wordt de verordening elektronisch bekendgemaakt in het gemeenteblad. In het Goirles Belang wordt hier melding van gemaakt en verwezen naar www.officielebekendmakingen.nl.
De verordening wordt vervolgens toegevoegd aan de database decentrale regelgeving (CVDR). Vervolg De verordening afvalstoffenheffing 2025 treedt na publicatie in werking op 1 januari 2025. Bijlagen Raadsbesluit Verordening afvalstoffenheffing 2025
burgemeester en wethouders van Goirle
Mark van Stappershoef, burgemeester Mark van Beers, secretaris
Zaaknummer 2024-021879
2
Agendapunt:
De raad van de gemeente Goirle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 oktober 2024 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;
besluit:
vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2025
Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume; 2. verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainer; 3. gft-afval: groente, fruit- en tuinafval; 4. restafval: huishoudelijk afval, niet zijnde gft-afval; 5. grof huishoudelijk afval: afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden; 6. perceel: een gebouwde onroerende zaak – of een gedeelte ervan – dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. 7. gebruik maken: als bedoeld in artikel 15.33 Wet Milieubeheer. Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel;
Zaaknummer 2024-021879
3
Agendapunt:
b. ingeval gebruik wordt gemaakt van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; c. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; d. ingeval het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. Voor het periodiek inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bedraagt: 1.1. De belasting per perceel per belastingjaar € 235,92. 1.2. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon, bedraagt de belasting in afwijking van het eerste lid per perceel per belastingjaar € 142,20. 2.
Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 bedraagt het tarief voor het aanbieden van de navolgende afvalstoffen op de milieustraat: 2.1. Textiel ‘vochtig’ en/of ‘vervuild’ € 5,00 per eenheid van 0,25 m³ 2.2. Harde kunststoffen € 5,00 per eenheid van 0,25 m³ 2.3. Vloerbedekking € 5,00 per eenheid van 0,25m³ 2.4. Matras, ‘droog’ € 15,00 per stuk 2.5. Matras t/m 120 cm breed ‘vochtig’ € 20,00 per stuk 2.6. Matras > 120 cm breed, ‘vochtig’ € 25,00 per stuk 2.7. Autobanden zonder velg € 5,00 per stuk 2.8. Autoband met velg € 10,00 per stuk 2.9. Restafval / grof huishoudelijk afval € 12,50 per eenheid van 0,25m³ 2.10. Restafval, per 60 liter zak € 3,00 per zak
3. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 wordt geen belasting geheven voor het gescheiden aanbieden op de milieustraat van; 3.1 asbest 3.2 papier/karton 3.3 bruin/wit goed 3.4 textiel dat schoon en droog is aangeboden 3.5 metalen 3.6 klein chemisch afval 3.7 EPS (piepschuim van verpakkingsmateriaal) 4. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4 lid 2 onderdeel 2.9 wordt voor de berekening van het tarief een gedeelte van een eenheid als één volle eenheid aangemerkt.
Zaaknummer 2024-021879
4
Agendapunt:
5. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 bedraagt de tarief voor het op afroep aan huis inzamelen van niet-herbruikbaar grof huishoudelijk afval voor een hoeveelheid van ten hoogste 1 m³, per perceel € 51,40. Dit tarief wordt vermeerderd met de stortingskosten van € 12,50 per 0,25 m³. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
Artikel 6 Wijze van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2 en artikel 4, lid 4 wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting, als bedoeld in artikel 4, lid 1 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht als bedoeld in artikel 4, lid 1, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.
Het tweede lid en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2 en artikel 4, lid 4 is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag betaald worden in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6, lid 2 op het moment van het doen van de kennisgeving.
Zaaknummer 2024-021879
5
Agendapunt:
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel 10 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening afvalstoffenheffing 2024" van 7 november 2023 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2025. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2025". Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 10 december 2024.
de raadsgriffier,
de voorzitter,
Frits Harteveld
Mark van Stappershoef
Zaaknummer 2024-021879
6