06 Bijlage 2 - ontwerpbestemmingsplan.pdf
Tekst van het document
1. het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten aan te bieden, gebruik makend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. 2. onder standplaats wordt niet verstaan: a. vaste plaatsen op jaarmarkten of markten bedoeld in artikel 160, eerste lid onder h, van de Gemeentewet; b. vaste plaatsen op evenementen als bedoeld in artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening Goirle 2021. 1.62
straatmeubilair:
de op of bij de weg behorende bouwwerken, zoals verkeerstekens, wegafbakeningen, bewegwijzeringen, verlichting, halteaanduidingen, parkeerregulerende constructies, (ondergrondse) afvalcontainers, brandkranen, informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaarden, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's, staketsel, verzamelplekken afval en andere hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.63
uitvoeren:
het uitvoeren, doen uitvoeren en laten uitvoeren.
Bakertand Pagina 10 van 54
1.64
verharden van wegen:
het aanbrengen van een dichte deklaag in de vorm van bijvoorbeeld klinkers, asfalt of beton. 1.65
vloeroppervlak:
de totale oppervlakte, buitenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grondlaag, de verdiepingen, de zolder en de aangebouwde bijgebouwen. 1.66
vlonder:
bouwwerk, geen gebouw zijnde, op land en eventueel deels boven een oppervlaktewaterlichaam, bestaande uit een vloer en bedoeld als terras en/of andere doeleinden zoals het aanleggen van een of meerdere vaartuigen. 1.67
voorgevel:
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie, dan wel gelet op de uitstraling ervan, als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.68
voorgevelrooilijn:
a. langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg. 1.69
Wabo:
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.70
water en waterhuishoudkundige voorzieningen:
al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, water afvoer, (compenserende) waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.71
wet/wettelijke regelingen:
indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van vaststelling van het plan, tenzij anders bepaald. 1.72
wijziging:
wijziging als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub a, van de Wet ruimtelijke ordening. 1.73
woning:
een (gedeelte van een) gebouw, dat bestaat uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden:
Bakertand Pagina 11 van 54
a. vrijstaande woning: een woning waarvan het hoofdgebouw vrijstaand gebouwd is en geen onderdeel uitmaakt van een blok twee of meer aaneen gebouwde of gestapelde woningen, waaronder inbegrepen een vrijstaand geschakelde woning middels bijgebouw, carport of berging; b. twee-aaneengebouwde woning: een woning, die deel uitmaakt van een blok van maximaal twee aaneen gebouwde woningen, waarvan de hoofdgebouwen aan elkaar gekoppeld zijn, waaronder inbegrepen geschakelde twee-aaneengebouwde woningen middels bijgebouw; c. aaneengebouwde woning: een woning, die deel uitmaakt van een blok van meer dan twee aaneen gebouwde woningen, inclusief de van dit blok deel uitmakende eind- of hoekwoningen; d. gestapelde woning: een appartement binnen een gebouw, dat als gebouw de verschijningsvorm heeft van een eenheid, maar dient voor de huisvesting van meerdere huishoudens in afzonderlijke woonruimten, eventueel op afzonderlijke bouwlagen; e. patiowoning: een woning met een geheel omsloten binnenplaats of binnentuin, gevormd door de gevel van belendende dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige bebouwing. 1.74
zendmast:
inrichting voor draadloze transmissie van telecommunicatie of andere signalen.
Bakertand Pagina 12 van 54
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Meetregels
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 1. afstand van een bouwwerk tot de zijdelingse grens van het bouwperceel: tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en enig punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2. dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3. goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 4. bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. 5. horizontale diepte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel. 6. inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de beganegrondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 7. oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 8. verticale diepte van een bouwwerk: van het peil tot het laagste punt van het bouwwerk, fundering niet meegerekend. 9.
lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de buitenste verticale projecties van bouwdelen en/of harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven peil. 10. peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw.
Bakertand Pagina 13 van 54
2.2
Ondergeschikte bouwdelen
Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt.
Bakertand Pagina 14 van 54
Hoofdstuk 2
Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden
Bestemmingsomschrijving
De voor ‘Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarische doeleinden, in de vorm van agrarische bodemexploitatie met bijbehorende voorzieningen; b. behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden, landschappelijke en hydrologische waarden; c. behoud, herstel en ontwikkeling van de waterberging en het waterbergend vermogen van de gronden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. extensief recreatief medegebruik en voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit; f. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; g. bouwwerken van algemeen nut. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemeen
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 3.1 omschreven doeleinden met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. bestaande bebouwing. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen, kuilvoerplaten en sleufsilo's zijn niet toegestaan; c. ondergronds bouwen is niet toegestaan, met uitzondering van bouwwerken ten behoeve van water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in elk geval gerekend: a. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; b. het opgeslagen hebben en/of houden van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming; c. het opgeslagen hebben en/of houden van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/of handhaving van de bestemming;
Bakertand Pagina 15 van 54
d. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1
Verbod
Het is verboden op en in de in lid 3.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren te doen of te laten uitvoeren, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning: a. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,40 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; b. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,40 m onder maaiveld; c. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; d. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; e. het verwijderen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; f. het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; g. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, voor zover groter dan 100 m2 per perceel; 3.4.2
Uitzondering
Geen omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 3.4.1 is vereist voor: a. werken of werkzaamheden behorende bij het normale onderhoud, gebruik en beheer; b. werken of werkzaamheden die op het moment van inwerkingtreding van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende of aangevraagde vergunning. 3.4.3
Voorwaarden
Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning als bedoeld in sublid 3.4.1 alleen indien door de in sublid 3.4.1 genoemde werken of werkzaamheden, de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig wordt aangetast of kan worden aangetast, tenzij hieraan door het stellen van voorwaarden voldoende tegemoet kan worden gekomen. 3.5
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in: a. de bestemming 'Natuur' ten behoeve van behoud en/of ontwikkeling van natuur en/of water, met dien verstande dat de wijziging uitsluitend plaats kan vinden ten behoeve van de realisatie van vastgesteld natuur- en landschapsbeleid, een ecologische verbindingszone, het landschappelijk raamwerk, natuur- en/of landschapscompensatie, beekherstel, waterberging en/of waterzuivering; b. de bestemming 'Verkeer' ten behoeve van voet- en fietspaden.
Bakertand Pagina 16 van 54
Artikel 4 4.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een slagerij; b. business to business activiteiten van bedrijven behorende tot maximaal milieucategorie 1 zoals opgenomen in Bijlage 1; c. een winkel met producten van een boerderij plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 4.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. het bebouwingspercentage binnen het bouwvlak mag 100% bedragen; c. de goothoogte en bouwhoogte van gebouwen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 6 m en 11 m. 4.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 2 m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 15 m bedragen;
Bakertand Pagina 17 van 54
Artikel 5
Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Functie
De voor ´Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een bedrijf behorende tot maximaal milieucategorie 2 zoals opgenomen in Bijlage 1 bij deze regels ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-tankstation' en de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-garagebedrijf'; b. een verkooppunt motorbrandstoffen in de vorm van vloeibare brandstoffen, gecomprimeerd aardgas en elektra, met uitzondering van LPG ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-tankstation'; c. een autowasplaats ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-autowasplaats'; d. een garagebedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-garagebedrijf'; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. bouwwerken van algemeen nut; 5.1.2
Bijbehorende voorzieningen
De voor ´Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen´ aangewezen gronden zijn tevens bestemd voor: a. detailhandel in de vorm van een kiosk/serviceshop, met een maximale verkoopvloeroppervlakte van 150 m2; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. parkeer-, stallings- en verkeersvoorzieningen; d. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; e. tuinen en erven; f. objecten voor beeldende kunst; g. voor zover deze behoren bij en ondergeschikt zijn aan één van de onder 5.1.1 genoemde functies. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. 5.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. de gebouwen, met uitzondering van bouwwerken van algemeen nut, dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. in afwijking van het bepaalde onder a. mogen ondergeschikte delen van een bouwwerk, voor zover gelegen binnen het bestemmingsvlak, het bouwvlak overschrijden; c. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan het met de maatvoeringsaanduiding aangegeven maximum. 5.2.3
Bouwwerken van algemeen nut
Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale hoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 m; c. de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m2.
Bakertand Pagina 18 van 54
5.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 3 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen in het onbebouwd erf niet meer dan 2 m mag bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 15 m bedragen; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-luifel' mag uitsluitend een luifel met een maximale hoogte van 6 m worden opgericht. 5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de sociale veiligheid; 4. de brandveiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 5.4
Afwijken van de bouwregels
5.4.1
Binnenplans afwijken
Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van de voorwaarden in 5.4.2, een omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 5.2.4 voor de hoogte van erfafscheidingen in het onbebouwd erf, zulks tot een hoogte van maximaal 3m; b. het bepaalde in 5.2.4 voor de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zulks tot een hoogte van maximaal 30 m binnen het bouwvlak en in het erf en tot een hoogte van maximaal 10 m in het onbebouwd erf. 5.4.2
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning voor het binnenplans afwijken van de bouwregels kan slechts worden verleend indien: a. dit vanuit het oogpunt van de bedrijfsvoering, de bedrijfspresentatie, de constructie of verschijning van het gebouw of de aard van het bedrijf noodzakelijk is; b. de bebouwingskarakteristiek van de straat niet onevenredig wordt geschaad; c. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden beperkt; d. de brandveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; e. de milieusituatie niet onevenredig wordt aangetast; f. de sociale veiligheid niet onevenredig wordt aangetast; g. de verkeersveiligheid niet onevenredig wordt aangetast; h. de ruimtelijke inpasbaarheid is aangetoond. 5.5
Specifieke gebruiksregels
5.5.1
Strijdig gebruik
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in elk geval gerekend: Bakertand Pagina 19 van 54
a. het gebruik van gronden en bouwwerken, anders dan genoemd in 5.1; b. het gebruik van gronden en bouwwerken voor bewoning; c. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel, anders dan volgens het bepaalde in 5.1.2 sub a; d. het storten van puin en afvalstoffen, anders dan ter realisering en/ofhandhaving van de bestemming; e. opslag van gerede of ongerede goederen, zoals vaten, kisten bouwmaterialen, werktuigen, machines en onderdelen hiervan, anders dan ter realisering en/ofhandhaving van de bestemming; f. opslag van gebruiksklare of onklare voer- en vaartuigen of onderdelen daarvan, anders dan ter realisering en/ofhandhaving van de bestemming; g. het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.
Bakertand Pagina 20 van 54
Artikel 6 6.1
Groen - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h.
plantsoenen, groenstroken en andere groenvoorzieningen; wegen, straten, pleinen en paden en parkeervoorzieningen; in-, uitritten, voet- en rijwielpaden; sport- en speelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit; nutsvoorzieningen; bermen en bermsloten; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; waterbergings- en inundatiegebied, ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone reserveringsgebied waterberging'; i. een geluidwerende voorziening, ter plaatse van de functieaanduiding 'geluidwal'; j. hondenuitlaatplaatsen en hondentoiletten; k. vlonders, vijvers, steigers, (voetgangers)bruggen, straatmeubilair; l. bouwwerken van algemeen nut; m. ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen, (hoofd)riolering en dergelijke; n. extensief recreatief medegebruik; o. voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens. 6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 6.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan onder bebouwd oppervlak, tot een verticale diepte van maximaal 5 m. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 6.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 m bedragen; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 m bedragen; a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', mag niet meer dan 14 m bedragen; b. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitlatingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 m bedragen; c. de bouwhoogte van antenne-, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m bedragen; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 6.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; Bakertand Pagina 21 van 54
5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
Bakertand Pagina 22 van 54
Artikel 7 7.1
Groen - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
plantsoenen, groenstroken en andere groenvoorzieningen; in-, uitritten, voet- en rijwielpaden; sport- en speelvoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit; nutsvoorzieningen; bermen en bermsloten; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; hondenuitlaatplaatsen en hondentoiletten; vlonders, vijvers, steigers, (voetgangers)bruggen, straatmeubilair; bouwwerken van algemeen nut; ondergrondse voorzieningen zoals bergbezinkbassins, drinkwatervoorzieningen, (hoofd)riolering en dergelijke; k. extensief recreatief medegebruik; l. voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Algemeen
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 7.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: bouwwerken, geen gebouwen zijnde 7.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 7.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen; c. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitlatingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen; d. de bouwhoogte van antenne-, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 meter bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 meter bedragen. 7.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik ten behoeve van voorzieningen van verkeer en parkeren (waaronder in- en uitritten), met uitzondering van de in lid 7.1 wel toegestane voorzieningen voor langzaam verkeer (in-, uitritten, voet- en rijwielpaden). 7.4
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3 voor het aanleggen van voorzieningen voor verkeer en parkeren (waaronder in- en uitritten), met dien verstande dat: a. het stedenbouwkundig beeld niet in onevenredige mate wordt geschaad; b. de aanleg van de voorzieningen voor verkeer en parkeren geen zodanige invloed op de aanwezige groenstructuur mag hebben, dat deze groenstructuur daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden daardoor onevenredige schade wordt toegebracht en de gebruiksmogelijkheden ervan in overwegende mate worden beperkt;
Bakertand Pagina 23 van 54
c. er rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig wordt beperkt. 7.5
Nadere eisen
Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
Bakertand Pagina 24 van 54
Artikel 8 8.1
Maatschappelijk
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
maatschappelijke voorzieningen; kinderopvang en peuterspeelzaal; gestapelde woningen op de eerste, tweede en/of derde bouwlaag; parkeer-, speel-, groen- en nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit; water en waterhuishoudkundige voorzieningen.
8.2
Bouwregels
8.2.1
Algemeen
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 8.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van bovengrondse bebouwing, tot een verticale diepte van maximaal 5 m; c. het aantal gestapelde woningen mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is weergegeven. 8.2.2
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden naast het bepaalde in lid 8.2.1 de volgende regels: a. het bestemmingsvlak mag volledig worden bebouwd; b. de maximale bouwhoogte bedraagt niet meer dan op de verbeelding is aangegeven; c. het maximaal aantal bouwlagen bedraagt niet meer dan 4, met dien verstande dat ten behoeve van een woonfunctie maximaal 3 bouwlagen zijn toegestaan. 8.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 8.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór (het verlengde van) de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte van antenne-, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 meter bedragen; c. de bouwhoogte van speeltoestellen mag niet meer dan 5 meter bedragen; d. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; e. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen. 8.2.4
Voorwaardelijke verplichting akoestiek
Het in gebruik nemen van een geluidgevoelige functie is alleen toegestaan onder de voorwaardelijke verplichting dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in het besluit hogere grenswaarden zoals opgenomen in Bijlage X bij deze regels.
Bakertand Pagina 25 van 54
8.3
Afwijken van de bouwregels
8.3.1
Erf- en terreinafscheidingen
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.3 onder a, voor het toestaan van erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 2 m vóór de naar de weg gekeerde gevel, mits: a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is uit oogpunt van een veilige verkeerssituatie.
Bakertand Pagina 26 van 54
Artikel 9 9.1
Natuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
behoud, herstel en ontwikkeling van de landschaps- en natuurwaarden; ecologische verbindingszones en voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit; behoud, herstel en/of ontwikkeling van (on- of halfverharde) paden en wegen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; waterbergings- en inundatiegebied, ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone reserveringsgebied waterberging'; f. vlonders, steigers, (voetgangers)bruggen, straatmeubilair; g. voorzieningen voor duurzame energie; h. extensief recreatief medegebruik; i. voet- en rijwielpaden; j. een kunstwerk ten behoeve van fietsverbinding; k. een geluidwerende voorziening, ter plaatse van de functieaanduiding 'geluidwal'; l. bijbehorende voorzieningen waaronder erfafscheidingen, al dan niet in de vorm van beplanting. 9.2
Bouwregels
9.2.1
Algemeen
Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 9.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: bouwwerken, geen gebouwen zijnde 9.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 9.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'geluidwal', mag niet meer dan 14 m bedragen; b. de bouwhoogte van een kunstwerk ten behoeve van fietsverbinding mag niet meer dan 14 m bedragen; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 2 m bedragen. 9.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.2 onder b voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met dien verstande dat: a. de (bouw)hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de oppervlakte mag per bouwwerk, geen gebouw zijnde, niet meer bedragen dan 10 m2; c. de omgevingsvergunning kan uitsluitend worden verleend indien het bouwwerk noodzakelijk is uit het oogpunt van doelmatig beheer en onderhoud. 9.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 9.4.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 9.1 bedoelde gronden het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het vellen van bos; b. het vergraven, afgraven en egaliseren van gronden;
Bakertand Pagina 27 van 54
c. het aanbrengen van ondergrondse leidingen en daarmee verband houdende constructies; d. het aanleggen en verbreden van wegen, paden, parkeervoorzieningen of oppervlakteverhardingen; e. het verharden van onverharde of halfverharde paden of het halfverharden van onverharde paden. 9.4.2
Voorwaarden
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 mag alleen worden verleend indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen geen blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan het behoud van de natuur en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 9.4.3
Uitzonderingen
Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 9.4.1 is niet vereist voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen dan wel gericht zijn op realisering van de doeleinden van de bestemming; b. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
Bakertand Pagina 28 van 54
Artikel 10 10.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
wegen, straten, pleinen en paden; speel-, groen- en nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit; markten en standplaatsen ambulante handel; evenementen, met inachtneming van artikel 10.4.1; parkeervoorzieningen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer; f. rijwielstalvoorzieningen; g. in-, uitritten, voet- en rijwielpaden; h. bermen en bermsloten; i. een faunapassage; j. voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; l. geluidwerende voorzieningen; m. straatmeubilair. 10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 10.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; b. met uitzondering van gebouwen en/of bouwwerken ten behoeve van de opslag en/of inrichting van verkoop- of tappunten voor motorbrandstoffen, daaronder begrepen LPG; c. ondergronds bouwen is slechts toegestaan onder bebouwd oppervlak, tot een verticale diepte van maximaal 5 meter, met uitzondering van ondergrondse voorzieningen voor het inzamelen van afval. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden naast het bepaalde in lid 10.2.1 de volgende regels: a. b. c. d.
de bouwhoogte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 6 m bedragen; de oppervlakte per rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 40 m2 bedragen; de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 m bedragen; de oppervlakte per nutsvoorziening mag niet meer dan 20 m2 bedragen.
10.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 10.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 m bedragen; b. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 m bedragen; c. bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 meter bedragen; d. bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 m bedragen. 10.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: Bakertand Pagina 29 van 54
a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 10.4
Specifieke gebruiksregels
10.4.1 Evenementen Tot een gebruik strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder c, van de Wabo wordt in ieder geval het gebruik van gronden en bouwwerken voor evenementen gerekend, tenzij: a. er bij de evenementen geen versterkte muziek ten gehore wordt gebracht of indien uit onderzoek blijkt dat het ten gehore brengen van versterkte muziek geen onevenredig nadelige effecten op de omgeving heeft; b. het bepaalde in de 'Evenementenbeleidsnota' in acht is genomen. 10.4.2 Opslag, tap of verkoop van motorbrandstoffenof LPG Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden voor de inrichting van opslag-, tap- of verkooppunten voor motorbrandstoffen of LPG.
Bakertand Pagina 30 van 54
Artikel 11
11.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige doeleinden (waaronder waterlopen) alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen; b. daarbij behorende waterbouwkundige kunstwerken, zoals oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en stuwen; c. ecologische waarden; d. schouwpaden en groenvoorzieningen. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op de gronden zoals bedoeld in lid 11.1 mogen uitsluitend waterbouwkundige kunstwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, zoals oeverbeschoeiingen, duikers, bruggen en stuwen, voorzover deze bouwwerken ter plaatse noodzakelijk zijn in het kader van de waterbeheersing of voor verkeersdoeleinden, waaronder de ontsluiting van percelen. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt naast het bepaalde in lid 11.2.1 dat de bouwhoogte van deze bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer dan 1,2 meter mag bedragen. 11.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van; 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen.
Bakertand Pagina 31 van 54
Artikel 12 12.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
12.1.1 Functie De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. bijbehorende en ondergeschikte tuinen en erven; c. bijbehorende en ondergeschikte verharde en onverharde paden, wegen en parkeervoorzieningen; d. bijbehorende en ondergeschikte groenvoorzieningen; e. bijbehorende en ondergeschikte speelvoorzieningen; f. ter plaatse van de functieaanduiding 'opslag', twee loodsen; g. ter plaatse van de functieaanduiding 'paardenhouderij', een bestaande paardenhouderij; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. bouwwerken van algemeen nut; met dien verstande dat: j.
de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen tevens mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning en/of bijgebouwen tot een oppervlakte van maximaal 60 m2, mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; k. de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen tevens mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning en/of de bijgebouwen, tot een oppervlakte van maximaal 60 m2, mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf; l. aangebouwde bijgebouwen mogen worden gebruikt ten behoeve van de woonfunctie. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen Voor het bouwen gelden in het algemeen de volgende regels: a. bestaande bebouwing, welke krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk is opgericht en in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar afwijkend van één of meer bebouwingsregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. Hieronder wordt tevens vergunde bebouwing verstaan, die nog moet worden opgericht. b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bebouwing uitgesloten' mag niet worden gebouwd. 12.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
per bouwvlak is bebouwing ten behoeve van niet meer dan één woning toegestaan; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 m; de inhoud mag, inclusief aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen, niet meer bedragen dan 600 m3. Uitgezonderd hiervan zijn boerderijen met geïntegreerde bedrijfsruimte. Bij dergelijke boerderijen mag de inhoud gelijk zijn aan het bestaande bouwvolume van de boerderij, mits deze zijn oorspronkelijke karakter behoudt.
12.2.3 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een woning Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen gelden de volgende regels: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen
Bakertand Pagina 32 van 54
het bestemmingsvlak; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij woningen dienen op een afstand van tenminste 2 m achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; c. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; d. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 6 m; e. de afstand van vrijstaande bijgebouwen tot de woning mag niet meer bedragen dan 20 m; f. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen bij een woning mag niet meer bedragen dan 1. 75 m² op bouwpercelen, kleiner dan 1000 m²; 2. 150 m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 1000 m², doch kleiner dan 5000 m²; 3. 200 m² op bouwpercelen, groter dan of gelijk aan 5000 m², tenzij door middel van de maatvoeringsaanduiding 'maximum oppervlakte' een ander maximum is aangegeven. g. bij de oppervlaktes als bedoeld onder f geldt dat de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen ter plaatse van de functieaanduidingen 'opslag' en 'paardenhouderij' die reeds aanwezig zijn op het moment van vaststelling van voorliggend bestemmingsplan niet worden meegerekend en dat tevens de bestaande oppervlakte na sloop herbouwd mag worden. 12.2.4 Bouwwerken van algemeen nut Voor het bouwen van bouwwerken van algemeen nut gelden de volgende regels: a. bouwwerken van algemeen nut mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht; b. de maximale bouwhoogte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 3,5 m; c.
de maximale oppervlakte van bouwwerken van algemeen nut bedraagt 50 m². 12.2.5 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. op of in deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden opgericht ten behoeve van de op grond van 12.1.1 toegelaten functies; b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 m, met dien verstande dat de hoogte vóór (het verlengde van) de voorgevelrooilijn niet meer mag bedragen dan 1 m; c. erf- en terreinafscheidingen met het openbaar gebied dienen te bestaan uit heggen of struiken, met dien verstande dat erf- en terreinafscheidingen achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn tevens mogen bestaan uit hekwerken met een sluitende klimplant; d. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m; e. op of in deze gronden mogen rijbakken voor paarden worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte van de desbetreffende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer mag bedragen dan 2 m, met uitzondering van lichtmasten, waarvan de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 8 m, en; 2. de inwendige oppervlakte van een rijbak niet meer mag bedragen dan 800 m2 en de buitenwerkse oppervlakte niet meer mag bedragen dan 875 m2.
12.2.6 Ondergronds bouwen Op de gronden binnen deze bestemming mag ondergronds worden gebouwd, met dien verstande dat: a. op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen zijn of gelijktijdig worden gebouwd, eveneens ondergronds mag worden gebouwd, en daarnaast direct aansluitend in- en uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken mogen worden gebouwd en b. de verticale diepte niet meer mag bedragen dan 3,5 m. 12.2.7 Voorwaardelijke verplichting akoestiek Het in gebruik nemen van een geluidgevoelige functie is alleen toegestaan onder de voorwaardelijke verplichting dat wordt voldaan aan de eisen zoals gesteld in het besluit hogere grenswaarden zoals opgenomen in Bijlage X bij deze regels.
Bakertand Pagina 33 van 54
12.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan omgevingsvergunning verlenen voor het binnenplans afwijken van: a. het bepaalde in 12.2.2 ten behoeve van het bouwen van een woning met een hogere goothoogte, zulks tot een hoogte van maximaal 8 m; b. het bepaalde in 12.2.2 ten behoeve van het bouwen van een woning met een grotere inhoud dan 600 m³, zulks tot een inhoud van maximaal 750 m³ voor niet vrijstaande woningen en van maximaal 900 m³ voor vrijstaande woningen; c. het bepaalde in 12.2.3 voor het bouwen van een bijgebouw op een afstand van meer dan 20 m van de woning of het bouwen van een aan- of uitbouw of een bijgebouw op een afstand van minder dan 2 m achter (het verlengde van) de voorgevelrooilijn van de woning, mits dit noodzakelijk is in verband met een doelmatige inrichting van het perceel; d. het bepaalde in 12.2.5 voor het bouwen van terreinafscheidingen met een hoogte van maximaal 3 m, mits die niet gesitueerd zijn voor (het verlengde van) de voorgevelrooilijn van de woning en het stedenbouwkundig en landschappelijk beeld en de verkeersveiligheid niet onevenredig worden aangetast. 12.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
12.4.1 Sloopverbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning gebouwen of bouwwerken met de functieaanduiding 'cultuurhistorie' geheel of gedeeltelijk te slopen. 12.4.2 Uitzonderingen sloopverbod Het in lid 12.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden die betrekking hebben op: a. werken en werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; b. werken en werkzaamheden binnen het op de bestemming gericht normale onderhoud en beheer dan wel welke gericht zijn op versterking van de cultuurhistorische waarde van het pand; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk. 12.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals bedoeld in 12.4.1 zijn slechts toelaatbaar indien de vergroting of verandering geen afbreuk doet aan de cultuurhistorische waarde van het gebouw of bouwwerk. 12.5
Specifieke gebruiksregels
12.5.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor (het verlengde van) de naar de weg gekeerde bouwgrens voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit.
Bakertand Pagina 34 van 54