06 Bijlage 2 Ontwerpbestemmingsplan Hoogstraat.pdf
Tekst van het document
G E ME E N T E G O IR L E
B E ST E M MI N G S PL A N H O O G ST R A A T
GEMEENTE BESTEMMINGSPLANNUMMER SCHAAL VAN DE VERBEELDING STATUS PLAN DATUM TER VISIE LEGGING ONTWERP DATUM VASTSTELLING DATUM UITSPRAAK ABRS DATUM INWERKINGTREDING DATUM ONHERROEPELIJKHEID NAAM EN ADRES OPSTELLER
: GOIRLE : NL.IMRO.0785.BP2023HOOGSTRAAT-OW01 : 1:1000 : ONTWERP : : : : : : ORDITO, NIEUWSTRAAT 87 5126 CC GILZE
PLANTOELICHTING
2
INHOUDSOPGAVE PLANTOELICHTING 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Inleiding Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
5 6 6 7 7
2. 2.1. 2.2. 2.3.
Beschrijving plangebied Historische ontwikkeling Ruimtelijke en functionele structuur Technische infrastructuur
8 10 13
3. 3.1. 3.2. 3.3.
Ruimtelijk beleidskader Rijk Provincie Gemeente
14 17 23
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.
Thematische beleidskaders Stedenbouwkundige uitgangspunten Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Volkshuisvesting Groen Verkeer en parkeren Duurzaamheid
29 29 32 34 35 36
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8.
Milieuaspecten Milieuhinder en bedrijven Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpad Geluid Lucht Geur Bodem Natuur
38 40 44 45 46 48 49 50
6. 6.1. 6.2.
Water Beleid Huidige en toekomstige situatie
55 60
7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4.
Opzet planregels Plansystematiek Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels
63 63 63 65 3
7.5.
Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel
66
8. 8.1. 8.2.
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
67 67
Bijlagen 1. Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan 2. Verslag overleg Besluit ruimtelijke ordening 3. Toelichting Staat van bedrijfsactiviteiten 4. Standaardadvies groepsrisico 5. Akoestisch onderzoek verkeerslawaai 6. Verkennend bodemonderzoek 7. Flora en fauna onderzoek 8. Stikstofberekening
4
HOOFDSTUK 1. INLEIDING 1.1.
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan De aanleiding voor het opstellen van een bestemmingsplan is het voornemen om de bestemming ‘Detailhandel’ op het perceel Hoogstraat 62 in Goirle te wijzigen in een woonbestemming. Aan de Hoogstraat in Goirle is op huisnummer 62 een woning met daaraan geschakeld een winkelruimte. Op het perceel zijn aan de achterzijde verschillende opstallen gelegen die grenzen aan het Scheerdershofje. De bestaande opstallen op de achterzijde van het perceel zullen gesloopt worden en plaats maken voor een viertal nieuwbouwwoningen. Daarnaast worden in de bestaande bedrijfswoning aan de Hoogstraat 62 nog een tweetal appartementen gerealiseerd waarbij de bedrijfswoning komt te vervallen. Voor het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Wildackers – Abcoven’ (vastgesteld op 4 maart 2008). Het plangebied heeft de bestemming ‘Detailhandel’. Wonen is toegestaan binnen deze bestemming (al dan niet in verband met de winkel). Per bouwvlak met de aanduiding (w) is ten hoogste één woning toegestaan, tenzij het op de plankaart geplaatst cijfer achter de aanduiding (w) anders aangeeft. Woningen zijn daarbij uitsluitend in het hoofdgebouw toegestaan. De inhoud van een woning mag niet meer dan 500 m³ bedragen. De goothoogte en de bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan op de plankaart door middel van één aanduiding is aangegeven.
In dit geval respectievelijk 6 en 9 meter. Het plangebied heeft deze aanduiding (w). Maar er mag slechts één woning binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. De realisatie van vijf extra woningen ter plaatse is derhalve in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle heeft op 30 september 2021 schriftelijk aangegeven medewerking te verlenen aan een wijziging van de bestemming ‘Detailhandel’ naar ‘Wonen’. Ook heeft de gemeente besloten een positieve grondhouding te nemen ten aanzien van de realisatie van maximaal 4 nieuwe woningen aan het Scheerdershofje onder de volgende voorwaarden: •
De woningen mogen maximaal in de prijscategorie middeldure koop worden gerealiseerd;
•
Aangetoond moet worden dat het parkeren kan worden opgelost, waarbij op eigen terrein voldaan wordt aan de parkeerbehoefte van het nieuwe initiatief én ook de bestaande langsparkeerplaatsen worden teruggebracht; 5
•
De kosten van de herinrichting van de openbare ruimte worden vergoed aan de gemeente;
•
Er voorafgaand aan de procedure nog een omgevingsdialoog wordt gevoerd.
Om het planvoornemen te realiseren, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Middels dit bestemmingsplan wordt het planvoornemen juridisch planologisch mogelijk gemaakt. 1.2.
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt aan Hoogstraat 62 te Goirle. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Goirle, sectie B, nummers 7062 en 7063 en kent een oppervlakte van 665 m². Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de weg Scheerdershofje. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de achtertuin van de woningen van Scheerdershofje met nummer 14 en 15. De zuidzijde van het plangebied grenst aan het aaneengesloten bouwvolumes van de Hoogstraat. Aan de oostzijde grenst het plangebied gedeeltelijk aan de Hoogstraat.
Afbeelding 1 Ligging plangebied
1.3.
Vigerend bestemmingsplan Op basis van het vigerend bestemmingsplan ‘Wildackers – Abcoven’ kent het perceel de bestemming ‘Detailhandel’ met een maximale goot- en bouwhoogte van 6 en 9 meter en een maximale dakhelling van 30 graden. Wonen is toegestaan binnen deze bestemming (al dan niet in verband met de winkel), maar uitsluitend ter plaatse van de gronden met de aanduiding (w) en daarbij behorende bijgebouwen. Het 6
plangebied heeft deze aanduiding niet. Het planvoornemen is daarmee in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Tot het moment waarop het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, gelden binnen het plangebied de volgende plannen: (Bestemmings)plan
Vastgesteld
Bestemmingsplan Wildackers-Abcoven
04-03-2008
Parapluplan gemeente Goirle
12-03-2019
In 2019 is door de gemeente een parapluplan opgesteld. Een parapluplan biedt de mogelijkheid om bestemmingsplannen binnen de gemeente in één keer te herzien voor één of meerdere onderwerpen. Het parapluplan van de gemeente Goirle geeft extra regels over onder andere terrassen, evenementen, parkeren en ruimte tussen bouwwerken. Een paar onderwerpen hebben betrekking op het planvoornemen. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 3.3 Gemeentelijke beleid. 1.4.
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoudt en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.
1.5.
Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijke beleidskader van het rijk, de provincie en de gemeente. Het thematische beleidskader komt aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 7 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
7
HOOFDSTUK 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze situatie door middel van een beschrijving van de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur. 2.1
Historische ontwikkeling De oorsprong De naam Goirle is samengesteld uit de woorden ‘goer’ (goir) en ‘loo’. Het eerste betekent moeras of drassige grond, het tweede bos of open plek in het bos. Als plaatsnaam wordt Goirle voor het eerst genoemd in een charter uit 1298, waarin sprake is van de Ludensvoirt te Goirle. Voorts wordt de naam aan de Leij en in een charter van 1311 betreffende het goed Ter Loo op Abcoven aan de Leij en in een charter van 1315 als het goed Ter Venne genoemd wordt. Opgravingen die zijn gedaan bij de afbraak van de oude parochiekerk in 1896, toonden de aanwezigheid aan van een kerkje in de 12e eeuw. In die tijd maakte het kleine kerkdorpje deel uit van de heerlijkheid Tilburg. Reeds in 1795 bestonden er plannen om Goirle van Tilburg te scheiden, maar hiertegen werd door beide plaatsen geprotesteerd. Pas in 1803 werd Goirle een zelfstandige gemeente.
Afbeelding 2 Kaart van de gemeente Goirle uit 1866 (Atlas van J. Kuiper)
18e eeuw: ontwikkeling vanuit de Grootte Akkers richting de Leij De gemeente Goirle heeft een oppervlakte van ruim 2544 ha en wordt begrensd door de gemeenten Alphen, Tilburg, Hilvarenbeek en Poppel. Zeer bepalend voor de ontwikkeling en vorming van het gebied waren de verschillende waterlopen. Vanaf de tijd dat Goirle nog deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, tot aan de totstandkoming van de rijksweg Tilburg-Turnhout in 1853, zou er weinig veranderen 8
in het straten- en wegenplan van het dorp. De waarschijnlijk oudste bebouwing is aangetroffen in het gebied van de vrij hoog gelegen Grootte Akkers. Door de verschuiving in de richting van de Leij ontstaan de wijken of herdgangen Abcoven en Kerk, en ten westen van de Grootte Akkes de herdgangen Dorp en Ven. In 1753 telde het dorp 132 woningen ‘daaronder begrepen kleijne hutten en keten’ en maar een paar ‘stadsgewijze getimmerde huijzen’. Met de aanleg van de rijksweg Tilburg-Turnhout verbeterde de infrastructuur in het dorp. 19e eeuw: groei van Goirle begint Als na 1850 de bevolking van Goirle flink begint te groeien, wordt voornamelijk gebouwd langs de oude kerkwegen en langs de nieuw aangelegde Tilburgseweg. Vooral het aantal arbeiderswoningen nam sterk toe. De voornaamste initiatiefnemers tot de bouw waren de fabrikanten en de landbouwers. Op het einde van de 19e eeuw is ook begonnen met de bouw van woningen langs bestaande akkerwegen, zoals de Molenstraat (achter de heuf), Groeneweg en Koude Pad. 20e eeuw: planmatige woningbouw Aan de woningbouw werd een nieuwe impuls gegeven door de Woningwet, die in 1901 tot stand kwam en waardoor het mogelijk werd om met rijkssteun woningen te bouwen en de volkshuisvesting te verbeteren. Dit resulteerde onder andere in de Kalverstraat, om de arbeiders dicht bij de fabriek te kunnen huisvesten, de Hoogstraat en de St. Jansstraat.
In die periode vindt ook het Oranjeplein haar oorsprong. Het werd aangelegd als groot kermisterrein, met de verwachting dat het centrum van Goirle zich daar zou ontwikkelen. De grote maat van het plein is te verklaren doordat er ruimte werd gemaakt voor een parochiekerk die op de plaats van het huidige groene deel zou komen. Rondom is planmatig woningbouw gerealiseerd. Tot in het midden van de 20e eeuw is het dorp binnen de grenzen van het huidige centrumgebied gebleven.
9
Afbeelding 3 Kaart van de gemeente Goirle uit begin 20 e eeuw
20e eeuw: grote groei rondom het centrumgebied en herstructurering Na de Tweede Wereldoorlog heeft Goirle grote groei gekend. Met de uitvoering van de bestemmingsplannen begon de groei van Goirle. Achtereenvolgens kwamen tot stand de woningen ten noorden van de Van Malsenstraat, plan West, de wijk Hoogeind, plan Abcoven en in de laatste twee decennia de wijken Grobbendonk, de Hellen en de Grootte Akkers. Tegelijkertijd begon rond 1970 de grootschalige sanering van de oudere wijken en straten. Een voorbeeld daarvan is de aankoop in 1969 van de terreinen en opstallen van de voormalige Pijnenburg's Weverijen met 28 woningen aan de Tilburgseweg, Groeneweg en Molenstraat. Op één villa en één fabriekshal na zijn alle gebouwen die bij de verkoop betrokken waren, verdwenen om plaats te maken voor de uitvoering van het centrumplan. 2.2
Ruimtelijke en functionele structuur De Hoogstraat is een eenrichtingsweg in de kern van het dorp Goirle. De bebouwing aan de Hoogstraat bestaat overwegend uit aaneengebouwde bouwvolumes met twee bouwlagen met kap. In de Hoogstraat is overwegend de functie wonen aanwezig, met uitzondering van een aantal bedrijfsfuncties in de vorm van detailhandel en horeca. Momenteel bevindt zich binnen het plangebied een bedrijfswoning met daaraan geschakeld verschillende opstallen. Deze opstallen hebben een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3 meter. 10
Afbeelding 4 Bestaande plansituatie Hoogstraat 62
In de beoogde situatie wordt de bestemming ‘Detailhandel’ binnen het plangebied gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. Beoogd wordt om een viertal nieuwbouwwoningen te realiseren binnen het plangebied (getallen 3,4,5 en 6 in afbeelding 5). De bestaande opstallen aan de achterzijde van het perceel zullen gesloopt worden om ruimte te maken voor de ontwikkeling van deze nieuwbouwwoningen. Daarnaast zullen in de bestaande woning (Hoogstraat 62), een tweetal appartementen gerealiseerd worden (getallen 1 en 2 in afbeelding 5). De vier nieuwbouwwoningen bestaan uit twee bouwlagen met een plat dak. De bouwhoogte van deze woongebouwen wordt 7,5 meter. De voormalige bedrijfswoning (Hoogstraat 62), waarbinnen twee appartementen worden gerealiseerd, wordt alleen intern verbouwd.
11
Afbeelding 5: Toekomstige plansituatie Hoogstraat 62
De woongebouwen krijgen een parkeerplek op eigen terrein (getallen 2 t/m 5 in afbeelding 6). De overige parkeervlakken worden gemaakt in het openbaar gebied (getallen 1 en 6 t/m 13 in afbeelding 6). Een deel van parkeerplekken in het openbare gebied zal worden gerealiseerd in het Scheerdershofje en een ander deel in de Stedekestraat. In totaal bevat het plan 13 parkeervlakken.
Afbeelding 6: Toekomstige plansituatie Hoogstraat 62
12
2.3
Technische structuur Binnen het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie.
13
HOOFDSTUK 3. BELEIDSKADER Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader. 3.1
Rijk Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld.
Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie De NOVI richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan. Verdere afweging vindt voor onderhavige planvoornemen decentraal plaats.
14
Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid In de zogenaamde Realisatieparagraaf (Realisatie Nationaal Ruimtelijk Beleid) zijn alle nationale ruimtelijke belangen uit de verschillende Planologische Kern Beslissingen en de voorgenomen verwezenlijking daarvan gebundeld. Daarbij wordt onder meer ingezet op zuinig ruimtegebruik, de bescherming van kwetsbare gebieden (nationale landschappen en Ecologische Hoofdstructuur) en op bescherming van het land tegen overstromingen en wateroverlast. In de Realisatieparagraaf benoemt het kabinet ruim 30 nationale ruimtelijke belangen en de instrumenten om die uit te voeren. Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planvoornemen decentraal plaats. AMvB Ruimte In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen betreffen: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Conclusie Het Barro heeft geen betrekking op het onderhavige bestemmingsplan.
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 Bro opgenomen, de ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. 15
Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."(artikel 3.1.6, tweede lid, Bro). In artikel 1.1.1 onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Uit jurisprudentie blijkt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State woningbouwontwikkelingen vanaf 12 woningen beschouwt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Toetsing plangebied Het voorliggende initiatief voorziet in de sloop van een deel van de bestaande opstallen aan de Hoogstraat 62, waarbij 4 nieuwbouwwoningen worden gerealiseerd én de herontwikkeling van een bestaande bedrijfswoning op dezelfde locatie naar twee burgerwoningen (appartementen) binnen de bestaande bebouwing. De beoogde ontwikkeling is, de jurisprudentie in ogenschouw nemende, niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder voor duurzame ontwikkeling niet verder doorlopen hoeft te worden. Conclusie Het planvoornemen voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Crisis- en herstelwet Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw zorgt voor een toename van het aantal kwalitatief goede woningen en bedrijfslocaties. 16
Integrale gebiedsontwikkeling krijgt een belangrijke impuls. Op het gebied van bedrijventerreinen ligt de nadruk op herstructurering. De regels uit de Chw betreffen in deze vooral het bestuursprocesrecht waardoor de doorlooptijd van procedures voor in de wet aangewezen projecten kan worden verkort. Conclusie De Chw is niet van toepassing op onderhavig bestemmingsplan, omdat dit plan niet kan worden aangemerkt als een besluit dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een ruimtelijk project zoals omschreven in de Chw. 3.2
Provincie Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de NoordBrabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving. In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak.
De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien. Diep, rond en breed bekijken, dus. Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter 17
presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Conclusie De beleidsmatige uitgangspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, zijn uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de “Interim omgevingsverordening Noord-Brabant” (hierna; IOV) vastgesteld. De IOV is op 5 november 2019 inwerking getreden. De IOV is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen.
De IOV is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. De IOV vervangt zes provinciale verordeningen en heeft de status van: Milieuverordening gebaseerd op artikel 1.2. Wet milieubeheer; •
Verordening wegen gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2A Wegenverkeerswet;
•
Verordening Ontgronden gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet;
•
Verordening natuurbescherming gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming;
•
Verordening ruimte gebaseerd op artikel 4.1. Wet ruimtelijke ordening en de
• Verordening water gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet. De IOV is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de huidige regels zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe 18
beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. In hoofdlijnen gaat het om: •
een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minde losse bijlagen;
•
aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de Omgevingswet;
•
aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit.
Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten. De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Vooruitlopende op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de 20 regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde Het plangebied valt volgens de Interim Omgevingsverordening onder de volgende gebieden: •
Diep grondwaterlichaam (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen)
•
Geen Attentiezone waterhuishouding (Rechtstreeks werkende regels: milieubeschermingsgebieden, natuur en wegen)
•
Bescherming Natura 2000 (Rechtstreeks werkende regels: landbouw)
•
Stalderingsgebied (Rechtstreeks werkende regels: landbouw & instructieregels gemeenten: specifieke gebieden voor agrarische ontwikkelingen) 19
•
Verbod uitbreiding veehouderij (Rechtstreeks werkende regels: landbouw)
•
Concentratiegebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed)
•
Stedelijk gebied (Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed)
•
Norm wateroverlast stedelijk gebied (Instructieregels voor waterschappen: watersystemen, -veiligheid en -berging).
•
Normen wateroverlast (Instructieregels: waterschappen: watersystemen, - veiligheid en -berging)
•
Vaarwegbeheer (Vaarwegbeheer)
Stedelijk gebied Het plangebied ligt binnen gronden die volgens de Interim Omgevingsverordening zijn aangeduid als ‘Concentratiegebied’ binnen het ‘Stedelijk gebied’.
Afbeelding 7: Uitsnede kaart 3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant met aanduiding plangebied
Voor het bouwen van woningen binnen het ‘Stedelijk gebied’ geldt als voorwaarde dat dit past binnen de regionale afspraken die over wonen zijn gemaakt. Het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij centraal en is uitgangspunt voor elke stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor
20
wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen het ‘Stedelijk gebied’ en dat de ruimte binnen het ‘Stedelijk gebied’ zo goed als mogelijk wordt benut. In paragraaf 4.3 Volkshuisvesting wordt beschreven dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2, artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: •
Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6);
•
De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7);
•
Meerwaardecreatie (art. 3.8).
Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel verstaan. De beoogde woningen worden gerealiseerd binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ en voldoet hiermee aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit, zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Daarbij wordt bij de bouw van de toekomstige woningen dezelfde footprint aangehouden als de bestaande opstallen, waardoor er geen sprake is van een toename in het ruimtebeslag. 21
Gezien het voorstaande kan gesteld worden dat het voornemen voldoet aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: •
De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden;
•
De netwerk laag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer;
•
De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in deze toelichting. Meerwaardecreatie (art. 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: •
De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat;
•
De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
De realisatie van nieuwe, duurzaam gebouwde, woningen ter plaatse van de oude opstallen draagt bij aan een verbetering van de fysieke kwaliteit van de bebouwingsconcentratie Scheerdershofje en Hoogstraat. Conclusie Het plangebied is binnen de IOV aangeduid als ‘bestaand stedelijk gebied: stedelijk concentratiegebied’. Bestaand stedelijk gebied is gebied dat het bestaande 22
ruimtebeslag van een kern bevat ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. Op deze gronden mogen stedelijke ontwikkelingen 23 plaatsvinden. De voorgestane ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.3
Gemeente Omgevingsvisie De gemeente Goirle bereidt zich voor op de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt. Een van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten, die voortvloeit uit de aankomende Omgevingswet, is de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zet de gemeente, samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners, de integrale koers uit op weg naar de toekomst, gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. De gemeente Goirle neemt de bestaande kwaliteiten van de gemeente als vertrekpunt en houdt daarbij rekening met uitdagingen die op ons afkomen in de aankomende decennia. Daarnaast bouwt de omgevingsvisie verder op eerder opgesteld beleid van de gemeente en andere overheden. De omgevingsvisie is op 21 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De ontwikkeling is gelegen in het deelgebied ‘Woonwijken Goirle’. Goirle is oorspronkelijk gebouwd op een dekzandrug te midden van het beekdallandschap. De historische Tilburgseweg (met vele beeldbepalende (monumentale) panden en de R.K. Maria Boodschap Kerk) functioneert als ruggengraat van de dorpskern. De woonwijken die hier in de loop der jaren omheen zijn gebouwd hebben elk een eigen karakter, passend in de betreffende tijdgeest.
Veel van de woonwijken kennen een eigen (centrale) groenstructuur die voortkomt uit het aanliggende landschap, soms in combinatie met een wijkvoorziening (bijvoorbeeld het Van Hogendorpplein in Hoogeind en de Brede Scholen), waarop de wijk is georiënteerd. Richting de toekomst zet de gemeente in op het borgen van de kenmerkende ruimtelijke structuren van de woonwijken en bijbehorende cultuurhistorische elementen en groenstructuur. Daarbij zet de gemeente in op een klimaatbestendige groenstructuur en watersysteem.
23
Afbeelding 8: Woonwijken Goirle uit Omgevingsvisie (plangebied geel)
De woonwijken worden toekomstbestendig (duurzaam en levensloopbestendig). Er wordt ingezet op groene, gezonde, inclusieve en toekomstbestendige wijken voor jong en oud. Daarvoor zijn voldoende passende woningen nodig en is het noodzakelijk dat er alleen ruimte geboden wordt aan functies die goed passen in een woonwijk. Zo zijn grotere evenementen niet toegestaan. Voor bedrijvigheid is ruimte, mits dit kleinschalig en ‘aan huis’ is en geen (milieu/geluid/verkeer) overlast veroorzaakt. Daarnaast wordt ingezet op een aantrekkelijke woonomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en welzijn van de inwoners van de gemeente Goirle. Er wordt ingezet op vergroening van verhard oppervlak en dit wordt gekoppeld aan de mogelijkheid tot spelen, bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Bovendien zorgt een slimme inzet van (ecologische beheerd) groen in het woongebied voor koelteplekken in warme tijden, het tegengaan van wateroverlast bij extreme buien en versterking van de biodiversiteit. Ook inwoners worden hiervan bewust gemaakt. De bestaande wijkpunten worden doorontwikkeld en in functie verbreed, zodat er dichtbij huis ruimte is voor ontmoeten en maatschappelijke (zorg) voorzieningen. Goede (en 24
laagdrempelige) toegankelijkheid is zowel voor de openbare ruimte als de wijkpunten een belangrijk uitgangspunt. Tot slot wordt er samen met inwoners ingezet op verduurzaming van de huidige woningvoorraad. Het gaat om alternatieven voor aardgas, energiebesparende maatregelen (bijvoorbeeld isolatie) en mogelijkheden tot kleinschalige opwek van energie (zon op dak). Beoordeling Het planvoornemen voorziet in de bouw van 4 nieuwbouwwoningen en in het bestaande pand worden 2 appartementen gerealiseerd. Hiermee wordt de bestaande functie ‘Detailhandel’ beëindigd, hetgeen in lijn is met de omgevingsvisie van de gemeente Goirle. De nieuwe woonfunctie draagt bij aan een divers woonaanbod, vergroening van woonoppervlak en verduurzaming van de woningvoorraad. Conclusie De onderhavige ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie van de gemeente Goirle. Toekomstvisie In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend” . Kortweg is aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020” gegeven. Deze visie– gebaseerd op de drie kernbegrippen 'groen, sociaal en ondernemend' – dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling. De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente.
Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving, gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) en nabij de grote stad. Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar juist 25
ook in buurten en wijken. We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand. Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol. Conclusie De woningbouw sluit aan bij de huidige woonwensen en draagt bij aan de leefbaarheid van Goirle. De ontwikkeling past binnen de gestelde kaders uit de Toekomstvisie. Bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Wildackers-Abcoven’ vastgesteld op 4 maart 2008. Op basis van dit bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming ‘Detailhandel’ met een daaraan ondergeschikte functie voor wonen.
De voor ‘Detailhandel’ aangewezen gronden zijn geschikt voor winkels, uitsluitend op de begane grond. Op de verdiepingen mag opslag ten behoeve van de winkel plaatsvinden en eventueel woningen. Woningen (grondgebonden of bovenwoningen) zijn toegestaan, ter voorkoming van leegstaande ruimtes boven winkels. Op de plankaart zijn binnen de bestemming ‘Detailhandel’ bouwvlakken aangegeven waarbinnen de gebouwen zijn toegestaan. Overschrijding van de grenzen van het bouwvlak is in beperkte mate mogelijk. De maximale toegestane goothoogte en hoogte van gebouwen is op de plankaart aangegeven, evenals de minimale dakhelling voor gebouwen die voorzien dienen te worden van een kap. Overige maatvoeringen zijn in de voorschriften opgenomen. Bijgebouwen mogen zowel binnen het bouwvlak als binnen ‘gebied bijgebouwen toegestaan’ worden gebouwd.
26
Afbeelding 9: Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Wildackers Abcoven”, plangebied rood omlijnd
Het plangebied heeft de bestemming ‘Detailhandel’. Wonen is toegestaan binnen deze bestemming (al dan niet in verband met de winkel). Per bouwvlak met de aanduiding (w) is ten hoogste één woning toegestaan, tenzij het op de plankaart geplaatst cijfer achter de aanduiding (w) anders aangeeft. Woningen zijn daarbij uitsluitend in het hoofdgebouw toegestaan. De inhoud van een woning mag niet meer dan 500 m³ bedragen. De goothoogte en de bouwhoogte van de woningen mag niet meer bedragen dan op de plankaart door middel van één aanduiding is aangegeven. In dit geval respectievelijk 6 en 9 meter. Het plangebied heeft deze aanduiding (w). Maar er mag slechts één woning binnen het bouwvlak gerealiseerd worden. De realisatie van vijf extra woningen ter plaatse is derhalve in strijd met het vigerend bestemmingsplan. In 2019 heeft de gemeente Goirle een parapluplan opgesteld. Een paraplubestemmingsplan biedt de mogelijkheid om bestemmingsplannen binnen de gemeente in één keer te herzien voor één of meerdere onderwerpen. Het parapluplan heeft betrekking op de volgende onderwerpen: •
Terrassen;
•
Standplaatsen;
•
Evenementen;
•
Parkeren;
•
Zendmasten; 27
• Ruimte tussen bouwwerken In afbeelding 10 is weergegeven welke artikelen zijn gewijzigd.
Afbeelding 10: Uitsnede van bijlage 1 uit de plantoelichting van ‘Parapluplan gemeente Goirle’
Voor het planvoornemen zijn de gewijzigde onderwerpen parkeren en ruimte tussen bouwwerken relevant. Deze zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. Conclusie Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt het planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
28
HOOFDSTUK 4. THEMATISCHE BELEIDSKADERS In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema’s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van de kaders. Milieuaspecten en water komen aan bod in de volgende hoofdstukken. 4.1
Stedenbouwkundige uitgangspunten In paragraaf 2.2 van onderhavige toelichting is reeds ingegaan op de stedenbouwkundige uitgangspunten van de beoogde ontwikkeling.
4.2
Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Archeologie Omdat in groeiende mate het Europees archeologische erfgoed werd bedreigd, is in 1992 het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologische erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologische belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende: •
De introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologisch onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder;
•
De verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening.
In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld. Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport over te leggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek 29
vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek; het bureauonderzoek en/ of inventariserend veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historische, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijke onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd. Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel de site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een (selectie)besluit hoe met eventuele aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan.
Afbeelding 11: Uitsnede CHW (plangebied rood omlijnd)
30
Afbeelding 12: Uitsnede IKAW (met rood omcirkeld de ligging van het plangebied)
Het plangebied is op de Archeologische monumenten kaart (AMK) niet aangemerkt als een locatie van bekende archeologische waarde. Het plangebied heeft op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) geen archeologische verwachtingswaarde. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is derhalve klein. Er rust geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ op het plangebied op basis van het vigerende bestemmingsplan. Hierdoor worden er naar verwachting geen archeologische waarden verstoord. Archeologisch onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Cultuurhistorie en monumentenzorg Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven. Hierbij zijn vooral de Erfgoedwet, de gemeentelijke Monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing In het plangebied komt geen cultuurhistorische waardevolle bebouwing voor.
31
Rijksmonumenten In het plangebied komen geen rijksmonumenten voor. Gemeentelijke monumenten In het plangebied komen geen gemeentelijke monumenten voor. 4.3
Volkshuisvesting Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant De ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant’ (Actualisering 2017) geeft inzicht in de veranderingen in de omvang, groei en samenstelling van de bevolking van de provincie Noord-Brabant. Deze prognoses zijn voor beleidsmakers op elk maatschappelijk terrein, waaronder woningbouw en volkshuisvesting, van belang. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose neemt het inwonertal van Noord-Brabant toe van 2.513.500 in 2017 tot een maximum van ruim 2.645.000 mensen aan het begin van de jaren ’40. Dit betekent dat de Brabantse bevolking de komende 25 jaar naar verwachting nog met ruim 130.000 personen zal groeien. De woningvoorraad bereikt eveneens een hoger maximum vergeleken met de vorige prognose uit 2014. De hogere bevolkingsgroei speelt hierbij uiteraard een rol. Samen met de vergrijzing en de individualisering leidt dit tot een sterke groei van het aantal huishoudens (en dus woningen). Verwacht wordt dat er in Brabant anno 2050 iets meer dan 1.260.000 woningen nodig zijn om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, ruim 20.000 woningen meer dan de ramingen uit 2014. Dat betekent een toename van een kleine 160.000 woningen ten opzichte van de 1.104.000 die er aan het begin van 2017 in de provincie moeten staan.
De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognoseperiode groeien, al vlakt de groei in de loop van de prognoseperiode wel sterk af. Al met al wacht Brabant de komende tijd nog een flinke woningbouwopgave, met een accent op de eerstkomende jaren. Tot 2030 zal de woningvoorraad nog met ruim 120.000 woningen moeten toenemen, gemiddeld genomen bijna 10.000 woningen (netto) per jaar. Dit om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te kunnen dringen. In lijn met het provinciale verstedelijkingsbeleid concentreert de groei van de woningvoorraad zich in de stedelijke gebieden. Het beleid richt zich onder meer op: •
Het bouwen van voldoende woningen en; 32
•
Het voorzien in een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen en woonmilieus.
Het is dan ook van provinciaal belang, dat de regionale woningmarkt goed functioneert. Daarvoor worden in regionaal verband afspraken gemaakt. De ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant’ geeft daarvoor, aangevuld met regionale woningbehoefteonderzoeken, waaronder het ‘Woningbehoefteonderzoek Hart van Brabant’ van 2017, de input. Regionale afspraken Hart van Brabant De gemeente Goirle maakt samen met de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk deel uit van de regio Hart van Brabant. Binnen deze regio maken deze gemeenten gezamenlijke afspraken met de provincie Noord-Brabant over de kwantitatieve woningbouwopgave, dit voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de, hiervoor genoemde, periodiek door de provincie uitgebrachte bevolkings- en woningbehoefteprognose. In het Regionaal Ruimtelijk Overleg Midden Brabant van 19 december 2018, zijn afspraken gemaakt tussen gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk over het maximum aantal te bouwen woningen tot en met 2027. Op basis van de provinciale behoefteprognose is in de gemeente Goirle de kwantitatieve woningbehoefte voor de periode 2017-2027 840 woningen. Plannen binnen stedelijk gebied waartoe ook het plangebied behoort, behoeven geen regionale afstemming.
Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 Het gemeentelijk woonbeleid volgt uit de vierjaarlijkse woonvisie. Op 2 juli 2019 is de Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de volgende ambities benoemd: 1. Doelgroepen: De gemeente luistert goed naar woningzoekenden in de gemeente Goirle. 2. Duurzaamheid: De gemeente wil zorgvuldig omgaan met energie, water en grondstoffen zoals beschreven in het Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 2017-2022. Nieuwe woningen moeten weinig tot geen energie verbruiken en zo min mogelijk CO2 uitstoten. 3. Woonomgeving: De gemeente wil aantrekkelijk zijn voor jong en oud en een prettige alsmede groene omgeving bieden. Dit geldt zowel voor de woning zelf, maar ook voor de locatie, diens omgeving en de voorzieningen. 33
4. Nieuwbouw: De gemeente wil voldoende en de juiste woningen bouwen en de gewenste woonmilieus toevoegen. De gemeente neemt de woningbehoefte van Goirlenaren als uitgangspunt bij het bouwen en realiseren van nieuwe woningen. Bij de woningprogrammering houdt de gemeente rekening met de woningen en woonmilieus die door verhuizing beschikbaar komen. De woonvisie is tot stand gekomen op basis van een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit 2018 en twee bijeenkomsten (1 in Goirle en 1 in Riel) waar inwoners aan konden geven wat zijn belangrijk vinden in hun woonplaats. Ten aanzien van de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat de gemeente Goirle in de jaren 2018-2028 gemiddeld 100 woningen per jaar wil realiseren. 80-90% van dit aantal wordt gerealiseerd in Goirle en 10-20% van dit aantal wordt gerealiseerd in Riel. Bij voorkeur voegt de gemeente Goirle woonmilieus toe waar op lange termijn een tekort aan ontstaat en waarvan er onvoldoende vrijkomen door doorstroming. Aanvullend voegt de gemeente woonmilieus toe die al in relatief ruime mate beschikbaar zijn. Concreet zet de gemeente de komende jaren in op de toevoeging van koopwoningen in middeldure en dure categorieën om een verhuisstroom op gang te brengen. De realisatie van de zes wooneenheden in het centrum van Goirle behoren tot het middeldure segment.
De nieuw te bouwen woningen worden daarnaast zo energiezuinig mogelijk en conform de actuele energie normeringen uitgevoerd. Gesteld kan worden dat het planvoornemen aan sluit bij de ambities uit de Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022. 4.4
Groen De gemeenteraad heeft op 23 november 2021 het ‘Programma Groen’ vastgesteld. Dit programma is de opvolger van het Groenstructuurplan van de gemeente uit 2014. In dit plan wordt een lange termijn visie voor het gemeentelijk groen in openbare ruimten gegeven. Ten behoeve van het plan wordt ter plaatse van de Stedekestraat een conifeer gekapt en een bestaand gazon grotendeels verwijderd. De te kappen conifeer (Chamaecyparis lawsoniana) heeft een stamomtrek van 135,5 centimeter en is op 34
basis van de vastgestelde Nota Kapbeleid vergunningsplichtig. De boom is van de gemeente Goirle. Er zal een kapvergunning worden aangevraagd. Door het kappen van de conifeer en het grotendeels verwijderen van het gazon wordt ruimte gecreëerd voor een parkeeroplossing. In de toekomstige situatie wordt groen toegevoegd in de vorm van tuinen aan de achterzijde van de woongebouwen. Vanuit het Groenstructuurplan van de gemeente bestaat er derhalve geen belemmeringen voor het planvoornemen. 4.5
Verkeer en parkeren Verkeer Op 10 december 2013 heeft de gemeenteraad van Goirle een nieuw Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van het GVVP is het vastleggen van verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Goirle voor de periode 2013 tot 2023. Het beleid moet aansluiten bij de ambities en de speerpunten die de gemeente heeft en moet tevens passen binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. In het GVVP worden de thema’s verkeersveiligheid, fiets, bereikbaarheid en verkeerscirculatie, voetgangers/minder validen, parkeren, openbaar vervoer en leefbaarheid en milieu besproken. Ten aanzien van deze thema's is van belang dat het onderhavige bestemmingsplan niet leidt tot een onevenredige toename van de verkeersgeneratie. Het plangebied aan het Scheerdershofje en de Hoogstraat wordt ontsloten via de Bergstraat en Tijvoortsebaan naar de provinciale weg N630 richting Tilburg en de A58. Op basis van de CROW-publicatie 381 van 12 december 2018 kan de verkeersgeneratie van een ruimtelijke ontwikkeling bepaald worden. Voor de vier beoogde twee-onder-een-kap woningen in ‘matig stedelijk gebied, rest bebouwde kom’ wordt een verkeersgeneratie van minimaal 7,4 en maximaal 8,2 vervoersbewegingen per dag voorgeschreven.
Voor de twee middeldure appartementen wordt in ‘matig stedelijk gebied, rest bebouwde kom’ wordt een verkeergeneratie van minimaal 5,2 en maximaal 6,0 vervoersbewegingen per dag voorgeschreven. Dit resulteert in een minimum van 40 en maximaal 44,8. Het Scheerdershofje/de Hoogstraat beschikt over voldoende capaciteit om deze 35
minimale toename aan verkeersbewegingen af te kunnen wikkelen. Extra verkeersmaatregelen worden derhalve niet noodzakelijk geacht. Parkeren Bij de vestiging van nieuwe functies en intensivering van bestaande functies worden de parkeernormen gehanteerd zoals deze zijn opgenomen in de CROW-publicatie 381 van 12 december 2018. Bij iedere nieuwe ontwikkeling waar nieuwbouw of vervangende nieuwbouw van woningen wordt gerealiseerd geldt namelijk als voorwaarde dat het parkeren op eigen terrein wordt opgevangen. Volgens het CROW geldt voor twee-onder-een-kap woningen in ‘matig stedelijk gebied, rest bebouwde kom’ een parkeernorm van 1,7 tot 2,5 parkeerplaatsen per woning. Voor de middeldure appartementen geldt een parkeernorm van 1,4 tot 2,2 parkeerplaatsen per woning. Dit betekent dat voor de 6 wooneenheden binnen het plangebied voorzien moet worden in minimaal 9,6 parkeerplaatsen en maximaal 14,4 parkeerplaatsen. In het voorgenomen plan worden 13 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt aan de eisen uit de CROW-publicatie 381 van 12 december 2018 voor parkeernormen voldaan. Conclusie Gezien hetgeen hierboven beschreven zijn in de beoogde situatie geen negatieve effecten ten aanzien van het aspect verkeer aanwezig. Er wordt voldoende voorzien in parkeergelegenheid op het eigen terrein. Er wordt voldaan aan de parkeernormen conform CROW-publicatie 381 van december 2018 4.6
Duurzaamheid De gemeente Goirle wil een duurzame gemeente zijn die zorgvuldig omgaat met energie, water en grondstoffen. Om bij te dragen aan deze ambitie worden in het plan de volgende duurzaamheidsmaatregelen genomen: Natuurinclusief Om het eigenaarschap en betrokkenheid van de toekomstige bewoners bij hun leefomgeving te vergroten en te stimuleren worden toekomstige bewoners uitvoerig geïnformeerd over hoe zij hun tuin zo klimaatadaptief, biodivers en vogel- en vlindervriendelijk kunnen inrichten en wat de meerwaarde daarvan is. Klimaatadaptie In samenwerking met omwonenden is besloten om op diverse plekken groen op de erfgrens te plaatsen tegen inkijk. Het groen zal ook zorgen voor een vermindering 36
van hittestress op de locatie. Er wordt gekozen voor een half verharde ondergrond ter plaatse van de opritten. Dit beperkt hittestress en zorgt ervoor dat regenwater hier op eigen grond kan infiltreren. Daar waar nodig zullen daken worden voorzien van mos en sedum. Duurzaamheid Het gebouwontwerp voldoet met de toe te passen bouwkundige maatregelen ruimschoots aan de laatste eisen op gebied van energiezuinigheid. Conform het bouwbesluit dient het gebouwontwerp minimaal te voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Daarnaast wordt het plan voorzien van zonnepanelen.
37
HOOFDSTUK 5 MILIEUASPECTEN Dit hoofdstuk geeft aan hoe de milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. 5.1.
Milieuhinder en bedrijven Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een kwetsbaar object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In deze publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd.
Voorbeelden van objecten met gevoelige functies zijn woningen, ziekenhuizen en scholen. Twee omgevingstypen De toelaatbaarheid van milieubelastende functies die volgende de VNG worden gehanteerd zijn afhankelijk van het type gebied. Er bestaan twee type gebieden: 1. Een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied); 2. Een gebied met functiemenging. Binnen de gebieden met functiemenging heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woonwerkgebieden met kleinschalige 38
ambachtelijke bedrijvigheid en gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een rustige woonwijk, aangezien de directe omgeving van het plangebied veelal bestaat uit woningen. De minimale afstand per categorie is als volgt: Categorie
Richtafstand tot rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand tot gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m