CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

05a- vast te stellen BP.pdf

Besluitvormend 20 december 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 19: Raadsvoorstel gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Hoek Tilburgseweg-Kalverstraat32.756 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Afbeelding 2: globale ligging van het plangebied

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Hoek Kalverstraat - Tilburgseweg” 4 april 2022

6

3. Samenhang met andere activiteiten Er zijn geen concrete andere activiteiten in de omgeving van het plangebied gepland of in uitvoering. 4. Kenmerken van de (mogelijk belangrijke) nadelige milieugevolgen Voor de beoogde ontwikkeling zijn in het kader van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan reeds meerdere omgevingsaspecten beoordeeld en/of onderzocht. De tabel opgenomen als bijlage I bij deze notitie geeft een samenvatting van de afweging per aspect. Aspecten waar (mogelijk) nadelige effecten optreden zijn hieronder nader uitgewerkt. Archeologie Gezien de aangetroffen bodemopbouw en de afwezigheid van primaire of secundaire archeologische indicatoren moet de kans dat bij de geplande ingrepen een intacte archeologische vindplaats wordt geschaad als laag worden ingeschat. De locatie waar de nieuwbouw zal plaatsvinden is reeds door de voorgaande bouw en sloop diepgaand tot in de top van het dekzand verstoord. In de rest van het plangebied zullen alleen ondiepe ingrepen plaatsvinden voor de aanleg van verharding voor parkeerplaatsen, maar hier is de bodem in ieder geval tot 130-140 cm -mv verstoord zodat deze ingrepen in het verstoorde pakket zullen plaatsvinden. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert daarom ook geen verdere stappen in het kader van de cyclus Archeologische Monumentenzorg (AMZ).

De onderzoeksresultaten zijn voorgelegd aan het Monumentenhuis Brabant. Met het door het onderzoeksbureau gegeven selectieadvies, geen vervolgonderzoek te doen uitvoeren en het plangebied vrij te geven, kan door het Monumentenhuis worden ingestemd. Monumentenhuis Brabant adviseert dat de (bouw)vergunning wordt verleend door de Gemeente Goirle onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is. Ecologie Uit de uitgevoerde bureaustudie en biotooptoets is naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming evenmin. Stikstof Voor de bouw en het gebruik van de nieuwe woningen is de stikstofdepositie in de gebruiksfase beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plan. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden door het gebruik van de maximaal 28 nieuwe woningen en commerciële ruimte(s).

Dit betekent dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. Bodem De resultaten van het uitgevoerde bodem- en asbestonderzoek geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor de realisatie van woningbouw. Met de functie wonen en commerciële dienstverlening worden daarnaast geen milieubelastende (bodembedreigende) functies mogelijk gemaakt, waardoor geen nadelige effecten zijn te verwachten. De ontwikkeling heeft daarnaast geen bijzondere kenmerken ten aanzien van: • het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; • de productie van afvalstoffen; • risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Hoek Kalverstraat - Tilburgseweg” 4 april 2022

7

Bedrijven en milieuzonering In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende gemengde bestemmingen gelegen. Vrijwel direct grenzend of boven deze gemengde functies zijn in de huidige situatie woningen gerealiseerd. Deze bestemmingen zorgen dan ook niet voor belemmeringen. In de toekomstige situatie worden op de begane grond commerciële voorzieningen gerealiseerd. In de commerciële ruimten op de begane grond zal detailhandel, dienstverlening, horecacategorie B, C en D van de Staat van horeca-activiteiten, of bedrijven in de categorie A of B van de Staat van bedrijfsactiviteiten gerealiseerd worden. In het vigerende bestemmingsplan “Centrumgebied” zijn reeds de horecacategorieën B en C toegestaan. Categorie A betreft de zwaarste categorie (discotheek/partycentrum) en categorie D de lichtste horeca (restaurant/theehuis/ijssalon). In de regels van voorliggend bestemmingsplan wordt, naast categorie B en C, ook categorie D toegestaan. Dit betreft een lichtere categorie dan al was toegestaan, waardoor geen verslechtering van woon- en leefklimaat plaatsvindt. Daarnaast biedt de verruiming meer flexibiliteit en is het soort horeca passend bij de omgeving en de wensen. Aan de zuidzijde van het plan, langs de Tilburgseweg, bevinden zich al diverse horecavoorzieningen in categorie D, zoals restaurants en lunchrooms.

De nieuwe commerciële ruimte komt in het verlengde van deze horeca-plint. Bedrijven van categorie B zijn toelaatbaar als ze bouwkundig zijn afgescheiden van woningen. De woningen worden bouwkundig afgescheiden van de commerciële ruimten, doordat de woningen op de eerste verdieping komen. Hiervan worden dan ook geen nadelige effecten verwacht. Luchtkwaliteit De realisatie van 28 nieuwe woningen en 562 m2 commerciële ruimtes valt niet binnen de NIBM-regeling van de Wet luchtkwaliteit. Met behulp van de NIBM-tool is berekend welke bijdrage het voorliggende plan levert aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen. Op basis van de ingevoerde gegevens is de bijdrage van het extra verkeer niet in betekenende mate. Om deze reden is onderzoek naar het effect op de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen niet noodzakelijk. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is beoordeeld of ter plaatse van het plangebied mogelijk hogere concentraties luchtverontreinigende stoffen aanwezig zijn. Hieruit blijkt dat de jaargemiddelde grenswaarden niet overgeschreden worden. Ook op dit punt zijn geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Geluid De nieuw te bouwen woningen zijn niet gelegen binnen de in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgelegde onderzoekszones voor weg-, rail- en/of industrielawaai.

Dit betekent dat op grond van de Wgh geen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, is wel de geluidbelasting die veroorzaakt wordt vanwege het verkeer op de omliggende 30 km/uur wegen beoordeeld. De omliggende 30 km/uur wegen Tilburgseweg en Kalverstraat veroorzaken een geluidbelasting die boven de voorkeursgrenswaarde uitkomt. De geluidbelasting is maximaal 57 dB vanwege de Tilburgseweg en maximaal 55 dB vanwege de Kalverstraat. Voor 30 km/uur wegen kan geen hogere waarde worden vastgesteld. Wel kan in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidssituatie en eventuele maatregelen beoordeeld worden. De gemeente Goirle beschikt niet over een beleid hogere waarden, waarin nadere eisen of voorwaarden zijn geformuleerd voor het vaststellen van hogere waarden. Het toepassen van geluidschermen in deze stedelijke situatie stuit op stedenbouwkundige en verkeerskundige bezwaren. Het vervangen van de elementenverharding door stille elementenverharding zal een reductie van circa 2 dB opleveren. De voorkeursgrenswaarde wordt dan echter nog steeds overschreden op de west- en noordgevel van het plan. De ontwikkeling vult een open plaats op tussen de aanwezige bebouwing langs de Tilburgseweg. Het overgrote deel van de appartementen beschikt over een geluidluwe gevel

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Hoek Kalverstraat - Tilburgseweg” 4 april 2022

8

aan de binnenzijde (zuid- en oostgevel) van het plan. Alleen de hoekappartementen op de eerste en tweede verdieping beschikken niet over een geluidluwe gevel. De buitenruimte van de appartementen is niet gelegen aan de luwe zijde. Bij de appartementen op de bovenste verdiepingen is de buitenruimte wel geluidluw, omdat de gevel hier enkele meters terug ligt. Er wordt geadviseerd met een aanvullende berekening aan te tonen dat de karakteristieke geluidwering van de woningen zodanig is dat het geluidniveau in verblijfsgebieden niet meer is dan 33 dB. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zal de geluidwering van de woningen nader worden uitgewerkt. Externe veiligheid Met de voorgenomen ontwikkeling wordt de realisatie van nieuwe kwetsbare objecten mogelijk gemaakt. Op basis van de risicokaart zijn de volgende risicobronnen in de omgeving aanwezig: • •

vervoer gevaarlijke stoffen over de Rijksweg A58; vervoer gevaarlijke stoffen over de provinciale wegen N269 en N630.

Langs vervoersassen van gevaarlijke stoffen is een verantwoordingsgebied aanwezig van 200 meter en een invloedsgebied voor toxische stoffen van meer dan 4.000 meter voor vervoer over de weg. De locatie bevindt zich voor bovengenoemde risicobronnen binnen het invloedsgebied van toxische stoffen. In de toelichting is daarom een beschrijving gegeven van de aspecten ‘zelfredzaamheid’ en ‘bestrijdbaarheid’. De ontwikkeling maakt zelf geen risicovolle inrichting of activiteiten mogelijk. Het aspect ‘externe veiligheid’ staat de vaststelling van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg. Bij de uiteindelijke vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant.

4.

Conclusie Het plangebied blijft ruim onder de drempelwaarde zoals opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Uit de onderzoeken die zijn uitgevoerd blijkt dat als gevolg van de realisatie van het plan geen (significante) nadelige milieueffecten optreden – noch op zichzelf, noch in onderlinge samenhang bezien- waardoor een uitgebreide m.e.r.-beoordeling niet aan de orde is. In deze aanmeldnotitie zijn verschillende milieuaspecten afgewogen die (mogelijk) negatieve effecten als gevolg hebben. Uit voorgaande conclusies (en de achterliggende onderzoeken) blijkt deze aspecten de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg staan. Het is in de lijn der verwachting dat op grond van de afzonderlijke wet- en regelgeving per specifiek onderwerp de eventueel noodzakelijke ontheffingen en vergunningen worden verleend.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Hoek Kalverstraat - Tilburgseweg” 4 april 2022

9

Bijlage I – Afwegingskader relevante milieuaspecten m.e.r.-beoordeling Aspect Archeologie

Nu 0

Straks 0

Uitwerking

Bedrijven en milieuzonering

0

0

Bodem

0

0

Bezonning

0

0

Brandveiligheid

0

+

Cultuurhistorie

0

+

Duurzaamheid

0

+

Ecologie

0

0

Economie

0

+

Op basis van uitgevoerd onderzoek wordt de kans op een archeologische vindplaats als laag ingeschat en kan het gebied worden vrijgegeven. Vanuit het oogpunt van bedrijven en milieuzonering worden geen nadelige effecten verwacht. De bodemkwaliteit vormt geen milieuhygiënische belemmering voor de realisatie van woningbouw. Geen tot beperkte schaduwwerking door de nieuwbouw. De woningen zullen voldoen aan de brandvoorschriften Bouwbesluit. Het plan houdt rekening met de cultuurhistorische structuur en aanbeelden rondom het plangebied en de zichtlijnen van monumentale bebouwing. Het plan voldoet aan de wettelijk gestelde eisen wat betreft duurzaamheid. In het projectgebied dient alleen rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Significant negatieve effecten op de instandhouding van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten en dat de Wet natuurbescherming leidt niet tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project. Woonbehoefte conform programma.

Energie

0

+

Zie duurzaamheid.

Externe veiligheid

0

0

Geur

0

0

Het aspect ‘externe veiligheid’ staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Bij de uiteindelijke vergunningverlening dient formeel advies te worden gevraagd aan de Veiligheidsregio Midden- en West Brabant. n.v.t.

Geluid (Wet geluidhinder)

0

±

Gezondheid

0

0

Groen

0

-

Klimaatadaptatie

0

-

Ten opzichte van de huidige situatie (tijdelijk openbare biodiversiteitstuin) neemt het aantal m2 groen af. Zie water.

Landschap

0

0

N.v.t.

Licht

0

0

N.v.t.

Luchtkwaliteit

0

0

Mobiliteit

0

0

De ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit, zodat uitgebreide toetsing aan de grenswaarde van de Wet milieubeheer niet noodzakelijk is. De jaargemiddelde grenswaarden worden niet overgeschreden. Het programma gepaard gaat met een toenemende verkeersgeneratie ten opzichte van de huidige situatie. Naar verwachting kunnen de omliggende wegen de afwikkeling hiervan goed

Het aspect ‘geluid’ staat de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zal de geluidwering van de woningen nader worden uitgewerkt. Zie luchtkwaliteit, groen en duurzaamheid.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Hoek Kalverstraat - Tilburgseweg” 4 april 2022

10

Aspect

Nu

Straks

Uitwerking

aan. De ontwikkeling voorziet in het grootste gedeelte in de eigen parkeerbehoefte. Hiermee wordt de parkeersituatie buiten het plangebied niet significant beïnvloed door de realisatie van het plan. Zie bodem.

Ondergrond

+

0

Ruimtelijke kwaliteit

-

+

Sociale veiligheid

0

+

Straling

0

0

Voorgenomen ontwikkeling voorziet in een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. De situering van nieuwe woningen draagt bij aan de sociale veiligheid in het centrum van Goirle. N.v.t.

Trilling

0

0

N.v.t.

Water

0

-

Windhinder

0

0

De verharding in het gebied neemt toe. Naar verwachting is watercompensatie benodigd. N.v.t.

Explosieven

0

0

N.v.t.

Aanmeldnotitie m.e.r.beoordeling – bestemmingsplan “Hoek Kalverstraat - Tilburgseweg” 4 april 2022

Bijlage 2 2021

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Anteagroup, 17 juni

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek hoek Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle

projectnummer 0471056.100 definitief revisie 00 17 juni 2021

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek hoek Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle

projectnummer 0471056.100 definitief revisie 00 17 juni 2021

Auteur S. Van de Voorde

Opdrachtgever Maas-Jacobs Vastgoed B.V. de Ambachten 31 4881 XZ ZUNDERT

datum vrijgave 17 juni 2021

definitief revisie 00 definitief

PL2018 S. Van de Voorde

goedkeuring S. Van de Voorde

vrijgave A.W.J. Hendrikx

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

3

2

Vooronderzoek

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.6 2.7 2.8 2.9

Algemeen Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Asbest PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en hypothese

4 4 5 5 7 7 8 8 8 8

3

Verrichte werkzaamheden

10

3.1 3.2

Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

10 11

4

Onderzoeksresultaten

12

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Asbest Grondwater

12 13 13 14 15 16

5

Conclusies

17

Bijlagen 1. Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek 2. Vooronderzoek 3. Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Analyseresultaten grondmonsters met overschrijding normwaarden 5. Analyseresultaten grondwatermonsters met overschrijding normwaarden 6. Normwaarden grond en grondwater 7. Toelichting op normwaarden grond en grondwater 8. Analysecertificaten 9. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL SIKB 2000 10. (Indicatieve) toetsing Besluit bodemkwaliteit 11. Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit 12. Foto’s onderzoekslocatie en veldwerk 13. PFAS-toetsing 14. Toelichting uitgevoerd PFAS onderzoek 15. Toetsingskader asbest 16. Historische kaarten

17. Toelichting op de Omgevingswet (1 juli 2022)

Tekeningen 0471056.100-O-1 0471056.100-S-1

Overzichtstekening met ligging locatie Situatietekening met boringen, proefgaten, peilbuis en fotonamepunten

Blad 2 van 17

1

Inleiding In opdracht van Maas-Jacobs Vastgoed B.V. is door Antea Group in mei - juni 2021 een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de hoek van de Tilburgseweg en de Kalverstraat te Goirle.

Aanleiding De aanleiding voor het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw van woningen op de locatie.

Doel Het doel van het verkennend bodemonderzoek is de bodemkwaliteit vast te leggen ten behoeve van het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Het doel van het verkennend asbestonderzoek is het vaststellen of op de locatie mogelijk sprake is van een verontreiniging met asbest in de grond.

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: 2016 (Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek). Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2: 2017 'Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond'. Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. De rapportage betreft geen kwaliteitsverklaring waarvan gebruik kan worden gemaakt voor het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. Wel is de rapportage geschikt om een inschatting te kunnen maken van de mogelijke toepassingen. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven.

Blad 3 van 17

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Bij toepassing van de NEN 5740 en NEN 5707, moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek In dit hoofdstuk worden de bij de aanleiding behorende onderzoeksaspecten besproken. In bijlage 2 worden deze onderzoeksaspecten onderbouwd met de antwoorden op de verplichte onderzoeksvragen. In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven.

Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Website, contactpersoon of archief Omgevingsrapportage https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/ Noord-Brabant Historische kaarten www.topotijdreis.nl ‘Topotijdreis’ (Lucht)foto’s Street https://streetsmart.cyclomedia.com Smart by Cyclomedia Basisregistratie https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer Adressen en Gebouwen (BAG) Bodem Digitaal op de https://anteagroup.bdok.nl/Rapportage/LogIn.aspx?ReturnUrl=% Kaart (BDOK)* 2frapportage Bodemkwaliteitskaart https://gisconnect.anteagroup.nl/Html5Viewer/Index.html?config Midden- & WestBase=https://gisconnect.anteagroup.nl/Geocortex/Essentials/RES Brabant T/sites/BKKMiddenWestBrabant/viewers/Mobiel/virtualdirectory /Resources/Config/Default Aangeleverde Dhr. S. Marijnissen rapportages (Oranjewoud, kenmerk: 196239) Stortplaatsenkaart https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Stortplaatsen

2.2

Datum raadplegen 11-05-2021 11-05-2021 11-05-2021 11-05-2021 11-05-2021 11-05-2021

03-05-2021

11-05-2021

Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen op de hoek van de Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle en staat kadastraal bekend als gemeente Goirle, sectie B, nrs. 1330, 3546, 3635, 4788, 4789, 5689 en 5690. Op de locatie hebben woningen en winkels gestaan, welke in 2006 zijn gesloopt. Dit betreft de voormalige adressen Tilburgseweg 41 t/m 45. Momenteel wordt het terrein als park gebruikt. Ten zuiden en oosten van de locatie ligt winkelcentrum "De Hovel". Aan de westzijde bevindt zich de Tilburgseweg, aan de noordzijde is de Kalverstraat gelegen. De oppervlakte van het terrein bedraagt circa 2.000 m2. In de onderstaande figuur is de onderzoekslocatie weergegeven.

Blad 4 van 17

Figuur 2.1: Onderzoekslocatie (rode contour)

(bron: Antea Group)

De situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in de tekeningen 0471056.100-O-1 en 0471056.100-S-1.

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: - freatische grondwaterstand: 3,0 m –mv. - voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: nee. - voorkomen van brak/zout grondwater: nee. - ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee. - ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend: nee. - Is het grondwatersysteem beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie): nee. - Stroomingsrichting: noordoostelijk. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGVTNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.

2.4

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bodemonderzoeken/beschikkingen Op het terrein zijn de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: Hoek Tilburgseweg/Kalverstraat (op de onderzoekslocatie) Historisch onderzoek, Oranjewoud, kenmerk: 196239, d.d. 26-03-2009 Op de locatie hebben woningen en winkels gestaan, waarbij de bebouwing in 2006 is gesloopt. Het winkelcentrum ‘De Hovel’ is gelegen ten zuiden en oosten. Bij dit winkelcentrum is in de periode 2003-2006 een bodemsanering uitgevoerd. De sterke verontreinigingen met minerale

Blad 5 van 17

olie, terachlooretheen en terachloormethaan uit de grond en het grondwater zijn gesaneerd tot onder de tussenwaarde. Een restverontreiniging boven de streefwaarde voor tetrachlooretheen is in het grondwater achtergebleven, welke geen risico’s met zich mee brengt en is gelegen buiten de onderzoekslocatie. Ten tijde van de bouw van het winkelcentrum is de locatie in gebruik geweest als opslagterrein, waardoor de locatie als verdacht voor bodemverontreiniging wordt beschouwd. Geconcludeerd is dat voor het verkennend bodemonderzoek de strategie verdachte locatie met heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE) aangehouden dient te worden. Verkennend bodemonderzoek, Oranjewoud, kenmerk: 196239, d.d. 01-07-2009 Op basis van de resultaten van het historisch onderzoek is uitgegaan van een heterogeen verdachte locatie. In de sporen puin bevattende bovengrond (noordelijk deel) zijn licht verhoogde gehalten aan lood en zink aangetoond. In zowel het sporen puin bevattende mengmonster van de bovengrond (zuidelijk deel) als in de zintuiglijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium vastgesteld. Destijds is geconcludeerd dat er geen aanleiding is tot het uitvoeren van een vervolgonderzoek of sanerende maatregelen.

Op basis van de huidige inzichten (in 2021) geeft het aantreffen van bijmengingen aan puin aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend asbestonderzoek. In 2009 was deze aanleiding er nog niet en is derhalve geen asbestonderzoek uitgevoerd. Een bodemonderzoek is circa 5 jaar actueel en dient daarna te worden geactualiseerd. Kalverstraat 10 (>110 m) Monitoring grondwater, Antea Group, 172215, d.d. 22-09-2014 De voormalige bedrijfsactiviteiten hebben geleidt tot een verontreiniging in de bodem met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen. Deze verontreiniging wordt ook beschreven in het historisch onderzoek van Antea Group (kenmerk: 196239, d.d. 26-03-2009). Tijdens voorgaande onderzoeken is in het grondwater tetrachlooretheen (PER) en tetrachloormethaan (TETRA) aangetroffen. Er heeft een grond- en grondwatersanering plaatsgevonden, waarbij de grondverontreiniging is verwijderd (kenmerk: 1213960). Het uitvoeren van een grondwatersanering heeft geleid tot het terugbrengen van de concentraties PER en TETRA tot boven de streefwaarde met uitzondering van één monitoringspeilbuis. De restverontreiniging wordt sinds 23 februari 2005 gemonitord. Uit de monitoring blijkt dat de gemeten gehalten zijn afgenomen danwel gelijk zijn gebleven. In één peilbuis is TETRA ten opzicht van 2008 toegenomen, echter wordt de actiewaarde (interventiewaarde voor TETRA) niet overschreden.

Geconcludeerd is dat er sprake is van een stabiele eindsituatie, waardoor de grondwatermonitoring kan worden beëindigd en er kan worden overgegaan op een passieve nazorg. Verdachte bodemactiviteiten In de omgeving van de werklocatie zijn een aantal verdachte activiteiten aanwezig (geweest). De activiteiten welke binnen een straal van 25 meter van de beoogde werklocatie staan geregistreerd, zijn in navolgende tabel zijn opgenomen.

Blad 6 van 17

Tabel 2.2: Verdachte activiteiten Locatie Activiteit Tilburgseweg 34 Brandstoftank (ondergronds) Tilburgseweg 35 Juteweverij Katoenweverij Tilburgseweg 42

Start- eind UBI-score1) Onbekend 4

Afstand tot werktracé 15 meter ten westen

1929onbekend 1930onbekend 1962onbekend 1964-1967 Onbekend

15 meter ten westen

3 5

Benzine-service8 20 meter ten noordwesten station Kalverstraat 1 Autoverhuurbedrijf 2 15 meter ten westen Burgerlijk- en 3 utiliteitsbouwbedrijf Schildersbedrijf 1964-1967 3 Taxibedrijf 1964-1967 2 Verfgroothandel 1964-1967 4 Kalverstraat 5 Brandstoftank Onbekend 4 15 meter ten westen (ondergronds) 1) Aan de hand van de mate van risico met betrekking tot het veroorzaken van grond- en grondwaterverontreiniging zijn UBI-codes aan de activiteiten gekoppeld. Activiteiten met UBI-codes hoger dan 4 zijn verdachte activiteiten. Een uitzondering hierop zijn tanks en dempingen/ophooglagen. Activiteiten welke een tank betreffen zijn altijd verdacht in verband met mogelijke lekkages.

Tankarchief De onderzoekslocatie komt niet voor in het tankarchief. Bouwarchief Op de onderzoekslocaties is momenteel geen bebouwing aanwezig. De voormalige bebouwing is in 2006 gesloopt. Op de direct aangrenzende percelen Kalverstraat 15 t/m 29-14 en De Hovel 1 t/m 25 is de bebouwing rond 2008/2009 gerealiseerd. Bodemkwaliteitskaart (BKK) Op basis van de Bodemkwaliteitskaart Midden- & West-Brabant is de onderzoekslocatie gelegen in een zone waarvan de zowel de onverdachte boven- als ondergrond gemiddeld voldoet aan de kwaliteitsklasse: ‘Achtergrondwaarde’. Bodemfunctie Op de bodemfunctiekaart van de Bodemkwaliteitskaart Midden- & West-Brabant is de locatie ingedeeld voor de functie ‘Landbouw/Natuur’. Stortplaatsenkaart De onderzoekslocatie is niet gelegen ter plaatse van een voormalige stortplaats.

2.5

Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik

2.5.1

Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Archieven Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden. Historische kaarten Op basis van de historische kaarten blijkt dat de locatie tot begin 1900 in gebruik was als agrarisch perceel. Begin 1900 is bebouwing op de westzijde van de locatie gerealiseerd. Tevens is in dezelfde periode de openbare weg direct ten westen aangelegd. De bebouwing en de openbare weg ten noorden van de onderzoekslocatie is rond 1930 gerealiseerd. De bebouwing is

Blad 7 van 17

na 2006 gesloopt. Sindsdien is de locatie in gebruik als braakliggend terrein/park. De historische kaarten zijn opgenomen in bijlage 16. Toekomstig gebruik In de nabije toekomst zal ter plaatse woningbouw worden gerealiseerd.

2.6

Asbest Tijdens het verkennend bodemonderzoek in 2009 (Oranjewoud, d.d. 01-07-2009) zijn sporen puin aangetroffen. Het aantreffen van bijmengingen aan puin, geeft op basis van de huidige inzichten aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend asbestonderzoek. In 2009 was deze aanleiding er nog niet en is derhalve geen asbestonderzoek uitgevoerd.

2.7

PFAS (Poly- en Perfluoralkylstoffen) Op 8 juli 2019 is door het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat een brief en bijbehorend Tijdelijk Handelingskader ten aanzien van hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie aan de Tweede kamer aangeboden (8 juli 2019, kenmerk: IENW/BSK-2019/131399). Hierin staat beschreven dat bij het aanbieden en verwerken van grond inzichtelijk dient te zijn in hoeverre deze PFAS-houdend is. Op 2 juli 2020 is de recentst geactualiseerde versie van het Tijdelijk Handelingskader verschenen, welke een aantal vragen beantwoordt uit de vorige versie. Tevens zijn de toepassingsnormen van PFAS-houdende grond verhoogd, voor gebieden waar geen gebiedsspecifiek PFAS bodembeleid is opgesteld. In de nabije omgeving van deze onderzoekslocatie (<25m) zijn geen gegevens bekend over de aanwezigheid van een puntbronlocatie van PFAS. Voor de definiëring van PFAS-puntbronlocaties is tabel 1 en bijgaande tekst in het Handelingskader voor PFAS van Expertisecentrum PFAS (Expertisecentrum PFAS (2018, 25 juni) “Een handelingskader voor PFAS”, beschikbaar via https://www.expertisecentrumpfas.nl/documenten.html) gehanteerd. Daarnaast is gebruik gemaakt van een UBI-lijst waarop UBI’s met een verdenking tot het verspreiden van PFAS voorkomen.

Deze lijst is gebaseerd op de eerder genoemde tabel 1 van Een handelingskader PFAS, van het expertise centrum PFAS en de huidige beschikbare kennis. Gezien de aard van de beoogde werkzaamheden bestaat de kans dat grond bij de werkzaamheden vrijkomt en afgevoerd dient te worden. Tijdens voorgaand onderzoek is geen of onvoldoende aandacht besteed aan de stoffen uit de PFAS stofgroep. Hierdoor is in onvoldoende mate inzichtelijk of de bodem PFAS bevat. Van het gebied, waar de onderzoeklocatie in gelegen is, is onbekend in welke mate de bodem door atmosferisch depositie met PFAS is verontreinigd. Het PFAS-onderzoek richt zich op de meest verdachte laag, de bovengrond. Onderzoek van de ondergrond en het grondwater valt buiten de scope van dit onderzoek.

2.8

Terreinverkenning Op 26 mei 2021 is door J. Brussee van B-MKV een terreinverkenning uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. Foto’s van de terreininspectie zijn opgenomen in bijlage 12.

2.9

Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Daarnaast zijn er in het verleden asbestverdachte bijmenging (puin) op de onderzoekslocatie aangetroffen en is dit destijds niet

Blad 8 van 17

onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Dit geeft aanleiding tot het verrichten van een verkennend asbestonderzoek. Op basis van het vooronderzoek zijn de in onderstaande tabel opgenomen deellocaties te onderscheiden. Tabel 2.3: Overzicht deellocaties Locatie Gehele onderzoekslocatie

1)

Oppervlakte (m2)

2.000

Type onderzoek

Strategie 1)

Verkennend bodemonderzoek

NEN5740: VED-HE-NL

Verkennend asbestonderzoek

NEN5707: VED-HE

PFAS-onderzoek

NEN5740: VED-HO-NL

Toelichting gebruikte onderzoekstrategieën: VED-HO-NL : Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming VED-HE(-NL) : Onderzoeksstrategie voor een verdachte (niet-lijnvormige) locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming

Blad 9 van 17

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in mei 2021. Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 9 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Eventuele werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000. Verspreid over de onderzoekslocatie zijn geplaatst: - 11 proefgaten tot 0,5 m -mv. (nrs. 002 t/m 004, 006 t/m 009, 011 t/m 014) - 2 proefgaten + boringen tot 2,0 m -mv. (nrs. 005 en 010) - 1 peilbuis:  Nr. 01 (filterstelling: 3,50-4,50 m -mv.) Verkennend asbestonderzoek Visuele inspectie maaiveld Ten behoeve van het lokaliseren van verontreinigingsgebieden/-kernen binnen de onderzoekslocatie is de toplaag van het onverharde gedeelte van het terrein middels inspectiestroken met een maximale breedte van 1,5 m afgezocht naar de mogelijke aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Van de onderzoekslocatie kon minder dan 75% worden geïnspecteerd. Het overige terreindeel was verhard met klinkers en grind. De inspectie-efficiëntie wordt op basis van de weersomstandigheden, de aanwezige vegetatie en de grondslag ingeschat op 50-70%.

Inspectie en monsterneming opgegraven grond Ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek zijn 13 proefgaten (002 t/m 014) gegraven van circa 0,3 m x 0,3 m x 0,5 m (lxbxd). De exacte afmetingen van het proefgat staan in de boorprofielen in bijlage 3. Twee proefgaten (nrs. 005 en 010) zijn doorgeboord met een Edelmanboor (120 mm) tot 2,0 m -mv. Het opgegraven materiaal is uitgespreid, geharkt en gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen. Van de verdachte bodemlagen zijn representatieve monsters samengesteld van de gezeefde fractie (<20mm). Na inspectie en monsterneming zijn de gaten gedicht met het uitgegraven materiaal. De situering van de boringen, proefgaten en peilbuizen zijn weergegeven op situatietekening 0471056.100-S-1.

Blad 10 van 17

3.2

Laboratoriumonderzoek In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de uitgevoerde analyses. Tabel 3.1: Laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject (m -mv) Grond 11-1 MM01

0,00-0,50 0,00-0,60

MM02 MM03 PFAS01

0,00-0,50 0,50-1,00 0,00-0,58

PFAS02

0,00-0,50

AMM1 AMM2 AMM4

0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,50

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Laboratoriumanalyse (1)

11 (0,00-0,50) 03 (0,00-0,50); 08 (0,00-0,50); 09 (0,00-0,50); 14 (0,10-0,60) 05 (0,00-0,50); 07 (0,00-0,50) 05 (0,60-1,00); 10 (0,50-0,80) 02 (0,08-0,58); 04 (0,00-0,50); 08 (0,00-0,50)

Standaardpakket grond Standaardpakket grond

09 (0,00-0,50); 12 (0,00-0,25); 13 (0,00-0,50) 13 (0,00-0,50); 14 (0,10-0,60) 10 (0,00-0,50); 11 (0,00-0,50) 02 (0,08-0,58); 05 (0,00-0,50); 07 (0,00-0,50); 09 (0,00-0,50)

PFAS + organische stof

Standaardpakket grond Standaardpakket grond PFAS + organische stof

Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016

Grondwater 001-1-1 3,40-4,40 001 (3,40-4,40) Standaardpakket grondwater 1) Standaardpakketten: grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB som 7), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM), minerale olie (GC), lutum en organische stof PFAS: Pakket uit tijdelijk handelingskader van juli 2019 (exclusief GenX) . grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 stuks), minerale olie (GC)

Op analysecertificaat 2021028895 staat het projectnummer 0470156.100 genoemd. Het betreffende projectnummer is verkeerd ingevoerd en dient gelezen te worden als peilbuis 001 van projectnummer 0471056.100. Als gevolg van de verkeerde invoer is de filterstelling van de peilbuis opnieuw ingevoerd en is door afronding een verschil van 0,1 m ontstaan: 3,5-4,5 m-mv vs. 3,4-4,4 m-mv. Deze afwijking heeft verder geen gevolgen voor de conclusies van het onderzoek.

Blad 11 van 17

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. Opgemerkt wordt dat de gegevens met betrekking tot de proefgaten zijn weergegeven met de codering G-nummer. Het G-nummer komt overeen met de boornummers. Veldwaarnemingen grond Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot 2,2 m –mv. uit zand bestaat. Vervolgens bestaat de bodem tot ca. 3,5 m –mv. uit leem. Van 3,5 m –mv. tot de maximaal geboorde diepte van 4,5 m –mv. is zand aangetroffen. Bij het uitvoeren van het veldonderzoek zijn waarnemingen gedaan die kunnen duiden op bodemverontreiniging. De veldwaarnemingen zijn weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 4.1: Veldwaarnemingen Boring Diepte (einddiepte, m -mv) (m -mv) 01 (4,50) 0,08-0,30 02 (0,58) 0,08-0,58 03 (0,50) 0,00-0,50 04 (0,50) 0,00-0,50 05 (2,00) 0,00-0,60 0,60-1,00 06 (0,50) 0,00-0,50 07 (0,50) 0,00-0,50 08 (0,50) 0,00-0,50 09 (0,50) 0,00-0,50 10 (2,00) 0,00-0,50 0,50-0,80 11 (0,50) 0,00-0,50 12 (0,50) 0,00-0,25 13 (0,50) 0,00-0,50 14 (0,60) 0,10-0,60

Waarneming

Grondsoort

zwak puin matig baksteen, matig puin zwak puin, zwak baksteen zwak puin, zwak baksteen matig baksteen, matig puin, sporen glas zwak puin, zwak baksteen sporen baksteen matig baksteen, matig puin, sporen glas zwak puin, zwak baksteen matig baksteen, matig puin zwak puin, zwak baksteen zwak puin, zwak baksteen zwak baksteen, sporen slakken zwak baksteen zwak puin, zwak baksteen zwak puin, zwak baksteen

zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand zand

Veldgegevens grondwater In onderstaande tabel zijn de gegevens van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 4.2: Veldgegevens grondwater Peilbuis Grondwaterstand (filter, m -mv) (m -mv) 001 (3,4-4,4) 3,53

Belucht? ja

pH (-) 6,80

EC (µS/cm) 550

Troebelheid (NTU) 14

De zuurgraad (pH) en het elektrische-geleidingsvermogen (EC) zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het bemonsterde grondwater uit de peilbuis is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentraties aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet onderzocht. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Daarnaast is de peilbuis belucht tijdens bemonstering tijdens het onderzoek. Hierdoor kan vervluchting leiding tot een onderschatting van concentraties aan organische stoffen. Omdat deze beluchte peilbuis op een onverdachte locatie staat waar, op basis van het vooronderzoek en

Blad 12 van 17

de waarnemingen tijdens het veldwerk, geen verhoogde concentraties aan organische stoffen worden verwacht en geen concentraties boven de detectiegrenzen zijn gemeten, zal dit resultaat geen nadelige invloed hebben op eventuele vervolgfasen, resultaten en/of conclusies van het bodemonderzoek. In dit geval zijn de resultaten representatief.

4.2

Analyseresultaten

4.2.1

Toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grond- en grondwatermonsters zijn weergegeven in respectievelijk bijlage 4 en bijlage 5. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 8. De resultaten zijn getoetst aan de actuele achtergrond-, streef- en interventiewaarden uit de Regeling Bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. De achtergrond-/streef- en interventiewaarden zijn opgenomen in bijlage 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7. Een monster kan voldoen aan de achtergrondwaarde, terwijl een stof binnen het monster de achtergrondwaarde overschrijdt (Regeling bodemkwaliteit, art. 4.2.2). In de tekst zal de term 'verhoogd' worden gebruikt bij gehalten hoger dan de achtergrond- of streefwaarden en lager dan de interventiewaarden. De term 'sterk verhoogd' wordt gebruikt bij gehalten hoger dan of gelijk aan de interventiewaarden. Tevens is bij de getoetste waarden een index opgenomen. Deze index is als volgt berekend: Index = (GSSD - AW) / (I - AW). Een negatieve waarde voor de index houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (= GSSD) lager is dan de achtergrondwaarde (= AW). Bij een index boven de 1 ligt de gestandaardiseerde meetwaarde boven de interventiewaarde (= I).

Een index tussen de 0 en 0,5 betekent dat de gestandaardiseerde meetwaarde (ver) onder de interventiewaarde ligt. Een index tussen de 0,5 en 1 houdt in dat de gestandaardiseerde meetwaarde (dicht) bij de interventiewaarde ligt. Afhankelijk van de specifieke situatie geeft dit mogelijk aanleiding voor het uitsplitsen van een mengmonster en/ of het uitvoeren van een nader onderzoek. Asbest De analysecertificaten van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 8 en zijn getoetst aan het huidige beleid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dit beleid is beschreven in bijlage 14.

Besluit bodemkwaliteit (Bbk) De resultaten van de (meng)monsters uit het bodemonderzoek die op het standaardpakket grond zijn geanalyseerd, zijn eveneens indicatief getoetst aan de samenstellingseisen uit het Besluit bodemkwaliteit, voor vrijkomende grond (generiek toetsingskader). De getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 10. In bijlage 11 is een toelichting op het toetsingskader van het Besluit bodemkwaliteit opgenomen. PFAS De getoetste analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters zijn weergegeven in bijlage 13. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 8. De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit het Tijdelijk Handelingskader PFAS (conform Besluit bodemkwaliteit). Voor PFAS zijn in de Wet bodembescherming geen normen en/of toetsingsmogelijkheden bekend. Tijdelijk Handelingskader PFAS geeft voor grond echter wel invulling aan de zorgplicht aan de toepassingsnormen voor grond. Het toetsingskader is uitgewerkt onder bijlage 14.

Blad 13 van 17

Voor grondwater zijn op dit moment geen normen opgenomen in het Tijdelijk handelingskader. Daarom wordt voor grondwater terug gevallen op de Circulaire bodemsanering waarin is bepaald dat de detectiegrens voor een niet genormeerde stof, zoals de stoffen uit de PFAS groep, de bepalingsgrens voor verontreiniging is.

Omgevingswet (OW) Vooralsnog treedt vanaf 1 juli 2022 de Omgevingswet in werking. Dit betekent dat de Wet bodembescherming wordt ingetrokken en niet meer van kracht is. Op het moment van opstellen van dit document is geen zicht op een afwijkende normstelling/ toetsingskader bij het inwerking treden van de OW. Aangenomen wordt dat bij de start van het inwerking treden van de OW gebruik wordt gemaakt van de normering opgenomen in het invoeringsbesluit “bruidsschat”. In de bruidsschat is geborgd dat de Rijksregels van kracht zijn in omgevingsplannen en de waterschapsverordeningen, indien deze niet zijn opgenomen/ vastgesteld door de gemeente of het waterschap. Het Wbb-toetsingskader is in de bruidsschatregels overgenomen. Dit toetsingskader maakt hierdoor automatisch onderdeel uit van het Omgevingsplan of Waterschapsverordening. Deze normering blijft van kracht, totdat de gemeente of het Waterschap nieuwe normen vaststelt. Het Besluit bodemkwaliteit blijft onder de Omgevingswet bestaan. Er zal echter een deel van dit besluit worden opgenomen in de OW. Het deel wat betrekking heeft op het bepalen van de kwaliteit van een partij blijft vallen onder het Besluit bodemkwaliteit. Toepassingsregels voor grond, zoals opgenomen zijn in gebiedsspecifiek beleid en de meldingen vallen onder de OW.

4.2.2

Grond In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende achtergrond- of interventiewaarde overschrijden. In de laatste kolom zijn de resultaten van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit als toe te passen grond opgenomen. Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond Monster Boring Waarneming (m -mv) (m -mv)

11-1 11 (0,00-0,50) (0,00-0,50) MM01 14 (0,10-0,60), (0,00-0,60) 09 (0,00-0,50), 08 (0,00-0,50), 03 (0,00-0,50) MM02 07 (0,00-0,50), (0,00-0,50) 05 (0,00-0,50) MM03 (0,50-1,00) PFAS01 (0,00-0,58)

10 (0,50-0,80), 05 (0,60-1,00) 08 (0,00-0,50), 04 (0,00-0,50), 02 (0,08-0,58)

PFAS02 12 (0,00-0,25), (0,00-0,50) 09 (0,00-0,50), 13 (0,00-0,50)

Overschrijdingen > AW > AW & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig zwak baksteen, kwik, lood, PAK sporen slakken zwak tot matig PCB (2), zink, baksteen, lood, PAK zwak tot matig puin matig lood, PAK baksteen, matig puin, sporen glas zwak baksteen, zwak puin zwak tot matig PFOS: 1,70 µg/kg baksteen, PFOA: 0,27 µg/kg zwak tot matig puin zwak tot matig PFOS: 0,80 µg/kg baksteen, PFOA: 0,37 µg/kg zwak tot matig puin

Blad 14 van 17

>I (i > 1) sterk -

Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit Kwaliteitsklasse wonen Kwaliteitsklasse wonen

-

Kwaliteitsklasse wonen

-

Voldoet aan achtergrondwaarde Wonen / Industrie (1)

Landbouw / Natuur (1)

Toelichting : Geen waarneming/geen overschrijding AW, I, i : AW = achtergrondwaarde, I = interventiewaarde, i = index, zie bijlage 7 voor uitleg bij AW, I en index (1) : De resultaten voor PFAS onderzoek zijn getoetst aan de toepassingsnormen voor PFOA, PFOS en overige PFAS in grond, welke zijn opgenomen in bijlage 14, tabel A en onderstaand benoemd Landbouw/Natuur (PFOS 1,4 µg/kg, PFOA 1,9 µg/kg) Wonen/Industrie (PFOS 3,0 µg/kg, PFOA 7,0 µg/kg) Niet toepasbaar (PFOS > 3,0 µg/kg, PFOA > 7,0 µg/kg (2) : Op de analysecertificaat wordt opgemerkt dat PCB 153 positief beïnvloed kan worden door PCB 132. Aangezien andere PCB’s ook verhoogd zijn aangetroffen heeft dit geen verdere consequenties voor de conclusies van dit onderzoek.

Het gemeten gehalte aan barium is, conform het gestelde in de circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, getoetst aan de voormalige interventiewaarde. Dit in verband met het voor deze parameter aanwezig zijn van een aanwijsbare antropogene bron (bijmenging met puin, baksteen en glas). Uit de toetsing blijkt dat het gemeten gehalte aan barium deze voormalige interventiewaarde niet overschrijdt.

4.2.3

Asbest In de volgende tabel is een overzicht gegeven van de analyseresultaten van de onderzochte grondmonsters. Tabel 4.4: Analyseresultaten grondmonsters Monstercode

Gat(en)

Grondsoort en veldwaarnemingen

Traject (m -mv.)

Gemeten gehalte serpentijn (mg/kg)

Gemeten gehalte amfibool (mg/kg)

Totaal gemeten gehalte asbest (mg/kg)

Gewogen gehalte asbest in fijne fractie (mg/kg)

AMM1

13 (0,00-0,50); 14 (0,10-0,60)

Zand, zwak baksteen, zwak puin

0,000,50

0,4

-

0,4

0,8*

AMM2

10 (0,00-0,50); 11 (0,00-0,50)

Zand, zwak baksteen, zwak puin, sporen slakken

0,000,50

<0,6

-

<0,6

<0,6

AMM4

02 (0,08-0,58); 05 (0,00-0,50); 07 (0,00-0,50); 09 (0,00-0,50)

Zand, matig baksteen, matig puin, sporen glas

0,000,50

<0,6

-

<0,6

<0,6

Verklaring bij de tabel: - geen waarnemingen * Aangezien het monster is samengesteld uit meerdere proefgaten is het gewogen gehalte vermenigvuldigd met het aantal proefgaten van het monster. Gewogen gehalte aan asbest: gemeten gehalte serpentijn + (10 maal gemeten concentratie amfibool)

Uit de resultaten van het asbestonderzoek blijkt dat in de bovengrond op het zuidwestelijk deel van het terrein (AMM1) een totaal gemeten gehalte van 0,8 mg/kg d.s. aan asbest is aangetoond. Dit gehalte overschrijdt de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) niet. In geen van de asbestmonsters is asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. De in de monsters gemeten gehalten zijn derhalve tevens de totaalgehalten.

Blad 15 van 17

4.2.4

Grondwater In de volgende tabel zijn de parameters weergegeven, die de betreffende streef- of interventiewaarde overschrijden. Tabel 4.5: Overschrijdingstabel grondwater Monster Peilbuis Overschrijdingen (filter, m -mv) > S > S & <= I (i <= 0,5) (0,5 < i <= 1) licht matig 001-1-1 1 barium (3,40 - 4,40) Toelichting : geen overschrijding S, I, i : S = streefwaarde, I = interventiewaarde, i = index

Blad 16 van 17

Conclusie >I (i > 1) sterk -

Overschrijding streefwaarde

5

Conclusies In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707.

Onderzoeksresultaten In de bovengrond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en PCB aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan geanalyseerde parameters gemeten. In het grondwater is maximaal een licht verhoogde concentratie aan barium gemeten. Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voor vrijkomende grond volgt dat de bovengrond in het voldoet aan de kwaliteitsklasse “Wonen” en de ondergrond aan klasse “Achtergrondwaarde”. In het kader van de Wet bodembescherming is tot op heden geen beleid opgesteld ten aanzien van PFAS. Het Tijdelijk Handelingskader PFAS geeft echter wel invulling aan de zorgplicht uit de Wet bodembescherming (Wbb). Voor het PFAS onderzoek voldoet de bovengrond aan de ‘Landbouw/Natuur’ en ‘Wonen/Industrie’. In de bovengrond zijn bijmengingen met puin, baksteen en glas aangetroffen, welke als verdacht op asbest worden beschouwd. In één asbestmonster (AMM1) is een totaal gemeten gehalte van 0,8 mg/kg d.s. aan asbest aangetoond. Dit gehalte overschrijdt de grenswaarde voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) niet. In de overige asbestmonsters is zowel visueel als analytisch geen asbest aangetoond. De vooraf opgestelde hypothese 'verdachte locatie' voor het bodem-, PFAS- en asbestonderzoek worden aanvaard, vanwege de aangetroffen verontreinigingen in de grond en het grondwater.

De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen ons inziens geen milieuhygiënische belemmering voor de realisatie van woningbouw, de uiteindelijke beslissing hiertoe is aan het bevoegd gezag. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek.

Omgevingswet Indien het voorliggende document wordt ingediend bij het bevoegd gezag na 30 juni 2021, is de Omgevingswet (OW) als toetsend kader van kracht. Alleen wanneer de locatie niet onder de overgangsregeling valt, dient de toetsing dan plaats te vinden aan de hand van de normering welke is opgenomen in het Omgevingsplan of de waterschapsverordening. In het geval de bruidsschatregels van toepassing zijn en daarmee het Wbb-toetsingskader wordt gehanteerd, blijven de bovengenoemde conclusies van toepassing. Aanbevolen wordt om voorafgaand aan indiening na te gaan of in het vigerend omgevingsplan of waterschapsverordening afwijkende toetswaarden of onderzoekseisen zijn vastgesteld. Indien afwijkende waarden of regels zijn vastgesteld, kan dit van invloed zijn op de hierboven genoemde beoordeling en conclusies. Antea Group Oosterhout, juni 2021

Blad 17 van 17

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek hoek Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle projectnummer 0471056.100 17 juni 2021 revisie 00

Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek hoek Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle projectnummer 0471056.100 17 juni 2021 revisie 00

Bijlage 1: Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).

Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-proces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage “Verantwoording onderzoek BRL 2000” is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In het colofon staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. Werkzaamheden ten behoeve van asbestonderzoek conform NEN 5897 (asbest in puin) en overige onderzoeken (te denken valt aan asfalt- en funderingsonderzoek, civieltechnisch onderzoek etc.) vallen buiten de scope van de BRL SIKB 2000. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium.

Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema(AS)3000 zijn uitgevoerd. De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond en asbest Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Er is niet bekeken of er wordt voldaan aan de definitie van grond, zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit d.d. 30 november 2018. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group volgens de NEN 5740 is uitgevoerd.

Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek hoek Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle projectnummer 0471056.100 17 juni 2021 revisie 00

Bijlage 2 Vooronderzoek

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek hoek Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle projectnummer 0471056.100 17 juni 2021 revisie 00

Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek 1) Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 2.1. De onderzoekslocatie is door de opdrachtgever afgebakend en is voldoende. 2) Is er sprake van potentiele bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiele bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Op de locatie zijn verschillende verdachte locaties aanwezig. Deze locaties zijn weergegeven in tabel 2.2. en beschreven in de voorgaande rapportages in paragraaf 2.4. 3) Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Asbest Tijdens het verkennend bodemonderzoek in 2009 (Oranjewoud, d.d. 01-07-2009) zijn sporen puin aangetroffen. Het aantreffen van bijmengingen aan puin, geeft op basis van de huidige inzichten aanleiding voor het uitvoeren van een verkennend asbestonderzoek. In 2009 was deze aanleiding er nog niet en is derhalve geen asbestonderzoek uitgevoerd. Een bodemonderzoek is circa 5 jaar actueel en dient daarna te worden geactualiseerd.

Bodemkwaliteitskaart (BKK) Op basis van de bodemkwaliteitskaart van de gemeente Oss is de onderzoekslocatie gelegen in een zone waarvan de zowel de onverdachte boven- als ondergrond gemiddeld voldoet aan de kwaliteitsklasse: ‘Achtergrondwaarde’ . Bodemfunctie Op de bodemfunctiekaart van de gemeente Oss is de locatie ingedeeld voor de functie ‘Landbouw/Natuur’. 4) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De bodemopbouw is weergegeven in paragraaf 2.3. 5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee, er zijn geen invloeden vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater bekend. 6) Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee, er wordt geen geval van ernstige bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie bekend. 7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein.

Daarnaast zijn er in het verleden asbestverdachte bijmenging (puin)op de onderzoekslocatie aangetroffen en is dit destijds niet

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek hoek Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle projectnummer 0471056.100 17 juni 2021 revisie 00

onderzocht op de aanwezigheid van asbest. Dit geeft aanleiding tot het verrichten van een verkennend asbestonderzoek. 8) Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? Op basis van het vooronderzoek zijn de in onderstaande tabel opgenomen deellocaties te onderscheiden. Tabel 2.2: Overzicht deellocaties

1)

Locatie

Oppervlakte (m2)

Type onderzoek

Strategie 1)

Gehele onderzoekslocatie

2.000

Verkennend bodemonderzoek

NEN5740: VED-HE-NL

Verkennend asbestonderzoek

NEN5707: VED-HE

PFAS-onderzoek

NEN5740: VED-HO-NL

Toelichting gebruikte onderzoekstrategieën: VED-HO-NL VED-HE-(NL)

: Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming : Onderzoeksstrategie voor een verdachte (niet-lijnvormige) locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming

Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek hoek Tilburgseweg en Kalverstraat te Goirle projectnummer 0471056.100 17 juni 2021 revisie 00

Bijlage 3 Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen

Projectnaam: Hoek Tilburgseweg/ Kalverstraat te Goirle Projectnr. 0471056.100

Boring:

01

Datum:

26-5-2021

Boring:

02

Datum:

26-5-2021

X-coördinaat: Y-coördinaat:

132817,78

X-coördinaat:

132807,03

392519,90

Y-coördinaat:

392513,10

0 1 50

GWS (cm -mv): 300

(08 ) 8

klinker

(22)

Zand, zeer fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor

30

2 (100)

100

(08 ) 8

0

1

P1

50

(50)

58

klinker Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor

Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor

3 130

150

Zand, zeer fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, bruingeel, Edelmanboor

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1305/documents/24244