05a- vast te stellen BP.pdf
Tekst van het document
GEMEENT E GOIRLE
BESTEMMINGSPLAN HOEK T ILBURGSEW EG-KALVERSTRAAT (GOIRLE)
GEMEENTE BESTEMMINGSPLANNUMMER SCHAAL VAN DE VERBEELDING STATUS PLAN DATUM TERVISIELEGGING
ONTWERP
DATUM VASTSTELLING
DATUM UITSPRAAK ABRS DATUM INWERKINGTREDING DATUM ONH ERROEPELIJ K NAAM EN ADRES OPSTELLER
: : : : : : : : : :
GOIRLE
NL.IMRO.0785.BP2021007H OEKTILBU-VG01 1:1000 VASTSTELLING 7 J ULI 2022 T/M 17 AUGUSTUS 2022
KUIPERCOMPAGNONS, VAN NELLEWEG 3042, 3044 BC ROTTERDAM
P L AN T O EL I C H T I N G
INHOUDSOPGAVE PLANTOELICHTING
pagina
1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Inleiding Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
3 3 3 3 4 5
2. 2.1. 2.2. 2.3.
Beschrijving plangebied Historische ontwikkeling Ruimtelijke en functionele structuur Technische infrastructuur
6 6 8 8
3. 3.1. 3.2. 3.3.
Ruimtelijk beleidskader Rijk Provincie Gemeente
9 9 10 12
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.
Thematische beleidskaders Stedenbouwkundige uitgangspunten Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Volkshuisvesting Groen Verkeer en parkeren Duurzaamheid
16 16 17 18 21 21 22
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8. 5.9. 5.10.
Milieuaspecten Milieuhinder en bedrijven Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpad Geluid Lucht Geur Bodem Natuur Milieueffectrapportage Bezonning
24 24 25 27 27 28 30 30 31 33 33
6. 6.1. 6.2.
Water Beleid Huidige en toekomstige situatie
34 34 36
7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4. 7.5.
Opzet planregels Plansystematiek Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel
39 39 39 39 39 40
8. 8.1. 8.2.
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
41 41 41
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12
Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling, KuiperCompagnons, 4 april 2022 Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Anteagroup, 17 juni 2021 Flora- en faunaonderzoek, ABO-Milieuconsult, 7 juni 2022 Stikstofdepositie-onderzoek, KuiperCompagnons, 31 januari 2022 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 23 november 2021 Aanvullend archeologisch onderzoek, 21 februari 2022 Akoestisch onderzoek, KuiperCompagnons, 3 december 2021 Bezonningsstudie, Peutz, 4 maart 2022 Eindverslag inspraakprocedure, april 2022 Verslag overleg besluit ruimtelijke ordening Parkeerbalans commerciële functies Nota zienswijzen ontwerpbestemmingsplan
2
HOOFDSTUK 1. INLEIDING 1.1.
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Op de hoek van de Kalverstraat en de Tilburgseweg in Goirle ligt een braakliggend perceel. Omdat eerdere plannen voor deze locatie niet haalbaar bleken is het perceel tijdelijk ingericht als openbare biodiversiteitstuin. Eind 2020 zijn de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de locatie verruimd, waardoor er meer mogelijk werd op de locatie. Door de initiatiefnemer is een plan ontwikkeld dat voldoet aan deze randvoorwaarden. Het plan bestaat uit appartementen en commerciële ruimtes. Deze nieuwe opzet past niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Centrumgebied’. Om het plan te kunnen realiseren is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het voorliggende bestemmingsplan vormt een nieuw planologisch kader voor de ontwikkeling.
1.2.
Ligging en begrenzing plangebied. Het plangebied omvat globaal ca. 2.000 m2 en bevindt zich in het centrum van de kern Goirle. Het plangebied wordt grofweg begrensd door: - de Kalverstraat aan de noordzijde; - winkelgebied De Hovel met daarboven woningen aan de oostzijde; - de Tilburgseweg in het westen; - achterkanten van winkels aan De Hovel en horeca aan het Kloosterplein aan de zuidzijde. De exacte ligging van het plangebied is weergegeven op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding. De globale ligging van het plangebied is in afbeelding 1.1 weergegeven.
Afbeelding 1.1: globale ligging van het plangebied
1.3.
Vigerende bestemmingsplannen Tot het moment waarop het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, gelden in het plangebied de volgende bestemmingsplannen. Ter plaatse van het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan ‘Centrumgebied’, vastgesteld op 17 september 2013 door de gemeenteraad van Goirle. In de planologische situatie is het plangebied bestemd als ‘Gemengd-1’ en ‘Verkeer – Verblijfgebied’. Binnen de gemengde bestemming zijn ter plaatse van het plangebied bedrijven, detailhandel, horeca en bijbehorende voorzieningen zoals groen-, water- en parkeervoorzieningen toegestaan. De aangeduide 3
bijgebouwen mogen worden gebruikt voor wonen. Er geldt een maximale bouwhoogte van 15 meter en een maximale goothoogte van 9 meter. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet past binnen het geldende bestemmingsplan wordt met dit bestemmingsplan een nieuw planologisch kader gemaakt.
Afbeelding 1.2: Vigerende planologische situatie (in rood de globale begrenzing)
Parapluplan gemeente Goirle In aanvulling op het voorgaande vigeert ter plaatse van het plangebied tevens het bestemmingsplan ‘Parapluplan gemeente Goirle’ dat op 13 maart 2019 is vastgesteld door de gemeenteraad van Goirle. De parapluherziening is een bestemmingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente Goirle en over de volgende onderwerpen: • terrassen; • standplaatsen; • evenementen; • parkeren; • zendmasten; • ruimte tussen bouwwerken. De relevante regels uit het betreffende bestemmingsplan gelden ook voor onderhavig plangebied en worden met dit bestemmingsplan gerespecteerd. 1.4.
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook de inhoud van het vigerend beleid beschreven en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.
4
1.5.
Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleidskader van rijk, provincie en gemeente. Het thematische beleidskader komt aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 7 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
5
HOOFDSTUK 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze situatie door middel van een beschrijving van de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur. Vervolgens wordt de voorgestane ontwikkeling besproken. 2.1.
Historische ontwikkeling De oorsprong De naam Goirle is samengesteld uit de woorden "goer" (goir) en "loo". Het eerste betekent moeras of drassige grond, het tweede bos of open plek in het bos. Als plaatsnaam wordt Goirle voor het eerst genoemd in een charter uit 1298, waarin sprake is van de Ludensvoirt te Goirle. Voorts wordt de naam gebruikt in een oorkonde uit 1312 betreffende het goed Ter Loo op Abcoven aan de Leij en in een charter van 1315 als het goed Ter Venne genoemd wordt. Opgravingen die zijn gedaan bij de afbraak van de oude parochiekerk in 1896, toonden de aanwezigheid van een kerkje in de 12e eeuw. In die tijd maakte het kleine kerkdorpje deel uit van de heerlijkheid Tilburg. Reeds in 1795 bestonden er plannen om Goirle van Tilburg te scheiden, maar hiertegen werd door beide plaatsen geprotesteerd. Pas in 1803 werd Goirle een zelfstandige gemeente.
Afbeelding 2.1: Kaart van de gemeente Goirle uit 1866 (Atlas van J. Kuiper)
18e eeuw: ontwikkeling vanuit de Grootte Akkers richting De Leij De gemeente Goirle heeft een oppervlakte van ruim 2.544 ha en wordt begrensd door de gemeenten Alphen en Riel, Tilburg, Hilvarenbeek en Poppel (B). Zeer bepalend voor de ontwikkeling en vorming van het gebied waren de verschillende waterlopen. Vanaf de tijd dat Goirle nog deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, tot aan de totstandkoming van de rijksweg Tilburg-Turnhout in 1853 zou er weinig veranderen in het straten- en wegenplan van het dorp. De waarschijnlijk oudste bebouwing is aangetroffen in het gebied van de vrij hoog gelegen Grootte Akkers. Door de verschuiving in de richting van de Leij ontstaan de wijken of herdgangen Abcoven en Kerk, en ten westen van de Grootte Akkers de herdgangen Dorp en Ven. In 1753 telde het dorp 132 woningen "daeronder begrepen kleijne hutten en keten" en maar een paar "stadsgewijze getimmerde huijzen". Met de aanleg van de rijksweg Tilburg-Turnhout verbeterde de infrastructuur in het dorp. 19e eeuw: groei van Goirle begint Als na 1850 de bevolking van Goirle flink begint te groeien, wordt voornamelijk gebouwd langs de oude kerkwegen en langs de nieuw aangelegde Tilburgseweg. Vooral het aantal arbeiderswoningen nam sterk toe. De voornaamste initiatiefnemers tot de bouw waren de fabrikanten en de landbouwers.
Op het einde van de 19e eeuw is ook begonnen met de bouw van woningen langs bestaande akkerwegen, zoals de Molenstraat (achter de heuf), Groeneweg en Koude Pad.
6
20e eeuw: planmatige woningbouw Aan de woningbouw werd een nieuwe impuls gegeven door de Woningwet, die in 1901 tot stand kwam en waardoor het mogelijk werd om met rijkssteun woningen te bouwen en de volkshuisvesting te verbeteren. Dit resulteerde onder andere in de Kalverstraat, om de arbeiders dicht bij de fabriek te kunnen huisvesten, de Hoogstraat en de St. Jansstraat. In die periode vindt ook het Oranjeplein haar oorsprong. Het werd aangelegd als groot kermisterrein, met de verwachting dat het centrum van Goirle zich daar zou ontwikkelen. De oorspronkelijk grote maat van het plein is te verklaren doordat er ruimte werd gemaakt voor een parochiekerk die op de plaats van het huidige groene deel zou komen. Rondom is planmatig woningbouw gerealiseerd. Tot in het midden van de 20e eeuw is het dorp binnen de grenzen van het huidige centrumgebied gebleven.
Afbeelding 2.2: Kaart van de gemeente Goirle uit begin 20e eeuw
Na de Tweede Wereldoorlog heeft Goirle grote groei gekend. Met de uitvoering van de bestemmingsplannen begon de groei van Goirle. Achtereenvolgens kwamen tot stand de woningen ten noorden van de Van Malsenstraat, plan West, de wijk Hoogeind, plan Abcoven en de wijken Grobbendonk, De Hellen en de Grootte Akkers. Tegelijkertijd begon rond 1970 de grootschalige sanering van de oudere wijken en straten. Een voorbeeld daarvan is de aankoop in 1969 van de terreinen en opstallen van de voormalige Pijnenburg's Weverijen met woningen aan de Tilburgseweg, Groeneweg en Molenstraat. Op één villa na zijn alle gebouwen die bij de verkoop betrokken waren, verdwenen om plaats te maken voor de uitvoering van het centrumplan. Later zijn de wijken De Nieuwe Erven en De Hoge Wal tot stand gekomen. De woonwijk Boschkens, aan weerszijden van de Tilburgseweg (ten noorden van de Rillaersebaan is op het einde van de 20ste eeuw en begin 21ste eeuw gerealiseerd.
7
2.2.
Ruimtelijke en functionele structuur De historische Tilburgseweg fungeert als aanloopstraat van het centrum, zowel vanuit het noorden, als vanuit het zuiden. Het plangebied vormt een markant punt in het dorpshart van Goirle. De panden die op de hoek Tilburgseweg/Kalverstraat stonden, zijn enkele jaren geleden gesloopt. Omdat invulling van deze hoek op zich liet wachten, is hier een tijdelijke openbare biodiversiteitstuin aangelegd.
Afbeelding 2.3: Historische ontwikkeling plangebied
Afbeelding 2.4: Impressie bestaande situatie
2.3.
Technische infrastructuur Binnen het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie.
8
HOOFDSTUK 3. RUIMTELIJK BELEIDSKADER Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader. 3.1.
Rijk Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is er één rijksvisie op de leefomgeving opgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. De eerste Nationale Omgevingsvisie is in september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt op nationaal niveau de Structuurvisie infrastructuur en ruimte (SVIR) en de strategische ruimtelijke delen van het verkeers- en vervoerplan, het nationale waterplan, de natuurvisie en het milieubeleidsplan. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt de NOVI als nationale visie onder de Omgevingswet.
De NOVI richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau, dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan. Door decentralisatie van bevoegdheden wordt het relevante beleidskader gevormd door de provincie Noord-Brabant en de gemeente Goirle. Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vind voor onderhavige planontwikkeling decentraal plaats. AMvB Ruimte Het Rijk legt met het besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Het SVIR (beleid) is opgegaan in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitgewerkt in regelgeving op basis van het beleid dat in de NOVI staat. Geen van de in het Barro genoemde onderwerpen hebben echter betrekking op onderhavig bestemmingsplan.
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 Bro opgenomen, de ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand 9
stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."(artikel 3.1.6, tweede lid, Bro). Conclusie In paragraaf 4.3 (Volkshuisvesting) wordt beschreven in hoeverre met onderhavig plan wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Crisis- en herstelwet Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw zorgt voor een toename van het aantal kwalitatief goede woningen en bedrijfslocaties. Integrale gebiedsontwikkeling krijgt een belangrijke impuls. Op het gebied van bedrijventerreinen ligt de nadruk op herstructurering. De regels uit de Chw betreffen in deze vooral het bestuursprocesrecht waardoor de doorlooptijd van procedures voor in de wet aangewezen projecten kan worden verkort. Conclusie De Chw is niet van toepassing op onderhavig bestemmingsplan omdat dit plan niet kan worden aangemerkt als een besluit dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een ruimtelijk project zoals omschreven in de Chw. 3.2.
Provincie Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de Noord-Brabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving. In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak.
De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien. Diep, rond en breed bekijken, dus. Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.
10
Conclusie Het initiatief past binnen in de kaders die gesteld worden door de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Nadere regels van de provincie Noord-Brabant voor ruimtelijke projecten zijn opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Hierna wordt ingegaan op deze verordening. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de “Interim omgevingsverordening Noord-Brabant” (hierna; IOV) vastgesteld. De IOV is op 5 november 2019 inwerking getreden. De IOV is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De IOV is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. De IOV vervangt zes provinciale verordeningen en heeft de status van: • Milieuverordening gebaseerd op artikel 1.2.
Wet milieubeheer; • Verordening wegen gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2A Wegenverkeerswet; • Verordening Ontgronden gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; • Verordening natuurbescherming gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; • Verordening ruimte gebaseerd op artikel 4.1. Wet ruimtelijke ordening en de • Verordening water gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet. De IOV is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de huidige regels zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. In hoofdlijnen gaat het om: o een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minde losse bijlagen; o aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de Omgevingswet; o aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten.
De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Vooruitlopende op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Op de kaart bij de omgevingsverordening wordt onderscheid gemaakt is “Stedelijk gebied” en “Landelijk gebied”.
11
Afbeelding 3.1: uitsnede kaart interim omgevingsverordening (plangebied aangegeven met roze plusteken)
Conclusie Het plangebied is binnen de IOV aangeduid als 'bestaand stedelijk gebied: stedelijk concentratiegebied'. Bestaand stedelijk gebied is gebied dat het bestaande ruimtebeslag van een kern bevat ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. Op deze gronden mogen stedelijke ontwikkelingen plaatsvinden. De voorgestane ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met het provinciale beleid. 3.3.
Gemeente Omgevingsvisie De gemeente Goirle bereidt zich voor op de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2023 in werking treedt. Eén van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten, die voortvloeit uit de aankomende Omgevingswet, is de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zet de gemeente - samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners - de integrale koers uit op weg naar de toekomst, gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. De gemeente Goirle neemt de bestaande kwaliteiten van de gemeente als vertrekpunt en houdt daarbij rekening met uitdagingen die op ons afkomen in de aankomende decennia. Daarnaast bouwt de visie verder op eerder opgesteld beleid van de gemeente en andere overheden. De omgevingsvisie is op 21 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de omgevingsvisie streeft de gemeente naar aantrekkelijke en goed functionerende dorpscentra, deze zijn van belang voor een goed woonklimaat en voor de lokale economie. Hierbij geldt dat Goirle het hoofdcentrum is voor dagelijks en niet-dagelijks aanbod. De gemeente wil in Goirle een compact, levendig centrum creëren waar de boodschappen- en winkelfunctie de functionele drager blijft, maar waar ook nadruk ligt op een aantrekkelijke verblijfs- en ontmoetingsfunctie met cultuur, evenementen en horeca.
Daarnaast ziet de gemeente een groeiende woonfunctie voor met name kleine huishoudens. Het plangebied valt binnen het deelgebied ‘Centrum Goirle’. Hier streeft de gemeente naar het voortbouwen op de (cultuurhistorische) ruimtelijke lijnen en versterkt daarbij de onderlinge relatie tussen de afzonderlijke delen van het centrumgebied (goede zichtlijnen, eenduidige inrichting openbaar gebied, sterke groenstructuur). De gemeente zet daarnaast in op het behoud van de cultuurhistorische elementen. In geval van leegstand historisch erfgoed wordt gekeken naar mogelijkheden om er een nieuwe (maatschappelijke) functie aan te geven. Tot slot zet de gemeente in op de relatie tot de groenstructuur in op klimaatbestendigheid en een robuust watersysteem (multifunctioneel en levenscyclusgericht).
12
Afbeelding 3.2: Omgevingsvisiekaart ‘Centrum Goirle’
De gemeente zet in op een goed bereikbaar en deels autovrij centrum. Bezoekgemak met de auto en fiets is een belangrijke voorwaarde. De parkeercapaciteit van de blauwe zone in en rondom het centrum wordt geëvalueerd. Flexibiliteit bij het hanteren van parkeernormen is echter van belang, mede ten behoeve van een toenemend aantal woningen in het centrum. De gemeente is bereid een zekere krapte te accepteren. Er komt daarnaast voldoende ruimte voor zowel fiets- als wandelverkeer en een goede aansluiting en op busverbindingen. Verder zet de gemeente ook in het centrum in op duurzame mobiliteit, zoals realisatie van openbare laadpalen voor elektrische voertuigen en meer ruimte voor groen en langzaam verkeer (fietsers en voetgangers). Dit betekent dat de ruimte voor de auto op den duur minder prioriteit krijgt. In het centrum is levendigheid erg belangrijk. De gemeente zet in op een aantrekkelijk, groen centrumgebied dat is gericht op de mogelijkheid tot winkelen, ontmoeten en recreëren voor iedereen. Er is ruimte voor een evenwichtige mix van activiteiten op het gebied van retail, horeca, cultuur, evenementen, toerisme en wonen. Voor de woonfunctie wordt voornamelijk gericht op levensloopbestendige en betaalbare woningen voor ouderen, zodat zij dicht bij de voorzieningen kunnen wonen.
De gemeente streeft naar het creëren van een compact centrumgebied met een functionele zonering van de afzonderlijke gebieden. De Tilburgseweg en de Kalverstraat hebben een gemengd profiel waar – naast horeca en detailhandel – ook ruimte is voor kantoor-, atelier- en woonfuncties. De openbare ruimte en voorzieningen dient voor iedereen goed toegankelijk te zijn. De groenstructuur in het centrum wordt versterkt met boombeplanting en kleinschalige parken en groene pleinen. Tot slot zet de gemeente samen met de inwoners en ondernemers in op de verduurzaming van het huidige (commerciële) vastgoed en woningen. Conclusie De voorziene ontwikkeling past binnen het beleid zoals geformuleerd in de omgevingsvisie en sluit aan bij de doelen voor het centrum, met name bij ambities voor de Tilburgseweg en de Kalverstraat. In de omgevingsvisie is het plangebied aangeduid als ‘Verstedelijking – Binnenstedelijk’. Er worden woonfuncties en commerciële functies toegevoegd, die bijdragen aan de evenwichtige mix van activiteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de ruimtelijke lijnen en de aansluiting op de omliggende bebouwing.
13
Toekomstvisie In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend” . Kortweg is aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020” gegeven. Deze visie– gebaseerd op de drie kernbegrippen 'groen, sociaal en ondernemend' – dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling. De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente. Wanneer de hierboven beschreven omgevingsvisie is vastgesteld, vervalt deze toekomstvisie. Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving, gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) en nabij de grote stad. Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar juist ook in buurten en wijken.
We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand. Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol. Conclusie De woningbouw sluit aan bij de huidige woonwensen en draagt bij aan de leefbaarheid van Goirle. De ontwikkeling past binnen de gestelde kaders uit de Toekomstvisie. Detailhandelstructuurvisie Gelijktijdig met de Omgevingsvisie is een nieuwe Detailhandelsstructuurvisie opgesteld. Deze is in februari 2022 vastgesteld. De Detailhandelsstructuurvisie bepaalt de koers voor de toekomst van de detailhandel in de gemeente Goirle. De gemeente zet daarbij in op behoud van de huidige structuur.
Omdat concentratie van detailhandel aantrekkelijker is voor consumenten en ondernemers, willen de gemeente verspreiding tegengaan. In Goirle is geen ruimte voor grote uitbreidingen in de detailhandel. De benodigde grootschaligheid voor de uitstalling van volumineuze artikelen is echter vaak moeilijk inpasbaar in reguliere centrumgebieden. Voor initiatieven die een grote omvang winkelruimte wordt ruimte geboden op Tijvoort en Veertels. Daarnaast moet het mogelijk blijven zelf vervaardigde producten direct aan de consument te verkopen als ondergeschikte activiteit. Ook maakt de gemeente een uitzondering voor boerderijwinkels. Voorliggend plangebied wordt in de detailhandelstructuurvisie benoemd als ontwikkellocatie. Om leegstand in het centrum tegen te gaan is het volgens de visie wenselijk dat de locatie op termijn van kleur verschiet. Zittende ondernemers moeten gestimuleerd worden om zich elders in het centrumgebied te vestigen. Ook dient woningtransformatie mogelijk te worden gemaakt. In de visie is aangegeven dat de verbinding tussen het winkelaanbod aan de Tilburgseweg en De Hovel ontbreekt, met als belangrijke barrière het nog te ontwikkelen gebied op de hoek Kalverstraat/Tilburgseweg. Een ‘publiek smoel’ op dit punt ontbreekt en er ligt hier een uitdaging om het centrum af te maken.
In de visie is aangegeven dat om de functie als verbindende schakel tussen de Tilburgseweg, Kloosterplein en De Hovel te vervullen op deze locatie een functie is gewenst met een significante en eigen 14
publieksaantrekkende werking. Nieuwe functies zijn in deze markt niet zomaar voor handen. Een verhuisbeweging van bestaande winkels of publiekaantrekkende voorzieningen zou hierin kunnen voorzien. Het doel is nadrukkelijk niet om meer winkelruimte te creëren in het centrum van Goirle. Invulling met winkels wordt op deze plek beoogd om meerwaarde te creëren: het afmaken van het centrum als één geheel. De levendige, publieke plint is vooral gewenst aan de westzijde van het kavel, gericht op de Tilburgseweg. De inpassing van een horeca-element is wenselijk aan de zuidzijde, om zo de ‘horecaplein’ beleving aan het Kloosterplein te versterken. Conclusie De ontwikkeling sluit geheel aan bij de doelen uit de visie. In de plint worden zowel detailhandel- als horecavoorzieningen mogelijk gemaakt, waarbij de invulling momenteel nog nader wordt bekeken.
15
HOOFDSTUK 4. THEMATISCHE BELEIDSKADERS In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema's. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van de kaders. Milieuaspecten en water komen aan bod in de volgende hoofdstukken. 4.1.
Stedenbouwkundige uitgangspunten De voorgenomen planontwikkeling bestaat uit maximaal 27 appartementen op de verdiepingen. Op de begane grond van de nieuwbouw worden één of meerdere commerciële ruimte(s) gerealiseerd, met een maximum van 656 m2 bvo aan detailhandel of 411 m2 bvo aan horecafuncties. Het plan omvat maximaal 18 dure koopappartementen en 9 middeldure koopappartementen. Het gebouw bestaat uit maximaal vier bouwlagen aan de Tilburgseweg en maximaal vijf bouwlagen aan de Kalverstraat. Op de hoek wordt met zes bouwlagen een accent aangebracht. Met de ontwikkeling wordt een passende aansluiting gevonden bij de dorpse maat en schaal. Het plan zoekt aansluiting op de markante villa's in de omgeving en het zicht op het torentje van de naastgelegen villa Pijnenburg blijft gehandhaafd. De nieuwbouw aan de Kalverstraat bouwt voort op de "pandsgewijze" gevelopbouw van de Hovel en aan de Tilburgseweg wordt voortgebouwd op de historische lintbebouwing met "pandjes". Het plan zoekt aansluiting bij de dorpse schaal van de directe omgeving. Om die reden zijn de bovenste bouwlagen teruggelegd. De entrees van de woningen bevinden zich aan de rustigere Kalverstraat. De commerciële ruimtes hebben hun entree aan de Tilburgseweg. Eén optionele commerciële ruimte heeft een entree aan de Kalverstraat. Aan de achterzijde wordt, op eigen terrein, geparkeerd.
Daarnaast houdt het plan rekening met het laden en lossen van de naastgelegen supermarkt.
Afbeelding 4.1: Bouwhoogtes en situering entrees
Voor deze locatie heeft de gemeenteraad de stedenbouwkundige randvoorwaarden gedetailleerd vastgelegd. Eén van de voorwaarden is dat ten minste 47 parkeerplaatsen worden gerealiseerd, zodat het plan in voldoende mate voorziet in de parkeerbehoefte. Het nu gepresenteerde plan voorziet hierin. Een andere voorwaarde is dat de woningen voldoen aan de definitie van een zogenoemde nultredenwoning (gelijkvloerse woning). Alle appartementen voldoen hieraan.
16
Afbeelding 4.2: Impressie toekomstige situatie
4.2.
Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Archeologie Omdat in groeiende mate het Europese archeologische erfgoed werd bedreigd, is in 1992 het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologisch belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende: - de introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologische onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder; - de verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening. In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld.
Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport over te leggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek: het bureauonderzoek en/of inventariserende veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historisch, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijk onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd. Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een (selectie)besluit hoe met eventueel aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan. In het vigerende bestemmingsplan ‘Centrumgebied’ kent het plangebied geen archeologische dubbelbestemming.
Echter bevindt het plangebied zich volgens de Archeologische Monumenten Kaart (AMK) op een terrein van hoge archeologische waarde. Bij plannen waar bodemingrepen voor nodig zijn dient daarom een verkennend archeologisch onderzoek plaats te vinden. Dit onderzoek is uitgevoerd door onderzoeksbureau Vestigia, en opgenomen als bijlage 5 bij deze toelichting. Op basis van de resultaten uit dit vooronderzoek is aanvullend veldonderzoek uitgevoerd. De rapportage van dit onderzoek is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting.
17
Gezien de aangetroffen bodemopbouw en de afwezigheid van primaire of secundaire archeologische indicatoren moet de kans dat bij de geplande ingrepen een intacte archeologische vindplaats wordt geschaad als laag worden ingeschat. De locatie waar de nieuwbouw zal plaatsvinden is reeds door de voorgaande bouw en sloop diepgaand tot in de top van het dekzand verstoord. In de rest van het plangebied zullen alleen ondiepe ingrepen plaatsvinden voor de aanleg van verharding voor parkeerplaatsen, maar hier is de bodem in ieder geval tot 130-140 cm -mv verstoord zodat deze ingrepen in het verstoorde pakket zullen plaatsvinden. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert daarom ook geen verdere stappen in het kader van de cyclus Archeologische Monumentenzorg (AMZ). De onderzoeksresultaten zijn voorgelegd aan het Monumentenhuis Brabant. Met het door het onderzoeksbureau gegeven selectieadvies, geen vervolgonderzoek te doen uitvoeren en het plangebied vrij te geven, kan door het Monumentenhuis worden ingestemd. Monumentenhuis Brabant adviseert dat de (bouw)vergunning wordt verleend door de Gemeente Goirle onder voorwaarde, dat bij eventuele toevalsvondsten hiervan melding wordt gedaan conform art. 5.10 van de Erfgoedwet, die vanaf 1 juli 2016 van kracht is.
Cultuurhistorie en monumentenzorg Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven. Hierbij zijn vooral de Erfgoedwet, de gemeentelijke Monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de Provincie Noord-Brabant is de oude dorpskern van Goirle aangewezen als ‘Historische stedenbouw’. Het plan sluit hierop aan en zoekt aansluiting op de markante villa's in de omgeving. Het plan zoekt aansluiting bij de dorpse schaal van de directe omgeving en daarom zijn de bovenste bouwlagen terug gelegd, waarbij wordt voort gebouwd op de gevelopbouw van de omliggende panden. Het zicht op het naastgelegen torentje van villa Pijnenburg (gemeentelijk monument) blijft gehandhaafd.
Afbeelding 4.3: Opbouw omliggende bebouwing
4.3.
Volkshuisvesting Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant De 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant' (Actualisering 2020) geeft inzicht in de veranderingen in de omvang, groei en samenstelling van de bevolking van de provincie Noord-Brabant. Deze prognoses zijn voor beleidmakers op elk maatschappelijk terrein, waaronder woningbouw en volkshuisvesting, van belang. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose groeit De Brabantse bevolking groeit tot 2050 nog met bijna 280.000 mensen, tot ruim 2,84 miljoen inwoners. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose neemt het inwonertal 18
van Noord-Brabant toe van ruim 2.563.000 in 2020 tot bijna 2.842.000 mensen in 2050. Dit betekent dat de Brabantse bevolking de komende 30 jaar naar verwachting nog met bijna 280.000 personen zal groeien. Vergeleken met de vorige provinciale prognose uit 2017 ligt de bevolkingsgroei beduidend hoger, zal een hoger ‘bevolkingsmaximum’ worden bereikt en komt het omslagpunt van groei naar krimp naar verwachting buiten de prognoseperiode (na 2050) te liggen De woningvoorraad bereikt eveneens een grotere omvang in vergelijking met de vorige prognose. De hogere bevolkingsgroei speelt hierbij uiteraard een rol. Samen met de vergrijzing en de individualisering leidt dit tot een sterke groei van het aantal huishoudens (en dus woningen). Verwacht wordt dat er in Brabant anno 2050 ca. 1.360.000 woningen nodig zijn om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, bijna 100.000 woningen meer dan de ramingen uit 2017. Dat betekent een toename van een kleine 220.000 woningen ten opzichte van de ruim 1.140.000 die er aan het begin van 2020 in onze provincie staan. De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognoseperiode groeien, al vlakt de groei in de loop van de prognoseperiode wel (sterk) af. Al met al wacht Brabant de komende tijd nog een flinke woningbouwopgave, met een accent op de eerstkomende jaren.
Tot 2035 zal de woningvoorraad nog met bijna 160.000 woningen moeten toenemen, waarvan 120.000 in de eerstkomende 10 jaar. Dit betekent dat er tot 2030 jaarlijks zo’n 12.000 woningen (netto) aan de voorraad zullen moeten worden toegevoegd. Dit om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen. In lijn met het provinciale verstedelijkingsbeleid concentreert de groei van de woningvoorraad zich in de stedelijke gebieden Het beleid richt zich onder meer op: - het bouwen van voldoende woningen en - het voorzien in een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen en woonmilieus. Het is dan ook van provinciaal belang, dat de regionale woningmarkt goed functioneert. Daarvoor worden in regionaal verband afspraken gemaakt. De 'Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant' geeft daarvoor, aangevuld met regionale woningbehoefteonderzoeken, waaronder het 'Woningbehoefteonderzoek Hart van Brabant', de input. Regionaal Perspectief Wonen en Woningbouw 2021 De gemeente Goirle maakt samen met de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk deel uit van de regio Hart van Brabant. Jaarlijks stelt deze regio, samen met de provincie Noord-Brabant, het Regionaal Perspectief op Wonen vast.
In dit perspectief zijn afspraken opgenomen over de kwantitatieve woningbouwopgave, voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de, hiervoor genoemde, periodiek door de provincie uitgebrachte bevolkings- en woningbehoefteprognose. Op de ontwikkeldag (voorheen Regionaal Ruimtelijke Overleg) van 16 december 2020 zijn afspraken gemaakt over het maximum aantal te bouwen woningen tot 2030. Ook is afgesproken welke locaties regionale afstemming behoeven. Dit document is te vinden op de website van de provincie Noord-Brabant. Op basis van de provinciale behoefteprognose is in de gemeente Goirle de kwantitatieve woningbehoefte voor de periode 2020-2030 935 woningen. Daarnaast is in het Regionaal Perspectief op bouwen en wonen afgesproken dat de gemeente Goirle in de periode 2020-2030 de woningen in Bakertand (735 woningen) én 100 extra woningen op de locaties Zuidrand, bouwt voor regionale behoefte. Woonvisie 2019-2022 Het gemeentelijk woonbeleid volgt uit de vierjaarlijkse woonvisie. Op 2 juli 2019 is de Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de volgende ambities benoemd: • Doelgroepen: De gemeente luistert goed naar woningzoekenden in de gemeente Goirle. • Duurzaamheid: De gemeente wil zorgvuldig omgaan met energie, water en grondstoffen zoals beschreven in het Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 2017-2022.
Nieuwe woningen moeten weinig tot geen energie verbruiken en zo min mogelijk CO2 uitstoten. • Woonomgeving: De gemeente wil aantrekkelijk zijn voor jong en oud en een prettige alsmede groene omgeving bieden. Dit geldt zowel voor de woning zelf, maar ook voor de locatie, diens omgeving en de voorzieningen.
19
•
Nieuwbouw: De gemeente wil voldoende en de juiste woningen bouwen en de gewenste woonmilieus toevoegen. De gemeente neemt de woningbehoefte van Goirlenaren als uitgangspunt bij het bouwen en realiseren van nieuwe woningen. Bij de woningprogrammering houdt de gemeente rekening met de woningen en woonmilieus die door verhuizing beschikbaar komen.
De woonvisie is tot stand gekomen op basis van een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit 2018 en twee bijeenkomsten waar inwoners aan konden geven wat zijn belangrijk vinden in hun woonplaats. Ten aanzien van de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat de gemeente Goirle in de jaren 2018-2028 gemiddeld 100 woningen per jaar wil realiseren. 80-90% van dit aantal wordt gerealiseerd in Goirle en 1020% van dit aantal wordt gerealiseerd in Riel. De woningen die op de locatie Bakertand gerealiseerd mogen worden vallen buiten deze ambities. De gemeentelijke bouwopgave wordt jaarlijks in regioverband berekend. Bij voorkeur voegt de gemeente Goirle woonmilieus toe waar op lange termijn een tekort aan ontstaat en waarvan er onvoldoende vrijkomen door doorstroming. Aanvullend voegt de gemeente woonmilieus toe die al in relatief ruimte mate beschikbaar zijn. Concreet zet de gemeente de komende jaren in op de toevoeging van koopwoningen in middeldure en dure categorieën om een verhuisstroom op gang te brengen. De afspraken over de woningbouw in de Zuidrand zijn getoetst aan de bepalingen uit de woonvisie over de woningen die in specifieke categorieën gerealiseerd moeten worden en voldoen aan die afspraken en de woonbehoefte. Onderhavig plan bevat een gedifferentieerd woningaanbod dat aansluit op de vraag naar woningen binnen de gemeente.
Het te realiseren programma voldoet aan de afspraken uit de woonvisie. De nieuw te bouwen woningen worden zo energiezuinig mogelijk uitgevoerd. De herontwikkeling van het plangebied is voorzien binnen de gemeentelijke beleidskaders voor wonen. Het initiatief past binnen de Woonvisie Goirle. Ladder van Duurzame verstedelijking Bij de afweging tussen de verschillende locaties moet in de eerste plaats worden gekeken naar de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit is een vereiste uit het Besluit ruimtelijke ordening. Schematisch ziet deze ladder er als volgt uit:
Toetsing aan de nieuwe Ladder houdt in dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
20
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de bouw van 27 woningen. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt dat voor woningbouwlocaties vanaf 12 woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die ladderplichtig is. De voorliggende ontwikkeling is met 27 woningen dus ladderplichtig. Bij de eerste trede van de ladder moet de behoefte worden aangetoond. Concreet gezien gaat het hier om de mogelijkheid om 27 woningen toe te voegen. Dit past binnen de lokale woningbouwafspraken uit de woonvisie (zie paragraaf 3.3.4). Het tekort aan woningen is hoog en de vraag naar gelijkvloerse woningen is groot. Het plan sluit aan op de woonbehoefte in de gemeente, op een zeer centrale locatie en dicht bij alle voorzieningen. Daarnaast ligt het plangebied in bestaand stedelijk gebied. Hiermee wordt voldaan aan de tweede vereiste van de ladder. Het voornemen is dan ook passend ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking. 4.4.
Groen De gemeenteraad heeft op 23 november 2021 het Programma groen vastgesteld. Dit programma wordt gebruikt als toetsingskader voor ontwikkelingen en als richtlijn voor het onderhoud van de openbare ruimte. Waardevolle groenstructuren zijn opgenomen op de Groene kaart. De Groene kaart is de basis voor het wel of niet verlenen van een kapvergunning voor bomen binnen de bebouwde kom. Binnen het plangebied is een tijdelijke openbare biodiversiteitstuin aanwezig. Deze zal met voorgenomen ontwikkeling verdwijnen. De wens om op deze plaats te ontwikkelen bestaat echter al lang, en de aanleg van de tuin betrof slechts een tijdelijke oplossing, totdat er concrete bouwplannen waren. Het gebied is dan ook niet aangewezen als groenstructuur binnen het Programma groen.
4.5.
Verkeer en parkeren Verkeer Op 10 december 2013 heeft de gemeenteraad van Goirle een nieuw Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van het GVVP is het vastleggen van het verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Goirle voor de periode 2013 tot 2023. Het beleid moet aansluiten bij de ambities en de speerpunten die de gemeente heeft en moet tevens passen binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. In het GVVP worden de thema's verkeersveiligheid, fiets, bereikbaarheid en verkeerscirculatie, voetgangers/minder validen, parkeren, openbaar vervoer en leefbaarheid en milieu besproken. In het GVVP van de gemeente Goirle wordt benoemd dat er in het geval van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, op basis van de parkeerkencijfers van het CROW, voldoende parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Op basis van de CROW-publicatie 381 is de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie bepaald. De kencijfers van het CROW gelden voor een gemiddelde weekdag. De gemeente Goirle is te categoriseren als ‘matig stedelijk’ en het plangebied ligt in het centrum. Op de begane grond van de nieuwbouw worden één of meerdere commerciële ruimte(s) gerealiseerd, met een maximum van 656 m2 bvo aan detailhandel óf 411 m2 bvo aan horecafuncties.
De precieze invulling is echter nog niet bekend en de parkeerbehoefte is in sterke mate afhankelijk van het soort detailhandel of horeca, en in dat laatste geval het aantal zitplaatsen en van het autogebruik van de bezoekers. Om het worst-case scenario inzichtelijk te maken, is er een parkeerbalans (bijlage 11) opgesteld waarin wordt uitgegaan van de functie met de hoogste parkeernorm, zijnde een ‘restaurant’. Een volledige invulling van het aantal m2 toegestane horeca (411 m2) leidt tot een hogere parkeerbehoefte dan een volledige invulling van het aantal toegestane m2 commerciële functies (656 m2). Ook wat betreft het aantal verkeersbewegingen wordt worst-case uitgegaan van een volledige invulling met restaurant. In CROW-publicatie 381 zijn geen verkeersgeneratiekengetallen weergegeven voor restaurants. Aan de hand van de volgende uitgangspunten is toch een kengetal bepaald: - De parkeernorm voor een restaurant betreft 8,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo; - Aangenomen is dat iedere tafel tussen de 2 à 3 keer per dag bezet (turnover) wordt; - De verkeersgeneratie bedraagt daarmee (8 pp/100 m2 bvo = 32,88 * 3 x bezet/dag) 98,64 mvt/weekdagetmaal. 21
Nieuw programma
Aantal / m2
Appartementen (koop, duur) Appartementen (koop, midden) Restaurant Totaal
Gemiddeld kencijfer CROW 18 9
6,8 5,1
411 m2 BVO
9,6 (per 100 m2 BVO)
Verkeersgeneratie (mvt/etmaal) 122,4 45,9 98,64 266,94
Tabel 4.1: berekening verkeersgeneratie nieuw programma
Uit bovenstaande berekening blijkt dat het programma gepaard gaat met een verkeersgeneratie van gemiddeld 267 verkeersbewegingen per etmaal. Het binnenterrein van de appartementen wordt ontsloten aan een bestaande inrit die uitkomt op de Tilburgseweg. De overige parkeerplaatsen worden in het openbaar gebied opgelost en worden verdeeld over de Tilburgseweg en de Kalverstraat. Naar verwachting kunnen beide wegen kunnen deze afwikkeling goed aan. Daarnaast past het plan binnen de kaders uit het GVVP. Parkeren Op basis van parkeerkencijfers, zoals opgenomen in de CROW publicatie 381 ‘Toekomstigbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’, is in tabel 4.1 het totaal aantal vereiste parkeerplaatsen voor de woningen bepaald. Vanwege de ligging in het centrum is uitgegaan van de minimale parkeernorm. Nieuw programma
Aantal / m2
Parkeernorm (excl. bezoekers)
Appartementen (koop, duur) Appartementen (koop, midden) Totaal
18 9
0,9 0,7
Totaal aantal parkeerplaatsen vereist 16,2 6,3 22,5
Tabel 4.2: berekening parkeerbehoefte woningen op basis van CROW publicatie 381
Iedere woning krijgt één privéparkeerplaats op het binnenterrein. Het parkeren voor bezoekers en de parkeerplaatsen voor de commerciële functies zijn middels dubbelgebruik inzichtelijk gemaakt in een parkeerbalans die als bijlage 11 bij deze toelichting is opgenomen. Hierbij is, zoals hiervoor reeds is toegelicht, uitgegaan van het worst-case scenario door te rekenen met de functie met de hoogste parkeernorm, zijnde een ‘restaurant’. Het nu gepresenteerde plan voorziet in voldoende parkeerplaatsen voor de bewoners en de bezoekers van de commerciële functies. Er bevinden zich in totaal 37 parkeerplaatsen op het binnenterrein, waarvan er 27 zijn bedoeld voor de bewoners. Daarnaast worden er 13 parkeerplaatsen toegevoegd in de openbare ruimte aan de Tilburgseweg en Kalverstraat. De overige benodigde parkeerplaatsen kunnen eventueel achter de commerciële ruimtes aan De Hovel gerealiseerd worden en/of gehaald worden door het toepassen van deelmobiliteit in het plan. De toets of er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd vindt plaats bij de beoordeling van de aanvraag van een omgevingsvergunning. In de regels van dit bestemmingsplan is hiervoor een regeling opgenomen. 4.6.
Duurzaamheid De gemeente Goirle wil een duurzame gemeente zijn die zorgvuldig omgaat met energie, water en grondstoffen. Om bij te dragen aan deze ambitie worden in het plan de volgende duurzaamheidsmaatregelen genomen: Natuurinclusief: - In het gebouwontwerp zullen nestkasten en gevelgroen opgenomen worden. In de verdere technische uitwerking zal onderzocht worden wat daarvoor de beste plekken zijn en voor welke diersoorten. 22
-
-
-
Ook zullen er groene daken toegepast worden. Dit biedt kansen voor biodiversiteit, het vasthouden van regenwater, heeft een koelend effect en draagt daardoor bij aan een robuust, klimaatadaptief ontwerp. In het (toekomstig) openbaar gebied zullen meerdere plantvakken en boomvakken aangebracht worden om het straatbeeld te vergroenen. Het parkeerterrein zal aan de randen middels een afrastering met groen afgeschermd worden. De keuze voor het toe te passen groen zal in overleg met de gemeente bepaald worden waarbij de voorkeur uitgaat naar inheemse, streekeigen beplanting. Samen met de gemeente Goirle wordt bij de civiele planuitwerking gezocht naar een groenbeheerplan waarin ecologisch beheer de standaard is.
Klimaatadaptie: - Het parkeerterrein wordt uitgevoerd met waterdoorlatende verharding voor de waterberging en om hittestress tegen te gaan. Het hemelwater dat op de bestrating en de daken valt wordt opgevangen in een waterbergende funderingslaag waar het ter plaatse kan infiltreren. Dit zorgt ervoor dat het hemelwater niet wordt afgevoerd en de plaatselijke grondwaterstand wordt aangevuld. Duurzaamheid: - Het gebouwontwerp voldoet met de toe te passen bouwkundige maatregelen ruimschoots aan de laatste eisen op gebied van energiezuinigheid. Zo worden de appartementen onder andere voorzien van laagtemperatuur vloerverwarming, hoogwaardige isolatie en individuele warmtepompen. De appartementen worden daarmee duurzaam verwarmd en niet meer voorzien van een gasaansluiting. - Conform het bouwbesluit dient het gebouwontwerp minimaal te voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Dit wordt behaald door eerder genoemde punten en er zullen ook pvpanelen op de daken aangebracht worden.
23
HOOFDSTUK 5 MILIEUASPECTEN Dit hoofdstuk geeft aan hoe de milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. 5.1.
Milieuhinder en bedrijven Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een kwetsbaar object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakte van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie "Bedrijven en milieuzonering". In deze publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd.
Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van richtafstanden). Twee omgevingstypen De toelaatbaarheid van milieubelastende functies die volgende de VNG worden gehanteerd zijn afhankelijk van het type gebied. Er bestaan twee type gebieden: 1. een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied) of 2. een gebied met functiemenging. Binnen de gebieden met functiemenging heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woonwerkgebieden met kleinschalige ambachtelijke bedrijvigheid en gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies. Invloed van de omgeving op het voornemen In de directe omgeving van het plangebied zijn verschillende gemengde bestemmingen gelegen. Er kan dan ook worden uitgegaan van een gebied met functiemenging.