05 Reactie college op advies Verordening maatschappelijke ondersteuning 2024-1.pdf
Tekst van het document
De secretaris van de participatieraad Goirle, Mevrouw Y. Kruize
Kenmerk
Uw brief van
Onderwerp Behandeld door Reactie college op advies Verordening Monique Claassen maatschappelijke ondersteuning 2024 Tel (013) 5310 571
Zaaknummer 2023-025816
Verzenddatum
Afschrift aan
Bijlage(n)
Geachte mevrouw Kruize, Wij hebben de Participatieraad verzocht om een advies uit te brengen over de vast te stellen Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Goirle 2024. Op 7 februari ontvingen wij uw reactie, waarvoor onze hartelijke dank. Uw overwegingen en adviezen zijn weloverwogen en breed afgestemd. In deze brief leest u onze reactie. Reactie van het college per onderwerp ‘Overwegingen 1. Uurtarief informele zorgverleners U stelt voor het uurtarief vast te stellen zoals in de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daar kunnen wij ons uiteraard in vinden. Wanneer een Persoons Gebonden Budget (PGB) wordt toegekend is er op inhoudelijke gronden geconstateerd dat de onbetaalde hulp van naasten en/of de algemene voorzieningen in een bepaalde situatie onvoldoende zijn en een maatwerkvoorziening oftewel een PGB, noodzakelijk is. Wij maken bezwaar tegen de formulering dat er een aanzuigende werking uitgaat van de hogere beloning van de informele hulpverleners. Deze formulering doet geen recht aan de inzet van informele zorgverleners. Er kan immers van worden uitgegaan dat, indien er informele zorg wordt verleend, dit ook echt noodzakelijk is en dat hieraan een inhoudelijke beoordeling ten grondslag ligt op basis waarvan faciliteiten worden toegekend. Verder zijn wij van mening dat de kwetsbaarheid van de informele hulpverleners aandacht verdient.
Zij zetten veelal hun eigen loopbaan op pauze, waarbij het vaak heel lastig is om terug te keren op de arbeidsmarkt. Wij realiseren ons dat dit de eigen keuze van de hulpverlener is. Deze hulpverlener moet echter wel op de hoogte zijn van de consequenties van die keuze in de toekomst. Goede, complete informatie over de consequenties van een PGB voor een informele hulpverlener is noodzakelijk. De gemeente moet hierin een actieve rol vervullen.’
Reactie college: Wij zijn het met u eens dat de consequenties van een pgb vooraf goed met de informele hulpverlener moeten worden besproken. Onze klantmanagers gaan hier uitgebreid over in gesprek. Het gegeven dat het uurtarief van een informele zorgverlener hoger kan uitpakken dan van een (beginnende) professional in loondienst, is iets waar we rekening mee moeten houden. De mogelijke aanzuigende werking benoemen we als financiële kanttekening. In de verordening zelf wordt deze formulering niet gebruikt. Correspondentieadres | Postbus 17 | 5050 AA Goirle | (013) 5310 610 | info@goirle.nl Bezoekadres | Gemeentehuis Goirle | Oranjeplein 1 | www.goirle.nl IBAN-nummer | NL86 BNGH 02 85 00 28 48
Bladnummer 2 van 5
Zaaknummer 2023-025816
Datum
2. ‘Stimuleren gebruik scootmobiel- en hulpmiddelenpool U wilt het gebruik van de scootmobiel- en hulpmiddelenpool stimuleren en stelt voor dat inwoners in principe het eerste half jaar deze pool gaan gebruiken voordat er een individueel vervoermiddel verstrekt wordt. Wij willen u wijzen op uw eigen tekst met betrekking tot het doel van de hulpmiddelen in de WMO. Het gaat om “voorzieningen voor het zich verplaatsen binnen de leefomgeving, het in redelijke mate mensen kunnen ontmoeten, contacten kunnen onderhouden, boodschappen kunnen doen en aan maatschappelijke activiteiten kunnen deelnemen”. Met andere woorden, de voorzieningen bieden de voorwaarden waardoor inwoners met een beperking toch kunnen deelnemen aan het gebruikelijke, dagelijkse sociale leven. Dit is ook in lijn met uw doelstelling van normaliseren en de uitgangspunten bij positieve gezondheid. Wij begrijpen niet dat het verwijzen naar een pool van hulpmiddelen die bereikbaar is op een of twee plaatsen in de gemeente Goirle bijdraagt aan deze uitgangspunten en doelstelling. Het betekent dat mensen meer dan nodig afhankelijk zullen zijn van hulp. Daarmee is het in tegenspraak met de doelstelling van zelfredzaamheid en normaliseren.
In de toelichting gegeven op 9 januari 2024 op de beoogde wijzigingen werd aangegeven dat deze wijziging in de verordening bedoeld is om het aantal weinig gebruikte scootmobielen terug te dringen. Wij staan achter deze doelstelling maar denken dat andere middelen daarvoor meer geëigend zijn. Wij denken bijvoorbeeld aan het verstrekken op maat van de scootmobiel en het evalueren van het gebruik na verloop van tijd. Wij hebben begrepen dat het daarbij niet alleen om een subjectieve beoordeling hoeft te gaan, maar dat het ook mogelijk is om het aantal kilometers dat gereden is op te vragen. Dit zou dan bij de verstrekking van de scootmobiel in de voorwaarden opgenomen moeten worden. We constateren dat de aanname dat er veel weinig gebruikte scootmobielen bij gebruikers thuis zijn, gebeurt op basis van bezoekjes aan huis, lijsten van gebruikers bij reserveringen. Dit is niet gebaseerd op concrete meetgegevens en afhankelijk van de constateringen/observaties aan huis of bij reservering. Graag zouden wij concrete meetgegevens zien over de mate van gebruik en reden van gebruik. Na het overleg op 9 januari 2024 zijn ons de spelregels rondom de hulpmiddelenpool toegestuurd. We hebben hiervan kennis genomen en betreuren de formulering van deze spelregels. In feite ontstaat er een situatie van onderhuur tussen gemeente en cliënt.
Formaliseer deze in een overeenkomst waarin de verplichtingen van de gebruiker / onderhuurder concreet worden vastgelegd. De gehanteerde toon is belerend en de inhoud te vaag, zodat het voor gebruikers en beoordelaars niet helder is waaraan moet worden voldaan.’
Reactie college: De scootmobielpool draagt bij aan de doelen als ontmoeten, contacten onderhouden, boodschappen doen en aan activiteiten deelnemen. Wij willen deze collectieve voorziening (die nu ook al bestaat) wat nadrukkelijker aanbieden, voorliggend aan een individuele scootmobiel. In een proefperiode kunnen cliënten de scootmobiel uitproberen en ervaren of het een passende voorziening is. Na een half jaar is er een evaluatiemoment. Het voorliggend inzetten van de scootmobielpool treedt pas in werking als er een goede en werkbare organisatie is ingericht om dit goed te laten functioneren. De scootmobielpool wordt ingezet als dit aansluit bij de situatie. Het blijft maatwerk, dus als dat nodig is kennen wij direct een individuele scootmobiel toe. Het opvragen van het aantal gereden kilometers is technisch niet mogelijk en geeft ook niet altijd inzicht in de werkelijke mate van gebruik. Ook hebben wij geen meetgegevens over het gebruik en kunnen wij die niet verkrijgen. Bij aanvraag van een scootmobiel is het voor de klantmanager niet te verifiëren wat de werkelijke mate van gebruik zal zijn. Het werkelijke gebruik kan wel blijken uit het aantal leenmomenten bij de scootmobielpool. Uw feedback over de formulering van de spelregels nemen we ter harte. We zullen de spelregels herschrijven. 3.
‘Verordening in algemene zin De wijzigingen van de verordening WMO is een regelmatig terugkerend thema. Enkele kanttekeningen ter overweging zijn de volgende. - In artikel 29 van de verordening WMO staat beschreven dat de gemeente eenmaal per 4 jaar de gehele verordening evalueert en daarnaast continu evalueert en wijzigingen voorlegt. Wij zijn van mening dat
Bladnummer 3 van 5
Zaaknummer 2023-025816
Datum
evalueren van een verordening altijd moet gebeuren aan de hand van gestelde doelen, beleid en visie en daarbij horende meetbare gegevens. De PRG zou deze evaluaties dan ook graag zien en bespreken. - De PRG heeft te laat informatie gekregen over de voorgestelde wijzigingen. Pas op 9 januari 2024 zijn de voorgestelde wijzigingen aan de PRG verstrekt in een regulier overleg met de ambtenaar. Terwijl deze wijzigingen met terugwerkende kracht op 1 januari 2024 al in hadden moeten gaan. - Bovendien is het opmerkelijk dat uit de conceptraadsinformatiebrief bleek dat ervan uitgegaan was dat de PRG alleen geïnformeerd hoeft te worden op dit punt. De Participatieraad constateerde tijdens genoemd overleg dat er vragen en opmerkingen te maken zijn over de voorgestelde wijzigingen. - Vervolgens heeft de PRG de ruimte genomen om OCO’s en belangenverenigingen eigenstandig te bevragen over de wijzigingen in de WMO verordening. Dit kost tijd, waarna een gedegen advies uitgebracht moet worden. Daardoor loopt de vaststelling van de wijzigingen vertraging op. - Tijdens het overleg op 24 januari 2024 met de OCO’s van de belangenverenigingen bleek dat zij niet geïnformeerd zijn over de wijzigingen die eraan komen, hetgeen wel in de conceptraadsinformatiebrief geschreven werd.
- Wijzigingen die met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2024 van kracht zijn, zijn daardoor mogelijk niet goed gecommuniceerd met de inwoners die een aanvraag hebben gedaan. - De OCO`s geven aan dat de criteria voor toewijzing van de scootmobiel niet altijd duidelijk zijn. Het zou goed zijn om de criteria nog eens goed tegen het licht te houden, zodat inwoners en OCO hier helderheid over hebben. - Hoe inwoners over de wijzigingen in de WMO worden geïnformeerd is niet uitgelegd of besproken. Wij zouden dan ook graag willen weten hoe dit proces gaat verlopen. Hoe worden de gebruikers, OCO’s én inwoners geïnformeerd over de wijzigingen en consequenties?’
Reactie college: Het evalueren van de verordening gebeurt een keer per vier jaar bij het vaststellen van een nieuwe beleidsvisie sociaal domein. Dit is altijd aanleiding om de verordening (deels) te herschrijven. Daarnaast worden wijzigingen in wet- en regelgeving, beleid en jurisprudentie ook tussentijds verzameld en een keer per jaar of per twee jaar in de verordening verwerkt, zoals nu het geval is. Daarmee blijft de verordening actueel. Het is niet nodig om de verordening tussentijds nog apart te evalueren. De tekst over het informeren van de belangenverenigingen in het concept raadsvoorstel was bedoeld om hen achteraf te informeren over de nieuwe verordening. Hierin zouden eerst alleen technische aanpassingen staan. Een volgende keer zullen wij dit op een eerder moment in het proces organiseren. Door het vaststellen van de verordening met terugwerkende kracht tot 1 januari 2024 worden cliënten niet benadeeld. Het is alleen nodig om de juridische dekking van de verordening te laten corresponderen met de uitvoering. De nieuwe tarieven volgens de jurisprudentie zijn al doorgevoerd. De overige technische wijzigingen eveneens. Advies
Op basis van het bovenstaande adviseren wij de gemeente als volgt: ➢ ‘Wij zijn het niet eens met de bewoordingen zoals in de verordening staat aangegeven dat iedereen het eerste half jaar gebruik moet maken van de pool voor hulpmiddelen. Zoals deze is verwoord is het een drempelverhogende maatregel. Daarom adviseren wij om een scootmobiel altijd op maat te verstrekken. Ga eerst in een gesprek na waarvoor de scootmobiel gebruikt gaat worden en leg dat vast. Daarna moet de keuze voor de pool of een individuele voorziening gemaakt worden. Dit geldt ook voor het verstrekken van andere hulpmiddelen uit de pool zoals duofiets of rolstoel. Wij willen dit graag vastgelegd hebben in de verordening.’
Reactie college: Al sinds het bestaan van de scootmobielpool ‘Deelmobiel’ voeren klantmanagers de gesprekken vanuit de vraag wat er werkelijk nodig is, en is de insteek te starten met een bepaalde periode gebruik te maken van de 'pool'. Daar waar een eigen scootmobiel nodig is, wordt dat toegekend. Dit was nog niet zo duidelijk verwerkt in de verordening, dat doen we bij deze. Dat geeft de klantmanagers soms wat meer mandaat daar waar dat nodig is.
Bladnummer 4 van 5
Zaaknummer 2023-025816
Datum
Met een gesprek is in de praktijk niet vast te stellen hoe het werkelijke gebruik zal zijn. Wij verwachten dat een proefperiode met gebruik van de scootmobielpool bij nieuwe cliënten hier meer inzicht in geeft. Dit geldt ook voor voorzieningen als een duofiets, een elektrische driewielfiets en andere voorzieningen die meer incidenteel gebruikt worden. ➢ ‘Wij kunnen ons niet vinden in de wijzigingen verordening, omdat het gaat over de meest kwetsbare inwoners. Daarom is het evalueren van het gebruik van groot belang.’
Reactie college: De inzet van de scootmobielpool zullen wij zeker gaan evalueren. De overige wijzigingen zijn technisch van aard. ➢ ‘Evalueer het gebruik van de scootmobiel of een ander hulpmiddel dat wordt aangevraagd en toegekend minimaal jaarlijks door middel van een gesprek met de gebruiker, aangevuld met meetbare gegevens zoals bijvoorbeeld het aantal genoteerde gemaakte kilometers met de scootmobiel. Leg ook deze evaluatie ook vast. Evalueer ook het doel van de individuele gebruiker of dit behaald is door het gebruik.’
Reactie college: Een jaarlijks heronderzoek van eenmaal toegekende scootmobielen zou veel extra inzet van cliënten en medewerkers betekenen. Dit vinden wij niet wenselijk. ➢ ‘Maak afspraken met de leverancier en eigenaar van de hulpmiddelen om de evaluatie mogelijk te maken.’
Reactie college: De kilometergegevens worden niet bijgehouden door de leveranciers. Bij een van de leveranciers kunnen deze alleen voor noodgevallen en onderhoudsdoeleinden worden uitgelezen op afstand met toestemming van de gebruiker (i.v.m. privacy). Bij de andere leverancier is dat helemaal niet mogelijk. ➢ ‘Informeer inwoners en informele zorgverleners over consequenties voor de toekomst van de keuze voor PGB en de betaling volgens de geldende richtlijnen.’
Reactie college: We hebben hier zeker al aandacht voor. Nieuwe pgb-gebruikers worden uitgebreid geïnformeerd over wat het inhoudt om met een pgb ondersteuning in te kopen. Bijvoorbeeld over kwaliteitseisen voor zorgverleners, verplichtingen bij werkgeverschap, administratieve vaardigheden voor de SVB en regie kunnen voeren. Regelmatig bekijken we of deze informatie moet worden bijgewerkt. ➢ ‘Evalueer de verordening minimaal eenmaal per 4 jaar én bij wijzigingen en leg dit vast. Ben helder in wat wordt geëvalueerd, met wie en de wijze waarop deze evaluatie plaatsvindt.’
Reactie college: zie het antwoord bij punt 3. ➢ ‘Formuleer heldere en concrete afspraken en voorwaarden voor het gebruik van de hulpmiddelen in de hulpmiddelenpool.’
Reactie college: Dit gaan we doen en we nemen uw feedback hierin mee. ➢ ‘Formuleer zorgvuldig. Vermijd neerbuigend of betuttelend taalgebruik, in het bijzonder indien elke vorm van onderbouwing -al dan niet wetenschappelijk- ontbreekt.’
Bladnummer 5 van 5
Zaaknummer 2023-025816
Datum
Reactie college: Het is belangrijk dat de regels en afspraken helder zijn. Wij volgen uw advies om hierin de juiste toon te vinden. ➢ Informeer de PRG tijdig bij voorgestelde wijzigingen en vraag advies over de voorgestelde wijzigingen.
Reactie college: Onze inzet blijft om de participatieraad zo vroeg mogelijk te betrekken. ➢ Voor het creëren van een gedragen plan is het van groot belang om hierbij de belangengroepen en OCO’s te betrekken.
Reactie college: Dat klopt. In dit geval ging het in eerste instantie om enkele puur technische wijzigingen van de verordening. Onze verwachting was dat we met een goede mondelinge toelichting een korter tijdpad konden doorlopen (net als bij de jeugdverordening), waarbij een directe uitvraag bij de OCO's niet nodig was. Het is goed om te weten dat de behoefte en de bereidheid om mee te denken er zijn. ➢ ‘Informeer inwoners, OCO’s en het Dorpsteam zo snel mogelijk, helder en duidelijk over de wijzigingen in de WMO, de consequenties en voorwaarden van het gebruik van een hulpmiddel in het kader van de WMO.’
Reactie college: Na vaststelling wordt de verordening gepubliceerd via de officiële kanalen. Daarnaast worden ook betrokken partijen direct geïnformeerd over de wijzigingen. Indien nodig kunnen we hen ook een mondelinge toelichting geven. Vragen? Heeft u nog vragen over deze brief? Neem dan gerust contact op met Monique Claassen, bereikbaar via 013-5310571 of monique.claassen@goirle.nl Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders
Ruud Lathouwers gemeentesecretaris
Mark van Stappershoef burgemeester