CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Raadsvoorstel Verordening rioolheffing 2023.pdf

Besluitvormend 29 november 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 5: Raadsvoorstel Verordening rioolheffing 20232.908 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Agendapunt: Zaaknummer: 2022-021791

Onderwerp Verordening rioolheffing 2023 Datum voorstel 25 oktober 2022

Datum raadsvergadering 29 november 2022

Aan de gemeenteraad, Voorstel 1. Vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2023”. Inleiding Op 8 november 2022 heeft uw raad de begroting 2023 vastgesteld. Hierin hebben we opgenomen op welke wijze de kosten door eigen inkomsten - zoals onze belastingen - worden afgedekt. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2023 hebben we per belasting aangegeven welke inkomsten we willen behalen en wat het belastingtarief is. Deze tarieven moeten jaarlijks formeel door uw raad worden vastgesteld in afzonderlijke belastingverordeningen. Dit voorstel ziet daarop en is een uitwerking van de beleidsvoornemens zoals geformuleerd in de begroting 2023. Argumenten 1.1 De tarieven rioolheffing 2023 stijgen ten opzichte van 2022 met 24% De kosten voor riool stijgen ten opzicht van 2022 met € 510.000 naar € 2.713.000. Dit komt door een stijging van het rentepercentage en de wijziging in de manier van afschrijven (van annuïtair naar lineair). We informeerden de Raad hierover op 13 september 2022 met de RIB ‘Aankondiging wijziging afschrijvingsmethodiek’. De rioolheffing is een bestemmingsheffing en mag niet meer dan kostendekkend zijn. Ons uitgangspunt bij de rioolheffing is 100% kostendekkendheid. Nu de kosten stijgen, moeten de tarieven met 24% stijgen om de totale kosten te dekken.

In lijn met het dekkingsplan 2021 – 2024 zetten we ook in 2023 € 250.000 in uit de egalisatievoorziening tarieven rioolheffing. Het voorstel van de tarieven ziet er zo uit: Rioolheffing Eigenarenheffing woningen Eigenarenheffing niet-woningen Eigenarenheffing garageboxen Gebruikersheffing categorie a tot en met 250m3 Gebruikersheffing categorie b 251 – 500 m3 Gebruikersheffing categorie c 501– 750m3 Gebruikersheffing categorie d 751 – 1.000m3 Gebruikersheffing categorie e 1.001 – 2.500 m3 Ambtelijke bijstand: Mirjam Smits Zaaknummer 2022-021791

2022 138,48 138,48 41,50 27,36 127,92 171,00 212,16 425,40

2023 171,72 171,72 51,46 33,96 158,52 212,04 263,04 527,40

1

Agendapunt:

Gebruikersheffing categorie f 2.501 – 5.000 m3 Gebruikersheffing categorie g 5.001 – 10.000 m3 Gebruikersheffing categorie h 10.000m3 of meer

851,64 1.707,00 8.535,00

1.056,00 2.116,68 10.583,40

1.2 Uitvoering motie Verordening rioolheffing (tariefdifferentiatie) uitstellen naar 2024 In 2020 is er een motie rioolheffing aangenomen. Met de RIB van 8 augustus 2022 informeerden we uw Raad dat we de motie gedeeltelijk gaan uitvoeren. We gaan een extra staffel bij de gebruikersheffing invoeren als stimulans om zuiniger om te gaan met water. We hebben diverse scenario’s uitgewerkt voor de tariefberekening. We keken daarbij naar (stijgende) lastendruk voor onze inwoners en ondernemers. Daarnaast beoordeelden we ook gevolgen op onze eigen financiële positie (ontwikkeling egalisatievoorziening tarieven rioolheffing). Gelet op deze afwegingen, kiezen we ervoor om de motie in 2023 nog niet uit te voeren. Het college wil de lastendruk gemeentelijke belastingen zo laag mogelijk houden. Voor 2024 bekijken we de situatie opnieuw. Waarom doen we dit? Wanneer we de motie uitvoeren betekent dit, dat een groep van ongeveer 2.300 gezinnen extra hard wordt geraakt. Naast de tariefstijging van 24% stijgt het tarief voor deze groep nog eens fors. We willen gezinnen in deze tijd waarin alles duurder wordt niet belasten met zo’n grote tariefstijging. Dit is ook niet in lijn met het bestuursakkoord, waarin we aangeven de gemeentelijke lastendruk zo laag mogelijk te willen houden. Daarom is ervoor gekozen om alleen de kostenstijging te verdelen over alle inwoners en ondernemers.

1.3 Lastendruk zo laag mogelijk houden in lijn met het bestuursakkoord Het college vindt het belangrijk om de lastendruk aan gemeentelijke belastingen voor onze inwoners en ondernemers laag te houden. Dit ligt ook vast in het bestuursakkoord. De lastendruk bestaat uit de afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerende-zaakbelastingen (OZB). Voor 2023 stellen we voor om de opbrengst OZB niet te verhogen. De tarieven voor de rioolheffing stijgen wel. Daarnaast dalen de tarieven voor de afvalstoffenheffing met ongeveer € 20,-. Hierdoor blijft de stijging van de lokale belastingplicht beperkt. 1.4 Uw raad is bevoegd om de Verordening rioolheffing 2023 vast te stellen De verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2023 wordt aan uw raad voorgelegd. Kanttekeningen 1.1 Tarieven 2025 stijgen als gevolg van stoppen inzet egalisatievoorziening Uw Raad stelde in 2020 de begroting 2021 en het dekkingsplan 2021 - 2024 vast. In dit dekkingsplan staat dat we 4 jaar lang de egalisatievoorziening tarieven rioolheffing inzetten voor € 250.000. Vanaf 2025 moet de opbrengst rioolheffing stijgen met hetzelfde bedrag om 100% kostendekkendheid te behalen. Een flinke stijging van de tarieven vanaf 2025 is het logische gevolg. Financiën De financiële effecten als gevolg van deze belastingverordening hebben we verwerkt in de begroting 2023.

Samenwerking We werken samen binnen de belastingsamenwerking GHO.

Zaaknummer 2022-021791

2

Agendapunt:

Communicatie Na vaststelling wordt de verordening elektronisch bekendgemaakt in het gemeenteblad. In het Goirles Belang wordt hier melding van gemaakt en verwezen naar www.officielebekendmakingen.nl. De verordening wordt vervolgens toegevoegd aan de database decentrale regelgeving (CVDR). Vervolg De verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2023 treedt na publicatie in werking op 1 januari 2023. Bijlagen Raadsbesluit Verordening rioolheffing 2023 Tariefberekening rioolheffing 2023

burgemeester en wethouders van Goirle

Mark van Stappershoef, burgemeester Ruud Lathouwers, secretaris

Zaaknummer 2022-021791

3

Agendapunt:

De raad van de gemeente Goirle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 oktober 2022 gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;

besluit:

Vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2023

Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: a. gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente een en ander met inbegrip van het gemeentelijk grondwater en oppervlaktewater; b. water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater; c. perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; d. waterleidingbedrijf: de naamloze vennootschap Brabant Water, gevestigd te ’sHertogenbosch of diens rechtsopvolger; e. verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterleidingbedrijf betrekking heeft; f. woning: een perceel dat in hoofdzaak dient tot woning, daaronder mede begrepen recreatiewoningen; g. niet-woning: een perceel dat niet in hoofdzaak dient tot woning; h. garagebox: een perceel dat bestemd is voor en gebruikt wordt voor opslag van goederen en/of stalling van motorvoertuigen met een maximale oppervlakte van 24 vierkante meter; i. jaar: kalenderjaar van 01 januari tot en met 31 december.

Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen

Zaaknummer 2022-021791

4

Agendapunt:

van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. •

Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht 1. Onder de naam 'rioolheffing' wordt een belasting geheven van de eigenaar van een perceel, welke tot bewoning dient, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering kan worden afgevoerd. Verder te noemen: eigenarendeel woningen. 2. Onder de naam 'rioolheffing' wordt een belasting geheven van de eigenaar van een perceel, welke niet tot bewoning dient, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering kan worden afgevoerd. Verder te noemen: eigenarendeel niet-woningen. 3. Onder de naam 'rioolheffing' wordt een belasting geheven van de eigenaar van een perceel, welke als garagebox dient, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering kan worden afgevoerd. Verder te noemen: eigenarendeel garagebox. 4. Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, tweede lid en derde lid wordt voor het eigenarendeel: a.

als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die op 1 januari van het belastingjaar, als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is; b. dan wel degene die op 1 januari van het belastingjaar, naar omstandigheden beoordeeld, als eigenaar kan worden aangemerkt, ofwel zich als zodanig bekend maakt. 5. Onder de naam 'rioolheffing' wordt een belasting geheven van de gebruiker van een perceel, zijnde een woning of een niet-woning, dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering en van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 6. Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het vijfde lid wordt voor het gebruikersdeel: a. gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b. gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; c. het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 4 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig

Zaaknummer 2022-021791

5

Agendapunt:

bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel 5 Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die bij het begin van het belastingjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, dan wel gebruiker is, van een object dat in de WOZ-administratie als objectomschrijving volkstuinen, hobbyweiland of overig agrarisch heeft. Artikel 6 Maatstaf van heffing 1. De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, tweede lid en derde lid wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. 2. De belasting als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd. 3. Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters water dat in de laatst aan het belastingtijdvak voorafgaande afrekenperiode van Brabant Water naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij de herleiding wordt het verbruik bepaalt over een periode van 365 dagen. 4. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: a. watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of b.

bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5. Voor zover de gegevens, als bedoeld in het tweede lid van dit artikel niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op basis van een schatting naar het tarief als bedoeld in artikel 7, lid 4, onderdeel a. 6. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet als afvalwater is afgevoerd indien en voor zover dit is aangetoond door de gebruiker. 7. Ten aanzien van de percelen, die geregistreerd staan als "agrarische percelen" en waarvan voor aanvang van het kalenderjaar schriftelijk kenbaar is gemaakt geen bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd middels de gemeentelijke riolering, wordt bepaald dat bij de heffing wordt uitgegaan van een forfaitaire hoeveelheid geloosd water per tijdvak. De hoogte van het forfait wordt berekend naar het tarief als bedoeld in artikel 7, lid 4, onderdeel c. 8.

Voor zover er bij percelen alleen sprake is van afvoer van hemelwater wordt het tarief gehanteerd zoals vermeld in artikel 7 lid 4, onderdeel a van deze verordening.

Zaaknummer 2022-021791

6

Agendapunt:

Artikel 7 Belastingtarieven 1. De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid (woningen) bedraagt:

€

171,72

2. De heffing als bedoeld in artikel 3, tweede lid (niet-woningen) bedraagt: €

171,72

3. De heffing als bedoeld in artikel 3, derde lid (garageboxen) bedraagt:

51,46

€

4. De heffing als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, bedraagt voor percelen zijnde woningen en nietwoningen, per jaar, bij een hoeveelheid afgevoerd water, als bedoeld in artikel 6, tweede lid: a. tot en met 250 m3

€

33,96

b. van 251 m3 tot en met 500 m3

€

158,52

c. van 501 m3 tot en met 750 m3

€

212,04

d. van 751 m3 tot en met 1.000 m3

€

263,04

e. van 1.001 m3 tot en met 2.500 m3

€

527,40

f.

van 2.501 m3 tot en met 5.000 m3

€ 1.056,00

g. van 5.001 m3 tot en met 10.000 m3

€ 2.116,68

h. van 10.001 m3 of meer

€ 10.583,40

Artikel 8 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 9 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar. 2. Indien de belastingplicht voor de heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, tweede lid en derde lid in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat geen aanspraak op restitutie. 3. De heffing als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 4. In aanvulling op het derde lid geldt dat indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, de belasting als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, verschuldigd is voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.

In aanvulling op het derde en het vierde lid geldt dat indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, aanspraak bestaat op ontheffing van de belasting als bedoeld in artikel 3, vijfde lid, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Zaaknummer 2022-021791

7

Agendapunt:

6. Het vierde en het vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. a. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, bij aanslagen opgelegd met een dagtekening tot en met 28 februari 2023, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven tot de laatste incassotermijn van 31 januari 2024. De eerste termijn vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. b.

In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, bij aanslagen opgelegd met een dagtekening op of na 1 maart 2023, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven tot de laatste incassotermijn van 31 januari 2024 en met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de belasting wordt geen kwijtschelding verleend voor de in artikel 7, eerste lid, tweede lid en derde lid genoemde belasting (eigenarendeel). Artikel 13 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing. Artikel 14 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1.

De 'Verordening rioolheffing 2022' van 21 december 2021, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing 2023”.

Zaaknummer 2022-021791

8

Agendapunt:

Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 29 november 2022.

, de voorzitter

, de griffier

Zaaknummer 2022-021791

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1299/documents/24215