05 Raadsinformatiebrief 14 mei.pdf
Tekst van het document
College
Raadsinformatiebrief Aan
Raad
Portefeuillehouder
Pernell Criens
Onderwerp
Resultaten haalbaarheidsstudie bij de taakstelling in het sociaal domein
Datum
14-05-2024
__________________________________________________________________________________ Kennisnemen van De resultaten van de haalbaarheidsstudie bij de taakstelling in het sociaal domein Inleiding In het bestuursakkoord is een financiële taakstelling opgenomen. In de periode 2023 tot en met 2026 moet in totaal € 3,5 miljoen worden gerealiseerd. Hiervan is € 3,0 miljoen toegerekend aan het sociaal domein en het resterende bedrag aan de overige domeinen. De taakstelling van € 3,0 miljoen in het sociaal domein vindt zijn herkomst in het BMC-rapport uit 2021. De constatering in dit rapport was dat er in de primitieve begroting 2021 € 4,9 miljoen meer bestedingen werden verwacht in Goirle dan in de referentiegemeenten. Door een structurele bezuiniging van uiteindelijk € 3,0 miljoen, moet dit verschil in de komende jaren verkleind worden. De grondslag voor deze taakstelling ligt in de financiële inzichten uit het najaar van 2020. Inmiddels is het 2024 en zijn de financiële resultaten en vooruitzichten gewijzigd, als gevolg van getroffen maatregelen. Voordat we een maatregelenpakket samenstellen, gericht op € 3,0 miljoen, voerden we eerst een haalbaarheidsstudie uit. Kortom, wat is de financiële werkelijkheid in het heden? In deze raadsinformatiebrief leest u het resultaat van die haalbaarheidsstudie.
Informatie BMC-rapport en programma grip op het sociaal domein Het rapport van BMC is gebaseerd op de primitieve begroting van 2021. Het betreft een taakveldanalyse, zijnde een vergelijking met een aantal referentiegemeenten. De constatering in dit rapport was dat er in de primitieve begroting 2021 € 4,9 miljoen meer bestedingen werden verwacht in Goirle dan in de referentiegemeenten. In dezelfde periode is het programma grip op het sociaal domein opgestart. Onderdeel van deze ontwikkeling is dat is ingezet op realistisch begroten op basis van beschikbare gegevens. Daardoor zien we de verschillen tussen begroting en realisatie in latere jaren kleiner worden. In de financiële analyse bij het programma grip op het sociaal domein (zowel fase 1a als 1b) was het BMC-rapport nadrukkelijk in beeld. In de rapportage bij fase 1b is een herijking van het beeld uit het BMC-rapport opgenomen. Het verschil was teruggebracht van € 206,per inwoner (ca. € 4,9 miljoen) naar € 147,- per inwoner (ca. € 3,5 miljoen). Dit zijn bijgestelde begrotingscijfers uit 2021. In de raadsinformatiebrief d.d. 20-01-2023 “Rapportage Beheersing Sociaal Domein” bent u hierover geïnformeerd. Nadien is – als onderdeel van het programma grip op het sociaal domein – geen herijking van de cijfers uit het BMC-rapport geweest. Er is primair een focus gelegd op de beheersing van de kostenontwikkeling in Goirle.
Wat vertellen de realisatiecijfers ons? Het BMC-rapport baseerde zich op de cijfers van de primitieve begroting. Om meer gevoel te krijgen bij de bestedingen in het sociaal domein, zijn de realisatiecijfers meer informatief. Daarnaast is het
Bladnummer
Datum
2
14 mei 2024
beeld van één jaar, een momentopname. Op basis van enkele opeenvolgende jaren, kan een trend worden geduid. We hebben daarom de systematiek van het BMC-rapport toegepast op de cijfers uit de jaarrekeningen 2021, 2022 en 2023. Voor 2021 en 2022 kan een vergelijking gemaakt worden met de referentiegemeenten. Voor 2023 is dat nog niet mogelijk, omdat de jaarrekeningen van deze gemeenten nog niet beschikbaar zijn. Wel hebben we de voorlopige cijfers van Goirle meegenomen in de analyse. Vooraf een paar kanttekeningen: - Hoewel er door het Rijk een opsomming is gegeven welke kosten aan een taakveld kunnen worden toegerekend, ligt hier interpretatieruimte voor gemeenten. Om te weten waar de verschillen tussen gemeenten echt zitten, moet je weten hoe de kostentoerekening per gemeente werkt. Dit is een opmerking die ook in het BMC-rapport terugkomt; - In het vergelijk is ook taakveld 6.4 “WSW en beschut werk” meegenomen. Dit geeft een vertekend beeld in de analyse omdat hier een directe compensatie vanuit de Algemene Uitkering tegenover staat. Dit is het principe in = uit en heeft daarmee geen relevant effect voor de begroting. In de analyse is het daarom zuiverder om deze buiten beschouwing te laten.
In deze vergelijking is een aantal bewerkingsslagen toegepast: - Begeleide participatie (taakveld 6.4) is uit de analyse gehaald omdat hier direct gerelateerde inkomsten uit het gemeentefonds tegenover staan. - De cijfers 2023 zijn gecorrigeerd voor opvang vluchtelingen. Deze zijn niet relevant voor het zicht op de ontwikkeling van de bestedingen in het sociaal domein. - De bestedingen in het kader van het Dorpsteam zijn verwerkt op taakveld 6.71 (maatwerk Wmo). Het Dorpsteam verzorgt de gemeentelijke toegang (taakveld 6.2) en biedt ondersteuning vanuit voorliggende voorzieningen (taakveld 6.1). Voor de zuivere vergelijking moeten deze kosten worden meegenomen op de taakvelden 6.1 en 6.2. Dit betekent dat we voor de vergelijking in 2022 een bedrag van € 2,3 miljoen verschuiven van taakveld 6.71 naar de gezamenlijke taakvelden 6.1 en 6.2. - De bestedingen op gemeenschapshuizen (taakveld 6.1) zijn primair gerelateerd aan de exploitatie van sociaal-culturele voorzieningen en worden in andere gemeenten geboekt op taakveld 5.3. Dit betekent dat we voor de vergelijking in 2022 een bedrag van € 450.000 verschuiven van taakveld 6.1 naar taakveld 5.3 (onder meer culturele accommodaties). Het effect van deze verschuiving is neutraal voor de gemeentebegroting.
Als we deze berekeningen herhalen zien we: - De bestedingen op jeugd lopen fors terug (taakveld 6.72 en 6.82), waardoor het verschil met vergelijkbare gemeenten steeds kleiner wordt. - De bestedingen op Wmo (taakveld 6.6, 6.71 en 6.81) zijn overeenkomstig het beeld bij andere gemeenten. - De bestedingen op participatie (taakveld 6.3 en 6.5) zijn overeenkomstig het beeld bij andere gemeenten. - De bestedingen op algemene en voorliggende voorzieningen, en toegang (taakveld 6.1 en 6.2) laten hogere bestedingen zien dan gemiddeld.
Bladnummer
Datum
3
14 mei 2024
350,00 300,00 250,00
Uitgaven in € per inwoner gem 2021 gem 2022 goirle 2021
200,00
goirle 2022
150,00
goirle 2023
100,00 50,00 -
Uit de cijfers van de realisatie 2022 blijkt dat het gemiddelde per taakveld van de zes gemeenten in de vergelijking € 722,- per inwoner bedraagt. Vertaald naar gemeente Goirle betekent dit een bedrag van € 17,3 miljoen voor taakveld 6. In werkelijkheid is uitgegeven een bedrag van € 18,55 miljoen. Dit betekent dat er € 1,25 miljoen meer is uitgegeven. Hiervan komt € 1,05 miljoen voor rekening van taakvelden 6.1 en 6.2. Dit is het totaal maatregelenpakket aan algemene en voorliggende voorzieningen en toegang, waaronder het Dorpsteam. Het resterende gedeelte betreft grotendeels de bestedingen op jeugd (taakvelden 6.72 en 6.82). Haalbaarheid van de taakstelling in het sociaal domein In het bestuursakkoord is een taakstelling opgenomen van € 3,0 miljoen om de bestedingen in het sociaal domein in overeenstemming te brengen met de referentiegemeenten. In 2023 werd reeds € 0,5 miljoen verwerkt onder de noemer woonplaatsbeginsel. De resterende taakstelling is € 2,5 miljoen met een groeipad tot en met 2026. Op basis van de haalbaarheidsstudie blijkt dat de gemeente Goirle in 2022 € 1,25 miljoen meer bestedingen had in het sociaal domein dan het gemiddelde van de referentiegemeenten. Hiervan komt € 1,05 miljoen voor rekening van de algemene en voorliggende voorzieningen, en toegang. Dit is onder meer het Dorpsteam.
De verdiepende analyse in hoeverre deze bestedingen teruggebracht kunnen worden, is onderdeel van de transformatieopgave. Deze opgave richt zich op de beweging van maatwerk naar algemene voorzieningen en de inrichting van het Dorpsteam. De conclusie van deze haalbaarheidsstudie is tweeledig: 1. € 2,5 miljoen (resterende taakstelling) bezuinigen in het sociaal domein – zijnde de taakvelden 6.1 tot en met 6.82D – door het verschil in bestedingen met het gemiddelde van de referentiegemeenten te verkleinen, is niet volledig haalbaar. 2. Uit de analyse blijkt dat het verschil in bestedingen is teruggebracht naar € 1,25 miljoen, waarvan € 1,05 miljoen voor de algemene en voorliggende voorzieningen, en de toegang. In het kader van de transformatieopgave zal een verdiepende analyse plaats moeten vinden naar dit bedrag, om de waarde daarvan te bepalen. Is er sprake van kosten gaan voor de baten uit of worden er activiteiten bekostigd die bij nader onderzoek minder noodzakelijk zijn?
Bladnummer
Datum
4
14 mei 2024
De vraag is begrijpelijk om in te schatten wat het rendement is van de transformatieopgave en op welk moment deze verwacht kan worden. Daar is vanuit het perspectief van deze haalbaarheidsstudie geen feitelijk onderbouwd antwoord op mogelijk. In de afgelopen jaren zijn maatregelen ingezet, waarvan het volledige rendement nog niet bekend is. Daarom is dit ook nog niet verwerkt in de begrotingscijfers. In de voorbereiding op de Programmabegroting 2025 zal moeten blijken of er voldoende zekerheid is over rendementen dat er een vertaling gemaakt kan worden naar de cijfers voor de komende jaren. Het gaat dan om: - Het rendement op de regionale inkoopstrategie, gericht op het terugbrengen van bestedingen op maatwerkvoorzieningen; - De mogelijke keuzes als gevolg van maatregelen op Rijksniveau (denk aan Hervormingsagenda Jeugd en afschaffen abonnementstarief bij huishoudelijke hulp); - Het rendement van maatregelen in het programma grip op het sociaal domein. Wat betekent dat voor de taakstelling In het bestuursakkoord was de reeks opgenomen: (bedragen x € 1.000,-)
Voorgenomen taakstelling in bestuursakkoord Reeds gerealiseerd in 2023 (woonplaatsbeginsel) Nog te realiseren (nu opgenomen als stelpost)
2023 -500 500
2024 -2.000 500 -1.500
2025 -2.500 500 -2.000
2026 -3.000 500 -2.500
2027 -3.000 500 -2.500
Op basis van de inzichten uit deze haalbaarheidsstudie wordt deze taakstelling herzien. Deze wordt gewijzigd in: (bedragen x € 1.000,-) 2023 2024 2025 2026 2027 Nog te realiseren (nu opgenomen als stelpost) -1.500 -2.000 -2.500 -2.500 Afwaardering taakstelling 1.500 1.250 1.500 1.500 Aangepaste taakstelling sociaal domein 0 -750 -1.000 -1.000 Wij spreken de verwachting uit dat deze aangepaste taakstelling haalbaar is, mits we volledig in kunnen zetten op de transformatieopgave. Daarnaast verwachten we dat het rendement op reeds ingezette maatregelen, zoals de regionale inkoopstrategie, zich ook gaat uitbetalen. Vervolg De aangepaste taakstelling geeft een uitdaging in het proces van de Perspectiefnota, de haalbaarheid van de taakstelling voor 2024 en de voorbereiding op de Programmabegroting 2025. De taakstelling voor 2024 is niet haalbaar en zal worden verwerkt in de tweede bestuursrapportage 2024. De transformatieopgave wordt in 2024 uitgewerkt en opgestart en zal met ingang van 2025 tot resultaten leiden. De impact van deze haalbaarheidsstudie zullen we vertalen in de Perspectiefnota. Dit zal leiden tot keuzes en afwegingen bij de Programmabegroting 2025. Voor een deel kunnen dit al concrete maatregelen zijn.
Voor een aantal keuzemogelijkheden is de Programmabegroting 2025 te vroeg en zullen we het proces schetsen dat we zullen doorlopen om die keuzes alsnog aan u voor te leggen. Het college besluit op 21 mei over de Perspectiefnota. Deze zal daarna aan uw raad worden aangeboden. Communicatie
Bladnummer
Datum
5
14 mei 2024
Op 4 juni 2024 zal de haalbaarheidsstudie aan uw raad worden toegelicht, tijdens de themabijeenkomst over het sociaal domein. __________________________________________________________________________________