CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 2 Zuidrand goirle, locatie land van anna_bijlagen 30-56 bij toelichting.pdf

Oordeelsvormend 15 februari 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 5: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna en gewijzigd vaststellen beeldkwaliteitsplan Land van Anna (Goirle)28.314 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

GEMEENTE GOIRLE

BESTEMMINGSPLAN ZUIDRAND GOIRLE, LOCATIE LAND VAN ANNA BIJLAGEN ϯϬ-ϱϲ BIJ DE PLANTOELICHTING

GEMEENTE BESTEMMINGSPLANNUMMER SCHAAL VAN DE VERBEELDING STATUS PLAN DATUM TERVISIELEGGING ONTWERP DATUM VASTSTELLING

DATUM UITSPRAAK ABRS DATUM INWERKINGTREDING DATUM ONHERROEPELIJK NAAM EN ADRES OPSTELLER

: : : : : : : : : :

GOIRLE

NL.IMRO.0785.BP2019003PUIJENBRO-VG01

1:1.000 VASTGESTELD

18 NOVEMBER 2021 T/M 29 DECEMBER 2021 8 MAART 2022

ANTEA GROUP, BENELUXWEG 125, 4904 SJ OOSTERHOUT

Bijlage 30 Goedkeuring Verkennend en (actualiserend) nader bodemonderzoek, incl. verkennend asbestonderzoek Bergstraat 50 e.o. Goirle

2652

NOTITIE datum

26 juni 2020

aan

Gemeente Goirle De heer J. Ludwig

betreft

Bergstraat 50 e.o. te Goirle, verder bedrijfsterrein HaVeP te Goirle

opsteller

Jan Dirk Hattink

collegiale toets

Marco van den Hoek

telefoon

06 – 5479 0936

afdeling

Team Metingen en Onderzoek

zaaknummer

19101421

Inleiding

In de periode juli – september 2019 is door Antea Nederland B.V. een verkennend- en (actualiserend) nader bodemonderzoek en een verkennend asbestonderzoek (verder verkennend bodemonderzoek) uitgevoerd op de locatie Bergstraat 50, verder bedrijfsterrein HaVeP, te Goirle. Het onderzoek is in opdracht van VP grondexploitatie uitgevoerd door Antea Nederland B.V. (verder Antea) met projectnr. 0420418.105 en gerapporteerd d.d. 2 april 2020. De gemeente Goirle heeft aan de OMWB verzocht dit onderzoek te beoordelen. Op onderstaande situatieschets is de onderzoekslocatie opgenomen, zie grijs gearceerd gebied. Antea is een gecertificeerd bureau voor het uitvoeren van veldwerk (certificaat K86152). Het veldwerk in het kader van de BRL SIKB 2000, de protocollen 2001, 2002 en 2018 is uitgevoerd door de heren J. Cadieguo en K.J.M. van Rens. Beide heren waren ten tijde van het veldwerk geregistreerd voor bovengenoemde BRL en onderliggende protocollen. De analyses van de grond en grondwatermonsters zijn uitgevoerd door Eurofins Analytico B.V. een gecertificeerd laboratorium (certificaat L010). De asbestanalyses zijn uitbesteed aan het hiervoor gecertificeerde laboratorium van Eurofins Omegam B.V. (certificaat L086).

Het uitgevoerde onderzoek is een vervolg op een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek op 12 deellocaties ter plaatse van het plangebied groenblauwe zone Zuidrand Goirle, rapportnummer 420418.105, d.d. 3 mei 2019 van Antea. Zie het gebied binnen de rode contour op bovenstaande situatieschets. Dit onderzoek is reeds eerder beoordeeld door de OMWB, zie advies d.d. 9 december 2019.

Aanleiding en doel Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling (woningbouw) van het gebied. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is om de actuele bodemkwaliteit vast te leggen om het in kader van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein de

Bezoekadres: Spoorlaan 181 5038 CB Tilburg tel. (013) 206 01 00 Postadres: Postbus 75 5000 AB Tilburg email: info@omwb.nl internet: www.omwb.nl

gebruiksmogelijkheden van het terrein te bepalen. Het doel van het (actualiserend) nader bodemonderzoek is het actualiseren van de omvang van de eerder aangetoonde bodemverontreiniging. Het verkennend asbestonderzoek heeft als doel te bepalen of de bodem verontreinigd is met asbest.

Locatiegegevens/historische informatie/onderzoeksstrategie

Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen in het zuiden van de bebouwde kom van Goirle en betreft de bedrijfslocatie van Textielfabrieken H. van Puijenbroek B.V. (HaVeP) aan de Bergstraat 50 te Goirle, inclusief de naastgelegen Watermolenstraat en perceel Bergstraat 36. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 60.000 m 2. Op het perceel van HaVeP staan verschillende aan elkaar geschakelde bedrijfspanden waar textielbewerkende processen hebben plaatsvonden. Een groot deel van de panden is momenteel leegstaand. Het bedrijfsterrein is grotendeels bebouwd. Inpandig zijn betonvloeren dan/wel bedrijfsvloerplaten aanwezig. Het buitenterrein is deels verhard met klinkers, tegels, beton of betonplaten, deels halfverhard (parkeerplaats) en deels onverhard (gras en groen). Aan de westzijde van de locatie is een grondwal aanwezig. De bedrijfslocatie heeft zich vanaf het jaar 1900 tot 2003 steeds verder in zuidelijke richting uitgebreid. Aan de Bergstraat ten noorden van de onderzoekslocatie werden in de loop der jaren steeds meer woningen bijgebouwd en in het westen werd bedrijfsterrein Tijvoort ingericht met vele bedrijven. Aan de oost- en zuidzijde grenst de onderzoekslocatie aan respectievelijk een beek (Nieuwe Lei) en een open gebied met natuur- en landbouwgronden.

De volgende percelen maken geheel of gedeeltelijk (ged.) deel uit van het onderzoeksgebied: gemeente Goirle, sectie B, nr. 6603 (ged.), 5259 (ged.), 2620, 6125 en 6128 en sectie I, nr. 227. Historische informatie Tot het jaar 1865 heeft het terrein een agrarische functie gehad. In het jaar 1865 is HaVeP op het terrein begonnen met het produceren van (bedrijfs)kleding. De activiteiten hebben tot 2010 bestaan uit spinnen, weven en het veredelen van textiel. De huidige bedrijfsactiviteiten bestaan uit distributie en opslag van eindproducten. Daarnaast is op het huidige bedrijfsterrein een biomassacentrale aanwezig die warmte levert aan de fabriekslocatie en aan derden. Vanaf 1995 tot eind vorig jaar zijn in opdracht van HaVeP dan wel de gemeente Goirle een groot aantal bodemonderzoeken (verder bodemonderzoek) op of in de directe nabijheid van het bedrijfsterrein uitgevoerd. Voor een overzicht van deze bodemonderzoeken wordt verwezen naar par. 2.5.1 van het verkennend bodemonderzoek van Antea met projectnr. 0420418.105 en gerapporteerd d.d. 26 september 2019. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt dat op diverse plaatsen op het bedrijfsterrein bodemverontreiniging aanwezig is. De deellocaties zijn in het overzicht op de volgende bladzijde opgenomen, zie ook par. 2.7 van het verkennend bodemonderzoek van Antea.

De deellocaties zijn ook ingetekend op de situatietekening in het bovenstaande rapport met tekeningnr. 420418.105-S-2.

Pagina 2 van 20

Onderzoeksstrategie Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: april 2016 (Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek) met gebruikmaking van de onderzoeksstrategie zoals opgenomen in de bovenstaande tabel, dan wel een “maatwerk strategie”. Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2: december 2017 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in puin e.d. is uitgevoerd conform de NEN 5897+C2: december 2017 'Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Binnen de gekozen onderzoeksstrategieën zijn per deellocatie boringen en peilbuizen geplaatst, zijn asbestinspectiegaten gegraven en zijn monsters genomen van de grond en het grondwater. De monsters zijn vervolgens geanalyseerd in een laboratorium op relevante parameters en de analyseresultaten zijn daarna getoetst aan de van toepassing zijnde normen en geïnterpreteerd.

Pagina 3 van 20

In de onderstaande tabel zijn opgenomen de geplaatste boringen en gegraven asbestinspectiegaten. De beginnummers van de boringen en peilbuizen corresponderen met de deellocatie waar de boringen zijn geplaatst, zie ook par. 3.1 van het verkennend bodemonderzoek van Antea en onderstaande tabellen.

Pagina 4 van 20

Resultaten bodemonderzoek Bodemopbouw De boven- en ondergrond op de gehele onderzoekslocatie (alle deellocaties) bestaat tot ca. 1,5 m-mv overwegend uit matig fijn zand dat matig siltig en zwak humeus is. Vanaf 1,5 m-mv tot de maximale boordiepte van 5,5 m-mv (boring 603) wordt over het algemeen eveneens matig fijn zand, dat zwak tot matig siltig is, aangetroffen. De grondwaterstand is tijdens het plaatsen van de boringen waargenomen op een diepte variërend van 1,7 (diverse boringen) tot 2,5 m-mv (boring 558). Tijdens het nemen van de grondwatermonsters stond de grondwaterstand op een diepte variërend van 1,67 (peilbuis 881) tot 2,3 m-mv (peilbuis E02). Zintuiglijke waarnemingen Tijdens het plaatsen van de boringen en peilbuizen en het graven van de asbestinspectiegaten zijn de volgende zintuiglijke waarnemingen gedaan die (mogelijk) duiden op bodemverontreiniging, zie ook par. 4.1 van het verkennend bodemonderzoek van Antea en de tabellen op de volgende bladzijde.

Pagina 5 van 20

Pagina 6 van 20

Pagina 7 van 20

Uit de bovenstaande tabellen blijkt dat nagenoeg op alle deellocaties waarnemingen worden gedaan die duiden op bodemverontreiniging. Deze waarnemingen variëren van “sporen baksteen” tot “sterk kolengruishoudend”, “uiterst puinhoudend” en “geel verfachtig materiaal”. Uit de veldmetingen voorafgaand aan het nemen van de grondwatermonsters blijkt dat de pH over het algemeen niet afwijkt van “normale” waarden. Alleen de pH op deellocatie 6 is duidelijk veel hoger dan de “normale” waarden. Hetzelfde is het geval voor de gemeten waarden van het elektrisch geleidend vermogen (EGV) van het grondwater. De gemeten EGV-waarde wijkt over het algemeen niet af van de “normale” waarden. Alleen de EGVwaarden gemeten op deellocatie 6 zijn duidelijk hoger dan de “normale” waarden. Een verklaring hiervoor is in het bestudeerde rapport niet opgenomen behalve de opmerking dat dit in lijn is met de op deze deellocatie eerder uitgevoerde bodemonderzoeken. Uit de geplaatste boringen en gegraven gaten zijn monsters samengesteld die zijn geanalyseerd. Hieruit zijn conclusies getrokken die, in samenhang met het in het verleden uitgevoerde onderzoek, hieronder worden besproken.

Grond In de volgende tabellen zijn opgenomen de monsters die genomen zijn op de betreffende deellocaties, de toetsingsresultaten aan de normen uit de Wet bodembescherming en de toetsingsresultaten aan de normen uit het besluit bodemkwaliteit, zie ook par. 4.2.2 van het verkennend bodemonderzoek van Antea en de tabellen op de volgende bladzijde. Opgemerkt wordt dat bij deellocatie 1 en 6 alleen grondwatermonsters zijn genomen. De resultaten van het onderzoek op deze deellocaties worden besproken bij de grondwaterverontreiniging.

Pagina 8 van 20

Pagina 9 van 20

Pagina 10 van 20

Pagina 11 van 20

Pagina 12 van 20

Pagina 13 van 20

Pagina 14 van 20

Pagina 15 van 20

Op basis van de bovenstaande tabellen kunnen op basis van de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken en het nu beoordeelde bodemonderzoek de volgende conclusies worden getrokken: Deellocatie 1: B. Laboratorium Zie conclusies grondwaterverontreiniging. Deellocatie 2: F. Hotflue, artos Op deze locatie is aanwezig een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink en cadmium in de grond. De omvang van de grondverontreiniging hoger dan de interventiewaarde bedraagt ca. 500 m3. De sterke verontreiniging bevindt zich met name in de bovengrond (0 – 0,5 m-mv) en is plaatselijk nog aangetoond tot 1,1 m-mv. De globale interventiewaardecontour is weergegeven op de situatietekening in het rapport van het verkennend bodemonderzoek van Antea (tekening 420418.105-S-2). De laag onder de betonverharding voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit plaatselijk aan de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’, ‘Niet toepasbaar > interventiewaarde’ of ‘Niet toepasbaar > Industrie’. Er is geen noodzaak om nader onderzoek uit te voeren, omdat de verontreiniging voldoende is ingekaderd. Voorafgaand aan de herontwikkeling van de locatie zal een bodemsanering moeten worden uitgevoerd. Deellocatie 3: G.

Chemicaliënopslag Ter plaatse van deellocatie 3 bevinden zich weliswaar sterk verhoogde concentraties aan zink en nikkel in de grond, doch deze sterk verhoogde concentraties worden toegeschreven aan de verontreinigingen op de deellocaties 5 en 8, die locatie overschrijdend zijn. Zie hiervoor bij de deellocaties 5 en 8. Op deze deellocatie 3 bevindt zich dan ook geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Ter plaatse van deze locatie is wel aanwezig een spot met zinkverontreiniging in de grond. Deze zinkverontreiniging is aanwezig tot een diepte van 1,0 m-mv en is afgeperkt. De bovengrond voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’. De ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Niet

Pagina 16 van 20

toepasbaar > industrie’. Zeer plaatselijk voldoet de ondergrond aan de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’. Bij de herontwikkeling van de locatie is het noodzakelijk zijn om een plan van aanpak op te stellen om de zinkverontreiniging (m.b.v. een XRF-meter) te verwijderen. Deellocatie 4: H. Bulkopslag olie De eerder aangetoonde verontreiniging met oliecomponenten in de grond is niet meer aangetoond. De bovengrond voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ en plaatselijk aan de kwaliteitsklasse ‘Niet toepasbaar > Industrie’. De aangetoonde gehalten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Deellocatie 5: Watermolenstraat De eerder aangetoonde grondverontreiniging (zware metalen) is geactualiseerd. Ter plaatse van het zuidoostelijke deel van locatie is, als gevolg van de dempingen, sprake van sterke verontreinigingen met zink, cadmium en koper in de grond. Het betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging. De globale interventiewaardecontour is weergegeven op de situatietekening in het rapport van het verkennend bodemonderzoek van Antea (tekening 420418.105-S-2). De verontreiniging ligt gedeeltelijk op het HaVeP terrein en gedeeltelijk op openbaar gebied dat in eigendom van de gemeente Goirle is.

De verontreiniging loopt verder over in de deelgebieden 3 en 8. Op het HaVeP terrein is de omvang van de sterke grondverontreiniging ca. 800 m3. De verontreiniging is aanwezig tot een maximale diepte van 3,0 m-mv. De omvang van de sterke grondverontreiniging op het terrein van de gemeente Goirle bedraagt ca. 2.000 m3. De bovengrond voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘Niet toepasbaar > industrie’ en zeer plaatselijk aan de kwaliteitsklassen ‘Niet toepasbaar > interventiewaarde’ en ‘Achtergrondwaarde’. De ondergrond voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklassen ‘Industrie’ en ‘niet toepasbaar > interventiewaarde’ en plaatselijk aan de kwaliteitsklassen ‘Achtergrondwaarden’. Er is geen noodzaak om nader onderzoek uit te voeren, omdat de verontreiniging voldoende is ingekaderd. Voorafgaand aan de herontwikkeling van de locatie zal een bodemsanering moeten worden uitgevoerd. Deellocatie 6: Zuidoostzijde bedrijfsterrein Zie conclusies grondwaterverontreiniging. De boven- en ondergrond voldoet op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarden’ Deellocatie 7: Parkeerplaats Op deze deellocatie zijn in de grond alleen licht verhoogde gehalten aan verontreinigende stoffen aangetoond.

Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet de zintuiglijk schone grond onder de puinlaag aan de kwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’. De resultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen.

Pagina 17 van 20

Deellocatie 8: Overig terrein Op deze deellocatie zijn in enkele grondmonsters sterk verhoogd gehalten aan zware metalen (zink en cadmium) en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK som-10, verder PAK) aangetoond. Deze verontreinigingen betreffen spots met bodemverontreiniging die in het kader van de herontwikkeling uit de bodem verwijderd moeten worden (m.b.v. een XRF-meter). Op deze deellocatie is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in de grond. Bij de herontwikkeling van de locatie is het noodzakelijk om een plan van aanpak op te stellen voor werkzaamheden ter plaatse van de spots. De spots zijn weergegeven op de situatietekening in het rapport van het verkennend bodemonderzoek van Antea (tekening 420418.105-S-2). In de monsters genomen uit de opgeboorde grond van de boringen die ter plaatse van deellocatie 8 zijn geplaatst, in de omgeving van deellocatie 5, zijn verder sterk verhoogde gehalten aan zink en/of cadmium aangetoond. Deze sterk verhoogde concentraties zijn meegenomen binnen het geval van ernstige bodemverontreiniging van deellocatie 5. Zie verder deellocatie 5. Tijdens het onderzoek ter plaatse van deellocatie 8 is ook ter plaatse van een vermoedelijk gedempte sloot, waar in het verleden een verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond, een grondmonster geanalyseerd op het gehalte aan minerale olie.

Hierin zijn geen oliecomponenten aangetoond. Bij de overige boringen zijn alleen licht verhoogde gehalten in de grond aangetoond die geen aanleiding geven voor de noodzaak voor aanvullend onderzoek dan wel sanerende maatregelen. Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit voldoet de bovengrond en de ondergrond op de locatie aan diverse kwaliteitsklassen, namelijk ‘Achtergrondwaarden’, ‘Wonen’, ‘Industrie’, ‘Niet toepasbaar > Industrie’ en ‘niet toepasbaar > Interventiewaarde’. De locaties van de verschillende kwaliteitsklassen verschillen erg, het is niet mogelijk om een kwaliteitsklasse aan een specifiek gebied te geven. Grondwater Deellocatie 1: B. Laboratorium Zowel in het grondwateronderzoek uit 2008, het eindsituatieonderzoek uit 2012 en het huidige onderzoek zijn geen sterk verhoogde concentraties (>interventiewaarde) meer aangetoond aan vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl). Ter plaatse van het gehele bedrijfsterrein zijn in het verleden overwegend licht verhoogde concentraties aan VOCl in het grondwater aangetoond. Door de jaren heen zijn lokaal hogere concentraties aangetoond (met name tetrachlooretheen (PER)), die bij vervolgonderzoek niet zijn gereproduceerd. Het vermoeden bestaat dat sprake is van zeer plaatselijke puntbronnen met VOCl, veroorzaakt door incidenten in het verleden.

Door natuurlijke verspreiding in het grondwater is sprake van een diffuse lichte verontreiniging in het grondwater met zeer plaatselijk matig verhoogde concentraties aan VOCl. Op basis van de gemeten concentraties in het grondwater over een periode van bijna 25 jaar en het ontbreken van ondoorlatende lagen in de ondergrond is er geen noodzaak om nader onderzoek uit te voeren naar VOCL in de grond dan/wel het grondwater. De aangetoonde concentraties geven ook geen aanleiding voor het uitvoeren van sanerende maatregelen. Deellocatie 2: F. Hotflue, artos Op deze locatie is geen grondwaterverontreiniging aanwezig. Deellocatie 3: G. Chemicaliënopslag Op deze locatie is geen grondwaterverontreiniging aanwezig. Deellocatie 4: H. Bulkopslag olie Op deze locatie is geen grondwaterverontreiniging aangetoond.

Pagina 18 van 20

Deellocatie 5: Watermolenstraat Ter plaatse van het zuidoostelijke deel van deze locatie is, als gevolg van de dempingen, sprake van sterke verontreinigingen met zink en cadmium in het grondwater. Ter plaatse is sprake van een geval van ernstige grondwaterverontreiniging. De globale interventiewaardecontour is weergegeven op de situatietekening in het rapport van het verkennend bodemonderzoek van Antea (tekening 420418.105-S-2). De grondwaterverontreiniging is gedeeltelijk aanwezig in de bodem op het HaVeP terrein en gedeeltelijk in de bodem van het openbare gebied in eigendom van de gemeente Goirle. De omvang van de sterke grondwaterverontreiniging op het terrein van HaVep bedraagt ca. 200 m3. De omvang van de sterke grondwaterverontreiniging op het terrein van de gemeente Goirle bedraagt ca. 200 m3 en is aanwezig tot een diepte van ca. 3,5 m-mv. Nader grondwateronderzoek is niet nodig, omdat de verontreiniging voldoende is ingekaderd. Deellocatie 6: Zuidoostzijde bedrijfsterrein De resultaten van het grondwateronderzoek met betrekking tot de VOCl-verontreiniging ter plaatse van deellocatie 1 en de resultaten van de overige bemonsteringen op deze parameters binnen andere deelgebieden bevestigen de resultaten uit het verleden met betrekking tot deze stofgroep. In peilbuis 602 is wel een sterk verhoogde concentratie aan koper aangetoond.

Deze verontreiniging wordt beschouwd als een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. De verontreiniging is wel horizontaal doch niet in verticale richting afgeperkt. De omvang van de grondwaterverontreiniging aan koper (>interventiewaarde) beperkt zich vermoedelijk tot rondom de peilbuis en bedraagt circa 25-50 m3. De resultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen. Deellocatie 7: Parkeerplaats Op deze locatie is geen (sterke) grondwaterverontreiniging aangetoond. Deellocatie 8: Overig terrein Op deze deellocatie is vermoedelijk sprake van een gedempte sloot. In deze gedempte sloot is in het verleden een verhoogd gehalte aan minerale olie in de grond aangetoond. Tijdens het onderhavige onderzoek is een grondwatermonster genomen uit een stroomafwaarts gesitueerde peilbuis waarbij geen oliecomponenten werden aangetoond. In het grondwater van één peilbuis is een matig verhoogde concentratie aan cadmium aangetoond. De concentratie wordt beschouwd als een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. PFAS Ter plaatse van de deellocaties 2, 5 en 8 is onderzoek naar de aanwezigheid van poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) in de bodem uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in de bovengrond verhoogde gehalten aan PFOS, PFOA en/of diverse individuele stoffen uit de PFAS-groep zijn aangetoond.

GenX is niet aangetoond boven de detectielimiet. Indicatief getoetst aan de “Indicatieve Niveaus voor Ernstige bodemverontreiniging” blijkt dat er op grond van de vastgestelde concentratie aan PFOS en PFOA geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging; de risicogrenswaarden in de grond worden niet overschreden. Indien de vastgestelde waarden worden getoetst aan de het “Tijdelijk handelingskader” d.d. 8 juli 2019 inclusief de geactualiseerde versie van d.d. 29 november 2019, dan blijkt dat de bovengrond indicatief voldoet aan de kwaliteitsklasse variërend van “Landbouw/natuur” en “Wonen/Industrie” en plaatselijk aan de kwaliteitsklasse “Niet toepasbaar > Industrie”. Asbest Ter plaatse van de deellocaties 2, 5, 7 en 8 is asbestonderzoek uitgevoerd. Alleen ter plaatse van deellocatie 2 is in een grondmonster een gehalte van 21 mg/kgds gewogen aan asbest in de fijne fractie aangetoond. In de fractie <0,5 mm is geen asbest

Pagina 19 van 20

aangetoond. De resultaten geven geen aanleiding vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen.

voor

het

uitvoeren

van

Conclusie bodemonderzoek De conclusie van het onderzoek is dat op het bedrijfsterrein van HaVeP op diverse plaatsen bodemverontreiniging aanwezig is. Op enkele plaatsen is deze verontreiniging ernstig in de zin van de Wet bodembescherming. Op deze plaatsen is de uitvoering van een bodemsanering verplicht; op de andere plaatsen waar sprake is van een spot is bodemsanering eveneens gewenst in het kader van de herontwikkeling van het terrein. De resultaten van het bodemonderzoek geven geen aanleiding voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek/vervolgonderzoek.

Conclusie en advies OMWB

Met de in het rapport opgenomen conclusies en aanbevelingen kunnen wij instemmen. De bodemkwaliteit van de locatie is in voldoende mate onderzocht. Geadviseerd wordt voor deze locatie een saneringsplan op te stellen om alle aanwezige verontreinigingen uit de bodem te verwijderen en dit saneringsplan ter beoordeling aan het bevoegd gezag Wet bodembescherming toe te sturen. Na de bedrijfsverplaatsing van HaVeP kunnen dan de bedrijfsgebouwen worden gesloopt en kan de bodemsanering worden uitgevoerd. Na de sloop van de bedrijfsgebouwen moet daarna nog wel aanvullend bodemonderzoek plaatsvinden; op deze plaatsen is tot nu toe namelijk onvoldoende onderzoek uitgevoerd. Verder wordt geadviseerd de bodemverontreiniging in het openbare gebied van de gemeente Goirle mee te nemen in het saneringsplan. Hierbij is het van belang dat overleg plaatsvindt tussen de gemeente Goirle en de eigenaren van HaVeP over de (verdeling van de) kosten van de bodemsanering. Indien grond wordt afgegraven en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen.

Pagina 20 van 20

Bijlage 31 Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle

2673

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle

projectnummer 420418.105 definitief revisie 01 27 januari 2020

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

3

2

Vooronderzoek

4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.5.1 2.6 2.7 2.8 2.9

Algemeen Locatiegegevens Bodemopbouw en geohydrologie Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Waterbodem Asbest Terreinverkenning Conclusie vooronderzoek en hypothese

4 4 5 5 11 11 13 14 14 14

3

Verrichte werkzaamheden

17

3.1 3.2

Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

17 18

4

Onderzoeksresultaten landbodem

19

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten Toetsingskader Grond Grondwater Asbest Civieltechnische kwaliteit grond

19 21 21 22 32 33 34

5

Onderzoeksresultaten waterbodem

36

5.1 5.2 5.3

Veldwerkzaamheden Toetsingskader Milieuhygiënische analyses

36 37 37

6

Conclusies

39

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Bijlagen 1. Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek 2. Vooronderzoek 3. Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen 4. Analyseresultaten grondmonsters met overschrijding normwaarden 5. Analyseresultaten grondwatermonsters met overschrijding normwaarden 6. Normwaarden grond en grondwater 7. Toelichting op normwaarden grond en grondwater 8. Analysecertificaten 9. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000 10. Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit 11. Toelichting toetsingskader Besluit bodemkwaliteit 12. Foto’s onderzoekslocatie en veldwerk 13. Toetsing waterbodem 14. Toelichting op normwaarden waterbodem 15. Rapport deellocatie 5: Terreinen van Van Puijenbroek en Thebe

Tekeningen 420418.05-O-1 420418.05-O-2 420418.05-O-3 420418.05-S-1

Overzichtstekening met ligging locatie Overzichtstekening met ligging deellocaties Overzichtstekening met toekomstige situatie Situatietekening met boringen, peilbuizen, slibsteken en asbestgaten

Blad 2 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

1

Inleiding In opdracht van VP Grondexploitatie is door Antea Group in de periode januari – maart 2019 een verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het onderzoeksgebied ‘Zuidrand Goirle’ te Goirle.

Aanleiding De aanleiding voor het verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het onderzoeksgebied.

Doel Het doel van het verkennend (water)bodemonderzoek is de (water)bodemkwaliteit vast te leggen om het in kader van de voorgenomen herontwikkeling de gebruiksmogelijkheden van het terrein te bepalen. Het verkennend asbestonderzoek heeft als doel te bepalen of de bodem verontreinigd is met asbest.

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Het bodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5740+A1: april 2016 (Bodem – Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek). Het waterbodemonderzoek is gebaseerd op de richtlijnen uit de NEN 5720: december 2017 (Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek). Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2: december 2017 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond). Het onderzoek naar de aanwezigheid van asbest is uitgevoerd conform de NEN 5897+C2: december 2017 'Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. Deze rapportage is niet opgesteld ten behoeve van het bepalen van de geschiktheid van mogelijk toekomstige toepassingen van eventueel vrijkomende grond. In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek binnen het plangebied beschreven. Gelijktijdig is ook een bodemonderzoek uitgevoerd bij het gebied dat grotendeels buiten het plangebied valt, maar waar een grondruil tussen Van Puijenbroek en Thebe gaat plaatsvinden.

Omdat een deel van die grond wel binnen het plangebied ligt, is het gehele rapport als separate bijlage (bijlage 15) aan dit rapport toegevoegd.

Blad 3 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

2

Vooronderzoek

2.1

Algemeen Landbodem Bij toepassing van de NEN 5740, NEN 5707 en NEN 5897, moet een hypothese worden opgesteld omtrent de aan-/ afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verdeling van eventuele verontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725: 2017 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). De aanleiding tot het vooronderzoek is: Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Waterbodem Voor het onderzoek ter plaatse van de te onderzoeken waterlopen (De Nieuwe Ley en De Oude Ley) alsmede enkele greppels en sloten langs de wandel- en rijpaden in het onderzoeksgebied zijn de richtlijnen uit de NEN 5720 (Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek, december 2017) gevolgd. Voor de waterbodems van de Nieuwe Ley en Oude Ley is een vooronderzoek uitgevoerd aan de hand van de NEN 5717 “Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek” (december 2017). In dit hoofdstuk worden de bij de aanleiding behorende onderzoeksaspecten besproken. In bijlage 2 worden deze onderzoeksaspecten onderbouwd met de antwoorden op de verplichte onderzoeksvragen In onderstaande tabel zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven.

Tabel 2.1: Geraadpleegde bronnen Geraadpleegde bron Gemeente Goirle: milieuarchief Gemeente Goirle: tankarchief Gemeente Goirle: bouwarchief Waterschap De Dommel Omgevingsrapportage noord Brabant Topotijdreis.nl Bodemloket.nl Kadaster

2.2

Website, contactpersoon of archief Mevr. W. Snels Mevr. W. Snels Mevr. M. Maas Dhr. M. van Lokven https://noord-brabant.omgevingsrapportage.nl/ www.topotijdreis.nl www.bodemloket.nl www.kadaster.nl

Datum raadplegen 21-1-2019 21-1-2019 28-2-2019 8-2-2019 21-1-2019 3-1-2019 3-1-2019 15-11-218

Locatiegegevens De onderzoekslocatie is gelegen aan de zuidelijke rand van Goirle op de overgang van de bebouwde kom naar de agrarische gronden in het beekdal van de Ley. Het plangebied wordt aan de noordoostzijde begrenst door de woningen aan de Bergstraat, aan de noordzijde door de terreinen van de firma’s HaVeP, Van Besouw en Huize Anna-watermolen en de bebouwing van Thebe. Aan de oostelijke zijde is de locatie begrenst door De Vosserijten en aan de zuidelijke zijde grenst het onderzoeksgebied aan enkele landbouwpercelen en de Nieuwe Ley. Binnen het gebied is sprake van de huidige watergangen de Nieuwe Ley, die men voornemens is te verleggen en de Oude Ley. Het gebied bestaat verder grotendeels uit landbouwgrond, waarbij het gebied doorkruist wordt door enkele onverharde paden.

Blad 4 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Een gedeelte van het terrein van Thebe behoort eveneens tot de onderzoekslocatie. Vanwege een voorgenomen grondruil met een terreingedeelte van Van Puijenbroek is voor deze deellocatie een separaat rapport opgesteld dat in z’n geheel als bijlage 15 aan dit rapport is toegevoegd. Het terrein van HaVeP valt niet binnen het onderzoeksgebied, maar grenst wel aan meerdere zijden van het onderzoeksgebied. De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van circa 15,5 ha. De hieronder genoemde percelen maken geheel of gedeeltelijk (ged.) deel uit van het onderzoeksgebied. - B 4265 - B 4738 - B 5108 ged. - B 5258

- B 5259 ged. - B 6126 - B 6204 - B 6205 ged.

- B 6384 ged. - B 6433 ged. - B 6603 ged. - B 6996

- I 67 ged. - I 69 ged. - I 88 ged. - I 90 ged.

- I 226 ged. - I 227 - I 228 - I 229 ged.

De ligging van het onderzoeksgebied is weergegeven op overzichtstekening 420418.05-O-1. De ligging van de huidige lokale situatie is weergegeven op tekening 420418.05-O-2 en de toekomstige situatie is weergegeven op tekening 420418.05-O-3. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 12.

2.3

Bodemopbouw en geohydrologie Voor de plaatselijke bodemopbouw wordt verwezen naar paragraaf 4.1. Ten aanzien van de bodemopbouw en geohydrologie kan het volgende worden vermeld: - Freatische grondwaterstand: ca.1,8 m -mv. - Regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket: noordoostelijk - Voorkomen van oppervlaktewater in de directe omgeving: ja, de locatie wordt doorkruist door de waterlopen (beken) “De Nieuwe Ley” en “De Oude Ley” - Voorkomen van brak/zout grondwater: nee - Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied: nee - Ophogingen/dempingen/bodemvreemde lagen bekend?: Op de onderzoekslocatie is ten westen van het HaVeP terrein een grondwal aanwezig. - Is het grondwatersysteem beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, onttrekkingen, infiltratie)?: voor zover bekend geen beïnvloeding. De gegevens over de geohydrologie zijn verkregen uit de Grondwaterkaart van Nederland (DGV-TNO) en de actuele kaarten met grondwaterbeschermingsgebieden.

2.4

Verwachting ten aanzien van de bodemkwaliteit Bodemonderzoeken/beschikkingen In 2014 is door Antea Group een historisch onderzoek uitgevoerd voor projectgebied Bergstraat 20 ong. te Goirle (kenmerk: 236126, december 2014). Een groot gedeelte van het toen onderzochte terrein maakt ook deel uit van de huidige onderzoekslocatie, zie figuur 2.1. De resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken die beschreven staan in het historisch onderzoek uit 2014 zijn opgenomen in het voorliggende onderzoek. Op 3 januari 2019 is navraag gedaan bij de gemeente Goirle voor nieuwe bodeminformatie sinds 2014 en voor de gebieden die in 2014 niet meegenomen zijn. Maandag 21 januari 2019 heeft een medewerker van de gemeente Goirle laten weten dat voor het gebied één nieuw onderzoek bekend is sinds 2014. In deze paragraaf wordt verder ingegaan op de resultaten van dit onderzoek

Blad 5 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Figuur 2.1: Huidige onderzoekslocatie (rode contour), gebied historisch onderzoek 2014 (blauw vlak)

Ter plaatse van het bedrijfsterrein van HaVeP, Bergstraat 50, zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Het terrein van HaVeP valt niet binnen het onderzoeksgebied, maar grenst wel aan meerdere zijden van het plangebied. Om deze reden zijn de resultaten van uitgevoerde onderzoeken ter plaatse van het HaVeP terrein wel hieronder beschreven. Van het overig terrein zijn bij de gemeente Goirle vrijwel geen gegevens over de bodemkwaliteit of de aanwezigheid van (voormalige) verdachte activiteiten bekend. Van het terrein direct oostelijk van het HaVeP terrein is een bodemonderzoek uit 2008 bekend: Verkennend bodemonderzoek Bergstraat 26 Goirle, Oranjewoud, kenmerk 180946, d.d. 14 mei 2008 De onderzoekslocatie betreft het Kerklaantje en achterliggend terrein. Aanleiding tot het onderzoek is een eventuele verkoop van het terrein. Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd. Uit schriftelijke informatie van de gemeente Goirle (dhr. R. van den Bosch, brief d.d. 26 maart 2008) blijkt dat in de gemeentelijke archieven geen gegevens bekend zijn met betrekking tot het perceel Bergstraat 26 of de directe omgeving (binnen straal van 50 m.), die erop kunnen wijzen dat de bodem ter plaatse verontreinigd is of dat er een ondergrondse tank aanwezig is (geweest). Bij dit onderzoek zijn de voormalige bleekloods en de bezinkbassins als verdachte locaties aangemerkt.

In de grond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parameters gemeten en in het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties gemeten. De resultaten vormen geen belemmering voor het gebruik van de locatie ten behoeve van woningbouw.

Blad 6 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Van het terrein direct (zuid)oostelijk van het HaVeP terrein, zijn een bodemonderzoek en saneringsevaluatie uit 2003 bekend: Verkennend en aanvullend milieukundig bodemonderzoek ter plaatse van de Watermolenstraat te Goirle, UDM, kenmerk 02.02.223, d.d. 6 januari 2003 De onderzoekslocatie betreft de Watermolenstraat (nabij 9). Aanleiding tot het onderzoek is de voorgenomen reconstructie van de riolering. Ter plaatse van het onderzoeksterrein is circa 480 m3 grond sterk verontreinigd met cadmium, koper, lood en zink. De totale omvang van de verontreiniging is niet bekend. Naar verwachting is circa 3.500 m3 grond verontreinigd. Het freatisch grondwater is licht verontreinigd met cadmium, zink, xylenen en tetrachlooretheen. Evaluatie deelsanering aan de Watermolenstraat te Goirle, UDM, kenmerk 03.02.042, d.d. 4 november 2003 Ter plaatse van geplande reconstructiewerkzaamheden in de openbare weg is de verontreinigde grond ontgraven en schone aanvulgrond toegepast (over circa 366 m3). Ter plaatse van de putwanden- en bodem zijn sterke restverontreinigingen achtergebleven. Gezien de sterke restverontreiniging zich in de ondergrond bevindt zijn er geen risico's voor het gebruik als 'infrastructuur'. Uitloging van de verontreinigde grond naar de schone aanvulgrond is daarbij wel mogelijk.

Bodemonderzoeken HaVeP In de periode 1996 - 2015 zijn diverse bodemonderzoeken en saneringen uitgevoerd op het bedrijfsterrein van HaVeP. Hieronder staan de resultaten van de onderzoeken samengevat. -

Verkennend bodemonderzoek op het bedrijfsterrein aan de Bergstraat 50 te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 8245-72983, d.d. april 1995 Nader bodemonderzoek bedrijfsterrein Bergstraat 50 te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 8245-75031, d.d. 21 november 1996 Nader bodemonderzoek ter plaatse van de Bergstraat 50 te Goirle, Fugro, kenmerk 89010029, d.d. 14 januari 2002 Aanvullend nader bodemonderzoek voormalige afleverzuil Bergstraat 50 te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 3509-114854, d.d. september 2003 Evaluatierapport grond- en grondwatersanering vml. afleverzuil bedrijfsterrein Bergstraat 50 te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 4910-147975, d.d. 8 augustus 2007 Rapportage grondwatermonitoring vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen Bergstraat 50 te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 180942, d.d. 6 juni 2008 Actualisatie bodemonderzoek deellocaties G en V Bergstraat 50 te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 180942, d.d. 12 december 2008 Eindsituatie onderzoek Bergstraat 50 te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 236126EIND, d.d. 31 augustus 2012

Uit bovengenoemde onderzoeken komt naar voren dat ter plaatse van diverse deellocaties sterke grond- en grondwaterverontreinigingen zijn aangetroffen. De deellocaties betreffen: 1. Een voormalige ondergrondse benzinetank met afleverzuil: sterke grond- en grondwaterverontreinigingen met minerale olie en vluchtige aromaten. 2. Een bovengrondse HBO-tank: een sterke grondverontreiniging met minerale olie 3. Een voormalige drukkerij: een sterke grondwaterverontreiniging met tetrachlooretheen (PER) en zink 4. Een demping op het (zuid)oostelijke terreindeel: een sterke grond- en grondwaterverontreiniging met zware metalen.

Blad 7 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Ad 1: In 2007 heeft ter plaatse van de voormalige ondergrondse benzinetank met afleverzuil een bodemsanering plaatsgevonden. Tijdens de sanering is totaal 1.239,52 ton met oliecomponenten en vluchtige aromaten verontreinigde grond ontgraven en afgevoerd. De grondsanering wordt als afgerond beschouwd (gesaneerd tot < tussenwaarde). Daarnaast is in totaal is ca. 29.000 m3 grondwater onttrokken. In het diepere grondwater zijn na afloop van de saneringswerkzaamheden nog marginale verhogingen aan benzeen gemeten. De grondwatersanering wordt hiermee als afgerond beschouwd. Ad 2: In 2008 heeft een actualisatie onderzoek plaatsgevonden ter plaatse van de bovengrondse HBO-tank. De verontreiniging met minerale olie in de bovengrond ter plaatse van (voormalige) bovengrondse HBOtanks heeft zich niet verspreid tot in het grondwater. Ad 3: Plaatselijk zijn sterk verhoogde concentraties aan vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl) gemeten, voortkomend uit calamiteiten die in het verleden hebben plaatsgevonden. De betreffende verontreinigingen worden middels biologische afbraak verwijderd. Bij een onderzoek in 2008 zijn de in eerder onderzoek aangetoonde verhoogde concentraties aan VOCl niet meer aangetoond. Plaatselijk zijn in het grondwater marginale overschrijdingen van de tussenwaarde voor tetrachlooretheen (PER) en vinylchloride (VC) gemeten.

Verder zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan PER, cis-1,2dichlooretheen (CIS) en VC gemeten. Aangezien CIS en VC afbraakproducten van PER zijn, duidt erop dat biologische afbraak van gechloreerde ethenen plaatsvindt. Ad 4: Een deel van deze verontreiniging is in 2003 reeds gesaneerd, zie de voornoemde rapporten inzake de Watermolenstraat van UDM. In 2008 heeft een actualisatie onderzoek plaatsgevonden ter plaatse van het meest (zuid)oostelijke terreindeel van het terrein van HaVeP. Hier zijn sterk verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater aangetoond. De omvang van de grondwaterverontreiniging is niet bekend. Bij de onderzochte deellocaties die grenzen aan het huidige plangebied zijn tijdens het eindsituatie onderzoek uit 2012 bijmengingen met baksteen, puin en/of kolengruis waargenomen. In de grond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en/of PAK aangetoond en in het grondwater maximaal licht verhoogde concentraties aan barium, naftaleen, CIS en/of VC. Verkennend bodemonderzoek Bergstraat 50 te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 3509-114855, d.d. 7 juni 2002 Aanleiding tot het onderzoek vormt voorgenomen nieuwbouw op het zuidwestelijke terreindeel van HaVeP. In de grond zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan zink, PAK, EOX en minerale olie aangetoond en in het grondwater maximaal een licht verhoogde concentratie aan CIS.

Verkennend en nader bodemonderzoek Bergstraat 50 (gedeeltelijk) te Goirle, Oranjewoud, kenmerk 236126, d.d. 3 december 2010 In de grond ter plaatse van de voormalige chemicaliënopslag en het voormalige oliehok (<50 m westelijk van Watermolenstraat 94a) is een sterke verontreiniging met zink gemeten. De omvang van de sterke verontreiniging wordt geraamd op ca. 20 m3. Derhalve is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. In de grond en in het grondwater zijn verder maximaal licht verhoogde concentraties gemeten.

Blad 8 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Verkennend bodemonderzoek Bergstraat 50 te Goirle, Antea Group, kenmerk 236126, d.d. 4 februari 2015 Aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen realisatie van een overkapping ter plaatse van de onderzoekslocatie. In de puinhoudende bovengrond en in de zintuigelijk schone ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de onderzochte parameters gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan molybdeen en per gemeten. Bodemloket Op het Bodemloket worden alle uitgevoerde bodemonderzoeken en saneringen in Nederland in kaart gebracht die bij het bevoegd gezag (gemeente, provincie, Omgevingsdienst) bekend zijn. Ook laat Bodemloket zien waar mogelijk bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Mogelijk dient op deze locaties in de toekomst nog bodemonderzoek plaats te vinden, als de aard van de activiteiten daar aanleiding toe geeft. Binnen de onderzoekslocatie zijn volgens bodemloket geen onderzoeken bekend. Aangrenzend en nabij de onderzoekslocatie zijn enkele onderzoeken bekend. Deze onderzoeken zijn in de beschreven bodemrapporten reeds genoemd. Buiten het terrein van HaVeP staan op twee adressen verdachte activiteiten geregistreerd: 5. Bergstraat 4: Was- en strijkinrichting en opslag van aldehyden, ethers, esters of ketonen; 6. Bergstraat 32: Benzine-service-station en smederij.

Figuur 2.2: Overzicht uitgevoerde onderzoeken BodemLoket

Bodemkwaliteitskaart (BKK) Op de bodemkwaliteitskaart van de site van bodemkwaliteitskaart Midden-& West-Brabant (Antea Group) is zichtbaar dat voor het volledige onderzoeksgebied zowel de bovengrond als de ondergrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde (AW2000). In figuur 2.3 zijn uitsnedes uit de bodemkwaliteitskaart voor de boven- en ondergrond weergegeven.

Blad 9 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Bovengrond

Ondergrond Figuur 2.3: Uitsnedes uit de bodemkwaliteitskaart voor de boven- en ondergrond van bodemkwaliteitskaart Midden-& WestBrabant (Antea Group)

Bodemfunctieklassekaart Op de bodemfunctieklassenkaart van de site van Bodemkwaliteitskaart Midden-& West-Brabant (Antea Group) heeft het grootste gedeelte van het onderzoeksgebied de functieklasse Landbouw/Natuur. Twee kleinere gedeelten voldoen aan de functieklassen Industrie en Wonen. In figuur 2.4 is een uitsnede uit de bodemfunctieklasse kaart weergegeven.

Blad 10 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Figuur 2.4: Uitsnede uit de bodemfunctieklassenkaart van bodemkwaliteitskaart Midden-& West-Brabant (Antea Group)

Overige historische gegevens Tijdens de uitvoering van het historisch onderzoek zijn geen gegevens gevonden over de verbranding of stort van afval, (her)gebruik van grond of andere bouwmaterialen, het (voormalige) gebruik van asbest, verkaveling, (sloot)dempingen, ontgrondingen, aanvullingen (behalve de grondwal op het terrein ten westen van HaVeP), afzetting van bodemvreemd materiaal en onbetrouwbaarheden of tegenstrijdigheden.

2.5

Gebruik en beïnvloeding van de locatie door gebruik

2.5.1

Voormalig, huidig en toekomstig gebruik Tankarchief Volgens de gemeente Goirle komt het plangebied niet voor in het tankarchief. Bouwarchief Uit de verzamelde informatie, o.a. topotijdreis.nl, blijkt dat binnen het plangebied alleen sprake is van een paardenstal en dat het overige terreindeel, voor zover bekend, altijd onbebouwd is geweest. Voor zover bekend hebben er op de onderzoekslocatie geen calamiteiten of overtredingen van voorschriften in het kader van de Wet milieubeheer en/of Wet bodembescherming en/of andere milieuregelgeving plaatsgevonden. Historische kaarten De website www.topotijdreis.nl is gebruikt om na te gaan hoe het terrein en de omgeving van het plangebied zich heeft ontwikkeld door de jaren heen. In bijlage 2 zijn uitsnedes uit diverse topografische kaarten uit www.topotijdreis.nl weergegeven. Uit die kaarten blijkt dat het gebied onbebouwd is gebleven, met uitzondering van een paardenstal die nog steeds aanwezig is.

Blad 11 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

De grootste verandering in het plangebied is de ligging van watergang de Ley. In de figuren 2.5 t/m 2.7 is de ligging van oude waterlopen en de nieuwe waterloop (De Nieuwe Ley) weergegeven. Tot eind jaren ‘30 van de vorige eeuw stroomde de watergang door het huidige HaVeP terrein en erg meanderend ten zuiden van het huidige HaVep terrein. Begin jaren ‘50 van de vorige eeuw is de nieuwe waterloop van de Ley aangelegd (zie figuur 2.6) en is de voormalige meanderende Ley gedempt. De voormalige ligging is als kadastrale grens/gemeentegrens op de topografische kaarten weergegeven. In 1958 is de oorspronkelijke watergang ter plaatse van het terrein van HaVeP gedempt en sindsdien stroomt het water door de Nieuwe Ley.

Figuur 2.5: Oorspronkelijke ligging oude waterlopen (1924)

Figuur 2.6: Oorspronkelijke met nieuwe ligging waterlopen (1951)

Blad 12 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Figuur 2.7: Nieuwe ligging de Nieuwe Ley (1980)

In de nabije toekomst zal het gebied herontwikkeld worden en zal onder andere woningbouw worden gerealiseerd.

2.6

Waterbodem Voor waterbodemonderzoek dient volgens de NEN 5717:2017, hoofdstuk 5.2, altijd een basis milieuhygiënisch vooronderzoek volgens bijlage A, tabel A.1 te worden uitgevoerd om voorinformatie te verzamelen. Voor het verzamelen van deze informatie is navraag gedaan bij de waterbeheerder (Waterschap De Dommel) en is gebruik gemaakt van Bodemloket en Globespotter. De verzamelde informatie is weergegeven in bijlage 2. Onderstaande informatie is verkregen bij Waterschap De Dommel. Nader waterbodemonderzoek zandvang Voorste Stroom te Oisterwijk, Tauw, kenmerk R0013851362CPM-D01-E, d.d. 27 oktober 2000 Bij dit rapport is een uitgebreid vooronderzoek beschreven, waarbij ook gekeken is naar potentiële verontreinigingsbronnen stroomopwaarts van de zandvang in de Voorste Stroom te Oisterwijk. De Nieuwe Ley ligt stroomopwaarts van de Voorste Stroom en uit het rapport blijkt dat alle geregistreerde lozingspunten met een WVO-vergunning zich stroomafwaarts van de Nieuwe Ley bevinden ten opzichte van het plangebied. Uit de inventarisatie blijkt dat stroomopwaarts van de Nieuwe Ley ten opzichte van het huidige plangebied twee voormalige stortplaatsen met bedrijfsafval zijn gelegen: locatie Roovertsedijk en locatie Breehees beide te Hilvarenbeek. In het rapport is aangegeven dat niet is uit te sluiten dat de stortplaatsen directe invloed hebben op de kwaliteit van het slib.

Verkennend milieukundig waterbodemonderzoek aan De Nieuwe Ley te Goirle-Tilburg, UDM, kenmerk 03.02.393, d.d. 15 januari 2004 Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herinrichting van De Nieuwe Ley op vijf locaties. Deze vijf deellocaties liggen alle stroomafwaarts ten opzichte van het huidige plangebied, waarbij deellocatie 1 (locatie Leeuwenhoeve) nog het dichtste bij het huidige plangebied ligt in de gemeente Goirle. Bij deellocatie 1 zijn vijf boringen verricht. Bij toetsing van de resultaten aan de Vierde Nota Waterhuishouding is sprake van klasse 0 en klasse 1 slib en mag verspreid worden op het aangrenzende perceel.

Blad 13 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Nader waterbodemonderzoek Nieuwe Ley, Tijhuis Ingenieurs B.V., kenmerk Y08007, d.d. april 2008 Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van geplande (onderhouds)baggerwerkzaamheden aan de zandvang in De Nieuwe Ley die juist stroomopwaarts van het plangebied ligt. Hierbij zijn tien boringen verricht in de zandvang. Bij toetsing van de resultaten aan de Vierde Nota Waterhuishouding is sprake van klasse 1 en klasse 2 slib en mag het slib verspreid worden op het aangrenzende perceel. Op basis van de indicatieve toetsing aan Besluit bodemkwaliteit blijkt dat één monster als ‘niet verspreidbaar’ is aangemerkt en alle overige monsters als ‘verspreidbaar’. Verder blijkt dat de bodemkwaliteitsklasse van de onderzochte monsters varieert van klasse ‘Achtergrondwaarde’ tot klasse ‘Industrie’. Verkennend waterbodemonderzoek 4 trajecten waterschap De Dommel, Tauw, kenmerk AQ2014-062, d.d. 24 oktober 2014 Eén van de vier trajecten betreft de zandvang in de Nieuwe Ley juist stroomopwaarts van het plangebied. In deze zandvang zijn 10 boringen verricht. De onderzochte sliblaag voldoet aan klasse B bij toepassen in oppervlaktewater, aan de klasse ‘Industrie’ bij toepassen op landbodem en is verspreidbaar bij verspreiden op aangrenzend perceel. Uit de verzamelde gegevens komt naar voren dat regionaal historische verontreinigingen bekend zijn met chroom als gevolg van de leerlooierij-industrie.

In beekdalen kunnen van nature verhoogde arseengehalten aanwezig zijn.

2.7

Asbest Voor zover bekend is er voor de locatie geen sprake van (voormalige) asbestverdachte activiteiten. Op de locatie zijn wel enkele wandel- en rijpaden aanwezig die mogelijk zijn voorzien van een asbesthoudende halfverharding.

2.8

Terreinverkenning Bodem Voor het project is het terrein in de afgelopen jaren meerdere malen door medewerkers van Antea Group bezocht. Onder andere op 6 december 2018 is door Antea Group een terreinverkenning uitgevoerd. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. Foto’s van de terreininspectie zijn opgenomen in bijlage 12. Binnen het onderzoeksgebied zijn meerdere watergangen en wandel- en rijpaden aanwezig. Daarnaast is ten westen van terrein van HaVeP een grondwal aanwezig. Waterbodem Tijdens de terreininspectie bij aanvang van de veldwerkzaamheden zijn geen verdachte activiteiten of lozingen waargenomen bij de te onderzoeken sloten.

2.9

Conclusie vooronderzoek en hypothese De verzamelde informatie geeft aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. Op basis van het vooronderzoek en de voorgenomen werkzaamheden zijn de in onderstaande tabel opgenomen deellocaties te onderscheiden.

Blad 14 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

Tabel 2.2: Overzicht deellocaties Deellocatie (oppervlakte in m2 of in ha, lengte in m)

Hypothese

Strategie 1)

1.

Huidige watergang De Nieuwe Ley (ca. 700 m)

Onverdacht 3)

NEN 5720: LN

2.

Huidige watergang De Oude Ley (ca. 370 m)

Onverdacht 3)

NEN 5720: LN

3.

Toekomstige situering De Nieuwe Ley (ca. 700 m)

Onverdacht

NEN 5740: ONV-L

4.

Te verwijderen dijk noordelijk van De Nieuwe Ley (ca. 400 m)

Onverdacht

NEN 5740: ONV-L

5.

Terreinen van Van Puijenbroek en Thebe (ca. 3.300 m2) 2)

Onverdacht

NEN 5740: ONV-NL

6.

Grondwal 3) (ca. 2.900 m2)

Onverdacht

Depot

7.

Wandel- en rijpaden (ca. 2.750 m2 / ca. 1.100 m)

Verdacht

NEN 5740: VED-HE-L NEN 5707: VED-HE

8.

Huidige sloten (ca. 900 m)

Onverdacht

NEN 5720: LN

9.

Nieuw aan te leggen sloten (ca. 350 m)

Onverdacht

NEN 5740: ONV-L

10.

Oude waterlopen (ca. 620 m)

Verdacht

NEN 5740: VED-HE-L

11.

Overig terrein landbouwgronden (ca. 12,5 hectare)

Onverdacht

NEN 5740: ONV-GR-NL

12.

Vleermuistoren (ca. 450 m2)

Onverdacht

NEN 5740: ONV-NL

1) Toelichting gebruikte onderzoekstrategieën: ONV-NL : Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie ONV-L : Onderzoeksstrategie voor een onverdachte lijnvormige locatie ONV-GR-NL : Onderzoeksstrategie voor een grootschalig niet-lijnvormige onverdachte locatie VED-HE-NL : Onderzoeksstrategie voor een verdachte niet-lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming VED-HE-L : Onderzoeksstrategie voor een verdachte lijnvormige locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming LN : Lintvormig water, normale onderzoeksinspanning 2) Deellocatie 5 maakt slechts voor een klein gedeelte deel uit van het plangebied. Vanwege de voorgenomen grondruil tussen Van Puijenbroek en Thebe, waar deze grond bij betrokken is, is voor deellocatie 5 een separaat rapport opgesteld. Zie bijlage 15. 3) De grondwal wordt als een depot gezien en zal indicatief worden onderzocht. Uitgangspunt is dat deze geen bijmengingen met puin bevat en derhalve onverdacht is voor asbest.

Toelichting op de onderzoeksstrategieën: De meeste deellocaties liggen in landbouwgebied dat uit topografische kaarten ook altijd landbouwgebied is geweest. Er hebben geen woningen of gebouwen gestaan en er zijn geen aanwijzingen van bodembedreigende activiteiten die in het gebied hebben plaatsgevonden. Ook uit de archieven van de gemeente zijn geen aanwijzingen gevonden van potentieel bodembedreigende activiteiten in het landbouwgebied. Landbouwgebieden (met uitzondering van boomgaarden) worden derhalve altijd als onverdacht beschouwd. Boomgaarden zijn specifiek verdacht op bestrijdingsmiddelen (OCB’s), maar er zijn geen boomgaarden aanwezig (geweest) binnen het onderzoeksgebied. Op basis hiervan zijn de deellocaties 3, 4, 5, 9, 11 en 12 als onverdacht beschouwd. Deellocatie 6 is onverdacht, omdat deze grond afkomstig van eigen terrein dat eerder is onderzocht en geen verontreinigingen bevat. Deellocatie 7 is wel verdacht, omdat niet bekend is welk funderingsmateriaal onder de wandel- en rijpaden is toegepast en waar dit materiaal vandaan komt. Deellocatie 10 is verdacht, omdat in het verleden mogelijk verontreinigde stoffen zijn geloosd die in het sediment zijn achtergebleven.

Blad 15 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

De deellocaties 1, 2 en 8 (waterbodems) zijn eveneens als onverdacht beschouwd, omdat de landbouwgebieden rondom deze deellocaties niet verdacht zijn en ook niet op OCB’s (immers geen boomgaarden). Daarnaast zijn bij eerder verricht waterbodemonderzoek in 2008 bij de zandvang juist stroomopwaarts van het onderzoeksgebied geen noemenswaardig verhoogde gehalten aan OCB's gemeten. Nikkel was daarin de bepalende parameter. Tevens is voorafgaand aan het onderzoek bij het Waterschap navraag gedaan of er specifieke verdachte parameters zijn waar rekening mee moet worden gehouden en daaruit kwam alleen de parameter chroom naar voren en geen OCB's. De bij eerder onderzoek aangetoonde sterke verontreinigingen met zware metalen in de Watermolenstraat is bij dit onderzoek niet meegenomen, omdat het buiten het onderhavige onderzoeksgebied ligt.

Blad 16 van 41

Rapport Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek groenblauwe zone Zuidrand Goirle projectnummer 420418.105 27 januari 2020 revisie 01

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd in de periode januari – maart 2019. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In bijlage 9 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. In tabel 3.1 is een overzicht van de verrichte veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1: Overzicht veldwerkzaamheden Deellocatie (oppervlakte in m2 of in ha, lengte in m)

Veldwerkzaamheden

Nummering

1.

Huidige watergang De Nieuwe Ley (ca. 700 m)

20 x steekgutsboring tot 0,5 m in de vaste waterbodem

0101 t/m 0120

2.

Huidige watergang De Oude Ley (ca. 370 m)

20 x steekgutsboring tot 0,5 m in de vaste waterbodem

0201 t/m 0210

3.

Toekomstige situering De Nieuwe Ley (ca. 700 m)

15 x 2,5 m -mv. 2 x peilbuis 1)

0301 t/m 0317

4.

Te verwijderen dijk noordelijk van De Nieuwe Ley (ca. 400 m)

8 x 2,5 m -mv. 1 x peilbuis 1)

0401 t/m 0409

6.

Grondwal 2) (ca. 2.900 m2)

6 x 2,8 m -mv. 2)

0601 t/m 0606

7.

Wandel- en rijpaden (ca. 2.750 m2 / ca. 1.100 m)

20 x 1,0 m -mv. 2 x 2,0 m -mv. 2 x peilbuis 1) 13 x asbestgat 0,3x0,3x0,5 m -mv. 3)

0701 t/m 0724

8.

Huidige sloten (ca. 900 m)

20 x steekgutsboring tot 0,5 m in de vaste waterbodem

0801 t/m 0820

9.

Nieuw aan te leggen sloten (ca. 350 m)

7 x 1,5 m -mv. 1 x peilbuis 1)

0901 t/m 0908

10.

Oude waterlopen (ca. 620 m)

7 raaien van 3 x 1,5 m -mv. 5) 5 x 1,5 m -mv. 2 x peilbuis 1)

1001 t/m 1028

11.

Overig terrein landbouwgronden (ca. 12,5 hectare)

48 x 0,5 m -mv. 7 x 2,0 m -mv. 14 x peilbuis 4)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1308/documents/22565