05 Bijlage 2 Zuidrand goirle, locatie land van anna_bijlage 29 bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Blad 46 van 50
Rapport Verkennend en (actualiserend) nader bodemonderzoek, inclusief verkennend asbestonderzoek Bergstraat 50 e.o. te Goirle projectnummer 0420418.105 2 april 2020 revisie 02
deellocatie 3 zijn wel sterk verhoogde gehalten aan zink of nikkel aangetoond. Dit komt overeen met de eerder aangetoonde spot (2010) op basis van één individueel monster met sterke verontreiniging aan zink. Het betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging. De spot uit het eerder verrichte onderzoek (2010) alsmede de spots van de nabij verrichte boringen vanuit de deellocaties 5 en 8 zijn weergegeven op tekening 420418.105-S-2. De sterke verontreiniging met zink uit het onderzoek uit 2010 [XII] is aangetoond tot 1,0 m -mv. en is verticaal afgebakend. De sterke verontreiniging met zink bij boring 516 en de sterke verontreiniging met nikkel bij boring 824 bevinden zich beide in de bovengrond tot maximaal 0,5 m -mv. Bij de herontwikkeling van de locatie kan het noodzakelijk zijn om een plan van aanpak op te stellen voor werkzaamheden ter plaatse van de spots. Het valt aan te bevelen om bij de ontgravingswerkzaamheden rondom de monumentale schoorsteen/biomassacentrale een röntgenfluorescentiespectrometrie meter (XRF-meter) te gebruiken voor het scheiden van de grondstromen. Deellocatie 4: H. Bulkopslag olie De eerder aangetoonde verontreiniging met oliecomponenten in de grond is niet meer aangetoond. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aan de onderzochte parameters, waaronder minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond.
De aangetoonde gehalten geven geen aanleiding voor het uitvoeren nader onderzoek en/of sanerende maatregelen. Deellocatie 5: Watermolenstraat De eerder aangetoonde grond- en grondwaterverontreiniging (zware metalen), de afperking en de aanwezigheid van deze parameters in het grondwater zijn geactualiseerd. De contouren van de sterke grondverontreiniging zijn hierbij iets groter geworden. Ter plaatse van het zuidoostelijke deel van locatie is, als gevolg van de dempingen, sprake van sterke verontreinigingen met zink, cadmium en koper in de grond en zink, cadmium in het grondwater. Het betreft een geval van ernstige bodemverontreiniging. De globale interventiewaardecontour is weergegeven op tekening 420418.105-S-2. Deze verontreiniging ligt gedeeltelijk op het HaVeP terrein en gedeeltelijk op openbaar gebied in eigendom van de gemeente Goirle. HaVeP terrein De omvang van de sterke grondverontreiniging bedraagt ca. 800 m3. De omvang van de sterke grondwaterverontreiniging bedraagt ca. 200 m3). Gemeente Goirle De omvang van de sterke grondverontreiniging bedraagt ca. 2.000 m 3. De omvang van de sterke grondwaterverontreiniging bedraagt ca. 200 m3). Er is geen noodzaak om nader onderzoek uit te voeren. Bij de herontwikkeling van de locatie zal een saneringsprocedure (Wet bodembescherming) moeten worden doorlopen in het kader van de gewenste functiewijziging/herinrichting.
Blad 47 van 50
Rapport Verkennend en (actualiserend) nader bodemonderzoek, inclusief verkennend asbestonderzoek Bergstraat 50 e.o. te Goirle projectnummer 0420418.105 2 april 2020 revisie 02
Deellocatie 6: Zuidoostzijde bedrijfsterrein De resultaten van het grondwateronderzoek met betrekking tot de vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen ter plaatse van deellocatie 1 en de resultaten van de overige bemonsteringen op deze parameters binnen andere deelgebieden bevestigd de resultaten uit het verleden met betrekking tot deze stofgroep. Zie ‘Overall conclusie met betrekking tot vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl)’ onder deellocatie 1. In peilbuis 602 is wel een sterk verhoogde concentratie aan koper aangetoond. In aanvulling op de aanname dat de verhoogde concentratie wordt beschouwd als een regionaal verhoogde achtergrondconcentratie, is globaal een horizontale en geen verticale afperking gerealiseerd. De omvang van de grondwaterverontreiniging aan koper (>interventiewaarde) beperkt zich vermoedelijk tot rondom de peilbuis en bedraagt circa 25-50 m3. De resultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen. Deellocatie 7: Parkeerplaats Er zijn in de grond alleen licht verhoogde gehalten aangetoond en in het grondwater alleen licht verhoogde concentraties. De resultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen. Deellocatie 8: Overig terrein Er zijn enkele matig en sterk verhoogd gehalten aan zware metalen (zink/cadmium) en PAK aangetoond.
- Bij enkele boringen die vanuit deellocatie 8 zijn geplaatst in de buurt van deellocatie 3 zijn sterk verhoogde gehalten aan zink (boring en nikkel aangetoond en een matig verhoogd gehalte aan PAK. Dit komt overeen met de eerder aangetoonde spot (2010) op basis van één individueel monster met sterke verontreiniging aan zink. Het betreft geen geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij de herontwikkeling van de locatie kan het noodzakelijk zijn om een plan van aanpak op te stellen voor werkzaamheden ter plaatse van de spots. De spots zijn weergegeven op tekening 420418.105-S-2. Het valt aan te bevelen om bij de ontgravingswerkzaamheden rondom de monumentale schoorsteen/biomassacentrale een röntgenfluorescentiespectrometrie meter (XRF-meter) te gebruiken voor het scheiden van de grondstromen. Zie ook deellocatie 3. - Bij boringen die vanuit deellocatie 8 zijn geplaats in de buurt van deellocatie 5 zijn sterk verhoogde gehalten aan zink en/of cadmium aangetoond. Deze zijn meegenomen binnen het geval van ernstige bodemverontreiniging van deellocatie 5. Zie verder deellocatie 5. Tijdens het onderzoek van deellocatie 8 is ook ter plaatse van een vermoedelijk gedempte sloot waar in het verleden een verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond een grondmonster geanalyseerd. Hierin zijn geen oliecomponenten aangetoond.
In het grondwater van een stroomafwaarts gesitueerde peilbuis zijn geen oliecomponenten aangetoond. Bij de overige boringen zijn alleen licht verhoogde gehalten aangetoond die geen aanleiding geven voor de noodzaak voor aanvullend onderzoek dan wel saneren maatregelen. In het grondwater van één peilbuis is een matig verhoogde concentratie aan cadmium aangetoond. De concentratie wordt beschouwd als regionaal verhoogde achtergrondconcentratie. Zie overall conclusie op de volgende pagina.
Blad 48 van 50
Rapport Verkennend en (actualiserend) nader bodemonderzoek, inclusief verkennend asbestonderzoek Bergstraat 50 e.o. te Goirle projectnummer 0420418.105 2 april 2020 revisie 02
De resultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen. Overall conclusie met betrekking tot zware metalen in het grondwater (buiten bekende verontreinigingen) Buiten de bekende gevallen van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen in de grond en het grondwater worden op de locatie door de jaren heen plaatselijk matig en sterk verhoogde concentraties aan zware metalen aangetoond in het grondwater. De concentraties worden beschouwd als regionaal verhoogde achtergrondconcentraties die vaker voorkomen in Brabantse zandgronden. De resultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen. De peilbuizen zijn weergegeven op tekening 420418.105-S-2. Asbest Ter plaatse van deellocaties 2, 5, 7 en 8 is asbestonderzoek uitgevoerd. Alleen ter plaatse van deellocatie 2 is in een monster een gehalte van 21 mg/kg ds. aan asbest in de fijne fractie aangetoond. In de fractie <0,5 mm is geen asbest aangetoond. De resultaten geven geen aanleiding voor het uitvoeren van vervolgonderzoek en/of sanerende maatregelen. PFAS Ter plaatse van de deellocaties 2, 5 en 8 is onderzoek naar PFAS uitgevoerd. Hieruit blijkt dat in de bovengrond verhoogde gehalten aan PFOS, PFOA en/of diverse individuele stoffen uit de PFAS-groep zijn aangetoond. GenX is niet aangetoond boven de detectielimiet.
Besluit bodemkwaliteit Een aandachtspunt voor grondverzet op deze locatie is dat sommige grondmonsters op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de kwaliteitsklasse ‘Niet toepasbaar > Industrie’ voldoen, terwijl er geen sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde. Ter plaatse van de sterke verontreinigingen is de kwaliteit van de grond ‘Niet toepasbaar > interventiewaarde’. Voor het overige varieert de kwaliteitsklasse van de grond tussen ‘Altijd toepasbaar’ tot ‘Industrie’. De analyseresultaten van de onderzochte grondmengmonsters met betrekking tot PFAS zijn eveneens indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit en het “Tijdelijk handelingskader” d.d. 8 juli 2019 inclusief de geactualiseerde versie van d.d. 29 november 2019. Hieruit blijkt dat de bovengrond indicatief voldoet aan de kwaliteitsklassen variërend tussen ‘Landbouw/natuur’ en ‘Wonen/Industrie’ en plaatselijk aan de kwaliteitsklasse ‘Niet toepasbaar > Industrie’.
Toetsing hypothese Vooraf was voor deellocaties 7 ‘parkeerplaats’ en 8 ‘overig terrein’ de strategie ‘verdachte locatie’ opgesteld. Deze hypothese wordt aanvaard, vanwege het aantreffen van licht tot sterk verhoogde gehalten in de grond en concentraties in het grondwater aan diverse parameters. Voor de overige deellocaties was geen hypothese opgesteld, omdat op basis van eerder verrichte onderzoeken al eens eerder een verhoogd gehalte was vastgesteld op deze locaties.
Blad 49 van 50
Rapport Verkennend en (actualiserend) nader bodemonderzoek, inclusief verkennend asbestonderzoek Bergstraat 50 e.o. te Goirle projectnummer 0420418.105 2 april 2020 revisie 02
Tot slot Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Antea Group Oosterhout, maart 2020
Blad 50 van 50
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bergstraat 50 te Goirle projectnummer 0420418.105 26 juli 2019 revisie 00
Bijlage 1 Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek
Blad 2 van 40
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bergstraat 50 te Goirle projectnummer 0420418.105
Bijlage 1: Kwaliteitsaspecten bodemonderzoek Betrouwbaarheid/garanties Bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van al dan niet verdachte bodemlagen. Hoewel Antea Group conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek. Het vorenstaande betekent dat Antea Group op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Antea Group uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In een voorkomend geval adviseren wij u altijd contact op te nemen met uw aanspreekpunt binnen Antea Group. In dit kader kan ook worden opgemerkt dat de voor het historisch onderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Antea Group wel afhankelijk van deze bronnen, waardoor Antea Group niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Certificatie/accreditatie Antea Group is gecertificeerd volgens NEN-ISO 9001. Ons bureau is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodemonderzoek (VKB).
Het veldwerk ten behoeve van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000 (Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-proces-certificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek). In de bijlage “Verantwoording onderzoek BRL 2000” is vermeld of Antea Group het veldwerk zelf heeft uitgevoerd of heeft uitbesteed aan een ander bureau. Zowel Antea Group als de bureaus waaraan Antea Group veldwerk uitbesteedt, zijn volgens de BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. Eventuele afwijkingen van de beoordelingsrichtlijn zijn in voorliggend rapport vermeld. In het colofon staan de namen en parafen van de veldmedewerkers die de kritische functies binnen het veldwerk hebben uitgevoerd. De naleving van de kwaliteitseisen en procedures wordt periodiek getoetst door interne auditors en externe auditors, onder toezicht van de Raad voor Accreditatie (RvA). De onderzochte locatie is niet in eigendom van Antea Group of gerelateerde zusterbedrijven. De in het bodemonderzoek benodigde analyses van grond en grondwater laat Antea Group verrichten door een door de RvA geaccrediteerd laboratorium. Deze accreditatie garandeert dat bij de analyses consequent de juiste en vastgelegde procedures worden gehanteerd zodat de analyseresultaten een hoge betrouwbaarheid hebben. Voor de analyses geldt dat deze conform het Accreditatieschema(AS)3000 zijn uitgevoerd.
De analyseresultaten zijn gevalideerd getoetst middels BOTOVA. Toepassing grond en asbest Het bodemonderzoek geeft inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het kader van het gebruik en/of de bestemming van de onderzochte locatie. Indien echter grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek mogelijk niet. Er is niet bekeken of er wordt voldaan aan de definitie van grond, zoals genoemd in de Regeling bodemkwaliteit d.d. 30 november 2018. Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht.
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bergstraat 50 te Goirle projectnummer 0420418.105
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem geen onderdeel uitmaakt van onderzoek dat door Antea Group volgens de NEN 5740 is uitgevoerd. Alleen als in de rapportage is vermeld dat er onderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd, is specifiek asbestonderzoek gedaan. Als tijdens het veldwerk in de bodem asbestverdachte materialen zijn opgemerkt, dan komt dit in de profielbeschrijvingen en de conclusies naar voren.
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bergstraat 50 te Goirle projectnummer 0420418.105
Bijlage 2 Vooronderzoek
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bergstraat 50 te Goirle projectnummer 0420418.105
Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek 1) Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De onderzoekslocatie betreft het bedrijfsterrein van HaVeP aan de Bergstraat 50, alsmede het perceel Bergstraat 36 en de Watermolenstraat aan de oostzijde van het bedrijfsterrein van HaVeP. 2) Is er sprake van potentiele bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiele bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Op de onderzoekslocatie zijn enkele bronnen van bodemverontreiniging aanwezig, zoals die zijn vastgesteld uit diverse eerdere verrichte onderzoeken. Dit zijn grondverontreinigingen met minerale olie en zware metalen en grondwaterverontreinigingen met zware metalen en vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl), te weten: 1. Laboratorium --> VOCl in het grondwater 2. Hotflue en artos --> zware metalen in de grond 3. Chemicaliënopslag --> zware metalen in de grond 4. Bulkopslag olie --> minerale olie in de grond 5. Watermolenstraat --> zware metalen in de grond en het grondwater 6. Zuidoostzijde bedrijfsterrein --> VOCl in het grondwater Verder ligt op het bedrijfsterrein van HaVeP een grondwal. De grond is afkomstig van een uitbreidingslocatie met bijbehorende kelder op het zuidelijk terreingedeelte van HaVeP.
Deze grondwal is recentelijk in 2019 reeds onderzocht (rapport: Verkennend (water)bodem- en asbestonderzoek (groen-blauwe zone) Zuidrand Goirle, Antea Group, kenmerk 420418.05, d.d. 10 mei 2019). Het parkeerterrein aan de westzijde van het bedrijfsterrein is voorzien van een halfverharding. Verderop in deze bijlage is middels diverse topografische kaartjes een overzicht weergegeven hoe de huidige onderzoekslocatie zich ontwikkeld heeft in de periode 1900 – heden. 3) Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Op de locatie is een parkeerterrein aanwezig voorzien van een halfverharding met puin en daarmee asbestverdacht. Op de bodemkwaliteitskaart van de site van bodemkwaliteitskaart Midden-& West-Brabant (Antea Group) is zichtbaar dat nagenoeg de volledige onderzoekslocatie ligt in een uitgesloten gebied (grijs gekleurd gebied). Alleen de Watermolenstraat en het gebied ten oosten daarvan en het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie vallen wel in een gezoneerd gebied. Voor dat terreingedeelte geldt dat zowel de bovengrond als de ondergrond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarde (AW2000).
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bergstraat 50 te Goirle projectnummer 0420418.105
4) Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Tijdens eerder uitgevoerd onderzoek ter plaatse van HaVeP blijkt dat de grondwaterstand op circa 1,8 m -mv. aanwezig is (Eindsituatie onderzoek, Oranjewoud, kenmerk: 236126EIND, d.d. augustus 2012). De regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is noordoostelijk. De onderzoekslocatie bevindt zich in een gebied met fijne tot grove zanden. 5) Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? De grond- en grondwater kwaliteit kunnen mogelijk beïnvloed zijn door de (voormalige) bedrijfsactiviteiten van HaVeP. 6) Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Ja, dat zijn onder andere verontreinigingen met zware metalen bij de deellocaties 2 en 5 en mogelijk een verontreiniging met minerale olie bij deellocatie 4. Op het overige deel van de onderzoekslocatie wordt geen (geval van ernstige) bodemverontreiniging verwacht. 7) Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Er zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd, maar deze zijn grotendeels verouderd (5 jaar of ouder) en geven derhalve geen actueel beeld van de bodemkwaliteit. Daarnaast is bij de eerdere verrichte onderzoeken geen aandacht geschonken aan asbest en/of PFAS in de bodem. Voor de voorgenomen projectontwikkeling is het belangrijk om de actuele milieuhygiënische kwaliteit te bepalen. Bodemonderzoek is noodzakelijk. 8) Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigde stoffen)? Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de geplande werkzaamheden is een onderzoeksopzet opgesteld. Met de onderzoeksopzet is rekening gehouden met aanwezige eerder aangetoonde bodemverontreinigingen. In totaal zijn er acht deellocaties. Zie tabel 2.2 voor de volledige onderzoeksopzet.
Rapport Verkennend bodem- en asbestonderzoek Bergstraat 50 te Goirle projectnummer 0420418.105
Historische kaarten
1900
1923
1938
1951
1958
1967
1999
2018
projectnr. 236126 december 2014, revisie 00
3
VP Grondexploitatie B.V. Historisch onderzoek Bergstraat 50 ong. te Goirle
Conclusie Bij de inrit vanaf de Bergstraat is ter plaatse van een (voormalige) tankinstallatie met afleverzuil in 2006 een sterke bodemverontreiniging (grond en grondwater) met minerale olie en vluchtige aromaten gesaneerd. Ter plaatse van de voormalige tanks (nabij de woning van Watermolenstraat 94a) is de bovengrond over ca. 65 m3 sterk verontreinigd met minerale olie. Ter plaatse van de voormalige slootbodem is naar verwachting circa 20 à 50 m3 grond verontreinigd met minerale olie. Centraal gesitueerd op het terrein, nabij de voormalige hotflue-processen en atros, is een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink in de bovengrond bekend (ca. 500 m3 grond >I). Het betreft een spoedeisend geval. Binnen de contour van de sterke verontreiniging met zink bevindt zich ook een sterke verontreiniging met cadmium. Ter plaatse van het zuidoostelijke deel van locatie is, als gevolg van de dempingen, sprake van sterke verontreinigingen met zink en cadmium in de grond en het grondwater. De omvang van de sterke grondverontreiniging bedraagt ca. 1.200 m3. Naar verwachting is minimaal 400 m3 grondwater sterk verontreinigd met zware metalen (met name cadmium en zink). Ter plaatse van het gehele bedrijfsterrein worden overwegend licht verhoogde concentraties aan VOCl's in het grondwater aangetoond.
Door de jaren heen zijn lokaal hogere concentraties aangetoond, die bij vervolgonderzoek niet zijn gereproduceerd. Vermoed wordt dat sprake is van zeer plaatselijke puntbronnen met VOCl's, veroorzaakt door calamiteiten in het verleden. Door natuurlijke verspreiding in het grondwater is sprake van een diffuse lichte verontreiniging in het grondwater. De betreffende verontreinigingen zullen afnemen als gevolg van biologische afbraak. In het eindsituatieonderzoek uit 2012 zijn geen sterk verhoogde concentraties (>interventiewaarde) meer aangetoond. Tot eind jaren 30 van de vorige eeuw stroomde watergang de Ley door het huidige HaVeP terrein. In 1958 is de oorspronkelijke watergang ter plaatse van het terrein van HaVeP gedempt en sindsdien bewandelt het water een nieuwe weg (Nieuwe Ley). In de bodem zijn bijmengingen met puin aangetroffen. Puinhoudende lagen zijn in principe asbestverdacht. Aangezien de demping van het ven in een periode heeft plaatsgevonden, waarin asbest veelal werd toegepast valt niet uit te sluiten dat hierbij asbest is toegepast. Uitgezonderd het terrein van HaVeP geeft het historisch onderzoek geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van (voormalige) bodembedreigende activiteiten op het onderzoeksterrein. De historische activiteiten en beëindigde bedrijfsactiviteiten zijn voldoende onderzocht.
Ten aanzien van woningbouw dient te worden gekeken naar de algehele bodemkwaliteit. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek en de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van voorgaande onderzoeken. Antea Group Oosterhout, december 2014
blad 11 van 11
Milieu
ow4
147975. Grond: minerale olie + BTEX (ontgravingscontour) Grond: minerale olie (>I)
Grond: zink (>I)
Grond: zink (>I)
Minerale olie (>2,0 m -mv.)
Grond: zware metalen + PAK
Grondwater: zink + cadmium