05 Bijlage 2 Vast te stellen plan Regels.pdf
Tekst van het document
Voor het bouwen van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de oppervlakte van gebouwen mag niet meer dan 20 m2 bedragen. 9.2.5
Carports
Voor het bouwen van een carport gelden naast het bepaalde in lid 9.2.1 de volgende regels: a. de oppervlakte van een carport mag niet meer dan 30 m² bedragen; b. de carport dient minimaal 1 meter achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning te worden gebouwd, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'woongebied' de bouw van carports voor de voorgevel toegestaan is; c. carports moeten, met uitzondering van carports bij patiowoningen, dan wel ter plaatse van de aanduiding 'woongebied', grotendeels worden opgericht naast de zijgevel van de woning; d. op een bouwperceel mag maximaal één carport worden opgericht; e. de bouwhoogte van een carport mag niet meer dan 3,25 m bedragen. 9.2.6
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 9.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel mag niet meer dan 1 m mag bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'woongebied', de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel niet meer dan 1,8 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel mag niet meer dan 2 m mag bedragen; c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 m mag bedragen; d. de bouwhoogte van antenne-, licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 8 m bedragen; e. de bouwhoogte van geluidwerende voorzieningen mag niet meer dan 12 m bedragen; f. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 m bedragen; g. zwembaden mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak en achter het hoofdgebouw, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'woongebied', de bouw van zwembaden voor de voorgevel toegestaan is. 9.2.7
Cultuurhistorische waarden
Ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' is het verboden te bouwen. 9.3
Afwijken van de bouwregels
9.3.1
Hoofdgebouwen in de zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.2, onder n, voor het toestaan van bijgebouwen in de achterste perceelsgrens of minder dan 5 meter van de achterste perceelsgrens, mits a. b. c. d.
dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; dit mogelijk is vanuit het oogpunt van een verkeersveilige situatie; de belangen van derden niet onevenredig aangetast worden; dit past in de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan zoals bedoeld in lid 9.1.2.
9.3.2
Bijgebouwen voor de voorgevel
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.3, onder b, voor het toestaan van bijgebouwen vóór de voorgevel, mits a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is vanuit het oogpunt van een verkeersveilige situatie.
26
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
9.3.3
Bijgebouwen in de zijdelingse perceelsgrens
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.3, onder j, voor het toestaan van bijgebouwen in de zijdelingse perceelsgrens of minder dan 3 meter van de zijdelingse perceelsgrens, mits a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is vanuit het oogpunt van een verkeersveilige situatie. 9.3.4
Carports
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.5, onder b, voor het toestaan van carports vóór (het verlengde van) de voorgevel van de woning, mits: a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is uit oogpunt van een veilige verkeerssituatie. 9.3.5
Erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.6 onder a, voor het toestaan van erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van ten hoogste 2 m vóór de naar de weg gekeerde gevel, met dien verstande dat: a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is uit oogpunt van een veilige verkeerssituatie. 9.3.6
Erf- en terreinafscheidingen achter de naar de weg gekeerde gevel
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.6 onder b, voor het toestaan van erf- en terreinafscheidingen met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m achter de naar de weg gekeerde gevel, met dien verstande dat: a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving; b. dit mogelijk is uit oogpunt van een veilige verkeerssituatie. 9.3.7
Cultuurhistorische waarden
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.7, voor het toestaan van het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden', mits er geen aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d.
het profiel van het gebouw ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; de bouwmassa van het gebouw ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; de gevelkarakteristiek van het gebouw ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'; de situering en oriëntatie van het gebouw ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden'.
9.4
Specifieke gebruiksregels
9.4.1
Gebruik van de woning en/of daarbij behorende bijgebouwen
Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende regels: a. van de 190 woningen in het plangebied moeten minimaal 42 woningen sociale (huur-/-koop)woningen zijn, waarvan minimaal 26 sociale huurwoningen; b. het hoofd- en bijgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen kangoeroewoning' mogen als maximaal twee zelfstandige woningen gebruikt worden; c. het bijgebouw ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - kangoeroewoning' mag gebruikt worden als zelfstandige woning. 9.4.2
Gebruiksregels 'specifieke vorm van gemengd - 1'
Ten aanzien van het gebruik ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1' zoals bedoeld in lid 9.1, sub g gelden de volgende regels: a. horeca is toegelaten mits horecabedrijven in categorie b, c, d en/of e zoals bedoeld in de Staat van Horeca-activiteiten die als bijlage 2 onderdeel uitmaakt van deze regels vallen; b. andere functies dan bedoeld onder sub a zijn toegelaten mits zij in milieucategorie 1 zoals bedoeld in de Staat van Bedrijfsactiviteiten, die als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze regels vallen; c. versterkte muziek is niet toegestaan; d. de maximaal toegestane openingstijden van de onder a tot en met c bedoelde functies zijn:
Regels (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna 1. op werkdagen: van 09.00 tot 20.00 uur; 2. op weekenddagen: 09.00 tot 23.00 uur. 9.4.3
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande en aangebouwde bijgebouwen als zelfstandige woning, anders dan bedoeld in lid 9.4.1, sub c; b. het gebruik van gronden voor de naar de weg gekeerde bouwgrens voor het stallen van voertuigen, caravans en dergelijke, anders dan op een oprit. 9.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
9.5.1
Omgevingsvergunning
Het is verboden een bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk of delen van een bouwwerk. 9.5.2
Uitzonderingen
Het in sublid 9.5.1 vervatte verbod geldt niet voor: a. sloopwerkzaamheden die het gewone onderhoud betreffen; b. sloopwerkzaamheden ten behoeve van het terugbouwen van de oorspronkelijke cultuurhistorische vorm van het bouwwerk; c. sloopwerkzaamheden, indien en voor zover daarvoor, op het tijdstip van het van kracht worden van het plan, reeds een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk is verleend; d. sloopwerkzaamheden die ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren krachtens een reeds verleende vergunning; e. sloopwerkzaamheden die zijn bedoeld om de directe gevolgen van calamiteiten of plagen te beperken. 9.5.3
Criteria
Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in sublid 9.5.1, kan alleen worden verleend indien, is gebleken, dat hierdoor cultuurhistorische waarden die eigen zijn aan de desbetreffende bouwwerken niet blijvend onevenredig worden geschaad, dan wel indien deze cultuurhistorische waarden kunnen en zullen worden veiliggesteld dan wel worden teruggebracht.
28
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 10 10.1
Leiding - Gas
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en de instandhouding van: 1. een ondergronds hogedrukgastransportleiding met een belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de hartlijn van de leiding en de bij de leiding behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 2. een ondergrondse hogedrukgastransportleiding met een belemmeringenstrook van 4 meter te weerszijden van de hartlijn van de leiding en de bij de leiding behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b. In geval van strijdigheid van de planregels gaan de planregels van dit artikel vóór de planregels die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven (dubbel)bestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, dat de dubbelbestemming Leiding - Gas' voorrang krijgt. 10.2
Bouwregels
a. Op of in de in lid 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals regel- en meetkasten voor de aanleg en instandhouding van de leiding, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen; 2. de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 25 m2 bedragen. 10.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 10.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het aanbrengen en rooien van hoogopgaand en/of diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het permanent opslaan van goederen, waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het wijzigen van het maaiveld niveau door ontgronding of ophoging; h. het verrichten van grondroeractiviteiten, waaronder in ieder geval moet worden verstaan het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage, aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen anders dan normaal spit- en ploegwerk; i. het aanbrengen van gesloten verhardingen; j. het plaatsen van onroerende objecten, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 10.3.2 Uitzondering Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.3.1 is niet vereist voor het uitvoeren van het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden die: a. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning;
Regels (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna b. het normale onderhoud en/of beheer betreffen ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen danwel gericht zijn op realisering van de van de bestemming; c. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 10.3.3 Criteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.3.1 mag alleen worden verleend en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de ondergrondse leidingen dan wel de veiligheid van het aangrenzende woon- en leefklimaat en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen. 10.3.4 Advies Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 10.3.1 wint het bevoegd gezag daarover een schriftelijk advies in bij de beheerder van de ondergrondse leiding.
30
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 11 11.1
Leiding - Leidingstrook
Bestemmingsomschrijving
a. De voor 'Leiding - Leidingstrook' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoge druk gastransportleidingen (inclusief voorzieningen) met de daarbij behorende belemmeringstroken. b. In geval van strijdigheid van de planregels gaan de planregels van dit artikel vóór de planregels die op grond van andere artikelen op de desbetreffende gronden van toepassing zijn. Verder geldt voor zover de op de verbeelding weergegeven (dubbel)bestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen, dat de dubbelbestemming 'Leiding - Leidingstrook' voorrang krijgt. 11.2
Bouwregels
a. Op of in de in lid 11.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bedoelde leiding(en) worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. b. Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingbeheerder. Een omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen kwetsbare objecten worden toegelaten. c. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals regel- en meetkasten voor de aanleg en instandhouding van de leiding, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen; 2. de oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 25 m2 bedragen. 11.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.3.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 11.1 bedoelde gronden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het aanbrengen en rooien van hoogopgaand en/of diepwortelende beplantingen en bomen; het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; e. het permanent opslaan van goederen, waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. het wijzigen van het maaiveld niveau door ontgronding of ophoging; h. het verrichten van grondroeractiviteiten, waaronder in ieder geval moet worden verstaan het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage, aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen anders dan normaal spit- en ploegwerk; i. het aanbrengen van gesloten verhardingen; j. het plaatsen van onroerende objecten, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair.
11.3.2 Criteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.3.1 mag alleen worden verleend en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, blijvend onevenredig afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid van een adequaat beheer of de veiligheid van de ondergrondse leidingen dan wel de veiligheid van het aangrenzende woon- en leefklimaat en hieraan door het stellen van voorwaarden niet of onvoldoende tegemoet kan worden gekomen.
Regels (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
11.3.3 Advies Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 11.3.1 wint het bevoegd gezag daarover een schriftelijk advies in bij de beheerder van de ondergrondse leiding. 11.3.4 Uitzondering Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.3.1 is niet vereist voor het uitvoeren van het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden die: a. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; b. het normale onderhoud en/of beheer betreffen ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen danwel gericht zijn op realisering van de van de bestemming; c. graafwerkzaamheden betreffen als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning.
32
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 12 12.1
Waarde - Archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 12.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport van een archeologisch onderzoek over te leggen, waaruit moet blijken dat de archeologische waarden van de gronden, die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord, naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate worden veiliggesteld; b. Het overleggen van het rapport van een archeologisch onderzoek als bedoeld in onder a, is niet vereist als de archeologische waarde van de betreffende gronden reeds bekend is; c. Indien uit het onder a genoemde rapport van het archeologisch onderzoek blijkt dat de archeologische aarden van de gronden, door het verlenen van de omgevingsvergunning, zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen; 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. d.
Het bepaalde in dit lid is niet van toepassing, indien de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogte 100 m²; 3. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 40 cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. 12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Verbod Het is verboden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 12.1 bedoelde gronden het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, over een groter oppervlak dan 100 m², en voor zover sprake is van grondwerkzaamheden, met een diepte groter dan 40 centimeter, uit te voeren; a. het ophogen van de bodem met meer dan 50 centimeter; b. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakte-verhardingen; c. het aanleggen en verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verlagen van het waterpeil; e.
het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie- telecommunicatie- of andere leidingen en daarmee verband houdende constructies; f. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe ook wordt gerekend woelen, mengen, egaliseren en ontginnen.
Regels (vastgesteld)
33
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
12.3.2 Criteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 12.3.1 mag alleen en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, archeologisch materiaal zal worden verstoord. 12.3.3 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld lid 12.3.1 is niet vereist voor het uitvoeren van het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of beheer betreffen dan wel gericht zijn op realisering van de bestemming; b. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning.
34
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 13 13.1
Waterstaat - Regionale waterberging
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waterstaat - Regionale waterberging' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en) mede bestemd voor: a. de berging en afvoer van hoog oppervlaktewater; b. het vergroten van de afvoercapaciteit; c. de waterhuishouding. 13.2
Bouwregels
a. Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 13.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: 1. op de voor 'Waterstaat - Regionale waterberging' aangewezen gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de waterstaatkundige functie toegestaan; 2. de bouwhoogte van de onder a bedoelde bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 1,2 meter bedragen. b. In afwijking van het bepaalde onder a is het toegestaan om de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde te bouwen: 1. binnen de bestemming 'Woongebied': terrassen en vlonders, mits deze per bouwperceel voor ten hoogste 30 m2 samenvallen met de bestemming 'Waterstaat - Regionale waterberging'; 2. binnen de bestemming 'Natuur - 1': bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van extensief woongebruik zoals bedoeld in lid 5.1 sub d. 13.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2 ten behoeve van een onderliggende bestemming, mits: a. de belangen van de in lid 13.1 omschreven doeleinden voldoende zijn gewaarborgd; b. de waterbeheerder vooraf positief heeft geadviseerd omtrent de gevraagde bouwactiviteiten. 13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 13.4.1 Verbod Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning op of in de in lid 13.1 bedoelde gronden de navolgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren: a. b. c. d. e. f.
het afgraven of ophogen van gronden; het egaliseren van gronden; het verharden van gronden; het aanbrengen en wijzigen van kaden; het aanleggen van drainage; aanleggen van onder- en/of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen, en de daarmee verband houdende constructies en/of installaties.
13.4.2 Uitzondering Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.4.1 is niet vereist voor het uitvoeren van het volgende werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden die: a. op het tijdstip van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren of konden worden uitgevoerd krachtens een vóór dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; b. noodzakelijk zijn voor het normale onderhoud en beheer van de gronden; c. noodzakelijk zijn voor de realisatie van waterbergingen.
Regels (vastgesteld)
35
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
13.4.3 Criteria Een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 13.4.1 mag alleen worden verleend en moet worden geweigerd indien door het uitvoeren van het werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, dan wel door de daarvan hetzij direct, hetzij indirect te verwachten gevolgen, de waterbergende functie van de gronden onvoldoende is gewaarborgd. 13.4.4 Advies Alvorens te beslissen omtrent een vergunning als bedoeld in lid 13.4.1 wint het bevoegd gezag daarover een schriftelijk advies in bij de waterbeheerder.
36
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Hoofdstuk 3 Artikel 14
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Regels (vastgesteld)
37
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 15 15.1
Algemene bouwregels
Overschrijding van bouwgrenzen
Bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen, in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels, worden overschreden ten behoeve van tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), liftkokers en -schachten, galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits: a. de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter; b. de bouwhoogte van erkers, entreeportalen en veranda's niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw; c. de breedte van erkers, entreeportalen en veranda's niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw; d. de afstand van deze bouwdelen tot de bestemmingsgrens minimaal 3 meter bedraagt, daar waar het bestemmingsvlak grenst aan de weg. 15.2
Toegelaten overschrijding bestemmingsgrens en achterste perceelsgrens
In uitzondering op het bepaalde in lid 15.1 is het toegestaan de in dit bestemmingsplan aangegeven bouw- en bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van de bouw van bouwwerken mits: a. de overschrijding niet meer bedraagt dan 4 meter; b. de bouwwerken uitsluitend gerealiseerd worden ten behoeve van bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'woongebied'; c. de fundering van bouwwerken niet gerealiseerd wordt in de bestemming 'Natuur - 1'. 15.3
Ruimte tussen bouwwerken
15.3.1 Algemeen De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de zijdelingse grens van het bouwperceel zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het aangrenzende bouwperceel aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die: a. vanaf de hoogte van het bouwperceel tot 2,20 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn; b. niet toegankelijk zijn. 15.3.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.3.1 indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging van onderhoud van de vrij te laten ruimte. 15.4
Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen
15.4.1 Parkeergelegenheid Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een gebouw geldt dat ten behoeve van het parkeren en/of het stallen van auto's in de juiste mate ruimte wordt aangebracht in, op of onder dat gebouw dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, met dien verstande dat: a. de juiste mate van ruimte wordt bepaald op basis van de parkeernormen en berekeningsmethoden zoals opgenomen in publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' van het CROW van oktober 2012; Indien gewijzigd parkeerbeleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. b. de in lid 15.4.1 onder a, bedoelde ruimten voor het parkeren en/of stallen van auto's moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan als de parkeervoorzieningen ten minste de afmetingen hebben zoals bepaald in de Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom 2012 (ASVV 2012) van het CROW van december 2012; Indien gewijzigd parkeerbeleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, wordt de aanvraag omgevingsvergunning getoetst aan het gewijzigde parkeerbeleid
38
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna zoals geldend ten tijde van de aanvraag voor een omgevingsvergunning. c. de in de aanhef bedoelde parkeerruimte duurzaam in stand gehouden wordt. 15.4.2 Laad- en losmogelijkheid bij of in gebouwen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort. 15.4.3 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 15.4.1 en/of lid 15.4.2: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of b. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad-of losruimte wordt voorzien.
Regels (vastgesteld)
39
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 16 16.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. de vestiging van inrichtingen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van het Besluit omgevingsrecht (inrichtingen die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken); d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels en als ondergeschikte detailhandel ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1'; e. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van prostitutie, escortbedrijf, prostitutiebedrijf en/of seksinrichting. 16.2
Voorwaardelijke verplichting watercompensatie
Het gebruik van gronden ten behoeve van de bestemming 'Woongebied' is uitsluitend toegestaan indien de compenserende waterberging zoals voorgeschreven in de rapportage 'Waterhuishoudingsplan incl. notitie aanpassingen Zuidrand Goirle - Ontwikkeling Van Puijenbroek' die als bijlage 5 van deze planregels onderdeel uitmaakt van dit bestemmingsplan is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. 16.3
Voorwaardelijke verplichting inrichting groenblauwe zone
Het gebruik van gronden ten behoeve van de bestemming 'Woongebied' is uitsluitend toegestaan indien binnen 3 jaar na de realisatie van de laatste woning in de bestemming 'Woongebied' de ruimtelijke kwaliteitsverbetering in de bestemming 'Natuur - 2' overeenkomstig bijlage 6 Rapport herbegrenzingsvoorstel Natuurnetwerk Brabant Zuidrand Goirle behorende bij deze regels is gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. 16.4
Voorwaardelijke verplichting beheer en onderhoud collectieve natuurtuin
Alvorens de woningen ter plaatse van de aanduiding 'woongebied' in gebruik kunnen worden genomen, dient het onderhoud en beheer van de bestemming 'Natuur - 1' geborgd te zijn in een beheer- en onderhoudsovereenkomst.
40
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 17 17.1
Algemene aanduidingsregels
overige zone - attentiezone waterhuishouding
17.1.1 Omschrijving De voor 'overige zone - attentiezone waterhuishouding' aangewezen gronden zijn, behalve de daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding vanwege de hydrologische instandhoudingsdoelen van de NNB. 17.1.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden f.
Het is verboden op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone – attentiezone waterhuishouding' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; 2. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; 3. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; 4. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m²; g. het verbod, zoals hierboven bedoeld, is niet van toepassing, op werken en/of werkzaamheden die: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; h. de werken en/of werkzaamheden als hierboven bedoeld zijn slechts toelaatbaar, indien hierdoor geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de beschermingsfunctie ten behoeve van de waterhuishouding vanwege de hydrologische instandhoudingsdoelen van de NNB. 17.2
overige zone - behoud en herstel watersystemen
17.2.1 Omschrijving De voor 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor waterschapsbelangen ten behoeve van de aan deze zone grenzende watergang. 17.2.2 Bouwregels Op deze gronden mag niet worden gebouwd. 17.2.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden op of in de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - behoud en herstel watersystemen' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: 1. het ophogen van gronden; 2. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten van meer dan 100 m2, anders dan een bouwwerk; b. het verbod, zoals hierboven bedoeld, is niet van toepassing, op werken en/of werkzaamheden die: 1. betrekking hebben op normaal onderhoud en beheer; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende omgevingsvergunning; c. de werken en/of werkzaamheden als hierboven bedoeld zijn slechts toelaatbaar, indien hierdoor geen onevenredige schade wordt of kan worden toegebracht aan de beschermingsfunctie ten behoeve van de watergang.
Regels (vastgesteld)
41
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 18 18.1
Algemene procedureregels
Nadere eis
Bij het nemen van een besluit omtrent een nadere eis overeenkomstig een in het plan opgenomen regel over nadere eisen nemen burgemeester en wethouders de volgende regels in acht: a. het ontwerpbesluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, twee weken ter inzage; b. van de terinzagelegging wordt tevoren in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen, of op een andere geschikte wijze kennis gegeven; c. de kennisgeving dient tevens langs elektronische weg te geschieden; d. de kennisgeving houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen; e. gedurende de onder a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij het college van burgemeester en wethouders zienswijzen indienen tegen het ontwerp-besluit.
42
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 19
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: a. het gebruik van een vrijstaand of aangebouwd bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: 1. het een vrijstaand of aangebouwd bijgebouw betreft behorende bij een woning binnen een bestemming waarbinnen een permanente woning is toegestaan; 2. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring van in ieder geval de behandelende huisarts; 3. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; 4. de afhankelijke woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m2; 5. het bijgebouw een onlosmakelijk geheel vormt met de woning van waaruit de mantelzorg wordt verleend; 6.
het bevoegd gezag verleent bedoelde omgevingsvergunning zowel op naam van de mantelzorgverlener als de mantelzorgontvanger onder de voorwaarden dat binnen vier weken na beëindiging van het gebruik van het vrijstaand of aangebouwd bijgebouw als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg hiervan schriftelijk melding wordt gemaakt bij het bevoegd gezag en de gebruiksmogelijkheden van het vrijstaand of aangebouwd bijgebouw binnen twaalf weken na beëindiging van het gebruik als afhankelijke woonruimte ten behoeve van mantelzorg ongedaan wordt gemaakt voor bewoning; b. het afwijken van de voorgeschreven maten voor de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen binnen een bestemmingsvlak, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maten; c. het afwijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 2,5 meter bedraagt; d.
de bouw van hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dan toegestaan ingevolge deze regels, met dien verstande dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag worden vergroot tot niet meer dan 10 meter; e. het oprichten van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, gedenktekens, geen gebouwen zijnde, en monumenten , geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van niet meer dan 15 meter; f. het oprichten van zend-, ontvang-, sirenemasten en masten en installaties ten behoeve van telecommunicatie, in het openbaar toegankelijk gebied, al dan niet op of aan gebouwen of andere bouwwerken, met een oppervlakte van niet meer dan 60 m2 en een bouwhoogte van niet meer dan 40 meter, waarbij de mogelijkheden van gezamenlijk gebruik van deze voorzieningen zo veel mogelijk moeten worden benut; g. het realiseren van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen en/of het opwekken van duurzame energie, tot maximaal 100 m2 (bruto vloeroppervlak) en een bouwhoogte van maximaal 3 meter; h. gevelisolatie en toestaan dat de aanduiding 'bouwvlak' wordt overschreden met maximaal 30 centimeter ten behoeve van gevelisolatie om energie te besparen.
Regels (vastgesteld)
43
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 20 20.1
Algemene wijzigingsregels
Algemene wijzigingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening: a. de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bij de wijziging betrokken grenzen mogen ten hoogste 2 meter worden verschoven; 2. de oppervlakte van de bij de wijziging betrokken bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen mag ten hoogste 5% worden verkleind of vergroot ten opzichte van de oppervlakte vóór de wijziging; 3. door een wijziging mogen het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld, het woon- en leefklimaat, de waterstaatkundige belangen, de ontwikkeling van omliggende bedrijven, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, niet onevenredig worden aangetast; b. het plan te wijzigen ten aanzien van het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij wordt verwezen naar regels in wettelijke regelingen en/of publicaties, indien deze wettelijke regelingen en/of publicaties na het moment van vaststelling van het plan worden gewijzigd.
44
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 21
Overige regels
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, worden toegepast zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan, tenzij expliciet anders is geregeld.
Regels (vastgesteld)
45
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Hoofdstuk 4 Artikel 22 22.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 22.1, onder a, een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 22.1, onder a, met maximaal 10%. c. Lid 22.1, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 22.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 22.2, onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 22.2, onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Lid 22.2 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
46
Regels (vastgesteld)
bestemmingsplan Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna
Artikel 23
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als:
Regels van het bestemmingsplan "Zuidrand Goirle, locatie Land van Anna".
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van
De voorzitter,
Regels (vastgesteld)
De griffier,
47