CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 2 Reactie op advies Rosa op regionale woonzorgvisie Hart van Brabant.pdf

Raadsvergadering 21 mei 2024, gemeente GoirleBij agendapunt: 5: Raadsvoorstel Woonzorgvisie Regio Hart van Brabant AANGENOMEN5.092 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie op advies Rosa op regionale woonzorgvisie Hart van Brabant Inleiding Op 11 februari 2024 is het advies van de regionale adviesorganen (hierna Rosa) ontvangen op de concept-woonzorgvisie regio Hart van Brabant. Hieronder wordt ingegaan op dit advies en wordt een reactie vanuit het portefeuillehoudersoverleg sociaal wonen (hierna PoHo) hierop gegeven. A. Algemeen en proces Reactie De afgelopen periode is vanuit Rosa met veel energie en betrokkenheid gewerkt aan het advies op de regionale woonzorgvisie Hart van Brabant. Onze dank gaat uit naar de leden van de werkgroep voor de inzet die gepleegd is en voor de constructieve samenwerking met de projectleiding. B. Visie en doelstellingen De regionale woonzorgvisie is een prettig leesbare tekst. De algemene visie en doelstellingen worden in deze woonzorgvisie goed beschreven en er ontstaat zo een wensbeeld dat door iedereen onderschreven kan worden. Dat maakt de visie ook zwak. Zoals uit de inleidende beschouwingen van de visie blijkt is de maatschappelijke nood hoog en zijn er op het terrein van zorg en wonen veel problemen die om een oplossing vragen. De visie blijft naar ons idee steken in die algemene beschouwingen en ontbeert allereerst een beknopte, gekwantificeerde analyse van de omvang van de problemen rond wonen, zorg en welzijn.

Weliswaar wordt verwezen naar allerlei analyses, plannen en akkoorden maar daarmee ontbreekt het aan een geïntegreerde opgave waarop de woonzorgvisie een antwoord moet geven. Daarnaast ontbreekt het in de visie aan concrete voorstellen om problemen op het terrein van wonen, zorg en welzijn het hoofd te bieden. Wij betreuren het dat u heeft gekozen voor een gefaseerd proces waarbij eerst een visie wordt vastgesteld om deze vervolgens in projectplannen verder uit te werken. Naar ons idee wordt daarmee kostbare tijd verloren. Reactie In de wet versterken regie op de volkshuisvesting is de verplichting opgenomen om per 1 januari 2026 te komen tot een regionale woonzorgvisie, dat onderdeel is van het gemeentelijke volkshuisvestingsprogramma. De regio HvB heeft deze majeure opdracht met prioriteit en urgentie opgepakt. In het land wordt de regio HvB dan ook gezien als voorloper om te komen tot een regionale woonzorgvisie. Hierbij is het van belang om de betrokken partijen, colleges van B&W en gemeenteraden zorgvuldig en stapsgewijs mee te nemen in de visie en de kaders. Het gezamenlijke proces is essentieel om te komen tot draagvlak en commitment; de uitvoering moet namelijk vooral gebeuren in de samenwerking tussen de betrokken partijen. Vooral ook omdat het voor veel partijen nieuw is om regionale afspraken te maken in het integrale beleidskader van wonen, zorg en welzijn.

Het PoHo Sociaal Wonen heeft er bewust voor gekozen om eerst de kaders vast te laten stellen, waarmee tegemoet gekomen wordt aan de kaderstellende verantwoordelijkheid van de gemeenteraden, zodat deze vervolgens uitgewerkt kunnen worden in concrete afspraken. U geeft later in uw advies aan het belangrijk te vinden dat alle gemeenten ook uitvoering geven aan de visie en de plannen. Door de gefaseerde besluitvorming wordt hierop ingespeeld. Daarnaast is het niet zo dat er tot en met de vaststelling van de regionale woonzorgvisie door de gemeenteraden niks gebeurt. In hoofdstuk 5 van de regionale woonzorgvisie wordt een overzicht gegeven van de opgaven die parallel worden uitgewerkt, zoals de stedelijke woondeal Breda Tilburg, aanpak dakloosheid, plan van aanpak IZA / Gala en de contracten die worden gesloten tussen financiers (gemeenten, zorgkantoor) en de uitvoering (zorg- en

welzijnsorganisaties). Deze trajecten worden parellel aan het besluitvormingsproces uitgewerkt. Hiermee wordt daadwerkelijk invulling gegeven aan de gevoelde urgentie. C. Feiten en cijfers Als Rosa onderstrepen we het belang van duidelijkheid en concreetheid. We missen deze in de woonzorgvisie. De tekst roept bij ons op diverse plaatsen vragen op. Enkele voorbeelden: • “Vooral het aantal ouderen en mensen in een kwetsbare positie groeit.”(blz. 2) Onze vraag hierbij is: hoeveel mensen betreft het? En wat wordt bedoeld met een kwetsbare positie? • “Doel is om voldoende betaalbare woningen en voorzieningen te hebben voor alle ouderen die hierop aangewezen zijn, mensen met een lichamelijke en psychische kwetsbaarheid en overige aandachtsgroepen,…”(blz. 4) Onze vragen zijn: hoeveel woningen zijn er en zijn er nodig en hoeveel worden er jaarlijks in de komende vijf jaren gerealiseerd? Hoeveel mensen wachten op een woning waarbij zorg geboden wordt? Welke specifieke zorg is nodig voor deze groepen inwoners? Deze vragen maken duidelijk waarom het naar ons idee noodzakelijk is om de nota te starten met een korte beschrijving van de huidige problemen en de opgaven die er liggen. Er is een duidelijk en concreet beeld nodig van de aard en omvang van de problematiek om vervolgens te kunnen werken aan oplossingen. Ons advies: • Visie: beschrijf wat u wilt bereiken met deze regiovisie.

• Beschrijf aan het begin concreet de problemen en benoem de vraagstukken die er nu liggen. Benoem hierbij de specifieke gezondheidsproblemen van de regio Hart van Brabant en hoe hier aandacht aan wordt besteed. • Geef aan welke problemen er in de nabije toekomst nog worden verwacht. • Definieer gebruikte begrippen als ‘kwetsbaar’ duidelijk. • Geef feiten en aantallen weer: concretiseer, specificeer, kwantificeer. Dan pas wordt duidelijk waar we het precies samen over hebben en wat de opgave is. • Maak in de visie duidelijk dat er drie pijlers zijn en benoem de samenhang tussen die drie pijlers: versterking van de sociale infrastructuur, de bestaande woningvoorraad en nieuwbouw, en als derde element ‘matching’ oftewel het koppelen van passende woningen aan de juiste personen. • Stel prioriteiten: welke stappen richting een oplossing worden er het komende jaar gezet en welke stappen volgen later en wanneer? Wat lost deze visie op en wat wordt er niet opgelost? • Geef de visie een iteratief karakter: stel regelmaat bij met behulp van nieuwe cijfers en verwachtingen. Bedenk ook dat de woon- en zorgvraag van vandaag een andere is dan over pakweg vijf of tien jaar. De “oudere” van vandaag is een andere dan die van morgen! • Geef ook aan op welke wijze, ook door inzet van welzijnsmiddelen, oplossingen in de bestaande voorraad gevonden kunnen worden.

• Werk daarbij aan duurzame en toekomstbestendige oplossingen. • Wat is het financieel kader waarbinnen oplossingen gevonden moeten worden: welke budgetten zijn wanneer nodig en hoe gaan die gefinancierd worden? Hierbij tekenen we aan dat het accent in de regiovisie vooral op wonen en de productie van woningen ligt en veel minder op zorg en welzijn. Juist als het om het inwoners gaat, zijn ook zorg en welzijn van groot belang. Wij adviseren u dan ook om zorg en welzijn evenredig aandacht te geven in de regiovisie. Reactie De wens en behoefte van Rosa voor duidelijkheid en concreetheid onderschrijven wij. Voor het maken van afspraken is het van belang om te weten ‘waar hebben we het nu eigenlijk over’. Zoals in de woonzorgvisie te lezen, maken we gebruik van informatie / data die al voorhanden

is, onder andere via prognoses van de provincie Noord-Brabant, regiobeelden, informatie over in- door en uitstroom van doelgroepen. Zaken die we (nog) niet weten pakken we de komende tijd in de werkgroepen verder op. Het doel is om zoveel mogelijk helderheid over de opgaven te krijgen, maar tegelijkertijd moeten we ook beseffen dat het een illusie is om te denken dat we een compleet beeld kunnen krijgen. Om een aantal voorbeelden te noemen: het woningtekort verandert jaarlijks, financieringsstromen zijn vaak onzeker en het verhuisgedrag van senioren valt moeilijk te voorspellen. Daarnaast zijn er tal van externe ontwikkelingen: wie had pak ‘m beet 4 jaar geleden kunnen denken dat er een Corona crises en een oorlog in Oekraïne zouden komen? Het zal dus altijd noodzakelijk zijn en blijven om voor een deel aannames te doen en te zorgen dat we mee kunnen blijven bewegen wanneer er nieuwe informatie beschikbaar komt. We zijn net als Rosa van mening dat de woonzorgvisie niet in beton gegoten moet zijn en daarom in moet kunnen spelen op de realiteit. Er moeten continu afwegingen worden gemaakt tussen ambitie en werkelijkheid. Daarom is in de woonzorgvisie ook de afspraak opgenomen om elk jaar een uitvoeringsplan op- en vast te stellen zodat bijstellingen plaats kunnen vinden wanneer dat nodig is.

De adviezen van Rosa met betrekking tot deze opgave worden dan ook meegenomen in het vervolgproces. D. Urgentie Wij missen in de woonzorgvisie een gevoel van urgentie. De woningnood is groot. Diverse groepen inwoners staan in de rij voor de schaarse woningen die beschikbaar komen. Naast inwoners met een urgentieverklaring gaat het om statushouders en reguliere woningzoekers die zijn aangewezen op de sociale huursector. Vanwege de schaarste aan woningen is sprake van een concurrentiestrijd op de woningmarkt tussen deze groepen die maatschappelijk spanningen oproept. Deze spanningen worden meer en meer voelbaar. Die zijn verklaarbaar omdat de effecten van de huidige situatie groot en ingrijpend zijn voor mensen. Dit vraagt eerder gisteren dan morgen om een oplossing. Deze urgentie lezen we zoals opgemerkt niet terug in de visie. Naast het tekort aan (betaalbare) woningen in diverse segmenten wordt ook het tekort aan zorg en zorgpersoneel steeds acuter. Er zijn wachtlijsten voor huishoudelijke hulp en de wijkverpleging (vaak betaald vanuit de Zorgverzekeringswet) kan niet meer snel alle zorgvragen oppakken. We moeten erkennen dat niet alles op korte termijn oplosbaar is. Daarom is het goed ook na te denken over pragmatische en haalbare oplossingen die aansluiten bij de meest gewenste situatie.

Wij dringen aan op een realistisch beleid, dat de urgentie van de problematiek onderkent en benoemt maar tegelijkertijd beseft dat “schaarste” niet onmiddellijk is weg te nemen. Ons advies: • Maak de urgentie van het vraagstuk zichtbaar en voelbaar. • Kijk naar regelgeving en zorg dat er snelheid gemaakt kan worden als dat nodig en mogelijk is. • Kijk daarbij ook naar aanpalende beleidsterreinen die invloed kunnen hebben op het realiseren van de doelstellingen van de woonzorgvisie. • Denk na over oplossingen die gebruikmaken van de bestaande voorraad. • Denk ook na over pragmatische en haalbare oplossingen Reactie Het missen van het gevoel van urgentie door Rosa herkennen wij niet. In de woonzorgvisie worden veelvuldig de woorden urgentie en prioriteit genoemd en wordt expliciet duidelijk gemaakt dat er echt iets moet gebeuren. En daar zijn alle betrokken partijen ook dagdagelijks mee bezig. Er wordt alles aan gedaan om meer woningen te creeren, passende zorg te leveren die betaalbaar is en om mensen de mogelijkheid te bieden om te participeren in de samenleving. Kan het beter en meer? Zeker. Partijen weten dat de opgaven groot zijn en dat ze het niet alleen kunnen. Daarom wordt vooral ook ingezet op het versterken van de

samenwerking en het in gezamenlijkheid en solidariteit oppakken van vraagstukken. Daarbij wordt gekeken naar lange termijnoplossingen maar zeker ook zaken die per direct ingezet kunnen worden. Daarbij onderschrijven we het advies van Rosa om realistisch en pragmatisch te kijken naar wat mogelijk is. Goede ideeen zijn daarbij altijd welkom. E. Regionaal – lokaal – fair share De uitdagingen op het terrein van wonen en zorg zijn complex. Als het gaat om het realiseren van oplossingen gaat deze complexiteit de draagkracht van kleinere gemeenten in de regio Hart van Brabant te boven. Door problemen in gezamenlijkheid aan te pakken en afspraken te maken, wordt er meer mogelijk en wordt het geheel sterker. Dit is gunstig voor inwoners. De keuze om te komen tot een gezamenlijke regionale aanpak onderschrijven wij dan ook van harte. Tegelijkertijd roept dit de vraag op hoe de regionale aanpak zich verhoudt tot de lokale autonomie. Deze regiovisie biedt de kans om deze relatie tussen regio en lokale gemeenten vorm te geven. Vraag is hoe geborgd wordt dat elke gemeente zijn bijdrage levert aan de gezamenlijke opgave. Als dit niet vooraf geregeld wordt, bestaat het risico dat in een enkele gemeente onvoldoende concrete invulling van de visie volgt.

Fair share, het evenwichtig en evenredig verdelen van de opdracht, kan alleen waargemaakt worden als iedere gemeente het eigen aandeel in de totale opdracht zorgvuldig ten uitvoer brengt. Ook met derde-partijen als woningcorporaties, zorgverzekeraars, zorginstellingen en welzijnsinstellingen moeten afspraken gemaakt worden en geborgd worden dat deze nagekomen worden. Als Rosa adviseren wij dan ook om in de regionale woonzorgvisie te borgen dat elke gemeente zijn verantwoordelijkheid neemt en zijn aandeel levert aan de uitvoering. Ons advies: • Maak afspraken over resultaten en termijnen en hoe te handelen als die niet gehaald worden. • Geef duidelijk aan welke verantwoordelijkheden bij de regio liggen en welke bij de lokale gemeenten. • Geef ook duidelijk aan welke verantwoordelijkheden bij andere partijen zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars, zorginstellingen en welzijnsinstellingen liggen. • Zorg dat niet alleen overheden, maar ook niet-overheden zoals zorgpartijen, woningcorporaties zich committeren aan de visie, de uitvoering en de gewenste resultaten. • Zorg dat ook marktpartijen zich conformeren aan de sociaal-maatschappelijk opgave. Financien die voor zorg en wonen bedoeld zijn, moeten daar ook aan besteed worden. • Onderzoek welke mogelijkheden en instrumenten de Wet Gemeenschappelijke Regeling biedt om de regionale verankering te faciliteren.

• Gebruik de instrumenten die de gemeenten ter beschikking staan o.a. in de omgevingswet, woningwet, huisvestingswet, huurwet en het wetsontwerp Regie Volkshuisvesting. • Maak gebruik van voorbeelden van particulier initiatieven die al gerealiseerd zijn. Benut de (ervaring )kennis die daarbij is opgebouwd. • Behalve een goede spreiding van voorzieningen over de regio moet er ook aandacht zijn voor een goede spreiding van landelijke voorzieningen. De regio Hart van Brabant dient ook daarbij zijn verantwoordelijkheid te nemen. Een aandachtspunt daarbij is een goede bereikbaarheid van die voorzieningen voor onze inwoners. • Geef bij de stappen (blz. 16) de positie van de adviesraden sociaal domein aan en wanneer zij advies uit kunnen brengen. Reactie De opgaven op het gebied van wonen, zorg en welzijn zijn groot. De gemeenten en betrokken partijen hebben geconcludeerd dit niet alleen op te kunnen pakken; regionale samenwerking is essentieel. We zijn het met Rosa eens dat het belangrijk is dat de betrokken partijen zich hier ook aan houden en hier inzet op plegen. Het is niet vrijblijvend. Zoals eerder aangegeven werken we hierin trapsgewijs. De gemeenteraden zijn eerst aan zet vanuit hun kaderstellende verantwoordelijkheid. Vervolgens is het aan de colleges van B&W

om deze kaders verder uit te werken in volkshuisvestingsprogramma’s conform de omgevingswet. Gelet op de grote en brede opgave worden de gemeenteraden hierin nauwgezet meegenomen. Concreet: in de regionale woonzorgvisie worden de kaders vastgesteld door de 11 colleges van B&W en de gemeenteraden. Hiermee wordt vastgehouden aan de eigen gemeentelijke autonomie om hierover besluiten te nemen maar ook om te borgen dat gemeenten zich committeren aan de regionale visie en de afspraken. Volgens worden deze kaders geconcretiseerd en vastgelegd in prestatieafspraken, convenanten en samenwerkingsafspraken. Deze afspraken worden op collegeniveau gemaakt en daarmee wordt ook geborgd dat gemeenten zich hieraan moeten houden. Op regionaal en lokaal niveau wordt uitvoeringskracht ingezet op dit te realiseren. Dit geldt ook voor de afspraken met betrokken partijen. Op 30 januari 2024 is de concept-woonzorgvisies met de betrokken partijen in de regio HvB besproken. Unaniem en breed is aangegeven dat de visie en de daarin opgenomen afspraken te onderschrijven en hiermee aan de slag te gaan. Voor de rest zal gebruik worden gemaakt van alle beschikbare kennis en instrumentarium die voorhanden is om te komen tot goede aanpakken. Wij willen er alles aan doen om zo snel en zo veel mogelijk woningen te creeren, in een passende omgeving, met de juiste zorg en ondersteuning.

Zowel in nieuwbouw als bestaande bouw. Kwantitatief en kwalitatief. De regio HvB is via bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers landelijk op diverse beleidsterreinen betrokken. In deze overleggen worden de stem en behoeften van de regio ingebracht en vinden lobbyactiviteiten plaats. Deze verantwoordelijkheid pakken wij al op en continueren we ook. De sociale adviesraden zijn vanaf het begin af aan betrokken bij het traject van de regionale woonzorgvisie. In overleg met de sociale adviesraden willen wij kijken hoe deze samenwerking er richting de toekomst concreet uit kan gaan zien. F. Sociale basis Een sterke sociale basis is het cement van een gemeenschap, of dat nu een wijk of buurt is of een kern of gemeente. Terecht komt de sociale basis dan ook aan de orde in de woonzorgvisie. Naar ons idee mag de aandacht voor de sociale basis in de visie worden versterkt. Een sterke sociale basis kan bijdragen aan saamhorigheid, aan het ondersteunen van naasten en daarmee aan versterking van de eigen kracht van een gemeenschap. Investeringen in de sociale basis kunnen beschouwd worden als preventief en een hoger rendement opleveren dan curatieve maatregelen zowel in sociale als in financiele zin. De sociale basis is een verantwoordelijkheid van de lokale gemeenten en er zullen dan ook verschillen zijn (en ontstaan) tussen die gemeenten en ook tussen wijken.

Als aangesloten wordt bij de inwoners van de wijken en van de gemeenten is dat ook een logisch gevolg. Het moet immers passend zijn bij wat er nodig en mogelijk is bij en voor deze inwoners. In relatie tot zorg wordt overigens op basis van het uitgangspunt normalisering al enkele jaren gewerkt aan andere manieren van werken. In de woonzorgvisie lijkt het echter iets nieuws waaraan nu handen en voeten gegeven moet worden. In § 6.5.1 bij “Wat gaan we doen?” wordt aangegeven dat er een analyse-instrument opgesteld gaat worden. Het is zinvol om van elkaar te leren en uit te wisselen. Wij vragen ons echter af of er weer een instrument ontwikkeld en ingezet moet worden terwijl er al zoveel onderzocht en bekend is. Reactie We zijn het met Rosa eens dat er zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van alles wat er nu al is en als het niet nodig is, we niks nieuws gaan creeren. Dat is ook de insteek voor deze afspraak. Het gaat er vooral om dat het passend is bij de behoeften die gemeenten hebben en dat het meerwaarde heeft. De vervolgacties die genomen gaan worden zijn dan ook volledig in lijn met het advies van Rosa. In § 6.5.2 geeft u aan dat er ingezet wordt op destigmatisering van verschillende aandachtsgroepen en dat we in de regio Hart van Brabant de grondhouding delen “van een goede

buur zijn”. Beide zijn zinvolle doelstellingen en zeer de moeite waard om aan te werken. De huidige realiteit is echter vaak anders en het zal veel inzet en een andere manier van werken vragen om deze te realiseren. En dan nog zal het zich met kleine stapjes ontwikkelen. Ons advies: • Benoem de ontwikkelingen en resultaten wat betreft de sociale basis van de afgelopen jaren. • Geef aan wat goed gaat en wat versterking behoeft. • Investeer vooral in de wijken en in de voorzieningen zodat de sociale basis sterker kan worden. • Zorg voor een sterk netwerk waarin ervaringen gedeeld kunnen worden en samen gezocht kan worden naar versterking en vernieuwing van de sociale basis. • Betrek hierbij ook het verenigingsleven. Zij spelen een grote rol in de samenleving en bij de sociale verbanden tussen mensen. • Borg de deelname van inwoners in deze netwerken. • Communiceer tijdig, zorgvuldig en uitgebreid over zaken die inwoners en wijken betreffen. • Werk integraal: betrek alle betrokkenen en organisaties bij gesprekken. • Werk op basis van gelijkwaardigheid, vooral ook wat betreft inwoners. • Wees betrouwbaar als overheid: betrek inwoners op tijd, geef hen zeggenschap en werk op basis van gelijkwaardigheid. • Wees ook helder over het vaststaand kader van de regionale afspraken (bijvoorbeeld: over fairshare kan niet onderhandeld worden).

Reactie We onderschrijven bovenstaand advies van Rosa en nemen deze punten ook mee in de verdere uitwerking van deze opgave. Wij zijn van mening dat de kaders en de afspraken in de regionale woonzorgvisie hier voldoende ruimte voor bieden. G. Matching: afstemming van vraag en aanbod Naast de productieopgave is er, zoals we hierboven al aangegeven hebben, een verdelingsvraagstuk: hoe wordt ervoor gezorgd dat zoveel mogelijk huishoudens passend wonen? In de visie wordt voorzien in een urgentieregeling voor aandachtsgroepen. Maar dat is ons inziens niet voldoende. Er kan ook veel gewonnen worden als huishoudens tijdig verhuizen naar een woning die in hun ogen beter bij hun levensfase past. Bij woningeigenaren (merendeel van de oudere huishoudens) spelen er soms andere mechanismes dan bij huurders. Het niet meer passend wonen, de ongeschiktheid van de woonomgeving, de kosten van woningaanpassingen kunnen factoren zijn om te willen verhuizen naar een meer passende woning. Een realistisch beeld van de keuzemogelijkheden en ondersteuning bij een mogelijke verhuizing is een belangrijke voorwaarde en misschien wel een doorslaggevende factor om te willen verhuizen. In Tilburg is onlangs in de sociale huursector een experiment met doorstroming over de grenzen van het corporatiebezit heen gestart.

In Eindhoven functioneert het Seniorenpunt, waarbij inmiddels bijna alle regionaal werkende corporaties en zorginstellingen zijn aangesloten als plek waar vraag en aanbod in zorg en wonen (voor grote en kleine portemonnee) bij elkaar worden gebracht. Ons advies: • Wij adviseren om in het kader van de woonzorgvisie expliciet aandacht te besteden aan de differentiatie in de totale woningvoorraad, dus huur en koopwoningen, bestaande voorraad en nieuwbouw. • Onderzoek en identificeer de factoren die invloed hebben op wel of niet willen en/of kunnen verhuizen zodat regelgeving en ondersteuning daarop afgestemd kunnen worden. • Stem vraag en aanbod op elkaar af en leg dwarsverbanden tussen wonen, zorg en welzijn. • Besteed daarbij ook aandacht aan de belangrijke rol die de woonomgeving speelt: het sociale netwerk, de wijk- en buurtopbouw, het verenigingsleven en de al dan niet aanwezige

voorzieningen. Welzijn, wat bevorderd wordt door fijn en passend wonen, is van groot belang voor inwoners. Reactie We zijn het met Rosa eens dat de woonopgave een belangrijke is die met urgentie moet worden opgepakt. Hier wordt hard aan gewerkt. De woondeal is in 2023 afgesloten en al een paar jaar is een taskforce versnellen sociale woningbouw actief om te zoeken naar mogelijkheden voor meer woningen. We kijken daarbij wat nodig is om versneld woningen toe te voegen, maar ook om te kijken naar de mogelijkheden in de bestaande voorraad en hoe die beter benut kan worden. Het bevorderen van doorstroming is daar zeker een goed voorbeeld van. In de opgave toename ouderen met een zorgbehoefte worden acties uitgezet om te kijken hoe ouderen sneller door kunnen stromen naar een meer passende woning. Het door Rosa genoemde voorbeeld van Tilburg wordt daarin meegenomen en gekeken wordt of deze kan worden uitgebreid naar de regio. Er is op dit vlak een sterke koppeling tussen de regionale woonzorgvisie en de uitwerking van de eerdergenoemde woondeal en de acties van de Taskforce. De koppeling is reeds gelegd en wordt in de uitwerking verder versterkt. H. Inwoners en inwonersperspectief Het belang van inwoners is zowel bij het ontwikkelen van de visie als bij de uitvoering zeer groot. Wonen en het nodig hebben van zorg zijn fundamentele behoeften van mensen.

Zij hebben hier recht op en het biedt hen bestaanszekerheid. Daarom is het noodzakelijk om dat perspectief zo vroeg mogelijk en gedurende het hele proces een plaats te geven en mee te laten wegen. Voor de vertaling van de visie in projectplannen is van belang dat inwoners, naast andere kennis, ervaringskennis inbrengen. Zij kennen de buurten en de wijken vanuit hun dagelijkse leven en weten wat er speelt. Om de verbindingen tussen beleid en uitvoering en haalbare trajecten tot stand te brengen, moeten deze aansluiten bij het dagelijkse leven in wijken. Rosa adviseert dan ook om zeggenschap en meebeslissen van inwoners, clientenraden en adviesraden sociaal domein te borgen in de procedures. Ons advies: • Zorg voor gelijkwaardigheid en evenwicht tussen overheid, woningcorporaties, zorgorganisaties, welzijnsorganisaties en inwoners wat betreft zeggenschap en verantwoordelijkheid. • Borg de inbreng en zeggenschap van inwoners die gebruik maken van de combinatie “wonen en zorg”. • Bekijk per fase van het proces hoe (niet wanneer) burgers betrokken worden en wie zeker deel moeten nemen. • Borg de inbreng en zeggenschap van inwoners, clientenraden, adviesraden sociaal domein bij deze processen. Reactie: We onderschrijven net als Rosa het belang van betekenisvolle participatie.

Dat wil zeggen dat we de participatie zo inrichten dat het impact heeft (het moet geen ‘windowdressing’ zijn). Belangrijk onderdeel van de regionale visie is dan ook ‘geen beleid en uitvoering zonder inzet en / of betrokkenheid van ervaringskennis’. Hierbij leggen we kaderstellend het ‘wat’ vast; het ‘hoe’ is een verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten. De wijze van participeren moet passend zijn bij de lokale gemeente smaak en afspraken die in dit kader zijn gemaakt. De adviezen van Rosa worden daarin meegenomen. Het is goed om te melden dat we bij het opstellen van deze regionale woonzorgvisie al gebruik hebben gemaakt van de inbreng van belangen- en clientenorganisaties, adviesraden en ervaringsdeskundigen. In het verdere traject continueren we dit. Dit geldt ook voor het opstellen en uitwerken van de lokale woonzorgvisies.

I. Financiën Zoals eerder opgemerkt ontbreekt het in de visie naar ons idee aan een financieel kader. Mede omdat de visie nog niet in concrete voornemens is uitgewerkt, is het zeer de vraag wat deze gaan kosten en hoe de financiering daarvan gaat plaatsvinden. Het gegeven dat de regio Hart van Brabant, voor zover wij weten, geen eigenstandige begroting heeft voor de uitvoering van plannen, maakt de realisatie van op te stellen plannen dus afhankelijk van het financieel commitment van individuele gemeenten en derde partijen. Het ontbreken van een financieel kader met te verwachten uitgaven en financiele bijdragen van diverse partijen maakt de visie zeer kwetsbaar en op voorhand moeilijk uitvoerbaar. Financiele zekerheid en borging is van belang en ligt bij diverse partijen. Welzijn en welzijnsorganisaties spelen een grote rol en een meerjarig financieel kader moet voor zekerheid zorgen. Ons advies: • Stel een financieel kader op waarbij in beeld wordt gebracht wat de kosten zijn van te realiseren plannen. • Stel daarnaast een langjarige begroting op waarin in beeld wordt gebracht welke financiele bijdragen van individuele gemeenten en derde partijen noodzakelijk zijn om de plannen tot uitvoering te kunnen brengen. • Stel een beginselverklaring op waarin gemeenten zich bereid verklaren hun financiele bijdrage aan de realisering van plannen te leveren.

Reactie Wij zijn net als Rosa van mening dat voldoende financiële middelen een belangrijke randvoorwaarde is voor de uitvoering van de kaders. Zeker met het oog op het gemeentelijk ‘ravijnjaar’ 2026 is dat essentieel. Omdat de ambities nog geconcretiseerd moeten worden, is het op dit moment (nog) niet haalbaar om hier een financieel plaatje aan de koppelen. In de woonzorgvisie wordt wel afgesproken om bij iedere uitwerking een aparte financiële paragraaf toe te voegen, inclusief begroting en dekking. Dit wordt vervolgens weer meegenomen in het uitvoeringsplan dat jaarlijks wordt opgesteld, in de gemeentelijke begrotingen en die van betrokken partijen. Daarbij wordt in veel gevallen gestreefd naar cofinanciering; de uitvoering van de plannen komen namelijk niet alleen op het bordje van de gemeenten te liggen. Daarnaast is het zo dat voor onderdelen van de woonzorgvisie aparte begrotingen zijn of worden opgesteld, bijvoorbeeld wanneer het gaat om IZA, aanpak dakloosheid en verschillende aanpakken in kader van wonen. J. Vervolgtraject Uit de woonzorgvisie maken we op dat deze nadere uitwerking krijgen in projectplannen die najaar 2024 ter besluitvorming voorgelegd gaan worden. Met het oog daarop maken wij de volgende opmerkingen.

Allereerst zijn wij van oordeel dat de projectplannen moeten bieden waar het in de visie aan ontbreekt: wat gaat de regio Hart van Brabant de komende jaren concreet doen om problemen rond wonen, zorg en welzijn in hun samenhang aan te pakken en waar mogelijk op te lossen? Om de gewenste mate van concreetheid te bereiken achten wij het van belang dat met het vaststellen van de visie tevens wordt vastgelegd aan welke eisen de op te stellen projectplannen moeten voldoen (programma van eisen). Voorzie de plannen ook van een financieel kader: wat gaat uitvoering van de plannen naar verwachting kosten en hoe gaat de financiering daarvan plaatsvinden? Een op te stellen programma van eisen moet er ook toe bijdragen dat de plannen een realistisch karakter krijgen. Daarbij wordt ook duidelijk wat wel en wat niet kan. Het helpt niet om inwoners blij te maken met hoge verwachtingen die vervolgens niet kunnen worden waargemaakt. Het door ons opgestelde en bijgevoegde toetsingskader zou kunnen dienen als zo’n programma van eisen. Ten tweede vinden wij het belangrijk dat in termen van randvoorwaarden wordt gewerkt aan een kader waarin afspraken tussen gemeenten in de regio Hart van Brabant worden vastgelegd. Dit kader is van belang om te kunnen garanderen dat iedere gemeente zijn eigen evenredige aandeel in de realisatie van plannen neemt (faire share). Alleen dan kan worden voorkomen dat

goede voornemens op het niveau van de regio Hart van Brabant een mooie dood sterven wanneer het aankomt op lokale besluitvorming. Daarmee zouden alle inspanningen rond de regionale woonzorgvisie voor niets zijn geweest. Ten derde vragen wij u duidelijk te maken welke betrokkenheid u voor ons als Rosa maar ook van de lokale adviesraden sociaal domein en andere belangengroepen ziet bij het vaststellen van de projectplannen. Vanuit onze positie bepleiten wij voor Rosa eenzelfde adviesrol als wij hebben gekregen bij de vaststelling van de woonzorgvisie. Ons advies m.b.t. het vervolgtraject is samenvattend: • Stel een programma van eisen vast waarin is vastgelegd aan welke eisen de op te stellen projectplannen concreet dienen te voldoen (zie ons toetsingskader). • Stel een financieel kader op voor de kosten en financiering van de op te stellen plannen. • Stel een kader op voor tussen gemeenten en derde partijen vast te leggen afspraken over ieders bijdrage aan de realisatie en financiering van op te stellen plannen. • Maak helder op welke wijze Rosa, de lokale adviesraden sociaal domein en andere belangengroepen bij de vaststelling van de projectplannen betrokken worden. • Betrek hen tijdig en werk op basis van gelijkwaardigheid samen aan deze grote en complexe opdracht.

Reactie Zoals eerder aangegeven worden de in de woonzorgvisie geformuleerde kaders uitgewerkt in samenwerkingsafspraken, convenanten en / of prestatieafspraken. Het is hierbij evident dat deze voorstellen zowel inhoudelijk als financieel degelijk onderbouwd zijn. Hier wordt in de advisering richting colleges en raden ook nadrukkelijk rekening mee gehouden en op gestuurd. Dit zal met betrekking tot deze opgaven niet anders zijn. Gelet op het feit dat dit al gebeurt, zullen we nader bezien of onze huidige processen daarvoor afdoende zijn of dat het wenselijk is om te komen tot een apart programma van eisen zoals Rosa adviseert. Met betrekking tot de rol van Rosa. Zoals eerder al aangegeven zijn we bereid om hierover het gesprek aan te gaan. K. Tot slot Uiteindelijk gaat het bij de regionale woonzorgvisie om hoe inwoners wonen, zorg ontvangen en hun leven vorm kunnen geven. Visie, beleidskader en uitvoering moet dan ook op hen afgestemd zijn. Overheden, zorg - en maatschappelijke organisaties, woningcorporaties doen hun uiterste best om hun opdracht goed te vervullen. Door inwoners op alle mogelijke manieren te betrekken en mee te laten praten en beslissen, kunnen er alleen maar betere resultaten voor die inwoners tot stand komen. En dat is toch waar we dit alles voor doen. Reactie Eens met de slotnoot van Rosa.

Waar we kunnen betrekken we inwoners, belangen- en clientenorganisaties en adviesraden bij het beleid dat we opstellen en bij de uitvoering daarvan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1664/documents/27132