CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

05 Bijlage 1 - Vast te stellen BP.pdf

Raadsvergadering 6 februari 2024, gemeente GoirleBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel Vaststellen bestemmingsplan Emmaloods AANGENOMEN22.319 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

1.32 Omgevingsvergunning voor het afwijken Omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c juncto artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1, van de Wabo. 1.33 Omgevingsvergunning voor het bouwen Omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo. 1.34 Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk, op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo. 1.35 Ondergeschikte bouwdelen/ bouwdelen van ondergeschikt belang Bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteken zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, licht-, antenne- en vlaggenmasten, windvanen, wolfseinden, gevelen kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, balkon- en terrashekken, en dergelijke, dakkapellen, andere ondergeschikte dakopbouwen, liftschachten, en overige overstekende ondergeschikte daken. 1.36 Ondergronds 6

Beneden het peil. 1.37 Overig bouwwerk Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.38 Pand De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde verbonden is en afsluitbaar is. 1.39 Prostitutie Het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.40 Prostitutiebedrijf Een inrichting of instelling gericht op het tegen betaling doen plaatsvinden van seksuele omgang met prostituees op een naar buiten toe kenbare wijze, zoals een bordeel of escortbedrijf. 1.41 Seksinrichting Een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een privéhuis of een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.42 Staat van bedrijfsactiviteiten Een als bijlage bij deze regels behorende en daarvan onderdeel uitmakende lijst van bedrijven en installaties.

1.43 Straatmeubilair De op of bij een weg behorende bouwwerken zoals, verkeerstekens, wegafbakeningen, bewegwijzeringen verlichting, halteaanduidingen, parkeer regulerende constructies, (ondergrondse) afvalcontainers, brandkranen, informatie- en reclameconstructies, rijwielstandaarden, papier- en plantenbakken, zitbanken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, speelvoorzieningen, abri's, verzamelplekken afval, en andere hiermee gelijk te stellen bouwwerken. 1.44 Uitvoeren Het uitvoeren, doen uitvoeren of laten uitvoeren. 1.45 Uitwerking Een uitwerking als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub a, van de Wet ruimtelijke ordening. 7

1.46 Vloeroppervlak De totale oppervlakte, buitenwerks gemeten, van alle ruimten op de begane grond, de verdiepingen, de zolder en de aangebouwde bijgebouwen. 1.47 Voorgevel De naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie, dan wel gelet op de uitstraling ervan, als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.48 Voorgevelrooilijn a. Langs een wegzijde met een regelmatige of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing: de evenwijdig aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatig beloop van de rooilijn overeenkomstig de richting van de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: bij een wegbreedte van ten minste 10 meter, de lijn gelegen op 15 meter uit de as van de weg; bij een wegbreedte geringer dan 10 meter, de lijn gelegen op 10 meter uit de as van de weg. 1.49 Voorste bouwgrens De naar het verkeers- of verblijfsgebied gekeerde (deel van de) bouwgrens. 1.50 Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

1.51 Wet/ wettelijke regelingen Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen dan wel verordeningen en dergelijke, dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van vaststelling van het plan, tenzij anders is bepaald. 1.52 Woning Een (gedeelte van een) gebouw, dat bestaat uit een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden. 1.5 Wijziging Een wijziging als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, sub a, van de Wet ruimtelijke ordening.

8

Artikel 2 Wijze van meten 2.1 Meetregels 1 Afstand tussen een bouwwerk tot de zijdelingse grens van het bouwperceel: Tussen de zijdelingse grens van het bouwperceel en enig punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2 Dakhelling: Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 3 Goothoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, dan wel de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 4 Bouwhoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen. 5 Horizontale diepte van een bouwwerk: Tussen de buitenwerkse gevelvlakken van de voorgevel en de achtergevel. 6 Inhoud van een bouwwerk: Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 7 Oppervlakte van een bouwwerk: Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 8 Verticale diepte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot het laagste punt van het bouwwerk, fundering niet meegerekend.

9 Lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de buitenste verticale projecties van bouwdelen en/of de harten van gemeenschappelijke scheidsmuren, boven peil. 10 Peil: a. Voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw. 9

2.2 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen van beperkte afmetingen, die buiten de hoofdmassa van het gebouw uitsteken, buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. Onder ondergeschikte bouwdelen worden in iedere geval verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, licht, antenne- en vlaggenmasten, windvanen, wolfeinden, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, balkon- en terrashekken, en dergelijke, dakkapellen, andere ondergeschikte dakopbouwen, liftschachten, en overige overstekende ondergeschikte daken.

10

2 Bestemmingsregels Artikel 3 Verkeer 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, straten, pleinen en paden; b. speel-, groen- en nutsvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen, parkeerterreinen en andere openbare ruimten met zowel een functie voor verblijf als voor verkeer; d. in-, uitritten, voet- en rijwielpaden; e. bermen en bermsloten; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals wadi's en dergelijke), retentievoorzieningen, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen; g. straatmeubilair.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in lid 3.2.1 omschreven doeleinden en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. gebouwen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; met uitzondering van gebouwen en/of bouwwerken ten behoeve van de opslag en/of inrichting van verkoop- of tappunten voor motorbrandstoffen, daaronder begrepen LPG; b. ondergronds bouwen is slechts toegestaan onder bebouwd oppervlak, tot een verticale diepte van maximaal 5 meter, met uitzondering van ondergrondse voorzieningen voor het inzamelen van afval. 3.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden naast het bepaalde in lid 3.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 6 meter bedragen; b. de oppervlakte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 40 m2 bedragen; c. de bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag niet meer dan 3 meter bedragen; d. de oppervlakte van een nutsvoorziening mag niet meer dan 20 m2 bedragen.

11

3.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden naast het bepaalde in lid 3.2.1 de volgende regels: a. de bouwhoogte van een nutsvoorziening mag niet meer dan 3 meter bedragen; b. de oppervlakte van een nutsvoorziening mag niet meer dan 20 m² bedragen; c. de bouwhoogte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 6 meter bedragen; d. de oppervlakte van een rijwielstalvoorziening mag niet meer dan 40 m2 bedragen; e. de bouwhoogte van speelvoorzieningen mag niet meer dan 5 meter bedragen; f. de bouwhoogte van voorwerpen van beeldende kunst of kunstuitingen en gedenktekens mag niet meer dan 10 meter bedragen; g. de bouwhoogte van licht- en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 meter bedragen; h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1,5 meter bedragen. 3.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b.

werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen) verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 3.4 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend het gebruik van gronden voor de inrichting van opslag-, tap- of verkooppunten voor motorbrandstoffen of LPG.

12

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, met dien verstande dat kamerverhuur niet is toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ een onderdoorgang; c. tuinen, erven en verhardingen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan watergangen en andere waterpartijen, reserveringen voor infiltratievoorzieningen (zoals bijvoorbeeld wadi's), retentievoorzieningen, (compenserende) waterberging, waterbuffers en bergbezinkbassins, alsmede kunstwerken ten behoeve van waterhuishoudkundige voorzieningen; e. parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van biodiversiteit; met dien verstande: a. de woningen mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroepen, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning tot een oppervlakte van maximaal 60 m², mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden beroep; b. de woningen mogen worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande, dat maximaal 30% van het bestaande vloeroppervlak van de woning, tot een oppervlakte van maximaal 60 m², mag worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis verbonden bedrijf.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Bouwen is uitsluitend toegestaan ten dienste van de in artikel 4 lid 1 omschreven bestemmingsomschrijving en met inachtneming van de volgende regels: a. toegestaan zijn: 1. woningen in één hoofdgebouw; b. ondergronds bouwen is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, tot een verticale diepte van maximaal 5 meter. c. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. 4.2.2 Hoofdgebouw Voor het bouwen van het hoofdgebouw gelden naast het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 de volgende regels: a. woningen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. het dakvlak mag niet gewijzigd worden; c. binnen het bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan zoals ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' staat aangegeven; 13

d. het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; e. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' mag de goothoogte het hoofdgebouw niet meer bedragen dan in het bouwvlak is aangegeven; f. ter plaatse van de aanduiding maximum bouwhoogte (m)' mag de bouwhoogte van woningen niet meer bedragen dan in het bouwvlak is aangegeven; g. ter plaatse van de aanduiding ‘onderdoorgang’ dient de begane grond tot een hoogte van minimaal 2,1 m boven maaiveld onbebouwd te blijven. 4.2.3 Voorwaardelijke verplichting ontheffing wet natuurbescherming Het uitvoeren van bouwwerkzaamheden binnen de bestemming ‘Wonen’, is uitsluitend toegestaan, indien uit een ecologisch onderzoek blijkt, dat de Wet natuurbescherming niet het bouwen van de nieuwe woningen in de weg staat en, indien wettelijke voorgeschreven, de provincie een eventueel benodigde ontheffing soortenbescherming verleent, en de in het ecologisch onderzoek geadviseerde mitigerende of vervangende maatregelen zijn/worden getroffen voor, tijdens en na de afronding van de bouw van de nieuwe woningen. 4.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van: a. de situering en afmeting van gebouwen, bouwwerken van algemeen nut en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van; 1. een samenhangend straat- en bebouwingbeeld; 2. de ruimtelijke of landschappelijke inpassing; 3. de verkeersveiligheid; 4.

de sociale veiligheid; 5. de brandveiligheid; 6. de milieusituatie; 7. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. werken ten behoeve van nutsvoorzieningen (waaronder kabels en leidingen), verkeers- en vervoersvoorzieningen en groenvoorzieningen. 4.4 Afwijken van de bouwregels 4.4.1 Dakvlak hoofdgebouw Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 4 lid 2.2 sub b, voor het toestaan van wijzigingen van het dakvlak van het hoofdgebouw, mits: a. dit past binnen het straat- en bebouwingsbeeld van de omgeving.

14

3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

15

Artikel 6 Algemene bouwregels 6.1 Overschrijding van de bouwgrenzen Bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen, in afwijking van het bepaalde in hoofdstuk 2 van deze regels, worden overschreden ten behoeve van tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), liftkokers en schachten, galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, erkers, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits: a. de overschrijding niet meer bedraagt dat 1 meter; b. de bouwhoogte van erkers, entreeportalen en veranda's niet meer bedraagt dan de bouwhoogte van de eerste bouwlaag van de eerste bouwlaag van het betreffende gebouw; c. de breedte van erkers, entreeportalen en veranda's niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de betreffende gevel van het gebouw; d. de afstand van deze bouwdelen tot de bestemmingsgrens minimaal 3 meter bedraagt, daar waar het bestemmingsvlak grenst aan de weg. 6.2 Ruimte tussen bouwwerken 6.2.1 Algemeen De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de zijdelingse grens van het bouwperceel zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het aangrenzende bouwperceel aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die: a. vanaf de hoogte van het bouwperceel tot 2,20 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn; b. niet toegankelijk zijn.

6.2.2 Afwijken Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.1 indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging van onderhoud van de vrij te laten ruimte. 6.3 Parkeergelegenheid en laad- en los mogelijkheden bij of in gebouwen 6.3.1 Parkeergelegenheid Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen geldt dat ten behoeve van het parkeren en/of het stallen van auto's in de juiste mate ruimte wordt aangebracht in, op of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, met dien verstande dat: a. de juiste mate van ruimte wordt bepaald op basis van de parkeernormen en berekeningsmethoden zoals opgenomen in de meest recente handreiking over parkeer- en verkeercijfers van het CROW; b. de in lid 6.3.1 onder a, bedoelde ruimten voor het parkeren en/of stallen van auto's moeten afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto's. Aan deze eis wordt geacht te voldaan als de 16

parkeervoorzieningen ten minste de afmetingen hebben zoals bepaald in de meest recente handreiking over parkeer- en verkeercijfers van het CROW; c. de in de aanhef bedoelde parkeerruimte duurzaam in stand gehouden wordt. 6.3.2 Laad- en los mogelijkheden bij of in gebouwen Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort. 6.3.3 Afwijking Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.3.1 en/of lid 6.3.2: 1. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of 2. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- en/of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.

17

Artikel 7 Algemene gebruiksregels 7.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, wordt in ieder geval gerekend: 1. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van grond en/ of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; 2. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; 3. de vestiging van inrichtingen als bedoeld in 2.1, derde lid, van het Besluit omgevingsrecht (inrichtingen die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken); 4. een gebruik van gronden en bouwwerken voor (detail)handel, met uitzondering van een zodanig gebruik dat uitdrukkelijk is toegestaan in of krachtens deze regels; 5. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens ten behoeve van prostitutie, escortbedrijf, prostitutiebedrijf en/of seksinrichting.

18

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, bij een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: a. het afwijken van de voorgeschreven maten voor de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand van bouwwerken, dan wel een voorgeschreven bebouwingspercentage, eventueel met overschrijding van de bouwgrenzen binnen een bestemmingsvlak, mits de afwijking niet meer bedraagt dan 10% van de in deze regels voorgeschreven maten; b. het afwijken van bouwgrenzen en overige aanduidingen in het horizontale vlak op de verbeelding, niet zijnde bestemmingsgrenzen, indien en voor zover afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de grond, mits de afwijking ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 2,5 meter bedraagt; c. de bouw van hogere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dan toegestaan ingevolge deze regels, met dien verstande dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag worden vergroot tot niet meer dan 10 meter; d.

het oprichten van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, gedenktekens, geen gebouwen zijnde, en monumenten, geen gebouwen zijnde, tot een bouwhoogte van niet meer dan 15 meter; e. het realiseren van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen en/of het opwekken van duurzame energie, tot maximaal 100 m2 (bruto vloeroppervlak) en een bouwhoogte van maximaal 3 meter; f. gevelisolatie en toestaan dat de aanduiding 'bouwvlak' wordt overschreden met maximaal 30 centimeter ten behoeve van gevelisolatie om energie te besparen.

19

Artikel 9 Algemene wijzigingsregels 9.1 Algemene wijzingen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening: a. de ligging van grenzen van bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen te wijzigen, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bij de wijziging betrokken grenzen mogen ten hoogste 5 meter worden verschoven; 2. de oppervlakte van de bij de wijziging betrokken bestemmings- en bouwvlakken en aanduidingen mag ten hoogste 5% worden verkleind of vergroot ten opzichte van de oppervlakte vóór de wijziging 3. door een wijziging mogen het straat-, bebouwings- en landschapsbeeld, het woon- en leefklimaat, de waterstaatkundige belangen, de ontwikkeling van omliggende bedrijven, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, niet onevenredig worden aangetast. b. het plan te wijzigen ten aanzien van het aanpassen van opgenomen regels in de voorafgaande artikelen, waarbij wordt verwezen naar regels in wettelijke regelingen en/of publicaties, indien deze wettelijke regelingen en/of publicaties na het moment van vaststelling van het plan worden gewijzigd.

20

Artikel 10 Algemene procedureregels 10.1 Nadere eis Bij het nemen van een besluit omtrent een nadere eis overeenkomstig een in het plan opgenomen regels over nadere eisen nemen burgemeester en wethouders de volgende regels in acht: a. het ontwerp-besluit ligt, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, twee weken ter inzage; b. van de terinzagelegging wordt tevoren in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan- huisbladen, of op een andere geschikte wijze kennis gegeven; c. de kennisgeving dient tevens langs elektronische weg te geschieden; d. de kennisgeving houdt mededeling in van de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen; e. gedurende de onder a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij het college van burgemeester en wethouders zienswijzen indienen tegen het ontwerp-besluit.

21

Artikel 11 Overige regels De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, worden toegepast zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan, tenzij expliciet anders is geregeld.

22

4 Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouw kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 12.1 onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 12.1 onder a met maximaal 10%. c. lid 12.1 onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

12.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid12.2 onder a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 12.2 onder a na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. lid 12.2 onder a, is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

23

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: regels van het bestemmingsplan 'Emmaloods'. Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 6 februari 2024. De voorzitter,

De griffier,

24

VERBEELDING

6

38

20 67 8

18

65

LEGENDA

10

16 63

plangebied

61 14 12

Enkelbestemmingen

67 65

V

Verkeer

W

Wonen

59 63

57 55

61

53 51

Bouwvlakken

59

49

29a

47 57

29b

56

43

29c

41 54

39

V

33

29

29e 53

37 35

bouwvlak

27

29d

55

Bouwaanduidingen

29f

onderdoorgang

[ond]

51

52

31 50

29

49

[sba-hg]

31 48

specifieke bouwaanduiding - hoofdgebouw

47 33 46

Maatvoeringen

45 35

20-54,3 44

43 37

42

39 40 37

4

maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

43f

[ond]

43e

35 36

43d

33

[sba-hg]

35

maximum aantal wooneenheden

8

38 37

12

41

45

34

25x

93

95

43c

25b

18

ondergrond

16

W

33 19-10

32

19-04 19-03 21

19

25 26 24

4

19-02 23

43a 27

12

19-06 19-05

27

25a

28

19-07

29

12

10

40a

19-08

14

43b 29

30

19-09

31

31

19-01

23 108a

22

8

20 108

25 106

104,21a 17

100-102

15 13 11

98 94

9

96

19-20 7a

57 55

Bestemmingsplan Emmaloods (Goirle)

80

43

42 38

40

49-73

18 16

41a

41b

14

36 32

47

41

34 12

39a-39b

30

7

28 39

6 5

37a

3

24

2 1

25

24-26 78

Blad

26 27

76

4

Gemeente : Goirle : NL.IMRO.0785.BP2023001Emmaloods-vg01 Bestemmingsplannummer Schaal van de verbeelding : 1:1000 : Vaststelling Status plan Datum tervisielegging ontwerp : 31 augustus 2023 t/m 11 oktober 2023 : 6 februari 2024 Datum vaststelling : Datum uitspraak ABRS : Datum inwerkingtreding Datum onherroepelijk : : Ordito Gilze BV Naam en adres opsteller : 1/1 BESTANDSNAAM:

verbeelding_22124.dwg

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Eindverslag inspraakprocedure

Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan “Emmaloods”

Gemeente Goirle Afdeling Ontwikkeling Postbus 17 5050 AA Goirle

INHOUDSOPGAVE

1. Overzicht van de gevolgde procedure 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.

Algemeen Object van inspraak Subject van inspraak Inspraakprocedure Ontvankelijkheid

2. Samenvatting en beoordeling van de naar voren gebrachte inspraakreacties

3. Tenslotte

Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Emmaloods"

2

1. Overzicht van de gevolgde procedure. 1.1. Algemeen. Artikel 150 van de Gemeentewet draagt de gemeenteraad op een inspraakverordening vast te stellen, waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en in de gemeente een belang hebbende natuurlijke personen en rechtspersonen bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken. Deze verordening is de door de gemeenteraad van Goirle op 20 december 2005 vastgestelde "Inspraakverordening Goirle" (hierna te noemen: de inspraakverordening). Ten aanzien van bestemmingsplannen is op 14 december 2010 door de gemeenteraad besloten inspraak te verlenen. Tevens is een inspraakprocedure vastgesteld (zie paragraaf 1.4. Inspraakprocedure). Conform artikel 5 van de inspraakverordening van de gemeente Goirle, dienen burgemeester en wethouders ter afronding van de inspraak een eindverslag op te maken. Voorliggend stuk behelst dit verslag en bestaat, zoals voorgeschreven in artikel 5, tweede lid, onder a, b, en c, van de inspraakverordening, uit een overzicht van de gevolgde procedure en, indien van toepassing, een weergave van de zienswijze(n) die tijdens de inspraaktermijn naar voren zijn gebracht en een reactie op deze zienswijze(n). 1.2. Object van inspraak. Object van inspraak is het voorontwerpbestemmingsplan "Emmaloods". 1.3. Subject van inspraak.

Inspraak is verleend aan ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden. 1.4. Inspraakprocedure. De wijze waarop inspraak wordt gegeven is geregeld in de inspraakverordening. Artikel 4, tweede lid, van de inspraakverordening bepaalt dat ons college voor één of meer beleidsvoornemens een andere inspraakprocedure kan vaststellen, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 4, eerste lid, van de inspraakverordening (waarin een standaardprocedure is opgenomen). Van deze mogelijkheid hebben wij op 14 december 2010 gebruik gemaakt, waarbij de volgende inspraakprocedure is vastgesteld: 1. Burgemeester en wethouders leggen het voorontwerpbestemmingsplan, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan, ter inzage. 2. Voorafgaand aan de terinzagelegging geven burgemeester en wethouders in één of meer dag- of nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van de terzagelegging van het voorontwerpbestem-mingsplan. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. 3. In de kennisgeving als bedoeld onder 2, wordt vermeld: - waar en wanneer de stukken ter inzage liggen; - wie in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen naar voren brengen en - op welke wijze dat kan geschieden. 4.

Insprekers kunnen bij burgemeester en wethouders schriftelijk een zienswijze omtrent het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen. 5. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen bedraagt drie weken. De termijn vangt aan met de dag, waarop het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd. De artikelen 6:8 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing. Het voorontwerpbestemmingsplan met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling daarvan hebben gedurende drie weken, van 25 mei 2023 tot en met 14 juni 2023 ter inzage gelegen. Hiervan is kennis gegeven op de gemeentelijke website, in het plaatselijke nieuws- en advertentieblad "Goirles Belang" van 24 mei 2023, alsmede op de in de gemeente gebruikelijke wijze door middel van een aankondiging in het Gemeenteblad (www.overheid.nl). Gedurende de termijn van terinzagelegging konden ingezetenen van de gemeente Goirle en belanghebbenden schriftelijk een inspraakreactie omtrent het voorontwerpbestemmingsplan naar voren brengen bij het college van burgemeester en wethouders van Goirle.

Eindverslag inspraakprocedure voorontwerpbestemmingsplan "Emmaloods"

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1672/documents/26571