05 Bijlage 1 - Vast te stellen BP.pdf
Tekst van het document
G E ME E N T E G O IR L E
B E ST E M MI N G S PL A N E MMA L O O D S G O IR L E
GEMEENTE BESTEMMINGPLANNUMMER
: :
SCHAAL VAN DE VERBEELDING : STATUS PLAN : DATUM TER VISIELEGGING ONTWERP : DATUM VASTSTELLING : DATUM UITSPRAAK ABRS : DATUM INWERKINGTREDING : DATUM ONHEROEPELIJKHEID : NAAM EN ADRES OPSTELLER :
GOIRLE NL.IMRO.0785.BP2023001 EMMALOODS-VG01 1:1000 VASTGESTELD 31-8-2023 T/M 11-10-2023 6-2-2023
ORDITO, NIEUWSTRAAT 5126 CC TE GILZE
87
PLANTOELICHTING
2
INHOUDSOPGAVE PLANTOELICHTING 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 1.5.
Inleiding Aanleiding en doel van het bestemmingsplan Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer
5 5 6 7 7
2. 2.1. 2.2. 2.3.
Beschrijving plangebied Historische ontwikkeling Ruimtelijke en functionele structuur Technische infrastructuur
8 10 14
3. 3.1. 3.2. 3.3.
Ruimtelijk beleidskader Rijk Provincie Gemeente
15 18 23
4. 4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6.
Thematische beleidskaders Stedenbouwkundige uitgangspunten Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Volkshuisvesting Groen Verkeer en parkeren Duurzaamheid
29 29 32 36 36 37
5. 5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7. 5.8.
Milieuaspecten Milieuhinder en bedrijven Externe veiligheid Kabels, leidingen en straalpad Geluid Lucht Geur Bodem Natuur
39 41 45 45 48 49 50 51
6. 6.1. 6.2.
Water Beleid Huidige en toekomstige situatie
56 61
7. 7.1. 7.2. 7.3. 7.4.
Opzet planregels Plansystematiek Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels
65 65 65 67 3
7.5.
Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangsrecht en slotregel
68
8. 8.1. 8.2.
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
69 69
Bijlagen 1. Eindverslag inspraakprocedure 2. Verslag overleg Besluit ruimtelijke ordening 3. Toelichting Staat van bedrijfsactiviteiten 4. Standaardadvies groepsrisico 5. Akoestisch onderzoek verkeerslawaai 6. Verkennend bodemonderzoek 7. Flora en faunaonderzoek 8. Aanvullend ecologisch onderzoek gierzwaluw, huismus en vleermuis 9. Stikstofberekening
4
HOOFDSTUK 1. INLEIDING 1.1.
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is het voornemen om 12 woningen te realiseren in de loods/hal in een binnengebied tussen de Molenstraat en het Oranjeplein in Goirle. Het gaat om 12 middeldure koopwoningen (11 patiowoningen en 1 appartement). De doelgroepen zijn alleenstaanden en tweepersoons huishoudens. De woningen worden gebouwd binnen de bestaande muren en het bestaande dak van de loods. Om het planvoornemen mogelijk te maken moet de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ gewijzigd worden naar ‘Wonen’. Hiervoor is bij de gemeente een principeverzoek ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle heeft op 15 oktober 2021 schriftelijk aangegeven medewerking te verlenen aan het planvoornemen. Aan dit besluit zijn de volgende voorwaarden verbonden: a. De woningen moeten worden gerealiseerd in de vorm van sociale huurwoningen, middeldure koopwoningen en/of extra goedkope koopwoningen; b. De woningen moeten worden gerealiseerd voor de doelgroepen starters en jongeren en/of ouderen en zorgbehoevenden (éénen tweepersoonshuishoudens) en/of een CPO; c. Aangetoond moeten worden dat het parkeren kan worden opgelost waarbij op eigen terrein voldaan wordt aan de parkeerbehoefte; d. Er moet voorafgaand aan de procedure nog een omgevingsdialoog worden gevoerd.
Om het planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken, is een herziening van het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk. Middels dit bestemmingsplan wordt het planvoornemen juridisch planologisch mogelijk gemaakt.
1.2.
Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bevindt zich tussen de Molenstraat, Emmastraat, Oranjeplein en de Groeneweg te Goirle. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Goirle, sectie B, nummers 5696 en 6073 (gedeeltelijk) en kent een oppervlakte van 1.323 m². De huidige loods wordt omringd door hoofdzakelijk rijwoningen van twee bouwvlagen met kap. 5
Afbeelding 1: Ligging plangebied
1.3.
Vigerend bestemmingsplan Op basis van het vigerend bestemmingsplan ‘Wildackers – Abcoven’ kent het perceel de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ met een maximale goot- en bouwhoogte van 4 en 8 meter. Wonen is niet toegestaan binnen de vigerende enkelbestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’. Het planvoornemen is derhalve in strijd met het vigerend bestemmingsplan. Tot het moment waarop het voorliggende bestemmingsplan in werking treedt, gelden binnen het plangebied de volgende plannen: (Bestemmings)plan
Vastgesteld
Bestemmingsplan Wildackers-Abcoven
04-03-2008
Parapluplan gemeente Goirle
12-03-2019
In 2019 is door de gemeente een parapluplan opgesteld. Een parapluplan biedt de mogelijkheid om bestemmingsplannen binnen de gemeente in één keer te herzien voor één of meerdere onderwerpen. Het parapluplan van de gemeente Goirle geeft extra regels over onder andere terrassen, evenementen, parkeren en ruimte tussen bouwwerken. Een aantal onderwerpen hebben betrekking op het planvoornemen. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 3.3 Gemeentelijke beleid.
6
1.4.
Bij het plan behorende stukken Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen en deze toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoudt en met welke (milieu)planologische aspecten rekening is gehouden.
1.5.
Leeswijzer Deze toelichting bestaat uit acht hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk, wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van het plangebied. Hoofdstuk 3 gaat in op het ruimtelijke beleidskader van het rijk, de provincie en de gemeente. Het thematische beleidskader komt aan de orde in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 worden de milieuaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. De opzet van de planregels wordt in hoofdstuk 7 besproken, gevolgd door de uitvoerbaarheid in hoofdstuk 8.
7
HOOFDSTUK 2. BESCHRIJVING PLANGEBIED Voor het opstellen van een bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangssituatie, ofwel de bestaande situatie, goed in beeld wordt gebracht. In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van deze situatie door middel van een beschrijving van de historische ontwikkeling, de ruimtelijke en functionele structuur. 2.1
Historische ontwikkeling De oorsprong De naam Goirle is samengesteld uit de woorden ‘goer’ (goir) en ‘loo’. Het eerste betekent moeras of drassige grond, het tweede bos of open plek in het bos. Als plaatsnaam wordt Goirle voor het eerst genoemd in een charter uit 1298, waarin sprake is van de Ludensvoirt te Goirle. Voorts wordt de naam aan de Leij en in een charter van 1311 betreffende het goed Ter Loo op Abcoven aan de Leij en in een charter van 1315 als het goed Ter Venne genoemd wordt. Opgravingen die zijn gedaan bij de afbraak van de oude parochiekerk in 1896, toonden de aanwezigheid aan van een kerkje in de 12e eeuw. In die tijd maakte het kleine kerkdorpje deel uit van de heerlijkheid Tilburg. Reeds in 1795 bestonden er plannen om Goirle van Tilburg te scheiden, maar hiertegen werd door beide plaatsen geprotesteerd. Pas in 1803 werd Goirle een zelfstandige gemeente.
Afbeelding 2: Kaart van de gemeente Goirle uit 1866 (Atlas van J. Kuiper)
18e eeuw: ontwikkeling vanuit de Grootte Akkers richting de Leij De gemeente Goirle heeft een oppervlakte van ruim 2544 ha en wordt begrensd door de gemeenten Alphen, Tilburg, Hilvarenbeek en Poppel. Zeer bepalend voor de ontwikkeling en vorming van het gebied waren de verschillende waterlopen. 8
Vanaf de tijd dat Goirle nog deel uitmaakte van het hertogdom Brabant, tot aan de totstandkoming van de rijksweg Tilburg-Turnhout in 1853, zou er weinig veranderen in het straten- en wegenplan van het dorp. De waarschijnlijk oudste bebouwing is aangetroffen in het gebied van de vrij hoog gelegen Grootte Akkers. Door de verschuiving in de richting van de Leij ontstaan de wijken of herdgangen Abcoven en Kerk, en ten westen van de Grootte Akkes de herdgangen Dorp en Ven. In 1753 telde het dorp 132 woningen ‘daeronder begrepen kleijne hutten en keten’ en maar een paar ‘stadsgewijze getimmerde huijzen’. Met de aanleg van de rijksweg Tilburg-Turnhout verbeterde de infrastructuur in het dorp. 19e eeuw: groei van Goirle begint Als na 1850 de bevolking van Goirle flink begint te groeien, wordt voornamelijk gebouwd langs de oude kerkwegen en langs de nieuw aangelegde Tilburgseweg. Vooral het aantal arbeiderswoningen nam sterk toe. De voornaamste initiatiefnemers tot de bouw waren de fabrikanten en de landbouwers. Op het einde van de 19e eeuw is ook begonnen met de bouw van woningen langs bestaande akkerwegen, zoals de Molenstraat (achter de heuf), Groeneweg en Koude Pad.
20e eeuw: planmatige woningbouw Aan de woningbouw werd een nieuwe impuls gegeven door de Woningwet, die in 1901 tot stand kwam en waardoor het mogelijk werd om met rijkssteun woningen te bouwen en de volkshuisvesting te verbeteren. Dit resulteerde onder andere in de Kalverstraat, om de arbeiders dicht bij de fabriek te kunnen huisvesten, de Hoogstraat en de St. Jansstraat. In die periode vindt ook het Oranjeplein haar oorsprong. Het werd aangelegd als groot kermisterrein, met de verwachting dat het centrum van Goirle zich daar zou ontwikkelen. De grote maat van het plein is te verklaren doordat er ruimte werd gemaakt voor een parochiekerk die op de plaats van het huidige groene deel zou komen. Rondom is planmatig woningbouw gerealiseerd. Tot in het midden van de 20e eeuw is het dorp binnen de grenzen van het huidige centrumgebied gebleven.
9
Afbeelding 3: Kaart van de gemeente Goirle uit begin 20 e eeuw
20e eeuw: grote groei rondom het centrumgebied en herstructurering Na de Tweede Wereldoorlog heeft Goirle grote groei gekend. Met de uitvoering van de bestemmingsplannen begon de groei van Goirle. Achtereenvolgens kwamen tot stand de woningen ten noorden van de Van Malsenstraat, plan West, de wijk Hoogeind, plan Abcoven en in de laatste twee decennia de wijken Grobbendonk, de Hellen en de Grootte Akkers. Tegelijkertijd begon rond 1970 de grootschalige sanering van de oudere wijken en straten. Een voorbeeld daarvan is de aankoop in 1969 van de terreinen en opstallen van de voormalige Pijnenburg's Weverijen met 28 woningen aan de Tilburgseweg, Groeneweg en Molenstraat. Op één villa en één fabriekshal na zijn alle gebouwen die bij de verkoop betrokken waren, verdwenen om plaats te maken voor de uitvoering van het centrumplan. 2.2
Ruimtelijke en functionele structuur De loods is gelegen in de kern van het dorp Goirle. De loods heeft een gesloten volume en grenst aan de achtertuinen van de rondom gelegen woningen. In de bestaande situatie wordt de loods voornamelijk gebruikt als opslag/stallingsplek. Het gesloten volume van de loods heeft een variërende afstand tot de omliggende woningen. In de straten rondom de loods is overwegend de functie wonen aanwezig.
10
Afbeelding 4: Bestaande plansituatie
Afbeelding 5: Bestaande plansituatie
Afbeelding 6: Doorsnede bestaande plansituatie
In de beoogde situatie wordt de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’ gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’. Beoogd wordt om 12 betaalbare woningen te realiseren in de bestaande loods tussen de Molenstraat, Emmastraat en Oranjeplein te Goirle. De 12 11
woningen bestaan uit 11 grondgebonden patiowoningen met twee bouwlagen en één appartement van 1 bouwlaag. De ontwikkeling van de 12 woningen wordt uitgevoerd binnen de bestaande muren en het bestaande dak van de loods. Het dak van de loods wordt voorzien van openingen waardoor buitenruimte en daglichttoetreding tot de woningen in de loods ontstaat. De doelgroep voor de 12 woningen zijn alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens. In de toekomstige situatie blijft de maximale goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 en 8 meter van de bestaande opstallen ongewijzigd.
Afbeelding 7: Toekomstige plansituatie
De woningen worden voorzien van een gezamenlijk parkeerterrein. Er worden 8 overdekte parkeervlakken gerealiseerd in de loods, welke toegankelijk zijn vanaf een ingang vanuit de Emmastraat. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt tevens parkeergelegenheid geboden. Deze zal bestaan uit 8 onoverdekte parkeervlakken binnen het plangebied die bereikbaar zijn via het Oranjeplein en tevens 2 onoverdekte parkeervlakken die zich bevinden in openbaar gebied aan de Molenstraat.
12
Afbeelding 8: Toekomstige plansituatie
Afbeelding 9: Doorsnede toekomstige plansituatie
Afbeelding 10: Toekomstige plansituatie
13
2.3
Technische structuur Binnen het plangebied bevinden zich geen belangrijke technische infrastructurele voorzieningen met ruimtelijke relevantie.
14
HOOFDSTUK 3. BELEIDSKADER Dit hoofdstuk geeft een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader. 3.1
Rijk Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld.
Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Conclusie De NOVI richt zich op een dusdanig schaalniveau en is als gevolg daarvan ook van een zeker (hoog) abstractieniveau dat hieruit geen concrete beleidskaders voortkomen voor onderhavig bestemmingsplan. Verdere afweging vindt voor onderhavige planvoornemen decentraal plaats.
15
Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid In de zogenaamde Realisatieparagraaf (Realisatie Nationaal Ruimtelijk Beleid) zijn alle nationale ruimtelijke belangen uit de verschillende Planologische Kern Beslissingen en de voorgenomen verwezenlijking daarvan gebundeld. Daarbij wordt onder meer ingezet op zuinig ruimtegebruik, de bescherming van kwetsbare gebieden (nationale landschappen en Ecologische Hoofdstructuur) en op bescherming van het land tegen overstromingen en wateroverlast. In de Realisatieparagraaf benoemt het kabinet ruim 30 nationale ruimtelijke belangen en de instrumenten om die uit te voeren. Conclusie Dit rijksbeleid werkt niet direct door in onderhavig plan. De afweging vindt voor onderhavige planvoornemen decentraal plaats. AMvB Ruimte In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt het Rijk een aantal regels voor met betrekking tot de inhoud van bestemmingsplannen. De onderwerpen betreffen: project mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundamenten, grote rivieren, Waddenzee en waddengebied en defensie (met uitzondering van radar). Voor de in het Barro genoemde onderwerpen moeten op grond van de Wet ruimtelijke ordening alle bestemmingsplannen binnen een jaar aan de bepalingen uit het Barro voldoen. Conclusie Het Barro heeft geen betrekking op het onderhavige bestemmingsplan.
Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 Bro opgenomen, de ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te 16
geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."(artikel 3.1.6, tweede lid, Bro). Het voorliggende initiatief maakt de realisatie van maximaal 12 wooneenheden mogelijk en wordt daarmee beschouwd als stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. In paragraaf 4.3 (Volkshuisvesting) wordt beschreven in hoeverre met onderhavig plan wordt voldaan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Crisis- en herstelwet Met de Crisis- en herstelwet (Chw) wil het kabinet de procedures voor grote projecten versnellen. Hiermee wordt een stap gezet om de gevolgen van de economische crisis te bestrijden. De Chw beoogt onder andere een impuls aan integrale gebiedsontwikkeling te geven. De regels uit de Chw hebben overwegend betrekking op het bestuursprocesrecht en hebben als doel om proceduretijden van bij wet aangewezen projecten te verkorten.
In Bijlage I van de Chw zijn de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waar de stroomlijning van procedures voor geldt. Artikel 3.1 van deze bijlage noemt daarin de bouw van 11 of meer woningen als een van de ruimtelijke projecten, waarop de procedurele versnellingen van toepassing zijn. Conclusie De Crisis- en herstelwet is van toepassing op onderhavig bestemmingsplan, voor wat betreft de procedurele versnellingen. Dit is van toepassing op alle besluiten, die vereist zijn voor de verwezenlijking van woningen. Het onderhavig project is niet aangemeld bij het ministerie als bijzondere voorziening. De bouw van de woningen binnen het plangebied is niet aangemeld als experimenteerproject in het kader van de Chw. 3.2
Provincie Omgevingsvisie Noord-Brabant Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. Met de Brabantse Omgevingsvisie sluit de provincie met de hoofdopgaven aan bij rijksbeleid, Europese en mondiale doelstellingen. Het streven is dat de 17
omgevingsvisie, hoewel formeel alleen zelfbindend, Noord-Brabant samenbindt. Want één ding is zeker; samenwerking is meer dan ooit nodig om de NoordBrabantse omgevingskwaliteit te bewaken en door te ontwikkelen. Waarbij ruimtelijke ordening dienend is aan maatschappelijke doelstellingen. Of het nu gaat om het verkleinen van sociale verschillen, het verbeteren van welvaart, of het gezonder, veiliger en duurzamer maken van onze leefomgeving. In de Omgevingsvisie Noord-Brabant heeft de provincie vier hoofdopgaven benoemd: werken aan de Brabantse energietransitie, werken aan een klimaatproof Brabant, werken aan de slimme netwerkstad, werken aan een concurrerende, duurzame economie. Hieraan ten grondslag ligt één basisopgave; de provincie streeft naar een veilige en gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. De vier hoofdopgaven hebben een grote ruimtelijke impact. Noord-Brabant is te klein als alles naast elkaar plaatsvindt. Het wordt dus passen en meten, met opgaven naast, onder, boven en met elkaar. Meerwaardecreatie en meervoudig slim ruimtegebruik is noodzaak. De opgaven moeten we daarom altijd in onderlinge samenhang bezien. Diep, rond en breed bekijken, dus.
Als doel voor 2050 heeft de provincie het volgende gesteld: Noord-Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat de provincie op alle aspecten beter presteert dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. Noord-Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal. Voor 2030 streeft de provincie naar het volgende: Noord-Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat de provincie voor alle aspecten voldoet aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak. Conclusie De beleidsmatige uitgangspunten van de visie zijn, voor de aspecten waarop het provinciaal belang in geding is, zijn uitgewerkt in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant.
18
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 hebben Provinciale Staten de “Interim omgevingsverordening Noord-Brabant” (hierna; IOV) vastgesteld. De IOV is op 5 november 2019 inwerking getreden. De IOV is tot stand gekomen door de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving samen te voegen. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De IOV is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. De IOV vervangt zes provinciale verordeningen en heeft de status van: • •
Milieuverordening gebaseerd op artikel 1.2. Wet milieubeheer; Verordening wegen gebaseerd op artikel 57 Wegenwet en artikel 2A Wegenverkeerswet; • Verordening Ontgronden gebaseerd op artikel 5, tweede lid, en artikel 7, tweede lid, Ontgrondingenwet; • Verordening natuurbescherming gebaseerd op diverse artikelen uit de Wet natuurbescherming; • Verordening ruimte gebaseerd op artikel 4.1. Wet ruimtelijke ordening en de • Verordening water gebaseerd op diverse artikelen in de Waterwet. De IOV is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de huidige regels zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Enkele inhoudelijke wijzigingen zijn echter wel aangebracht. In hoofdlijnen gaat het om: o een meer gebruiksvriendelijke opbouw met regels die per gebruikersgroep (burgers en bedrijven, gemeenten, waterschap) bij elkaar staan en minde losse bijlagen; o aanpassingen waardoor de regels straks beter passen in het systeem van de Omgevingswet; o aanpassingen vanwege de vastgestelde omgevingsvisie, zoals de nieuwe manier van samenwerken en meer inzet op omgevingskwaliteit. Zo wordt onderscheid gemaakt tussen rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven en instructieregels voor gemeenten.
De instructieregels voor gemeenten hebben tot doel dat de gemeenteraad de, in de omgevingsverordening opgenomen voorwaarden betrekt bij de vaststelling van een bestemmingsplan. Vooruitlopende op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de 19
regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). De provincie wil de omgevingskwaliteit van Brabant bevorderen, in combinatie met een veilige en gezonde leefomgeving. Bij omgevingskwaliteit gaat het om de kwaliteit van een plek of gebied, die wordt bepaald door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Stedelijk gebied Het plangebied ligt binnen gronden die volgens de Interim Omgevingsverordening zijn aangeduid als ‘Concentratiegebied’ binnen het ‘Stedelijk gebied’.
Afbeelding 11: Uitsnede kaart 3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant met aanduiding plangebied
Voor het bouwen van woningen binnen het ‘Stedelijk gebied’ geldt als voorwaarde dat dit past binnen de regionale afspraken die over wonen zijn gemaakt. Het bevorderen van zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij centraal en is uitgangspunt voor elke stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen het ‘Stedelijk gebied’ en dat de ruimte binnen het ‘Stedelijk gebied’ zo goed als mogelijk wordt benut. In paragraaf 4.3 Volkshuisvesting wordt beschreven dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken en er sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik.
20
Overige gebieden De overige instructieregels en/of rechtstreeks werkende regels behorende bij de gebieden waar het plangebied onder valt zijn niet direct van toepassing op het plangebied en/of voornemen. Daarnaast geldt voor elke ruimtelijke ontwikkeling de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies, die zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2, artikel 3.5 van de Interim Omgevingsverordening. Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: •
Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6);
•
De waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7);
•
Meerwaardecreatie (art. 3.8).
Zorgvuldig ruimtegebruik (art. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel verstaan. De beoogde woningen worden gerealiseerd binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ en voldoet hiermee aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit, zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening. Daarbij wordt het plan binnen de bestaande bebouwing gerealiseerd, waardoor er geen sprake is van een toename in het ruimtebeslag. Gezien het voorstaande kan gesteld worden dat het voornemen voldoet aan de zorgplicht voor de ruimtelijke kwaliteit zoals beschreven in artikel 3.6 van de Interim Omgevingsverordening.
21
Toepassing van de lagenbenadering (art. 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: •
De ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden;
•
De netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer;
•
De bovenste laag, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Door actief de factor tijd te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in deze toelichting. Meerwaardecreatie (art. 3.8) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: •
De mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat;
•
De bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.
De realisatie van nieuwe, duurzaam gebouwde, woningen binnen de bestaande loods draagt bij aan een verbetering van de fysieke kwaliteit van de bebouwingsconcentratie ter plaatse van de Emmastraat, Molenstraat en Oranjeplein. Conclusie Het plangebied is binnen de IOV aangeduid als ‘bestaand stedelijk gebied: stedelijk concentratiegebied’. Bestaand stedelijk gebied is gebied dat het bestaande ruimtebeslag van een kern bevat ten behoeve van een samenhangende ruimtelijke structuur van stedelijke functies. Op deze gronden mogen stedelijke ontwikkelingen
22
plaatsvinden. De voorgestane ontwikkeling is zodoende in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.3
Gemeente Omgevingsvisie De gemeente Goirle bereidt zich voor op de Omgevingswet, die naar verwachting op 1 januari 2024 in werking treedt. Een van de (verplichte) instrumenten voor gemeenten, die voortvloeit uit de aankomende Omgevingswet, is de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zet de gemeente, samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners, de integrale koers uit op weg naar de toekomst, gericht op een fysieke leefomgeving waarin mensen gelukkiger, gezonder en veiliger zijn. De gemeente Goirle neemt de bestaande kwaliteiten van de gemeente als vertrekpunt en houdt daarbij rekening met uitdagingen die op ons afkomen in de aankomende decennia. Daarnaast bouwt de omgevingsvisie verder op eerder opgesteld beleid van de gemeente en andere overheden. De omgevingsvisie is op 21 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De ontwikkeling is gelegen in het deelgebied ‘Woonwijken Goirle’. Goirle is oorspronkelijk gebouwd op een dekzandrug te midden van het beekdallandschap. De historische Tilburgseweg (met vele beeldbepalende (monumentale) panden en de R.K. Maria Boodschap Kerk) functioneert als ruggengraat van de dorpskern. De woonwijken die hier in de loop der jaren omheen zijn gebouwd hebben elk een eigen karakter, passend in de betreffende tijdgeest.
Veel van de woonwijken kennen een eigen (centrale) groenstructuur die voortkomt uit het aanliggende landschap, soms in combinatie met een wijkvoorziening (bijvoorbeeld het Van Hogendorpplein in Hoogeind en de Brede Scholen), waarop de wijk is georiënteerd. Richting de toekomst zet de gemeente in op het borgen van de kenmerkende ruimtelijke structuren van de woonwijken en bijbehorende cultuurhistorische elementen en groenstructuur. Daarbij zet de gemeente in op een klimaatbestendige groenstructuur en watersysteem.
23
Afbeelding 12: Woonwijken Goirle uit Omgevingsvisie
De woonwijken worden toekomstbestendig (duurzaam en levensloopbestendig). Er wordt ingezet op groene, gezonde, inclusieve en toekomstbestendige wijken voor jong en oud. Daarvoor zijn voldoende passende woningen nodig en is het noodzakelijk dat er alleen ruimte geboden wordt aan functies die goed passen in een woonwijk. Zo zijn grotere evenementen niet toegestaan. Voor bedrijvigheid is ruimte, mits dit kleinschalig en ‘aan huis’ is en geen (milieu/geluid/verkeer) overlast veroorzaakt. Daarnaast wordt ingezet op een aantrekkelijke woonomgeving die bijdraagt aan de gezondheid en welzijn van de inwoners van de gemeente Goirle. Er wordt ingezet op vergroening van verhard oppervlak en dit wordt gekoppeld aan de mogelijkheid tot spelen, bewegen en ontmoeten in de openbare ruimte. Bovendien zorgt een slimme inzet van (ecologische beheerd) groen in het woongebied voor koelteplekken in warme tijden, het tegengaan van wateroverlast bij extreme buien en versterking van de biodiversiteit. Ook inwoners worden hiervan bewust gemaakt. De bestaande wijkpunten worden doorontwikkeld en in functie verbreed, zodat er dichtbij huis ruimte is voor ontmoeten en maatschappelijke (zorg) voorzieningen. Goede (en 24
laagdrempelige) toegankelijkheid is zowel voor de openbare ruimte als de wijkpunten een belangrijk uitgangspunt. Tot slot wordt er samen met inwoners ingezet op verduurzaming van de huidige woningvoorraad. Het gaat om alternatieven voor aardgas, energiebesparende maatregelen (bijvoorbeeld isolatie) en mogelijkheden tot kleinschalige opwek van energie (zon op dak). Beoordeling Het planvoornemen voorziet in de bouw van 12 nieuwbouwwoningen in een bestaande loods. Hiermee wordt de bestaande functie ‘Bedrijfsdoeleinden’ beëindigd, hetgeen in lijn is met de omgevingsvisie van de gemeente Goirle. De nieuwe woonfunctie draagt bij aan een divers woonaanbod, zorgvuldig ruimtegebruik, vergroening van woonoppervlak en verduurzaming van de woningvoorraad. Conclusie De onderhavige ontwikkeling is in overeenstemming met de Omgevingsvisie van de gemeente Goirle. Toekomstvisie In 2013 is door de gemeenteraad de “Toekomstvisie gemeente Goirle 2020” vastgesteld onder de titel “Thuis in Goirle: groen, sociaal, ondernemend” . Kortweg is aan dit document de subtitel “Toekomstvisie 2020” gegeven. Deze visie– gebaseerd op de drie kernbegrippen 'groen, sociaal en ondernemend' – dient als leidraad voor de toekomstige beleidsontwikkeling. De ambitie voor Goirle in 2020 luidt: Onze inwoners voelen zich thuis in de gemeente Goirle, want Goirle is een groene, sociale en ondernemende gemeente.
Goirle is Groen De gemeente Goirle wordt gekenmerkt door het dorpse en landschappelijke karakter en is een prettige en groene woonomgeving, gelegen in het prachtige groen (bossen, beken, Regte Heide) en nabij de grote stad. Goirle is Sociaal De gemeente Goirle is een dynamische en levendige gemeente. De onderlinge sfeer is goed, open en positief. Ieder handelt vanuit zijn of haar eigen verantwoordelijkheid. Problemen worden door onze inwoners zoveel als mogelijk zelf opgelost. In laatste instantie biedt de gemeente een vangnet voor diegenen die daarop zijn aangewezen. We denken en handelen vanuit de ´menselijke maat´. De inwoners kennen elkaar en zijn betrokken bij hun directe naaste omgeving maar juist 25
ook in buurten en wijken. We zijn er voor elkaar en zorgen voor elkaar als dat nodig is. Goirle heeft een actief verenigingsleven en er zijn veel vrijwilligers. We zijn trots op ons eigen karakter en onze eigen identiteit en houden deze graag in stand. Goirle is Ondernemend Binnen de gemeente Goirle zijn voldoende voorzieningen voor wonen, leven, onderwijs, recreatie en zorg aanwezig voor jong en oud, voor ieder wat wils. Economische ontwikkelingen in dat kader worden waar mogelijk ondersteund. In onze afwegingen maken we een verantwoorde keuze gericht op duurzaamheid. Daarbij wegen we economische en ecologische argumenten in samenhang en zorgen we voor balans. We staan open voor nieuwe initiatieven van burgers, organisaties en ondernemers; soms initiëren we deze initiatieven zelf als we kansen zien of iets willen bereiken. Als gemeente kiezen we hierbij bij voorkeur een regierol. Conclusie De woningbouw sluit aan bij de huidige woonwensen en draagt bij aan de leefbaarheid van Goirle. De ontwikkeling past binnen de gestelde kaders uit de Toekomstvisie. Bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied vigeert het bestemmingsplan ‘Wildackers-Abcoven’ vastgesteld op 4 maart 2008. Op basis van dit bestemmingsplan kent het plangebied de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden’.
De voor ‘Bedrijfsdoeleinden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van bedrijfsactiviteiten die voorkomen in de categorieën 1 en 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten (opgenomen als bijlage bij de regels van het vigerend bestemmingsplan), evenals het gebruik van daarbij behorende installaties in dezelfde bedrijfscategorieën, opslag ten behoeve van bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat uitsluitend buitenopslag is toegestaan ten behoeve van het eigen bedrijf, tot een maximale hoogte van 4 m en uitsluitend binnen het bouwvlak, kantoren, uitsluitend ten dienste van en als functie ondergeschikt aan de ter plaatse uitgeoefende bedrijfsactiviteiten, wonen ten dienste van het bedrijf, parkeer-, nuts- en groenvoorzieningen, interne ontsluitingswegen en (on)bebouwde gronden.
26
Afbeelding 13: Uitsnede vigerend bestemmingsplan “Wildackers Abcoven”
De realisatie van 12 extra woningen ter plaatse is derhalve in strijd met het vigerend bestemmingsplan. In 2019 heeft de gemeente Goirle een paraplubestemmingsplan opgesteld, namelijk ‘Parapluplan gemeente Goirle’, vastgesteld op 12 maart 2016. Een paraplubestemmingsplan biedt de mogelijkheid om bestemmingsplannen binnen de gemeente in één keer te herzien voor één of meerdere onderwerpen. Het parapluplan heeft betrekking op de volgende onderwerpen: •
Terrassen;
•
Standplaatsen;
•
Evenementen;
•
Parkeren;
•
Zendmasten;
• Ruimte tussen bouwwerken In afbeelding 13 is weergegeven welke artikelen zijn gewijzigd.
27
Afbeelding 14: Uitsnede van bijlage 1 uit de plantoelichting van ‘Parapluplan gemeente Goirle’
Voor het planvoornemen zijn de gewijzigde onderwerpen parkeren en ruimte tussen bouwwerken relevant. Deze zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. Conclusie Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt het planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
28
HOOFDSTUK 4. THEMATISCHE BELEIDSKADERS In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema’s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van de kaders. Milieuaspecten en water komen aan bod in de volgende hoofdstukken. 4.1
Stedenbouwkundige uitgangspunten Stedenbouwkundige uitgangspunten Door de ontwikkeling te laten plaatsvinden binnen de bestaande opstallen in het plangebied, worden de stedenbouwkundige uitgangspunten uit het vigerend bestemmingsplan waar mogelijk aangehouden. Dit betekent dat een maximale goothoogte van 4 meter en een maximale bouwhoogte van 8 meter voor de woningen worden gehanteerd. Door te bouwen binnen de muren van de bestaande opstallen blijft ook het bebouwde oppervlak hetzelfde. Door de realisatie van de 12 nieuwbouwwoningen plaats te laten vinden binnen de muren van de bestaande opstallen worden de planologische/stedenbouwkundige uitgangspunten uit het vigerende bestemmingsplan in acht genomen.
4.2
Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg Archeologie Omdat in groeiende mate het Europees archeologische erfgoed werd bedreigd, is in 1992 het Verdrag van Malta tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologische erfgoed zo veel mogelijk in situ te behouden. Waar dit mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. Bij het ontwikkelen van ruimtelijk beleid moet het archeologische belang vanaf het begin meewegen in de besluitvorming. Om dit meewegen te laten plaatsvinden wordt, naast de in ontwikkeling zijnde regelgeving en beleid, een economische factor toegevoegd. De kosten voor het zorgvuldig omgaan met het bodemarchief, in casu de kosten voor inventarisatie, (voor)onderzoeken, bodemonderzoek en documentatie, worden door de initiatiefnemer betaald. Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee is het Verdrag van Malta in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. Dit betekent onder meer het volgende: 29
•
De introductie van het veroorzakersprincipe, waardoor de kosten van archeologisch onderzoek verhaald kunnen worden op de verstoorder;
•
De verankering van de archeologische monumentenzorg in de ruimtelijke ordening.
In wetgeving is de omgang met archeologisch erfgoed geregeld en zijn enkele uitgangspunten en doelstellingen gesteld. Zo kan iedere initiatiefnemer van projecten waarbij de bodem verstoord wordt, verplicht worden gesteld om een rapport over te leggen waaruit de archeologische waarde van het te verstoren terrein (het plangebied) blijkt. Voor een dergelijk rapport is archeologisch onderzoek vereist. Dit bestaat in de eerste plaats uit vooronderzoek; het bureauonderzoek en/ of inventariserend veldonderzoek, elk met bijbehorende standaardrapportages. Tijdens het bureauonderzoek wordt gekeken naar wat er in historische, archeologisch en aardwetenschappelijk opzicht al bekend is over het plangebied. De volgende fase bestaat in veel gevallen uit een veldonderzoek. Dergelijke onderzoek heeft als doel kansrijke en kansarme zones te karteren. Hierbij kan booronderzoek plaatsvinden alsmede proefsleuvenonderzoek. De resultaten dienen vervolgens te worden gewaardeerd. Tijdens de waarderende fase wordt van de aangetroffen vindplaatsen, ook wel de site genoemd, de omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit vastgesteld om zo tot een oordeel over de behoudenswaardigheid te komen. Op basis van dit oordeel neemt de betrokken overheid een (selectie)besluit hoe met eventuele aanwezige vindplaatsen dient te worden omgegaan.
Het plangebied is op de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) niet aangemerkt als een locatie van bekende archeologische waarde. De kans op het aantreffen van archeologische vondsten bij bodemingrepen is derhalve klein. Er rust geen dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie’ op het plangebied op basis van het vigerende bestemmingsplan.
30
Afbeelding 15: Uitsnede CHW (plangebied rood omlijnd)
Afbeelding 15: Uitsnede Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (plangebied rood)
Onderhavig initiatief bestaat uit de ontwikkeling van 12 woningen binnen een bestaand gebouw. Daar alle ontwikkelingen plaatsvinden binnen de bestaande bebouwing veranderd er niets aan de totale oppervlakte van de bebouwing. Met het initiatief worden er dus geen gronden geroerd waardoor tevens geen sprake is van negatieve gevolgen ten opzichte van de al dan niet aanwezige archeologische 31
waarden in de bodem. Een nader archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Cultuurhistorie en monumentenzorg Het gemeentelijk beleid is erop gericht om bestaande cultuurhistorische en architectonische kwaliteiten te handhaven. Hierbij zijn vooral de Erfgoedwet, de gemeentelijke Monumentenverordening en de lijst van gemeentelijke monumenten het kader. Cultuurhistorisch waardevolle bebouwing In het plangebied komt geen cultuurhistorische waardevolle bebouwing voor. Rijksmonumenten In het plangebied komen geen rijksmonumenten voor. Gemeentelijke monumenten In het plangebied komen geen gemeentelijke monumenten voor. 4.3
Volkshuisvesting Ladder voor duurzame verstedelijking Onderzocht dient te worden of er daadwerkelijk behoefte is aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Om te bepalen of er een kwantitatieve behoefte is aan het planvoornemen is het ‘Perspectief op Wonen en Woningbouw Hart van Brabant 2022’ geraadpleegd. Hieruit blijkt dat er voor de korte termijn (2021 t/m 2030) behoefte is aan 21.490 woningen voor de regio Midden-Brabant. De totale plancapaciteit in de regio Midden-Brabant bedraagt 22.824 woningen. Dat is meer dan de provinciale prognose, maar met 106% ten opzichte van de prognose ligt het lager dan de richtlijn van 130% voor de komende 10 jaar. Er is dus nog voldoende ruimte om plannen toe te voegen. In de regionale programmering is opgenomen dat de gemeente Goirle kan voorzien in 1.400 woningen. De beoogde ontwikkeling past binnen de benodigde capaciteit voor de regio Midden-Brabant en de gemeente Goirle. Voor de toetsing van het planvoornemen aan de kwalitatieve behoefte is de woonvisie geraadpleegd. Op basis van de woonvisie wordt ingezet op het behoud en de versterking van het karakter van de gemeente Goirle. Daarnaast geeft de woonvisie aan dat er specifieke doelgroepen zijn die aandacht vragen: 32
-
Senioren en/of mensen met een zorgvraag: de juiste woningen en een passende woonomgeving; Lagere en middeninkomens, waarbij gewerkt wordt met een verbrede doelgroep. In de sociale voorraad is het aantal woningen belangrijk, maar het gaat vooral om het verbeteren van de kwaliteit.
Het behoud van de karakteristieke loods, en daarmee de realisatie van de nieuwbouwwoningen in die loods, draagt bij aan een het behoud en versterking van het karakter van het plangebied. De nieuwe woningen zijn beschikbaar voor lagere inkomens. Daarmee voorziet de beoogde ontwikkeling in een toename van de kwaliteit van het goedkopere segment. Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen past binnen de gemeentelijke woonvisie en daarmee voldoet aan de kwalitatieve behoefte. Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant De ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant’ (Actualisering 2017) geeft inzicht in de veranderingen in de omvang, groei en samenstelling van de bevolking van de provincie Noord-Brabant. Deze prognoses zijn voor beleidsmakers op elk maatschappelijk terrein, waaronder woningbouw en volkshuisvesting, van belang. Volgens de nieuwe provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose neemt het inwonertal van Noord-Brabant toe van 2.513.500 in 2017 tot een maximum van ruim 2.645.000 mensen aan het begin van de jaren ’40. Dit betekent dat de Brabantse bevolking de komende 25 jaar naar verwachting nog met ruim 130.000 personen zal groeien. De woningvoorraad bereikt eveneens een hoger maximum vergeleken met de vorige prognose uit 2014. De hogere bevolkingsgroei speelt hierbij uiteraard een rol.
Samen met de vergrijzing en de individualisering leidt dit tot een sterke groei van het aantal huishoudens (en dus woningen). Verwacht wordt dat er in Brabant anno 2050 iets meer dan 1.260.000 woningen nodig zijn om in de woningbehoefte te kunnen voorzien, ruim 20.000 woningen meer dan de ramingen uit 2014. Dat betekent een toename van een kleine 160.000 woningen ten opzichte van de 1.104.000 die er aan het begin van 2017 in de provincie moeten staan. De woningvoorraad blijft tot aan het einde van de prognoseperiode groeien, al vlakt de groei in de loop van de prognoseperiode wel sterk af. Al met al wacht Brabant de komende tijd nog een flinke woningbouwopgave, met een accent op de eerstkomende jaren. Tot 2030 zal de woningvoorraad nog met ruim 120.000 woningen moeten toenemen, gemiddeld genomen bijna 10.000 woningen (netto) per jaar. Dit om de 33
verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te kunnen dringen. In lijn met het provinciale verstedelijkingsbeleid concentreert de groei van de woningvoorraad zich in de stedelijke gebieden. Het beleid richt zich onder meer op: •
Het bouwen van voldoende woningen en;
•
Het voorzien in een gevarieerd en aantrekkelijk aanbod van woningen en woonmilieus.
Het is dan ook van provinciaal belang, dat de regionale woningmarkt goed functioneert. Daarvoor worden in regionaal verband afspraken gemaakt. De ‘Bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant’ geeft daarvoor, aangevuld met regionale woningbehoefteonderzoeken, waaronder het ‘Woningbehoefteonderzoek Hart van Brabant’ van 2017, de input. Regionale afspraken Hart van Brabant De gemeente Goirle maakt samen met de gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk deel uit van de regio Hart van Brabant. Binnen deze regio maken deze gemeenten gezamenlijke afspraken met de provincie Noord-Brabant over de kwantitatieve woningbouwopgave, dit voor een voortschrijdende tienjaarsperiode. Basis hiervoor vormt de, hiervoor genoemde, periodiek door de provincie uitgebrachte bevolkings- en woningbehoefteprognose. In het Regionaal Ruimtelijk Overleg Midden Brabant van 19 december 2018, zijn afspraken gemaakt tussen gemeenten Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, Hilvarenbeek, Loon op Zand, Oisterwijk, Tilburg en Waalwijk over het maximum aantal te bouwen woningen tot en met 2027. Op basis van de provinciale behoefteprognose is in de gemeente Goirle de kwantitatieve woningbehoefte voor de periode 2017-2027 840 woningen. Plannen binnen stedelijk gebied waartoe ook het plangebied behoort, behoeven geen regionale afstemming.
Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 Het gemeentelijk woonbeleid volgt uit de vierjaarlijkse woonvisie. Op 2 juli 2019 is de Woonvisie gemeente Goirle 2019-2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de woonvisie zijn de volgende ambities benoemd: 1. Doelgroepen: De gemeente luistert goed naar woningzoekenden in de gemeente Goirle. 34
2. Duurzaamheid: De gemeente wil zorgvuldig omgaan met energie, water en grondstoffen zoals beschreven in het Milieubeleidsplan Duurzaam Goirle 2017-2022. Nieuwe woningen moeten weinig tot geen energie verbruiken en zo min mogelijk CO2 uitstoten. 3. Woonomgeving: De gemeente wil aantrekkelijk zijn voor jong en oud en een prettige alsmede groene omgeving bieden. Dit geldt zowel voor de woning zelf, maar ook voor de locatie, diens omgeving en de voorzieningen. 4. Nieuwbouw: De gemeente wil voldoende en de juiste woningen bouwen en de gewenste woonmilieus toevoegen. De gemeente neemt de woningbehoefte van Goirlenaren als uitgangspunt bij het bouwen en realiseren van nieuwe woningen. Bij de woningprogrammering houdt de gemeente rekening met de woningen en woonmilieus die door verhuizing beschikbaar komen. De woonvisie is tot stand gekomen op basis van een kwalitatief woonbehoefteonderzoek uit 2018 en twee bijeenkomsten (1 in Goirle en 1 in Riel) waar inwoners aan konden geven wat zijn belangrijk vinden in hun woonplaats. Ten aanzien van de kwantitatieve woningbehoefte geldt dat de gemeente Goirle in de jaren 2018-2028 gemiddeld 100 woningen per jaar wil realiseren. 80-90% van dit aantal wordt gerealiseerd in Goirle en 10-20% van dit aantal wordt gerealiseerd in Riel.
Bij voorkeur voegt de gemeente Goirle woonmilieus toe waar op lange termijn een tekort aan ontstaat en waarvan er onvoldoende vrijkomen door doorstroming. Aanvullend voegt de gemeente woonmilieus toe die al in relatief ruime mate beschikbaar zijn. Concreet zet de gemeente de komende jaren in op de toevoeging van koopwoningen in middeldure en dure categorieën om een verhuisstroom op gang te brengen. De realisatie van de 12 wooneenheden in het centrum van Goirle behoren tot het middeldure segment. De woningen worden gerealiseerd voor de doelgroep senioren. Daarnaast worden de nieuw te bouwen woningen energiezuinig en conform de actuele energie normeringen uitgevoerd. Gesteld kan worden dat het planvoornemen aansluit bij de ambities uit de Woonvisie gemeente Goirle 20192022.
35
4.4
Groen De gemeenteraad heeft op 23 november 2021 het ‘Programma Groen’ vastgesteld. Dit programma is de opvolger van het Groenstructuurplan van de gemeente uit 2014. In dit plan wordt een lange termijn visie voor het gemeentelijk groen in openbare ruimten gegeven. Ten behoeve van het plan wordt het groen in de openbare ruimte van de gemeente Goirle niet aangetast. Vanuit het Groenstructuurplan van de gemeente bestaat er derhalve geen belemmeringen voor het planvoornemen.
4.5
Verkeer en parkeren Verkeer Op 10 december 2013 heeft de gemeenteraad van Goirle een nieuw Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan (GVVP) vastgesteld. Het doel van het GVVP is het vastleggen van verkeers- en vervoersbeleid van de gemeente Goirle voor de periode 2013 tot 2023. Het beleid moet aansluiten bij de ambities en de speerpunten die de gemeente heeft en moet tevens passen binnen de kaders die hogere overheden in hun beleid stellen. In het GVVP worden de thema’s verkeersveiligheid, fiets, bereikbaarheid en verkeerscirculatie, voetgangers/minder validen, parkeren, openbaar vervoer en leefbaarheid en milieu besproken. Ten aanzien van deze thema's is van belang dat het onderhavige bestemmingsplan niet leidt tot een onevenredige toename van de verkeersgeneratie. Het plangebied wordt ontsloten via de Groeneweg/Molenstraat, Bergstraat en Tijvoortsebaan naar de provinciale weg N630 richting Tilburg en de A58. Via de Abcovenseweg wordt het plangebied ontsloten naar Stappengoor. Op basis van CROW-publicatie 381 van 12 december 2018 kan de verkeersgeneratie van een ruimtelijke ontwikkeling bepaald worden. Voor de 11 patiowoningen in ‘matig stedelijk gebied, centrum’ wordt een verkeersgeneratie van minimaal 6,4 en maximaal 7,2 vervoersbewegingen per dag voorgeschreven. Voor het appartement wordt eveneens een verkeersgeneratie van minimaal 6,4 en maximaal 7,2 per dag voorgeschreven.
Dit resulteert in een minimum van 76,8 en maximaal 86,4 vervoersbewegingen per dag. De Groeneweg en Molenstraat beschikken over 36
voldoende capaciteit om deze toename aan verkeersbewegingen af te kunnen wikkelen. Extra verkeersmaatregelen worden derhalve niet noodzakelijk geacht. Parkeren Bij de vestiging van nieuwe functies en intensivering van bestaande functies worden de parkeernormen gehanteerd zoals deze zijn opgenomen in de CROW-publicatie 381 van 12 december 2018. Bij iedere nieuwe ontwikkeling waar nieuwbouw of vervangende nieuwbouw van woningen wordt gerealiseerd geldt namelijk als voorwaarde dat het parkeren op eigen terrein wordt opgevangen. Volgens CROW geldt voor de 11 patiowoningen in ‘matig stedelijk gebied, centrum’ een parkeernorm van 1,1 tot 1,9 parkeerplaatsen per woning (gemiddeld 1,5). De grondgebonden patiowoningen worden niet specifiek benoemd maar zijn gelijk te scharen met koopwoningen, tussen/hoek. Voor het appartement geldt een parkeernorm van 1,2 tot 2,0 (gemiddeld 1,6). De gemeente hanteert de gemiddelde norm. Dit betekent dat voor de 12 wooneenheden binnen het plangebied voorzien moet worden in 18 parkeerplaatsen (afgerond). In het voorgenomen plan worden 18 parkeerplaatsen gerealiseerd. Hiermee wordt aan de eisen uit de CROW-publicatie 381 van 12 december 2018 ‘Toekomstbestending parkeren’ voor parkeernormen voldaan. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 4.6
Duurzaamheid De gemeente Goirle wil een duurzame gemeente zijn die zorgvuldig omgaat met energie, water en grondstoffen. Om bij te dragen aan deze ambitie worden in het plan de volgende duurzaamheidsmaatregelen genomen: Natuurinclusief Om het eigenaarschap en betrokkenheid van de toekomstige bewoners bij hun leefomgeving te vergroten en te stimuleren worden toekomstige bewoners uitvoerig geïnformeerd over hoe zij hun tuin zo klimaatadaptief, biodivers en vogel- en vlindervriendelijk kunnen inrichten en wat de meerwaarde daarvan is.
37
Klimaatadaptie Ter plaatse van de parkeerzones wordt gekozen voor een half verharde ondergrond. Dit beperkt de hittestress op de locatie en zorgt er daarnaast voor dat regenwater hier op eigen grond geïnfiltreerd kan worden. Duurzaamheid Het gebouwontwerp voldoet met de toe te passen bouwkundige maatregelen ruimschoots aan de laatste eisen op gebied van energiezuinigheid. Conform het bouwbesluit dient het gebouwontwerp minimaal te voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Met de opgenomen regel voor het wijzigen van het dakvlak wordt plaatsing van zonnepanelen op de Emmaloods mogelijk gemaakt. Het plaatsen van geluidarme lucht water warmtepompen zonder buitenunit, zodat omgeving beperkt tot geen last heeft van het geluid van de pompen. Voor het realiseren van het nieuwe plan blijft een groot deel van de bestaande situatie behouden, dus relatief weinig gesloopt. Dat wat gesloopt wordt, zal uiteraard gescheiden worden afgevoerd. Daarnaast wordt er nagedacht over het hergebruiken van materialen.
38
HOOFDSTUK 5 MILIEUASPECTEN Dit hoofdstuk geeft aan hoe de milieuaspecten een rol hebben gespeeld bij het opstellen van het voorliggende bestemmingsplan. 5.1.
Milieuhinder en bedrijven Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn. Deze afstand dient dan bijvoorbeeld om ter plaatse van een kwetsbaar object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’. In deze publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd.
Voorbeelden van objecten met gevoelige functies zijn woningen, ziekenhuizen en scholen. Twee omgevingstypen De toelaatbaarheid van milieubelastende functies die volgende de VNG worden gehanteerd zijn afhankelijk van het type gebied. Er bestaan twee type gebieden: 1. Een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, een stiltegebied of een natuurgebied); 2. Een gebied met functiemenging. Binnen de gebieden met functiemenging heeft men te maken met milieubelastende en milieugevoelige functies die op korte afstand van elkaar zijn gesitueerd. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Voorbeelden van gebieden met functiemenging zijn horecaconcentratiegebieden, stadscentra, winkelcentra en winkelgebieden van dorpskernen, woonwerkgebieden met kleinschalige 39
ambachtelijke bedrijvigheid en gebieden langs stadstoegangswegen met meerdere functies. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een rustige woonwijk, aangezien de directe omgeving van het plangebied veelal bestaat uit woningen. De minimale afstand per categorie is als volgt: Categorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Richtafstand tot rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Richtafstand tot gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
De volgende bedrijven en inrichtingen zijn in de omgeving van het plangebied aanwezig: Locatie Soort bedrijf Cat. Richtafstand Werkelijke afstand De Hovel 19 Supermarkt 1 10 meter 105 meter De Hovel 19-02 Hoogstraat 70 Emmastraat 21a Molenstraat 110
Detailhandel Schoonheidssalon Cafetaria Detailhandel
1 1 1 1
10 meter 10 meter 10 meter 10 meter
105 meter 100 meter 75 meter 25 meter
Bij de ontwikkeling van de woning in het plangebied wordt voldaan aan de vereiste richtafstanden tot de omliggende bedrijven en inrichtingen. De beoogde ontwikkeling ondervindt geen hinder van de omliggende bedrijfsfuncties en de desbetreffende bedrijven worden niet gehinderd in hun bedrijfsvoering. Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
40
5.2.
Externe veiligheid Inleiding Externe veiligheid heeft betrekking op de risico’s die mensen lopen ten gevolge van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven en transportverbindingen (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn aanvaardbare risico’s vastgelegd in diverse besluiten en regelingen. De belangrijkste zijn: - Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); - Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); - Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen de beleidskaders voor deze drie typen risicobronnen staan altijd twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen, zijn er belangrijke verschillen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op het plaatsgebonden en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico bestaat uit harde afstandseisen tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het groepsrisico is een maat die aangeeft hoe groot de kans is op een ongeval met gevaarlijke stoffen met een bepaalde groep slachtoffers. Hoe hoger het groepsrisico, hoe groter deze kans. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven in de vorm van contouren rond een risicobron. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek: de fN-curve.