05 Bijlage 1 - Addendum bij NBB.pdf
Tekst van het document
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant
projectnummer 0474495.100 definitief revisie 01 30 juni 2023
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant
projectnummer 0474495.100 definitief revisie 01 30 juni 2023
Auteurs R.M. Groot I. Lanting
Opdrachtgever Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant Spoorlaan 181 5038 CB TILBURG
datum 30 juni 2023
beschrijving definitief
vrijgave I. Lanting
Inhoudsopgave
Blz.
Inleiding 1 I. II.
Beheergebied Vaststelling
1 2
Beleidsregels bodem
3
1
Toepassen van grond en baggerspecie met visueel asbestverdacht materiaal ter plaatse van gevoelige bodemlocaties 4
1.1 1.2
Onderbouwing Beleidsregel
4 4
2
Asbestdaken: bodemonderzoek voorafgaand aan sloop
5
2.1 2.2 2.3
Onderbouwing Beleidsregel Voorbeeldtekst voor de instemmingsbrief bij sloopmelding
5 6 6
3
Nulsituatieonderzoek onder de Omgevingswet
8
3.1
Informatieve tekst
8
4
Geldigheidsduur van een bodemonderzoek in het kader van grondverzet en omgevingsvergunning bouwen
9
4.1 4.2
Onderbouwing Beleidsregel
9 9
Bijlage 1 Benaming gevoelige bestemmingen
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Inleiding Voor u ligt het addendum op de Nota bodembeheer van de regio Midden-West Brabant, waarin een aanvulling op het gemeentelijke beleid ten aanzien van het hergebruik en toepassen van grond en baggerspecie op landbodem is beschreven. In de Nota bodembeheer en in dit addendum staat het bodembeleid van de deelnemende gemeenten beschreven en de bijbehorende beleidsregels. Dit addendum is een aanvulling op de Nota bodembeheer uit 2022 en dient dan ook in samenhang met de Nota gelezen te worden. Aanleiding voor het opstellen van het addendum op de Nota bodembeheer is het aanvullen van de Nota bodembeheer met actuele onderwerpen. Deze thema’s zijn niet opgenomen in de Nota bodembeheer van 2022, omdat deze meer afstemming en onderzoek vereisten.
I.
Beheergebied
Het regionale bodembeleid als beschreven in de regionale Nota bodembeheer is tot stand gekomen in samenwerking met 23 gemeenten in de regio Midden-West Brabant en de Omgevingsdienst Midden-West Brabant. Het bodembeleid dat in dit addendum is beschreven, is van toepassing op de 23 gemeenten, die samen het beheergebied vormen, zie tabel 1 en figuur 1. Tabel 1: Deelnemende gemeenten aan het addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten Nota bodembeheer Alphen-Chaam Etten-Leur Hilvarenbeek Altena Geertruidenberg Loon op Zand Baarle-Nassau Gilze-Rijen Moerdijk Breda Goirle Oisterwijk Dongen Halderberge Oosterhout Drimmelen Heusden Roosendaal
Blad 1 van 10
Rucphen Steenbergen Waalwijk Woensdrecht Zundert
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Figuur 1: Beheergebied van de deelnemende gemeenten
II.
Vaststelling
De regels in dit addendum betreffen beleidsregels als bedoeld onder titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor de vaststelling zijn de regels uit afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Beleidsregels geven invulling aan de beleidsvrijheid van de gemeenten ten aanzien van deze onderwerpen. Het is mogelijk om beleidsregels op te stellen en vast te leggen, nog voordat nieuwe wetgeving waarop de bevoegdheid berust (d.w.z. Omgevingswet) in werking treedt. Daarom is het verstandig om te bepalen dat deze beleidsregels gelijktijdig in werking treden met de bepaling uit de Omgevingswet waarop zij zien. Dit principe wordt toegepast voor een deel van de beleidsregels in dit document en is bij de betreffende regels toegelicht.
Blad 2 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Beleidsregels bodem
Blad 3 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
1
Toepassen van grond en baggerspecie met visueel asbestverdacht materiaal ter plaatse van gevoelige bodemlocaties
1.1
Onderbouwing In Nederland is van ca. 1955 tot 1993 asbest toegepast. In de periode van 1955-1978 is op grote schaal gewerkt met asbesthoudende materialen. Asbest kan in de bodem terecht zijn gekomen op locaties waar asbest is gebruikt in gebouwen, door het bewerken van asbesthoudend materiaal of (afval)stortingen. De aanwezigheid van zichtbaar asbestverdacht materiaal in de bodem (zoals asbestplaatjes) kan gezondheidsrisico’s en onrust opleveren bij inwoners van de gemeente. Om deze reden is onderzoek naar het voorkomen van asbest in de bodem bij verdachtmaking verplicht. Een bodemkwaliteitskaart geeft geen uitsluitsel of er sprake is van asbesthoudende grond of bodem aangezien deze stofgroep hierin niet is opgenomen. De gemeente wenst onnodige onrust onder inwoners te voorkomen in het geval zij asbestverdacht materiaal tegenkomen. Om deze reden legt de gemeente zichzelf een aanvullende plicht op: de gemeente past partijen met visueel waarneembaar asbestverdacht materiaal niet toe op locaties met gevoelig bodemgebruik. De gemeente hanteert de landelijke norm van 100 mg/kg ds. asbest (gewogen gehalte) in een toe te passen partij, maar stelt als aanvullende eis dat toe te passen grond geen visueel waarneembaar asbestverdacht materiaal mag bevatten.
1.2
Beleidsregel Het is de gemeente niet toegestaan om, in het geval dat de gemeente zelf de opdrachtgever is, grond of baggerspecie toe te passen ter plaatse van de contactzone van locaties met gevoelig bodemgebruik, waarin asbestverdacht materiaal visueel aanwezig is. De contactzone wordt gedefinieerd als het maaiveld inclusief de bovenste 50 cm daaronder. De locaties die door de gemeenten worden gedefinieerd als locaties met gevoelig bodemgebruik zijn opgenomen in bijlage 1 van dit addendum. Het staat de gemeente vrij om te beoordelen op welke manier het bovenstaande wordt aangetoond. Een mogelijkheid hiertoe is een onderzoek conform de NEN 5725 waarin aandacht is geschonken aan de aan- of afwezigheid van (visueel waarneembaar) asbest en asbestverdachte materialen. Ook de herkomstlocatie (zoals een zandwinput) of behandeling (zoals uitzeven) van de partij kunnen een onderbouwing zijn voor de afwezigheid van visueel waarneembaar asbestverdacht materiaal. De beleidsregel is geldig na vaststelling door de gemeente.
Blad 4 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
2
Asbestdaken: bodemonderzoek voorafgaand aan sloop
2.1
Onderbouwing Door verwering en neerslag kunnen losgekomen asbestvezels van asbesthoudende daken in de bodem terechtkomen en zo bodemverontreiniging veroorzaken. Dit vindt met name plaats in de afwateringszone van het asbestdak, indien er geen (functionerende) hemelwaterafvoer aanwezig is. Een onverharde afwateringszone wordt dan ook aangemerkt als een potentieel asbestverdachte locatie. Uit de asbestinventarisatie die wordt uitgevoerd in verband met de sloopvergunning blijkt of het dak asbesthoudend is of is geweest. Bodemonderzoek vindt conform het omgevingsplan (na inwerkingtreding van de Omgevingswet) plaats voorafgaand aan de (nieuw)bouwwerkzaamheden. Echter, door de daaraan voorafgaande sloopwerkzaamheden en betrokken activiteiten kunnen de (mogelijk) asbesthoudende bodemlagen (onopzettelijk) verspreid raken over de sloop-/bouwlocatie. Hierdoor is het mogelijk dat een asbestonderzoek na de sloopwerkzaamheden de asbestverontreiniging niet of onvoldoende in kaart brengt, of dat een onnodig groot oppervlak wordt besmet met asbest. Dit is een onwenselijke situatie en de gemeente zoekt daarom naar een oplossing om (onopzettelijke) verspreiding van asbestvezels te voorkomen.
De verplichting tot het verrichten van onderzoek naar asbest op de verdachte locatie volgt uit verschillende wet- en regelgeving (onder de Omgevingswet): Bij de activiteit in de bodem (grondverzet van > 25 m3) geldt er een onderzoeksplicht voordat mag worden gewerkt op een potentieel verontreinigde locatie. Daarnaast is vanuit de arbeidsomstandighedenregelgeving eveneens onderzoek verplicht bij verdachtmaking op asbestvezels in de bodem. Deze verplichting uit de arbeidsomstandighedenregelgeving geldt ook bij graafactiviteiten ≤ 25 m3. Tot slot leidt ook de specifieke zorgplicht bij bouw- en sloopactiviteiten uit het Bbl1 tot een verplichting van het nemen van maatregelen om de gezondheid in de directe omgeving te kunnen waarborgen. Vanaf eind jaren 60 zijn asbestplaten behandeld met polychloorbifenylen (PCB’s) om aangroei van planten tegen te gaan. Plantengroei op asbestcementdaken leidt namelijk tot meer erosie. Hierdoor zijn deze asbestplaten niet alleen een risico voor het vrijkomen van asbestvezels, maar kan in de grond rondom deze asbestvezeldaken (in de afwateringszone) ook een verontreiniging met PCB’s voorkomen. Voor de afwateringszone worden de volgende dimensies gehanteerd: 1,0 meter in horizontale richting vanaf de rand van het asbestverdachte dak dan wel de niet-functionerende hemelwaterafvoer en over dat oppervlakte 10 centimeter in verticale richting 2.
1 Specifieke zorgplicht, artikel 7.4 van het Bbl 2 Dimensies afkomstig van: “Bijzonder inventariserend onderzoek Erosie van asbestdaken”, d.d. 29 septem-
ber 2014, versie 1.2, door Geofox-Lexmond bv en Eelerwoude bv
Blad 5 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
2.2
Beleidsregel De gemeente voert een bodemtoets uit (of laat deze uitvoeren door de omgevingsdienst) bij het ontvangen van een sloopmelding, indien als onderdeel van de sloopmelding een asbestinventarisatie aangeleverd, waaruit blijkt dat op het object een asbesthoudend dak aanwezig is of is geweest. Uit de bodemtoets in samenhang met de asbestinventarisatie blijkt of er mogelijk sprake is (geweest) van een asbestverdachte locatie. Er is sprake van een asbestverdachte locatie indien de afwateringszone van het bouwwerk voldoet (of voldeed) aan alle volgende voorwaarden: • Het dak of een deel van het dak van het bouwwerk is mogelijk asbesthoudend of asbesthoudend geweest3; EN • Er is geen of een niet-functionerende hemelwaterafvoer aanwezig of aanwezig geweest in de periode dat het dak mogelijk asbesthoudend was; EN • Ter plaatse van de afwateringszone is geen verharding aanwezig of aanwezig geweest in de periode dat het dak mogelijk asbesthoudend was. In het geval de bodemtoets uitwijst dat er mogelijkerwijs sprake is van een bodemverontreiniging, schrijft de gemeente een milieuhygiënisch vooronderzoek cf. NEN 5725 voor. Indien uit dit vooronderzoek blijkt dat de locatie inderdaad verdacht is op aanwezigheid van asbest(vezels), schrijft de gemeente een asbestonderzoek conform NEN 5707 voor, in combinatie met een onderzoek conform de NEN 5740 op uitsluitend de stofgroep PCB’s.
Het is aan de initiatiefnemer om in het kader van de specifieke zorgplicht bij bouw- en sloopactiviteiten uit het Bbl2 tot een verplichting van het nemen van maatregelen om de gezondheid in de directe omgeving te kunnen waarborgen. De beleidsregel is van kracht na vaststelling door gemeente en na inwerkingtreding van de Omgevingswet.
2.3
Voorbeeldtekst voor de instemmingsbrief bij sloopmelding De gemeente is door middel van de melding op de hoogte gesteld van het voornemen van het slopen van het object. In het kader van de zorgplicht bij bouw- en sloopactiviteiten (artikel 7.4 van het Bbl) kan niet zondermeer worden gestart met de sloop. Uit de bodemtoets en/of het asbestinventarisatierapport blijkt namelijk dat er aanleiding is om aan te nemen dat (een deel van) het dak van het object asbesthoudend is of is geweest. In de afwateringszone van asbestdaken zonder goot en zonder een aaneengesloten verharding kan verontreiniging met asbest en PCB in de bodem zijn ontstaan door afspoeling vanuit verweerde asbestcementplaten. Deze bodemlaag moet worden onderzocht conform NEN 5707 en/of NEN 5897 in combinatie met een onderzoek conform de NEN 5740 op de stofgroep PCB’s (zie ook www.nen.nl/milieu/bodem) teneinde het inzichtelijk maken van de maatregelen om de gezondheid van omgeving te kunnen waarborgen. Door sloopwerkzaamheden en gerelateerde activiteiten kan een eventuele aanwezige verontreiniging met asbest en eventueel PCB aan het maaiveld verspreid worden en daarmee schonere grond negatief beïnvloeden. Als uit het bodemonderzoek ter plaatse van de afspoelzone blijkt dat de bodem is verontreinigd 3 Asbesthoudende golfplaten zijn reeds minimaal 30 jaar aanwezig, sinds 1993 is er een verbod op het toe-
passen
Blad 6 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
met asbest (gewogen concentratie asbest >100mg/kg), dan is formeel sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging onder de Wbb. Ook de Omgevingswet verplicht in deze situatie tot het nemen van maatregelen, op basis van de specifieke zorgplicht in het Bbl om de gezondheid in de directe omgeving te kunnen waarborgen. Daarom dienen dergelijke verontreinigingen voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden verwijderd te worden om mogelijke verspreiding tegen te gaan. Om deze verontreinigde bodem te mogen saneren moet u een plan van aanpak t.b.v. het saneren ter goedkeuring indienen bij de OMWB via info@omwb.nl, ter attentie van team Vergunningverlening Landelijk gebied, afvalverwerking, bodem en water.
Blad 7 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
3
Nulsituatieonderzoek onder de Omgevingswet
3.1
Informatieve tekst De verplichting tot het verrichten van het nulsituatieonderzoek onder de Wet milieubeheer volgt uit het Activiteitenbesluit (art 2.11). Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt het Activiteitenbesluit ingetrokken en is het uitvoeren van een nulsituatieonderzoek niet langer verplicht bij de start van een bodembedreigende activiteit indien hiervoor algemene regels gesteld zijn in het Bal4. Het uitvoeren van het nulsituatieonderzoek blijft wel verplicht voor vergunningplichtige activiteiten die bodembedreigend zijn. Na beëindiging van de activiteit wordt de eindsituatie getoetst aan ofwel de bodemkwaliteitskaart, de achtergrondwaarden ofwel een eventueel uitgevoerd nulsituatieonderzoek. Het uitgangspunt blijft: “wie vervuilt, moet dit opruimen”. Het nulsituatiebodemonderzoek legt het referentieniveau van de feitelijke bodemkwaliteit (grond en grondwater) vast ter plaatse van een (toekomstige) (bodembedreigende) activiteit. Als na beëindiging van de activiteit uit de vergelijking tussen de nulsituatie en eindsituatie blijkt dat de bodem is verontreinigd of aangetast, moet de bodemkwaliteit worden hersteld.
Indien de nulsituatie niet voorafgaand aan de bodembedreigende activiteit is vastgelegd, wordt het eindsituatieonderzoek getoetst aan: • Diffuse bodemkwaliteit conform de actuele bodemkwaliteitskaart; • Kwaliteitsklasse Landbouw/natuur/ Achtergrondwaarde voor bodem en de streefwaarde (Voorkeurswaarde onder de OW) voor grondwater. De kwaliteit van de bodem is niet altijd bekend bij de start van een bodembedreigende activiteit. Mogelijkerwijs is er in de bodem al sprake van een (historische) (rest)verontreiniging. Indien voor de start van de activiteit de nulsituatie niet is vastgelegd, kan de ondernemer achteraf worden verplicht tot het verwijderen van méér verontreiniging dan wat in werkelijkheid door de ondernemer is veroorzaakt. Het is om deze reden dan ook zinvol om bij de start van nieuwe activiteiten altijd een nulsituatieonderzoek te verrichten en in te dienen. Het verrichten van een nulsituatieonderzoek als referentiekader voor het eindsituatieonderzoek vindt onder de Omgevingswet plaats op vrijwillige basis. Het wel of niet uitvoeren wordt daarom een risico-afweging voor de eigenaar/ondernemer. De initiatiefnemer heeft de mogelijkheid om het nulsituatieonderzoek bij de gemeente in te dienen om instemming te krijgen om het nulsituatieonderzoek te kunnen gebruiken als referentiekader. Ook een nulsituatieonderzoek dat op een later moment (bijv.
na jaren) wordt ingediend, kan worden geaccepteerd als nulsituatie, mits het veldwerk is uitgevoerd tot uiterlijk 3 maanden na start van de activiteit 5. In overleg met gemeente kan deze periode na start activiteit verlengd worden. De gemeente toetst het bodemonderzoek aan de eisen uit de NEN5740 en keurt het onderzoek goed of af. De gemeente bepaalt op welk moment in de tijd de beoordeling plaats vindt. In het uiterste geval vindt de beoordeling van het nulsituatieonderzoek plaats bij de beoordeling van de eindsituatie.
4 Betreft bodembedreigende activiteiten die zijn genoemd in het Bal 5 Conform het Activiteitenbesluit artikel 2.11, lid 1
Blad 8 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
4
Geldigheidsduur van een bodemonderzoek in het kader van grondverzet en omgevingsvergunning bouwen
4.1
Onderbouwing In het huidige stelsel en onder de Omgevingswet zijn voor de geldigheidsduur van bodemonderzoeken geen specifieke termijnen opgenomen. In de Omgevingswet is wél een termijn genoemd voor de houdbaarheid van (algemene) onderzoeksgegevens, namelijk twee jaar 6. In hetzelfde artikel van de Omgevingswet is aangegeven dat het bevoegd gezag altijd gebruik mag maken van oudere rapporten en onderzoeken indien voldoende onderbouwd is dat de gegevens nog actueel zijn. Voor bodemonderzoeken is in het verleden vaak als uitgangspunt aangehouden dat een onderzoek niet ouder mag zijn dan vijf jaar en kan worden verlengd door het uitvoeren van een NEN 5725-onderzoek7. De beoordeling of een eerder uitgevoerd onderzoek nog voldoende actueel en representatief is, is altijd aan het bevoegd gezag en betreft altijd maatwerk.
4.2
Beleidsregel De gemeente hanteert de volgende uitgangspunten en termijnen bij het beoordelen van binnengekomen bodemonderzoeksrapporten: 1. In het geval van een locatie met verdachte activiteit en/of een locatie met (verdachtmaking op) een mobiele of vluchtige verontreiniging geldt: a. De gemeente accepteert bodemonderzoeken ten behoeve van grondverzet en omgevingsvergunning bouwen van maximaal twee jaar oud (gerekend vanaf de datum van de rapportage), indien deze redelijkerwijs nog representatief worden beschouwd voor de onderzochte locatie; b. De gemeente toetst of het ingediende onderzoek van maximaal twee jaar oud nog representatief is voor de onderzoekslocatie. De gemeente behoudt altijd het recht om op grond van representativiteit een onderzoek niet te accepteren als bewijsmiddel; c. Onderzoeken, ouder dan twee jaar, kunnen mogelijkerwijs ook worden geaccepteerd, indien middels een historisch of actualiserend onderzoek wordt onderbouwd dat de gegevens nog actueel en representatief voor de huidige situatie zijn; d. Voor actualisatie van het onderzoek dient de initiatiefnemer af te stemmen met de gemeente. 2. Bij locaties die niet vallen onder lid 1 (overige locaties) geldt: a.
De gemeente accepteert bodemonderzoeken ten behoeve van grondverzet en omgevingsvergunning bouwen van maximaal vijf jaar oud (gerekend vanaf uitvoeringsdatum veldwerk), indien deze redelijkerwijs nog representatief worden beschouwd voor de onderzochte locatie;
6 Omgevingswet Artikel 16.5 7 “Onderzoek naar de feiten en meningen m.b.t. de geldigheidsduur van water, bodemonderzoek”, MWH
Stantec, d.d. december 2016
Blad 9 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
b.
3.
4.
De gemeente toetst of het ingediende onderzoek van maximaal vijf jaar oud nog representatief is voor de onderzoekslocatie. De gemeente behoudt altijd het recht om op grond van representativiteit een onderzoek niet te accepteren als bewijsmiddel; c. Onderzoeken, ouder dan vijf jaar, kunnen mogelijkerwijs ook worden geaccepteerd, indien middels een historisch of actualiserend onderzoek wordt onderbouwd dat de gegevens nog actueel zijn; d. Voor actualisatie van het onderzoek dient de initiatiefnemer af te stemmen met de gemeente. Onderzoeken ouder dan 1 juli 2008 worden nooit geaccepteerd als bewijsmiddel van kwaliteit vrijkomende grond of ten behoeve van de omgevingsvergunning bouwen, wegens aanpassing van het stoffenpakket. Een onderzoek van vóór 1 juli 2008 kan mogelijk wél als bewijsmiddel dienen voor andere functies zoals het vastleggen van de nulsituatie. Ook kan een onderzoek van vóór 2008 informatief zijn t.b.v. het historische onderzoek. De geldigheidsduur van een nulsituatieonderzoek verloopt niet, tenzij de situatie (de bodembedreigende activiteiten) in de tussentijd is gewijzigd.
Tabel 1: samenvatting beleidsregel geldigheidsduur bodemonderzoek t.b.v. grondverzet en omgevingsvergunning bouwen Lokale situatie GeldigheidsActualisatie mogelijk? termijn Locatie met verdachte activiteit en/of lo2 Altijd maatwerk, afstemming met de gecatie met (verdachtmaking op) momeente noodzakelijk biele/vluchtige verontreiniging Overige locaties 5 Ja, bijvoorbeeld d.m.v. actualisatie HO, een NEN 5725 of actualiserend onderzoek cf. NEN 5740
Artikel 16.5 (lid 1 en 2) uit de Omgevingswet (houdbaarheid van onderzoeksgegevens) 1. Bij het nemen van een besluit op grond van deze wet kan in ieder geval gebruik worden gemaakt van rapporten met gegevens, onderzoeken of inventarisaties die bij het ontwerpbesluit of, bij het ontbreken daarvan, bij de aanvraag zijn gebruikt en die bij de vaststelling van het besluit niet ouder zijn dan twee jaar. 2. Bij het nemen van besluit op grond van deze wet kan ook gebruik worden gemaakt van gegevens uit rapporten die bij de vaststelling van het besluit ouder zijn dan twee jaar als wordt onderbouwd dat de gegevens nog actueel zijn. De beleidsregel is van kracht na vaststelling door gemeente en na inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Blad 10 van 10
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Bijlage 1 Benaming gevoelige bestemmingen
Addendum op de Nota bodembeheer Deelnemende gemeenten in regio Midden- en West Brabant projectnummer 0474495.100 30 juni 2023 revisie 01 Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
Bijlage 1 Benaming gevoelige bestemmingen • Speelterrein Basisregistratie Grootschalige Topografie. Hierin zijn selecties gemaakt naar type gebruik (Speelterrein, speelvoorziening) en type verharding van de speelterreinen (onbegroeid, begroeid, boomschors). • Speelterrein met boomschors • Speelvoorziening (onbegroeid) • Speelvoorziening (begroeid) • Scholen Basisregistratie Adressen en Gebouwen (selectie op Onderwijs), hierin zitten zowel lagere als middelbare scholen. De kaartlaag is gecombineerd met de ESRI risicokaart waarmee alleen lagere scholen (leeftijd <12 jaar) konden worden geselecteerd. Met behulp van BAG, kadastrale kaarten en BGT (erf) is steeds het terrein van de school geselecteerd waar geen gebouw op staat (dus speelplaats, parkeerterrein e.d. rondom het schoolgebouw) • Kinderopvang Landelijk Register Kinderopvang, dit zijn zowel BSO (buitenschoolse opvang) en crèches maar ook opvangouders.
Met behulp van BAG, kadastrale kaarten en BGT (erf) is steeds het terrein van de BSO/thuisopvang geselecteerd waar geen gebouw op staat (dus speelplaats, tuin, parkeerterrein rondom het gebouw) • Volkstuin CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op Volkstuinen) • Park en plantsoen CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op Park en Plantsoen) • Sportterrein CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op Sportterrein) • Verblijfsrecreatie CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op Verblijfsrecreatie) • Dagrecreatie CBS bodemgebruikskaart 2015 (selectie op (dag)recreatie) • Sport en Vrije tijd Open Street Map (Point of Interest is Sport of Vrije Tijd (uitgezonderd Nature reserve)) • Natuurgebied Open Street Map (Point of Interest is Vrije Tijd, waarde is Nature reserve)
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT E. ivar.lanting@anteagroup.nl
www.anteagroup.nl
Copyright © 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.