04d Vaststellen aangepast bestemmingsplan AANGEPAST 28-11.pdf
Tekst van het document
Hierbij wordt de richtwaarde vanuit het aspect ruimtelijke ordening overschreden, maar wordt wel voldaan aan de milieunormering (70 dB(A) in de dagperiode). In de avondperiode treedt bij deze meest ongunstige situatie een geluidniveau op van 65 dB(A) ten gevolge van een rijdende/ optrekkende personenauto. Dit vindt maximaal 6 keer plaats in de avondperiode. Hierbij wordt de richtwaarde vanuit het aspect ruimtelijke ordening overschreden, maar wordt wel voldaan aan de milieunormering (65 dB(A) in de avondperiode). In de nachtperiode treedt bij deze meest ongunstige situatie een geluidniveau op van 59 dB(A) ten gevolge van hondengeblaf vanuit het hondengebouw. Hierbij wordt de richtwaarde vanuit het aspect ruimtelijke ordening overschreden, maar wordt wel voldaan aan de milieunormering (60 dB(A) in de nachtperiode). Aangezien de overschrijdingen in het kader van ruimtelijke ordening beperkt zijn (3 á 5 dB(A)), er wel voldaan wordt aan de milieuregelgeving (Activiteitenbesluit) en er geen concrete plannen liggen om op die specifieke locatie bij Looienhoek 2 een geluidgevoelige gebouw te realiseren, is dit naar verwachting, geen belemmering om de bestemming te kunnen wijzigen. 22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
61
De geluidniveaus ten gevolge van de indirecte hinder bedragen maximaal 38 dB(A). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Ten behoeve van de beoordeling van de akoestische kwaliteit ter plaatse van het Bels lijntje (natuurgebied) zijn berekeningen opgesteld. Het betreft een 24 uursgemiddelde waarde, op 1,5 meter + maaiveld ter plaatse van het Bels lijntje. LAeq,24uur bedraagt maximaal 46 dB(A). Er is geen wettelijke geluidnorm voor dit gebied (groene schakel tussen natuurg bieden, geen stiltegebied). Maar er wordt in ieder geval voldaan aan de norm die geld voor een Natura-2000 stiltegebied van 50 dB(A). Verder zijn er geen studies of onderzoeken bekend, waarin staat dat hondengeblaf verstorend is voor dieren in een ecologische verbindingszone. Er kan worden geconcludeerd dat de akoestische kwaliteit ter plaatse van het Bels lijntje door het hondenpension redelijk tot goed is. Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd, dat er aan de normen voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden voldaan. Uit oogpunt van de ruimtelijke ordening kan het akoestisch klimaat ten gevolge van de gewenste bedrijfsactiviteiten met honden op de locatie Looienhoek 1 te Riel, zowel binnen als buiten de woningen rondom de inrichting als redelijk tot goed betiteld kan worden. Uit akoestisch oogpunt is er dus geen belemmering om de huidige bestemming te wijzigen.
5.4
Luchtkwaliteit Algemeen
Het beleid en de regelgeving over luchtkwaliteit hebben tot doel om mensen te beschermen tegen de gezondheidseffecten van luchtverontreiniging. Ze bevatten luchtkwaliteitsnormen voor verschillende stoffen. Ruimtelijke plannen met mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit dienen getoetst te worden aan afdeling 5.2 van de Wet milieubeheer. Deze wet bevat grenswaarden voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de buitenlucht. In Nederland zijn de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Overschrijding van de grenswaarden van andere stoffen komt bijna niet voor. De wet maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten verslechteren de luchtkwaliteit niet ‘in betekende mate’ (NIBM). Deze projecten hoeven niet meer beoordeeld te worden op luchtkwaliteit. Ze zijn namelijk zo klein dat ze geen wezenlijke invloed hebben op de luchtkwaliteit. Er is geen belemmering als een klein project niet of nauwelijks bijdraagt aan luchtverontreiniging, óók niet in overschrijdingsgebieden (gebieden met teveel luchtvervuiling). De ministeriële Regeling NIBM geeft aan in welke gevallen een nieuw project in ieder geval een NIBM-project is.
Dit is bijvoorbeeld het geval als er minder dan 500 woningen worden gebouwd bij minimaal één ontsluitingsweg, of minder dan 1.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.
Verantwoording
Het bestemmingswijziging en de verkeer aantrekkende werking als gevolg daarvan zal niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en NO2 uit de Wet Luchtkwaliteit. Indien het aantal voertuigbewegingen per dag meer bedraagt dan 50 wordt in het kader van zorgvuldigheid wel geadviseerd de verslechtering van de luchtkwaliteit inzichtelijk te maken. Dit is echter niet aan de orde, zo blijkt uit het
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
62
akoestisch onderzoek. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk aangezien het project niet in betekenende mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Door het vervallen van de agrarische bedrijfsactiviteiten en de daarmee samenhangende verkeersbewegingen mag zelfs een verbetering verwacht worden. In de Wet luchtkwaliteit is geen omgekeerde werking opgenomen.
5.5
Externe veiligheid Algemeen
Het wettelijke kader voor externe veiligheid bestaat onder meer uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (CRnvgs) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Externe veiligheid gaat over risicobronnen (bedrijven of transportroutes) en risicoontvangers (personen of objecten die risico lopen). Om voldoende ruimte te scheppen tussen risicobronnen en de personen of objecten die risico lopen (kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Bij risicovolle inrichtingen en leidingen gelden wettelijke afstanden, voor vervoer van gevaarlijke stoffen is dat voorlopig nog niet het geval. Wat betreft de risico-ontvangers maakt de wetgeving onderscheid in kwetsbare objecten en beperkt kwetsbare objecten. Deze begrippen zijn gedefinieerd in het Bevi. Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De kans heeft betrekking op iemand die continu op die plaats aanwezig is. Het PR kan weergegeven worden met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.
Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt meestal begrensd door de 1% letaliteitsgrens. Dit is de afstand waarop niet meer dan 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen.
Verantwoording Volgens de Risicokaart van de provincie bevinden zich in de omgeving geen bedrijven of inrichtingen met een extern veiligheidsrisico die belemmering vormen voor de oprichting van een dierenpension. Evenmin vindt er in de omgeving van het plangebied vervoer plaats van gevaarlijke stoffen die vallen onder de werkingsfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI). Ten zuidoosten van het plangebied is een inrichting waar een bovengrondse propaantank van 3 m3. Voor deze tank geldt een veiligheidsafstand van 10 meter. Aan deze afstand wordt ruimschoots voldaan. Ten noorden van het plangebied ligt een tweetal gastransportleidingen van de Gasunie. Voor ruimtelijke plannen in de omgeving van leidingen met vervoer van gevaarlijke stoffen is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
63
De leidingen hebben een werkdruk van 66,2 bar en hebben een diameter van respectievelijk 24 en 35 inch. Het plangebied valt buiten het invloedsgebied van de leidingen en bovendien wordt er geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die voorziet in de vestiging van kwetsbare groepen. Het plangebied ligt op een afstand van 260 meter van deze leidingen. Het groepsrisico is niet aan de orde.
Gasunie leidingen
Propaantank 3 m3
Figuur 12 : Uitsnede Risicokaart Noord-Brabant
5.6
Bedrijven en milieuzonering Algemeen
Een goede ruimtelijke ordening voorkomt hinder en gevaar. Dit kan door voldoende afstand te houden tussen milieubelastende activiteiten van bedrijven en gevoelige functies, zoals woningen. Het doel van milieuzonering is om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Daarnaast kan milieuzonering bedrijven voldoende zekerheid bieden om hun activiteiten duurzaam uit te kunnen voeren. De handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft richtafstanden om de milieuzonering van bedrijven te kunnen bepalen.
Verantwoording
Het plan ziet op het omzetten van de bestemming Agrarisch Bedrijf naar de bestemming Agrarisch verwant bedrijf, in de vorm van een dierenpension. Dit leidt niet tot de oprichting van nieuwe gevoelige functies (woningen). In relatie tot gevoelige objecten in de omgeving dient bekeken te worden of er voldoende afstand wordt gehouden tussen het bedrijf en woningen en andere milieugevoelige objecten in de omgeving.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
64
In de bijlage is in een afzonderlijke notitie ingegaan op de inpassing van het dierenpension in de omgeving, aan de hand van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. Op basis van de bevindingen uit de toets aan de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering kan het volgende geconcludeerd worden: - Een gemiddeld modern dierenpension is een bedrijf in milieucategorie 3.2 met een grootste afstand van 100 meter voor geluid; - De omgeving Looienhoek is te typeren als omgevingstype gemengd gebied; - In gemengd gebied kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen voor een specifieke bedrijfsituatie. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. - Uit het uitgevoerde akoestische onderzoek blijkt dat met het plan Looienhoek 1 voldaan kan worden aan geluidnormen naar de omgeving (bedrijfsactiviteiten en verkeer); - De overige aspecten geur, stof en gevaar zijn in deze niet relevant. Op basis van deze bevindingen wordt geconcludeerd dat een dierenpension inpasbaar is in de omgeving op basis van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering. Daarmee is een goed leefklimaat ter plaatse van de woningen geborgd. De effecten met betrekking tot verkeersbewegingen zijn in paragraaf 4.4 reeds behandeld.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
65
6 6.1
WATERPARAGRAAF
Beleid Waterwet
Op 22 december 2009 trad de Waterwet in werking. De Waterwet heeft gezorgd voor een ingrijpende bundeling van waterwetgeving. Met de inwerkingtreding van deze wet is tevens de Watervergunning van kracht geworden. Een watervergunning van het waterschap Aa en Maas als waterbeheerder is nodig voor het gebruikmaken van een oppervlaktewaterlichaam of bijbehorende beschermingszones door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen.
Provincie Noord-Brabant
Het beleid van de provincie Noord-Brabant richt zich op het bereiken en in stand houden van watersystemen die ruimte bieden aan een gezond leefmilieu voor mens, dier en plant. Daarbij zijn economische en ecologische ontwikkelingen met elkaar in evenwicht en is het hebben en houden van een veilige en bewoonbare provincie een randvoorwaarde. Dit beleid is vertaald in de Verordening ruimte Noord-Brabant. In de themakaart ‘water’ van de Verordening ruimte is de locatie niet gelegen binnen speciale zoneringen.
Watertoets
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) verplicht een watertoets voor ruimtelijke plannen waarin waterbelangen spelen. De watertoets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is het evenwichtig meewegen van de waterbelangen in het ruimtelijke planvormingsproces om te komen tot een veilig, gezond en duurzaam watersysteem. Zowel kwantiteit als kwaliteit zijn daarbij belangrijk. Het benutten van kansen en het combineren van functies wordt hierbij nagestreefd.
Waterschap Brabantse Delta
Waterschap Brabantse Delta is de beheerder van zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater in de omgeving van het plangebied. Het waterbeheer is gericht op het duurzaam beheren van het watersysteem, waarbij uitgegaan wordt van een watersysteembenadering. In het Waterbeheerplan beschrijft het waterschap de hoofdlijnen van haar beleid uitgewerkt in verschillende thema’s. Waterberging en bescherming van de Natura 2000 – gebieden zijn de belangrijkste prioriteiten die in dit waterbeheerplan genoemd worden. De regels hieromtrent zijn nader uitgewerkt in de keur van het waterschap. Deze keur is recentelijk vernieuwd en geldt per 1 maart 2015 voor alle Brabantse waterschappen Binnen de Keur is onderhavige locatie niet gelegen binnen bijzondere of beschermde gebieden. De uitvoering van het beleid is opgesteld in zowel de Beleidsregels behorend bij de Keur 2015 als de Algemene Regels. In respectievelijk artikel 13 en 15 zijn de regels met betrekking tot de afvoer van het hemelwater opgenomen. Hierbij is aangegeven dat er enkel compensatie nodig is zodra sprake is van een toename van afgekoppeld verhard oppervlakte, met meer dan 2.000 m², of er sprake is van een totaal aan afgekoppeld verhard oppervlak van 10.000 m².
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
66
Tevens dienen voor alle waterhuishoudkundige werken waarvoor op grond van de Keur ontheffing noodzakelijk is, dit aangevraagd te worden bij het Waterschap. De bouw van de woningen dient te gebeuren binnen de kaders van het duurzaam omgaan met water en de beleiduitgangspunten van het waterschap. Hiervoor wordt in paragraaf 6.4 een nadere afweging gemaakt.
6.2
Waterhuishoudkundige situatie Riel ligt binnen het stroomgebied van de Lei. De locatie is gesitueerd in een infiltratiegebied. In de directe omgeving bevinden zich geen waterwingebieden of grondwaterbeschermingsgebieden. Ten oosten van het plangebied ligt een A-watergang die in oostelijke richting afwatert op de Lei. De omgeving is aangesloten op drukriolering. De bodem bestaat zand (hoge bruine enkeerdgrond, zEZ23). Gezien de gemiddeld hoogste grondwaterstand (80-120 cm –mv) kan geconcludeerd worden dat er voldoende drooglegging is en de bodem in principe geschikt is voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.
Figuur 13 : uitsnede Legger Waterschap Brabantse Delta
6.3
Beoogde ruimtelijke ontwikkeling Uit een vergelijking van de nieuwe situatie met de bestaande situatie, kan de toec.q. afname van de hoeveelheid verhard oppervlak berekend worden. De herbestemming vindt plaats binnen de bestaande bebouwing. De hoeveelheid verhard oppervlak (gebouwen, erfverharding) blijft derhalve ongewijzigd.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
67
6.4
Afweging met betrekking tot wateraspecten Scheiding van vuil water en schoon hemelwater
De locatie is aangesloten op het drukrioleringstelsel. Hierop wordt het huishoudelijke afvalwater geloosd. Voor het overige wordt er uit de inrichting enkel niet-verontreinigd hemelwater geloosd. Dit hemelwater is afkomstig van regenwater dat op de daken en erfverharding valt. Dit hemelwater wordt door middel van afschot van daken en erfverharding en kolkjes geloosd op omliggende perceelsloten en gronden. Daarmee wordt het vuile water en het schone hemelwater gescheiden. Bij nieuwbouw geldt de verplichting om het schone hemelwater van de verharde oppervlaktes op eigen terrein te infiltreren/bergen. Hieraan zal invulling gegeven worden.
Afweging hergebruik-infiltratie-berging-afvoer
Hergebruik van schoon hemelwater in de woonomgeving is beperkt mogelijk in de vorm van opvang van regenwater voor bijvoorbeeld het sproeien van de tuin. In de huidige situatie wordt het hemelwater via oppervlakkige afvloeiing afgevoerd naar de omliggende bermsloten. Voor de nieuwe woningen zal een oplossing gezocht worden in de vorm van (beperkt) hergebruik en bovengrondse infiltratie door oppervlakkige afvloeiing.
Hydrologisch neutraal ontwikkelen
De drie Brabantse waterschappen (Aa & Maas; De Dommel; Brabantse Delta) hebben sinds 1 maart 2015 dezelfde beleidsuitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Bij toename van verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat de plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal uitgevoerd moeten worden wat betekent dat voorkomen moet worden dat als gevolg van de uitbreiding versneld op het watersysteem wordt geloosd. In dit geval is er geen sprake van toename van verhard oppervlak. De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande bebouwing. Er worden derhalve geen eisen gesteld aan retentie. Wel is van belang dat het hemelwater, wordt opgevangen en niet wordt afgevoerd op het riool of direct op het primaire watersysteem. De afvoer van regenwater verloopt via oppervlakkige afvloeiing naar de eigen tuin en naar de perceelsranden. In geval van zeer extreme situaties zal dan de eigen tuin onderlopen en afvloeien naar de naastgelegen onbebouwde agrarische gronden. Daarmee ontstaat er geen overlast voor derden.
Voorkomen van vervuiling
Verder is van belang dat bij de uiteindelijke uitvoering van de bouwplannen aandacht besteed zal worden aan het materiaalgebruik. Dit ter bescherming van de bodem en het grond- en oppervlaktewatersysteem. Daarom zal zoveel mogelijk gebruik gemaakt worden van bouwmaterialen die niet uitlogen of uitspoelen.
Wateroverlastvrij bestemmen
Gezien de situering van het perceel en de grondwaterstanden valt het plangebied niet in een mogelijk overstromingsgebied. Wateroverlast is dan ook niet aannemelijk.
Waterschapsbelangen
Met dit plan zijn er geen directe waterschapsbelangen in het geding.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
68
6.5
Overleg Waterschap De waterparagraaf wordt in het kader van het vooroverleg voor advies en ter beoordeling voorgelegd aan het Waterschap.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
69
7 7.1
UITVOERBAARHEID
Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het kader van de openbare voorbereidingsprocedure wordt het plan in procedure gebracht en is er voor eenieder de gelegenheid om kennis te nemen van het plan. In het kader van deze procedure bestaat er de mogelijkheid om op de plannen te reageren via de gangbare bezwaar- en beroepsprocedures. Aangenomen mag worden dat de beoogde functiewijziging van agrarisch naar wonen, en het vervallen van de geurcontour over een deel van de omgeving, maatschappelijk draagvlak heeft. Het college is bij de voorbereiding van het bestemmingsplan niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen.
7.2
Economische uitvoerbaarheid Het plan zal geheel in particuliere handen uitgevoerd worden. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden.
7.3
Grondexploitatie Op grond van artikel 6.12 Wro is de gemeente verplicht een exploitatieplan vast te stellen bij bouwplannen, zoals vastgelegd in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op grond van artikel 6.12, lid 2 Wro kan de gemeente besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Tussen gemeente en de initiatiefnemer wordt daartoe een zogenaamde anterieure overeenkomst inzake de grondexploitatie gesloten. In deze overeenkomst zijn bepalingen over onder meer de plankosten, grondexploitatie, landschappelijke inpassing, civieltechnische kosten en planschade tussen gemeente en initiatiefnemer opgenomen. Tussen gemeente en initiatiefnemer is een planschade overeenkomst afgesloten waarbij initiatiefnemer zich borg stelt voor eventuele planschade. Met deze overeenkomst is het verhaal van de kosten van grondexploitatie voldoende verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan vastgesteld te worden.
7.4
Conclusie Er is sprake van een uitvoerbaar plan omwille van de volgende redenen: - tussen gemeente en initiatiefnemer is een planschade overeenkomst afgesloten, waarin door initiatiefnemer eventuele planschade voor zijn rekening zal worden genomen; - de kosten voor uitvoering van het plan komen voor rekening van de initiatiefnemer; - de gronden waarop de bestemmingswijziging ziet zijn in eigendom van initiatiefnemer; - er is niets gebleken van reële financiële, planologische of maatschappelijke belemmeringen.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
70
8 8.1
JURIDISCHE PLANOPZET
Uitgangspunten Het bestemmingsplan kan, afhankelijk van het gevoerde beleid van de gemeente een meer of minder globaal karakter dragen. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een planologisch-juridische regeling gegeven voor de beoogde ontwikkeling van het plangebied. Daarbij is aangesloten op de regeling in het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied. De planregels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012.
8.2
De gekozen bestemmingen Aan het plangebied worden de volgende bestemmingen toegekend: - Bedrijf - Dierenpension - Agrarisch Bedrijf - Dierenpension Deze bestemming is van toepassing op het perceelsgedeelte van het voormalige agrarische bouwvlak. Ter plaatse van deze bestemming is een dierenpension toegestaan. Agrarisch Deze bestemming betreft het perceelsgedeelte ten westen van het dierenpension waar het uitloopveld voor de honden komt. De agrarische bestemming van de gronden blijven gehandhaafd. Door middel van een functie-aanduiding ‘uitloopveld honden’ mogen deze gronden tevens gebruikt worden voor het dierenpension. Op deze gronden mag niet gebouwd worden. Wel mag het perceel omheind worden. Dubbelbestemmingen en functie-aanduidingen Verder zijn op de verbeelding de dubbelbestemmingen en aanduidingen opgenomen zoals die op basis van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied gelden. Deze dubbelbestemmingen zijn in de regels van een regeling voorzien conform het vigerende bestemmingsplan.
Op de gronden zijn de volgende dubbelbestemmingen/aanduidingen van toepassing: - Waarde – Archeologie - Gemeentelijk monument - Specifieke vorm van bedrijf – ontsluiting - Specifieke vorm van bedrijf - parkeerplaats Middels de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – ontsluiting’ wordt geborgd dat ter plaatse van deze aanduiding uitsluitend gebruik als ontsluiting van het erf is toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – parkeerplaats’ wordt geborgd dat ter plaatse van deze aanduiding uitsluitend mag worden geparkeerd en dat parkeren voor bezoekers met honden wordt uitgesloten. Voorwaardelijke bepalingen Teneinde zeker te stellen dat een aantal ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd worden die bepalend zijn voor de planopzet, zijn in de regels voorwaardelijke bepalingen opgenomen. Daarbij gaat het om de volgende zaken: - Landschappelijke inpassing (conform inrichtingsplan).
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
71
9 9.1
DE PROCEDURE
Vooroverleg In het kader van het vooroverleg wordt het plan aangeboden aan de provincie Noord-Brabant en het Waterschap Brabantse Delta.
9.2
Te volgen procedure Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan een ieder een zienswijze indienen. De eventuele zienswijzen zullen beoordeeld worden en aanvullend in dit bestemmingsplan worden opgenomen.
9.3
Beroep bij de Raad van State en toegepaste bestuurlijke lus Bij besluit van 18 februari 2020 heeft de raad van de gemeente Goirle het voorliggende bestemmingsplan vastgesteld. Tegen het besluit voor vaststelling van het bestemmingsplan is een beroep ingesteld bij de Raad van State. De Raad van State heeft naar aanleiding van dit beroep op 6 juli 2022 een tussenuitspraak gedaan (uitspraak 202002631/1/R2). In de tussenuitspraak van de Raad van State wordt de indiener van het beroep voor een deel in het gelijk gesteld, waardoor een aanpassing van het voorliggend bestemmingsplan nodig is. De Raad van State heeft geoordeeld dat de gebreken in het voorliggende bestemmingsplan met toepassing van een bestuurlijke lus in het genomen besluit kunnen worden hersteld. Om de gebreken in het bestemmingsplan te herstellen heeft de Raad van State in de uitspraak geoordeeld dat het voorliggend plan op de onderdelen 3.4, 3.5, 4.3 en 6.3 uit de uitspraak dient te worden aangepast. Concreet gaat het daarbij om het volgende: Het plan voldoet niet aan de voorwaarde dat een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel voorziet.
Weliswaar heeft de gemeenteraad in de plantoelichting aandacht besteed aan de vestiging van het dierenpension in relatie tot de omgeving, maar er is niet gebleken dat de gemeenteraad de aspecten die in de betreffende voorwaarde zijn genoemd daarbij ook heeft betrokken, waaronder de bijdrage aan het versterken van de omgevingskwaliteit en het leveren van een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. In het plan zijn geen regels gesteld die voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de EVZ, dan wel is gemotiveerd dat het gebied hiervoor minder geschikt wordt. Het plan is in dit opzicht strijdig met artikel 3.25 van de IOV. Artikel 4.4.2, aanhef en onder b, van de planregels verwijst ten onrechte naar de geluidrapportage van 7 september 2018, in plaats van de rappor-
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
72
-
tage van 18 juni 2019. In die rapportage zijn de te treffen maatregelen opgenomen in de paragraven 4.2.1 t/m 4.2.4. Het bestemmingsplan is in zoverre onzorgvuldig voorbereid. Artikel 4.4.3, aanhef en onder c, van de planregels verwijst naar de pagina’s 6 en 7 van het akoestisch rapport (Hoofdstuk 3, onder uitgangspunten pension). In het rapport van 18 juni 2019 zijn de uitgangpunten pension opgenomen op de pagina’s 7 en 8. Ook in zoverre is het bestemmingsplan onzorgvuldig voorbereid.
Op basis van het voorgaande heeft uitvoerig overleg met de provincie Noord-Brabant plaatsgevonden met betrekking tot hoe de gewenste ontwikkeling zich verhoudt tot de huidig geldende Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Met de provincie is overeengekomen dat de voorgenomen ontwikkeling passend is binnen de Interim Omgevingsverordening wanneer gelijktijdig toepassing wordt gegeven aan artikel 3.71 en artikel 3.73 (niet-agrarische functie) dan wel artikel 3.60 en 3.61 (agrarisch verwante functie). Tevens is met de provincie overleg gevoerd met betrekking tot de ecologische verbindingszone. Eveneens in overleg met de provincie is besloten de parkeervoorziening buiten de ecologische verbindingszone te laten. Tevens is gemotiveerd dat de voorgenomen ontwikkeling de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone niet beperkt. In goed overleg met de provincie zijn de voorgenomen wijzigingen in het plan verwerkt. Deze zijn als volgt: In het voorliggend plan is paragraaf 3.1.3 toegevoegd, waarin een zeer uitgebreide toetsing aan de huidig geldende Interim Omgevingsverordening is uitgevoerd.
Er is daarmee in voldoende mate aantoonbaar dat sprake is van een bestaand bouwperceel wanneer de bepalingen voor vestiging van een niet-agrarische functie dan wel agrarisch verwante functie gelijktijdig worden toegepast met de bepalingen voor uitbreiding van een niet-agrarische functie dan wel agrarisch verwante functie. Tevens is hierin een afweging gemaakt van de aspecten die in deze bepalingen zijn genoemd, waaronder de bijdrage aan het versterken van de omgevingskwaliteit en het leveren van een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Er is een uitgebreide motivatie opgenomen met betrekking tot de ecologische verbindingszone, waarin is gemotiveerd dat het gebied met de voorgenomen ontwikkeling niet minder geschikt wordt voor het verwezenlijken, het behouden en/of het beheren van de ecologische verbindingszone. Deze motivatie is eveneens opgenomen in de nieuw toegevoegde paragraaf 3.1.3. De voormalige paragraaf 3.1.3 is opnieuw genummerd naar paragraaf 3.1.4. Tevens is in overleg met de provincie bepaald dat de kwaliteitsverbetering van het landschap opnieuw berekend moet worden omdat volgens de provincie sprake is van een ontwikkeling in categorie 3 vanuit de werkafspraken kwaliteitsverbetering landschap Hart van Brabant die de gemeente Goirle hanteert. De paragraaf is hierop aangepast.
De planregels zijn aangepast in die zin dat de in artikel 4.4.2 en 4.4.3 opgenomen verwijzingen naar het akoestisch rapport naar de juiste versie en pagina’s verwijzen. De verbeelding is in overeenstemming gebracht met de voorgenomen wijzigingen, waarbij het bestemmingsvlak voor de bestemming ‘Bedrijf’ is aangepast, zodat het parkeerterrein en de daarbij behorende toegang/inrit hier binnen gelegen zijn.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
73
Verder hebben ten behoeve van de voorgenomen bedrijfsvoering nog enkele wijzigingen plaatsgevonden in het plan. Deze zijn als volgt: Het akoestisch onderzoek is aangepast naar aanleiding van het gebruik van de gewenste parkeerplaats aan de noordzijde van het perceel. Hierbij is de geluidbelasting door het gebruik van de parkeerplaats op de omliggende woningen berekend. De ontsluiting van het erf is op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – ontsluiting’. Vervolgens is in de planregels behorende bij dit plan geborgd dat deze ontsluiting uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de ontsluiting van het erf en niet voor overige bedrijfsdoeleinden. De parkeervoorziening aan de noordzijde van het perceel is voorzien van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – parkeerplaats’. In de planregels behorende bij dit plan is vervolgens geborgd dat deze parkeervoorziening uitsluitend mag worden gebruikt voor het parkeren ten behoeve van het bedrijf. Daarbij is als aanvullende bepaling opgenomen dat bezoekers die het bedrijf met honden betreden geen gebruik mogen maken van deze parkeervoorziening, om eventueel piekgeluid naar de naastgelegen woning te beperken.
Met de voornoemde wijzigingen is een nieuw besluit genomen door de gemeenteraad voor een gewijzigde vaststelling van het voorliggende plan, waarmee toepassing is gegeven aan de bestuurlijke lus naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Raad van State.
22 november 2022
toelichting BP Looienhoek 1 Riel
74
Bijlagen bij de toelichting
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
!
#
"
!
!
$
0
)
%
*
+
&
$
)
!
'
"
(
)
,
-
.
1
2
/
3
!
>
4
!
(
5
5
!
"
?
(
$
6
4
5
7
4
!
4
!
'
8
$
<
!
@
&
A
'
B
"
9
0
!
'
:
;
<
=
&
B
C
@
&
D
/
E
5
'
"
9
!
5
/
3
F
5
!
'
5
/
G
$
8
'
!
&
J
/
$
!
"
(
"
(
!
(
0
(
<
H
<
0
A
(
'
?
&
D
<
A
0
(
?
I
(
"
!
6
4
!
K
"
%
"
K
5
"
!
C
L
&
!
(
6
!
$
$
'
M
(
'
$
;
<
/
0
1
N
/
3
!
>
4
!
(
5
5
!
"
?
(
$
6
4
5
7
4
!
4
!
'
Q
"
A
4
O
!
<
H
A
6
K
I
!
!
'
I
(
:
>
&
P
<
=
R
C
&
D
/
E
5
'
"
9
!
<
3
F
5
!
'
@
H
D
A
&
/
3
E
5
6
5
S
0
6
C
T
@
6
5
S
0
6
6
5
S
0
6
S
0
6
$
6
4
5
6
$
!
3
6
J
!
(
"
(
V
"
"
S
5
!
0
$
$
5
U
&
"
!
(
!
6
5
!
0
!
/
W
0
'
1
$
!
4
6
(
!
U
"
9
6
X
/
3
3
!
>
4
!
(
5
5
!
"
?
(
$
6
4
5
7
4
!
4
!
'
Q
$
A
5
$
C
&
!
:
>
Q
E
=
&
D
T
A
&
D
/
E
5
'
"
9
!
<
3
F
5
!
'
I
L
$
L
I
L
A
&
/
3
E
5
6
5
S
0
6
6
5
S
0
6
6
5
S
0
6
6
5
S
0
6
$
6
4
5
6
$
!
3
<
J
!
(
"
(
L
L
L
5
L
5
Q
/
/
L
0
$
$
5
U
&
"
!
(
!
6
5
!
0
0
1
Y
/
3
!
>
4
!
(
5
5
!
"
?
(
$
6
4
5
7
4
!
4
!
'
P
"
A
4
O
<
!
H
A
6
K
I
!
!
'
I
!
(
:
>
P
&
=
<
<
C
&
D
/
E
5
'
"
9
!
<
3
F
5
!
'
@
H
D
A
&
/
3
E
5
6
5
S
0
6
C
@
@
6
5
S
0
6
$
6
4
5
6
$
!
3
J
!
(
"
(
V
"
"
S
6
5
S
0
6
6
5
S
0
6
!
0
$
$
5
&
U
"
!
(
!
6
5
!
0
!
/
W
Z
)
[
-
)
-
)
X
b
'
\
c
$
,
-
]
!
,
4
6
(
!
U
"
d
9
_
6
,
.
^
^
_
,
`
)
a
,
]
,
)
a
,
e
f
g
h
i
g
3
1
j
]
j
k
j
^
l
$
5
E
5
4
!
'
!
4
5
"
(
6
0
/
0
G
<
G
D
G
C
G
R
G
/
m
,
m
8
!
'
8
!
S
j
-
0
:
8
0
,
!
:
]
j
5
r
S
S
4
6
a
)
j
)
n
j
o
p
b
q
p
_
o
p
b
2
p
p
^
,
(
N
!
6
7
S
5
"
=
K
=
:
s
=
/
t
6
:
r
'
"
S
6
!
K
!
6
"
$
'
=
3
s
3
(
!
S
0
:
u
'
4
"
S
6
!
5
S
S
6
=
:
s
=
2
2
p
B
@
A
@
2
2
p
B
@
A
@
X
Y
p
Q
@
A
@
2
N
p
P
@
A
@
o
q
p
3
$
U
&
!
w
"
'
'
!
5
"
!
5
0
:
!
!
'
v
S
6
"
:
!
E
'
!
:
S
S
l
6
6
"
"
'
(
$
S
K
S
5
$
"
'
'
=
$
6
5
=
=
3
s
$
x
W
$
(
\
)
!
6
5
.
-
!
&
%
'
6
'
S
"
j
5
!
'
$
$
&
!
,
$
6
3
:
W
'
s
s
$
S
U
M
!
!
U
#
"
'
:
"
S
(
u
:
$
'
y
'
S
"
7
S
&
$
K
6
"
4
!
S
'
!
S
!
6
=
=
=
/
:
'
t
S
6
"
$
$
'
$
'
$
6
7
6
&
$
:
9
S
6
!
'
$
'
'
$
!
9
!
'
K
"
=
$
4
!
S
6
=
!
$
(
6
S
$
u
H
6
5
!
H
:
$
&
S
!
;
'
!
S
!
6
:
6
u
$
'
(
S
S
"
6
!
&
=
6
=
3
:
!
E
5
&
>
"
>
"
!
$
!
(
S
6
5
$
!
K
'
&
4
I
:
"
>
"
!
9
!
'
(
S
6
&
5
'
S
'
K
0
"
&
"
=
S
(
'
!
=
:
s
=
/
3
9
6
J
5
!
!
y
"
!
#
!
$
!
!
3
'
6
$
'
$
6
$
:
'
y
$
!
:
u
$
'
'
:
$
F
'
S
5
'
S
6
!
:
(
S
E
S
S
6
K
K
6
6
!
'
S
6
4
K
4
"
4
L
$
&
'
=
:
6
4
"
s
L
=
=
<
=
:
s
=
3
#
"
#
$
#
S
!
'
:
(
!
y
0
&
!
S
'
6
:
K
F
S
'
6
S
"
S
(
'
6
4
=
S
6
=
3
"
J
"
s
6
4
S
6
:
$
s
=
$
&
!
5
:
:
V
:
J
!
!
;
6
,
I
4
"
z
"
$
0
S
S
{
&
S
6
%
(
$
S
'
'
&
&
!
%
!
"
,
(
6
(
S
"
K
=
=
=
6
K
I
"
0
5
$
/
<
=
$
'
(
!
6
K
I
$
'
!
I
(
!
A
G
B
G
P
G
T
G
Q
G
<
@
3
1
j
]
j
k
j
^
l
$
5
E
5
4
!
'
!
4
5
"
(
6
0
/
-
~
.
1
2
1
N
8
!
S
0
:
r
(
S
6
6
7
5
"
K
1
X
1
Y
¡
1
c
1
o
1
|
1
q
1
}
1
2
p
¢
=
/
t
6
:
s
r
'
$
"
S
6
6
!
!
"
K
!
6
!
:
"
l
$
"
'
"
=
S
(
'
"
6
=
/
3
!
G
"
$
$
5
:
£
"
S
(
!
(
"
6
'
!
!
:
(
"
l
"
"
K
$
'
5
=
=
3
$
&
8
!
!
'
w
0
"
'
:
(
!
8
:
$
5
"
0
!
6
:
5
"
"
S
S
U
v
(
!
4
'
K
!
S
6
'
S
$
S
'
=
=
=
!
6
5
!
0
2
}
2
}
<
Q
3
s
$
$
(
¥
m
5
¦
6
¤
"
)
$
'
S
§
I
%
j
&
"
!
!
I
!
&
j
.
!
$
¨
a
5
g
!
]
"
¬
©
2
<
H
h
h
ª
«
§
ª
h
§
^
A
(
'
?
&
D
<
A
0
(
?
I
/
1
J
®
W
(
!
'
U
"
!
$
j
5
:
.
U
!
"
'
\
$
)
¤
®
j
.
\
)
F
!
'
=
0
!
'
:
U
"
=
K
!
5
(
!
!
!
$
%
&
!
!
'
9
'
"
(
2
N
¯
&
!
!
'
9
'
"
(
2
N
¯
&
!
!
'
9
'
"
(
X
¯
&
!
!
'
9
'
"
(
o
¯
&
!
!
'
9
'
"
(
'
9
'
"
(
'
"
(
'
"
(
/
y
5
L
£
$
$
6
4
0
'
0
'
S
"
S
"
:
U
"
=
3
W
V
!
U
$
K
$
'
S
5
"
0
M
!
!
:
U
"
=
'
q
¯
&
2
c
¯
!
!
o
¯
&
2
p
¯
!
!
2
N
¯
!
o
¯
!
2
p
¯
&
p
p
¯
!
!
9
9
!
9
!
9
'
"
(
'
"
(
'
"
(
'
"
(
/
w
"
5
5
!
0
!
'
:
U
"
=
!
!
'
9
/
W
!
8
!
$
F
!
I
0
!
"
"
$
!
:
U
"
=
5
$
"
!
!
®
U
4
U
K
1
W
S
j
'
!
S
0
(
,
'
,
6
¤
E
®
5
I
$
j
5
I
S
,
&
,
$
$
'
5
S
&
2
!
!
'
9
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
AKOESTISCH ONDERZOEK
Looienhoek 1 te Riel Dierenpension
Datum
: 18 november 2022
Rapportnummer
: 219-RLo1-il-v3
Project
: Akoestisch onderzoek Ruimtelijke procedure Dierenpension Looienhoek 1 te Riel
Opdrachtgever
: Fam. De Bakker
Datum rapport
: 18 november 2022
Projectleider Collegiale toets
Voor akkoord: A. van der Vleuten
: Ing. A. van der Vleuten : Ir. W.A. van Aerle
Voor akkoord: W.A. van Aerle
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
1.
Inleiding
1
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Normstelling Ruimtelijke procedure, milieuzonering Activiteitenbesluit (milieu) Circulaire industrielawaai Natuurwet Algemeen
2 3 5 6 6 7
3.
Bedrijfsvoering
8
4. 4.1 4.2
Geluidbronnen bedrijf Mobiele bronnen Stationaire bronnen
10 10 12
5. 5.1 5.2 5.3
Resultaten Directe hinder (RBS) Bels lijntje (natuur) Indirecte hinder
16 16 18 19
6.
Conclusie
20
Bijlage 1 Bijlage 2a Bijlage 2b Bijlage 3a Bijlage 3b Bijlage 3c Bijlage 3d Bijlage 4
: Situatietekening : Invoergegevens directe hinder : Invoergegevens indirecte hinder : Rekenresultaten- LAr,LT : Rekenresultaten- LAmax : Rekenresultaten indirecte hinder : Rekenresultaten natuurtoets Bels lijntje : Bepaling binnenniveau hondenverblijven, productinfo dakventilator, parkeren op grind
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
1. Inleiding In verband met de wens om een dierenpension met honden te beginnen, aan de Looienhoek 1 te Riel, zou de agrarische bestemming gewijzigd moeten worden naar een bestemming waar een agrarisch verwante inrichting (hondenpension) is toegestaan. Hiervoor is aan M & A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek. Het, eerder uitgebrachte, rapport (219-RLo1-il-v1) d.d. 18 juni 2019 is aangepast. In onderhavig rapport is de parkeerplaats nabij de openbare weg bij de Looienhoek meegenomen. Verder is door de eigenaar van Looienhoek 2 een (afschermend) bijgebouw verwijderd van perceel Looienhoek 2. De akoestische modellering is daarom ten opzichte van het rapport van 2019 aangepast.
Figuur: locatie parkeerplaats
De geluidbronnen op het eigen terrein betreffen directe hinder. De voertuigen op de openbare weg betreffen indirecte hinder. Zowel de directe als de indirecte hinder dienen in het kader van een goede ruimtelijke ordening beschouwd te worden. Er zal worden getoetst aan de VNG-publicatie ‘bedrijven en milieuzonering’. Voor de bronniveaus van verschillende bronnen is gebruik gemaakt een aantal literatuur- en ervaringswaarden van bekende geluidbronnen. De belangrijkste geluidsbronnen van de inrichting zullen bestaan uit hondengeblaf en personenauto- en vrachtwagenbewegingen van o.a. bezoekers van het dierenpension. In het dierenpension zullen maximaal 45 honden gelijktijdig gehuisvest worden en ca. 20 katten. Voor het gemiddelde en maximale bronvermogen voor de honden is respectievelijk
1
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
105 en 120 dB(A) per hond aangehouden.
2
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
2. Normstelling 2.1 Ruimtelijke procedure, milieuzonering Aangesloten is bij de VNG-publicatie ‘Bedrijven en Milieuzonering’ editie 2009. Hierin wordt, onderscheiden naar omgevingstypen waarvoor een bepaalde mate van milieuhinder aanvaardbaar wordt geacht, een richtafstand tot gevoelige functies (zoals woningen) per bedrijfstype cq milieucategorie aangegeven. Regulier dient een stappenplan, zoals opgenomen in bijlage 5.3 van de publicatie en bijlage B ‘Toetsingskader’ van deze rapportage, gevolgd te worden. Onderhavige inrichting valt onder de categorie ‘Dierenasiels en -pensions’, SBI-code 9609. Deze heeft volgens lijst 1 -Activiteiten in het Groene Boekje milieucategorie 3.2. De bijbehorende richtafstand voor geluid bedraagt 100 meter (rustige woonwijk). De richtafstandenlijsten gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd, dan kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Omgevingstype In de VNG-publicatie worden richtafstanden tot woningen per bedrijfstype en omgevingstypen aangegeven.
Onderscheid wordt gemaakt tussen omgevingstype ‘rustige woonwijk’, een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding, het qua aanvaarbare milieubelasting vergelijkbare omgevingstype ‘rustig buitengebied’ en omgevingstype ‘gemengd gebied’, een gebied met een matige tot sterke functiemenging en gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. In het kader van de ruimtelijke ordening is uitgegaan van omgevingstype ‘rustige woonwijk’ . Voor de beschouwing van de mogelijke milieuhinder is de omgeving te vergelijken met omgevingstype ‘rustig buitengebied’. Richtafstanden De richtafstand behorende bij milieucategorie 3.2 bedraagt voor omgevingstype ‘rustige woonwijk’ 100 meter. Geluidonderzoek en bijbehorende grenswaarden De VNG-publicatie maakt onderscheid in een beoordeling van 1) de gemiddelde en maximale geluidniveaus ten gevolge van activiteiten op eigen terrein, en 2) de gemiddelde geluidniveaus ten gevolge van activiteiten buiten eigen terrein c.q. ten gevolge van de verkeersaantrekkende werking.
3
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
Activiteiten op eigen terrein De geluidniveaus ter plaatse van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘rustige woonwijk’ mogen niet meer bedragen dan: C 45 dB(A) etmaalwaarde voor (langtijd)gemiddelde beoordelingsniveaus o 45 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 40 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 35 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur C 65 dB(A) etmaalwaarde voor maximale geluidniveaus (piekgeluiden) o 65 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 60 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 55 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur Activiteiten buiten eigen terrein De geluidniveaus ter plaatse van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype ‘rustige woonwijk’ mogen niet meer bedragen dan: C 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van verkeersaantrekkende werking o 50 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 45 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 40 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur
4
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
2.2 Activiteitenbesluit (milieu) Een dierenpension valt onder de werksfeer van het Activiteitenbesluit. Voor het toetsingskader wordt aangesloten bij de geluideisen, zoals vermeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (‘Activiteitenbesluit’). Deze eisen, die gesteld worden aan de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus en de geluidbelastingen als gevolg van piekniveaus op de gevels van geluidgevoelige gebouwen, zijn overeenkomstig artikel 2.17 van bovengenoemd Besluit. Deze eisen zijn, als volgt: Voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten, geldt o.a. dat: • de niveaus op de in onderstaande tabel 2.1 genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.1 Geluideisen conform Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer Dag 7.00 - 19.00 uur
•
Avond 19.00 - 23.00 uur
Nacht 23.00 - 7.00 uur
LAr,LT op de gevel van geluidgevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
Piekniveau op de gevel van geluidgevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
Piekniveau in in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.1 opgenomen piekniveaus zijn niet van toepassing op het laden en lossen.
De controle op en berekening van de in de voorschriften opgenomen geluidsgrenswaarden dient te geschieden overeenkomstig de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai" uitgave 1999.
5
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
Er bestaat de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften op te stellen. Er is voor de normering gezien de woonomgeving, conform milieu, uitgegaan van rustige woonwijk, weinig verkeer, zoals omschreven in de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening: C 45 dB(A) etmaalwaarde voor (langtijd)gemiddelde beoordelingsniveaus o 45 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 40 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 35 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur C 65 dB(A) etmaalwaarde voor maximale geluidniveaus (piekgeluiden) o 65 dB(A) in de periode tussen 7:00 en 19:00 uur o 60 dB(A) in de periode tussen 19:00 en 23:00 uur o 55 dB(A) in de periode tussen 23:00 en 7:00 uur 2.3. Circulaire indirecte hinder Door het ministerie van VROM aan gemeenten en provincies een circulaire opgesteld met regels voor de beoordeling van de geluidshinder veroorzaakt door wegverkeer van en naar een inrichting. Conform recente jurisprudentie dient deze vorm van geluidhinder beoordeeld te worden conform de ‘Industrielawaaimethode’. Conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening van 21 oktober 1998 geldt voor de indirecte hinder ten gevolge van het aan- en afrijdend verkeer een beperking van de reikwijdte van de milieuvergunning tot die afstand, waarbinnen de herkomst van het verkeer in alle redelijkheid kan worden teruggevoerd op de aanwezigheid van de inrichting. 2.4.
Natuurwet Aan de westzijde van het dierenpension bevindt zich het Belslijntje, dat is aangewezen als ecologische verbindingszone (EVZ) van het natuurnetwerk Brabant. Het betreft een groene schakel, welke natuurgebieden verbindt. Het betreft géén natura-2000 stiltegebied, zoals bedoeld in de provinciale milieuverordening Noord-Brabant. Er is dan ook geen sprake van een wettelijke geluidnormering. Om toch iets te kunnen aangeven over de akoestische kwaliteit ter plaatse van het Belslijntje, zou gekeken kunnen worden naar de geluidnormering voor natura-2000 stiltegebieden, zoals opgenomen in de provinciale milieuverordening Noord-Brabant. Hierin staat, conform art. 5.2.7 lid 4 het volgende: • Als richtwaarde voor de geluidbelasting vanwege een inrichting gelegen buiten een stiltegebied op minder dan 50 m van het stiltegebied geldt een geluidsniveau van 50 dB(A) LAeq,24 uur , 24 uur, op 1,5 meter hoogte, op een afstand van 50 meter vanaf de grens van de inrichting.
6
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
2.5. Algemeen Er dient uit gegaan te worden van de maximaal planologische mogelijkheden. Ten aanzien van de locatie Akkerweg 2, waar zich een kinderopvang bevindt, is uitgegaan van de mogelijkheden om op dat terrein een bedrijfswoning op te richten. Hiervoor zijn enkele fictieve woningen opgenomen in het akoestisch model. Verder is rekening gehouden met de maximale mogelijkheden van de omliggende woonbestemmingen. In de bouwvoorschriften in bestemmingsplan staat het volgende: • De afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd mag niet minder bedragen dan 15 m, indien de bestaande afstand reeds minder bedraagt geldt deze afstand als minimale afstand tot de as van de weg. • De afstand tot de perceelsgrenzen mag niet minder bedragen dan 2 m. Op de uiterste, maatgevende locaties, waar in de toekomst woningen opgericht zouden mogen worden conform het bestemmingsplan, zijn rekenpunten opgenomen in het geluidmodel. Op geluidgevoelige bestemmingen, waar het hondengeblaf van de inrichting herkenbaar is, dient vanwege het intermitterende karakter van blaffen een strafcorrectie van 5 dB(A) aangehouden te worden op de langtijdgemiddeld beoordelingsniveaus (conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai). Verder is rekening gehouden met piekgeluiden in de dagperiode ten gevolge van laad- en losgerelateerde geluidbronnen (bijv. een optrekkende vrachtwagen).
In de milieuregelgeving mogen die specifieke bronnen worden uitgesloten van toetsing aan de normen.
7
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
3. Bedrijfsvoering Het bedrijf wil zich bezig gaan houden met de tijdelijke huisvesting van honden en katten (dierenpension). Hiervoor zijn op het terrein van de inrichting huisvestinggebouwen voor honden en katten aanwezig, waarin totaal maximaal 45 honden gelijktijdig kunnen worden gehuisvest. Verder is er een bedrijfswoning aanwezig (Looienhoek 1). Uitgangspunten pension: C Op het terrein van de inrichting zijn de personenautobewegingen van bezoekers van het honden- en kattenpension en dierenarts relevant. Het halen en brengen van de dieren geschiedt in de dagperiode. Er is uitgegaan van: Route P1 (honden) 15 auto’s, welke heen en terug rijden (30 bewegingen). Verder is het mogelijk dat er in de avondperiode 3 auto’s heen- en terug rijden (6 bewegingen). Route P2 (zonder honden) 7 auto’s, welke heen en terug rijden (30 bewegingen). Verder is het mogelijk dat er in de avondperiode 1 auto’s heen- en terug rijden (6 bewegingen). C
Het voer voor de honden en katten wordt geleverd met een auto en het lossen geschiedt handmatig.
C
De honden worden uitsluitend in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur) buitengelaten in de uitlooprennen / veld (elke hond maximaal 2 uur). Voor de uitlooprennen / velden is de maximaal mogelijke planologische situatie in kaart gebracht. C maximaal 25 honden in het veld ten westen van de gebouwen (bronnen H1 t/m H8); C maximaal 20 honden in uitlooprennen/ strook ten zuiden van het huisvestinggebouw (bronnen H9 en H10);
Overzicht locaties honden
8
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
De honden worden uitsluitend in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur) uitgelaten in de hondenweiden. Verder komen de honden niet buiten. Voor de hondenweiden is als uitgangspunt gehanteerd dat er in totaal maximaal ‘90 uur’ honden buiten verblijven in de dagperiode. Ter verduidelijking, dit betekent dat bijvoorbeeld 45 honden, 2 uur per hond in de buitenweiden kunnen verblijven in de dagperiode. Er worden maximaal 25 honden in de buitenweiden aan de westzijde van het hondengebouw uitgelaten (elk 2 uur). Dit is gemodelleerd middels 8 bronnen (hond H1 t/m H8). Ter plaatse van het gedeelte aan de zuidzijde van het gebouw worden maximaal 20 honden buiten gelaten. Dit is gemodelleerd middels 2 bronnen (H9 en H10). De blaftijd bedraagt 5% hiervan. C
De ‘buitenzijde’ van de uitlooprennen wordt over de volledige hoogte van 1,5 meter akoestisch afgesloten (gesloten en een minimale massa van 10 kg/m2). De uitlooprennen zijn verder afgeschermd met gaaswerk.
C
De overige tijd verblijven de honden in de binnenverblijven. Er is uitgegaan van (worstcase): Dagperiode: 12 uur Avondperiode: 4 uur Nachtperiode: 8 uur
C
De hondenpoep wordt met het overige afval afgevoerd. Uitgangspunt is maximaal één vrachtwagen op een dag, welke heen en terugrijdt in de dagperiode.
C
Er komt een ventilator in het hondengebouw ten behoeve van de ventilatie.
Alle overige, niet specifiek genoemde geluidbronnen, zijn akoestisch niet relevant. Samenvatting -representatieve bedrijfssituatie-: Binnen de inrichting vinden de volgende geluidproducerende activiteiten plaats: C Honden buiten (buitenweiden) C Honden in binnenverblijven C Ventilator C Personenauto’s (halen en brengen dieren / dierenarts) C Vrachtwagenbeweging
9
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
4. Geluidsbronnen bedrijf 4.1. Mobiele bronnen Personenauto’s Binnen de inrichting vinden een aantal personenautobewegingen plaats die betrekking hebben op het halen/brengen van een hond of kat of de dierenarts. Route tot nabij pension (P1) De rijroute, voor de rijbewegingen van auto’s met honden, zijn in het akoestisch model ingevoerd als een mobiele rijlijn route P1. • 30 heen- of terugbewegingen in de dagperiode • 6 heen- of terugbewegingen in de avondperiode Voor de personenauto’s (mobiele route P1) wordt in de berekeningen een langtijdgemiddeld en maximaal bronvermogen gehanteerd van respectievelijk 90 en 95 dB(A). Voor de rijbewegingen de personenauto’s is een rijsnelheid van 40 km/h aangehouden. Route naar parkeerplaats voor bij de Looienhoek (P2) De rijroute, voor de rijbewegingen van auto’s zonder honden, zijn in het akoestisch model ingevoerd als een mobiele rijlijn (route P2). • 14 heen- of terugbewegingen in de dagperiode • 2 heen- of terugbewegingen in de avondperiode Voor de personenauto’s (mobiele route P2) van de parkerende auto’s, rijdend op grind, wordt in de berekeningen een langtijdgemiddeld en maximaal bronvermogen gehanteerd van respectievelijk 91 en 95 dB(A). Onder dit maximale bronvermogen van 95 dB(A) valt o.a. het dichtslaan van autoportieren. Voor de rijbewegingen de personenauto’s op de parkeerplaats is een rijsnelheid van 10 km/h aangehouden.
Deze snelheid is een gemiddelde snelheid en deze zal in werkelijkheid voor het achteruit rijdend verkeer lager zijn en voor het vooruit rijdend verkeer hoger. Vrachtwagen Ten behoeve van het leveren van producten/ afvoer afval vinden er enkele bewegingen plaats met een vrachtwagen. De rijroute, voor de rijbewegingen van de vrachtwagens, zijn in het akoestisch model ingevoerd als een mobiele rijlijn (route Vr). • 2 heen- en terugbewegingen in de dagperiode (1 vrachtwagen heen en terug) Dit is het maximaal aantal bewegingen dat op één dag voorkomt. Voor de vrachtwagen (mobiele route Vr) wordt in de berekeningen een langtijdgemiddeld en maximaal bronvermogen gehanteerd van respectievelijk 102 en 107 dB(A).
10
Looienhoek 1 te Riel -dierenpension- 2022
M & A Omgeving BV
Voor de rijbewegingen is voor de vrachtwagen een rijsnelheid van 20 km/haangehouden. Deze snelheid is een gemiddelde snelheid en deze zal in werkelijkheid voor het achteruit rijdend verkeer lager zijn en voor het vooruit rijdend verkeer hoger.
11