CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

04d Vaststellen aangepast bestemmingsplan AANGEPAST 28-11.pdf

Besluitvormend 20 december 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel gewijzigd vaststellen aangepast bestemmingsplan Looienhoek 125.262 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Looienhoek 1 Riel

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Bijlagen bij de toelichting

79

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

80

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

86

Bijlage 3

Bedrijven en Milieuzonering

272

Bijlage 4

Aerius berekeningen

282

Bijlage 5

Quick scan natuurwetgeving

298

Regels

313

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

314 314 319

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5

Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijf - Dierenpension Waarde - Archeologie

320 320 321 324

Hoofdstuk 3 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels Algemene procedureregels

327 327 328 329 330 331 332 333

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

334 334 335

Toelichting

Bestemmingsplan Looienhoek 1 Riel

Gemeente Goirle Gewijzigd vastgesteld in de Raad: Vastgesteld in de Raad: 18 februari 2020

Ontwerp: Voorontwerp: 8 mei 2018

NL.IMRO.0785.BP2018004Looienhoe-VG01

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

1

Bestemmingsplan Looienhoek 1 Riel

-

Toelichting

-

Regels

-

Verbeelding

22 november 2022

T

Opgesteld door: ZLTO Advies Postbus 100 5201 AC ‘s-HERTOGENBOSCH 073 – 217 3581

T

Ordito BV Postbus 94 5126 ZH GILZE 0161 - 801022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

2

INHOUD

I

PLANTOELICHTING ..................................................................................................... 5 INLEIDING ............................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding ....................................................................................................... 6 1.2 Ligging plangebied en plangrens ................................................................. 6 1.3 Wettelijk kader ............................................................................................... 8 1.4 Leeswijzer ....................................................................................................... 8 2 HET PLAN ............................................................................................................... 10 2.1 Beschrijving van de omgeving ................................................................... 10 2.2 De planlocatie ............................................................................................... 12 2.3 De beoogde ontwikkeling ........................................................................... 13 3 BELEID ...................................................................................................................

17 3.1 Provinciaal Beleid ......................................................................................... 17 3.2 Gemeentelijk beleid ..................................................................................... 44 4 RUIMTELIJKE ASPECTEN ..................................................................................... 50 4.1 Flora en fauna .............................................................................................. 50 4.2 Cultuurhistorie .............................................................................................. 53 4.3 Archeologie ................................................................................................... 56 4.4 Mobiliteit en parkeren.................................................................................. 56 4.5 Technische infrastructuur ........................................................................... 58 5 MILIEUASPECTEN ................................................................................................. 59 5.1 Algemeen ...................................................................................................... 59 5.2 Bodem ........................................................................................................... 59 5.3 Geluid .............................................................................................................

59 5.4 Luchtkwaliteit................................................................................................ 62 5.5 Externe veiligheid ......................................................................................... 63 5.6 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................... 64 6 WATERPARAGRAAF .............................................................................................. 66 6.1 Beleid ............................................................................................................. 66 6.2 Waterhuishoudkundige situatie.................................................................. 67 6.3 Beoogde ruimtelijke ontwikkeling .............................................................. 67 6.4 Afweging met betrekking tot wateraspecten ........................................... 68 6.5 Overleg Waterschap .................................................................................... 69 7 UITVOERBAARHEID ............................................................................................. 70 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................. 70 7.2 Economische uitvoerbaarheid ....................................................................

70 7.3 Grondexploitatie ........................................................................................... 70 7.4 Conclusie ....................................................................................................... 70 8 JURIDISCHE PLANOPZET .................................................................................... 71 8.1 Uitgangspunten ............................................................................................ 71 8.2 De gekozen bestemmingen ........................................................................ 71 9 DE PROCEDURE .................................................................................................... 72 9.1 Vooroverleg ................................................................................................... 72 9.2 Te volgen procedure.................................................................................... 72 9.3 Beroep bij de Raad van State en toegepaste bestuurlijke lus ............... 72 1

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

3

Bijlagen: - bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan - bijlage 2 Akoestisch onderzoek - bijlage 3 Bedrijven en Milieuzonering - bijlage 4 Aerius berekeningen - bijlage 5 Quick scan natuurwetgeving

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

4

I

PLANTOELICHTING

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

5

1 1.1

INLEIDING

Aanleiding Door initiatiefnemers is een verzoek ingediend bij de gemeente Goirle voor medewerking aan de herbestemming van de locatie Looienhoek 1 in Riel. Op deze locatie is momenteel een agrarisch bedrijf toegestaan met een bedrijfswoning. Het agrarische bedrijf is feitelijk reeds beëindigd. De vorige eigenaar heeft de locatie verkocht aan initiatiefnemers die woonachtig zijn op deze locatie. Initiatiefnemers willen op deze locatie een dierenpension starten voor honden en katten. Dit zal binnen de bestaande bebouwing gebeuren, die aangemerkt is als gemeentelijk monument. Bij het dierenpension komt ook een uitloopveld voor de honden aan de westzijde, afgekeerd van bewoners in de omgeving. Voor het plan is in samenwerking met Brabants Landschap een landschappelijk inpassingsplan opgesteld waarmee bijgedragen wordt aan de invulling van de EVZ bij het Bels Lijntje. Om dit plan mogelijk te maken dient het bestemmingsplan aangepast te worden. Hiertoe dient de huidige agrarische bestemming gewijzigd te worden ten behoeve van de vestiging van een agrarisch verwant bedrijf in de vorm van een dierenpension. Het College van de gemeente Goirle heeft op 30 januari 2018 besloten (zie brief d.d. 6 februari 2018, zaaknummer 2016-013607) om medewerking te willen verlenen aan dit plan. Om de herbestemming van de locatie mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

1.2

Ligging plangebied en plangrens Het plangebied omvat de locatie Looienhoek 1 te Riel. Het is gelegen in het buitengebied, ten zuidwesten van de bebouwde kom van Riel. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Goirle, sectie K, nr. 885. Het kadastrale perceel is 11.525 m2 groot.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

6

Figuur 1 : situering plangebied (bron: Topografische Dienst en Kadaster)

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

7

1.3

Wettelijk kader Op grond van artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (2008) stelt de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vast, waarbij ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening de bestemming van de in het plan begrepen grond wordt aangewezen en met het oog op die bestemming regels worden gegeven. Deze regels betreffen in elk geval regels omtrent het gebruik van de grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor vergezeld gaan van een toelichting, waarin zijn neergelegd: a. een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; b. een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; c. de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; d. de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Awb verrichte onderzoek; e. een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; f. de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan.

Voor zover voor het bestemmingsplan geen milieueffectrapport wordt opgesteld waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de toelichting ten minste neergelegd: a. een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; b. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het plan begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; c. een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken.

1.4

Leeswijzer Deze toelichting is als volgt opgebouwd: - Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de bestaande situatie in het plangebied en de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. Voor zover ruimtelijk relevant worden de belangrijkste plankenmerken beschreven; - Hoofdstuk 3 beschrijft de relevante planologische beleidskaders en hoe het plan zich verhoudt tot deze ruimtelijke plannen; - Hoofdstuk 4 geeft een systematische beschrijving en analyse van alle ruimtelijk relevante aspecten; - Hoofdstuk 5 geeft een beschrijving van de relatie met de diverse milieuaspecten; - Hoofdstuk 6 bevat de waterparagraaf. Hierin wordt beschreven wat de waterhuishoudkundige aspecten en effecten van het plan zijn; - Hoofdstuk 7 beschrijft de uitvoerbaarheid van het plan aan de hand van de economische uitvoerbaarheid en de maatschappelijke haalbaarheid. Ook

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

8

-

wordt hier de relatie met hoofdstuk 6 van de Wro beschreven (planschade en grondexploitatie); Hoofdstuk 8 geeft een toelichting op de juridische planvorm: de regels en de verbeelding; Hoofdstuk 9 beschrijft de procedurele aspecten van het bestemmingsplan en een verslag van de gevoerde inspraak en de behandeling van ingediende zienswijzen.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

9

2 2.1

HET PLAN

Beschrijving van de omgeving Het plangebied ligt in het buitengebied aan de Looienhoek, net buiten de bebouwde kom van Riel. De afstand tot de bebouwde kom bedraagt ongeveer 650 meter.

Figuur: situering binnen de gemeente

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

10

Figuur: beschrijving Buitengebied West (Structuurvisie Goirle) De Looienhoek maakt onderdeel uit van de doorgaande route tussen Goirle-Riel en Alphen. Rond de Looienhoek is sprake van een behoorlijke verdichting van bebouwing en menging van functies, in de vorm van een buurtschapje. De verspreid liggende bebouwing aan de Looienhoek en omgeving (Alphenseweg, Brakel, Akkerweg) bestaat uit een afwisseling van woningen met meerdere agrarische en niet-agrarische bedrijven. Deze zijn gesitueerd aan een kruising van wegen, en redelijk dicht bij elkaar. Op het perceel Looienhoek 1 was voorheen een rundveehouderij gevestigd. Ter hoogte van het plangebied is wegbegeleidende beplanting aanwezig. Ook is groen aanwezig als landschappelijke inpassing van bebouwing en op perceelsgrenzen in de vorm van bomen en hagen en bloemrijke randen. Typisch element is het zogenaamde Bels Lijntje, een oud spoortracé. Dit lijnvormig element dat nu een fietspad is, ligt ten westen van het plangebied.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

11

Figuur 2 : luchtfoto omgeving plangebied (bron: Google Maps)

2.2

De planlocatie Het plangebied is wat verder van de weg gelegen. Via een oprijlaan vanaf de Looienhoek is er een toegangsweg naar het perceel. Rondom zijn de gronden gesitueerd die bij de locatie behoren. Op de locatie is oorspronkelijk een veehouderij gevestigd geweest. Deze is inmiddels niet meer aanwezig. De boerderij is cultuurhistorisch waardevol vanwege haar verschijningsvorm, bebouwingstype en ouderdom.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

12

Figuur 3 : luchtfoto bestaande situatie plangebied (bron: Google Maps)

2.3

De beoogde ontwikkeling Het initiatief is er op gericht om na beëindiging van de agrarische functie te komen tot een passende herbestemming van de locatie. Hieraan wordt invulling gegeven door het oprichten van een dierenpension voor honden en katten. Tevens zal voldaan worden aan de eis voor ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Voor deze ontwikkeling is een inpassingsplan opgesteld. Hoofdopzet Voor de herontwikkeling van het plangebied is een inrichtingsplan opgesteld (zie bijlage) waarin de programmatische punten van het plan zijn uitgewerkt. Uitgangspunt voor dit inrichtingsplan is aansluiting zoeken bij de ruimtelijke en landschappelijke kenmerken van de omgeving: de ligging in het buurtschap Looienhoek. Het inrichtingsplan vormt de basis voor de situering van de bebouwing, de inrichting, ontsluiting en de landschappelijke inpassing van de percelen. Aangesloten wordt bij de karakteristiek van de omgeving: bebouwingsconcentratie. Functioneel De beoogde functiewijziging van agrarisch bedrijf naar agrarisch verwant bedrijf is een gangbare verandering gezien de ligging nabij de bebouwde kom. Op dergelijke locaties is een duurzame agrarische bedrijfsvoering niet mogelijk en niet wenselijk. Agrarisch hergebruik is dan ook niet aan de orde. De oorspronkelijk hier gevestigde veehouderij zal definitief worden beëindigd.

Deze beëindiging houdt in dat de agrarische bestemming van het bouwperceel wordt verwijderd, de milieurechten komen te vervallen. Herbestemming naar een agrarisch verwant bedrijf past binnen de beoogde ontwikkelingsrichting in bebouwingsconcentraties. In het vigerende bestemmingsplan Buitengebied is hiervoor een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, die het mogelijk maakt

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

13

om in geval van beëindiging van de agrarische bedrijfsactiviteiten op deze locatie om te schakelen naar een agrarisch verwant bedrijf. Hieraan zijn voorwaarden verbonden, zoals een goede inpassing in de omgeving. In deze toelichting zal dit verder uitgewerkt worden. Op het bedrijf zullen maximaal 45 honden en 20 katten gelijktijdig onderdak vinden. Deze dieren worden hier door hun eigenaar gebracht voor tijdelijk verblijf. Met de opvang van honden en katten wordt voorzien in een regionale behoefte. Bij het dierenpension komt een uitloopren en een uitloopveld. De honden moeten namelijk dagelijks gelucht worden en bewegingsruimte hebben. Hiervoor wordt aan de westzijde een omheind uitloopveld gerealiseerd. Dit betreft een onverhard veld met gras, waar de honden kunnen rennen en buiten verblijven. Naast het bieden van onderdak aan honden en katten, zal er zeer beperkt verkoop van aan huisdieren gerelateerde producten plaatsvinden (voer). De huidige bedrijfswoning zal in gebruik blijven als bedrijfswoning. Bebouwing Wat betreft bebouwing blijft de huidige situatie ongewijzigd. Er wordt niets gesloopt, en er wordt niet bijgebouwd. De grote schuur achter de boerderij wordt ingericht als hondenpension. Deze ruimte is circa 260 m2 groot. Het kattenpension wordt achter de grote voormalige koeienstal, in het voormalige zoogkoeienstalletje ondergebracht.

Figuur 4 : Planopzet Looienhoek 1

Behoud cultuurhistorie De boerderij is een gemeentelijk monument. Het betreft een ensemble van een langgevel boerderij met bijbehorende bebouwing en erf. Met de nieuwe functie als die-

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

14

renpension wordt bijgedragen aan het behoud van deze cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Aan de verschijningsvorm van het complex zullen geen wezenlijke veranderingen komen. Landschappelijke inpassing Het perceel is in de huidige situatie reeds voorzien van een goede landschappelijke inpassing aan de hand van bomen en beplanting op de perceelsgrenzen. Visueel is de locatie daarmee goed afgeschermd naar de omgeving. Alle bestaande beplanting blijft behouden. De herbestemming biedt de mogelijkheid voor verdere landschappelijke inpassing van het perceel en directe omgeving. In samenwerking met het Brabants Landschap is hiervoor een inrichtingsplan opgesteld. Dit inrichtingsplan voorziet in de aanleg van een robuuste groenstrook bij het Bels Lijntje. Hiermee wordt bijgedragen aan de ontwikkeling van de ecologische verbindingszone die hier geprojecteerd is. Daarnaast wordt op de oostelijke perceelsgrens nieuwe beplanting aangebracht. Verwezen wordt naar de bijlage.

Figuur: landschappelijke inpassing Parkeren en ontsluiting Parkeren vindt plaats op eigen perceel, hiervoor is op eigen terrein voldoende ruimte. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de parkeervoorzieningen op het eigen erf, alsmede van de parkeerplaats aan de noordzijde van het perceel, welke op enige afstand van het erf is gelegen. Het is daarbij de bedoeling dat de bezoekers welke met honden komen uitsluitend gebruik maken van de parkeerplaatsen op het eigen erf, dit om eventueel piekgeluid naar de naastgelegen woning (nummer 2) te voorkomen. De overige bezoekers, zonder honden, kunnen gebruik maken van de parkeervoorziening aan de noordzijde van het eigen erf. Middels bewegwijzering en borden op de locatie zal duidelijk worden gemaakt dat bezoekers met honden door moeten

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

15

rijden naar de parkeervoorzieningen op het eigen erf. De parkeervoorziening aan de noordzijde van het perceel is op de verbeelding voorzien van een nadere aanduiding. In de regels is vervolgens geborgd dat deze uitsluitend mag worden gebruikt ten behoeve van het parkeren voor bezoekers van het bedrijf welke zonder honden het bedrijf betreden. Het perceel wordt ontsloten via een eigen inrit. Deze inrit is op de verbeelding nader aangeduid. In de regels is vervolgens geborgd dat deze inrit uitsluitend wordt gebruikt ten behoeve van de ontsluiting van het erf.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

16

3 3.1

BELEID

Provinciaal Beleid

3.1.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Op 1 oktober 2010 stelden Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant de Structuurvisie ruimtelijke ordening vast. Daarmee geeft de provincie de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijke beleid tot 2025 aan, met een doorkijk naar 2040. De visie bindt de provincie voor wat betreft het ruimtelijk handelen en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten die de Wet ruimtelijke ordening biedt, inzet. Aldus definieert de provincie haar belangen en maakt de provincie ruimtelijke keuzes. Deze belangen en keuzes zijn gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie in de structuurvisie vier ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. De provincie ontwikkelde geen aparte ruimtelijke visie op het landschap, maar geeft die onder andere vorm in de 'uitwerking gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Daarnaast zijn er deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Op 7 februari 2014 stelden Provinciale Staten de Structuurvisie RO 2010 - partiële herziening 2014 vast, die op 19 maart 2014 in werking trad.

Deze partiële herziening richtte zich op het verwerken van besluitvorming die op provinciaal en nationaal niveau al had plaatsgevonden. De belangrijkste beleidswijzigingen hadden betrekking op de realisatie van natuur en op de transitie naar een zorgvuldige veehouderij. In de Structuurvisie maakt het plangebied deel uit van het Landelijk Gebied, deelgebied Gemengd Landelijk Gebied. Het landelijk gebied omvat het gebied buiten de groenblauwe structuur en de stedelijke structuur zoals steden, dorpen en bedrijventerreinen. Het gebied is een multifunctionele gebruiksruimte. Naast land- en tuinbouw is er ruimte voor niet-agrarische functies. Er worden binnen het landelijk gebied twee perspectieven onderscheiden: - Gemengd landelijk gebied De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. Binnen dit gebied wordt de agrarische functie vaak in samenhang met andere functies (in de omgeving) uitgeoefend. Hier kan worden voldaan aan de vraag naar kleinschalige stedelijke voorzieningen, recreatie en ondernemingen in een groene setting. Daarnaast wil de provincie dat er ruimte beschikbaar blijft om de agrarische productiestructuur te behouden en te versterken.

Dat betekent dat (stedelijke) functies die ten koste gaan van de ruimte voor agrarisch gebruik of die strijdig zijn met de landbouw in die gebieden geweerd worden. De provincie vraagt aan gemeenten om deze

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

17

gebieden vast te leggen en te beschermen. Delen van de voormalige landbouwontwikkelingsgebieden uit de reconstructieplannen en de vestigingsgebieden glastuinbouw beschouwt de provincie in ieder geval als primair agrarisch gebied. - Accentgebied agrarische ontwikkeling Binnen deze gebieden ziet de provincie ruimte en kansen om de agrarische productiestructuur te verduurzamen en te versterken. Op de structurenkaart zijn vanuit een regionaal schaalniveau vier accentgebieden agrarische ontwikkeling aangeduid. Hier liggen mogelijkheden voor het versterken van de positie van de aanwezige sectoren. Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied.

Figuur 5 : uitsnede Structurenkaart en legenda, Structuurvisie RO Noord-Brabant

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

18

Het beleid voor het Gemengd Landelijk Gebied kan op hoofdlijnen als volgt geschetst worden. Op vrijkomende agrarische locaties is ruimte voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals wonen, werken en recreatie, in samenhang met ruimtelijke kwaliteitsverbetering. Dit geldt niet voor sterke agrarische clusters waar agrarische locaties zoveel als mogelijk behouden moet blijven, zoals in de accentgebieden agrarische ontwikkeling. Toets aan Structuurvisie RO: Aangezien hier geen sprake is van een duurzame locatie (gelegen binnen een bebouwingsconcentratie), is herbestemming van voormalige agrarische bedrijfslocaties naar een agrarisch verwant bedrijf, in lijn met het beleid zoals beschreven in de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening.

3.1.2 Verordening ruimte Noord-Brabant Op 19 maart 2014 trad de provinciale Verordening Ruimte 2014 in werking. De verordening geeft regels waarmee rekening moet worden gehouden bij het opstellen van ruimtelijke besluiten. Hij gaat in op het bevorderen van de ruimtelijke kwaliteit, deelt het provinciale grondgebied in aan de hand van structuren, wijst aanduidingen toe en biedt rechtstreeks werkende regels waar bij het verlenen van omgevingsvergunningen rekening mee moet worden gehouden. De verordening is voor het laatst gewijzigd in werking getreden op 15 juli 2017. Hierna wordt aangegeven welke onderdelen van de provinciale verordening van belang zijn voor dit ruimtelijke plan. Aan de doorwerking daarvan wordt verderop aandacht besteed. Bevordering van ruimtelijke kwaliteit De in de structuurvisie gepresenteerde zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit is uitgewerkt in hoofdstuk 3 van de provinciale verordening. Een ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving. Het gaat daarbij in elk geval om een goede landschappelijke inpasbaarheid en zorgvuldig ruimtegebruik.

Om te komen tot kwaliteitsverbetering is vastgelegd dat een ruimtelijk plan dat een ruimtelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, bijdraagt aan de fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van het gebied of de omgeving. Deze bijdrage moet financieel, juridisch en feitelijk zijn geborgd. Indien een kwaliteitsverbetering niet is verzekerd, wordt het ruimtelijke plan pas vastgesteld als een passende financiële bijdrage in een landschapsfonds is verzekerd.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

19

Structuren en aanduidingen In de Verordening ruimte van de provincie Noord-Brabant is het ruimtelijk beleid vertaald in regels. Afhankelijk van de situering binnen structuren en gebiedsaanduidingen van de planlocatie worden de beleidsmogelijkheden vertaald naar juridische regels, voor zover die het provinciaal belang aangaan. Het plangebied maakt deel uit van de volgende gebiedsaanduidingen: - gemengd landelijk gebied; - ecologische verbindingszone; - stalderingsgebied.

Figuur 6 : uitsnede kaart Verordening Ruimte, hoofdstructuur

Gemengd landelijk gebied

Het plangebied is gesitueerd in Gemengd landelijk gebied. In deze gebieden wordt gestreefd naar een gemengde plattelandseconomie. Een omschakeling van de agrarische functie naar een agrarisch verwant bedrijf is mogelijk, onder voorwaarden. In artikel 7.10 en 7.11 zijn hiervoor de voorwaarden opgenomen. Een dierenpension is een agrarisch verwant bedrijf. Deze vorm van bedrijvigheid wordt aangemerkt als een niet-agrarische functie. Als hoofdregel geldt voor niet-agrarische functies dat vestiging hiervan in het gemengd landelijk gebied mogelijk is. Voorwaarden die daaraan gesteld worden op grond van artikel 7.10 van de Vr zijn de volgende: - het bouwperceel mag ten hoogste 5000 m2 bedragen; - de ontwikkeling moet bijdragen aan de beoogde ontwikkeling van het gemengd landelijk gebied; - verzekerd is dat de overtollige bebouwing wordt gesloopt;

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

20

-

de ontwikkeling mag niet leiden tot een bedrijf, behorend tot milieucategorie 3 of hoger; de ontwikkeling mag niet leiden tot twee of meer zelfstandige bedrijven de ontwikkeling mag niet leiden tot een zelfstandige kantoor- of detailhandelvoorziening; ook op langere termijn moet de ontwikkeling passen binnen de toegestane omvang; het mag niet leiden tot een grootschalige ontwikkeling.

In artikel 7.11 zijn afwijkende regels opgenomen voor agrarisch-technische hulpbedrijven en agrarisch-verwante bedrijven. Hierin is opgenomen dat voor deze bedrijven afgeweken kan worden van de voorwaarden van de omvang van het bouwperceel (tot ten hoogste 1,5 hectare) en de milieucategorie. Een toets van het plan aan deze bepalingen laat het volgende zien.

-

-

-

-

-

-

Het huidige bouwvlak heeft een omvang van circa 3000 m2. Binnen dit bouwvlak wordt het dierenpension geëxploiteerd. Aanvullend hierop komt aan de westzijde een uitloopveld voor de honden van circa 1800 m2 en ruimte voor landschappelijke inpassing. De totale omvang van het perceel blijft daarmee ruimschoots binnen de maximaal mogelijke omvang van 1,5 hectare. De herbestemming van agrarisch naar agrarisch-verwant bedrijf past binnen de provinciale en gemeentelijke beleidsdoelstelling voor deze omgeving: het streven naar een gemengde plattelandseconomie. Zeker gezien de situering in een bebouwingsconcentratie is dit een gangbare ontwikkeling. Er is geen sprake van overtollige bebouwing. Alle bestaande bebouwing (circa 500 m2) wordt gebruikt voor de nieuwe functie. Sloop zou bovendien niet wenselijk zijn gelet op de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en het erf. Evenmin wordt er nieuwe bebouwing opgericht. Een hondenpension wordt op basis van de VNG publicatie: Bedrijven en milieuzonering aangemerkt als een bedrijf in milieucategorie 3.2. Met name geluid is daarbij de bepalende factor. Aangezien een dierenpension een agrarisch verwant bedrijf is, geldt op grond van de afwijkende regels in artikel 7.11, de voorwaarde van milieucategorie niet.

Om zorg te dragen voor een goede inpassing in de omgeving en overlast naar de omgeving te voorkomen is een akoestisch onderzoek uitgevoerd om deze factor inzichtelijk te maken. Uit dit onderzoek blijkt dat met de beoogde bedrijfsopzet voldaan kan worden aan de geldende geluidnormen. Verderop in deze toelichting wordt daar nader op ingegaan. Op de locatie zal maar één bedrijf gevestigd zijn, het dierenpension. Er is geen sprake van een zelfstandige kantoor of detailhandelvoorziening. Op zeer beperkte schaal zal er verkoop plaats vinden aan de eigen clientèle van producten gerelateerd aan de verzorging van dieren. Ook op langere termijn zal de ontwikkeling passen binnen de maximaal toegestane omvang. De ruimte rond het bedrijf is beperkt. Bovendien zijn er diverse factoren die een rem leggen op ongebreidelde uitbreiding: afstand tot buren, status als gemeentelijk monument, de realisering van de EVZ bij het Bels Lijntje. Gezien de beperkte omvang van het plangebied en het relatief kleinschalige karakter van de ontwikkeling zal de ontwikkeling nooit leiden tot een aantal bezoekers van meer dan 150.000 per jaar.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

21

Ecologische verbindingszone

Het plangebied grenst aan het Natuur Netwerk Brabant- Ecologische verbindingszone. Deze gebieden dienen als verbinding tussen bestaande en nieuwe natuurgebieden. Het Bels Lijntje is als zodanig aangemerkt in de Verordening ruimte. In deze gebieden mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die strijdig zijn met de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van ten minste 25 meter in het buitengebied. In artikel 11 zijn bepalingen opgenomen die er toe strekken dat voorkomen wordt dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingzone. Dit houdt in dat er beperkingen worden gesteld aan stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen, in het bijzonder wat betreft de daarmee verband houdende bebouwing en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen van meer dan 100 m2. In dit geval is er geen sprake van beperkingen voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone. De ontwikkeling vindt plaats binnen de bestaande bebouwing, het leidt niet tot een toename van verhard oppervlak. In samenspraak met het Brabants Landschap is een landschappelijk inpassingplan opgesteld dat voorziet in de invulling van de EVZ bij het Bels Lijntje in de vorm van robuuste beplanting.

Gebied Staldering

De situering binnen de aanduiding ‘stalderingsgebied’ heeft voor dit plan geen consequenties. Deze aanduiding ziet namelijk op de regelgeving voor veehouderijen die verder willen groeien. Dit is hier niet aan de orde.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

22

Figuur 7 : Uitsnede kaart Verordening ruimte: Agrarische ontwikkelingen Geconcludeerd kan worden dat het plan past binnen de regels en voorwaarden van de Verordening Ruimte Noord-Brabant.

3.1.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant De Interim Omgevingsverordening Ruimte Noord-Brabant is één van de uitvoeringsinstrumenten voor de provincie om haar doelen te realiseren. Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 16 november 2021 de (laatst geconsolideerde versie van de) Interim Omgevingsverordening vastgesteld, waarmee de tot dan toe geldende Verordening Ruimte werd vervangen. Op 11 maart 2022 is door de provincie de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Omgevingsverordening kan en zal echter pas in werking treden wanneer de Omgevingswet in werking treedt, naar verwachting 1 juli 2023. Tot die tijd geldt het beleid zoals is opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, zoals eveneens op 11 maart 2022 door de provincie gewijzigd is vastgesteld. De gewijzigde regels van de Interim Omgevingsverordening zijn in overeenstemming gebracht met de vastgestelde Omgevingsverordening en zijn opgenomen in de meest recente versie van de Interim Omgevingsverordening, welke op 15 april 2022 is geconsolideerd en in werking is getreden.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

23

Op basis van de Interim Omgevingsverordening is de locatie gelegen in het (gemengd) landelijk gebied met de nadere aanduidingen ‘stalderingsgebied’ en ‘grondwaterbeschermingsgebied’. Binnen het gebied dat is aangemerkt als stalderingsgebied gelden aanvullende voorwaarden voor (de ontwikkeling van) veehouderijbedrijven waarop hokdieren worden gehouden. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een (ontwikkeling van een) veehouderijbedrijf waarop hokdieren gehouden worden. De regels met betrekking tot het stalderingsgebied zijn daarmee niet van toepassing op de voorgenomen ontwikkeling. Binnen de grondwaterbeschermingsgebieden gelden vanuit artikel 2.7 van de verordening aanvullende regels, waarbij bepaalde activiteiten die een mogelijke nadelige invloed hebben op het grondwater, verboden zijn.

Het gaat daarbij om de volgende activiteiten: een locatiegebonden milieubelastende activiteit als bedoeld in Artikel 2.9 ; het bedrijfsmatig gebruik of aanwezig hebben van voor het grondwater schadelijke stoffen; de toepassing van IBC-bouwstoffen; de aanleg van een buisleiding ; opslag van dierlijke mest zonder bodembeschermende maatregelen; een begraafplaats of uitstrooiveld als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging of een dierenbegraafplaats of uitstrooiveld voor dierlijke as; activiteiten waarvan de werking berust op het direct of indirect onttrekken of toevoegen van warmte aan het grondwater, waaronder bodemenergiesystemen. Een nadere toetsing aan deze voorwaarden laat het volgende zien: Onder een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.9 wordt verstaan een BRZO-inrichting, een IPPC inrichting categorie 4 en/of inrichting als bedoeld in bijlage 1C Besluit omgevingsrecht, categorie 28.4 gevaarlijke afvalstoffen. Hiervan is geen sprake. In het tweede lid van artikel 2.7 is opgenomen dat onder “voor het grondwater schadelijke stoffen” wordt verstaan stoffen die door het RIVM als zeer zorgwekkende stof zijn vastgesteld. Er is geen sprake van (het gebruik van) dergelijke stoffen. Er is geen sprake van toepassing van IBC-bouwstoffen. Er is geen sprake van de aanleg van een buisleiding.

Er is geen sprake van de opslag van dierlijke mest zonder bodembeschermende maatregelen. Er is geen sprake van een begraafplaats of uitstrooiveld. Er is geen sprake van activiteiten waarvan de werking berust op het direct of indirect onttrekken of toevoegen van warmte aan het grondwater. De voorgenomen ontwikkeling past gezien het voorgaande binnen de regels ten aanzien van de grondwaterbeschermingsgebieden en staat de bescherming van deze gebieden daarmee niet in de weg. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een agrarische bedrijfsbestemming gewijzigd in een niet-agrarische bedrijfsbestemming. Daarbij is in feite sprake van de vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied. Hiervoor zijn in artikel 3.73 specifieke regels opgenomen. Deze luiden als volgt: De vestiging vindt plaats op een bestaand bouwperceel.

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

24

-

-

-

-

de vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: o een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; o welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; o hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. er vindt geen splitsing (IOV) plaats van het bouwperceel; overtollige bebouwing wordt gesloopt; de vestiging heeft geen betrekking op: o een kantoor met baliefunctie; o lawaaisport; o mestbewerking. Het bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt, borgt dat de functie, ook op langere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting en stelt daartoe regels: o over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking; o welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan; o dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen; o dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.

Als een binnen de omgeving passende omvang geldt voor: o bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein; o een detailhandelsvoorziening, een omvang van het verkoopvloeroppervlak van ten hoogste 200 m²; o een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg, een omvang van de bebouwing van ten hoogste 1 hectare.

Een nadere toetsing aan deze voorwaarden laat het volgende zien: -

Onder een bestaand bouwperceel wordt verstaan een bouwperceel waarbinnen het geldende omgevingsplan het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 100 m² toestaat. Onder een bouwperceel wordt vervolgens verstaan een aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, en dat bestaat uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan. Het huidige bedrijf heeft in het vorige bestemmingsplan "Buitengebied Goirle", vastgesteld door de raad op 20 april 2011 de bestemming "Agrarisch bedrijf". Binnen dat bestemmingsvlak is ingevolge artikel 11 van de planregels van dat bestemmingsplan het bouwen van gebouwen en bijbehorende bouwwerken met een gezamenlijke oppervlakte van meer dan 100 m² toegestaan. Ingevolge artikel 11.2.1 van de planregels van het voorheen geldende bestemmingsplan mag het bestemmingsvlak verder

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

25

volledig worden bebouwd. Hieruit is af te leiden dat het bestaande bouwperceel als bedoeld in artikel 1.1 van de verordening samenvalt met het bestemmingsvlak “Agrarisch bedrijf”. De parkeervoorzieningen en het uitloopveld zijn echter buiten deze bestemming gelegen, waarmee deze voorzieningen niet behoren bij het bestaand bouwperceel. In afstemming met de provincie Noord-Brabant kan het uitloopveld de bestemming ‘Agrarisch’ behouden met een nadere functieaanduiding ‘uitloopveld’ gezien de agrarisch gerelateerde aard van het bedrijf en omdat er verder geen gebouwen of bouwwerken geen gebouwen mogen worden opgericht. Het uitloopveld hoeft daarmee geen onderdeel uit te maken van de niet-agrarische bedrijfsbestemming. De parkeervoorzieningen moeten volgens de provincie wel deel uitmaken van de bedrijfsbestemming. Deze zijn momenteel niet binnen de agrarische bedrijfsbestemming gelegen, waarmee deze niet zijn gelegen ter plaatse van het “bestaand bouwperceel”. Echter is in de verordening in artikel 3.71 de mogelijkheid opgenomen om een (bestaande) niet-agrarische functie in het landelijk gebied redelijkerwijs uit te breiden. Dit artikel mag gelijktijdig met artikel 3.73 worden toegepast (vestiging in combinatie met uitbreiding), mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Dit is door de provincie Noord-Brabant bevestigd.

De toetsing aan artikel 3.71 is verderop in deze paragraaf opgenomen. De ontwikkeling kan daarmee alsnog mogelijk worden gemaakt, ook al vallen de parkeervoorzieningen buiten het bestaand bouwperceel. Door het bestaand bouwperceel uit te breiden zullen na realisatie van het plan ook de parkeervoorzieningen deel gaan uitmaken van het bestaand bouwperceel. -

De gemeente Goirle heeft bij het opstellen van de gemeentelijke visie en het bestemmingsplan voor het buitengebied voor verschillende gebieden onderzocht welke functies in de gebieden passend en wenselijk zijn. Nietagrarische bedrijvigheid is, onder voorwaarden, mogelijk in het gebied waarin de locatie is gelegen. Daarnaast zijn in de directe omgeving van de locatie al meerdere voormalige agrarische bedrijven gelegen die reeds zijn omgeschakeld naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie en/of naar burgerwoningen. Het gebied waarin de locatie is gelegen is daarmee steeds meer aan het transformeren van een agrarisch gebied naar een meer gemengd gebied met verschillende functies. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee goed binnen het gebied waarin de locatie is gelegen. Om verder te kijken of de ontwikkeling past in het gebied waarin de locatie is gelegen is met een bredere scope naar het gebied gekeken. Hierbij is niet alleen naar de effecten op de bovenste laag in het hier en nu gekeken, maar zijn de dynamiek en randvoorwaarden die de onderste lagen meegeven in de afweging betrokken. Daarbij is gekeken naar de verschillende schaalniveaus en is de factor tijd actief benut. Er is daarbij gekeken naar het verleden, de geschiedenis van de verschillende lagen op een plek en de (mogelijke) effecten in de toekomst.

Al rond 1850 is het bebouwingslint vanuit Riel ontstaan waarin de locatie is gelegen. In dit lint is gedurende de daaropvolgende 50 jaar een deel van

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

26

de gronden gecultiveerd tot landbouwgronden. De komst van het Bels lijntje in 1867 heeft de agrarische gronden en het lint doorsneden, waarmee er een duidelijke tweedeling in het gebied is ontstaan. Met name in de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw heeft het gebied zich, vooral na de definitieve sluiting van de spoorverbinding, verder ontwikkeld tot bebouwingslint, waarbij de agrarische functie van het gebied al aan het afnemen was. Vanaf die tijd tot op heden heeft de transformatie van het agrarisch gebied naar een gemengd gebied met voornamelijk niet-agrarische functies zich voortgezet. Gezien de voornamelijk niet-agrarische aard van het lint past een nietagrarische functie beter in het gebied dan een agrarisch bedrijf. De gronden ter plaatse bestaan voornamelijk uit zandgronden. Door de voedselarme gronden en door het doorgaans lage organische stofgehalte in zandgronden zijn deze gronden minder geschikt voor landbouw. Het lage leemgehalte en de geringe bewortelingsdiepte maken dat er snel een vochttekort voor het gewas optreedt. Om de gronden geschikt te houden voor landbouw is het belangrijk om de organische stof op peil te houden. Dan blijft het vochtgebrek namelijk beperkt. Verder moet de bodem goed doorwortelbaar gehouden worden en moet aandacht worden geschonken aan de pH-waarde van de gronden (de gronden zijn vaak namelijk zuur).

Daarnaast dient het organische stofgehalte op peil gehouden te worden en dienen mineralen aan de grond te worden toegevoegd. De landbouw op deze gronden vraagt daarmee een flinke investering. De mindere mate van geschiktheid van de gronden heeft mede geleid tot een transformatie van het gebied. Bij de voorgenomen ontwikkeling dient bekeken te worden of deze gevolgen heeft voor de bodemsamenstelling. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een verandering in de structuur van de bodem. Daarbij zal de bodemsamenstelling niet wijzigen. Zoals blijkt uit het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling goed binnen de transformatie van het gebied. De verwachting is dat het gebied zich in de toekomst, vanwege de beperkte mogelijkheden voor agrarische bedrijfsvoering en de ontwikkeling van het lint en de niet-agrarische functies in de omgeving, steeds meer zal blijven ontwikkelen als gemengd gebied. De voorgenomen ontwikkeling sluit hier goed bij aan. Verder zal de voorgenomen ontwikkeling geen onevenredige nadelige gevolgen hebben voor de bodemgesteldheid ter plaatse en staat de bodemgesteldheid de voorgenomen ontwikkeling niet in de weg. Zoals nader is aangetoond in de hoofdstukken 4 en 5 van het voorliggend plan zal de voorgenomen ontwikkeling geen nadelige gevolgen hebben op de in de omgeving aanwezige functies en/of waarden.

Tevens zal de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden en/of bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Daarnaast zullen ook geen andere functies in de ontwikkelingsmogelijkheden worden geschaad. Er is daarmee geen sprake van een belemmering van de verdere ontwikkeling van het gebied. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling, zoals nader is omschreven in paragraaf 4.4 van het voorliggende plan, geen sprake van aanpassingen aan of van een aantasting van de infrastructuur ter plaatse. Tevens zal parkeren 22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

27

geheel op eigen terrein plaatsvinden. Het aantal verkeersbewegingen zal met de voorgenomen ontwikkeling niet in onevenredige mate toenemen. Daarmee zal er geen sprake zijn van nadelige gevolgen op de mobiliteit in het gebied. De gewenste ontwikkeling betreft geen bedrijfsvoering die zal concurreren met functies op het bedrijventerrein. Een dierenpension is, vanuit de vele jurisprudentie, aan te merken als een agrarisch verwante activiteit (gezien dienstverlening aan derden plaatsvindt door het houden van dieren). Daarmee ligt de ligging in het buitengebied meer voor de hand. Verder dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn voor de dieren om buiten te kunnen zijn. Hiertoe neemt de initiatiefnemer een uitloopveld in gebruik. Dit veld mag, gezien de agrarisch verwante aard van het bedrijf, op de agrarische gronden worden gerealiseerd. Gezien de nodige ruimte voor het uitloopveld, welke op bedrijventerreinen niet beschikbaar is, ligt vestiging op een bedrijventerrein niet voor de hand. De voorgenomen ontwikkeling komt met het dierenpension tegemoet aan de vraag naar goede, kwalitatief hoogwaardige opvang voor honden en katten op een rustige plek die van alle gemakken is voorzien. Daarnaast wordt met de voorgenomen ontwikkeling een nieuwe invulling gegeven aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing.

Hiermee wordt leegstand en verpaupering van voormalige agrarische bedrijfsgebouwen voorkomen. Ook daarmee wordt invulling gegeven aan een maatschappelijk vraagstuk waar veel gemeenten en provincies in Nederland mee te kampen hebben. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal sprake zijn van een goede, bij het gebied passende landschappelijke inpassing. Hiertoe is door een landschapsdeskundige een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld waarin de voorgenomen landschappelijke inpassing nader is uitgewerkt en onderbouwd. Daarmee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het gebied en de omgeving. De gemeente heeft op basis van afspraken met de provincie de regionale afspraken Kwaliteitsverbetering Hart van Brabant vastgesteld. Hierin is de mate van investering in de ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkelingen nader in uitgewerkt. Wanneer aan de uitgangspunten in deze visie wordt voldaan dan is sprake van een voldoende grote investering in de ruimtelijke kwaliteit. Zoals nader omschreven in paragraaf 3.1.4 wordt aan de uitgangspunten uit dit afsprakenkader voldaan, waarmee een voldoende grote bijdrage wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit. Verder wordt er aan de aanwezige bebouwing in zijn geheel een nieuwe invulling gegeven. Daarmee wordt leegstand van bebouwing in het buitengebied voorkomen.

Hiermee wordt voorkomen dat de bebouwing verpaupert. De voorgenomen ontwikkeling draagt daarmee bij aan de omgevingskwaliteit van het landelijk gebied. Op basis van het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. -

Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een splitsing van het bouwperceel. Er zal sprake zijn van één bedrijf op één (uit te breiden)

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

28

bouwperceel. -

Er is geen sprake van overtollige bebouwing. Alle bestaande bebouwing (circa 500 m²) wordt gebruikt voor de nieuwe functie. Sloop zou bovendien niet wenselijk zijn gelet op de cultuurhistorische waarde van de bebouwing en het erf. Evenmin wordt er nieuwe bebouwing opgericht.

-

Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van de vestiging van of de omschakeling naar een kantoorfunctie met een baliefunctie, een lawaaisport en/of mestbewerking.

-

Zoals nader omschreven in paragraaf 4.4 zal de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen en/of bezoekers. Daarnaast wijzigt de verkeerssituatie bij de inrit naar het dierenpension niet ten opzichte van de bestaande situatie. Er is daarmee geen sprake van een onevenredige verkeersaantrekkende en/of publieksaantrekkende werking. Verder is de locatie gelegen in een gebied waarin verschillende gemengde functies naast elkaar voorkomen en zijn in de omgeving voornamelijk nietagrarische bedrijven en burgerwoningen gevestigd. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee goed binnen het gebied waarin de locatie is gelegen.

-

De gewenste activiteiten worden in de regels behorende bij het voorliggende plan nader afgekaderd. Het voorliggende plan maakt daarmee niet meer mogelijk dan de activiteiten die worden aangevraagd.

-

Alle opslag en stalling vindt plaats in bebouwing. Er is geen sprake van buitenopslag.

-

Ook op langere termijn zal de ontwikkeling passen binnen de maximaal toegestane omvang. De ruimte rond het bedrijf is beperkt. Bovendien zijn er diverse factoren die een rem leggen op ongebreidelde uitbreiding: afstand tot buren, status als gemeentelijk monument, de realisering van de EVZ bij het Bels Lijntje.

-

Er is sprake van kleinschalige bedrijvigheid wanneer de bedrijvigheid een relatief kleine weergave betreft van de bedrijvigheid van het gebied en wanneer het oppervlaktebeslag een relatief kleine weergave betreft van het totale gebied. De oppervlakte van het bestemmingsvlak bedraagt ongeveer 3.650 m² (0,365 hectare). De locatie is gelegen in een gebied met landbouw- en bedrijfskavels met een relatief grote oppervlakte. De nabijgelegen bedrijven hebben een vergelijkbare of grotere omvang dan het bedrijf van de initiatiefnemer. Ook de omvang van de gebouwen is bij de omliggende bedrijven vaak vergelijkbaar of groter dan de bedrijfsgebouwen van de initiatiefnemer. De huidige bebouwing is passend in de omgeving. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal geen sprake zijn van een uitbreiding van de bebouwing. Daarmee blijft de omvang van de bebouwing passend in de omgeving. Het directe gebied waarin de locatie is gelegen, het gebied dat is afgekaderd door de dichtstbijzijnde wegen (Looienhoek, Brakel, Akkerweg, Het Hoefke, Rielseweg, en Oisterwijksestraat) heeft een oppervlakte van ruim

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

29

281 hectare. Dit gebied betreft daarnaast slechts een zeer klein deel van het gehele gebied waarin de locatie is gelegen. De oppervlakte van de locatie betreft daarmee nog geen 0,13% van het door de dichtstbijzijnde wegen afgekaderde gebied en een nog veel kleiner percentage van het totale agrarisch gebied waarin de locatie is gelegen. Er is daarmee sprake van een oppervlaktebeslag dat slechts een kleine weergave betreft van het totale gebied. Op de locatie bevindt zich daarnaast reeds een bedrijf met de daarbij behorende bedrijfsbebouwing. Het bedrijf heeft daarmee al geruime tijd de positie in het landschap die het nu heeft. De oppervlakte aan bedrijfsbebouwing zal met de voorgenomen ontwikkeling niet toenemen. Daarmee zal de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot een onevenredige impact op het landschap. Zoals beschreven in het voorgaande zal de voorgenomen ontwikkeling niet leiden tot een onevenredige verkeersaantrekkende en/of publieksaantrekkende werking. Het aantal bezoekers van het bedrijf is dusdanig klein dat sprake is van een kleinschalige bedrijvigheid. Daarnaast betreft het een relatief kleinschalig dierenpension, waarbij de arbeidsbehoefte door de initiatiefnemer zelf geheel kan worden ingevuld. Er is daarmee geen sprake van een grote personele behoefte, waarmee de bedrijfsvoering als kleinschalig is aan te merken.

Verder dient te worden bekeken of het doelmatig is om het bedrijf op een bedrijventerrein te vestigen. De gewenste bedrijvigheid bestaat uit het uitvoeren van een dierenpension. Een dierenpension is, vanuit de vele jurisprudentie, aan te merken als een agrarisch verwante activiteit (gezien dienstverlening aan derden plaatsvindt door het houden van dieren). Daarmee ligt de ligging in het buitengebied meer voor de hand. Verder dient voldoende ruimte beschikbaar te zijn voor de dieren om buiten te kunnen zijn. Hiertoe neemt de initiatiefnemer een uitloopveld in gebruik. Dit veld mag, gezien de agrarisch verwante aard van het bedrijf, op de agrarische gronden worden gerealiseerd. Gezien de nodige ruimte voor het uitloopveld, welke op bedrijventerreinen niet beschikbaar is, ligt vestiging op een bedrijventerrein niet voor de hand. De locatie is gelegen in een gebied dat vanuit de gemeentelijke structuurvisie is aangemerkt als een gebied met mogelijkheden voor functiemenging. Daarnaast heeft de gemeente opgenomen dat bedrijventerreinen voornamelijk bedoeld zijn voor de uitplaatsing van bedrijven uit de kernen, de groei van lokale bedrijven en voor starters. Bij de voorgenomen ontwikkeling is daar geen sprake van, waarmee de voorgenomen ontwikkeling niet past binnen de gemeentelijke visie voor de bedrijventerreinen.

Tevens zou vestiging van het bedrijf op een bedrijventerrein betekenen dat de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing op de locatie leeg komt te staan. Dit past niet binnen de doelstellingen om de leegstand van voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te verminderen. Daarnaast betekent leegstand van de bebouwing dat deze niet (goed) meer wordt onderhouden, waardoor verpaupering van de bebouwing optreedt. Daarmee zal de beeldkwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving verslechteren. Tevens komt het vaak voor dat leegstaande voormalige agrarische bebouwing wordt gebruikt voor illegale en soms zelfs criminele activiteiten. Dit is 22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

30

op de locatie niet wenselijk. Verder is met de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waarmee vestiging in stedelijk gebied niet voor de hand ligt. De initiatiefnemer heeft de grond waarop de gewenste ontwikkeling zal plaatsvinden reeds in eigendom. Als de initiatiefnemer zou moeten verplaatsen naar een bedrijventerrein dan zouden hiervoor nieuwe gronden op een bedrijventerrein moeten worden aangekocht. De gronden op een bedrijventerrein zijn vaak erg duur. Dit zou betekenen dat de initiatiefnemer een aanzienlijke investering zou moeten doen om te kunnen verplaatsen naar een bedrijventerrein. Deze investering is, gezien de prijs van de gronden op een bedrijventerrein, voor de initiatiefnemer niet haalbaar om daarna te leiden tot een rendabele bedrijfsvoering. Zelfs als de huidige locatie verkocht zou worden dan zouden de opbrengsten van de verkoop van de locatie niet voldoende zijn om de aankoop van een locatie op een bedrijventerrein rendabel te maken. Daarmee is de vestiging van het bedrijf op een bedrijventerrein financieel niet haalbaar voor de initiatiefnemer. Het is daarmee niet doelmatig om het gewenste bedrijf van de initiatiefnemer op een bedrijventerrein te vestigen. Het bestemmingsvlak en de overige gronden worden vastgelegd in concrete bestemmingen op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding.

De maximale oppervlakte die gebruikt kan worden voor de gewenste bedrijvigheid wordt daarmee vastgelegd en geregeld in een bestemmingsplan. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een voorziening voor detailhandel. -

Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een voorziening ten dienste van vrije-tijd en zorg.

Aan de voorwaarden voor vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied zoals zijn opgenomen in artikel 3.73 van de Interim Omgevingsverordening wordt daarmee voldaan. Zoals reeds omschreven in het voorgaande dienen de parkeervoorzieningen te worden opgenomen binnen de niet-agrarische bedrijfsbestemming en daarmee zijn deze niet aan te merken als behorende bij het bestaand bouwperceel. In artikel 3.71 van de verordening is echter een mogelijkheid opgenomen om een (bestaande) niet-agrarische functie in het landelijk gebied uit te breiden. Dit artikel mag gelijktijdig worden toegepast met artikel 3.73, waarmee een uitbreiding van het bestaand bouwperceel in combinatie met vestiging mogelijk is. Dat de artikelen 3.71 en 3.73 gelijktijdig mogen worden toegepast is ook bevestigd door de provincie. Echter dient aan de voorwaarden uit artikel 3.71 te worden voldaan. Deze zijn als volgt: -

Er kan worden voorzien in een redelijke uitbreiding als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken:

22 november 2022

toelichting BP Looienhoek 1 Riel

31

o

een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;

o

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders;

o

hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk Gebied.

Een nadere toetsing aan deze voorwaarden laat het volgende zien: -

De gemeente Goirle heeft bij het opstellen van de gemeentelijke visie en het bestemmingsplan voor het buitengebied voor verschillende gebieden onderzocht welke functies in de gebieden passend en wenselijk zijn. Nietagrarische bedrijvigheid is, onder voorwaarden, mogelijk in het gebied waarin de locatie is gelegen. Daarnaast zijn in de directe omgeving van de locatie al meerdere voormalige agrarische bedrijven gelegen die reeds zijn omgeschakeld naar een niet-agrarische bedrijfsfunctie en/of naar burgerwoningen. Het gebied waarin de locatie is gelegen is daarmee steeds meer aan het transformeren van een agrarisch gebied naar een meer gemengd gebied met verschillende functies. De voorgenomen ontwikkeling past daarmee goed binnen het gebied waarin de locatie is gelegen. Verder is bij de toetsing aan artikel 3.73 met een bredere scope naar de locatie in relatie tot het landschap gekeken. Uit die toetsing is te concluderen dat, gezien de aard van het gebied en het lint waarin de locatie is gelegen, sprake is van een functie die past in de omgeving. Er is bij de voorgenomen ontwikkeling, zoals nader is omschreven in paragraaf 4.4 van het voorliggende plan, geen sprake van aanpassingen aan of van een aantasting van de infrastructuur ter plaatse. Tevens zal parkeren geheel op eigen terrein plaatsvinden.

Het aantal verkeersbewegingen zal met de voorgenomen ontwikkeling niet in onevenredige mate toenemen. Daarmee zal er geen sprake zijn van nadelige gevolgen op de mobiliteit in het gebied. Daarnaast wijzigt de verkeerssituatie bij de inrit naar het dierenpension niet ten opzichte van de bestaande situatie. Er is daarmee geen sprake van een onevenredige verkeersaantrekkende en/of publieksaantrekkende werking. Van oudsher is de ontsluiting van het voormalig agrarisch bedrijf gerealiseerd via de noordzijde van het perceel, waarbij de perceelsontsluiting in de vorm van een lange inrit (voormalig kavelpad) is aangesloten op de Looienhoek. Bij de beëindiging van het agrarisch bedrijf en de omschakeling naar een dierenpension is een parkeervoorziening aangelegd. Om mogelijke geluidhinder aan de omgeving te beperken is de parkeervoorziening op grotere afstand, aan de noordzijde van het perceel gerealiseerd. Als auto’s dichterbij parkeren dan horen de gehouden honden de dichtslaande autodeuren, waarop zij reageren door te gaan blaffen. Wanneer de auto’s

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1305/documents/24348