CConstaterende datGoirle
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Raadsvoorstel Verordening afvalstoffenheffing 2023.pdf

Besluitvormend 29 november 2022, gemeente GoirleBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Verordening afvalstoffenheffing 20232.034 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Agendapunt: Zaaknummer: 2022-021792

Onderwerp Verordening afvalstoffenheffing 2023 Datum voorstel 25 oktober 2022

Datum raadsvergadering 29 november 2022

Aan de gemeenteraad, Voorstel 1. Vast te stellen de “Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2023”. Inleiding Op 8 november 2022 heeft uw raad de begroting 2023 vastgesteld. Hierin hebben we opgenomen op welke wijze de kosten door eigen inkomsten - zoals onze belastingen - worden afgedekt. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting 2023 hebben we per belasting aangegeven welke inkomsten we willen behalen en wat het belastingtarief is. Deze tarieven moeten jaarlijks formeel door uw raad worden vastgesteld in afzonderlijke belastingverordeningen. Dit voorstel ziet daarop en is een uitwerking van de beleidsvoornemens zoals geformuleerd in de begroting 2023. Argumenten 1.1 De tarievenafvalstoffenheffing 2023 dalen ten opzichte van 2022. Wij hebben als gemeente een inzamelingsplicht voor huishoudelijk afval. De kosten voor de inzameling zijn gedaald vanwege de volgende genomen maatregelen: * Besparing op inzamelings- en verwerkingskosten * Clusterplaatsen voor mini containers aangewezen in heel Goirle, lagere inzamelingskosten. * Daarnaast efficiëntere inzameling bij de hoogbouw. * Daling van hoeveelheid huishoudelijk restafval, lagere verwerkingskosten. * Vanaf 1 juli 2022 worden op de milieustraat Puin&Tuin niet meer ingenomen, daardoor zijn er geen transport- en verwerkingskosten.

Het is niet mogelijk de exacte kosten per maatregel uit te rekenen. Beide tarieven voor huishoudelijk afval dalen met ongeveer € 20,Afvalstoffenheffing

2022

2023

Eenpersoonshuishouden

156,24

136,92

Meerpersoons huishouden

248,28

227,16

1.2 Lastendruk zo laag mogelijk houden in lijn met het bestuursakkoord

Ambtelijke bijstand: Mirjam Smits Zaaknummer 2022-021792

1

Agendapunt:

Het college vindt het belangrijk om de lastendruk aan gemeentelijke belastingen voor onze inwoners en ondernemers laag te houden. Dit ligt ook vast in het bestuursakkoord. De lastendruk bestaat uit de afvalstoffenheffing, rioolheffing en onroerende-zaakbelastingen (OZB). Voor 2023 stellen we voor om de opbrengst OZB niet te verhogen. De tarieven voor de rioolheffing stijgen wel. Daarnaast dalen de tarieven voor de afvalstoffenheffing met ongeveer € 20,-. Hierdoor blijft de stijging van de lokale belastingplicht beperkt. 1.3 Tarieven milieustraat blijven gelijk Sinds 1 juli 2022 kunnen onze inwoners voor een aantal afvalstromen niet meer terecht bij de milieustraat. De tarieven van deze afvalstromen staan daarom per 2023 niet meer in de tarieventabel. De overige tarieven wijzigen wij niet ten opzichte van 2022. 1.4 Uw raad is bevoegd om de Verordening afvalstoffenheffing 2023 vast te stellen. De Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2023 wordt aan uw raad voorgelegd ter besluitvorming. Kanttekeningen Niet van toepassing Financiën De financiële effecten als gevolg van deze belastingverordening zijn verwerkt in de begroting 2023. Samenwerking Wij werken samen binnen de belastingsamenwerking GHO. Communicatie Na vaststelling wordt de verordening elektronisch bekendgemaakt in het gemeenteblad.

In het Goirles Belang wordt hier melding van gemaakt en verwezen naar www.officielebekendmakingen.nl. De verordening wordt vervolgens toegevoegd aan de database decentrale regelgeving (CVDR). Vervolg De Verordening afvalstoffenheffing 2023 treedt na publicatie in werking op 1 januari 2023. Bijlagen Raadsbesluit Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2023

burgemeester en wethouders van Goirle

Mark van Stappershoef, burgemeester Ruud Lathouwers, secretaris

Zaaknummer 2022-021792

2

Agendapunt:

De raad van de gemeente Goirle; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 oktober 2022 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer;

besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2023

Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. minicontainer: een vanwege de gemeente uitgezette ophaalbak met een bepaald volume; 2. verzamelcontainer: een vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainer; 3. gft-afval: groente, fruit- en tuinafval; 4. restafval: huishoudelijk afval, niet zijnde gft-afval; 5. grof huishoudelijk afval: afvalstoffen die met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomen, doch die te groot of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden; 6. grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een particulier huishouden vrijkomt, doch dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als gft-afval aan de periodieke inzameldienst te worden aangeboden; 7. bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven en instellingen, die naar aard, omvang en samenstelling gelijk zijn te stellen aan huishoudelijke afvalstoffen, aan de periodieke inzameldienst in minicontainers worden aangeboden en tegelijkertijd met de inzameling van de huishoudelijke afvalstoffen kunnen worden meegenomen; 8. perceel: een gebouwde onroerende zaak – of een gedeelte ervan – dat blijkens indeling en inrichting bestemd is om als afzonderlijk geheel door een particuliere huishouding te worden gebruikt en ook als zodanig wordt gebruikt. 9.

gebruik maken: als bedoeld in artikel 15.33 Wet Milieubeheer.

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit 1. Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

Zaaknummer 2022-021792

3

Agendapunt:

2. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel 3 Belastingplicht 1. De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a. degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van het perceel; b. ingeval gebruik wordt gemaakt van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; c. ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan, met dien verstande dat degene die het deel in gebruik heeft gegeven, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; d.

ingeval het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld, met dien verstande dat degene die het perceel ter beschikking heeft gesteld, bevoegd is de heffing als zodanig te verhalen op degene aan wie het perceel ter beschikking is gesteld. Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief 1. Voor het periodiek inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen bedraagt: 1.1. De belasting per perceel per belastingjaar € 227,16. 1.2. Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt bij de aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon, bedraagt de belasting in afwijking van het eerste lid per perceel per belastingjaar € 136,92. 2. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 bedraagt de belasting voor het aanbieden van de navolgende afvalstoffen per hoeveelheid van 0 tot 0,5 m3 op de milieustraat: 2.1. Textiel ‘vochtig’ en/of ‘vervuild’ € 10,00 2.2. Harde plastics € 10,00 2.3. Vloerbedekking ‘droog’ € 10,00 2.4. Vloerbedekking ‘vochtig’ € 25,00 2.5. Matras overig ‘droog’ per stuk € 15,00 2.6. Matras tot 120 cm breed ‘vochtig’ per stuk € 20,00 2.7. Matras overig ‘vochtig’ per stuk € 25,00 2.8. Autobanden per stuk € 5,00

Zaaknummer 2022-021792

4

Agendapunt:

2.9.

Autoband met velg

€ 10,00

3. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 wordt geen belasting geheven voor het gescheiden aanbieden op de milieustraat van; 3.1 asbest 3.2 papier/karton 3.3 bruin/wit goed 3.4 textiel dat schoon en droog is aangeboden 3.5 glas 3.6 metalen 3.7 klein gevaarlijk afval 4. Onverminderd het bepaalde bij artikel 4, lid 1 bedraagt de belasting voor het op afroep aan huis inzamelen van grof huishoudelijk afval voor een hoeveelheid van ten hoogste 1 m³, per perceel € 51,40. Artikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Wijze van heffing 1. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2 en artikel 4, lid 4 wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting, als bedoeld in artikel 4, lid 1 is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.

Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in artikel 4, lid 1 verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht als bedoeld in artikel 4, lid 1, nog volle kalendermaanden overblijven. 4. Het tweede lid en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 2 en artikel 4, lid 4 is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

Zaaknummer 2022-021792

5

Agendapunt:

Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag betaald worden in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. a. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, bij aanslagen opgelegd met een dagtekening tot en met 28 februari 2023, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven tot de laatste incassotermijn van 31 januari 2024. De eerste termijn vervalt twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. b.

In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, bij aanslagen opgelegd met een dagtekening op of na 1 maart 2023, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden overblijven tot de laatste incassotermijn van 31 januari 2024 en met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3. De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6, lid 2 op het moment van het doen van de kennisgeving. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing. Artikel 10 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel 1. De "Verordening afvalstoffenheffing 2022" van 21 december 2021 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2023, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van heffing is 1 januari 2023. 4. Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2023". Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 29 november 2022. , de voorzitter

, de griffier

Zaaknummer 2022-021792

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.goirle.nl/api/v1/meetings/1299/documents/24214